04 Beleidsnota Reserves en voorzieningen 2020.pdf
Tekst van het document
RESERVES en VOORZIENINGEN 2020
Gemeente Goirle Ondersteuning/Financiën
december 2020
1
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING.............................................................................................................................................. 3 2. DEFINITIES (regelgeving BBV) ............................................................................................................... 5 2.1 Reserves........................................................................................................................................... 5 2.2 Voorzieningen.................................................................................................................................. 5 2.3 Wijzigingen BBV .............................................................................................................................. 5 3. RESERVES .............................................................................................................................................. 6 3.1 Algemeen ........................................................................................................................................ 6 3.2 Gewenste hoogte reserves in het kader van het weerstandsvermogen ......................................... 6 3.3 Aanwezige reserves ......................................................................................................................... 7 4.
VOORZIENINGEN................................................................................................................................... 8 4.1 Algemeen ........................................................................................................................................ 8 4.2 Aanwezige voorzieningen................................................................................................................ 8 4.3 Administratief.................................................................................................................................. 8 5. RENTE .................................................................................................................................................... 9 6. CONCLUSIES EN VOORSTELEN ............................................................................................................ 11 7. OVERZICHT RESERVES EN VOORZIENINGEN ....................................................................................... 12 Reserves .............................................................................................................................................. 12 Voorzieningen ..................................................................................................................................... 20
2
1. INLEIDING In artikel 9 van De Financiële Verordening gemeente Goirle, vastgesteld in de raadsvergadering van 10 oktober 2019, is opgenomen dat het College eens in de vier jaar een Nota reserves en voorzieningen aan de raad aanbiedt. De raad stelt de nota vast. De nota behandelt in ieder geval: a) de vorming en besteding van reserves; b) de vorming en besteding van voorzieningen; c) de toerekening rente over de reserves en voorzieningen. Verder werd in overeenstemming met een eerdere verordening ook gesteld dat bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve minimaal wordt aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de maximale hoogte van de reserve; d. de maximale looptijd. Dat is in de huidige financiële verordening vervallen en daarom wordt dit in deze nota expliciet opgenomen. In deze nota worden de volgende zaken aan de orde gesteld: ‐ de beoordeling van de toereikendheid van de standen van sommige reserves en voorzieningen; ‐ heroverweging van het nut van een aantal bestemmingsreserves en voorzieningen; ‐ instellen/opheffen van reserves en voorzieningen. ‐ Het verwerken van de BBV notitie rente met betrekking tot het toerekenen van rente aan het eigen vermogen.
Ten opzichte van de vorige beleidsnota, vastgesteld op 13 maart 2018, zijn er enkele wijzigingen en dat betreft: a) het raadsbesluit van 4 december 2018 tot het opheffen van diverse reserves om ruimte te genereren in onze vrije reserve, de awr; b) het besluit om geen rente meer toe te voegen aan het eigen vermogen; c) bepalen ondergrens van twee reserves in relatie tot het weerstandsvermogen. ad a. het raadsbesluit van 4 december 2018 tot het opheffen van diverse reserves om ruimte te genereren in onze vrije reserve, de awr;
Bij het raadsbesluit van 4 december 2018 is besloten om In te stemmen met het opheffen van de volgende reserves en de vrijvallende middelen toevoegen aan de algemene weerstandsreserve:
3
Vrijval in de reserves Reserve
bedrag €
Bestemmingsreserve festiviteiten vanwege unieke (sport) prestaties Reserve groen Reserve impuls in de openbare ruimte Reserve egalisatie opbrengsten leges omgevingsvergunning Reserve parkeerplaatsen Reserve incidentele subsidies Reserve blijverslening Reserve duurzaamheidslening Reserve inventaris gemeentehuis Totale vrijval
0 0 0 850.261 23.313 0 500.000 500.000 40.000 1.913.574
Deze reserves zijn daarmee komen te vervallen ad b. wijzigingen BBV De wijziging van het BBV heeft voornamelijk betrekking op het toerekenen van rente aan reserves. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5 rente. Bij de vorige nota van 13 maart 2018 is om budgettaire redenen besloten om vooralsnog toch rente toe te rekenen aan het eigen vermogen.
