03b- Bijlage 2 - ontwerp-omgevingsvisie.pdf
Tekst van het document
3.1.5 Wat willen we niet (kaders en monitoring) • • • • •
Achteruitgang van de bodemkwaliteit Achteruitgang van grondwaterkwaliteit en oppervlaktewaterkwaliteit Landschappelijke structuren aantasten. Grootschalige bouwontwikkelingen buiten de aangewezen zoeklocaties (op termijn). Aantasting of verdwijning van cultuurhistorische elementen als gevolg van ontwikkelingen.
3.1.6 Waar (kwaliteiten)
Beekdalen De beekdalen zijn zowel voor water, bodem, landschap als cultuurhistorie bepalend. Hier stellen we kaders aan ontwikkelingen. Deze gebieden houden we zoveel mogelijk onbebouwd, hierbinnen en -langs ligt namelijk een deel van de verbeterdoelen omtrent water en natuur. Delen hiervan zijn al beschermd onder als Natuur Netwerk Nederland-gebied (NNN-gebied), maar de functie als ecologische verbindingszone willen we verbeteren middels de uitbreidingen in het kader van Nieuwe Natuur Brabant (NNB). Een opgave die hiermee samenhangt is het verbeteren van de waterkwaliteit. Bos- en heidegebieden De bos- en heidegebieden hebben beide grote landschappelijke en ecologische waarde. Voor een groot deel zijn deze gebieden reeds aangeduid als NNN- of Natura 2000-gebied, waardoor hier reeds aanvullende eisen worden gesteld. We streven naar grote en aaneengesloten natuurgebieden, de bosen heidegebieden vormen hierin een cruciale ecologische schakel. Aandachtspunt hierbinnen is de balans tussen recreatie en ecologie. Middels een zonering wordt deze balans nader afgestemd. Agrarische gebieden In het agrarische gebied stellen we minder harde kaders met betrekking tot water en ecologie, terwijl ook hier een belangrijke opgave ligt. Deze opgave pakken we echter veel meer in gezamenlijkheid op. We bekijken samen met o.a.
agrariërs, natuur- en landschapsorganisaties hoe we landschappelijke kwaliteit, ecologie en waterkwantiteit- en kwaliteit kunnen optimaliseren. We beschermen binnen deze gebieden wel de cultuurhistorisch waardevolle gebieden, lijnen en elementen. Huidig bebouwd gebied Het huidig bebouwd gebied is op de kruispunten van routes aan de rand van de beekdalen ontstaan. In het hart van de kernen, bij onze monumenten en langs de historische linten hebben we extra aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast is het in het kader van water, bodem, landschap en cultuurhistorie met name een opgave om de openbare ruimte in de kernen groen, waterproof en toegankelijk te houden en - waar nodig - te maken. In gebieden met waardevol particulier groen geldt dat des te meer. Cultuurhistorisch waardevolle gebieden, lijnen en elementen Het gaat hierbij om Rijks- provinciale of gemeentelijke monumenten, zoals bijvoorbeeld onze kerken, kloosters en grafheuvels, maar ook om aandachtsgebieden zoals bij de oude industriële complexen 3.1 KWALITEITSLAAG - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 31
32 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE
3.2. Netwerklaag Introductie
Naast de landschappelijke structuren zijn infrastructurele routes en ruimtelijke knooppunten zoals de dorpskernen en linten belangrijk voor de samenhang, het gebruik en verplaatsing binnen onze fysieke leefomgeving. Hetzelfde geldt voor het energienetwerk. De bestaande netwerken vormen een ordeningsprincipe, we bouwen namelijk voort op bestaande netwerken. Waar nodig investeren we samen met onze partners in (het versterken van) deze netwerken.
3.2.1 Inzetten op duurzame mobiliteit
Visie: We willen waarborgen dat voorzieningen goed vindbaar, bereikbaar en voor iedereen toegankelijk zijn. We streven naar een acceptabele doorstroming voor alle mobiliteitsvormen en dragen zorg voor de verkeersveiligheid. In ons beleid zetten we specifiek in op ruimte voor duurzame mobiliteit. In de wijken en kernen is dit met name gericht op langzaam verkeer en dus minder op de auto. Regionaal is dat gericht op een mix van schone auto’s en openbaar vervoer. Ondanks dat de prioriteit bij duurzame mobiliteit ligt verliezen we het huidige mobiliteitsgebruik, dat voornamelijk is gericht op de auto, niet uit het oog. Het is een geleidelijke transitie. Doelen: • Duurzame mobiliteit stimuleren. We zorgen voor de realisatie van openbare laadpalen voor elektrische voertuigen. In de wijken en kernen zorgen we voor meer ruimte voor groen en langzaam verkeer (fietsers en voetgangers). Dit betekent dat de ruimte voor de auto op den duur minder prioriteit krijgt. • Optimale fietsinfrastructuur. Voor het fietsverkeer richten we ons op snelle en comfortabele routes en goede parkeermogelijkheden bij voorzieningen. Hierbij is bijzondere aandacht voor verbindingen tussen diverse kernen en nieuwe snelfietsroutes. • Waardevolle recreatieve routes. We zetten daarbij ook in op behoud en uitbreiding van de groene recreatieve routes.
In het middengebied zoeken we middels een zonering naar een goede balans tussen recreatie en ecologie. • Inclusieve openbare ruimte. Voor wandelverkeer richten we ons op goed toegankelijke, comfortabele routes en voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn. Ook voor minder mobiele inwoners. • Verbetering van OV-netwerk. We zetten in op een verbetering van het huidige OV-netwerk. Hierbij is bijzondere aandacht voor de ontsluiting van voorzieningen en verbindingen tussen diverse kernen. • Optimale Auto-infrastructuur. Voor de auto richten we ons op de doorstroming van ontsluitingswegen van beide kernen en een parkeeraanbod dat past bij de functie van het gebied. • Veilig verkeer. Het risico op verkeersincidenten verminderen. We werken risicogestuurd. Dit willen we doen door knelpunten/objecten in de infrastructuur die leiden tot verkeersonveilige situaties weg te nemen, in het bijzonder nabij scholen. Het is echter niet enkel infrastructureel, gedrag is net zo belangrijk. Daarom sturen we ook een veilige deelname aan het verkeer (communicatie en educatie).
3.2.2 Faciliteren van het energienetwerk
Visie: De ambitie is om als gemeente in 2050 energie- en CO2-neutraal te zijn, aansluitend op de landelijke doelstelling. Om dit te bereiken ligt er met name in de gebouwde omgeving een grote opgave op het gebied van energiebesparing en verduurzaming van de warmtevoorziening (zie ook 3.3.4). Daarnaast willen we aan de landelijke doelstelling bijdragen om in 2020 14% van het energieverbruik duurzaam op te wekken en 25% in 2030. In de Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS) hebben we afgesproken te werken aan het opwekken van 1 TeraWattuur (TWh) aan duurzame elektriciteit in 2030. Dit gebeurt zowel kleinschalig in de dorpskernen, als grootschalig in het buitengebied (zie ook 3.3.4 en 3.3.7). Hiervoor is het nodig om de komende jaren het energienetwerk aan te passen, zowel voor elektriciteit als warmte. We streven naar een efficiënt energienetwerk waarin vraag en aanbod van energie goed op elkaar zijn afgestemd. Op een manier waardoor maatschappelijke kosten zoveel mogelijk beperkt worden. De clustering van wind- en/of zonne-energie nabij de knooppunten in de energie-infrastructuur is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Deze zogenoemde energiehubs koppelen de opslag, overslag en distributie van energie. Door de hubs te combineren met klimaatopgaven en andere gebruiksfuncties krijgen ze bovendien een bredere maatschappelijke waarde. Doelen: • Trias Energetica hanteren.
Voor alle projecten moet trias energetica het uitgangspunt zijn. Dit houdt in dat optimaal gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden om energie te besparen, dan wel energie duurzaam op te wekken, dan wel zo slim mogelijk gebruik maken te van fossiele energie. • Efficiënt en betaalbaar energienetwerk faciliteren. Efficiëntie, betaalbaarheid en planning zijn hierbij belangrijke uitgangspunten. Voor de gemeente Goirle ligt de focus op korte termijn langs de A58. Op langere termijn (na 2030) kan het net worden uitgebreid richting het zuiden van het buitengebied. • Alternatieve warmtebronnen. Voor de verduurzaming van de gemeente is de warmtetransitie een belangrijke opgave. Per wijk wordt inzichtelijk gemaakt wat efficiënte en betaalbare duurzame alternatieven zijn voor verwarming met aardgas en wat dit betekent voor benodigde infrastructuur.
