03 vast te stellen bestemmingsplan Maria Boodschapkerk.pdf
Tekst van het document
Nummer 2: Stichting Steengoed Goirle
Samenvatting inspraakreactie: Stichting Steengoed Goirle heeft de volgende inspraakreacties geuit: 1 2 3 4 5
Beoogde ontwikkeling is te intensief voor de kerk als gebouw en omgeving; Er wordt alleen ingestemd met een bepaalde herbestemming als Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) akkoord gaat; Afwijken van het preadvies van RCE zorgt voor precedentwerking; Er zijn aantoonbaar andere rendabele mogelijkheden besproken. Hier is verder tot op heden geen actie op ondernomen; De kerk, welke met gelden van parochianen is gebouwd en met gemeenschapsgeld is gerestaureerd, wordt teniet gedaan door beoogde ontwikkeling te realiseren.
Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk"
5
Beoordeling. Ad 1. Het beoogde plan is tot stand gekomen na intensief overleg met direct omwonenden en andere betrokkenen. Beoogde ontwikkeling is ten opzichte van de eerste planvorming al veel bijgesteld. Wij zijn van mening dat het programma, zoals dat nu is vormgegeven, de juiste balans is waarbij enerzijds het monumentale karakter van de kerk maximaal wordt behouden en anderzijds dit de minimale invulling is om exploitabel te zijn. Ad 2. Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. Ad 3. Nu in onderhavig geval is besloten om op een aantal punten af te wijken van het preadvies van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE), is dit geen vrij brief om dit in alle voorkomende gevallen ook te doen. Elke ontwikkeling en het daarmee aanhangende (pre) advies wordt op haar eigen merites beoordeeld waaruit een weloverwogen besluit volgt. Een beroep doen op precedentwerking heeft in zijn algemeenheid een minimale slagingskans omdat situaties immers nooit exact gelijk zijn. Ad 4. Initiatiefnemer heeft met alle betrokkene partijen gesproken en/of uitgenodigd voor een gesprek om te komen tot een plan die door alle partijen gedragen zou kunnen worden. Bij die overleggen zijn diverse varianten/scenario’s/mogelijkheden ter tafel gekomen.
Het feit dat uiteindelijk gekozen is voor een mogelijkheid/variant waar u niet of maar deels achterstaat betreuren wij maar wij zijn er van overtuigd dat, het gekozen programma zoals dat nu voor ligt, het algemene belang van onze burgers het beste dient. Ad 5. Om de kerk in zijn huidige staat te kunnen behouden en daar waar nodig te verbeteren, achten wij het noodzakelijk dat op (korte) termijn daar een passende invulling aan wordt gegeven. Hoe langer we wachten met een invulling des te sneller raakt de kerk in verval met alle gevolgen van dien. Zoals eerder is aangegeven zijn wij van mening dat de beoogde ontwikkeling een bijdrage levert aan de woning schaarste waarbij oog is voor de ruimtelijke kwaliteit van zowel de omgeving alsmede het monumentale gebouw. Daarbij wordt nog opgemerkt dat initiatiefnemer meer dan 50 % van de reeds uitgevoerde restauratie voor haar rekening heeft genomen. Conclusie Deze inspraakreactie leidt niet tot een aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan. 2.3.
Nummer 3: het Cuypers Genootschap
Samenvatting inspraakreactie:. Het Cuypers Genootschap heeft de volgende inspraakreacties geuit: 1. beoogde ontwikkeling heeft tot gevolg dat de monumentale waarden van de kerk sterk worden aangetast. Binnen wordt de ruimtewerking aanzienlijk aangetast door verdiepingen aan te brengen. De bestaande gevels verliezen hun karakter door de toevoeging van balkons; 2. het zwaarwegende advies van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) wordt genegeerd. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt dit onvoldoende gemotiveerd; 3. door een reeds uitgevoerde restauratie verkeerd de kerk in goede conditie en is er geen sprake van verval. Er hoeft dan ook niet op stel en sprong een andere bestemming te komen. Er is alle tijd om een plan te ontwikkelen die de monumentale waarden van het gebouw respecteert en deze bescheiden invult; Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk"
6
4. het beoogde woonprogramma is te zwaar. Zien graag een ontwikkeling waarbij de bouwkundige ingrepen zoveel mogelijk reversibel zijn en dat de ruimtewerking in het kerkgebouw behouden blijft; 5. zien graag een aangepast plan tegemoet waarbij er steun is vanuit de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) Beoordeling. Ad 1. Beoogde ontwikkeling heeft inderdaad tot gevolg dat de ruimtelijke werking binnen in de kerk enigszins wordt aangetast. Dit is inherent aan het realiseren van appartementen in een bestaande ruimte. Hoewel er enige aantasting plaatsvindt zijn wij van mening dat er voldoende aandacht is besteed om de monumentale waarden/karakter van de kerk, daar waar mogelijk, te behouden. Ad 2. Het is juist dat in onderhavig geval gedeeltelijk wordt afgeweken van het preadvies van de RCE. In de toelichting van het bestemmingsplan zullen we de beweegredenen nader motiveren en omschrijven. Ad 3. Initiatiefnemer heeft een paar jaar geleden, met het oog op de nieuwe ontwikkeling, de kerk helemaal gerenoveerd. Hierdoor verkeerd de kerk nu nog in redelijk goede staat van onderhoud maar een invulling op korte termijn is zeer gewenst. Hoe langer wordt gewacht met een gepaste invulling, des te groter de kans dat het monumentale karakter van de kerk te niet wordt gedaan gelet op de financiёle middelen die nodig zijn om de waarde van het monument te kunnen behouden.