4
2. DEFINITIES (regelgeving BBV) 2.1 Reserves Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) maakt in artikel 43 voor het eigen vermogen onderscheid in de volgende reserves: ‐ de algemene reserve (artikel 43‐1‐a); ‐ de bestemmingsreserves (artikel 43‐1‐b). Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Er is nog geen sprake van een wettelijke of feitelijke verplichting. De raad kan de bestemming ook wijzigen. Reserves kunnen worden aangewend ter dekking van mogelijke tekorten c.q. bijzondere activiteiten. Reserves zijn passiefposten in de balans en vormen het eigen vermogen van de gemeente.
2.2 Voorzieningen Voorzieningen (artikel 44 BBV) worden gevormd wegens: ‐ verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten (artikel 44‐1‐a); ‐ op de balansdatum bestaande risico’s terzake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten (artikel 44‐1‐b); ‐ kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren (artikel 44‐1‐c); ‐ de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35 eerste lid onder b (artikel 44‐1‐d). ‐ (investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven). Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b. (artikel 44 lid 2). Artikel 49 noemt de in de balans opgenomen overlopende passiva.
In artikel 49 lid b worden specifiek genoemd de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten in volgende begrotingsjaren. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde kosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume (artikel 44 lid 3). Dergelijke verplichtingen worden in de reguliere begroting en de meerjarenbegroting opgenomen. Voorzieningen worden wel gevormd voor verplichtingen waarvan de bedragen meer fluctueren. Voorzieningen zijn passiefposten in de balans en maken deel uit van het vreemd vermogen. Rentetoevoegingen aan voorzieningeb zijn niet toegestaan. 2.3 Wijzigingen BBV Vanwege de eigenheid van gemeenten is de BBV‐regelgeving opgenomen in een specifiek voor gemeenten vastgelegd document, te weten : Besluit begroting en Verantwoording (BBV) op hoofdlijnen verklaard. Daarnaast hebben ook de uitspraken van de commissie BBV bindende gevolgen.
5
3. RESERVES 3.1 Algemeen Bij de begroting en de jaarrekening (exploitatie) worden eerst alle baten en lasten van de taakvelden geboekt, vervolgens wordt het resultaat bepaald en daarna wordt het resultaat bestemd met als gevolg de toevoegingen c.q. onttrekkingen aan (bestemmings)reserves (administratief via taakveld). Over de (bestemmings)reserves kan alleen rechtstreeks worden beschikt, altijd na goedkeuring van de gemeenteraad. In het algemeen betreft dit onttrekkingen voor investeringen met een maatschappelijk nut (zoals wegen en groen) maar dit is vanaf 2017 komen te vervallen omdat deze investeringen voortaan geactiveerd dienen te worden. Voor investeringen met een economisch nut (zoals gebouwen en rioleringen) is het niet toegestaan hierop bedragen uit reserves in mindering te brengen. De raad kan wel besluiten om zowel voor de investeringen met een maatschappelijk nut als voor investeringen met een economisch nut een bestemmingsreserve te vormen ter dekking van de jaarlijkse rente‐ en afschrijvingslasten. 3.2 Gewenste hoogte reserves in het kader van het weerstandsvermogen a) weerstandsvermogen algemeen De gemeenten worden vrijgelaten met betrekking tot de minimale grootte van de vrije reserve. In het verleden is uitgegaan van een minimale omvang van € 2 miljoen.