3.2 NETWERKLAAG - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 33
3.2.3 Klimaatrobuuste infrastructuur en een goede openbare ruimte
Visie: De ambitie is om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Om dit te bereiken ligt er in de gebouwde omgeving een grote opgave om de riolering, openbare ruimtes en tuinen her in te richten. Dat wil zeggen dat pleinen, parken of plantsoenen worden ingezet voor (tijdelijke) wateropvang en bijdragen aan het verminderen van hittestress. Inwoners van de gemeente Goirle zijn zich bewust van klimaatverandering en richten hun tuinen klimaatbestendig in. Natte voeten behoren hiermee tot de verleden tijd. Daarnaast streven we naar een openbare ruimte die schoon, heel, veilig en toegankelijk is. Doelen: • Effectief beheer stedelijk afvalwater. We zorgen voor een doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater, voorkomen ongewenste emissies/gezondheidsrisico’s en beperken overlast voor de omgeving. • Effectief beheer hemelwater. We zorgen voor een doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater, beperken van het risico op wateroverlast, en dragen bij aan klimaatadaptatie. In combinatie met de reguliere onderhouds- en vervangingsmaatregelen streven we ernaar om het rioleringssysteem en de bijbehorende openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. • Effectief beheer oppervlaktewater. We zorgen voor de bergings- en ontwateringsfunctie van het stedelijk oppervlaktewater en dragen bij aan verhogen van de waterbeleving van dorpswateren.
• Effectief beheer openbare ruimte. We streven we naar een openbare ruimte die schoon, heel, veilig en toegankelijk is. Bij (her)inrichting, renovatie en onderhoud van de openbare ruimte houden we de kwaliteit op peil en verlengen we de (rest)levensduur. Dit doen we kostenefficiënt. Daarbij zijn duurzaamheid, klimaatrobuustheid en biodiversiteit speerpunten, maar is ook een belangrijke rol weggelegd voor burgerparticipatie (op basis van de Omgevingsdialoog), communicatie en veiligheid.
3.2.4 Rol van de gemeente - netwerken
Als gemeente kunnen, willen en hoeven we niet alles zelf te doen om onze doelen te bereiken. Net zoals we de omgevingsvisie zoveel mogelijk gezamenlijk met onze partners hebben uitgewerkt, willen we ook de uitvoering zoveel mogelijk gezamenlijk met onze partners oppakken. We volgen hier de spelregel: “We pakken regie waar het moet en laten los waar wat kan”. Op het gebied van duurzame mobiliteit en uitbreiding van het energienetwerk hebben wij als gemeente een rol, maar wij realiseren ons dat wij hierbinnen slechts een van de vele actoren zijn. We kiezen hierbij met name een netwerkende (participerende) en responsieve (faciliterende) rol, denk bijvoorbeeld aan aanpassingen aan het energienet voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Hier zien wij een rol om stakeholders te verbinden, maar we gaan bijvoorbeeld niet zelf investeren in de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. 34 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 3.2 NETWERKLAAG
Op onderdelen kiezen we wel een meer presterende (initiërende) rol, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling en het beheer van gemeentelijke infrastructuur. Op die manier dragen wij ons steentje bij aan de benodigde capaciteit van onze duurzame netwerken.
3.2.5 Wat willen we niet (kaders en monitoring): • • • • • •
Toename van verkeersopstoppingen Verslechtering van milieukwaliteit als gevolg van verkeer Toename aantal m2 ruimte voor auto (parkeren en infrastructuur) per inwoner ten opzichte van huidige hoeveelheid. Verslechtering van verkeersveiligheid Inefficiënt energienetwerk - te grote mismatch in vraag en aanbod Toename van negatieve gevolgen als gevolg van klimaatverandering, zoals hittestress, overstromingen, verdroging en wateroverlast.
3.2.6 Waar (netwerken):
A-58 zone In de A-58 zone ligt (net op Tilburgs grondgebied) het hoogspanningsstation Tilburg-Zuid. Dit hoogspanningsstation is voor de energietransitie in Goirle van belang. Hier is nog beperkt capaciteit voor aanvullende energie-initiatieven. We zien in dit gebied kansen voor grootschaligere energieinitiatieven en bijbehorende infrastructuur. In deze zone zijn ook andere infrastructurele opgaven zoals, faunapassages en verbindingen met Tilburg en de nieuwe woonwijken van belang. Huidig bebouwd gebied In de kernen leggen we de prioriteit bij langzaam verkeer, maar ook groen, water en spelen. Wij zijn ons bewust dat dit ten koste kan gaan van ruimte voor de auto. Wel houden we cruciale voorzieningen, alsmede de hoofdverbindingen bereikbaar met de auto. Ook faciliteren we hier de benodigde laadinfrastructuur. In het bebouwd gebied ligt daarnaast een behoorlijke opgave op het gebied van verduurzaming van de warmtevoorziening van gebouwen. Hierbij is energiebesparing cruciaal. We onderzoeken per wijk wat mogelijke efficiënte en betaalbare duurzame alternatieven zijn. Tot slot is de ambitie om onderhoudskwaliteit B vast te houden voor woonwijken en bedrijventerreinen en onderhoudskwaliteit A (hoog) voor het centrum, afhankelijk van de beschikbare middelen.
Buitengebied In en rondom de natuur- en stiltegebieden maken we middels zonering en routing nadere afspraken omtrent de gewenste balans tussen recreatie en natuur. Ook breiden we onze groene recreatieve routes uit.
OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 35
3.3 Gebruikslaag Introductie
Om aantrekkelijk te blijven voor inwoners, ondernemers en bezoekers is het belangrijk om voldoende ruimte te bieden aan bestaande en nieuwe activiteiten en functies. In deze laag gaan we daarom in op de gewenste ontwikkeling van de gemeente. Dit gaat over ontwikkelingen, activiteiten en functies waar we als gemeente ruimte aan willen bieden. We gaan hierbij uit van de centrale waarden en de Gôolse en Rielse schaal.
3.3.1. Realiseren van een robuust groen- en natuurnetwerk
Visie: Het klimaat verandert, met als gevolg dat buien en hittegolven in de toekomst intenser worden. Ook is de biodiversiteit in de afgelopen jaren sterk afgenomen. We willen deze afname stoppen, de biodiversiteit herstellen en op het veranderende klimaat anticiperen door samen met onze partners te werken aan robuuste – klimaatadaptieve en ecologisch waardevolle – landschappen en kernen. Dit betekent dat de omgeving goed bestand is tegen hitte, wateroverlast en droogte en de biodiversiteit bevordert. Dit laatste is gericht op de diversiteit aan planten en dieren die we willen behouden, dan wel versterken. Om deze ambitie te bereiken bieden we ruimte aan nieuwe natuur in het verlengde van de bestaande groenblauwe netwerken. Daarnaast aan (innovatieve) maatregelen die helpen bij het vergroten van de opnamecapaciteit van het landschap. Dit doen we zowel lokaal als in regionaal verband – bijvoorbeeld in het kader van het natuurbod en klimaatdoelstellingen binnen de REKS. In het buitengebied ligt de opgave om het natuurnetwerk verder uit te rollen en klimaatadaptieve maatregelen te nemen, onder andere in de beekdalen, agrarisch gebied en het bosgebied. In en rondom het stedelijk gebied creëren we een sterke groenstructuur en maken we in het straatbeeld ruimte voor groen in plaats van verharding. Dit helpt om hittestress tegen te gaan en wateroverlast te beperken.
