03c- Vast te stellen bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg.pdf
Tekst van het document
5.6
Geur Industriële geur Het beleid voor industriële geur (geur van bedrijven die niet tot de agrarische sector behoren) is samengevat in een brief van het ministerie van VROM van 30 juni 1995. Kort gezegd komt het erop neer dat afgestapt is van stringente geurnormen: de toetsing of een ontwikkeling toelaatbaar is zonder voor overmatige geurhinder te zorgen, is grotendeels overgelaten aan lokale overheden. Er wordt in de brief een aantal algemene beleidsuitgangspunten gegeven, waarbij "het voorkomen van nieuwe geurhinder" voor de ruimtelijke ordening het belangrijkst is. Binnen de gemeente worden deze algemene uitgangspunten gehanteerd. Voor een aantal categorieën bedrijven is dit algemene geurbeleid geconcretiseerd in de Nederlandse emissie Richtlijn lucht (NeR). Voor zover een "dosis-effectrelatie"(de relatie tussen de geuremissie bij het bedrijf en de hinder voor omwonenden) voor een bedrijfscategorie is vastgesteld, zijn voor die bedrijven "normen" vastgesteld waarbij hinder kan worden verwacht. Voor de overige categorieën bedrijven zal dit moeten worden vastgesteld door specifiek geuronderzoek. Aangezien de NeR een formele richtlijn is, en bovendien een concrete vertaling vormt van het algemene beleidskader, dient hier bij ruimtelijke plannen bij te worden aangesloten.
In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften met betrekking tot geur opgenomen die rechtstreeks gelden die in het Activiteitenbesluit voor bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen. De voorschriften die in het Activiteitenbesluit staan wijken overigens niet (sterk) af van de voorschriften in de NeR, omdat de voorschriften zijn gebaseerd op de NeR. Voor enkele bedrijfscategorieën is behalve een grenswaarde voor nieuwe situaties ook een maximale geurimmissieconcentratie vastgesteld voor bestaande situaties. Agrarische geur Op bedrijven die tot de agrarische sector behoren (veehouderijen) is ten aanzien van het geurbeleid de Wet geurhinder en veehouderij ( 5 oktober 2006) en de bijbehorende Regeling
blad 30 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
geurhinder en veehouderij van toepassing. Deze regelgeving geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De geurbelasting wordt berekend en getoetst aan de hand van een verspreidingsmodel (V-stacks model). Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. De wet geeft de mogelijkheid om op lokaal niveau gemotiveerd af te wijken van de wettelijke norm met een verordening. De gemeente Goirle heeft vooralsnog geen verordening met afwijkende normen vastgesteld. Conclusie Het plangebied ligt niet binnen de invloedzone van bedrijven met een invloed op het gebied van geurhinder. Geurhinder van industriële bedrijvigheid vormt derhalve geen belemmering. Het plan ligt in 'stedelijk gebied'. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van agrarische bedrijven. Geurhinder van agrarische bedrijven vormt daarmee geen belemmering.
5.7
Bodem Algemeen Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet - ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening- worden onderzocht of de voorgenomen bestemming niet wordt belemmerd door bodemverontreiniging. In het belang van de bescherming van het milieu zijn, om de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming. Deze wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken. De bodem dient geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Onderzoek Er is een vooronderzoek uitgevoerd (NEN5725). Voor het plangebied is uitsluitend het eerder uitgevoerd onderzoek uit 2017 bekend voor het aangrenzende perceel waar één woning wordt gerealiseerd. Verder kan het volgende worden gesteld voor de locatie: Voor zover bekend zijn er geen bedrijfsmatige activiteiten (met vergunningen) uitgevoerd tussen 2017 en nu. Het perceel heeft een agrarische functie. Tanksaneringen zijn bij de gemeente niet bekend. Op basis van bovenstaande kan de onderzoekslocatie als een onverdachte locatie worden beschouwd. In het kader van de aan te vragen omgevingsvergunning wordt nog een verkennend onderzoek uitgevoerd (NEN5740). Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied ondervindt ten aanzien van bodem geen belemmeringen. In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt een verkennend onderzoek uitgevoerd (NEN5740).
blad 31 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
5.8
Natuur Algemeen De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet geldt sinds 1 januari 2017 en vervangt drie wetten, te weten de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Beoordeling Voor de herontwikkeling van het plangebied is uitsluitend de soortenbescherming relevant. Gezien het huidige intensieve gebruik als weiland alsmede het ontbreken van beplanting of gebouwen, die mogelijk geschikt zijn als biotoop voor beschermde soorten, kan worden geconcludeerd dat er vanuit de Wet natuurbescherming geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen herontwikkeling. Conclusie Het voorkomen van vaste rust- en verblijfplaatsen van zwaarder beschermde soorten binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Er zijn geen strijdigheden met de Wet natuurbescherming.
5.9
Milieueffectrapportage Algemeen Bij besluit van 21 februari 2011 is het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het meer ín lijn brengen 'van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Dit houdt in dat onder ander de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter heeft gekregen. Met dit wijzigingsbesluit is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit behorende C- en D-lijst zijn opgenomen, altijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Dit strekt tot het bepalen of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op de D-lijst volgt dan wel een m.e.r.(beoordeling) nodig is. Hierbij is (onder meer) de bij de activiteit behorende drempelwaarde van belang. Onderzoek De activiteit die met het onderhavige bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt kan aangemerkt worden als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r., zijnde "de aanleg , wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen." Vanuit de zogenaamde C-lijst geldt voor de ontwikkeling geen direct m.e.r.-plicht.