Met beoogd plan blijft het monumentale karakter tot in lengte van dagen verzekerd. Ad 4. Het beoogde plan is tot stand gekomen na intensief overleg met direct omwonenden en andere betrokkenen. Beoogde ontwikkeling is ten opzichte van de eerste planvorming al veel bijgesteld. Wij zijn van mening dat het programma, zoals dat nu is vormgegeven, de juiste balans is waarbij enerzijds het monumentale karakter van de kerk maximaal wordt behouden en anderzijds dit de minimale invulling is om exploitabel te zijn. Ad 5. Deze geplaatste opmerking zal niet leiden tot een aangepast plan. Wij zien op voorhand geen ruimte die zal leiden tot een aangepast plan waar het RCE positief over zal adviseren. Conclusie Deze inspraakreactie heeft tot gevolg dat de redactie omtrent het niet volgen van het preadvies van de RCE in de toelichting van het bestemmingsplan nader wordt gemotiveerd en aangepast. Verder leiden de geplaatste opmerkingen niet tot een aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan. 2.4
Nummer 4: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE)
Samenvatting inspraakreactie: . De Rijksdienst heeft de volgende inspraakreacties geuit: 1 2
3 4
Beoogde ontwikkeling wordt te zwaar geacht en heeft (nadelige) gevolgen voor zowel de monumentale architectuur van het interieur als die van het exterieur van de kerk; In de plantoelichting wordt aangegeven dat met beoogde ontwikkeling de kerk een nieuwe kwaliteitsimpuls krijgt dat ten goede komt aan het rijksmonument. Deze stelling wordt als niet volledig gegrond geacht nu de RCE en ook de welstands-monumentencommissie negatief hebben geadviseerd ten aanzien van de omgang met de monumentale waarden; Het plan bevat geen dubbelbestemming “cultuurhistorische bebouwing” zoals het vigerende bestemmingsplan ( ’t Ven-Hoogeind) wel kent; Er wordt in overweging gegeven om een wijzigingsbevoegdheid in de voorschriften op te nemen om in de toekomst andere passende bestemmingen mogelijk te maken die een duurzaam
Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk"
7
toekomstperspectief van het kerkgebouw kunnen bevorderen en de gevolgen voor een te zwaar woningprogramma kunnen beperken. Beoordeling. Ad 1. Het beoogde plan is tot stand gekomen na intensief overleg met direct omwonenden en andere betrokkenen. Beoogde ontwikkeling is ten opzichte van de eerste planvorming al veel bijgesteld. Wij zijn van mening dat het programma, zoals dat nu is vormgegeven, de juiste balans is waarbij enerzijds het monumentale karakter van de kerk maximaal wordt behouden en anderzijds dit de minimale invulling is om exploitabel te zijn. Ad 2. Wat hier mee bedoeld is te zeggen, is dat de beoogde ontwikkeling een kwaliteitsimpuls gaat krijgen ten opzichte van het huidige gebruik van de kerk en daarmee op lange termijn het monumentale karakter kan worden behouden. Het benadrukken hiervan is van belang en wordt redactioneel aangepast. Ad 3. Bij het opstellen van het voorontwerpbestemmingsplan is dit abusievelijk niet meegenomen. De kerk krijgt, zoals in het vorige bestemmingsplan, de dubbel bestemming “cultuurhistorische bebouwing”. Ad 4. Het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid zien wij als een waardevolle toevoeging aan de regels van het bestemmingsplan. Op deze manier kan er op een snellere manier invulling gegeven worden als zich in de (nabije) toekomst een andere gebruiksmogelijkheid voordoet.
