CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

03a- Omgevingsvisie Goirle 1.0 november2021.pdf

Besluitvormend 21 december 2021, gemeente GoirleBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel vaststellen omgevingsvisie27.798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Denk hierbij aan het vernatuurlijken van de aanwezige watergangen en beekherstel, waarbij de beekdalen kunnen functioneren als ecologische verbindingen.

4.2.2 Netwerken

Het waternetwerk, van beekdalen en vennen, vormt een belangrijke structuur in dit gebied. Er lopen diverse recreatieve routes door het gebied, waardoor de waardevolle natuur kan worden beleefd. Deze routes zijn overwegend ingericht voor extensieve recreatie. Denk aan vlonder- kasseien- en zandpaden. Waar ontbrekende schakels in het recreatieve netwerk zich nog bevinden, worden deze gerealiseerd. Hierbij wordt gekozen voor een gezoneerde routing die extensiever wordt dichter bij de kern van de natuurgebieden met een groene landschappelijke buffer rondom de meest kwetsbare natuurgebieden. Daarnaast verkennen we nut en noodzaak van de uitbreiding van het energienetwerk om na 2030 ‘Wind in combinatie met nieuw bos’ mogelijk te maken.

54 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 4.2 BUITENGEBIED MIDDEN

4.2.3 Gebruik

In dit gebied hebben natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit de hoogste prioriteit. Er vinden diverse natuurontwikkelingsprojecten plaats. Recent is er bijvoorbeeld een faunapassage (Turnhoutsebaan) gerealiseerd. Andere ontwikkelingen die plaatsvinden mogen geen afbreuk doen aan de natuur en staan bij voorkeur juist ‘in dienst daarvan’. Door het routenetwerk kunnen inwoners en recreanten de waardevolle natuur beleven. Dit draagt bij aan het prettige woonklimaat en de gezondheid van onze inwoners. Bij de landgoederen is ruimte voor recreatieve voorzieningen en horeca. De aantrekkingskracht hiervan benutten we. We stellen als randvoorwaarde dat de voorziening moet passen in de natuurlijke, landschappelijke kwaliteit van het gebied. Voor nieuwe landbouwactiviteiten, zonnevelden en bedrijvigheid bieden we geen ruimte in dit deelgebied. Tot slot verkennen we de ontwikkeling van ‘Wind in combinatie met nieuw bos’ (na 2030). Dat gaat om een clustering van meerdere windmolens boven nieuw te ontwikkelen loofbos in combinatie met het bovenstrooms vasthouden van water.

4.2.4 Milieuaspecten

We prioriteren hier de natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Het is een gebied waar ‘natuur en rust’ centraal staan. Ter bescherming van de natuurwaarden zetten we in op een betere omgevingskwaliteit op het gebied van licht, geluid en biodiversiteit. De Regte Heide is aangewezen als stiltegebied. De hogere norm voor geluid (zowel van verkeer als overige activiteiten) is dan ook passend. Voor de overige milieukwaliteiten wordt vastgehouden aan de standaard kwaliteit. Continue aandacht en verbetering van de biodiversiteit is van groot belang. We stellen voor het thema ‘biodiversiteit’ dan ook een hoge ambitie. Met name aan de randen van de beschermde natuurgebieden wordt extra ingezet op de verbetering van groenkwaliteit en biodiversiteit.

4.2 BUITENGEBIED MIDDEN - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 55

4.3 Buitengebied Oost 4.3.1 Kwaliteiten

Deelgebied Oost ligt ingesloten tussen de kern Goirle en de grotere recreatie- en natuurgebieden van het landgoed Gorp en Roovert. Het landschap is gevarieerd en kent een kleinschalig, open karakter. In de ruimtelijke indeling van het landschap is sprake van een karakteristieke opbouw van lage, natte gronden (beekdalen Roovertsche Leij en Nieuwe Leij) naar hogere, drogere gronden met vele gradiënten en een bijzondere hydrologische ontwikkeling. De zichtbaarheid van het verloop van landschap willen we behouden en waar mogelijk versterken. Hetzelfde geldt voor de cultuurhistorische waarden, zoals bijvoorbeeld de oude linten, houtwallen, industriecomplexen en watermolens.

4.3.2 Netwerken

Het waternetwerk, van beekdalen en vennen, vormt een belangrijke structuur in dit gebied. De wegen zijn gericht op recreatieve routes en agrarische activiteiten. Momenteel zijn Natuurpoort Roovertsche Leij en Breehees populaire, recreatieve plekken van waaruit het bosgebied en de landgoederen worden beleefd. Daarnaast zien we Buitengebied Oost als belangrijk uitloopgebied voor de inwoners van Goirle. In dit kader zetten we in op een goed routenetwerk en natuurlijke, aantrekkelijke dorpsranden. Tot slot werken we in dit deelgebied mee aan een eventueel benodigde uitbreiding van het energienetwerk, zodat de energietransitie hier (op termijn) deels kan landen. Hierbij streven we naar een optimaal gebruik van de aanwezige en toekomstige energieinfrastructuur. Eventuele initiatieven moeten een kwalitatieve bijdrage leveren aan het landschap en/ of de natuurwaarden.

56 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 4.3 BUITENGEBIED OOST

4.3.3 Gebruik

In buitengebied Oost willen we ruimte bieden aan een mix van natuur, landbouw, recreatie en energie. Het beekdal is hierbij een belangrijke landschappelijke drager die we koesteren. Hier bieden we ruimte voor waterberging. Met diverse projecten werken we aan natuurontwikkeling (Zuidrand), realiseren we ecologische verbindingen (Nieuwe Leij) en dragen we bij aan beekherstel (Roovertsche Leij en Nieuwe Leij). Overige functies zijn alleen toegestaan mits ze bijdragen aan de volgende uitgangspunten: inzet op meervoudig ruimtegebruik, meerwaarde voor natuur, bodem en klimaat, en aansluitend op de landschapsstructuren en de aanwezige netwerken (weginfrastructuur en energienetwerk). We zetten in op een toekomstbestendige (economisch renderend en natuurinclusief) landbouw. Nevenfuncties zijn toegestaan. Denk hierbij aan toeristisch-recreatieve activiteiten (inclusief horeca), zonnevelden voor eigen gebruik of omvormen van vrijkomende agrarische bebouwing naar woningen. Tot slot wordt in het noordoosten momenteel gewerkt aan het project Energie-hub 'de Baars' en verkennen we de (on)mogelijkheden van 'Wind in combinatie met nieuw bos'.

4.3.4 Milieuaspecten

Zoals benoemd is in dit deelgebied een mix aan functies te vinden, zoals landbouw, wonen, natuur, klimaatadaptatie, recreatie en energieopwekking. Om een prettige en gezonde omgeving te bieden voor inwoners en recreanten hanteren we voor licht, lucht, trilling, bodemkwaliteit, externe veiligheid, geur en grondwaterkwaliteit in dit gebied de standaard kwaliteitsnorm. Hiermee blijft er voldoende ruimte voor diverse (kleinschalige) activiteiten, maar worden grootschalige activiteiten met een hoge belasting op het milieu geweerd, bijvoorbeeld nieuwe intensieve veehouderijen. Met name langs de woonkern Goirle willen we de ‘rust’ bewaren en daarom wordt voor geluid (verkeer en overige activiteiten) ingezet op een hogere kwaliteitsnorm. Daarnaast ligt een flinke opgave om de biodiversiteit in dit deelgebied te verbeteren. Daarom wordt voor het thema ‘biodiversiteit’ een hoge ambitie gesteld. Tot slot wordt voor de kwaliteit van het oppervlaktewater ook een hogere kwaliteitsnorm gesteld dan de standaardnorm. Dit doen we ook in verband met de kader richtlijn water (KRW), op basis waarvan verbetering namelijk vereist is.