De activiteit valt vanwege de omvang ervan eveneens buiten de D-lijst (D11.2), omdat de activiteit geen betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
blad 32 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
Een (vorm)vast m.e.r.-beoordelingsplicht is niet aan de orde. Wel dient (vormvrij) gemotiveerd te worden dat niet alsnog belangrijk negatieve effecten op het milieu zijn die aanleiding geven om een milieueffectrapport (MER) op te stellen. De effecten van het voornemen zijn in vergelijking tot de huidige bestemmingsplan en het gebruik binnen het plangebied minimaal. Zo is de locatie gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en zal geen relevant verschil in de verkeersaantrekkende werking optreden in vergelijking met de huidige situatie, waarin reeds vergelijkbare functies in het plangebied zijn gevestigd. Op grond van de in dit kader van het onderhavige bestemmingsplan beschreven aspecten (zie vorige paragrafen) en het verschil tussen de daadwerkelijke activiteit in relatie tot de drempelwaarden waaruit een m.e.r.-beoordelingsplicht voortvloeit, wordt geconcludeerd dat bij de vaststelling van dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieueffecten voortkomen die het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling dan wel het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Voor het project is geen aanleiding om een MER op te stellen. Conclusie Vanuit de m.e.r. wet- en regelgeving zijn er geen belemmeringen voor het vaststellen van het onderhavige bestemmingsplan.
blad 33 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
blad 34 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
Hoofdstuk 6
WATER De watertoets, die wettelijk is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening, is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. De watertoets verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit hoofdstuk geeft daar uitvoering aan.
6.1
Beleid Rijk en provincie Het nationale en provinciale waterbeleid is beschreven in het Nationaal Waterplan en in het Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2010-2015. Nationaal Waterplan Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009-2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2010-2015 Dit plan, vastgesteld op 20 november 2009 en in werking getreden op 22 december 2009 bevat het strategische waterbeleid voor Noord-Brabant voor de periode 2010-2015 op hoofdlijnen en maakt duidelijk hoe aan het beleid uitvoering wordt gegeven. Het Provinciaal Waterplan bestaat uit een plantekst en twee plankaarten. De plantekst beschrijft het provinciale waterbeleid. Het plan bestaat uit een strategisch deel en een operationeel deel. De hoofddoelstelling is dat het water bijdraagt aan een gezonde omgeving voor mens, dier en plant, waarin veilig kan worden gewoond en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen.
Dit wordt vertaald in de volgende maatschappelijke doelen: schoon grond- en oppervlaktewater voor iedereen; adequate bescherming van Noord-Brabant tegen overstromingen; Noord-Brabant heeft de juiste hoeveelheden water (niet te veel en niet te weinig). Structuurvisie De provincie gaat ervan uit dat de wateroverlast in de regionale watersystemen in 2015 aangepakt is waarbij de trits "vasthouden, bergen, afvoeren" als uitgangspunt geldt. Het vasthouden van het water vindt zoveel als mogelijk bovenstrooms op de hoger gelegen gebieden plaats in de zogenaamde brongebieden. Hier liggen kansen voor de koppeling met natuurontwikkeling en droogtebestrijding. Ook in de nabijheid van de grote steden liggen kansen voor het bovenstrooms vasthouden en bergen van het water. Hier liggen
blad 35 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
mogelijkheden voor de koppeling met bijzondere woon- en werkmilieus, de vergroting van het recreatief uitloopgebied en bestrijding van de verdroging in het omliggende landelijk gebied. Waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken, beheer van vaarwegen en nautisch beheer. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema’s gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer.
De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Sinds 1 april 2021 is de ondergrens voor aanleg van retentie bij toename aan verhard oppervlak veranderd in 500 m2 . Dit was eerst 2.000 m2 . In verband met klimaatadaptatie en hydrologisch neutraal bouwen is deze grens dus verlaagd.
Het waterschap streeft naar het gebruik van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Handreiking watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de blad 36 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. De initiatiefnemer verwoordt in een waterparagraaf zijn afweging van de waterhuishoudkundige aspecten. Het waterschap geeft hierover een wateradvies. De Handreiking watertoets is een middel om te komen tot een evenwichtige watertoets. Keur 2015 Een van de instrumenten van het waterschap om zijn taken uit te oefenen is de Keur De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder Keurontheffing geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een ontheffing bij het waterschap moet worden gevraagd. Gemeente Goirle Programma Water & Riolering 2021-2025, 'Op weg naar een klimaatrobuust Goirle' Op 15 december 2020 heeft de gemeenteraad het Programma Water & Riolering 2021-2025, 'Op weg naar een klimaatrobuust Goirle (PWR) vastgesteld.
Het PWR is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het PWR leggen we vast wat we willen bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid en bewoners/bedrijven ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. De wettelijke en beleidskaders die ten grondslag liggen aan dit PWR zijn beschreven in hoofdstuk 2. Het PWR vervult vier hoofdfuncties: Kader gemeentelijke zorgplichten: overzicht beleidskeuzes en ambities ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater en bijdragen aan de zorgplichten oppervlaktewater en drinkwater. Interne afstemming met andere vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie en met onze waterpartners. Externe afstemming: met o.a. bewoners en bedrijven, ontwikkelaars en bouwbedrijven. Continuïteit en voortgangsbewaking: vanwege de relatief lange levensduur van stedelijke watervoorzieningen en kapitaalintensieve investeringen is een lange termijn aanpak essentieel (begroting, investeringen en evaluatie). Gidsprincipes water In het verleden hebben we als gemeenten en waterschappen strategieën opgesteld om meer duurzaam om te gaan met afval- en hemelwater.
Deze strategieën zijn inmiddels gemeengoed geworden en beschouwen we dan ook als gidsprincipes voor de komende jaren: We zamelen in principe het stedelijk afval- en hemelwater gescheiden in en ontvlechten zo de (schone en vuile) waterstromen; We streven ernaar om het hemelwater zoveel als mogelijk bovengronds en zichtbaar te verwerken; We weren de lozing van hemelwater afkomstig van inrichtingen op vuilwater riolering; We betrekken de kenmerken en knelpunten van zowel het regionale (stroomgebiedsbenadering) als het stedelijke watersysteem in de omgang met hemelwater. We streven naar watersysteemherstel; blad 37 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
1. 2. 3.