Conclusie De geplaatste opmerkingen leiden er ten eerste toe dat de Maria Boodschapkerk een dubbelbestemming (cultuurhistorische bebouwing) krijgt. Verder wordt er nagedacht om een wijzigingsbevoegdheid op te nemen in het bestemmingsplan die in de toekomst een passende bestemming met een duurzaam toekomstperspectief van het kerkgebouw mogelijk moet maken. De toelichting en de verbeelding wordt hierop aangepast/uitgebreid. 2.5
Nummer 5 (Particulier)
Samenvatting inspraakreactie: Reclamant 5 heeft de volgende inspraakreacties geuit: 1. Reclamant vreest voor overlast nu het containerhok erg dicht gesitueerd is aan de Langenboomstraat 7. Daarnaast wordt ook het uitzicht belemmerd; 2. De voorgestelde plaatsing van een boom blokkeert het uitzicht vanuit Van Malsenstraat 3. Graag in overleg over een nieuwe plaatsing van de boom zodat het vrije uitzicht wordt behouden; 3. De bewoners Van Malsenstraat 3 uitten hun zorg over inkijk en geluidsoverlast met de geplande inrichting van de parkeerplaats. Er wordt voorgesteld om de inrichting van de geplande parkeerplaats anders vorm te geven waardoor de parkeerplaatsen nabij de Van Malsenstraat 3 op het laatst worden gebruikt; 4. In het huidige ontwerp van het buitenterrein is geen rekening gehouden met een bestaande brandgang. Deze graag opnemen in de verdere uitwerking van het plan en toegankelijk maken voor aangrenzende bewoners; 5. In het tuinontwerp is aansluiting gezocht met de bestaande groene kraag. Optisch wordt dit 1 geheel. Dit kan problemen kan opleveren ten aanzien van onderhoud omdat de groene zoom zich bevindt op percelen van verschillende eigenaren. Graag afspraken maken over het onderhoud en hoogte van de groen kraag.
Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk"
8
Beoordeling. Voordat tot een inhoudelijke beoordeling van de inspraakreactie kan worden overgegaan, moet worden beoordeeld of deze reactie tijdig, dat wil zeggen binnen de daarvoor gestelde termijn van drie weken, bij het college van burgemeester en wethouders naar voren is gebracht. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 28 mei 2020 drie weken ter inzage gelegen. Dit is op 27 mei 2020 bekend gemaakt in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad “Goirles Belang”. Dit betekent concreet dat de termijn eindigde op 17 juni 2020 met het verstrijken van het tijdstip van 23.59 uur. Op dit moment zijn immers 6 dagen verstreken. De inspraakreactie is gedateerd op 22 juni 2020 en is formeel ontvangen op 23 juni 2020. De inspraakreactie is buiten de daarvoor genoemde termijn naar voren gebracht en kan derhalve niet inhoudelijk worden beoordeeld wegens termijnoverschrijding. Wel willen wij opmerken dat na de inspraakprocedure de volgende stap in de procedure zal zijn het ter visie leggen van een ontwerpbestemmingsplan gedurende een periode van 6 weken. Als indiener zich niet kan vinden in het ontwerpbestemmingsplan kan hij/zij gebruik maken van de mogelijkheid om binnen voornoemde termijn van zes weken bij de gemeenteraad een zienswijze naar voren brengen.
In het plaatselijke nieuws- en advertentieblad “Goirles Belang” en de “Staatscourant” zal worden gepubliceerd wanneer het ontwerpbestemmingsplan ter visie zal worden gelegd en binnen welke termijn en zienswijze naar voren kan worden gebracht. Conclusie De inspraakreactie wordt niet inhoudelijk beoordeeld wegens termijnoverschrijding en geeft dus vooralsnog geen aanleiding tot aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan. Desbetreffende reclamant heeft wel uitvoerig gesproken met initiatiefnemer HERMON Erfgoed over de voortzetting van het plan en proces. Hierin zijn afspraken gemaakt op welke wijze de geuite inspraakreacties meegenomen c.q. aangepast kunnen worden richting het ontwerpbestemmingsplan dan wel privaatrechtelijk geregeld moeten worden. 2.6
Nummer 6: de Bever architecten
Samenvatting inspraakreactie: . de Bever architecten heeft de volgende inspraakreacties geuit: 1. De geplande ingrepen c.q. ontwikkeling zijn respectievelijk teveel en te groot hetgeen leidt tot een onherstelbare situatie; 2. Andere alternatieve (vanuit stichting Steengoed Goirle) zijn niet ter harte genomen. Onduidelijk is waarom; 3. Beoogde ontwikkeling wordt gezien als een verminking en aantasting van de Maria Boodschapkerk, welke wordt afgekeurd. Beoordeling. Voordat tot een inhoudelijke beoordeling van de inspraakreactie kan worden overgegaan, moet worden beoordeeld of deze reactie tijdig, dat wil zeggen binnen de daarvoor gestelde termijn van drie weken, bij het college van burgemeester en wethouders naar voren is gebracht. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 28 mei 2020 drie weken ter inzage gelegen. Dit is op 27 mei 2020 bekend gemaakt in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad “Goirles Belang”. Dit betekent concreet dat de termijn eindigde op 17 juni 2020 met het verstrijken van het tijdstip van 23.59 uur. Op dit moment zijn immers 9 dagen verstreken. De inspraakreactie is gedateerd op 26 juni 2020 en is via de e-mail ontvangen op 26 juni 2020. De analoge versie van de inspraakreactie is formeel pas op 29 juni 2020 ingekomen.