Belangrijkste opgaven/doelen: : • Versterken groenstructuur. Versterken van de groenstructuur in en rond de woonkernen, waarmee in het stedelijk gebied koelte wordt gecreëerd en met behulp van ecologisch beheer ook de biodiversiteit versterkt wordt. Groene corridors en groene wiggen in de stedelijke structuren, boomstructuren en waterstructuren zijn hierbij van essentieel belang. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt voldoende en klimaatbestendig groen aangelegd. Ook vergroenen we waar mogelijk het verhard oppervlak in stedelijk gebied om neerslag direct of vertraagd in de bodem op te slaan en om hittestress in de woon- en leefomgeving tegen te gaan. • Uitbreiden en verbinden natuurnetwerk. We voeren de projecten in het Regionaal Natuurbod uit om natuur te ontwikkelen, ecologische verbindingszones en faunapassages aan te leggen en beekherstel uit te voeren. Hiermee bieden we meer ruimte aan een gebiedseigen variatie van planten en dieren in het landschap. Negatieve invloeden op de biodiversiteit proberen we te verminderen, onder andere door natuurbeheer door agrariërs en andere gebruikers te stimuleren. Ontwikkelingen in het buitengebied zijn alleen toegestaan als ze de natuur en/of het landschap verbeteren. • Waterbuffers. Gekoppeld aan de beeksystemen creëren we waterbuffers.
Het oppervlaktewater laten we waar mogelijk infiltreren en bufferen we op locaties met voldoende beschikbare ruimte. We noemen dit waterbergingsgebieden. We streven naar goed beheersbare infiltratievoorzieningen. • Transformatie bossen. Daarnaast zetten we in op de transformatie van bossen. Het omzetten van naaldhoutbossen in meer biodiverse loofhoutbossen is wenselijk om meer water vast te houden en koelere bossen te creëren.
36 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 3.3 GEBRUIKSLAAG
3.3.2. Verstedelijking
Visie: De gemeente Goirle bevindt zich aan de rand van het Hart van Brabant en de Brabantse Stedenrij (Breda-Tilburg-Den Bosch-Eindhoven). Hier is een grote verstedelijkingsopgave met bijbehorende ruimteclaims. Er is als het ware sprake van een stedelijke druk van zogenoemde ‘rode functies’ op het groene landschap en de dorpse kernen. Op dit moment zijn, naast diverse binnenstedelijke locaties, de Bakertand en de Zuidrand in ontwikkeling. Hiermee wordt naar verwachting tot 2030 voldoende in de (regionale) woningbouwbehoefte voorzien. Bij de woningbouwopgave zetten we in eerste instantie in op de mogelijkheden van inbreiding en herstructurering, alvorens uit te breiden. Op langere termijn (na 2030) is dat mogelijk onvoldoende voor de regionale verstedelijkingsbehoefte, daarom denken we nu al over mogelijke uitbreidingslocaties. Hieronder hebben we een aantal locaties opgesomd die eventueel voor verstedelijking afweegbaar zijn. Hierbij hebben we ook het Riels Kwadrant opgenomen als schuifruimte voor sportvoorzieningen. Vanwege de laaggelegen ligging nabij het beekdal is dit minder geschikt voor woningbouw. De verplaatsing van sportvoorzieningen kan echter wel binnenstedelijke ontwikkelingsruimte creëren. Belangrijkste opgaven/doelen: • Zorgen voor kwaliteit van ontwikkelingen.
Zorg dragen voor ontwikkelingen die bijdragen aan het behoud van de functionele structuur en leefbaarheid en niet voorbij mogen gaan aan het ‘dorps karakter’ van onze gemeente. Zorg dragen voor het behoud en versterking van de groenstructuur bij ontwikkelingen. We zetten enkel in op natuurinclusieve ontwikkelingen. • Reserveringen binnenstedelijke locaties. We hanteren de ladder voor duurzame verstedelijking. Dat betekent dat we uitgaan van de (regionale) behoefte en in eerste instantie inzetten op binnenstedelijke woningbouwlocaties. • Reserveringen uitbreidingslocaties lange termijn (na 2030). Ruimtelijke reserveringen voor mogelijke uitbreidingslocaties op lange termijn betreffen: o Riels Kwadrant (schuifruimte sport) o Spaanse Hoek (woningbouw) o Riel-Noord (woningbouw) o Riel-Zuid (woningbouw) o Tijvoort-Zuid (bedrijvigheid) We reserveren nu ruimte, maar verkennen nog nader wanneer, met welke prioritering en in welke volgorde we op de diverse locaties ruimte voor ontwikkeling bieden. Dit hangt onder andere af van de lokale en regionale woningbehoefte.
3.3.3. Levendig centrum en florerende detailhandel
Visie: Aantrekkelijke en goed functionerende dorpscentra zijn van belang voor een goed woonklimaat en voor de lokale economie. Hierbij geldt dat Goirle het hoofdcentrum is voor dagelijks en niet-dagelijks aanbod. Riel richt zich primair op dagelijks aanbod. We willen in Goirle een compact, levendig centrum creëren waar de boodschappen- en winkelfunctie de functionele drager blijft, maar waar ook nadruk ligt op een aantrekkelijke verblijfs- en ontmoetingsfunctie met cultuur, evenementen en horeca. Daarnaast zien we een groeiende woonfunctie voor met name kleine huishoudens. In Riel zetten we in op het behoud van het huidige voorzieningenniveau. Dit voorzieningenniveau groeit op lange termijn wel mee met eventuele woningbouwontwikkelingen. Belangrijkste opgaven/doelen: • Clustering voorzieningen. We zetten in op een clustering van detailhandel, horeca en andere publieksfuncties in het compacte centrumgebied van Goirle en op termijn verkleuring van de randen van het centrum naar woningen. Buurtcentrum van Hogendorpplein functioneert als boodschappencentrum voor de inwoners in het westen van Goirle. In Riel richten we ons op het behoud van het bestaande voorzieningenniveau. • Levendig en aantrekkelijk centrum. Levendigheid staat in het dorpscentrum voorop. In beide dorpscentra is dan ook ruimte voor het organiseren van evenementen.
Hierbij accepteren we overdag en in de avonden enige hinder door drukte en geluid om ruimte te bieden aan levendigheid. We maken heldere afspraken over de voorwaarden en regelgeving voor evenementen en andere activiteiten. Uitgangspunt is in ieder geval dat evenementen moeten bijdragen aan de sociale samenhang in het dorp. Het verblijfsklimaat van de dorpscentra verbeteren we, waarbij we ons onder andere richten op vergroening van de openbare ruimte en de mogelijkheid tot ontmoeten. • Delen van het centrum. Voor Goirle richten we ons op een duidelijke functionele zonering: o Noordelijke as De Hovel als hoofd-as centrum o Kloosterplein als ontmoetingsplek en cultureel hart (cultureel centrum Jan van Besouw) o Tilburgseweg en Kalverstraat kennen een gemengd profiel o Zuidelijke as De Hovel als flexibel centrummilieu. • Bereikbaarheid voorzieningen. Bezoekgemak met de auto en fiets is een belangrijke voorwaarde voor het centrum, dit willen we blijven faciliteren. We faciliteren dit met name aan de randen van het centrum, zo wordt het centrum zelf grotendeels auto- en fietsluw. Hierbij leggen we de prioriteit bij duurzame en schone mobiliteit (zie 3.2.1.), zowel voor auto, fiets, openbaar vervoer als te voet. Bij nieuwe woningbouwontwikkelingen zoeken we naar oplossingen voor de parkeerdruk.
Daarnaast zetten we in op goede toegankelijkheid van de voorzieningen, ook voor minder mobiele inwoners.
3.3 GEBRUIKSLAAG - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 37
3.3.4. Groene, gezonde en toekomstbestendige wijken
3.3.5. Iedereen vitaal
Belangrijkste opgaven/doelen: • Voldoende geschikte woningen. We zorgen voor geschikte huisvesting voor doelgroepen die het meeste in de knel zitten. Passend bij de schaal van onze kernen huisvesten we bovendien specifieke doelgroepen. Hiervoor werken we ook aan een woon-zorg analyse. Dit doen we in overleg met Leystromen en de regio. Het gaat hierbij ook nadrukkelijk om samen met eigenaren en inwoners woningen levensloopbestendig te maken. Daarmee bedoelen we dat deze ook geschikt zijn voor minder mobiele ouderen. • Verduurzaming bestaande woningen. Gezamenlijk met eigenaren en/of inwoners inzetten op verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. We werken toe naar alternatieve warmtebronnen voor woningen. Daarnaast stimuleren we inwoners om energiebesparende maatregelen te nemen, bijvoorbeeld door de isolatie van de woning te verbeteren, en kleinschalig zelf energie op te wekken, bijvoorbeeld door zonnepanelen op het dak te plaatsen. • Inzicht in hitte. Voor 2021 – 2023 zal de focus liggen op het verder in beeld brengen waar hitte bestrijding het meest nodig is en wat er mogelijk is om deze plekken leefbaarder te maken. • Vergroenen van wijken. We creëren een sterke groenblauw structuur in de woonwijken. We zetten in op vergroening van het verhard oppervlak, zowel horizontaal (bomen, heggen, gras) als verticaal (groene gevels).