We wentelen water- en waterbergingsopgaven niet af naar andere locaties/gebieden, tenzij dit doelmatig is; We kiezen voor robuuste (zo min mogelijk onderhoudsgevoelige) oplossingen; We gaan doelmatig en maatschappelijk kostenbewust om met de aanleg en het toekomstig beheer en onderhoud van het watersysteem; We streven naar meer centrale, robuuste en goed te beheren rioolvoorzieningen; We hanteren de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren voor de omgang met hemelwater: Vasthouden: doorlatende goten, groene daken, infiltratie in terreinverlagingen in groen, enz.; Bergen: overtollig hemelwater bergen we eerst in het stedelijk watersysteem; Afvoeren: pas bij volledige benutting van de berging voeren we het overtollige hemelwater af naar het regionale watersysteem We streven naar grootschalige goed beheersbare infiltratievoorzieningen in openbaar gebied. Kleinschalige infiltratievoorzieningen worden na het einde van de levensduur niet hersteld; Voor grondwaterbeschermingsgebieden volgen we het provinciaal beleid conform de gebiedsdossiers;
Waterberging Bij ruimtelijke inrichtingen moet rekening worden gehouden met de gevolgen van de klimaatverandering om zo waterschade te voorkomen en de gevolgen indien er schade optreedt te beperken. Om toe te werken naar een robuust Goirle worden bij elke ontwikkeling van de openbare ruimte klimaatadaptieve maatregelen en waterrobuustheid meegenomen als overweging. Bij nieuwbouw hanteert de gemeente Goirle de 70 mm/h bui uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) als norm om inpandig geen waterschade te hebben. Deze bui wordt ook gebruikt om de robuustheid / kwetsbaarheid van de hoofdinfrastructuur (ontsluitingsrouten, calamiteitenverkeer, etc.) te toetsen. Bij een toename aan verhard oppervlak van meer dan 500 m2 hanteert de gemeente Goirle een compensatie van 60 mm conform de Brabantse Keur. Dit zal worden geborgd door in de planregels een voorwaardelijke verplichting op te nemen. Daarnaast hanteert de gemeente Goirle bij herontwikkelingen een compensatie van 20 mm waterberging (indien realiseerbaar) conform bui 8 uit de Kennisbank Stedelijk water.
6.2
Huidige en toekomstige situatie Verhard oppervlak In de huidige situatie is het perceel geheel onverhard. De hoeveelheid verhard oppervlak in het plangebied neemt toe als gevolg van de realisatie van de nieuwe woningen en bestrating. In onderhavig plan zijn twee bouwvlakken opgenomen van elk maximaal 170 m2 . Per bouwperceel is daarnaast maximaal 100 m² aan bijgebouwen toegestaan. Totaal gaat het om maximaal 540 m2 aan gebouwing. Daarnaast zal een deel van de percelen verhard worden. De toename aan verharding blijft ruim onder de grens die het waterschap hanteert voor het realiseren van waterberging. Bij een toename aan verhard oppervlak van meer dan 500 m2 hanteert de gemeente Goirle een compensatie van 60 mm conform de Brabantse Keur. Dit zal worden geborgd door in de planregels een voorwaardelijke verplichting op te nemen. Binnen het perceel is voldoende ruimte in de tuin om hemelwater te laten infiltreren. Dit is conform de voorkeursvolgorde infiltreren-bufferen-afvoeren zoals opgenomen in het
blad 38 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan van de gemeente Goirle. Omdat er op eigen terrein voldoende ruimte is voor de infiltratie van hemelwater, hoeft de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling niet te worden afgewenteld op het bestaande watersysteem en rioolstelsel. Afvoer hemelwater Hemelwater dat terecht komt op de bebouwing en terreinverharding wordt beschouwd als schoon wanneer er uitgegaan wordt van het gebruik van niet – bouwmaterialen (uitlogende bouwmaterialen zijn onder andere zinken dakgoten en standpijpen, loden dakslabben, betongranulaat als wegfundering ect.). Dit water dient direct verwerkt te worden op het particuliere perceel. Bijvoorbeeld middels infiltratie in de bodem (tuin). Infiltratieproeven die zijn uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan 'Heisteeg' hebben aangetoond dat infiltratie ter plaatse mogelijk is. De ontwikkeling sluit aan op plan Heisteeg. Qua gehanteerde systematiek voor omgang met het hemelwater en aansluitingswijze wordt gelijk aan de ontwikkeling Heisteeg uitgevoerd. Dit houdt in, dat het hemelwater op eigenterrein geborgen en verwerkt wordt. Een overloop voor het hemelwater richting openbare ruimte wordt alleen op maaiveld toegestaan. Oppervlaktewater en watergangen Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.
Afvalwater Afvalwater wordt gescheiden van het hemelwaterafvoer aangeleverd en afgevoerd naar gescheiden rioolstelsel in de Heisteeg. Conclusie Effecten van de ontwikkeling op de bodem en grondwater, oppervlaktewater en watergangen, hemelwater, waterberging en afvalwater treden niet op. Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.
blad 39 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
blad 40 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
Hoofdstuk 7
OPZET PLANREGELS In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de verschillende regels die van toepassing zijn op de aanwezige bestemmingen.
7.1
Plansystematiek Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is hierbij naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en regels, Voor de opbouw van de regels is aangesloten bij de geldende Standaard vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP).
7.2
Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen over de in het plan gehanteerde begrippen en de wijze van meten. Begrippen In dit artikel zijn de begrippen die in de planregels worden gehanteerd gedefinieerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Als gebruikte begrippen niet in artikel 1 voorkomend dan geldt de uitleg/interpretatie die daaraan in het dagelijkse taalgebruik wordt gegeven. Wijze van meten In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.
