04 Advies Participatieraad Goirle op Verordening 2021.pdf
Tekst van het document
Participatieraad Goirle Betreft:
Betreft: Datum:
Participatieraad Goirle advies aan het College en de Gemeenteraad van de gemeente Goirle inzake Verordening jeugdhulp 2021 van de gemeente Goirle 6 augustus 2021
Aanleiding voor het advies verordening jeugdhulp. Donderdag 15 juli 2021 is door de ambtenaar jeugd en de medewerker kwaliteit aan de werkgroep jeugd/ WMO van de Participatieraad Goirle (PRG) gevraagd mee te denken naar aanleiding van een aantal wijzigingen in de verordening jeugdhulp. Dit verzoek werd vergezeld door een overzicht van de voorgestelde wijzigingen en een mondelinge toelichting voor de werkgroep hierop. Vanwege het komende vertrek van de beleidsambtenaar jeugd en de daarmee samenhangende agendering voor het college en de raad, werd in het overleg om een eerste reactie gevraagd en tevens een voorlopig advies op schrift. Met andere woorden: er was haast bij. Hoewel deze gang van zaken ongebruikelijk is, heeft de werkgroep aan dit verzoek gehoor gegeven om, gezien het bovenstaande, een en ander te kunnen versnellen. Wel is nadrukkelijk de mogelijkheid opengehouden om later een formeel advies uit te brengen, hetzij op vraag van de gemeente hetzij op eigen initiatief van de PRG. Op 28 juli 2021 kreeg de PRG het verzoek om een formeel advies uit te brengen betreffende de verordening jeugdhulp 2021 en het wijzigingsdocument met als deadline 9 augustus 2021. In de verordening, zoals die nu ter tafel ligt, is al een flink aantal aanpassingen naar aanleiding van het overleg op 15 juli 2021 doorgevoerd.
Er is gevraagd bij de advisering uit te gaan van de laatste conceptversie van zowel de verordening jeugdhulp 2021 als het wijzigingsdocument. Tenslotte vinden wij het van belang om hier ook op te merken dat de aanpassingen van de verordening complex zijn in een veranderend speelveld, zoals te noemen de nieuwe inkoopstrategie, de visie op het sociaal domein en de voorgenomen normalisatie in het sociaal domein. Het advies Onderstaand volgt het advies. Voor de leesbaarheid richt het advies zich op de voorgenomen wijzigingen. Vervolgens doet de PRG nog twee aanbevelingen. De voorgestelde wijzigingen, zoals verwoord in het wijzigingsdocument, staan hieronder steeds tussen aanhalingstekens. “De verordening krijgt een nieuwe lay-out met het doel de verordening overzichtelijker te maken.” De PRG stemt uiteraard van harte in met deze doelstelling.
Aanvraag jeugdhulp (zie verordening artikel 4.2 lid 3 en 4.5 lid 2) “Datum aanvraag jeugdhulp is niet meer de datum van het keukentafelgesprek, maar de datum van het eerste contact. Er zit niet eerst nog een ‘wachttijd’ tot aan het keukentafelgesprek tussen voordat de termijn waarbinnen we moeten beslissen gaat starten. Inwoners hebben dus eerder recht op een besluit.” Deze wijziging is alleen ten dienste van de inwoner als de gestelde wettelijke termijn van acht weken ook werkelijk gehaald wordt. Immers, deze wijziging in de tekst van de verordening schept verwachtingen bij de aanvrager van jeugdhulp. Bijgevolg stemt de PRG stemt in met deze wijziging, mits er bij uitvoering van het beleid op wordt toegezien dat de gestelde wettelijke termijnen gehaald worden en dus rekening gehouden wordt met verwachtingen. Regels PGB (artikel 4.7 lid 4) “We volgen Tilburg in de financiering van de pgb’s door middel van de pxq systematiek. We laten de arrangementen los voor pgb. Budgethouders betalen hun zorgverleners vrijwel altijd per uur uit en dan is het heel transparant en inzichtelijk als we werken met producten met een vast uurtarief in plaats van een totaalbedrag.” De PRG kan meegaan in deze wijziging. Begripsbepalingen (artikel 1.1.