Ecologisch beheer is hierbij een belangrijk uitgangspunt om ook de biodiversiteit in de dorpskernen te verhogen. Met groen gaan we hitte tegen en kunnen we het regenwater beter vasthouden en bergen. Bovendien draagt het bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Ook inwoners proberen we bewust te maken van de positieve effecten van meer groen. Zij kunnen namelijk ook een steentje bijdragen, bijvoorbeeld door de stenen uit de tuinen te halen, overtollig neerslag in regentonnen op te slaan of door groene daken en gevels aan te leggen. • Bereikbare voorzieningen. Omdat het belangrijk is dat voorzieningen in de buurt aanwezig zijn, zetten we in op het behoud van de huidige voorzieningenstructuur in Goirle en Riel. Wijkpunten vervullen hierbij belangrijke loketfunctie.
Belangrijkste opgaven/doelen: • Fysieke toegankelijkheid. Fysieke toegankelijkheid van de openbare ruimte, maatschappelijke en commerciële voorzieningen en het openbaar vervoer voor al onze inwoners, ook de inwoners minder goed ter been zijn. • Beweegvriendelijke ruimte. Sturen op een omgeving die een gezonde levensstijl bevordert en overgewicht verminderd. We richten de openbare ruimte in op de mogelijkheid tot ontmoeten en spelen/bewegen om te zorgen voor een aantrekkelijke woonomgeving met voldoende fiets- en wandelroutes. Daarnaast zorgen we voor voldoende sportfaciliteiten. • Voldoende wijkpunten. Er wordt bekeken of het waardevol is om meer wijkpunten te realiseren. Deze wijkpunten realiseren we dan aansluitend op de bestaande functionele structuur. Wijkpunten willen we doorontwikkelen tot plek waar ruimte voor ontmoeting en (zorg)ondersteuning, voor alle inwoners dichtbij in de eigen buurt is georganiseerd. De functie willen we bovendien uitbreiden door andere ontwikkelingen in het fysiek en/of sociaal domein ook vanuit deze wijkpunten op te pakken. Denk bijvoorbeeld aan participatie voor projecten vanuit de Omgevingswet. • Toepassen pijlers GGD. De pijlers gezonde start, gezonde leefstijl, gezonde geest en gezonde leefomgeving passen we toe. Deze pijlers worden naast inzet vanuit de regio, doorvertaald naar lokaal beleid, ook wel de Lokale Accenten genoemd.
Deze lokale accenten worden jaarlijks opnieuw vastgesteld. • Faciliteren van wijkinitiatieven. Het bieden van ruimte (en verminderen van regeldruk) aan burgerinitiatieven die bijdragen aan de sociale samenhang in de buurt en/of het aantrekkelijker maken van de buurt. Denk aan activiteiten voor jong en oud gericht op ontmoeting, projecten om de buurt te vergroenen of het aanleggen van een gezamenlijke moestuin. • Ruimte voor evenementen in de kernen. Leefbaarheid gaat over een fijne woon- en leefomgeving en levendigheid over reuring, plezier en activiteiten. Soms kan dat schuren, maar beide aspecten zijn van belang. In de woonwijken is alleen ruimte voor kleinschalige buurtactiviteiten. Grootschaligere evenementen vinden plaats in de dorpscentra. We maken heldere afspraken over de ruimte (en bijbehorende regelgeving) voor eventuele activiteiten.
Visie: We zetten in op groene, gezonde en toekomstbestendige wijken voor jong en oud. We zorgen voor goed samengestelde woningvoorraad, zowel in aantal als type woningen. Hiervoor maken we optimaal gebruik van de bestaande woningvoorraad, in combinatie met gerichte nieuwbouw. Bij nieuwbouw willen we aandacht voor natuur inclusief bouwen, zowel in de buitenruimte als in de gebouwen. Daarnaast gaan we aan de slag met de verduurzaming van de woningvoorraad, zodat wordt bijgedragen aan de doelstelling om een klimaatneutrale gemeente te zijn in 2050. Naast duurzame woningen, is een aantrekkelijke en klimaatbestendige woonomgeving ook van wezenlijk belang voor een toekomstbestendige woonwijk. Ook zorgen we voor voldoende voorzieningen die goed bereikbaar en toegankelijk zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan scholen, parken, gezondheidsvoorzieningen en dagelijkse boodschappen.
38 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 3.3 GEBRUIKSLAAG
Visie: We willen zowel in het fysieke als sociale domein de juiste randvoorwaarden creëren voor de jeugd om gezond en veilig op te groeien en voor volwassenen om gezond ouder te worden, zowel fysiek als mentaal. We gaan uit van de kracht van de lokale samenleving waarin iedereen kan meedoen. Een groene, gezonde en veilige leefomgeving kan hieraan bijdragen. De leefomgeving moet dan wel zodanig zijn ingericht dat ook echt iedereen mee kan doen, dus ook de kwetsbare inwoners. Zo zorgen we voor een inclusieve samenleving. In een wijkgerichte aanpak die we kiezen voor de ‘toekomstbestendige wijken’ (zie ook 3.3.2), zetten we in op een versterkte koppeling tussen het sociale en fysieke domein. Hierbij zorgen we voor een goede balans tussen leefbaarheid en levendigheid.
3.3.6. Vitale, innovatieve en duurzame bedrijventerreinen
Visie: We willen de huidige ruimte voor bedrijven grotendeels behouden. We zetten erop in dat bedrijven zoveel mogelijk zijn geclusterd op de twee bedrijventerreinen (Tijvoort en Veertels) en dat deze terreinen goed bereikbaar zijn. Beide terreinen zijn en blijven primair gericht op ruimte voor ondernemen. Hiermee zorgen we ervoor dat het (lokaal) Midden- en Kleinbedrijf (MKB) voldoende uit de voeten kan en zo de lokale economie blijft draaien. We kiezen ervoor om vraaggericht te ontwikkelen, zodat we maatwerk kunnen leveren. Hierbij zetten we optimaal in op de mogelijkheden van inbreiding en herstructurering (optimaal ruimtegebruik), alvorens uit te breiden. Samen met de bedrijven werken we toe naar circulaire bedrijfsmodellen. We stimuleren innovaties die duurzaam zijn en de impact op het milieu minimaliseren. Belangrijkste opgaven/doelen: • Mix van bedrijvigheid behouden. Op de bedrijventerreinen is ruimte voor een mix aan bedrijvigheid. Buiten het centrumgebied van Goirle en de Dorpsstraat in Riel is verdere spreiding van detailhandel niet wenselijk. Een uitzondering hierop vormen volumineuze detailhandel-functies die niet passend zijn in de dorpskernen. Deze faciliteren we op Tijvoort en Veertels. Ook kleinschalige detailhandel in het buitengebied faciliteren we zolang dit een nevenactiviteit is en lokale producten betreft. • Faciliteren ondernemers.