4.3 BUITENGEBIED OOST - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 57

4.4 Dorpskern Riel 4.4.1 Kwaliteiten

De dorpskern van Riel is ontstaan vanuit een historisch woonlint, op de hoger gelegen gronden ten westen van het beekdal, die wordt gevormd door de Kerkstraat – Dorpsstraat – Zandeind. Het beekdal van de Leij en het Bels Lijntje vormen de bepalende lijnen in de structuur van het stedelijk gebied. Met name de groene driehoek en de historische leerlooierijen zijn bijzondere elementen in dit historisch dorpslint. Deze willen we graag behouden. In geval van leegstand historisch erfgoed kijken we naar mogelijkheden om er een nieuwe (maatschappelijke) functie aan te geven. Tussen het historisch dorpslint en de kleine woonwijken bevinden zich in de kern enkele groene, open ruimten. Deze achter-terreinen versterken het groene, landelijke karakter van de Riel en verzachten de strakke dorpsranden van Riel. Delen hiervan zijn ook aangemerkt als particulier waardevol groen. Bovendien blijft het historische dorpslint goed zichtbaar. Deze cultuurhistorische structuur die Riel een blijvend dorps karakter geeft, moet ook in de toekomst zoveel mogelijk behouden blijven. Tot slot zetten we in op een klimaatbestendige groenstructuur en watersysteem.

4.4.2 Netwerken

De huidige ontsluiting loopt over het historisch dorpslint. Parkeermogelijkheid bevindt zich aan de Blokakkers en in de kleine woonwijken achter het dorpslint (voor de inwoners). De bereikbaarheid moet op peil blijven en met eventuele ontwikkelingen meegroeien. We zetten in op de transitie richting duurzame mobiliteit. Denk hierbij aan het realiseren van openbare laadpalen en meer ruimte voor langzaam verkeer in het straatbeeld. Tot slot wordt in het kader van de verduurzaming van de woningvoorraad onderzocht of een warmtenetwerk een kansrijk alternatief is in de woonwijken.

58 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 4.4 DORPSKERN RIEL

4.4.3 Gebruik

We zetten in op het behoud van het voorzieningenniveau in Riel. De mogelijkheid tot ontmoeten in het centrum van Riel – gebied rond de kerk en het Dorpsplein – is hierbij van grote waarde. De woningen en wijken maken we toekomstbestendig (duurzaam, betaalbaar en levensloopbestendig). We zetten in op groene, gezonde, inclusieve en toekomstbestendige wijken voor jong en oud in een wijkgerichte aanpak. Hiervoor is het van belang dat de woningen zowel in aantal als in type woning voldoen aan de behoefte. We sluiten dan ook niet uit dat voor de lange termijn wordt gekeken naar de mogelijkheden tot uitbreiding. Randvoorwaarde is dat mogelijke ontwikkelingen in en rondom Riel niet voorbij mogen gaan aan het ‘dorps karakter’. Verder dragen de groene, landschappelijke kwaliteiten bij aan de aantrekkelijkheid als woonomgeving en gezondheid en welzijn van onze inwoners. We zetten in op vergroening van verhard oppervlak op openbaar én particulier terrein. Dit koppelen we aan de mogelijkheid tot spelen/bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte. Bovendien zorgt een slimme inzet van (ecologische beheerd) groen in het woongebied voor koelteplekken in warme tijden, het tegengaan van wateroverlast bij extreme buien en versterking van de biodiversiteit. Ook inwoners proberen we hiervan bewust te maken. Tot slot werken we samen met eigenaren aan de verduurzaming van gebouwen.

Het gaat daarbij om alternatieve warmtebronnen voor aardgas, energiebesparende maatregelen (bijvoorbeeld isolatie) en mogelijkheden tot kleinschalige opwekking van energie (zon op dak).

4.4.4 Milieuaspecten

Bovenal staat in Riel een gezonde, veilige en sociale woonomgeving centraal. We willen de overlast voor inwoners tot het minimum beperken en nieuwe milieubelastende activiteiten niet toestaan in het woongebied. In beginsel willen we dan ook voldoen aan de wettelijke eisen. We hanteren daarom voor bijna alle omgevingskwaliteiten de standaard kwaliteitsnorm. Alleen voor de grondwaterkwaliteit stellen we een hogere kwaliteitsnorm. Voor grondwaterkwaliteit zetten we namelijk in op verbetering omdat Riel in een grondwaterbeschermingsgebied is gelegen. De standaardkwaliteitsnormering betekent voor geluid dat we niet standaard hogere grenswaarden afgeven, maar een maximale inspanning doen om door middel van maatregelen voor een gezond woon- en leefklimaat te zorgen. We gaan met name kijken naar mogelijkheden om overlast van (zwaar) verkeer door het dorpslint tegen te gaan. Voor het thema ‘biodiversiteit’ wordt tot slot de ambitie gesteld om de huidige basiskwaliteit te behouden.

4.4 DORPSKERN RIEL - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 59

4.5 Centrum Goirle 4.5.1 Kwaliteiten

Het centrumgebied van Goirle wordt hoofdzakelijk gevormd door het Kloosterplein, winkelcentrum De Hovel en cultureel centrum Jan van Besouw. De Hovel functioneert als het kernwinkelgebied van Goirle. Het Jan van Besouw vormt hierop, zowel ruimtelijk als in functie, een complementaire publiekstrekker. Het Kloosterplein is de verbindende schakel en huisvest de horecagelegenheden. De historische Tilburgseweg fungeert als aanloopstraat van het centrum, zowel vanuit het noorden, als vanuit het zuiden. We bouwen voort op de (cultuurhistorische) ruimtelijke lijnen en versterken daarbij de onderlinge relatie tussen de afzonderlijke delen van het centrumgebied (goede zichtlijnen, eenduidige inrichting openbaar gebied, sterke groenstructuur). We zetten daarnaast in op het behoud van de cultuurhistorische elementen. In geval van leegstand historisch erfgoed kijken we naar mogelijkheden om er een nieuwe (maatschappelijke) functie aan te geven. Tot slot zetten we in relatie tot de groenstructuur in op klimaatbestendigheid en een robuust watersysteem (multifunctioneel en levenscyclusgericht).

4.5.2 Netwerken

We zetten in op een goed bereikbaar en deels auto-vrij centrum. Bezoekgemak met de auto en fiets is een belangrijke voorwaarde. We evalueren de blauwe-zone parkeercapaciteit in en rondom het centrum. Flexibiliteit bij het hanteren van parkeernormen is echter van belang, mede ten behoeve van een toenemend aantal woningen in het centrum. We zijn bereid een zekere krapte te accepteren. Er komt daarnaast voldoende ruimte voor fiets-, als wandelverkeer en een goede aansluiting en op busverbindingen. Verder zetten we ook in het centrum in op duurzame mobiliteit. Denk aan voldoende openbare laadpalen voor auto en fiets en bekijken we welke innovatieve mobiliteitsconcepten, zoals deelmobiliteit, passend zijn en ruimte nodig hebben in het centrum van Goirle. Tot slot wordt in het kader van de verduurzaming van het (commerciële) vastgoed en de woningen onderzocht of een warmtenetwerk een kansrijk alternatief is in het centrum.

60 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 4.5 CENTRUM GOIRLE

4.5.3 Gebruik

In het centrum is levendigheid erg belangrijk. We zetten in op een aantrekkelijk, groen centrumgebied dat is gericht op de mogelijkheid tot winkelen, ontmoeten en recreëren voor iedereen. Er is ruimte voor een evenwichtige mix van activiteiten op het gebied van retail, horeca, cultuur, evenementen, toerisme en wonen. Voor de woonfunctie willen we ons richten op levensloopbestendige en betaalbare woningen voor ouderen, zodat zij dicht bij de voorzieningen kunnen wonen. We creëren een compact centrumgebied met een functionele zonering van de afzonderlijke gebieden. De noordelijke as van De Hovel functioneert als het centrumwinkelgebied. Het Kloosterplein als de ontmoetingsplek van Goirle met horeca waar maximaal wordt ingezet op verblijfskwaliteit. De Tilburgseweg en de Kalverstraat hebben een gemengd profiel waar, naast horeca en detailhandel, ook ruimte is voor kantoor-, atelier- en woonfuncties. De zuidelijke as van De Hovel verschuift van winkelgebied naar gemengde functies. De openbare ruimte en voorzieningen houden we voor iedereen goed toegankelijk. De groenstructuur in het centrum versterken we met boombeplanting en kleinschalige parken en groene pleinen. Deze groenstructuur willen we zichtbaar versterken, waarbij een slimme inzet van groen en water zorgt voor koelteplekken in warme tijden en het tegengaan van wateroverlast bij extreme buien.

Bovendien maakt groen het centrumgebied aantrekkelijker om te verblijven. De recreatiefunctie in het buitengebied willen we koppelen aan de ambitie om het centrum van Goirle verder als (toeristisch) verblijfsgebied te ontwikkelen. Hiervoor versterken we aan de zuidkant van het centrum de verbinding met de natuurgebieden. Tot slot zetten we samen met de inwoners en ondernemers in op de verduurzaming van het huidige (commerciële) vastgoed en woningen.