Daarom werd ook de berekende rente van deze € 2 miljoen als structureel dekkingsmiddel in de begroting opgenomen. Omdat we nu geen rente meer toe rekenen aan het eigen vermogen is dat argument komen te vervallen. Toch willen we vasthouden aan een minimale omvang van € 2 miljoen om een basis weerstandscapaciteit te hebben om eventuele onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. b) weerstandsvermogen grondexploitatie In de nota Grondbeleid gemeente Goirle 2012 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd met betrekking tot de omvang van de algemene reserve grondexploitatie: • De minimale omvang van de algemene reserve grondexploitatie wordt bepaald op € 2 miljoen; • De minimale omvang van het weerstandsvermogen kan jaarlijks door de raad worden aangepast in het kader van de begroting of de jaarrekening, mits de ratio weerstandsvermogen (de verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit) ten minste 1,0 ‐ 1,4 bedraagt; • Jaarlijks wordt aan de hand van het weerstandsvermogen bezien of en in welke mate afdracht uit de algemene reserve grondexploitatie aan de algemene middelen kan plaatsvinden; • Van afroming van de algemene reserve grondexploitatie ten gunste van de algemene middelen is pas sprake nadat reserves en voorzieningen op een adequaat niveau zijn gebracht aan de hand van gedegen actuele grondexploitaties en bijbehorende risicoanalyses; • Eventuele
afroming vindt alleen plaats bij het vaststellen van de jaarrekening waarin het gewenste weerstandsvermogen van de gemeente wordt aangegeven. c. Ratio weerstandsvermogen De ratio weerstandsvermogen wordt berekend voor de financiële positie van de gemeente als totaal en specifiek voor de grondexploitatie. De ratio wordt berekend door de weerstandscapaciteit te delen door de gekwantificeerde risico’s. De ratio voor de gemeente exclusief de grondexploitatie bedraagt 2,024 (€ 7.273.000 gedeeld door € 3.594.000 begroting 2021) en de ratio voor de grondexploitatie bedraagt 14,9 (€ 4.149 gedeeld door € 278.000). Conform de nota grondbeleid ligt de minimale eis voor de ratio tussen de 1,0 en 1,4. O.a. op basis hiervan stellen we voor om € 1,5 miljoen over te hevelen van de algemene reserve grondexploitatie naar de AWR.
6
3.3 Aanwezige reserves Verderop in deze notitie is in het overzicht van reserves het doel, de vorming en de besteding aangegeven. Bij een aantal reserves is daarbij onder “voorstel” aangegeven in hoeverre nog aan de doelstelling van de oorspronkelijke vorming wordt voldaan en of de reserve kan worden opgeheven dan wel de bestemming moet worden gewijzigd.
7
4. VOORZIENINGEN 4.1 Algemeen In tegenstelling tot reserves zijn stortingen in voorzieningen wel als exploitatielasten aan te merken. Deze dotaties hebben onder meer ten doel een gelijkmatiger spreiding van kosten in de tijd (bijvoorbeeld kosten van onderhoud) te bewerkstelligen. Aan de voorziening onderhoud gemeentegebouwen ligt een meerjarig (onderhouds)plan ten grondslag. Het college is bevoegd om te beschikken over de voorziening op basis van de goedgekeurde meerjarenonderhoudsplannen. De omvang van een voorziening dient toereikend te zijn voor de betreffende verplichtingen en risico’s. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de inflatie. Bij een afwijkende stand van een voorziening vindt of aanvullend een dotatie plaats dan wel vrijval, respectievelijk ten laste of ten gunste van de exploitatie. 4.2 Aanwezige voorzieningen In het verderop in deze notitie opgenomen overzicht van voorzieningen is het doel, de vorming en de besteding uiteengezet. Bij een aantal voorzieningen is onder “voorstel” aangegeven in hoeverre nog aan de doelstelling van oorspronkelijke vorming wordt voldaan en of de voorziening kan worden opgeheven. Hierna volgt onder “visie” een uiteenzetting van de belangrijkste voorgestelde wijzigingen ten aanzien van voorzieningen.
4.3 Administratief Voor voorzieningen geldt administratief de regel van stortingen ten laste van de exploitatie en onttrekkingen van de kosten direct ten laste van de voorziening (zoals bij onderhoudsvoorzieningen gebouwen). Bij de voorzieningen voor middelen van derden (bijvoorbeeld onderwijsachterstandsbeleid ) worden in afwijking van deze regel de lasten verantwoord ten laste van de exploitatie met verrekening (vaak opgenomen onder de baten) van de toepasselijke vrijval van de betreffende voorziening.