We proberen zoveel mogelijk mee te denken bij initiatieven van ondernemers en deze waar mogelijk/wenselijk te faciliteren (onderdeel ’t Ondernemersloket). Bij een concrete ontwikkelingsvraag van een bedrijf zoeken we gezamenlijk via maatwerk passende ruimte binnen de huidige contouren of in de regio. Op termijn is een natuurinclusieve uitbreiding van Tijvoort-zuid afweegbaar. In Goirle richten we ons met name op lokaal midden- en kleinbedrijf en niet op grotere logistieke bedrijfsfuncties. Zo bekijken we ook hoe we beschikbare grotere kavels op Tijvoort en Veertels kunnen herstructureren om kleinere lokale ondernemers te faciliteren. • Circulariteit stimuleren. Om toe te werken naar circulaire bedrijfsmodellen stimuleren we enerzijds maatregelen om de energievraag te verduurzamen (energiebesparing, energieopwekking, alternatieve warmtebronnen) en anderzijds de transitie naar circulair grondstoffengebruik. • Vergroening bedrijventerreinen. Versterking van de groenstructuur op de bedrijventerreinen. Hiermee verhogen we de relatief lage biodiversiteit en dragen we bij aan een klimaatadaptieve omgeving. Bovendien draagt het groen bij aan een aantrekkelijke werkomgeving. • Bereikbare bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen houden we goed bereikbaar, via diverse mobiliteitsvormen en met aandacht voor duurzaamheid.
Denk bijvoorbeeld aan ruimte voor langzaam verkeer, goede bereikbaarheid met openbaar vervoer, deelauto-concepten en meer oplaadpunten voor elektrische voertuigen. Tot slot zorgen we voor adequate parkeervoorzieningen voor vrachtverkeer, zowel op Tijvoort als Veertels.
3.3.7. Mix van recreatie, landbouw- en energietransitie met het landschap als kader
Visie: Samen met inwoners, ondernemers en ketenpartners zetten we in op de verdere verduurzaming van ons buitengebied. We werken aan een duurzame landbouwtransitie, realiseren initiatieven om duurzame energie op te wekken, treffen klimaatadaptieve maatregelen en ontwikkelen ons als een recreatieve ‘beleefgemeente’. Deze ontwikkelingen geven we vorm binnen de kwalitatieve kaders van ons prachtlandschap. Hieruit volgt dat in Buitengebied West de agrarische sector haar primaire functie behoudt, dat in Buitengebied Midden de natuurwaarden voorop staan en dat het kleinschalig Buitengebied Oost zich ontwikkelt tot een aantrekkelijk landschap met een mix aan functies in combinatie met natuur. We zorgen voor verbinding tussen diverse belangen en proberen we koppelkansen in gebruik te benutten. Belangrijkste opgaven/doelen: • Stimuleren natuurinclusieve landbouw en verbreding landbouw. Het omvormen van de traditionele landbouw vergt investeringen in de agrarische sector. We stimuleren innovaties om natuurinclusieve, gesloten kringlooplandbouw te realiseren. We bieden daarnaast ruimte voor verbreding op het gebied van natuurbeheer, duurzame energie en recreatie en toerisme. Mate waarin en vorm is afhankelijk van het deelgebied, de wensen van de sector en individuele ondernemers. Samen met hen verkennen we de mogelijkheden voor transitie. • Recreatie en natuur in balans.
Voor de ontplooiing als beleefgemeente richten we ons op recreatiemogelijkheden in het buitengebied met als randvoorwaarde dat dit niet ten koste gaat van aanwezige natuurwaarden. Hierom kiezen we voor de zonering van intensievere vormen van recreatie en creëren we een landschappelijke (klimaat)buffer rondom de kwetsbare natuurgebieden. Dit kan helpen om de recreatiedruk in de natuurgebieden te verminderen. • Nieuwe energie. Initiatieven moeten landschappelijk zijn ingepast en waar mogelijk gekoppeld aan bestaande bebouwing en/of infrastructuur. We richten ons in eerste instantie op zon op dak. We hanteren vervolgens de zonneladder en het afwegingskader uit de REKS. Dit betekent dat we hier terughoudend in zijn. Op langere termijn bekijken we voor windenergie waar dit onder voorwaarden van regelgeving omtrent natuur, infrastructuur, veiligheid en leefomgeving mogelijk is. • Aansluiting op energie HUBS. Regionaal wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van zogenaamde energiehubs. We zetten hier niet alleen in de op de clustering van energieopwekking, maar combineren dit ook met klimaatopgaven en andere functies, zoals recreatie en waterberging. HUB de Baars is voor Goirle relevant, in de Noord-oost hoek van de gemeente sluiten we hier op aan.
Hier komen mobiliteitsopgaven, natuur- en klimaatopgaven, biodiversiteits- en landschapsopgaven, recreatieve opgaven en energietransitie samen. • Windbossen. Voor de periode na 2030 verkennen we de mogelijkheid van ‘windbossen’: clustering van windmolens boven nieuw te ontwikkelen loofbos. Met de combinatie van bos en wind willen we de versterking van ecologie, waterberging en recreatie koppelen aan de energietransitie. 3.3 GEBRUIKSLAAG - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 39
3.3.8 Rol van de gemeente - gebruik
Onze gemeente kan, wil en hoeft niet alle doelen zelf op te pakken. Net zoals we de omgevingsvisie zoveel mogelijk gezamenlijk met onze partners hebben uitgewerkt, willen we ook de uitvoering zoveel mogelijk gezamenlijk met onze partners oppakken. We volgen hier de spelregel: “We pakken regie waar het moet en laten los waar wat kan”. Ook op het gebied van de opgaven uit de gebruikslaag hebben wij als gemeente een rol, maar realiseren wij ons dat wij hierbinnen slechts een van de vele actoren zijn. We kiezen hierbij met name een netwerkende (participerende) rol, denk bijvoorbeeld aan het realiseren van natuurinclusieve landbouw. Hier zien wij een rol om stakeholders te verbinden. Op onderdelen kiezen we wel een meer een presterende (initiërende), bijvoorbeeld bij de ontwikkeling en het beheer van gemeentelijke groenvoorziening, verduurzaming van gemeentelijk vastgoed of middels een uitvoeringsorganisatie van de REKS. Ook de rechtmatige (kaderstellende) en responsieve (faciliterende) rol past hier, bijvoorbeeld als het gaat om duurzaamheidseisen voor nieuwbouw of het levensloopbestendig maken van bestaande gebouwen. Bij de verduurzaming van gebouwen ligt er bijvoorbeeld ook een belangrijke rol voor vastgoedeigenaren. Binnen de omgevingsvisie zoeken we ook duidelijk de verbinding met bestaand beleid op het gebied van gezondheid.
De uitwerking van de visie vindt onder andere plaats middels programma's (zie 5.1). Hieronder zijn de rollen voor de diverse doelen nader uiteengezet: • Uitrollen NatuurNetwerk: Presterend (initiërende overheid) • Versterken groenstructuur: Presterend (initiërende overheid) • Functionele zonering centra: Presterend (initiërende overheid) • Wijkpunten: Presterend (initiërende overheid) • Energieopwekking: Presterend (initiërende overheid) • Compact centrum met mix aan functies: Netwerkend (participerende overheid) • Verduurzaming woningvoorraad: Netwerkend (participerende overheid) • Klimaatadaptatie: Netwerkend (participerende overheid) • Transitie duurzame landbouw: Netwerkend (participerende overheid) • Recreatie: Netwerkend (participerende overheid) • Gezonde en inclusieve leefomgeving: Netwerkend (participerende overheid) • Burgerinitiatieven: Responsief (faciliterende overheid) • Woningvoorraad: Responsief (faciliterende overheid) • Evenementen: Responsief (faciliterende overheid)
40 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 3.3 GEBRUIKSLAAG
3.3.9 Wat willen we niet (kaders en monitoring): • • • • • • • • • • • • • • • •
Verslechtering ecologische waarden Waterbergingsopgaven afwentelen naar andere gebieden (tenzij doelmatig) Ontwikkelingen die landschappelijke waarden en/of natuurwaarden schaden. Spreiding van detailhandel-functies buiten centrum Goirle en Dorpsstraat Riel. Grotere overlastgevende evenementen in de woonwijken. Een afname van het oppervlak binnenstedelijk groen Landschappelijke structuren aantasten bij ontwikkelingen Minder m2 ruimte voor groen en water in stedelijk gebied (rode contour) Achteruitgang van sociaaleconomische status van onze inwoners Beperkte fysieke/sociale toegankelijkheid voor kwetsbare groepen Initiatieven zonder draagvlak of die op andere wijze niet bijdragen aan de sociale samenhang Grootschalige evenementen in de woonwijken Uitbreiding overlast gevende industrie – zwaar verkeer/hoge milieucategorie Uitbreiding van solitaire kantoorpanden en kleinschalige detailhandel op bedrijventerreinen Ontwikkeling nieuwe (solitaire) industriële bedrijvigheid buiten bestaande bedrijventerreinen In de buitengebieden Oost, Midden en West: Grootschalige initiatieven voor zonne-energie op primair agrarisch gebied, in Natura-2000, NatuurNetwerk Brabant en beekdalen.