7.3
Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels De standaard opbouw van de bestemmingsregels conform de SVBP betreft: bestemmingsomschrijving: een beschrijving van de bestemming; bouwregels: regels voor het oprichten van gebouwen en bouwwerken; nadere eisen: indien noodzakelijk staan hier aanvullende regels waarin specifieke eisen kunnen worden gesteld aan de realisatie van de op te richten bouwwerken; afwijken van de bouwregels: de gevallen waarin afgeweken kan worden van de bouwregels; specifieke gebruiksregels: indien noodzakelijk worden hier aanvullende regels gegeven voor het gebruik van de gronden binnen de betreffende bestemming; afwijken van de gebruiksregels: de gevallen waarin afgeweken kan worden van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk ; wijzigingsbevoegdheid Per bestemming kunnen onderdelen, voor zover niet relevant, ontbreken. In voorliggend
blad 41 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
bestemmingsplan komt alleen een woonbestemming voor. Wonen De bestemming 'Wonen' is toegekend aan gronden waarop het wonen de hoofdfunctie is. Daarnaast zijn in de woning en in de bijgebouwen onder voorwaarden aan huis gebonden beroepen en bedrijven als ondergeschikte nevenfunctie toegestaan. De begrippen aan huis verbonden beroep en bedrijf zijn omschreven in artikel 1 van de planregels. Belangrijke voorwaarden voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep en bedrijf als nevenfunctie zijn onder meer dat de nevenfunctie ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en dat degene die de nevenfunctie uitoefent ook zelf de bewoner van de woning is. Voorts geldt dat geen detailhandel mag plaatsvinden en dat aan huis gebonden bedrijven behoren tot de categorie A volgens de als bijlage bij de regels gevoegde Staat van bedrijfsactiviteiten. De toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten is opgenomen als bijlage bij de toelichting (Toelichting Staat van Bedrijfsactiviteiten). Verbeelding Op de verbeelding zijn binnen het bestemmingsvlak twee bouwvlakken aangewezen. De woning (hoofdgebouw) is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, behoudens een algemene regeling voor overschrijding van bouwgrenzen. Voor het maximale aantal woningen en de maximale goot- en bouwhoogte van woningen gelden de maxima zoals die op de verbeelding zijn aangegeven.
Op de verbeelding is ook de zone aangegeven waarbinnen bijgebouwen zijn toegestaan. Bouwregels De bouwmogelijkheden zijn gekoppeld aan het begrip bouwperceel. De omschrijving van een bouwperceel luidt als volgt: 'een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige , bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan'. Daarmee beslaat het bouwperceel nagenoeg altijd het gehele perceel. Het begrip bouwperceel is in die zin direct toepasbaar voor alle particuliere percelen. Onder bouwwerken vallen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen. De bouwregels maken onderscheid tussen de woning (het hoofdgebouw), bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde. Onder bijgebouwen worden begrepen alle vrijstaande en aangebouwde bijgebouwen. De begripsomschrijving is in artikel 1 opgenomen. Bijgebouwen mogen binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 100 m2 per bouwperceel. Een aangebouwd bijgebouw mag voor woondoeleinden worden gebruikt, mits dat niet leidt tot een toename van het aantal woningen. De goothoogte van bijgebouwen mag maximaal 3,65 meter bedragen, de bouwhoogte van bijgebouwen mag maximaal 5 meter bedragen.
Indien binnen een bouwvlak voor een woning, een gebouw de maximale hoogtemaat van een bijgebouw overstijgt, dan zal dat gebouw niet worden beschouwd als bijgebouw, omdat het in bouwkundige opzicht niet ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Toetsing vindt dan plaats aan de hoogtematen voor het hoofdgebouw, de woning. Carports In de bouwregels is een afzonderlijke regeling opgenomen voor carports. In artikel 1 wordt blad 42 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
het begrip carport omschreven. Op elk bouwperceel mag maximaal één carport van maximaal 30 m² worden opgericht, welke achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning moet worden gebouwd. Daarnaast geldt, dat een carport grotendeels moet worden opgericht naast de zijgevel van de woning. De hoogte van een carport mag niet meer dan 3,25 meter bedragen. Erfafscheidingen In de bouwregels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, is een regeling opgenomen voor erfafscheidingen. Erfafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van de woning mogen niet hoger zijn dan 1 meter; overige erfafscheidingen niet hoger dan 2 meter. Onder omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Beroep/bedrijf aan huis Zoals hierboven aangegeven mogen de woning en de daarbij behorende bijgebouwen tevens worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep/bedrijf. Hierbij geldt, dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning of bijgebouwen tot een oppervlakte van maximaal 60 m² mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep/bedrijf. Het percentage van 30 % wordt berekend over het bestaande totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen.
Mantelzorg In de gebruiksregels is, naast het algemene verbod om gronden in strijd met de bestemming te gebruiken, een verbod opgenomen om bijgebouwen (niet zijnde aangebouwde bijgebouwen te gebruiken voor (al dan niet afhankelijke) bewoning. Van deze bepaling kan worden afgeweken ten behoeve van mantelzorg. De betreffende afwijking is afgestemd op de provinciale 'Voorbeeldregeling huisvesting ten behoeve van mantelzorg 'van 23 september 2003 en opgenomen in de planregels.