8
5. RENTE Aan reserves wordt, overeenkomstig de regels van het BBV, niet rechtstreeks rente toegevoegd. De intern berekende eigen rente over de stand van de reserves, enkele reserves uitgezonderd, komt in principe geheel ten gunste van de algemene weerstandsreserve en is daar incidenteel beschikbaar. Voor reserves geldt dat met de resultaatbestemming met het rentebestanddeel rekening kan worden gehouden. Voor voorzieningen geldt het criterium van toereikendheid en kan als gevolg van bijvoorbeeld inflatie aanvullend een dotatie plaatsvinden ten laste van de exploitatie. In het kort komt het erop neer dat gemeenten de reserves en voorzieningen als financieringsbron zien en dus wordt er rente bespaard (inboeken van rentebaten tegenover gelijktijdig opnemen onder de lasten). Het was bij gemeenten gebruikelijk dat bespaarde rente wordt berekend. Voor wat betreft het rentepercentage werd uitgegaan van de rekenrente die jaarlijks bij de uitgangspunten van de begroting wordt vastgesteld. Wijzigingen BBV Rentevergoeding aan het eigen vermogen Het BBV staat toe dat er een rentevergoeding over het eigen vermogen (reserves) mag worden toegerekend – als ware het een rentelast ‐ aan de taakvelden. Hierdoor wordt een “vergoeding” berekend over het eigen vermogen (= een eigen financieringsmiddel) van de gemeente.
De gemeente heeft de keuze om deze rente als baten op te nemen in de begroting – ook wel aangeduid als bespaarde rente, of de gemeente kan ervoor kiezen deze rentevergoeding toe te voegen aan de reserves/het eigen vermogen. Wanneer een bedrag gelijk aan deze vergoeding daadwerkelijk wordt toegevoegd aan het eigen vermogen kan dit ook worden beschouwd als een “inflatievergoeding” om “de waarde” van het eigen vermogen (koopkracht) in stand te houden. Deze systematiek creëert een fictieve rentelast en leidt naar het oordeel van de commissie BBV tot het (onnodig) opblazen van de programmalasten en gaat daarmee ten koste van de eenvoud en transparantie. Daarom komt de commissie tot de volgende aanbeveling: Aanbeveling: Hoewel in het BBV de mogelijkheid vooralsnog blijft bestaan om een rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen te berekenen en deze door te belasten aan de taakvelden adviseert de Commissie BBV vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie deze systematiek niet (meer) toe te passen. Als er wel een rentevergoeding over het eigen vermogen wordt berekend, dan moet deze vergoeding op een realistisch niveau liggen. Daarom mag deze vergoeding maximaal het rentepercentage zijn dat door de gemeente over extern aangetrokken financieringsmiddelen wordt vergoed.
Aangezien het hierbij veelal om een samenstel van meerdere langlopende en kortlopende leningen gaat, zal hiertoe een gewogen percentage moeten worden berekend. Stellige uitspraak: Als er wel een rentevergoeding over het eigen vermogen wordt berekend, dan is deze vergoeding maximaal het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de externe rentelasten over de lang en kort aangetrokken financieringsmiddelen.
9
De gemeente Goirle heeft er in de begroting 2018 nog voor gekozen de bestaande beleidslijn voort te zetten en dat betekent dat in Goirle rente over het eigen vermogen wordt berekend. Omdat de toe te rekenen rente aanzienlijk is gedaald (dus ook budgettair de minste gevolgen) willen we met ingang van 2021 geen rente meer toe rekenen aan het eigen vermogen. De percentages de afgelopen jaren bedroegen: 2016: 3,00 % 2017: 2,29 % 2018: 2,09 % 2019: 2,01 % 2020: 1,31 %
10
6. CONCLUSIES EN VOORSTELEN 1. De gemeente Goirle rekent in overeenstemming met de aanbevelingen van de commissie BBV vanaf 2021 geen rente meer toe aan het eigen vermogen. 2. De volgende reserves/voorzieningen worden opgeheven: ‐ de reserve volkshuisvesting; ‐ de voorziening verrekening afvalvolume. 3. Vanuit de algemene reserve grondexploitatie wordt € 1,5 miljoen overgeheveld naar de algemene weerstandsreserve om weer voldoende weerstandscapaciteit te krijgen om onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen.