3.3.10 Waar (gebruik):
Beekdalen - Natuurbod - Faunapassages In en om de beekdalen liggen de meeste natuurontwikkelingsprojecten. We stimuleren waterbergingsgebieden en creëren ecologische verbindingszones en faunapassages. Klimaatbestendige Bosgebieden De bosgebieden bieden ruimte voor natuur en recreatie. Daarnaast vervullen ze een belangrijke rol voor klimaatadaptatie. Deze rol willen we verder versterken door de bestaande bossen komende jaren om te zetten van naaldbos naar loofhoutbossen. Windbossen Op de lange termijn (na 2030) is verdere verduurzaming van onze energievoorziening nodig. Nadat de capaciteit op het net is opgeschaald, zien we kansen om deze opgave te koppelen aan het ontwikkelen van nieuwe bossen en andere maatregelen die bijdragen aan klimaatadaptatie. HUB de Baars In het verlengde van HUB de Baars zien we kansen voor een mix van energiebronnen (wind, zon en warmte) in combinatie met natuur en waterberging in het Noord-oosten van de gemeente. Ook zien we hier kansen voor kleinschalige recreatie en nieuwe routes. Kwaden Hoek Ten noorden van de Spaanse Hoek, tot aan de Kwaden Hoek ligt de nadruk op natuur en water. We zien ruimte om hier extensieve zonneparken te ontwikkelen, waarmee kwaliteitsverbetering natuur en waterberging in het gebied worden gestimuleerd. Riel In Riel streven we naar het behoud van voorzieningen en het toekomstbestendig maken van de gebouwde omgeving.
Onder toekomstbestendig verstaan we het levensloopbestendig maken van woningen, verduurzamen van de energievoorziening en het vergroenen van de openbare ruimte. Een deel dat op lange termijn kan bijdragen aan het behoudt van voorzieningen zijn nieuwe woningbouwontwikkelingen rondom de kern.
Woningbouwlocaties en Bakertand en Zuidrand - verstedelijking korte termijn In deze gebieden ontwikkelen we woningbouw op korte termijn Binnenstedelijke woningbouwlocaties Conform de ladder voor duurzame verstedelijking proberen we in eerste instantie zoveel mogelijk van de verstedelijkingsdruk binnenstedelijk in te passen. Daarom zijn er nu diverse binnenstedelijke zoeklocaties voor woningbouw opgenomen. Spaanse Hoek en Riel-Zuid en Noord - Buitenstedelijke verstedelijking lange termijn In deze gebieden reserveren we ruimte voor verstedelijking (woningbouw) op lange termijn. We reserveren nu ruimte, maar verkennen nog nader wanneer, met welke prioritering en in welke volgorde we op de diverse locaties ruimte voor ontwikkeling bieden. Dit hangt onder andere af van de lokale en regionale woningbehoefte. Schuifruimte Sportvoorzieningen, Riels Kwadrant en Tijvoort Noord In deze gebieden reserveren we schuifruimte voor verstedelijking (woningbouw). Op lange termijn (na 2030) kan hier gekeken worden naar eventuele verplaatsing of verkleuring van huidige functies. Voor de sportvoorzieningen zien we in dat geval ruimte in het Riels Kwadrant. De bedrijvigheid op Tijvoort Noord kan geleidelijker verkleuren. We reserveren nu ruimte, maar verkennen nog nader wanneer, met welke prioritering en in welke volgorde we op de diverse locaties ruimte voor ontwikkeling bieden.
Dit hangt onder andere af van de lokale en regionale woningbehoefte. Centrum Goirle We streven naar een levendig centrum met aantrekkelijke ruimtes voor verblijven en beleven. Met voldoende detailhandel, horeca, evenementen, cultuur, ontmoetingsplekken en groen. Woonwijken We maken de wijken toekomstbestendig. Onder toekomstbestendig verstaan we het levensloopbestendig maken van woningen, verduurzamen van de energievoorziening en het vergroenen van de openbare ruimte.
3.3 GEBRUIKSLAAG - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 41
Bedrijventerreinen Hier is ruimte voor bedrijvigheid. We faciliteren ondernemers en stimuleren vergroening en verduurzaming. Reservering bedrijvigheid We reserveren hier ruimte voor bedrijvigheid. Mits dit op groene, parkachtige wijze ontwikkeld wordt en niet ten koste gaat van kwaliteiten beekdal. Ook bij deze ontwikkeling wordt de lokale en regionale behoefte meegewogen. Waterberging en vernatuurlijking buitengebied West In buitengebied west willen we meer waterberging faciliteren. Samen met ondernemers, natuur en landschapsorganisaties verkennen we de mogelijkheden hiervoor. Ook stimuleren we de aanleg van ecologische en landschappelijke elementen zoals heggen. Recreatie en natuur In buitengebied midden staat natuur voorop. We bieden ruimte voor het beleven van de natuur. Samen met ondernemers, natuur en landschapsorganisaties verkennen we de optimale zonering voor natuur en recreatie. Daarnaast zetten we in op toeristisch-recreatieve ontwikkeling van Oostplas. Ook in buitengebied Oost en West zien we ruimte voor toeristisch-recreatieve verbreding van agrarische activiteiten. Vrijkomende agrarische bebouwing Voor vrijkomende agrarische bebouwing faciliteren we transformatie naar recreatie, toerisme, zorg en woningen. Nieuwe (groene) verbindingen Tussen Bakertand en de Ambrosiusweg verbeteren we de (fiets)verbinding.
Ook tussen Riel en Gilze wordt de (fiets) verbinding verbeterd. Daarnaast breiden we ons groene recreatieve routenewerk uit en voegen we ontbrekende groene schakels toe. Fokmast-Regte Heide Hier ontwikkelen we een mix van bedrijvigheid, recreatie en natuurontwikkeling.
42 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 3.3 GEBRUIKSLAAG
3.3 GEBRUIKSLAAG - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 43
3.4 Milieulaag Introductie
Naast dat we kwalitatieve kaders stellen, pragmatische afwegingen maken vanuit de netwerken en ruimte bieden aan gewenste ontwikkelingen stellen we in deze laatste laag ook grenzen aan deze gewenste ontwikkelingen. We willen namelijk een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving voor onze inwoners garanderen. Hierbij is het belangrijk aandacht te hebben voor de huidige milieukwaliteit en waar mogelijk te sturen op gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. Door deze thema’s goed te borgen in de omgevingsvisie bieden we een gedegen basis voor het omgevingsplan.
3.4.1 Klassieke milieuthema’s
Visie: We streven ernaar om overlast en/of gezondheidsschade als gevolg van geluidshinder, luchtkwaliteit, geurhinder, bodemkwaliteit en externe veiligheid waar nodig zo veel mogelijk te beperken. Per gebied bepalen we ambities op de diverse thema’s. Doelen: • Aangezien de wisselwerking tussen de functionele indeling van een gebied en de kaderstelling van deze milieuthema’s duidelijk van invloed is op de ambities die we stellen, gebruiken we hiervoor een gebiedsgerichte benadering. We stellen in elk gebied per milieuthema onze ambitie vast – gaan we voor de standaard normstelling of voor een hogere (bijvoorbeeld WHO-normering) of lagere (wettelijke) normstelling.
3.4.2 Sturen op gezondheid, veiligheid en duurzaamheid
Visie: Bij ruimtelijke ontwikkelingen streven we ernaar om een gezonde, veilige en duurzame woon, werk- en leefomgeving te waarborgen. Dit komt terug in alle lagen, maar in deze kaderstellende laag willen we daar expliciet randvoorwaarden aan koppelen. Het zijn de kaders waarop we kunnen controleren en waar nodig bijsturen. Het monitoringssysteem zal als (bij)sturingsinstrument een belangrijke rol vervullen. Doelen: • We sturen op een woon- en leefomgeving waarin sociale rechtvaardigheid, samenhang en inclusiviteit centraal staat. • We sturen op een woon- en leefomgeving waarin iedereen veilig is en zich veilig voelt. • We sturen op een klimaatbestendige, natuur-inclusieve leefomgeving met voldoende groene ruimte en we stellen duurzaam landgebruik als randvoorwaarde. • We sturen op een reductie van het energieverbruik en een toename van het aandeel duurzame energie. • We sturen op een duurzame economische structuur, waarin voldoende werkgelegenheid, verdienmogelijkheden zijn en ruimte is voor innovatie. • We sturen op gezonde en duurzame woningen. Dat wil zeggen dat het binnenklimaat prettig en gezond is, minimaal een zijde van een woning aangenaam is en dat de woning aan hoge duurzaamheidsnormen voldoet.