7.4
Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat artikelen, waarin bepalingen zijn opgenomen die gelden voor het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelbepaling, algemeen geldende bouw-, gebruiks-, procedure-, afwijkings- en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Bro overgenomen in het bestemmingsplan. Algemene bouwregels Deze regels bevatten een regeling voor een beperkte overschrijding van bouwgrenzen. Daarnaast is een regeling opgenomen voor de ruimte tussen bouwwerken. Deze bepaling is bedoeld om het ontstaan van smalle ontoegankelijke open ruimten tussen gebouwen op aangrenzende terreinen te voorkomen, omdat deze aanleiding tot hinder door vervuiling kunnen geven. De bepaling kan zowel worden nageleefd door gebouwen tegen elkaar aan te plaatsen, indien het bestemmingsplan dat toestaat, als door een tussenruimte van meer dan een meter breedte te realiseren. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning hiervan afwijken, indien de smalle open ruimte voldoende voor onderhoud bereikbaar is, Hierbij
blad 43 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een opening in de zijgevel van het gebouw. Algemene gebruiksregels Deze regels bevatten de voor het plan geldende algemene gebruiksbepalingen voor wat betreft strijdig gebruik en bevatten algemene parkeerregels. Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn aanduidingsregels opgenomen. Ter plaatse van het gehele plangebied geldt de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Gilzerbaan’. Grondwaterbeschermingsgebieden liggen rondom waterwingebieden. Binnen grondwaterbeschermingsgebieden mag, voor bijvoorbeeld funderingen of kelders, op grond van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant zonder (start)melding niet dieper worden gegraven dan 3 meter onder het maaiveld, om de kwaliteit van het grondwater te beschermen. Tot een diepte van 3 meter onder het maaiveld zijn de risico’s voor het grondwater beperkt. Deze regels zijn overgenomen in het bestemmingsplan, in de vorm van een grens aan de maximale verticale diepte van een bouwwerk. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen waarmee wordt toegestaan om een bouwwerk te bouwen dat dieper ligt dan 3 meter beneden maaiveld.
Algemene procedureregels In dit artikel zijn de regels opgenomen die burgemeester en wethouders in acht dienen te nemen bij het nemen van een besluit omtrent een nadere eis overeenkomstig een in het plan opgenomen regel over nadere eisen. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het corrigeren van de bestemmingsgrenzen ten behoeve van een praktische uitvoering van het plan. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het plan te wijzigen ten aanzien van de wettelijke regels. Overige regels Dit artikel bevat de nadere eisen die burgemeester en wethouders kunnen stellen aan de plaats en afmetingen van bouwwerken.
7.5
Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing opgenomen. Het overgangsrecht houdt in dat gebruik en bebouwing dat in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, maar reeds aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet. Gebruik dat strijdig was met het vorige bestemmingsplan blijft strijdig. Er is geen sprake van legalisatie van reeds strijdig gebruik door dit bestemmingsplan en er kan ook nog steeds worden gehandhaafd. Ook bouwwerken die op de peildatum illegaal zijn, blijven illegaal. Het overgangsrecht volgt uit het Besluit
blad 44 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
ruimtelijke ordening, dat verplicht (artikel 3.2.1) tot het opnemen van een standaard overgangsregel voor bouwwerken (artikel 3.2.1) en gebruik (artikel 3.2.2). Slotregel Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
blad 45 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
blad 46 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
Hoofdstuk 8
8.1
UITVOERBAARHEID
Economische uitvoerbaarheid Voorliggend bestemmingsplan ziet op het planologisch toestaan van woningen op particulier eigendom. Ambtelijke kosten en kosten die door de gemeente in het openbaar gebied moeten worden gemaakt, worden door de gemeente verhaald op de initiatiefnemer. De gemeente sluit met de initiatiefnemer een overeenkomst waarin deze zaken worden vastgelegd, mede in relatie tot de toegangsweg naar de nieuwe kavels/percelen. Met de initiatiefnemer wordt tevens een zogenaamde planschadeverhaalovereenkomst gesloten.
8.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak en vooroverleg Het plan is toegestuurd aan de vooroverlegpartners en ter inzage gelegd in het kader van de inspraak. Van de inspraak is een verslag opgesteld (Bijlage 1). Er zijn op het plan geen inspraakreacties ingediend. Wel is een vooroverlegreacties ontvangen van de provincie Noord-Brabant (brief d.d. 10 mei 2021) en het waterschap. De provincie heeft aangegeven dat het plan vanuit provinciale optiek niet op bezwaren stuit, mits het plan met betrekking tot grond-/drinkwaterbescherming wordt aangevuld. In de algemene aanduidingsregels is in dit kader de aanduiding 'Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied 'Gilzerbaan'' met bijbehorend beschermingsregime opgenomen. Het waterschap heeft gereageerd bij brief d.d. 14 april 2021. Zij heeft een aantal wijzingen in de toelichting voorgesteld, die in het ontwerpbestemmingsplan zijn verwerkt. Van het vooroverleg is een verslag opgesteld (Bijlage 2). Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken, van 29 juli 2021 tot en met 8 september 2021, voor eenieder ter visie gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder een zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad.
Bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan heeft plaatsgevonden in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad "Goirles Belang" en in de "Staatscourant" van woensdag 28 juli 2021, alsmede op de website van de gemeente. Van de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen, is éénmaal schriftelijk gebruik gemaakt, te weten door de provincie Noord-Brabant. Als gevolg van de zienswijze van de provincie is in de planregels een verbod opgenomen op het gebruik van uitlogende materialen. Het zienswijzenverslag is opgenomen als Bijlage 4.
Regels
blad 47 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
blad 48 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Hoprgmk 5@ Kotj|kxyrgm otyvxggqvxuikj{xk
99
Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan “Twee woningen, Heisteeg"
Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling Postbus 17 5050 AA Goirle
INHOUDSOPGAVE
1. Overzicht van de gevolgde procedure 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
Algemeen Object van inspraak Subject van inspraak Inspraakprocedure
2. Tenslotte
E
2
1. Overzicht van de gevolgde procedure. 1.1. Algemeen. Artikel 150 van de Gemeentewet draagt de gemeenteraad op een inspraakverordening vast te stellen, waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke personen en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken. Deze verordening is de door de gemeenteraad van Goirle op 20 december 2005 vastgestelde "Inspraakverordening Goirle" (hierna te noemen: de inspraakverordening). Ten aanzien van bestemmingsplannen is op 14 december 2010 door de gemeenteraad besloten inspraak te verlenen. Tevens is een inspraakprocedure vastgesteld (zie paragraaf 1.4. Inspraakprocedure). Conform artikel 5 van de inspraakverordening van de gemeente Goirle, dienen burgemeester en wethouders ter afronding van de inspraak een eindverslag op te maken. Voorliggend stuk behelst dit verslag en bestaat, zoals voorgeschreven in artikel 5, tweede lid, onder a, b, en c, van de inspraakverordening, uit een overzicht van de gevolgde procedure. 1.2. Object van inspraak. Object van inspraak is het voorontwerpbestemmingsplan "Twee woningen, Heisteeg". 1.3. Subject van inspraak. Inspraak is verleend aan ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden. 1.4. Inspraakprocedure.