11
7. OVERZICHT RESERVES EN VOORZIENINGEN In deze paragraaf wordt conform de regels/ bepalingen in de financiële beheerverordening (volgens artikel 212 van de gemeentewet) de gehanteerde indeling in algemene reserve(s), bestemmingsreserves en voorzieningen per reserve respectievelijk voorziening nader uitgewerkt en toegelicht. Per reserve/ voorziening wordt aangegeven: 1. algemeen, de historie en wijze van ontstaan van de reserve / voorziening; 2. doel van de reserve / voorziening; 3. minimum / maximum niveau van de reserve / voorziening; 4. wijze van voeding van de reserve / voorziening; 5. voorstel hoe om te gaan met de reserve of voorziening vanaf heden. Reserves Algemene weerstandsreserve Algemeen
Doel
Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding Voorstel
Art 43‐1‐a 8010102 Dit is de ‘zogenaamde’ vrije reserve. De gewenste hoogte van deze reserve wordt gerelateerd aan de uitkomst van de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. Algemene buffer. Opvang van exploitatietekorten. Dekking van incidentele uitgaven. € 9.208.710,00 € 1.885.908,00 Minimaal: € 2.000.000,00 Exploitatieoverschotten, batig rekeningsaldo. Incidentele baten. Handhaven.
12
Algemene reserve grondexploitatie Algemeen Doel
Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau
Voeding Voorstel
Reserve overgehevelde budgetten Algemeen
Doel
Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding Voorstel
Art 43‐1‐a
8010103
Deze reserve is bedoeld als weerstandsvermogen voor de risico´s verband houdend met de grondexploitatie. Algemene buffer. Opvang van exploitatietekorten. Dekking van incidentele lasten. € 4.131.750,00 € 4.159.676,00 Naast een voorziening voor verwachte verliezen en voorziene risico’s is het noodzakelijk dat gemeenten beschikken over een afzonderlijke buffer om onvoorziene risico’s met betrekking tot de grondexploitatie op te vangen. Hierbij moet vooral worden gedacht aan risico’s die samenhangen met conjuncturele ontwikkelingen waardoor bijv.de gronduitgifte over de gehele linie stagneert. De risico’s met betrekking tot de grondexploitatie zijn zodanig bijzonder van karakter en in omvang dat het alleszins gerechtvaardigd is hiervoor een afzonderlijke buffer aan te houden. Conform de Nota Grondbeleid gemeente Goirle 2012 dient de minimale omvang van het weerstandsvermogen € 2 miljoen te zijn. Exploitatieoverschotten (vanuit grondexploitatie). Incidenteel. Handhaven.
Art 43‐1‐b
8020101
In het kader van de afsluiting van een dienstjaar wordt bezien of bepaalde budgetten uit een jaar gereserveerd dienen te worden voor het volgende dienstjaar zodat deze niet vrij vallen maar benut kunnen worden om alsnog uitvoering te geven aan de werkzaamheden. Conform de regels uit het Besluit Begroting en Verantwoording dienen budgetten die niet besteed zijn en die men wil overnemen naar een volgend dienstjaar gestort te worden in een reserve en het betreft dan de bestemming van het batig saldo (winstbestemming). De overgehevelde budgetten dienen in het daaropvolgende jaar besteed te worden. € 493.337,00 € 0,00 Niet van toepassing Jaarlijks wordt deze reserve gevoed bij het vaststellen van de jaarrekening. Handhaven.
13
Bestemmingsreserve dekking kapitaallasten algemeen Algemeen
Doel
Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding Voorstel Bestemmingsreserve monumenten Algemeen
Doel
Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding
Voorstel
Art 43‐1‐b
8020104
Deze reserve is ontstaan doordat in het verleden investeringen beschikbaar zijn gesteld en die investeringen ineens gedekt zijn. Omdat het echter investeringen betrof met een economisch nut dienden de investeringen geactiveerd te worden. De kapitaallasten worden vervolgens gedekt vanuit deze ingestelde dekkingsreserve kapitaallasten. Vanaf 2017 geldt dit ook voor investeringen met een maatschappelijk nut vanwege de wijzigingen van het BBV. Het doel van deze reserve is om de kapitaallasten te dekken van bepaalde investeringen met economisch nut en vanaf 2017 ook voor investeringen met een maatschappelijk nut. € 1.552.379,00 € 1.463.105,00 Voldoende om de kapitaallasten hieruit te dekken. Incidenteel. Handhaven. Art 43‐1‐b
8020107
Dit is een reserve ter uitvoering van de subsidieregeling monumenten gemeente Goirle. Deze reserve is ingesteld in het kader van de nota Kunst en cultuurbeleid van de gemeente. Ter dekking van uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van de nota Kunst en cultuurbeleid van de gemeente. Voorts worden de uitgaven voor de bijdrage in de kosten van monumenten hieruit gedekt. € 45.378,00 € 45.378,00 Maximum € 45.378,00. 25% van de storting in de reserve verfraaiing gemeente exclusief grondexploitatie vloeit toe aan de reserve monumenten en bij raadsbesluit is bepaald dat deze reserve maximaal € 45.378,00 mag bedragen. Handhaven.