4.5.4 Milieuaspecten

Het centrum is een druk gebied waar veel activiteiten en bewegingen van personen en goederen plaatsvinden. Levendigheid is hier belangrijker dan leefbaarheid. Hier zitten natuurlijk wel grenzen aan, om te voorkomen dat er extreme overlast ontstaat of risicovolle activiteiten plaatsvinden in het centrum. We hanteren voor bijna alle milieuaspecten de standaard kwaliteitsnorm. Kwaliteitsnormen voor geluid (van zowel verkeer als overige activiteiten) vormen hierop een uitzondering. Om voldoende ruimte te behouden voor de centrumfuncties (zoals detailhandel, horeca en evenementen) met bijbehorende (verkeers)bewegingen accepteren we voor geluidsnormen een lagere omgevingskwaliteit. Tot slot willen we de relatief lage biodiversiteit in dit deelgebied verbeteren. Momenteel dienen namelijk alleen de Fraterstuin, tijdelijke tuin op de hoek van de Kalverstraat en de begraafplaats als groene oasen en is de rest van het centrumgebied relatief stenig. We zetten erop in om een sterke groenstructuur door het hele centrumgebied te realiseren, zodat de biodiversiteit verbetert en de natuur ook in het centrum kan worden beleefd door haar bezoekers.

4.5 CENTRUM GOIRLE - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 61

4.6 Woonwijken Goirle 4.6.1 Kwaliteiten

Goirle is oorspronkelijk gebouwd op een dekzandrug te midden van het beekdallandschap. De historische Tilburgseweg (met vele beeldbepalende (monumentale) panden en de R.K. Maria Boodschap kerk) functioneert als ruggengraat van de dorpskern. De woonwijken die hier in de loop der jaren omheen zijn gebouwd hebben elk een eigen karakter, passend in de betreffende tijdgeest. Veel van de woonwijken kennen een eigen (centrale) groenstructuur die voortkomt uit het aanliggende landschap, soms in combinatie met een wijkvoorziening (bijvoorbeeld het Van Hogendorpplein in Hoogeind en de Brede Scholen), waarop de wijk is georiënteerd. Richting de toekomst zetten we in op het borgen van de kenmerkende ruimtelijke structuren van de woonwijken en bijbehorende cultuurhistorische elementen en groenstructuur. Daarbij zetten we in op een klimaatbestendige groenstructuur en watersysteem.

4.6.2 Netwerken

De bereikbaarheid en ontsluiting van de woonwijken houden we op peil en groeit met eventuele ontwikkelingen mee. We zetten in op de transitie richting duurzame mobiliteit. Denk hierbij aan het realiseren van openbare laadpalen en voldoende ruimte voor langzaam verkeer. Tot slot onderzoeken we in het kader van de verduurzaming van de woningvoorraad of een warmtenetwerk een kansrijk alternatief is in de woonwijken.

62 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 4.6 WOONWIJKEN GOIRLE

4.6.3 Gebruik

De woonwijken worden toekomstbestendig (duurzaam en levensloopbestendig). We zetten in op groene, gezonde, inclusieve en toekomstbestendige wijken voor jong en oud. Daarvoor zijn voldoende passende woningen nodig en is het noodzakelijk dat we alleen ruimte bieden aan functies die goed passen in een woonwijk. Zo zijn grotere evenementen niet toegestaan. Voor bedrijvigheid is ruimte, mits dit kleinschalig en ‘aan huis’ is en geen (milieu/geluid/verkeer) overlast veroorzaakt. Verder zetten we in op een aantrekkelijke woonomgeving die bijdraagt aan de gezondheid en welzijn van onze inwoners. We zetten in op vergroening van verhard oppervlak en dit willen we koppelen aan de mogelijkheid tot spelen, bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte. Bovendien zorgt een slimme inzet van (ecologische beheerd) groen in het woongebied voor koelteplekken in warme tijden, het tegengaan van wateroverlast bij extreme buien en versterking van de biodiversiteit. Ook inwoners maken we hiervan bewust. De bestaande wijkpunten gaan we doorontwikkelen en in functie verbreden, zodat er dichtbij huis ruimte is voor ontmoeten en maatschappelijke (zorg) voorzieningen. Goede (en laagdrempelige) toegankelijkheid is zowel voor de openbare ruimte als de wijkpunten een belangrijk uitgangspunt. We ontwikkelen de sport- en speelvoorzieningen binnen de huidige complexen en kiezen vooralsnog niet voor uitbreiding.

Tot slot zetten we samen met de inwoners in op de verduurzaming van de huidige woningvoorraad. Het gaat om alternatieven voor aardgas, energiebesparende maatregelen (bijvoorbeeld isolatie) en mogelijkheden tot kleinschalige opwek van energie (zon op dak).

4.6.4 Milieuaspecten

In de woonwijken van Goirle staat, in tegenstelling tot het centrumgebied, leefbaarheid boven levendigheid. Een gezonde, veilige en sociale woonomgeving staat centraal. We willen de overlast voor inwoners tot het minimum beperken en risicovolle activiteiten niet toestaan in woongebieden. In beginsel willen we dan ook voldoen aan de wettelijke eisen. We hanteren daarom voor alle milieuaspecten de standaard kwaliteit. Dat betekent voor geluid dat we geen hogere grenswaarden afgeven, maar een maximale inspanning doen om door middel van maatregelen een gezond woonen leefklimaat te borgen. Hierbij gaat het met name om de verbetering van geluidsoverlast van verkeer. Tot slot willen we de relatief lage biodiversiteit in dit deelgebied verbeteren. We zetten in op versterking van de groenstructuur en de mogelijkheid voor inwoners om natuur ook in de directe woonomgeving te beleven.

4.6 WOONWIJKEN GOIRLE - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 63

4.7 A58-Zone 4.7.1 Kwaliteiten

De A58-zone is duidelijk een overgangszone tussen stad en (platte)land, waar veel ontwikkelingen plaatsvinden. Het gebied kenmerkt zich door een afwisseling aan landschappen en functies: Midden: Riels Kwadrant, Tilburgse bedrijventerreinen, de Surfplas. Oost: Boschkens, Bakertand, agrarisch gebied met daarin de Oostplas. Duidelijk element in dit gebied is de snelweg A58 die langs de noordgrens van de gemeente loopt en die een stevige, fysieke barrière vormt tussen de gemeente Tilburg en de gemeente Goirle. Het natuurnetwerk is in de A58-zone een stuk smaller dan in het overige buitengebied van de gemeente. Toch zijn er wel een aantal belangrijke natuurwaarden te vinden en ook kent het gebied een bijzonder bodem- en watersysteem. Deze kwaliteiten zijn kaderstellend bij nieuwe functionele ontwikkelingen waaraan we als gemeente ruimte bieden.

4.7.2 Netwerken

Er zijn drie ontsluitingswegen vanuit de gemeente die vanuit de A58-zone naar de snelweg of de stad Tilburg leiden. Met het oog op de toekomst zetten we in op het behoud van de goede mobiliteit, ook met de groei van onze gemeente. Daarnaast werken we met onze partners aan de uitbreiding van het energienetwerk, zodat de energietransitie hier deels kan landen. Gekoppeld aan de snelweg A58 faciliteren we ontbrekende verbindingen in het elektriciteitsnetwerk. Het energienetwerk is hiermee in dit gebied al goed ontwikkeld. Hetzelfde geldt voor de mobiliteit infrastructuur. Het is dus een logische plek voor inpassing van duurzame energie en verdere verstedelijking.

64 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 4.7 A58-ZONE

4.7.3 Gebruik

In de A58-zone is ruimte voor grotere ruimtelijke ontwikkelingen. De bijzondere bodemen watersituatie zijn hierbij kaderstellend. We zetten in op duurzame verbindingen van het natuurnetwerk, om gebieden aan elkaar te verknopen. Er ontbreken nog enkele (waardevolle) ecologische verbindingen. Samen met onze partners ontwikkelen we daarom nieuwe natuur ten oosten van de Oostplas, realiseren ecologische verbindingszones (Hultensche Leij en Nieuwe Leij), voeren beekherstel uit (Nieuwe Leij) en leggen faunapassages aan. Verder bieden we ruimte aan grootschalige energieopwekking in het kader van de energietransitie (onder andere langs de A58) en ook aan woningbouwontwikkelingen. Momenteel zijn Boschkens en de Bakertand al in ontwikkeling en op middellange termijn komt het Riels Kwadrant mogelijk in beeld als schuifruimte voor sportvoorzieningen. Daarnaast wordt langs de beekdalen en Oostplas met name ingezet op ruimte voor waterberging. Waar wenselijk gebeurt dit in combinatie met initiatieven op het gebied van recreatie, toerisme en/of energieopwekking. Met name de Oostplas biedt kansen om te ontwikkelen als recreatiegebied. Voor nieuwe landbouwactiviteiten en bedrijvigheid is in principe geen ruimte. In het oosten werken we aan energiehub De Baars.