In beide gevallen is de inspraakreactie buiten de daarvoor genoemde termijn naar voren gebracht en kan derhalve niet inhoudelijk worden beoordeeld wegens termijnoverschrijding. Wel willen wij opmerken dat na de inspraakprocedure de volgende stap in de procedure zal zijn het ter visie leggen van een ontwerpbestemmingsplan gedurende een periode van 6 weken. Als indiener zich niet kan vinden in het ontwerpbestemmingsplan kan hij/zij gebruik maken van de mogelijkheid om binnen voornoemde termijn van zes weken bij de gemeenteraad een zienswijze naar voren brengen. In het Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk"
9
plaatselijke nieuws- en advertentieblad “Goirles Belang” en de “Staatscourant” zal worden gepubliceerd wanneer het ontwerpbestemmingsplan ter visie zal worden gelegd en binnen welke termijn en zienswijze naar voren kan worden gebracht. Conclusie De inspraakreactie wordt niet inhoudelijk beoordeeld wegens termijnoverschrijding en geeft dus geen aanleiding tot aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan. 3.Tenslotte De inspraakprocedure heeft geleid tot (marginale) aanpassingen van het voorontwerpbestemmingsplan. Dit eindverslag zal worden toegestuurd naar degenen die bij ons college een inspraakreactie over het voorontwerpbestemmingsplan kenbaar hebben gemaakt en ter kennis worden gebracht van de gemeenteraad. Goirle, 22 september 2020 Burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle, de secretaris, de burgemeester,
Jolie Hasselman
Mark van Stappershoef
Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk"
10
Bijlage 2: Nota zienswijzen
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk"
Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Goirle van 14 september 2021 Mij bekend, De griffier
Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling Postbus 17 5050 AA Goirle
INHOUD 1 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
INLEIDING
Aanleiding Lijst zienswijzen Ontvankelijkheid Inhoud van de zienswijzen
3 3 3 4 4
2.
SCHRIFTELIJKE ZIENSWIJZEN
5
2.1. 2.2. 2.3. 2.4 2.5 2.6 2.7
particuliere indiener nummer 1 Stichting Steengoed De Bever architecten Het Cuypersgenootschap Erfgoedvereniging Heemschut particuliere indiener nummer 6 particuliere indiener nummer 7
5
2
1. INLEIDING. 1.1. Aanleiding. Voor u ligt de zienswijzennota van het ontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk". Dit ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken, van 14 januari 2021 tot en met 24 februari 2021, voor eenieder ter visie gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder een zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad. Bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan heeft plaatsgevonden in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad "Goirles Belang" en in de "Staatscourant" van woensdag 13 januari 2021, alsmede op de website van de gemeente. Deze zienswijzennota geeft een overzicht van de inhoud van de zienswijzen en de beoordeling daarvan.
1.2. Lijst zienswijzen. In de onderstaande tabel staan de zienswijzen die bij de gemeenteraad naar voren zijn gebracht. Van de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen is zevenmaal schriftelijk gebruik gemaakt. Er zijn geen mondelinge zienswijzen naar voren gebracht. Anonimiseringsverplichting. In deze nota zijn de NAW-gegevens (naam, adres, woonplaats) van de indieners van de zienswijzen vervangen door een nummer. Dit weglaten van de NAW-gegevens, de 1 "anonimiseringsverplichting", vloeit voort uit de Wet bescherming persoonsgegevens . Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen komen. Op rechtspersonen is dit niet van toepassing. Alleen bij de "papieren" versie van deze zienswijzennota zijn de NAW-gegevens van de indieners, niet geanonimiseerd (dit door een kopie van de zienswijzen als bijlage bij de zienswijzennota te voegen). 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
S S S S S S S
Indiener (particulier) Stichting Steengoed De Bever architecten Het Cuypersgenootschap Erfgoedvereniging Heemschut Indiener (particulier) Indiener (particulier)
Bij e-mail van 11 februari 2021 Bij brief van 18 februari 2021 Bij e-mail van 16 februari 2021 Bij e-mail van 15 februari 2021 Bij brief van 22 februari 2021 Bij brief van 22 februari 2021 Bij brief van 23 februari 2021
m=mondelinge zienswijze s =schriftelijke zienswijze
1.3.
Ontvankelijkheid.
Vóórdat tot een inhoudelijke beoordeling van een zienswijze kan worden overgegaan, moet worden beoordeeld of deze tijdig, dat wil zeggen binnen de daarvoor geldende termijn, bij de gemeenteraad naar voren is gebracht. 1
De Wet bescherming persoonsgegevens is van kracht bij de elektronische beschikbaarstelling van bestemmingsplannen op internet. Omdat er bij bestemmingsplannen geen wettelijke verplichting is om persoonsgegevens elektronisch beschikbaar te stellen, mogen de gegevens niet op internet gepubliceerd worden.