De wijze waarop inspraak wordt gegeven is geregeld in de inspraakverordening, zoals deze door de gemeenteraad op 20 december 2005 is vastgesteld. Artikel 4, tweede lid, van de inspraakverordening bepaalt dat ons college voor één of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure kan vaststellen, waarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de inspraakverordening (waarin een standaardprocedure is opgenomen). Van deze mogelijkheid hebben wij op 14 december 2010 gebruik gemaakt, waarbij de volgende inspraakprocedure is vastgesteld. 1. Burgemeester en wethouders leggen het voorontwerpbestemmingsplan, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling daarvan, ter inzage. 2. Voorafgaand aan de terinzagelegging geven burgemeester en wethouders in één of meer dag- of nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van de terzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud. 3. In de kennisgeving als bedoeld onder 2, wordt vermeld: - waar en wanneer de stukken ter inzage liggen; - wie in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen naar voren brengen en - op welke wijze dat kan geschieden. 4. Insprekers kunnen bij burgemeester en wethouders schriftelijk een zienswijze omtrent het voorontwerpbestem-mingsplan naar voren brengen.
5. De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen bedraagt drie weken. De termijn vangt aan met de dag, waarop het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. De artikelen 6:8 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. E
3
Het voorontwerpbestemmingsplan met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling daarvan hebben gedurende drie weken (van 8 april 2021 t/m 28 april 2021) ter inzage gelegen. Hiervan is kennis gegeven op de gemeentelijke website, in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad "Goirles Belang", alsmede op de in de gemeente gebruikelijke wijze door middel van aankondiging van de bekendmaking op het gemeentelijke publicatiebord. Gedurende de termijn van terinzagelegging konden ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden schriftelijk zienswijzen omtrent het voorontwerpbestemmingsplan naar voren brengen bij het college van burgemeester en wethouders van Goirle. Schriftelijke zienswijzen. Van de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen is geen gebruik gemaakt. 2. Tenslotte. De inspraakprocedure heeft niet geleid tot aanpassingen van het voorontwerpbestemmingsplan. Dit eindverslag zal ter kennis worden gebracht van de gemeenteraad . Goirle, 12 mei 2021. namens burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle, de planologisch-juridisch medewerker,
E
4
Hoprgmk 6@ \kxyrgm u|kxrkm Hkyr{oz x{oszkropqk uxjktotm
9=
Verslag van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening ten aanzien van het voorontwerpbestemmingsplan "Twee woningen, Heisteeg" Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening schrijft voor dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van bij het plan betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Op grond van dit artikel is het voorontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan onderstaande instanties met het verzoek om vóór afloop van de inspraaktermijn te reageren: 1. Provincie Noord-Brabant; 2. Waterschap De Dommel; 3. Ministerie van Defensie; 4. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; 5. Rijkswaterstaat Zuid-Nederland. De ontvangen reacties zijn in onderstaande tabel samengevat weergegeven. In de volgende kolom is de reactie van de gemeente weergegeven en de laatste kolom geeft de gevolgen voor het plan weer. Reactie diverse instanties 1.
Reactie gemeente
Gevolgen voor het plan
De aanduiding “grondwaterbeschermingsgebied” zal opgenomen worden in de verbeelding met daarbij een beschermingsregime in de regels van het bestemmingsplan. De in de “Handreiking drinkwaterbescherming NoordBrabant” opgenomen regels en de daarbij behorende toelichting inzake grondwaterbescherming zullen in het bestemmingsplan verwerkt worden.
Deze vooroverlegreactie leidt tot aanpassing van de planregels en verbeelding
Provincie Noord-Brabant.
De provincie heeft bij brief van 10 mei 2021 aangegeven de volgende opmerkingen te hebben. 1a. Zorgen dat de aanduiding ‘grondwaterbeschermingsgebied’ wordt opgenomen in de verbeelding en hieraan een beschermingsregime aan te verbinden. 1b. In de “Handreiking drinkwaterbescherming NoordBrabant” opgenomen toelichting en regels graag overnemen in het bestemmingsplan.
Deze vooroverlegreactie leidt tot een redactionele aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan.
2.
2a.
2b.
3.
4.
5.
Waterschap De Dommel Het waterschap heeft bij brief van 14 april 2021 de volgende opmerkingen geplaatst: In de toelichting van het bestemminsplan staat een foutieve verwijzing van het beleid. Sinds 1 april 2021 is de ondergrens voor aanleg van retentie bij toename aan verhard oppervlak veranderd in 500 m2. Dit was eerst 2000 m2. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. Er wordt verzocht om in de waterparagraaf aandacht te schenken aan het gebruik van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC.
Ministerie van Defensie Het ministerie heeft niet gereageerd. Ministerie van Economie, & Klimaat Het ministerie heeft niet gereageerd. Rijkswaterstaat ZuidNederland Rijkswaterstaat heeft niet gereageerd.
De foutieve verwijzing in de waterparagraaf zal aangepast worden.
Deze vooroverlegreactie leidt tot een redactionele van de toelichting (de waterparagraaf) van het bestemmingsplan.
In de waterparagraaf van het bestemmingsplan zal er aandacht worden geschonken aan het beleid dat de waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen.
Deze vooroverlegreactie leidt tot een redactionele aanpassing van de toelichting (de waterparagraaf) van het bestemmingsplan.
Hoprgmk 7@ Zukroinzotm Yzggz |gt Hkjxoplygizo|ozkozkt
9?
Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten Inleiding Een goede milieuhygiënische kwaliteit in gebieden kan worden gerealiseerd door een juiste afstemming van de situering van bedrijven en milieugevoelige functies (zoals woningen). Om dit te bereiken kunnen globaal bezien twee wegen worden bewandeld: beïnvloeding door middel van ruimtelijke ordening; het nemen van maatregelen op het milieuhygiënische vlak. De ruimtelijke ordening fungeert daarbij als het beleidskader en vormt een "grove zeef", waarbij getracht wordt de juiste functie op de juiste plaats te situeren. Bij de ruimtelijke ordening zijn het aanhouden van afstand tussen bron en gevoelig object (zonering) en functietoedeling de belangrijkste middelen. Milieuhygiënische maatregelen zorgen er vervolgens voor dat, zo nodig, voor de inrichting maatregelen worden getroffen ter voorkoming of beperking van hinder in het omliggende gebied. Bij de regeling in het bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van een "Staat van bedrijfsactiviteiten", gebaseerd op de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, publicatie juni 2007; “het groene boekje”).
Door het koppelen van soorten bedrijven aan richtafstanden met betrekking tot aan te houden afstanden tussen bedrijven en milieugevoelige objecten biedt de staat een (aanvullend) instrument voor ruimtelijk-ordeningsbeleid bij bestemmingsplannen. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de Staat van bedrijfsactiviteiten. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de eerdergenoemde publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG. Staat van bedrijfsactiviteiten De Staat van bedrijfsactiviteiten geeft slechts inzicht in milieu-planologische aspecten per bedrijfstype en een specifieke bedrijfssituatie. Voor de onderscheiden bedrijfstypen, gerangschikt volgens de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-lijst) van het CBS, zijn per bedrijfstype voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de richtafstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf, bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten (de milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties) en een rustige woonwijk. Bij het aanhouden van de richtafstanden tussen de bedrijven/bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige objecten (woningen) kan hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen worden gehouden. Onder bedrijven worden in dit verband ook begrepen landbouw- en recreatiebedrijven en milieubelastende vormen van publieke dienstverlening en openbare instellingen.
Onder milieugevoelige objecten vallen ook ziekenhuizen scholen en terreinen voor verblijfsrecratie. Naast een "algemene staat van bedrijfsactiviteiten" die met name is toegespitst op specifieke bedrijfsterreinen is ook een staat van bedrijfsactiviteiten opgesteld voor gebieden waarbij sprake is van een functiemenging. Daarbij wordt gedacht aan : stadscentra,dorpskernen en winkelcentra horecaconcentratiegebieden zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. Het kan daarbij gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld een grotere levendigheid tot stand te brengen. Het toepassen van een specifieke staat van bedrijfactiviteiten wordt daarbij wenselijk geacht omdat de activiteiten in dergelijke functiemenggebieden qua schaal sterk kunnen verschillen van de activiteiten op specifieke bedrijventerreinen.
Categorie-indeling functiemenging In de bijgaande lijst voor functiemenging is gekozen voor een indeling in drie categorieën: Categorie A Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B Activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelastingvoor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en ander gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C De activiteiten genoemd onder categorie B, waarbij vanwege de relatief grote verkeeraantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Randvoorwaarden Voor de toelaatbaarheid van de activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: 1. het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; 2. productie en/of laad- en loswerkzamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; 3. de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig 4. activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de infrastructuur.
Uitwerking staat van bedrijfsactiviteiten Naast de boevengenoemde randvoorwaarden zijn bij de selectie van de bijgaande lijst de volgende criteria gehanteerd: # voor categorie A gaat het om activiteiten in milieucategorie 1 # voor categorie B gaat het om activiteiten: - in categorie 1 voor het aspect gevaar; - in maximaal categorie 2 voor de aspecten stof en geur; - in maximaal categorie 3.1 voor het aspect geluid; - met een in deze voor verkeer van maximaal 1 G (goederen) en 2p (personen) # voor categorie C gaat het om activiteiten zoals bij categorie B, echter met een index voor verkeer van maximaal 2 g (goederen) en 3 P (personen). # Vuurwerkbesluit is van toepassing.
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan "Twee woningen, Heisteeg"
Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Goirle van 18 januari 2022 Mij bekend, De griffier
Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling Postbus 17 5050 AA Goirle
INHOUD 1 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
INLEIDING
Aanleiding Lijst zienswijzen Ontvankelijkheid Inhoud van de zienswijzen
3 3 3 4 4
2.
SCHRIFTELIJKE ZIENSWIJZEN
5
2.1.
Provincie Noord Brabant
5
2
1. INLEIDING. 1.1. Aanleiding. Voor u ligt de zienswijzennota van het ontwerpbestemmingsplan "Twee woningen, Heisteeg". Dit ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken, van 29 juli 2021 tot en met 8 september 2021, voor eenieder ter visie gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder een zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad. Bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan heeft plaatsgevonden in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad "Goirles Belang" en in de "Staatscourant" van woensdag 28 juli 2021, alsmede op de website van de gemeente. Deze zienswijzennota geeft een overzicht van de inhoud van de zienswijzen en de beoordeling daarvan.
1.2. Lijst zienswijzen. In de onderstaande tabel staan de zienswijzen die bij de gemeenteraad naar voren zijn gebracht. Van de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen is éénmaal schriftelijk gebruik gemaakt. Er zijn geen mondelinge zienswijzen naar voren gebracht. Anonimiseringsverplichting. In deze nota is rekening gehouden met de "anonimiseringsverplichting", welke voort vloeit uit de Wet bescherming persoonsgegevens1. Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen komen. Op rechtspersonen is dit niet van toepassing. Alleen bij de "papieren" versie van deze zienswijzennota zijn de NAW-gegevens van de indieners, niet geanonimiseerd (dit door een kopie van de zienswijzen als bijlage bij de zienswijzennota te voegen). 1. S
Provincie Noord Brabant
Bij brief van 30 augustus 2021
m=mondelinge zienswijze s =schriftelijke zienswijze
1.3.