3.4.3 Gemeentelijke sturingsfilosofie en rolopvatting - milieu
Op het gebied van milieukwaliteit hebben wij als gemeente een rol, met name samen met medeoverheden. We kiezen hierbij met name een rechtmatige (kaderstellende) rol, denk bijvoorbeeld aan kaders omtrent maximale geluidsbelasting. Op onderdelen kiezen we wel een meer netwerkende (participerende) rol, bijvoorbeeld bij aanpassingen aan de snelweg of het gezonder maken van de leefomgeving.
3.4.4 Wat willen we niet (kaders en monitoring): • • •
44 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 3.4 MILIEULAAG
Verslechtering van de huidige milieukwaliteit van de bodem, water en lucht. Toename van overlast door geluid en geur. Verslechtering gezondheidsscores GGD
3.4.5 Waar (milieu):
Milieugezondheidsrisico Op de milieugezondheidsrisico-kaart is allereerst het effect van de snelweg A58 goed zichtbaar, vanwege de geluidsoverlast en verminderde luchtkwaliteit. Daarnaast zorgt de Turnhoutsebaan die tussen de kernen van Goirle en Riel loopt ook voor geluidsoverlast en verminderde luchtkwaliteit. Tot slot liggen op bedrijventerrein Tijvoort enkele risicocontouren.
Geur Op de geurcontouren-kaart is te zien dat in Buitengebied West, het zuiden van Buitengebied Oost, de oostkant van de A58zone en het Riels Kwadrant sprake is van een mogelijk negatief gezondheidseffect ten gevolge van geurhinder. Dit is een gevolg van de agrarische bedrijven die op deze locaties gevestigd zijn. In de dorpskern van Riel zijn de geurcontouren ook nog merkbaar. De natuurgebieden in Buitengebied Midden en dorpskern van Goirle vallen daarentegen grotendeels buiten de geurcontouren.
Veiligheid Op de externe veiligheidskaart staan de risicobronnen en kwetsbare objecten afgebeeld. Er lopen drie buisleidingen door de gemeente, waarvan twee vlak langs/door de dorpskernen. Dit levert bijvoorbeeld voor locatie Riel-Zuid beperkingen op. Verder bevinden zich op bedrijventerrein Tijvoort enkele risicocontouren 10-6, onder andere vanwege de aanwezigheid van LPG. In het oosten van de A58-zone ligt nu nog een risicocontour vanwege de aanwezigheid van en gasbedrijf. De kwetsbare objecten bevinden zich voornamelijk in de dorpskernen. Denk bijvoorbeeld aan verzorgingstehuizen en scholen.
3.4 MILIEULAAG - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 45
3.4.5 Waar (milieu):
Aardkundige waarden Op de aardkundige waardenkaart is te zien dat het landschap in Buitengebied Midden hoge aardkundige waarden kent. Het betreft een authentiek, natuurlijk landschap met vele cultuurhistorische/ landschappelijke waarden, waaronder de historische grafheuvels die nog goed zichtbaar zijn.
46 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 3.4 MILIEULAAG
Klimaat ► Op basis van de klimaatstresstest is inzichtelijk gemaakt waar risico's liggen op het gebied van verdroging, overstroming/waterberging, onbegaanbare wegen ten gevolge van wateroverlast en hittestress. Met name hittestress en onbegaanbare wegen door wateroverlast hebben hierbij onze prioriteit.
Natuur Op de natuurkaart is te zien dat de gemeente Goirle een groene gemeente is met prachtige natuur. Met name het landschap van Buitengebied Midden wordt gekenmerkt door grote oppervlakte aan natuurgebied in de vorm van Regte Heide en Riels Laag – onderdeel van Natura 2000 en Natuurnetwerk Brabant – en bosgebied daaromheen. Een groot deel hiervan bevindt zich in een stiltegebied. Het Natuurnetwerk loopt in de overige gebieden voornamelijk langs de beekdalen.
Water Door de gemeente Goirle loopt de waterscheiding tussen het Dongesysteem en het Dommelsysteem. Op de waterkaart is te zien dat diverse beekdalen door het gebied stromen, waarvan sommigen een matige of ontoereikende waterkwaliteit kennen. Verder ligt het overgrote deel van Buitengebied West, het westelijk deel van de A58-zone en het Riels Kwadrant in een grondwaterbeschermingsgebied. Hier gelden aanvullende eisen voor de bodem.
Visiekaart
OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 47
3.5 Wat betekent dit dan? Reflectie op kwaliteiten, netwerken, gebruik en milieu
In dit hoofdstuk hebben we in meer detail uitgewerkt wat we waardevol vinden en waar we ruimte aan willen bieden, welke rolopvatting we daarbij hanteren en waar de desbetreffende kwaliteit, netwerk, gebruik of milieuaspect zich bevindt. Dit vormt de thematische koers van de omgevingsvisie.
Reflectie op Global Goals
Zoals bij de diverse thema's is geduid dragen we met de omgevingsvisie aan bijna alle ontwikkelingsdoelen bij. Met de beleidsuitspraken over onze kwaliteiten, netwerken, ontwikkelingen en milieuaspecten dragen we bij aan de volgende Global Goals:
We toetsen bij nieuwe ontwikkelingen en initiatieven in welke mate deze: 1. De kwaliteiten positief en negatief beïnvloeden, 2. Aansluiten op de bestaande netwerken en de capaciteit van de infrastructuur*, 3. Passen binnen de beoogde ontwikkelingen in de gebruikslaag 4. Zich verhouden tot de diverse milieu-aspecten. *Infrastructuur wordt in deze context breed gedefinieerd. Hieronder verstaan we dus bijvoorbeeld wegen, energienetwerken, waterleidingen en rioleringen.
Conclusie
Dit alles leidt tot de volgende spelregels:
Doel 17 komt niet bij een specifiek thema terug, maar is van organisatorische aard. We dragen hier middels de uitvoering en werkwijze aan bij.
Spelregel 8: “We zorgen dat ontwikkelingen bijdragen aan onze kwaliteiten” Spelregel 9: “We volgen de capaciteit van infrastructuur” Spelregel 10: “We bieden ruimte aan maatschappelijke opgaven” Spelregel 11: “We sturen op milieukwaliteit”
48 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 3.5 WAT BETEKENT DIT DAN?
Hoofdstuk 4. Koers per deelgebied
OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 49
4. Deelgebieden Prioriteit per deelgebied
Niet ieder gebied binnen onze gemeente is hetzelfde, verre daarvan zelfs. De gewenste bescherming van bestaande kwaliteiten en de ruimte die we voor nieuwe ontwikkelingen willen bieden is dan ook gebiedsspecifiek. Daarom maken we in dit hoofdstuk de visie en doelen per gebied wat concreter door de kwaliteiten, netwerken, gebruik en milieuaspecten gebiedsspecifiek te maken. Op deze manier geven we richting en houden we grip op de gewenste staat van onze fysieke leefomgeving, maar houden we tegelijkertijd ruimte in ons beleidskader om de kracht en creativiteit in deze gebieden ten volle te benutten. We onderscheiden hierbij negen verschillende gebieden die qua karakter, context en ontwikkelingen dusdanig verschillen dat we hier gebiedsspecifiek beleid voor opstellen. Buitengebied: • West • Midden • Oost
Prioritering beleidsthema’s Toekomstbestendig wonen
Levendigheid en reuring
Groen en recreatie
Innovatieve economie
Bebouwd gebied: • Dorpskern Riel • Woonwijken Goirle • Centrum Goirle
Duurzame energie
Ontwikkelingsgebied: • A58-zone
Toekomstbestendige landbouw
Bedrijventerreinen: • Veertels • Tijvoort
Inclusieve openbare ruimte en voorzieningen
Robuust groen- en natuurnetwerk
50 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 4 DEELGEBIEDEN
Prioritering beleidsthema’s gebruikslaag
Met behulp van de spinnenwebben (zie voorbeeld hiernaast) hebben we met onze partners het gesprek gevoerd over de beleidsprioriteiten in de verschillende gebieden. De buitenste ring symboliseert de hoogste prioriteit en binnenste ring de laagste prioriteit. Het lichtgekleurde deel verbeeld de huidige situatie, het donkere deel de wat we in de toekomst willen versterken.