3
Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerp-bestemmingsplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn door eenieder zienswijzen naar voren worden gebracht bij de gemeenteraad. Op grond van artikel 3:16 Awb zijn op schriftelijk naar voren gebrachte zienswijze de artikelen 6:9, 6:10 en 6:15 van overeenkomstige toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk" is met ingang van 14 januari 2021 voor de duur van zes weken (42 dagen) ter inzage gelegd. Dat betekent dat de termijn eindigt op 24 februari 2021 na het verstrijken van het tijdstip 23.59 uur. Op dit moment zijn immers 42 dagen (van 24 uur) verstreken. Alle zienswijzen zijn binnen de daarvoor in artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening genoemde termijn naar voren gebracht en kunnen derhalve inhoudelijk worden beoordeeld.
1.4.
Inhoud van de zienswijzen.
In hoofdstuk 2 zijn de schriftelijke zienswijzen samengevat. Dit betekent niet, dat die onderdelen van de zienswijzen, die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zouden worden betrokken. Elke zienswijze wordt in zijn geheel beoordeeld. Na de samenvatting van de zienswijze volgt de beoordeling en de conclusie. Daar waar hierna wordt gesproken over het ontwerpbestemmingsplan is daarmee bedoeld het ontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk", zoals dat ter visie heeft gelegen. Diegenen die een zienswijze naar voren hebben gebracht worden in deze nota aangeduid als indiener(s). De nummers verwijzen naar de nummers in de tabel op pagina 5. Voordat wij inhoudelijk tot de beoordeling van de zienswijzen overgaan hechten wij eraan om in het algemeen op te merken dat een grondbeginsel voor overheidsoptreden is dat besluiten worden genomen zonder aanzien des persoons. Voor bestuursorganen brengt dit mee dat zij zich steeds objectief behoren op te stellen. Zij moeten hun oordelen baseren op deskundigheid en oordelen op beleid, maar mogen niet de ene burger zonder grond bevoordelen boven de ander. Dit beginsel is ook vastgelegd in artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht.2, namelijk in artikel 2:4 (Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid). Dit beginsel werkt twee kanten uit.
Allereerst dient het bestuursorgaan rekening te houden met het algemeen belang. Dit houdt in dat, wanneer sprake is van een discretionaire bevoegdheid en dus een belangenafweging moet plaatsvinden, alle belangen, en bij onderhavig bestemmingsplan zijn dat de belangen van de omwonenden, moeten worden meegenomen. Deze belangen hebben eenzelfde waarde als die van de aanvrager van de bestemmingsplanwijziging. Ten tweede werkt het beginsel ook voor aanvrager. Diens aanvraag moet zoals andere aanvragen worden behandeld en objectief worden beoordeeld. Het kader waaraan getoetst moet worden is voor iedereen gelijk.
2
Artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht luidt: Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid.
4
2. SCHRIFTELIJKE ZIENSWIJZEN. 2.1.
Indiener (particulier) nummer 1
Samenvatting zienswijze. a) Inbreuk op privacy omdat beoogde appartementen vrij uitzicht hebben op perceel van reclamant. Beoordeling Ad a) Beoogde ontwikkeling is tot stand gekomen na intensief overleg met direct omwonenden en andere betrokkenen. Het is een langdurig proces geweest waarbij het definitieve plan zoals dat nu voorligt al veel is bijgesteld. Bij de nadere uitwerking van de appartementen is rekening gehouden met de indeling van de verschillende ruimtes om zo de privacy maximaal te waarborgen. Conclusie De ingebrachte zienswijze worden niet gedeeld en geeft dus geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
2.2
Stichting Steengoed
Samenvatting zienswijze. a) Beoogde ontwikkeling doet afbreuk aan het monumentale karakter van het gebouw. Dit wordt in het pré advies van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) bepleit.; b) Het voorliggende bestemmingsplan is te rigide waardoor andere mogelijkheden worden uitgesloten. Kleine wijzigingen hebben tot gevolg dat er nieuwe bestemmingsplanprocedure gevolgd dienen te worden; c) Reclamant wil graag een bestemmingsplan met minder woningen en een ruimere bestemming zoals het Centrum-gebied. Hierdoor ontstaan er meer mogelijkheden en kan het monumentale karakter in haar omgeving blijven bestaan; d) Het feit dat er sprake is zou zijn van een kwaliteitsimpuls wordt niet concreet onderbouwd; e) Er wordt net voldaan aan de parkeernorm. Echter, is er geen rekening gehouden met de parkeerplaatsen voor de begraafplaats; f) Er vindt een verstening plaats van 600 m2 (aanleg parkeerplaatsen) waardoor er inbreuk wordt gepleegd op het bijzonder groene karakter van de locatie; g) Er wordt verder verwezen naar de eerder ingediende inspraakreactie tegen het voorontwerpbestemmingsplan. Beoordeling Ad a) Zoals er meerdere malen is aangegeven heeft er een zorgvuldige afweging plaatsgevonden waarbij zeer zeker rekening is gehouden met het negatieve pré advies van de RCE en de Monumentencommissie.