14
Bestemmingsreserve Turnhoutsebaan Algemeen
Doel Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding Voorstel
Bestemmingsreserve duurzaamheid Algemeen
Doel Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding Voorstel
Art 43‐1‐b
8020109
Van de Provincie is een afkoopsom ontvangen van € 7.000.000,00 in verband met de overdracht van de N630: Goirle Tilburg, plaatselijk genaamd Poppelseweg en Turnhoutsebaan. Met het overnemen van de weg neemt de gemeente ook de verantwoording als wegbeheerder inclusief de onderhoudstaak over. Voor het toekomstig en dagelijks onderhoud is een bedrag nodig van € 105.000,00 (prijspeil 2009). Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Daarnaast zijn/ worden hiervan diverse kruispunten aangepakt en diende een faunapassage aangelegd te worden. Het bedrag in deze reserve is bedoeld om de laatste rotonde kruispunt Tijvoortsebaan/Turnhoutsebaan mee te financieren. € 580.614,00 € 388.220,00 De reserve moet voldoende groot zijn om in de toekomst de infrastructurele werkzaamheden te kunnen bekostigen. Geen Handhaven.
Art 43‐1‐b
8020110
In december 2019 is een bedrag ontvangen van het rijk voor de energietransitie. Bij de bepaling van het resultaat is bij het raadsbesluit met betrekking tot de jaarrekening 2019 besloten om het bedrag te storten in de reserve duurzaamheid Dekking van de uitgaven voor de energietransitie in 2020 en 2021 € 0,00 € 109.997,00 Niet van toepassing. Zie de toelichting onder algemeen. Handhaven.
15
Bestemmingsreserve dekking kapitaallasten sportpark Algemeen
Art 43‐1‐b
Doel
Dekking van het grootste deel van de kapitaallasten van de renovatie van de sportparken. € 1.353.586,00 € 1.154.996,00
Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding Voorstel
8020112
Bij raadsbesluit van 31 januari 2012 is de reserve dekking kapitaallasten renovatie sportparken ingesteld. Deze reserve is gevoed voor: € 1.200.000,00 vanuit de algemene reserve en voor € 1.002.400,00 vanuit de algemene weerstandsreserve. Ook is besloten om hier jaarlijks de rente aan toe te voegen en dat komt vanaf 2021 te vervallen.
Niet van toepassing. Zie de toelichting onder algemeen. Handhaven.
Bestemmingsreserve verfraaiing Art 43‐1‐b 8020114 gemeente Algemeen Door de raad specifiek aangegeven bestemming. Doel Ter dekking van uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van de nota Kunst en cultuurbeleid van de gemeente. Via deze reserve loopt ook de bijdrage van derden voor kapvergunningen en de kosten van compensatie van herplanting van bomen. Stand per 1 januari 2020 € 147.390,00 Prognose stand per 1 januari € 149.747,00 2021 Minimum/ maximum niveau Niet van toepassing. Voeding Wordt gevoed door de 1% regeling en hiervan wordt een gedeelte gestort, 25%, in het monumentenfonds. Voorstel Handhaven.
16
Bestemmingsreserve volkshuisvesting Algemeen
Doel Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding
Voorstel
Bestemmingsreserve huisvesting onderwijs Algemeen
Doel
Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding Voorstel
Art 43‐1‐b
8020115
Deze reserve is gevormd vanuit bijdragen die we van andere overheidsorganen hebben ontvangen en die worden gereserveerd voor toekomstige uitgaven in het kader van de volkshuisvesting. Bekostiging van uitgaven in het kader van de volkshuisvesting. € 233.435,00 € 233.435,00 Niet van toepassing. Wordt gevoed door de 1% regeling en hie Deze reserve is in het verleden gevoed door enerzijds de gelden in het kader van locatie gebonden subsidies en anderzijds door een uitkering van de centrumgemeente in het kader van het Besluit Woninggebonden Subsidies ( BWS). Uit exploitatie na resultaatbepaling. De laatste mutaties in deze reserve dateren van 2010 en 2011. Het voorstel is om deze reserve op te heffen.