4.7.4 Milieuaspecten

Gezondheid en milieukwaliteit – met name geluidsoverlast en luchtkwaliteit – hebben vanwege de ligging ten opzichte van de snelweg A58 en bedrijventerrein T58 (gemeente Tilburg) de aandacht. Invloed vanuit de gemeente hierop is echter beperkt. Hoge kwaliteitsnormen voor geluid (van verkeer) zijn niet realistisch in dit deelgebied en daarom wordt hiervoor een lagere kwaliteitsnorm geaccepteerd. Wel zetten we in op mitigerende maatregelen bij nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast zetten we in op verbetering van de luchtkwaliteit en daarom hanteren we hiervoor de standaard kwaliteitsnorm. Zo proberen we binnen de realistische kaders zo hoog mogelijk in te zetten op een gezonde en veilige leefomgeving. Voor licht, geluid (van overige activiteiten), trilling, bodemkwaliteit en geur hanteren we de standaard kwaliteitsnormering. Het opwekken van duurzame energie zal voor een nieuw elektriciteitsnetwerk vragen wat invloed kan hebben op de externe veiligheid. Voor externe veiligheid hanteren we de standaard kwaliteitsnorm. Voor de grondwaterkwaliteit hanteren we een hogere kwaliteitsnorm dan de standaard norm, aangezien het westelijk deel van de A58-zone een grondwaterbeschermingsgebied betreft. Voor het oppervlaktewater hanteren we ook een hogere kwaliteitsnorm vanwege het natuurlijk zwemwater in de Oostplas.

Hiermee stellen we de ambitie om zowel de grondwaterkwaliteit als de oppervlaktewaterkwaliteit in het deelgebied te verbeteren. Tot slot stellen we een hoge ambitie voor het thema ‘biodiversiteit’ omdat we hier kiezen voor de realisatie en versterking van ecologische verbindingen en klimaatopgaven.

4.7 A58-ZONE - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 65

4.8 Bedrijventerrein Veertels 4.8.1 Kwaliteiten

In het zuiden van de dorpskern van Riel bevindt zich het bedrijventerrein Veertels. Het bedrijventerrein heeft een kleinschalige opzet, wat aansluit bij het karakter van Riel als geheel. Naast de groene zone langs het Bels Lijntje, zijn er geen specifieke kernkwaliteiten die behouden moeten worden voor de toekomst.

4.8.2 Netwerken

Het gebied kent een lusvormige verkeersstructuur, waarlangs de bedrijven zijn ontsloten. Het terrein zelf heeft twee ontsluitingswegen op de Alphenseweg. Het is belangrijk dat richting de toekomst de bereikbaarheid en parkeervoorzieningen van het terrein op peil blijft en meebeweegt met de verschillende functies op het terrein.

66 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 4.8 BEDRIJVENTERREIN VEERTELS

4.8.3 Gebruik

Ruimte voor ondernemen houdt hier de hoogste prioriteit. Op bedrijventerrein Veertels is aan de randen een mix van wonen-werken. Dit wonen is en blijft gekoppeld aan de bedrijfsfunctie en andersom. Er blijft dus een relatie tussen de eigenaar/gebruiker van de bedrijfswoning en het bedrijfsgebouw. Het kan hierbij voorkomen dat een ondernemer hier niet langer wil of kan wonen of andersom dat een bewoner niet langer wil of kan ondernemen. Hierbij zoeken we naar maatwerk en streven we ernaar dat deze woon-werkruimtes op termijn weer vrijkomen voor de beoogde doelgroep, namelijk: (startende) ondernemers. Ook voor ondernemers aan de randen van het terrein gaan we op zoek naar maatwerk. Eventuele planschade komt daarbij voor rekening van initiatiefnemer. We gaan ook gezamenlijk voldoende parkeerruimte creëren en we verkennen of we middels 'parkmanagement' een kwaliteitsverbetering van het terrein kunnen bereiken. Daarnaast willen we op Veertels bijdragen aan de energietransitie door onder andere zonnepanelen op dak te realiseren en circulaire bedrijfsprocessen te stimuleren. Met uitzondering van volumineuze detailhandel is voor detailhandel- en horecavoorzieningen geen ruimte. Deze concentreren zich nabij het dorpslint van Riel. Tot slot is het belangrijk om meer ruimte voor groen en waterberging te realiseren op het terrein, ten behoeve van de klimaatbestendigheid.

Meer groen draagt bovendien bij aan een aantrekkelijkere werk- en woonomgeving. Daarnaast is er ruimte voor splitsing en/of verhuur van bedrijfspanden, onder voorwaarde dat wordt voldaan aan de overige regelgeving (onder andere parkeerbeleid en brandveiligheid).

4.8.4 Milieuaspecten

Ruimte voor ondernemen houdt op Veertels prioriteit. Daarom zetten we voor de meeste aspecten in op de standaard kwaliteit. Voor geurhinder betekent dit een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Voor geluid van verkeer accepteren we een lagere kwaliteitsnorm, maar voor geluid van overige activiteiten zetten we in op verbetering. Hiervoor stellen we de standaard kwaliteitsnorm voor de geldende milieucategorie. Verder zetten we in op verbetering van de grondwaterkwaliteit aangezien Veertels is gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Hiervoor stellen we dan ook een hogere kwaliteitsnorm dan de standaard norm. De relatief lage biodiversiteit willen we tot slot ook verbeteren en daarom stellen we hiervoor de ambitie om een standaard kwaliteit te behalen.

4.8 BEDRIJVENTERREIN VEERTELS - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 67

4.9 Bedrijventerrein Tijvoort 4.9.1 Kwaliteiten

Ten zuiden van de dorpskern Goirle bevindt zich het bedrijventerrein Tijvoort, grofweg ingekaderd door de Turnhoutsebaan, Poppelseweg en de Spoorbaan. Het geheel heeft de uitstraling van een handels- en industriecomplex. Het terrein zelf kent geen specifieke samenhang in kavelmaten, architectuur of beeldkwaliteit. Dit willen we in de toekomst wel toevoegen. In samenwerking met de ondernemers zijn er al maatregelen genomen om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren.

4.9.2 Netwerken

Het is belangrijk om Tijvoort goed bereikbaar te houden, met duidelijke entrees en goede ontsluitingsstructuren. Zowel voor vrachtverkeer als voor de werknemers van de bedrijven. Op termijn is het daarom belangrijk om de hoofdontsluiting naar de snelweg A58 te verbeteren. Daarnaast houden we de verkeersveiligheid op peil en zorgen we samen met ondernemers voor voldoende parkeergelegenheid (voor vrachtwagens ligt hier een opgave). Verder zetten we in het kader van ‘duurzaamheid als uitgangspunt’ in op de transitie naar duurzame, slimme mobiliteit. Denk hierbij aan elektrische laadpalen, deelmobiliteitsconcepten, duurzame koeriersdiensten en goede toegankelijkheid tot OV-voorzieningen. Tot slot streven we ernaar om maximaal gebruik te maken van de aanwezige en toekomstige energie-infrastructuur voor initiatieven van energieopwekking op het bedrijventerrein.