Ambitiebepaling milieuthema’s
Op een aantal thema’s bepalen we per gebied wat onze ambitie omtrent de milieukwaliteit is. Het gaat hier nog niet direct over exacte normen (dat wordt in het omgevingsplan nader uitgewerkt), maar de hoogte van de gemeentelijke ambitie omtrent de gewenste milieukwaliteit. Dit zal per gebied verschillen. Langs de snelweg is luchtkwaliteit bijvoorbeeld nu al lager en is een zeer hoge milieukwaliteit hierop onrealistisch, op bedrijventerreinen vinden we geluidsnormen minder belangrijk en nabij landbouwbedrijven accepteren we meer geurhinder dan in de woonwijken. We doen dit aan de hand van de ‘schuifjes’ in de afbeelding hiernaast. Waarbij de standaard kwaliteit de huidige wettelijke standaard symboliseert en de setting van het schuifje de ambitie van de gemeente, ten opzichte van de desbetreffende standaard.
4 DEELGEBIEDEN - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 51
4.1 Buitengebied West 4.1.1 Kwaliteiten
Het buitengebied West kenmerkt zich als relatief grootschalig, open landbouwgebied met akkers en weiden, op de grens van zandgrond en het beekdal. Hier zijn ook enkele kleine gehuchten (Vijfhuizen, Brakel en Looienhoek) en het Bels Lijntje te vinden. In het gebied ligt bovendien het beekdal van de Hultensche Leij en er zijn enkele (kleine) bospercelen. Deze (cultuurhistorische) landschappelijke structuren willen we behouden en versterken. Daarnaast willen we het functioneren van het bodem- en watersysteem borgen. Dit biedt zowel meerwaarde voor agrariërs, landschap en natuur. Er liggen kansen om in samenwerking met het waterschap en de agrariërs maatregelen te nemen om de sponswerking van de bodem te verbeteren, zodat water beter wordt vastgehouden.
4.1.2 Netwerken
We streven naar optimaal gebruik van de aanwezige en toekomstige energie-infrastructuur. Waar nodig faciliteren we uitbreiding van het netwerk. Bijvoorbeeld in het kader van zonnevelden nabij de waterzuivering. Eventuele initiatieven moeten een positieve bijdrage leveren aan de structuren van het landschap en/of ecologie. Aanpassingen om langer water vast te houden hebben daarbij de aandacht. Op het gebied van mobiliteit verbeteren we de (fiets)verbinding Riel-Gilze en breiden we de groene recreatieve routes uit. Verder zijn er geen grootschalige ingrepen nodig, we houden het huidig niveau van bereikbaarheid op peil.
52 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 4.1 BUITENGEBIED WEST
4.1.3 Gebruik
Landbouw is van oudsher de belangrijkste functie in het buitengebied West. Dit zal in de toekomst ook zo blijven. Tegelijkertijd willen we landbouw verder verduurzamen en de (ecologische) kwaliteit van het landschap verbeteren. We stimuleren agrariërs om natuurbeheer op te nemen in hun bedrijfsvoering, bijvoorbeeld door ecologische akkerranden en watergangen te realiseren. Daarnaast zetten we in op het realiseren van ecologische verbindingszones uit het Natuurbod 2019 van regio Hart van Brabant (Hultensche Leij; Bels Lijntje). Met name door de Hultensche Leij (Vossenbergse Loop) als natuurlijke beek en waterbuffer in te richten, wordt de biodiversiteit versterkt. Voor enkele andere functies bieden we beperkt ruimte. Zo zijn voor duurzame energieopwekking kleinschalige initiatieven mogelijk, zolang dit voor eigen gebruik is en niet ten koste gaat van zon op dak, agrarische grond of natuurgebieden. Dit kan ondersteunend zijn bij het verdienmodel in de omslag naar een duurzame kringlooplandbouw. Grootschalige initiatieven voor grondgebonden zonnevelden op primair agrarisch grond zijn niet gewenst. Hierbij word een uitzondering gemaakt voor het gebied rond de waterzuivering. Verder bieden we beperkt ruimte voor recreatieve voorzieningen. Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) kan beperkt veranderen in woningen.
Dan moet het wel in (of aan de randen van) de bestaande lintbebouwing of de bebouwingsclusters zijn. Tot slot is het voor de lange termijn een optie in de Spaanse Hoek, Riel - Zuid en Noord de dorpskern van Riel uit te bereiden. Prioritering van deze ontwikkelingen zal nader verkend worden en hangt mede samen met de (regionale) woningbouwbehoefte.
4.1.4 Milieuaspecten
In dit deelgebied staat de functie van toekomstbestendige (economisch renderend en natuurinclusief) landbouw centraal. Er bevinden zich echter ook enkele bebouwingslinten en -clusters in het gebied. Voor licht, lucht, geluid, trilling, bodemkwaliteit, externe veiligheid hanteren we de standaard kwaliteitsnormering. Omdat we ruimte willen bieden aan de agrarische activiteiten, accepteren we een lagere kwaliteit voor geur. Dit is een aandachtspunt om rekening mee te houden bij nieuwe woningbouwontwikkelingen. De relatief lage biodiversiteit in het gebied willen we verbeteren en daarom stellen we hiervoor de ambitie om de standaard basiskwaliteit te behalen. Voor de grondwaterkwaliteit zetten we ook in op verbetering omdat een deel van Buitengebied West een grondwaterbeschermingsgebied betreft. Hiervoor geldt dan ook een hogere kwaliteitsnorm dan de standaard kwaliteit. Voor de kwaliteit van het oppervlaktewater wordt tot slot de standaard norm aangehouden. Een uitzondering betreft het gebied direct grenzend aan de A58. Hier zal door de nabijheid van snelweg de milieukwaliteit met betrekking tot geluid en luchtkwaliteit lager zijn.
4.1 BUITENGEBIED WEST - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 53
4.2 Buitengebied Midden 4.2.1 Kwaliteiten
Buitengebied Midden wordt gekenmerkt door de grote oppervlakte aan natuurgebied van de Regte Heide en Riels Laag – onderdeel van Natura 2000 en Natuurnetwerk Brabant – en bosgebied daaromheen. Het gebied heeft hierdoor grotendeels een besloten karakter. Het heidegebied zelf wordt ingekaderd door twee beekdalen van de Leij en Poppelsche Leij, waardoor het ook de waterscheiding vormt tussen het Donge- en Dommelsysteem. Het schijnvliegveld is tevens een ecologisch en cultuurhistorisch pareltje. Tot slot ligt aan de zuidzijde van het heidegebied een strook aan landgoederen (Nieuwkerk, De Hoevens, Gorp en Roovert en Ooievaarsnest) en aan de noordzijde ligt het Riels Kwadrant en de Leijvennen. Het authentieke, diverse landschap kent veel (cultuur)historische waarden die we absoluut willen behouden voor de toekomst. De natuurpanorama’s in de grotere natuurgebieden en de goed herkenbare cultuurhistorische grafheuvels zijn hiervan mooie voorbeelden. Deze elementen vertegenwoordigen de recreatieve aantrekkingskracht van het gebied. Daarnaast is het belangrijk de ecologische kwaliteit en het unieke watersysteem dat het gebied kent door de aanwezige breuklijnen goed te bewaken en waar nodig te versterken. Dit doen we door het klimaatadaptieve vermogen en ecologische kwaliteit van het NatuurNetwerk te versterken.
Denk hierbij aan het vernatuurlijken van de aanwezige watergangen en beekherstel, waarbij de beekdalen kunnen functioneren als ecologische verbindingen.