Ontvankelijkheid.
Vóórdat tot een inhoudelijke beoordeling van een zienswijze kan worden overgegaan, moet worden beoordeeld of deze tijdig, dat wil zeggen binnen de daarvoor geldende termijn, bij de gemeenteraad naar voren is gebracht. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerp-bestemmingsplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn door eenieder zienswijzen naar voren worden gebracht bij de gemeenteraad. Op grond van artikel 3:16 Awb zijn op schriftelijk naar voren gebrachte zienswijze de artikelen 6:9, 6:10 en 6:15 van overeenkomstige toepassing.
1
De Wet bescherming persoonsgegevens is van kracht bij de elektronische beschikbaarstelling van bestemmingsplannen op internet. Omdat er bij bestemmingsplannen geen wettelijke verplichting is om persoonsgegevens elektronisch beschikbaar te stellen, mogen de gegevens niet op internet gepubliceerd worden.
3
Het ontwerpbestemmingsplan "Twee woningen, Heisteeg" is met ingang van 29 juli 2021 voor de duur van zes weken (42 dagen) ter inzage gelegd. Dat betekent dat de termijn eindigt op 8 september 2021 na het verstrijken van het tijdstip 23.59 uur. Op dit moment zijn immers 42 dagen (van 24 uur) verstreken. De zienswijze is binnen de daarvoor in artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening genoemde termijn naar voren gebracht en kan derhalve inhoudelijk worden beoordeeld.
1.4.
Inhoud van de zienswijzen.
In hoofdstuk 2 is de schriftelijke zienswijzen samengevat. Dit betekent niet, dat die onderdelen van de zienswijzen, die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zouden worden betrokken. Elke zienswijze wordt in zijn geheel beoordeeld. Na de samenvatting van de zienswijze volgt de beoordeling en de conclusie. Daar waar hierna wordt gesproken over het ontwerpbestemmingsplan is daarmee bedoeld het ontwerpbestemmingsplan "Twee woningen, Heisteeg", zoals dat ter visie heeft gelegen. Diegenen die een zienswijze naar voren hebben gebracht worden in deze nota aangeduid als indiener(s). De nummers verwijzen naar de nummers in de tabel op pagina 5. Voordat wij inhoudelijk tot de beoordeling van de zienswijzen overgaan hechten wij eraan om in het algemeen op te merken dat een grondbeginsel voor overheidsoptreden is dat besluiten worden genomen zonder aanzien des persoons. Voor bestuursorganen brengt dit mee dat zij zich steeds objectief behoren op te stellen. Zij moeten hun oordelen baseren op deskundigheid en oordelen op beleid, maar mogen niet de ene burger zonder grond bevoordelen boven de ander. Dit beginsel is ook vastgelegd in artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht.2, namelijk in artikel 2:4 (Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid). Dit beginsel werkt twee kanten uit.
Allereerst dient het bestuursorgaan rekening te houden met het algemeen belang. Dit houdt in dat, wanneer sprake is van een discretionaire bevoegdheid en dus een belangenafweging moet plaatsvinden, alle belangen, en bij onderhavig bestemmingsplan zijn dat de belangen van de omwonenden, moeten worden meegenomen. Deze belangen hebben eenzelfde waarde als die van de aanvrager van de bestemmingsplanwijziging. Ten tweede werkt het beginsel ook voor aanvrager. Diens aanvraag moet zoals andere aanvragen worden behandeld en objectief worden beoordeeld. Het kader waaraan getoetst moet worden is voor iedereen gelijk.
2
Artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht luidt: Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid.
4
2. SCHRIFTELIJKE ZIENSWIJZEN. 2.1.
Provincie Noord Brabant
Samenvatting zienswijze. a) In het juridisch kader (planregels) is verbod om schadelijk uitloogbaar bouwmateriaal te gebruiken niet geborgd. Dit is wel een vereiste vanuit de Interim Omgevingsverordening (art. 3.11, 2e lid onder c). Beoordeling Ad a) Het is een juiste constatering dat het verbod op het gebruik van uitloogbaar bouwmateriaal niet (voldoende) juridisch is geborgd in het voorliggende bestemmingsplan. In de planregels zal dit alsnog opgenomen worden. Conclusie De ingebrachte zienswijze c.q. opmerking wordt gedeeld en geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan (planregels).
5
PLANREGELS
2
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen plan: het bestemmingsplan 'Twee woningen Heisteeg' met identificatienummemmer NL.IMRO.0785.BP2020005Tweeheist-vg01 van de gemeente Goirle.
1.2
bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4
aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5
aan huis verbonden bedrijf: het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke -geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen- bedrijvigheid dat door tenminste één bewoner van een woning in die woning en/of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning of de daarbij behorende bijgebouwen past, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie, in ruimtelijke en visuele zin blijft behouden, en de activiteit ter plaatse kan worden uitgeoefend, waaronder een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit in verband met de aan huis verbonden bedrijfsactiviteit behoort, met dien verstande dat de activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge de Wet milieubeheer en is vermeld in categorie A van de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage bij deze regels) of voor wat betreft de aard en omvang in relatie tot de milieuhinder die de bedrijfsactiviteit veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden met een bedrijf dat behoort tot één van deze categorieën.
1.6
aan huis verbonden beroep: een beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, ontwerptechnisch, kunstzinnig of hiermee te vergelijken gebied, niet zijnde detailhandel, dat door tenminste één bewoner van een woning in die woning en/of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie blijft behouden, en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke en visuele uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie.
1.7
afhankelijke woonruimte: een (gedeelte van een) bijgebouw, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning, waarbij dit bijgebouw hoort, en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest.
blad 49 van 73
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Twee woningen Heisteeg Gemeente Goirle Projectnummer 0411209
1.8
ander werk: een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid.
1.9
bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.10
bestaande situatie (bebouwing en gebruik): a.
b.
1.11
legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals deze mogen worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; het gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.