68 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 4.9 BEDRIJVENTERREIN TIJVOORT

4.9.3 Gebruik

Tijvoort is en blijft ook in de toekomst hoofdzakelijk gericht op gemengde bedrijvigheid. Er is hier enige ruimte voor (grootschalige) detailhandel die niet geschikt is voor vestiging in het centrumgebied. Kleinschalige detailhandel, wonen, horecavoorzieningen, recreatieve voorzieningen, maatschappelijke voorzieningen en alleenstaande kantoorontwikkeling worden niet (verder) ontwikkeld. Door herstructurering proberen we zoveel mogelijk de lokale vraag naar bedrijfskavels op te vangen binnen het bestaande gebied. Ter verbetering van de beeldkwaliteit zetten we dan bovendien in op het uitbreiden van een ecologisch beheerde groenstructuur. Bijvoorbeeld middels het uitbreiden van het 'buurtgroen' langs de Turnhoutsebaan. Dit draagt bij aan een aantrekkelijke werkomgeving en slimme inzet van groen en blauw zorgt bovendien voor het tegengaan van hitte en wateroverlast bij extreem weer. Op termijn zien we kansen om aan de zuidkant beperkt uit te breiden, mits natuurinclusief en landschappelijk ingepast. Aan de noordzijde - ten noorden van de parallelweg - is op lange termijn ruimte voor (geleidelijke) verkleuring richting woningbouw. De bedrijfsvoering van zittende bedrijven is hierbij een aandachtspunt en blijft in beginsel leidend. Duurzaamheid nemen we als uitgangspunt op het bedrijventerrein van Tijvoort.

We werken samen met de ondernemers toe naar een circulaire economie en het realiseren van (kleinschalige) duurzame energieopwekking. Met de Green Deal zijn in ieder geval de eerste stappen al gezet om gezamenlijk de ambities te verwezenlijken.

4.9.4 Milieuaspecten

We bieden ondernemers voldoende ruimte zodat zij hun activiteiten zonder grote beperkingen uit kunnen voeren. In het zuidelijk deel van het bedrijventerrein is de zwaardere bedrijvigheid (in relatie tot lucht, geluid en geur) gevestigd en in het noordelijk deel is lichtere bedrijvigheid gevestigd. Deze ruimtelijke verdeling willen we zo behouden, zodat de overlast voor de naastgelegen woongebieden tot het minimum wordt beperkt. Voor de meeste milieuaspecten hanteren we de standaard kwaliteit. Lichtvervuiling is daarentegen beperkt en de luchtkwaliteit relatief hoog voor een bedrijventerrein. Voor geluid van verkeer accepteren we een lagere milieukwaliteit, maar voor geluid van overige activiteiten zetten we met een standaardkwaliteit in op een verbetering. De relatief lage biodiversiteit willen we tot slot ook verbeteren en daarom stellen we hiervoor de ambitie om de standaard basiskwaliteit te behalen.

4.9 BEDRIJVENTERREIN TIJVOORT - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 69

4.10 Wat betekent dit dan? Reflectie op deelgebieden

In dit hoofdstuk hebben we per deelgebied in meer detail uitgewerkt welke kwaliteiten we willen behouden, aan welke ontwikkelingen we ruimte willen bieden en onderscheid gemaakt in ambities op het gebied van milieukwaliteiten. Hiermee geven we invulling aan de behoefte aan meer gebiedsspecifieke beleidsuitspraken. Voor de nadere uitwerking van de diverse doelen in deze gebieden blijft maatwerk nodig.

Conclusie

Dit alles leidt tot de volgende spelregels:

Spelregel 12: “We werken gebiedsgericht”

70 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 4.10 WAT BETEKENT DIT DAN?

Hoofdstuk 5. Operationalisering

OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 71

5.1 Relatie met andere instrumenten Inleiding

In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie willen operationaliseren. Als gemeente staan we hiervoor niet alleen ‘aan de lat’. Samen met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners gaan we aan de slag om de centrale waarden van Goirle te behouden én te versterken. In dit hoofdstuk beschrijven we verder hoe we de visie gaan uitwerken en hoe deze doorwerkt in de andere Omgevingswet-instrumenten. Tot slot geven we aan hoe we de uitvoering van onze gestelde ambities in de visie gaan monitoren en hoe we omgaan met het actualiseren van de visie.

Relatie andere Omgevingswet-instrumenten

De Omgevingswet heeft een zestal kerninstrumenten waarvan de omgevingsvisie, het omgevingsplan de programma’s de belangrijkste beleidsmatige instrumenten zijn. De omgevingsvisie heeft een duidelijke relatie met de overige Omgevingswet-instrumenten. Het vormt de eerste stap in de beleidscyclus.

Omgevingsplan

Belangrijk is de bepaling in de Omgevingswet dat een gemeente één omgevingsplan kent. Op termijn vervangt dit alle verschillende bestemmingsplannen in de gemeente. Ook alle verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving worden in het omgevingsplan opgenomen. De omgevingsvisie is zelfbindend: ze bindt alleen het bestuursorgaan (bevoegd gezag) dat het document heeft vastgesteld, in dit geval de gemeenteraad. De omgevingsvisie vormt de beleidsmatige basis voor het omgevingsplan. Het doel is dat met het omgevingsplan een deel van de verzoeken snel kan worden afgedaan en dat voor een deel een nadere afweging nodig is. Als een initiatief in zijn geheel niet blijkt te passen in het omgevingsplan, dan kan hiervan afgeweken worden en kunnen we terugvallen op de omgevingsvisie. Hiervoor zijn de afwegingen uit de beleidskeuzes uit de omgevingsvisie van belang. Dit is het kwalitatieve kader waarmee de raad de beoordeling van initiatieven in vertrouwen loslaat aan het college van burgemeester en wethouders.

Omgevingsprogramma

De omgevingsvisie stelt ambities voor de toekomst en formuleert hiervoor het strategisch beleid aan de hand van kaders en richtlijnen. Gewenste verdere uitwerking van het strategisch beleid kan op tactisch en operationeel niveau plaatsvinden via het programma-instrument. De integrale afweging vindt op hoofdlijnen plaats in de omgevingsvisie, in de programma’s wordt daarop voortgeborduurd en worden de lijnen voor de uitvoering uitgezet. Het omgevingsprogramma is een flexibel instrument dat de gemeente kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Een programma heeft verschillende kenmerken en is zelfbindend. Het wordt vastgesteld door het college. Deze kunnen gebiedsgericht of een thematisch van aard zijn. Een gebiedsgericht programma kan bijvoorbeeld voor het buitengebied West worden opgesteld om aan te geven hoe natuur, landschap, water, energie en landbouw in dit gebied kunnen worden geoptimaliseerd. Een thematisch gericht programma kan bijvoorbeeld een gemeentelijk rioleringsprogramma zijn. Momenteel werken we aan de volgende programma’s: -

Programma Water (gereed) Programma Groen Programma Mobiliteit Woningbouwprogramma

Daarnaast verkennen we de meerwaarde van een duurzaamheids- of energieprogramma.

72 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 5.1 RELATIE MET ANDERE INSTRUMENTEN

Projectenmatrix omgevingsvisie

De omgevingsvisie gaat uit van realisatie van projecten door eenieder die in de gemeente Goirle woont, werkt of recreëert of er op een andere manier bij betrokken is. Als gemeente stimuleren en ondersteunen (leveren van kennis, zorgen voor verbinding) we initiatieven die bijdragen aan de centrale waarden, beleidskeuzes per laag en gebiedsprioriteiten in de omgevingsvisie. In de uitvoering geven we daadwerkelijk vorm aan de gestelde ambities in de praktijk. Hiervoor gebruiken we een projectenmatrix (zie bijlage B.1). We stellen voor het overzicht een projectenmatrix op die we 2-jaarlijks herzien, waarbij we de projectplannen steeds verder uitwerken en updaten. De omgevingsvisie wordt zo een dynamisch actieplan en een visie die ‘altijd vers’ is, zoals wordt beoogd met de Omgevingswet. Naar wens vindt de uitwerking plaats in thematische of gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s.

Omgevingsvisie als inspiratie- en afwegingskader

De omgevingsvisie wordt nader geoperationaliseerd middels het opstellen van het omgevingsplan en programma’s, maar is an sich ook een instrument voor het toetsen van nieuwe ontwikkelingen. Zeker omdat het nog enkele jaren kan duren voordat het omgevingsplan geheel is opgesteld. In die periode wordt de omgevingsvisie als kaderstellend instrument voor ontwikkelingen die niet binnen het omgevingsplan van rechtswege passen des te belangrijker. Hierbij hanteren we de ‘Ja, mits - benadering’ en is het van belang de balans tussen borgen van kwaliteiten en ruimte bieden voor ontwikkelingen inzichtelijk te maken. Hierbij kan het college binnen de kaders van deze omgevingsvisie besluiten nemen. Hoeveel vrijheid het college daarbij heeft zal nader worden afgesproken in het kader van het adviesrecht en delegatiebesluit. Bij initiatieven die niet (helemaal) binnen de kaders van deze omgevingsvisie vallen hanteren we een 'nee, tenzij - benadering'. Dat wil zeggen dat het initiatief in principe niet mogelijk is en enkel als het dusdanig veel maatschappelijke meerwaarde biedt kan er van de uitgangspunten van de omgevingsvisie afgeweken kan worden. Deze afweging is dan aan de gemeenteraad. De volgende beginselen uit de Omgevingswet en afwegingsprincipes uit de NOVI zijn bij de afwegingen nuttige algemene kaders.