Echter, de verschillende argumenten om de beoogde ontwikkeling toch door te zetten in de planvorming zoals deze is gepresenteerd wogen zwaarder met als gevolg dat de voornoemde adviezen ter zijde zijn gelegd. Desalniettemin is er wel op aangedrongen om het monumentale karakter van de kerk en het omliggende gebied daar waar mogelijk intact te houden en draagvlak te creёren bij de direct omwonenden. 5
In onze optiek wordt volledig voldaan aan de uitgesproken wens en zien wij (en vele direct omwonenden met ons) een voorspoedige realisatie tegemoet. Ad b) Het bestemmingsplan is zodanig ontworpen dat voor kleine wijzigingen binnen de geldende planregels afgeweken kan worden. Denk bijvoorbeeld aan goothoogte, bouwhoogte, bouwgrenzen, etc. (artikel 13 van planregels van het bestemmingsplan). Daarbij is het niet vanzelfsprekend dat zondermeer altijd wordt meegewerkt aan een bepaalde afwijking. Ten alle tijden zal er gewogen worden of de afwijking geen onevenredige afbreuk pleegt aan de gebruiksmogelijkheden van belendende percelen, woonsituatie, milieusituatie, straat- en bebouwingsbeeld, verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Het is dus een onjuiste veronderstelling dat voor kleine wijzigingen telkens een nieuwe bestemmingsplanprocedure gevolgd moet worden. Ten aanzien van andere gebruiksmogelijkheden binnen de bestemming “Wonen” is er een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarbij het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid hebben om van gebruik te wijzigen zonder een uitvoerige bestemmingsplanprocedure te doorlopen. Ad c) Het bestemmingsplan kent reeds een (binnenplanse) wijzigingsbevoegdheid om een omschakeling naar een andersoortig gebruik mogelijk te maken zonder dat daar langdurige procedures voor gevolgd moeten worden.
Verder zijn wij van mening dat het programma, zoals dat nu is vormgegeven, de juiste balans is waarbij enerzijds het monumentale karakter van de kerk maximaal wordt behouden en anderzijds dit de minimale invulling is om exploitabel te zijn. Ad d) De totale herontwikkeling van de kerk moet gezien worden als een kwaliteitsimpuls. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt hier uitvoerig op ingegaan. Er zijn weloverwogen keuzes gemaakt over de beoogde ontwikkeling. Er is continue aandacht geweest voor het aantal wooneenheden, indeling van de ruimtes, positionering van (raam)openingen, aanleg infrastructuur, gebruik van de ruimtes, etc. in relatie tot het maximale behoud en waarborging van de beeldbepalende elementen en groene uitstraling. Ad e) Het formele uitgangspunt ten aanzien van de realisatie van parkeerplaatsen is dat er wordt voldaan aan de gestelde parkeernorm. Het feit dat reclamant van oordeel is dat er maar net wordt voldaan aan de gestelde parkeernorm is in deze niet relevant. Voor wat betreft het parkeren voor een begrafenis of bezoekers van de begraafplaats zijn geen extra parkeerplaatsen opgenomen. Er kan gebruik worden gemaakt van de openbare parkeerplaatsen die zich in de directe nabijheid bevinden. Kort parkeren voor mindervaliden tijdens een begrafenis is mogelijk op het parkeerterrein van de appartementen als op dat specifieke moment plaatsen vrij zijn.
Ad f) Met de aanleg van de parkeerplaatsen en overige voorzieningen in het gebied rondom de kerk wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met het huidige groene karakter van het gebied. De locatie van de parkeerplaatsen op het terrein ligt vast. Met direct omwonenden kan gekeken worden of er mogelijkheden zijn om de parkeerplaatsen zo veel als mogelijk aan het zicht vanuit de woningen te onttrekken. Gekeken zal worden of er mogelijkheden zijn om bijvoorbeeld grastegels toe te passen, waardoor er minder verstening is.
