03b Bijlage nadere toelichting belangrijkste wijzigingen.pdf
Tekst van het document
domein Sociaal
Interne memo Aan
College van b&w en gemeenteraad
Van
Monique Claassen
Onderwerp
Nadere toelichting belangrijkste wijzigingen in de verordening
Datum
19-10-2022
Afschrift aan
De belangrijkste veranderingen in de nieuwe verordening zijn: • Artikel 8 Voorwaarden en weigeringsgronden, 2e lid: hierin is naar aanleiding van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ECLI:CRVB:2019:3690 van 20-11-2019 een extra voorwaarde opgenomen van het begrip algemeen gebruikelijk, namelijk dat, in algemene zin, een algemeen gebruikelijke voorziening ook betaalbaar moet zijn met een minimum inkomen. In de verordening wordt hiervoor een duidelijk kader vastgelegd door de koppeling aan de bijstandsnormen inclusief een lening die kan worden afgelost met een inkomen op bijstandsniveau. • Artikel 9, 1e lid: de maatwerkvoorziening voor begeleiding bij zelfredzaamheid en participatie is aangepast aan de nieuwe vorm waarin dit georganiseerd is bij de contractpartners. De rol van het voorliggend veld is verbreed en versterkt waardoor de maatwerkvoorziening alleen nog wordt ingezet voor de ondersteuning die echt niet anders kan worden ondervangen. • Artikel 9, 4e lid onder c: de reikwijdte van Wmo-vervoersvoorzieningen wordt beperkt tot 1500 kilometer op jaarbasis. Dit heeft met name betekening voor het Regiovervoer. Tot nu toe werd een maximum van 2000 kilometer op jaarbasis aangehouden. Het beperken van het aantal Wmovervoerskilometers is een van de maatregelen om grip op de kosten van het Wmo vervoer te krijgen.
Het vervoer voldoet daarmee nog steeds aan de compensatieplicht die gemeenten hebben. De gemeente bespaart met deze maatregel € 4,8% (aandeel vervoerskosten van Goirle op het totaal van de regio) van € 200.281 = € 9.600. • Artikel 10 en 11, 2e lid: voor de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en begeleiding (zorg in natura) wordt geen separatie beschikking afgegeven door de gemeente. Het plan van aanpak van de samenwerkingspartner die hiervoor gemandateerd wordt, is de beschikking. • Artikel 12, 3e en 4e lid: veranderd is dat het pgb niet meer mag worden besteed aan kosten voor een feestdagen uitkering en een eenmalige uitkering en ook dat het pgb geen vrij besteedbaar deel meer bevat. De reden van deze wijziging is dat het pgb bedoeld is voor het inkopen van ondersteuning en niet voor andere doeleinden zoals inkomen. • Artikel 12, 5e lid: dit is toegevoegd om te voorkomen dat zorgaanbieders cliënten werven en al starten met het leveren van zorg, voordat het college een onderzoek heeft kunnen doen naar de noodzaak en voorwaarden van het pgb. Hiermee voorkomen we dat zorgaanbieders druk kunnen uitoefenen om een pgb aan te vragen en/of toe te kennen.
Bladnummer
Datum
2
10 oktober 2022
• Artikel 13, Onderscheid formele en informele hulp: er is een duidelijker onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van formele en informele hulp. In de uitvoering komt het voor dat er discussies ontstaan tot welke groep een zorgverlener moet worden gerekend. De criteria voor formele hulp zijn daarom verder aangescherpt. Tot nu toe hanteerden we twee verschillende pgb tarieven voor formele zorgaanbieders met personeel in loondienst (100% van zorg in natura) en voor formele gekwalificeerde ZZP-ers (75% van zorg in natura). Dit onderscheid laten we los omdat het de uitvoerbaarheid vereenvoudigt en omdat een pgb tarief van 85% van het tarief in natura voor zowel grotere als kleinere aanbieders reëel is. Voor het professioneel tarief geldt dat de professional beschikt over een passende opleiding. Hiervoor gelden dezelfde eisen als bij zorg in natura. De zorgverlener verklaart gekwalificeerd te zijn voor de diensten die hij levert. • Artikel 14, lid 4, 5 en 6: de hoogte van de pgb-tarieven zijn aangepast op grond van de nieuwe beleidsuitgangspunten en nieuwe tarieven van zorg in natura. Zorgverleners laten zich onderscheiden in twee categorieën: professionele zorgverleners die vanuit een bedrijf de zorg verlenen en de zogenaamde informele zorgverleners die de zorg niet beroepsmatig verlenen.