Milieubeginselen Omgevingswet & Afwegingsprincipes NOVI • Het voorzorgsbeginsel • Het beginsel van preventief handelen • Het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden en • Het beginsel dat de vervuiler betaalt • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en • Afwenteling wordt voorkomen.

Aanvullend op deze algemene kaders bieden de centrale waarden, lagen, gebiedskeuzes en daaruit voortvloeiende ‘spelregels’ (zie hoofdstuk 6) uit de omgevingsvisie inhoudelijke en gebiedsgerichte richting. Richting voor de nadere uitwerking in programma’s en het omgevingsplan alsmede richting als overkoepelend afwegingskader waarmee de wenselijkheid van nieuwe ontwikkelingen getoetst kan worden. Naast een toets op de algemene kaders toetsen we dan ook op de ontwikkelprincipes en de achterliggende beleidskaders. Dit tezamen vormt de kwalitatieve basis van het afwegingskader. Bij de afweging rondom complexe initiatieven stellen we onszelf de volgende vragen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Past het desbetreffende initiatief binnen de centrale waarden? Heeft het desbetreffende initiatief een negatieve en/of positieve impact op de kwaliteiten? Hoe wordt aangesloten op bestaande netwerken? Draagt het initiatief bij aan de visie of doelen van een of meerdere thema's? In welke mate sluit het initiatief aan op de beleidsprioriteiten en milieu-ambities van het deelgebied? In welke mate draagt het positief en/of negatief bij aan diverse indicatoren van de Global Goals?

Evaluatie

Er is geen wettelijke actualiseringstermijn voor omgevingsvisies. Op enig moment zullen we tot de conclusie komen dat een bepaald thema toch nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat herziening van de visie nodig is. In de geest van de Omgevingswet moet de omgevingsvisie ‘elke dag vers’ gehouden worden. Dit is in de praktijk niet werkbaar, daarom werken wij met een ambtelijke actualiseringscyclus van eens per jaar en een bestuurlijke actualiseringscyclus van eens per twee jaar om de omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd te houden. Bij de volgende actualisering worden fysieke gebiedsgesprekken georganiseerd. De evaluatie van de omgevingsvisie bij het opstellen van het omgevingsplan is hierbij de eerste logische vervolgstap. We kiezen voor deze korte cyclus omdat de Omgevingswet en bijbehorende instrumenten nieuw zijn. Op termijn bekijken we of we de actualiseringstermijn van de cyclus verlengen.

PlanMER

Een milieueffectrapportage (MER) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. Het doel van een MER is het milieubelang een volwaardige plaats geven in de besluitvorming bij planvorming en projectontwikkeling. De omgevingsvisie wordt periodiek geactualiseerd en we schatten in dat grotere (projectMER-plichtige) ontwikkelingen met een grote milieu-impact pas op de middellange en langere termijn spelen. Daarom achten we het op dit moment niet nuttig en noodzakelijk om nu al een planMER voor de omgevingsvisie op te stellen. Bij de volgende evaluatie van de omgevingsvisie bekijken we opnieuw de nut en noodzaak van een milieueffectrapportage. 5.1 RELATIE MET ANDERE INSTRUMENTEN - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 73

5.2 Monitoring Monitoring

De omgevingsvisie is een integrale visie die we in de gemeente Goirle vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet hebben opgesteld. Met de omgevingsvisie hebben we een koers en een flexibel raamwerk voor de inrichting van onze fysieke leefomgeving. Met het monitoringssysteem houden we zicht op de voortgang van onze koers. We gebruiken voor de monitoring de Global goals en benutten daarvoor de volgende indicatoren (komende periode wordt dit verder geoperationaliseerd en bepalen we per indicator streefwaarden): Indicatoren: % huishoudens met een laag inkomen (CBS / Waarstaatjegemeente) % huishoudens met bijstandsuitkering (CBS / Waarstaatjegemeente) Lopende re-integratievoorziening (CBS / Waarstaatjegemeente) Indicatoren: Aantal vestigingen landbouw, bosbouw en visserij (CBS / Klimaatmonitor) Percentage met bijstandsuitkering (CBS / Waarstaatjegemeente)

Indicatoren: % dat voldoet aan beweegrichtlijn (RIVM, Gezondheid per buurt, wijk en gemeente) % ervaren gezondheid (RIVM, Gezondheid per buurt, wijk en gemeente) Luchtkwaliteit: PM10+NO2 (RIVM) + Gebiedsschets en Monitoring milieu-effecten A58 Indicatoren: Ecologische kwaliteit oppervlaktewateren Kaderrichtlijnwater (waterschap) Monitoring kwaliteit drinkwater (waterschap/provincie)

Indicatoren: Verbruik gas en elektriciteit (Klimaatmonitor) TJ Duurzame energieopwekking (Klimaatmonitor)

Indicatoren: Aantal banen (Waarstaatjegemeente) Aantal vestigingen (Waarstaatjegemeente) 74 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 5.2 MONITORING

Indicatoren: Snelgroeiende bedrijven (Waarstaatjegemeente) Score infrastructuur fietsstad (Waarstaatjegemeente)

Indicatoren: Gini-coëfficiënt gemeente (CBS) % huishoudens met een laag inkomen (CBS / Waarstaatjegemeente)

Indicatoren: Capaciteit woningbouwprogramma (gemeente Goirle) Waardeontwikkeling woonklimaat (BAG, regionaal-lokaal woonbehoefte-onderzoek) Percentage woningen energielabel A of hoger (Waarstaatjegemeente) Indicatoren: Totaal huishoudelijk afval (CBS / Waarstaatjegemeente) Grof huishoudelijk afval (CBS / Waarstaatjegemeente)

Indicatoren: Bomen per inwoner (Cobra / Waarstaatjegemeente) Versteende oppervlakte in tuinen (Cobra / Waarstaatjegemeente)

Indicatoren: Ecologische kwaliteit oppervlaktewateren Kaderrichtlijnwater (waterschap) Soortendiversiteit (atlas voor de leefomgeving)

Indicatoren: Bomen per inwoner (Cobra / Waarstaatjegemeente) Soortendiversiteit (atlas voor de leefomgeving)

Indicatoren: Leefbarometer (dimensie veiligheid) (BZK/Leefbarometer) Sociale veiligheidsindices (Waarstaatjegemeente)

5.3 Grond en financiën Grondbeleid

Ten aanzien van ons grondbeleid maken we als gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen expliciet vooraf afwegingen ten aanzien van onze regierol en hoe we deze gestalte geven. Deze regierol kan bestaan uit een actieve of faciliterende rol. We maken dus vooraf een afweging of we voor een bepaalde locatie een actief of facilitair grondbeleid volgen. Op deze manier kunnen we adequaat handelen, met het oog op onze ruimtelijke en functionele doelstellingen, zorgen we voor een transparant grondbeleid en een gezonde financiële huishouding van de grondexploitaties. Hieronder staan onze algemene uitgangspunten ten aanzien van het grondbeleid opgesomd: •

•

• • • •

• • •

We zorgen er als gemeente voor dat we voor elke potentiële ontwikkelingslocatie onze gewenste regierol in beeld hebben. Het grondbeleid draagt bij aan het tijdig realiseren van onze ruimtelijke doelstellingen. We zorgen er als gemeente voor dat we tijdig de ruimtelijke en architectonische kwaliteit en de kwaliteit van de openbare ruimte op hoofdlijnen hebben bepaald voor de potentiële ontwikkelingslocatie. Per ruimtelijk project wordt er vroegtijdig op vertrouwelijke basis de grondstrategie bepaald. Bij de start van een ruimtelijk project dienen daarbij duidelijke sturende, toetsende en controle momenten in de toekomst te zijn aangeven. Bij een actief grondbeleid is een gedegen risicomanagement noodzakelijk. Samenwerking met marktpartijen of particulieren wordt aangegaan wanneer dit leidt tot beperking van de financiële risico’s, de voortgang wordt bespoedigd, de kwaliteit wordt verbeterd of de kans op een hogere opbrengst wordt vergroot. Alle beschikbare grondbeleidsinstrumenten kunnen in principe in de gemeente worden toegepast. Het grondbeleid is ondersteunend aan de jaarlijks vast te stellen programma’s van de gemeente en al het ruimtelijke en financieel beleid zoals dat is vastgesteld. Per grondexploitatie moet er permanent een zo volledig mogelijk beeld zijn van alle planeconomische en financiële aspecten.