Art 43‐1‐b
8020117
De reserve huisvesting onderwijs is gevormd voor de uitvoering van de taken in het kader van de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting. Ter dekking van een deel van de exploitatielasten en de kapitaallasten van de kredieten in het kader van het IHP (Integraal Huisvestingsprogramma). € 1.284.381,00 € 1.273.538,00 De reserve dient voldoende te zijn om op middellange termijn de extra lasten boven het genormeerde budget te dekken. Incidenteel. Handhaven.
17
Bestemmingsreserve cultureel centrum Algemeen
Doel
Art 43‐1‐b
Door de raad specifiek aangegeven bestemming. Na het besluit over de investering in het vernieuwde culturele centrum valt deze reserve jaarlijks voor een bepaald gedeelte vrij zodat na de looptijd van 40 jaar deze reserve op 0 eindigt. Ter dekking van de kapitaallasten van het vernieuwde cultureel centrum. Voor de berekening van de kapitaallasten is uitgegaan van een uitzonderingsrente van 4,85%. Dit gold tot en met 2016. Vanwege de wijzigingen van het BBV wordt vanaf 2017 het omslagpercentage toegerekend. Vanaf 2021 wordt geen rente meer toegevoegd aan deze reserve.
Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding Voorstel
€ 6.557.203,00 € 6.352.102,00
Bestemmingsreserve sociaal domein Algemeen
Art 43‐1‐b
Doel
Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding Voorstel
8020118
Niet van toepassing. Geen. Handhaven.
8020123
De gemeenteraad heeft bij de bestemming van het batig saldo 2015 besloten om 1,1 miljoen te storten in een in te stellen reserve sociaal domein Het doel van de reserve is om deze uitsluitend te gebruiken voor: • tekorten in de jeugdzorg; • maatwerkvoorzieningen in de Wmo; • tekorten bij versnelde integratie van vergunninghouders; • het stimuleren van innovaties ten behoeve van zorg. € 878.746,00 € 450.246,00 Niet van toepassing Geen. Handhaven. In de begroting 2021 is rekening gehouden met een bezuinigingsopgave binnen het sociaal domein. Wordt dit bedrag niet helemaal gerealiseerd dan kan hiervoor deze reserve worden aangewend.
18
Bestemmingsreserve bovenwijkse voorzieningen Algemeen
Doel
Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding
Voorstel
Art 43‐1‐b
8020162
Deze reserve is bedoeld voor openbare infrastructurele werken, die gerealiseerd kunnen worden ten behoeve van de gemeente als geheel of meerdere gebieden in de gemeenten die de wijk overstijgen. De profijt hebbende exploitatiegebieden naar rato een financiële bijdrage laten leveren aan de bovenwijkse voorzieningen in de gemeente Goirle. Deze reserve kan aangewend worden voor gebouwde en opgebouwde (semi‐) openbare voorzieningen zoals (compensatie) groen, water, (aan te passen) infrastructuur of sociaal maatschappelijke functies. Deze reserve is in 2011 aangewend voor het aanpassen van het Kloosterplein. € 191.828,00 € 194.341,00 Niet van toepassing. Structurele voeding uit de exploitatie van complexen op basis van verkoop van m2. Uit exploitatie na resultaatbepaling bij winstgevende complexen. Bij een verliesgevend complex vindt er geen storting in deze reserve plaats. Handhaven.