Hun betrokkenheid komt, zoals de naam al zegt, veelal voort uit hun verhouding tot de klant. Het kan gaan om directe familieleden maar ook om een buur of kennis. De tarieven voor professionele zorgverleners zijn gekoppeld aan het zorg in natura tarief. De tarieven voor de informele zorgverleners willen we koppelen aan het wettelijk minimumloon. We gaan hier wel wat boven zitten, te weten 125% van het wettelijk minimumloon. Onder de argumenten 1.3 en 1.4 in het collegeadvies en in het raadsvoorstel wordt dit toegelicht. Nadere toelichting van de doelen die genoemd zijn onder argument 1.4: a. Normaliseren betekent dat het normaal is om problemen en beperkingen die men ervaart zoveel mogelijk op eigen kracht en met hulp van het sociale netwerk op te lossen. Voor het verlenen van informele zorg past een tarief dat het informele karakter van de ondersteuning benadrukt en dus in een juiste verhouding staat met wat professionals verdienen. b. Het doel van het pgb is zorg voor budgethouders is niet bedoeld is als inkomensvoorziening voor zorgverleners. Een aanzuigend effect van onbetaald naar betaalde ondersteuning moet zoveel als mogelijk voorkomen worden. Hoge tarieven voor informeel pgb kunnen in die zin een ongewenste perverse prikkel vormen. c. De tarieven pgb informeel zijn nu relatief hoog ten opzichte van andere gemeenten en regio’s.
Door het pgb-tarief te verlagen sluit het pgb-tarief niet alleen beter aan bij de principiële uitgangspunten zoals geduid onder a en b maar wordt ook recht gedaan aan het principe om zorgvuldig om te gaan met de middelen. Geadviseerd wordt om het formele tarief vast te stellen op 85% van de kostprijs in natura voor begeleiding. Geadviseerd wordt het informele tarief op 125% van het wettelijk minimumloon (WML) op basis van een 36-urige werkweek voor 21 jaar en ouder. Voor huishoudelijke ondersteuning wordt geadviseerd om voor zowel formele als informele zorgverleners het pgb op 125% van het wettelijk minimumloon vast te stellen. • Artikel 16, 3e lid: bijdragen voor algemene voorzieningen buiten het abonnementstarief. Dit geldt voor de algemene was-service en voor ANWB-Automaatje. • Artikel 17, 3e en 4e lid: hierin zijn nieuwe maatregelen opgenomen die door de Stuurgroep Regiovervoer Midden-Brabant zijn vastgesteld in het kader van het project ‘Grip op kosten’. De Stuurgroep geeft hiermee een positief advies aan de colleges om deze maatregelen over te nemen. - Kosten vervoerspas: Voor de Regiovervoerspas wordt voortaan 1x per 5 jaar een klein bedrag in
Bladnummer
Datum
3
10 oktober 2022
rekening gebracht, te beginnen met nieuwe cliënten. Het grootste deel van de Wmovervoerspashouders reist zelden of nooit. Door een klein bedrag in rekening te brengen willen we de beheerskosten verminderen door het aantal niet-gebruikers te verminderen. Het doel is gelijktrekken van de Wmo vervoerspas met de OV-chipkaart waarvoor ook een klein bedrag moet worden betaald. - Spritstarief: De bijdrage voor Wmo-reizigers wordt verhoogd tijdens de spritsuren. Hiermee worden kosten bespaard tot maximaal € 11.000 per jaar door een betere spreiding van reizigers in de tijd en oneigenlijk gebruik van het Wmo vervoer naar werk, school, stage of dagbesteding wordt ontmoedigd. De directe besparing voor Goirle is beperkt. • Artikel 17, 6e lid: er wordt een lage bijdrage ingevoerd voor de nieuwe algemene was-voorziening. Deze bijdrage wordt buiten het abonnementstarief om geïnd door de wasserij. De gemeente betaalt aan de wasserij de kostprijs per was waarop de bijdrage van de gebruiker in mindering is gebracht. De lage bijdrage geldt alleen voor de aangewezen doelgroep voor de was-service. Overige gebruikers betalen de kostprijs. • Artikel 17, 7e lid: ANWB Automaatje is een algemene voorziening voor vervoer van ouderen en mensen met een beperking door vrijwilligers met hun eigen auto. ContourdeTwern begeleidt de vrijwilligers die Automaatje runnen.
Automaatje is aanvullend en deels vervangend aan Wmo vervoersvoorzieningen zoals Regiovervoer en scootmobielen, hoewel Automaatje géén vervoersplicht kent. Het is zeer geschikt voor vervoer met een ‘maatje’ en ook te gebruiken voor vervoer naar de hulpmiddelpool ‘Deelmobiel’. • Artikel 19: verrekening van een terug te vorderen bedrag met betalingen op grond van de wet die nog uitgekeerd moeten worden, met name pgb. Dit artikel is nieuw in de verordening en is een aanvulling op de mogelijkheid van herziening en terugvordering op grond van artikel 2.3.10 en artikel 2.4.1 lid 1 van de wet. Dit is een meer technisch-juridische aanpassing. • Artikel 20: dit is toegevoegd om de integraliteit van voorzieningen te benoemen die zich bevinden op het raakvlak van Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. • Artikel 21, 5e lid: De kwaliteitseisen van aanbieders die via een pgb werken zijn aangescherpt en zijn gelijk gesteld met de kwaliteitseisen van gecontracteerde aanbieders. • Artikel 30: bevat een algemene bepaling over de bevoegdheid van het college om maatwerk te leveren als de uitvoering daar om vraagt. Niet elke denkbare situatie die zich in de praktijk kan voordoen kan immers in de verordening of in beleidsregels worden vastgelegd. Deze bepaling geeft handelingsruimte aan het college zonder meteen de hardheidsclausule toe te hoeven passen.