6
Ad g) Voor de inhoudelijke reactie op de eerder ingebrachte inspraakreacties verwijzen wij u graag naar het “eindverslag inspraakprocedure Maria Boodschapkerk” waarin wij ons standpunt duidelijk hebben verwoord. Conclusie De ingebrachte zienswijzen worden niet gedeeld en geven dus geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
2.3
De Bever architecten
Samenvatting zienswijze. a) Het ontwerpvoorstel zoals dat nu voorligt is naar mening van reclamant te ingrijpend, te onherstelbaar en tast daarmee het erfgoed van de Beverarchitecten en gemeente Goirle aan. Reclamant verzoekt om de aangedragen verbeterpunten in ogenschouw te nemen. Beoordeling Ad a) Het ontwerpvoorstel zoals dat nu voorligt is uiteindelijk tot stand gekomen door intensief overleg met direct omwonenden en overige betrokken partijen. Hier zijn weloverwogen keuzes gemaakt over het aantal wooneenheden, indeling van de ruimtes, positionering van (raam)openingen, aanleg infrastructuur, gebruik van de ruimtes, etc. Daarbij is wel continue aandacht geweest om de beeldbepalende elementen en de groene uitstraling zoveel mogelijk te waarborgen danwel te behouden. De aangedragen verbeterpunten zijn gewogen maar hebben uiteindelijk niet geleid tot aanpassingen van het ontwerpvoorstel omdat dit in de ogen van de initiatiefnemer teveel afbreuk zou doen aan de ingezette planontwikkeling. Conclusie. De ingebrachte zienswijze wordt niet gedeeld en geeft dus geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
2.4
Het Cuypersgenootschap
Samenvatting zienswijze. a) Beoogde ontwikkeling (appartementen met balkons, verdiepingen, gevelopeningen) tast de monumentale waarde van de kerk aan; b) In de toelichting van het bestemmingsplan staat dat andere functies niet haalbaar zijn. Waar is dit op gebaseerd. Een nadere onderbouwing hierover ontbreekt; c) Ondanks een negatief advies van de minister van OCW en de monumentencommissie wordt er toch medewerking verleend aan beoogde ontwikkeling. De gemeente negeert zwaarwegende adviezen. Dit wordt op geen enkele manier goed gemotiveerd d) Er wordt gesteld dat de beoogde ontwikkeling belangrijk is in belang van het rijksmonument. Dit wordt niet onderbouwd en tegengesproken door het negatieve advies van de minister; e) Er ontbreekt een duidelijke toekomstvisie over de aanwezige glaskunst in de kerk; f) Van verval van de kerk is geen sprake omdat deze in goede conditie verkeerd na de uitgevoerde restauratie. Het overhaastig besluiten nemen is dan ook niet aan de orde. Genoeg tijd om uit te kijken naar een ander gebruik; g) Het is begrijpelijk dat bij een herbestemming wijzingen aan het gebouw nodig zijn. Er moet een goed evenwicht zijn tussen oud en nieuw. In onderhavig geval is dat niet. Er zijn diverse 7
voorbeelden waarbij de bouwkundige ingrepen reversibel zijn en de ruimtewerking van de kerk behouden is gebleven h) Reclamant verzoekt om het huidige plan te herzien met een minder zwaar programma en ontwerp welke wordt gesteund door de minister van OCW via de RCE en monumentencommissie. Beoordeling Ad a) Wij zijn en blijven van mening dat de ontwikkeling zoals die nu voorligt en meerdere malen is gepresenteerd aan alle betrokken partijen, de juiste invulling is om enerzijds het monumentale karakter van de kerk zoveel mogelijk te behouden en dat dit anderzijds de minimale invulling is om exploitabel te zijn. Ad b) Beoogde ontwikkeling is niet zomaar ‘out of de blue’ op tafel gelegd. Hier zijn de nodige voorbereidingen c.q. gesprekken aan vooraf gegaan. In die voorbereidingen zijn meerdere gebruiksfuncties en/of andere invullingen uitvoerig besproken geweest. Uiteindelijk is er voor een uitvoeringsprogramma gekozen zoals deze nu voorligt waarbij rekening is gehouden met een bepaalde invulling waarbij de ruimtelijke kwaliteit en het monumentale karakter van de kerk maximaal worden geborgd. Het voorbereidingsproces uitvoerig schetsen in de toelichting van het bestemmingsplan heeft geen enkele meerwaarde. Dat er een zorgvuldige afweging heeft plaatsgevonden blijkt uit het grote maatschappelijke draagvlak onder de direct omwonenden.
In een schrijven hebben zij zich positief uitgesproken over het plan en wensen daarbij dat het voorspoedig wordt gerealiseerd. Ad c) Zoals reeds meerdere malen is aangegeven heeft er een zorgvuldige afweging plaatsgevonden waarbij zeer zeker rekening is gehouden met het negatieve pré advies van de RCE en de Monumentencommissie. Echter, de verschillende argumenten om de beoogde ontwikkeling toch door te zetten in de planvorming zoals deze is gepresenteerd wogen zwaarder met als gevolg dat de voornoemde adviezen ter zijde zijn gelegd. Desalniettemin is er wel op aangedrongen om het monumentale karakter van de kerk en het omliggende gebied daar waar mogelijk intact te houden en draagvlak te creёren bij de direct omwonenden. In onze optiek wordt volledig voldaan aan de uitgesproken wens en zien wij (en vele direct omwonenden met ons) een voorspoedige realisatie tegemoet. Ad d) Met de herontwikkeling worden de cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten/elementen van de kerk zoveel mogelijk behouden. Het is echter niet te voorkomen dat bepaalde elementen van het pand gewijzigd dienen te worden om te kunnen voldoen aan de voorwaarden uit de wetgeving (Bouwbesluit) in relatie tot bijvoorbeeld daglichttoetreding in de woningen.