In de begroting en jaarrekening ontvangt de gemeenteraad informatie over de grondexploitaties. Verder stelt de raad door vaststelling van de begroting tevens de financiële middelen voor dat jaar op grond van de gewijzigde grondexploitaties beschikbaar. Bij tussentijdse aanmerkelijke afwijkingen wordt hierover gerapporteerd in de tussentijdse rapportages. Wanneer financiële afwijkingen niet binnen de grondexploitatie kunnen worden opgevangen omdat het resultaat negatief is geworden, stelt de raad op grond van haar budgetrecht de gewijzigde grondexploitatie opnieuw vast.

Kostenverhaal en financiële bijdragen

Om de kwaliteit in de gemeente Goirle op peil te houden, zijn investeringen nodig. Ondanks de veranderende rol blijven we een deel van deze maatschappelijke opgaven met gemeentelijke middelen bekostigen. Omdat private partijen ook economisch profijt kunnen hebben van deze investeringen, vraagt de gemeente waar mogelijk ook hen om een bijdrage. Kortom, we verdelen de lusten en lasten. Partijen die bouwen in de gemeente en daarmee inkomsten verdienen, dragen op twee manieren bij. Direct door invulling te geven aan de opgaven en indirect via financiering van kwaliteitsimpulsen die de gemeentelijke organisatie geeft aan Goirle. De gemeente is wettelijk verplicht om de kosten die zij zelf maakt, te verhalen op de (particuliere) initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen. Soms is dit de gemeente zelf, soms zijn het marktinitiatieven. Alle kosten die de gemeente moet maken om dit mogelijk te maken, brengt de gemeente in rekening bij de initiatiefnemer. Daarvoor vraagt de gemeente een exploitatiebijdrage. Het kostenverhaal vloeit nu nog voort uit de Wet ruimtelijke ordening, maar heeft straks een wettelijke basis in de Omgevingswet. Daarom is het kostenverhaal nu nog (deels) in de basis geformuleerd conform de vigerende Wet Ruimtelijke Ordening (Wro), maar zal dit na inwerkingtreding aangepast worden.

Het kostenverhaal bestaat uit twee categorieën, onderverdeeld in vijf kostenposten: Kosten direct aan het initiatief gerelateerd: 1. Planeigen kosten 2. Plankosten Kosten die het initiatief overstijgen: 3. Bovenwijkse voorzieningen 4. Bovenplanse kosten 5. Bijdragen ruimtelijke ontwikkeling Bij private initiatieven borgt de gemeente het kostenverhaal met een exploitatiebijdrage in een anterieure overeenkomst (privaatrechtelijk spoor). Alleen als we er echt niet uitkomen, stellen we een exploitatieplan vast en kunnen we de kosten afdwingen (publiekrechtelijk spoor). Voor financiële bijdragen voor kosten die het initiatief overstijgen gebruiken we de projectenmatrix. We hanteren hierbij de ‘spelregel’: “We verdelen de lusten en lasten van nieuwe ontwikkelingen” Daarvoor gebruiken we ook fondsvorming. We verkennen mogelijkheid van een duurzaamheidsfonds. Daarnaast wordt voor de volgende fondsen van de gemeente Goirle (mogelijk) een bijdrage gevraagd: De reserve bovenwijkse voorzieningen De reserve verfraaiing gemeenten Een bijdrage in de kosten van groen, het groenfonds

5.3 GROND EN FINANCIËN - OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 75

5.4 Wat betekent dit dan? Reflectie op operationalisering

In dit hoofdstuk hebben we toegelicht hoe de omgevingsvisie doorwerkt en in de praktijk gebracht en gebruikt wordt. We realiseren ons dat met dit een 1.0 versie van de omgevingsvisie is en dat we deze conform de beleidscyclus komende jaren periodiek evalueren en actualiseren. Daarnaast zien we ook dat de doelen en opgaven waar we voor aan de lat staat complex en kostbaar zijn. Dit doen we niet alleen, maar met een breed scala aan actoren. Op basis van deze omgevingsvisie maken we ook afspraken omtrent financiële bijdragen voor diverse kostenposten en fondsen. We doen dit zoveel mogelijk anterieur. We maken deze afspraken om de lusten en lasten van de beoogde ontwikkelingen zo eerlijk mogelijk te verdelen.

Conclusie

Dit alles leidt tot de volgende spelregels:

Spelregel 13: “We monitoren de voortgang, evalueren regelmatig en sturen tussentijds bij wanneer nodig” Spelregel 14: “We verdelen de lusten en lasten van nieuwe ontwikkelingen”

76 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 5.4 WAT BETEKENT DIT DAN?

6. Gôôlse spelregels Toelichting op spelregels

Ieder hoofdstuk is afgesloten met een reeks spelregels. Dit zijn de uitgangspunten van de visie op hoofdlijnen. Op de volgende pagina zijn deze spelregels gebundeld. Het is belangrijk hierbij te benoemen dat deze niet los te lezen zijn, maar altijd inclusief achterliggende beschrijving geïnterpreteerd moeten worden.

6 GÔÔLSE SPELREGELS- OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 77

Spelregel 1: “We betrekken belanghebbenden vroegtijdig bij beleidsontwikkeling en initiatieven” Spelregel 2: “Initiatiefnemers verantwoorden op welke wijze belanghebbenden zijn betrokken” Spelregel 3: “We pakken regie waar het (i.h.k.v. maatschappelijk belang) moet en laten los waar het (i.h.k.v. individuele wensen) kan” Spelregel 4: “We hanteren de Global Goals als kader voor het ontwikkelen en toetsen van beleid” Spelregel 5: “We toetsen in welke mate nieuwe ontwikkelingen aan onze centrale waarden bijdragen” Spelregel 6: “De volgende regionale opgaven hebben een streepje voor: woningbouw, natuur, recreatie, klimaatadaptatie en energietransitie” Spelregel 7: “We richten ons op sociale en zorggerelateerde regionale opgaven” Spelregel 8: “We zorgen dat ontwikkelingen bijdragen aan onze kwaliteiten” Spelregel 9: “We volgen de capaciteit van infrastructuur” Spelregel 10: “We bieden ruimte aan maatschappelijke opgaven” Spelregel 11: “We sturen op milieukwaliteit” Spelregel 12: “We werken gebiedsgericht” Spelregel 13: “We monitoren de voortgang, evalueren regelmatig en sturen tussentijds bij wanneer nodig” Spelregel 14: “We verdelen de lusten en lasten van nieuwe ontwikkelingen”

78 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - 6 GÔÔLSE SPELREGELS

Bijlagen OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 79

B. 1 - Projectenmatrix

Project/Programma/Opgaven

Trekker + Partners

Financieel Resultaat

Termijn

Kort: < 5 jaar Middel: 5-10 jaar Lang: > 10 jaar

-

Uitwerken aanpak participatie en dialoog onder de Omgevingswet.

gemeente

negatief

Korte termijn

-

Operationaliseren monitoring – streefwaarden per indicator bepalen

gemeente

negatief

Korte termijn

Kwaliteitslaag Bodem en Watersysteem -

Sponswerking van de bodem verbeteren, zodat de bodem het water beter vasthoudt. Met name in Buitengebied West ligt hier een opgave.

Waterschap + agrariërs

Negatief

(n.t.b)

-

Gebiedsopgave Beekdal Donge-systeem → vernatting beekdalen en flanken + realiseren van (n.t.b) waterbergingsgebieden.

Gemeente + Waterschap (n.t.b)

Negatief (n.t.b)

(n.t.b)

-

Multifunctioneel en levenscyclusgericht rioolsysteem: hemelwater en stedelijk afvalwater gescheiden Aandacht Cultuurhistorie inzamelen → Uitwerking in ‘Programma Water’.

Gemeente + Waterschap

Negatief

(n.t.b)

-

Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (n.t.b)

Gemeente (n.t.b)

Negatief (n.t.b)

Middellange (n.t.b) termijn

Negatief

Korte termijn

Landschapstypologieën Netwerklaag Duurzame mobiliteit -

Uitwerking van onze duurzame visie op diverse mobiliteit (o.a. voldoende laadpalen, innovatieve deelconcepten, ruimte langzaam verkeer) → Uitwerking in ‘Programma Mobiliteit’.