lid r) “Nieuw bij de begripsbepalingen is de bepaling die gaat over VeiligThuis: het regionale advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de wet.” Deze wijziging lijkt de PRG wenselijk en de duidelijkheid dienend. Toegang jeugdhulp via het medisch domein (artikel 3.2 lid 2) “Er is een nieuwe bepaling opgenomen die het mogelijk maakt een toets toe te passen op verwijzingen jeugdhulp via het medisch domein. Deze werkwijze is in de regio Hart van Brabant vastgesteld door de Bestuurscommissie Jeugd. Deze toets medisch domein houdt een rekenkundige dan wel inhoudelijke toets in op het plan zoals de zorgaanbieder dit opstelt. Op dit moment doet de gemeente Goirle alleen een rekenkundige toets, waarbij er gekeken wordt of de zwaarte van het arrangement past bij de voorgestelde inzet. Dit gebeurt door steekproefsgewijs plannen op te vragen bij zorgaanbieders. Dit artikel in de verordening is opgenomen zodat de verordening past bij de werkwijze van de gemeente.” De PRG heeft moeite met deze bepaling omdat hier in feite een toetsing van de kwaliteit van de verwijzing uit het medisch domein gesuggereerd wordt.
De verwijzende medische behandelaars zijn onderworpen aan wetten en regels betreffende de kwaliteit van de zorgverlening zoals de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) naast interne beroepsgroepsregels over kwaliteit van de zorg. Via een omweg raakt men hier het onvervreemdbaar recht van een arts om te verwijzen; door de jeugdhulp aanbieder te toetsen, lijkt men in feite de verwijzing vanuit het medisch domein te toetsen. Hiermee wordt ook de autonomie van de jeugdzorg aanbieder geraakt. Voor de gebruiker van jeugdhulp zou door deze extra toetsing en de daarmee samenhangende bureaucratie, vertraging in het hulpverleningsproces kunnen ontstaan.
Onder de conditie dat er voor de gebruiker geen vertraging ontstaat zouden we een rekenkundige toetsing nog kunnen billijken, maar met betrekking tot de impliciete optie van een inhoudelijke toets, adviseren wij deze niet op te nemen in de verordening. De ontwikkelingen richting taakgerichte contracten staan een dergelijke inhoudelijke toetsing niet toe. Cliëntondersteuning (artikel 6.2.lid2) “In het artikel waar het al ging over de vertrouwenspersoon, is nu ook de onafhankelijke cliëntondersteuning toegevoegd.” De PRG ondersteunt deze toevoeging, maar adviseert onder 6.2. lid 2 toe te voegen dat de jeugdige/ouder er daadwerkelijk op gewezen wordt dat men gebruik kan maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. Tenslotte nog een tweetal aanbevelingen: Naar aanleiding van artikel 2.3 lid 4: “Voor de inzet van een voorziening voor jeugdigen in de leeftijdscategorie 16-18 jaar zal er bij met name de intramurale jeugdhulp tijdig (een halfjaar voor het bereiken van 18 jaar) gekeken worden naar een vervolgtraject na het 18e jaar.” Wij stellen voor in het kader van preventie in ieder geval een informatiepakket te doen toekomen en daarin aan te geven wat de jongere moet regelen bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.
Betreft het waarborgen van de privacy adviseren wij de volgende aanvullende bepaling in de verordening op te nemen: “Aanbieders van jeugdhulp waarborgen de privacy van hun cliënten”. De verordening staat immers op de juridische ladder minstens een trap hoger dan de beleidsregels. Voorts is het zo dat privacy in meer wetten dan de AVG wordt geregeld zoals ook in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Als de waarborg van de privacy in de verordening is verankerd, is dat de veiligste oplossing voor een zo zwaarwegend maatschappelijk fenomeen. Tot zover ons advies.