19
Voorzieningen Voorziening pensioenen (gewezen) bestuurders Algemeen Doel Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau
Voeding Voorstel
Voorziening verrekening afvalvolume Algemeen
Doel Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding Voorstel
Art 44‐1‐a
9030102
Deze voorziening is in 2006 ingesteld om aan alle lopende verplichtingen in dit kader van de wet Appa te kunnen voldoen. Ter dekking van de uitgaven van gewezen wethouders die met pensioen zijn gegaan. € 2.130.881,00 € 2.196.983,00 Jaarlijkse beoordeling toereikendheid stand van de voorziening in relatie tot de verplichtingen op basis van actuariële berekeningen. Ten laste van de exploitatie. Handhaven.
Art 44‐1‐c
9030103
In 2014 is een voorziening getroffen vanwege het risico dat wordt gelopen met betrekking tot een mogelijke verrekening omdat de regio Midden‐Brabant te weinig afval heeft aangeboden aan de afvalverwerker. Het betreft de mogelijke verrekening over 2011 tot en met 2015. Ter dekking van de uitgaven als de claim van de afvalverwerker wordt toegekend. € 110.072,00 € 0,00 Gekwantificeerd risico. Eventueel vanuit de exploitatie. In 2020 is deze voorziening helemaal aangewend in verband met de toegewezen claim. Daarom kan deze voorziening worden opgeheven.
20
Voorziening onderhoud gemeentegebouwen Algemeen
Doel Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding Voorstel Voorziening egalisatietarieven rioolrecht Algemeen
Doel Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding
Voorstel
Art 43‐1‐b
9050105
Bij raadsbesluit van 13 december 2016 heeft de gemeenteraad ingestemd met het "Gebouwenbeheerplan Goirle 2017‐2026"en de daarmee gepaard gaande kosten, De gemeenteraad heeft ingestemd met de volgende kaders voor het gebouwenbeheer: ‐ gebouwen moeten zo worden onderhouden dat deze "veilig en heel" zijn ‐ beheer en onderhoud wordt gepleegd ter voorkoming van kapitaalsvernietiging. De bestaande reserve is omgezet in een voorziening. Structureel voorzien in het onderhoud van gemeentegebouwen. Egalisatie van de jaarlijkse kosten van (cyclisch) onderhoud. € 866.485,00 € 823.182,00 Niet van toepassing. Dotatie vanuit de exploitatie bij de verschillende panden. Handhaven. Art 43‐1‐b
9070102
De kosten van de riolering worden gedekt uit de jaarlijkse rioolheffing in overeenstemming met het vastgestelde meerjarig gemeentelijk rioleringsplan (raadsbesluit van 9 december 2014). In het V‐GRP zijn alle kosten (kapitaallasten, onderhoud, beheer en toekomstig te verwachten rioleringskosten), opgenomen en in relatie gebracht met een kostendekkend rioolrecht waarbij de btw component in de rioolheffing is meegenomen. Op de betreffende begrotingspost vindt de verantwoording plaats van de kosten en de opbrengsten. Deze voorziening is gevormd ter egalisering van de begrote en de werkelijke kosten en de opbrengsten van riolering. Bij de jaarrekening wordt jaarlijks het saldo van de opbrengst rioolheffing minus de kosten van riolering gestort in deze voorziening. Op basis van het Verbreed GemeentelijkRioleringsPlan (V‐GRP) wordt vastgesteld of op de lange termijn de kosten van riolering dekkend zijn. Het saldo van de werkelijke lasten en baten wordt toegevoegd c.q. onttrokken aan deze voorziening. € 1.295.773,00 € 1.295.773,00 Niet van toepassing. Het saldo van de werkelijke lasten en baten wordt toegevoegd c.q. onttrokken aan deze voorziening. Storting vindt plaats als de werkelijke baten hoger zijn dan de werkelijke lasten inclusief btw. Handhaven.
21
Voorziening afvalstoffenheffing Algemeen
Doel
Stand per 1 januari 2020 Prognose stand per 1 januari 2021 Minimum/ maximum niveau Voeding Voorstel
Art 44‐1‐c 9070103 Dit is een egalisatievoorziening opbrengst tarieven afval. Oorspronkelijk gevormd om te grote fluctuaties in het tarief afvalstoffenheffing op te vangen. Deze voorziening dient als verevening van begrote en werkelijke kosten en opbrengsten van de afvalstoffenverwijdering. Voorkomen van ongewenste schommelingen in de tarieven. € 0,00 € 0,00 Niet van toepassing. Incidenteel. Handhaven.
22