Gemeente

-

Verbetering / uitbreiding van het recreatief routenetwerk → concrete projecten: o Bels Lijntje

(n.t.b)

Korte termijn

Nutsvoorzieningen-netwerk -

Faciliteren van aanpassingen aan het energienetwerk ten behoeve van de energietransitie. Onderzoek mogelijkheden in samenwerking met Enexis onderzoeken. Onder andere ten behoeve van het project HUB de Baars en de Energiecorridor A58.

Enexis + gemeente

Negatief

Middellange termijn

Gebruikslaag Robuust Groen- en Natuurnetwerk -

Uitvoering van de projecten in het Regionaal Natuurbod → concrete projecten: o Ecologische verbindingszone Bels Lijntje o Ecologische verbindingszone Hultense Leij (i.s.m. Waterschap Brabantse Delta) o Ecologische verbindingszone Nieuwe Leij (i.s.m. Waterschap De Dommel) – HUB de Baars o Ecologische verbindingszone Poppelse Leij (i.s.m. Waterschap De Dommel) o Natuurnetwerk Brabant Lage Wal – HUB de Baars o Faunapassages onder A58 – in relatie tot verbreding A58

Gemeente + Natuurbeheerders + Waterschap

Negatief

Middellange termijn

-

Versterken/beschermen van de groenstructuur + biodiverse vergroening in de openbare ruimte (en op particulier terrein) van de dorpskernen en op de bedrijventerreinen + waarborgen van voldoende groen in nieuwe wijken. → Uitwerking in ‘Programma Groen en nota Biodiversiteit’.

Gemeente + inwoners + ondernemers + B-teams

Negatief

Middellange termijn

Verstedelijking -

Ontwikkelingen op diverse inbreidingslocaties → Uitwerking in ‘Woningbouwprogramma’ (jaarlijkse actualisatie). o Boschkens o Zuidrand o Bakertand o Centrumlocaties Goirle o Leij oever Riel o Heisteeg Riel o Enkele potentiële projecten (Woningbouwprogramma)

Gemeente + Rijk / provincie / regio (+ projectontwikkelaars)

Positief

Middellange termijn

-

Ontwikkelingen op uitbreidingslocaties die op termijn, onder voorwaarden, afweegbaar zijn → Uitwerking in ‘Woningbouwprogramma’ (jaarlijkse actualisatie). Voor locaties rondom Riel wordt een nadere prioritering opgesteld. o Spaanse Hoek o Riel-Noord o Riel-Zuid o Tijvoort-Noord o Tijvoort-Zuid (bedrijvigheid) o Riels Kwadrant (schuifruimte sport)

Gemeente + Rijk / provincie / regio (+ projectontwikkelaars)

Positief

Lange termijn

Levendig centrum en florerende detailhandel

80 / OMGEVINGSVISIE GOIRLE - B.1

o o o o o o o

Boschkens Zuidrand Bakertand Centrumlocaties Goirle Leij oever Riel Heisteeg Riel Enkele potentiële projecten (Woningbouwprogramma)

ontwikkelaars)

B. 1 - Projectenmatrix -

Ontwikkelingen op uitbreidingslocaties die op termijn, onder voorwaarden, afweegbaar zijn → Uitwerking in ‘Woningbouwprogramma’ (jaarlijkse actualisatie). Voor locaties rondom Riel wordt een nadere prioritering opgesteld. o Spaanse Hoek o Riel-Noord o Riel-Zuid o Tijvoort-Noord o Tijvoort-Zuid (bedrijvigheid) o Riels Kwadrant (schuifruimte sport)

Gemeente + Rijk / provincie / regio (+ projectontwikkelaars)

Positief

Lange termijn

-

Levendig centrum en florerende detailhandel Opstellen van duidelijke regels ten aanzien van vestiging detailhandel in Goirle.

Gemeente (+ n.t.b)

n.v.t.

Korte termijn

-

Compact maken van het centrumgebied Goirle – onder andere door transformatie naar wonen aan de randen te faciliteren – met een duidelijke functionele zonering

Gemeente + ondernemers

Negatief

Middellange termijn

-

Uitwerking centrumlocaties en woningbouwprojecten in het centrum.

Gemeente (+ n.t.b)

n.v.t.

Korte termijn

-

Ontwikkeling ’t Loket en CC Jan van Besouw

Gemeente (+ n.t.b)

Negatief

Korte termijn

-

Verlengen BIZ

Gemeente + ondernemers

Negatief / mix

Korte termijn

-

Onderzoeken mogelijkheden vergroening centrum Goirle

Gemeente

Negatief

n.t.b.

Positief

Lange termijn

Klassieke milieuthema’s -

Lucht: voortzetten van monitoring van de luchtkwaliteit (dit is een wettelijke eis vanuit de Omgevingswet, onder programma’s). In het Bkl is een omgevingsnorm voor luchtkwaliteit opgenomen. De regelgeving voor ‘luchtkwaliteit’ verwerken we in het omgevingsplan.

Gemeente + OMWB

Negatief

Korte termijn

-

Geluid: bij gebiedsontwikkeling wordt een preventieve geluidstoets verplicht, tevens komt er de verplichting geluidsbelastingkaarten te bepalen, gekoppeld aan het omgevingsplan. De regelgeving voor ‘geluid’ verwerken we in het omgevingsplan.

Gemeente + OMWB

Negatief

Korte termijn

-

Externe veiligheid: er moet beleid worden gemaakt over de vaststelling van voorschriftengebieden. De regelgeving voor ‘externe veiligheid’ verwerken we in het omgevingsplan.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

Gezondheid, veiligheid en duurzaamheid -

Groene, gezonde en toekomstbestendige wijken -

Waarborgen van voldoende geschikt woonaanbod, ook voor doelgroepen die het meeste in de knel zitten + huisvesting van specifieke doelgroepen → Uitwerking in ‘Woningbouwprogramma’.

Gemeente + Leystromen + projectontwikkelaars

Negatief

n.t.b.

-

Woon-zorganalyse uitvoeren: inventarisatie van het huidige aanbod en de behoefte aan niet zelfstandige woonvormen met zorg en begeleiding en de behoefte aan geschikte woonvormen voor ouderen met en zonder zorgvraag en voor andere zorgbehoevenden. Hiervoor wordt aangesloten bij het onderzoek naar beschermd en begeleid wonen, dat in de regio wordt opgestart. Zorgen voor een aantrekkelijke openbare ruimte, met voldoende groen, die uitnodigt tot bewegen, spelen/sporten en ontmoeten – sterke verbinding met ‘iedereen vitaal’.

Gemeente + Regio Hart van Brabant

Negatief

Korte termijn

Gemeente + inwoners

Negatief

n.t.b.

Uitwerking van de Transitievisie Warmte → waarin wordt gewerkt aan energiebesparing en alternatieve warmtebronnen worden gezocht voor gebouwen (woningen, commercieel vastgoed, openbare gebouwen, etc.). Pilot aquathermie (Programma Water) is hier onderdeel van.

Gemeente + diverse partners

Negatief

Middellange termijn

-

Gemeente + diverse partners

Milieulaag

-

-

Eventueel realiseren van ‘wind-boven-bos’ na 2030 in combinatie met klimaatadaptatie – omzetten van naaldhoutbossen in meer biodiverse loofhoutbossen + opgaven brongebied

Uitvoering van projecten die vallen onder de klimaatopgaven – zie ‘Robuust groen- en natuurnetwerk’ en ‘Bodem en water’.

Belangrijk om in de toelichting aan te geven dat het financieel resultaat niet per se (alleen) voor de gemeente betreft, maar algemeen is.

Iedereen vitaal -

Verbreding van de bestaande wijkpunten met een sterke samenwerking tussen sociaal en fysiek domein (eventueel nieuwe wijkpunten realiseren + andere mogelijke projecten naar aanleiding ‘Visie Sociaal domein’).

Gemeente

Negatief

n.t.b.

-

Verbeteren van de toegankelijkheid van de openbare ruimte en voorzieningen.

Gemeente

Negatief

n.t.b.

-

Zorgen voor een geschikte woningvoorraad voor de betreffende doelgroepen → Uitwerking in ‘Woningbouwprogramma’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1214/documents/21912