Dat neemt niet weg dat het plan zeer zorgvuldig en overwogen tot stand is gekomen, waarbij altijd het uitgangspunt is geweest om het rijksmonumentale karakter van de voormalige kerk geen geweld aan te doen. Verder heeft de RCE zich in een (informele) e-mail van 24 februari 2021 positief uitgesproken over de ingepaste wijzigingsbevoegdheid om andere bestemmingen mogelijk te maken. Citaat: “Positief is dat onze inspraak m.b.t het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid om ook een andere bestemming mogelijk te maken (ad 4) is overgenomen. Daarmee worden herbestemmingsmogelijkheden, die mogelijk passender zijn in relatie tot de monumentale waarden van de kerk, vergroot. Ook de aanpassing in de toelichting wat precies onder kwaliteitsimpuls wordt verstaan (ad 2) maakt e.e.a. duidelijker”. 8
De RCE geeft wel aan dat met de beoogde kwaliteitsimpuls de kerk als gebouw wordt behouden maar daarmee nog niet de kerk als monument. Daar zal de RCE bij de verdere procedure m.b.t. de te verlenen omgevingsvergunning op inhaken. In diezelfde mail geeft de RCE ook nog aan dat voor wat betreft het beeldbepalende gebied rondom de kerk, zij graag een planologische dubbelbestemming (“cultuur-historische waarden”) willen zodat ook daar de monumentale beleving formeel wordt geborgd. Nu de RCE geen formele zienswijzen heeft ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan maar slechts informeel en positief heeft gereageerd mag verondersteld worden dat zij ondanks het eerdere negatieve pré advies toch kunnen instemmen met het voorliggende bestemmingsplan. Ad e) De glaskunst boven de hoofd entree zal behouden blijven. De overige glaskunst zal uit de kerk worden verwijderd. Dit zal zorgvuldig worden gedaan, waarna het wordt opgeslagen om te zorgen dat het voor het pand bewaard zal blijven. Onderzocht moet worden of er een mogelijkheid is de glaskunst in het pand op te slaan. Ad f) Initiatiefnemer heeft de kerk na aankoop gerestaureerd. De kerk verkeerde in een vervallen staat. Vooral het dak was aan vervanging toe. Er is fors geïnvesteerd door de initiatiefnemer met een beperkte financiële bijdrage van de RCE. Hierdoor staat de kerk er nu zo goed bij.
De naastgelegen parochie verkeert inmiddels in een zeer slechte staat van onderhoud omdat deze nog in eigendom van de parochie is en (nog) niet is opgeknapt c.q. gerestaureerd. Als initiatiefnemer de kerk niet had gerestaureerd zou de kerk nu in diezelfde erbarmelijke staat erbij hebben gestaan. Het is nu dan ook zaak om zo spoedig mogelijk te starten met de beoogde ontwikkeling omdat anders de kerk des te sneller weer in verval zal raken ondanks de goede conditie waarin de kerk nu verkeerd. Het herbestemmen van gronden en/of gebouwen zijn tijdrovende klussen. Daarom komt deze ontwikkeling juist op tijd. De staat van onderhoud waarin de kerk zich nu bevindt leidt nu nog niet tot grote constructieve aanpassingen om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. Door nu door te pakken wordt er op korte termijn ook een bijdrage geleverd aan de woning-schaarste c.q. behoefte. Ad g) Wij zijn van mening dat het programma, zoals dat nu is vormgegeven, de juiste balans is waarbij enerzijds het monumentale karakter van de kerk maximaal wordt behouden en anderzijds dit de minimale invulling is om exploitabel te zijn. Ad h) Het ontwerpplan bevindt zich op een punt dat het programma niet meer aangepast kan worden. De zorgvuldige aanpak en het grote draagvlak van direct omwonenden en de gemeenteraad heeft ons doen besluiten het plan door te zetten in de vorm zoals die is gepresenteerd.
Conclusie. De ingebrachte zienswijzen worden niet gedeeld en geven dus geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
9
2.5
Erfgoedvereniging Heemschut
Samenvatting zienswijze. a) Het beoogde plan (19 appartementen met balkons en de vele lichtopeningen) is te groot/zwaar van opzet waardoor het rijksmonument te veel wordt aangetast; b) Er wordt geadviseerd om een bouwhistorisch onderzoek te verrichten en dat als vertrekpunt te nemen voor een bepaalde ontwikkeling (denken vanuit de monumentale gedachte); c) Ruimtelijke kwaliteit van het gebied wordt in visuele en fysieke zin te veel aangetast. Is er voldoende draagvlak??; d) Zijn andere herbestemmingsmogelijkheden voldoende onderzocht?; e) Is er een lichter programma denkbaar waarbij een deel van de kerk publiekelijk toegankelijk blijft (in de vorm van een kapel), het terug brengen van balkons en nieuwe lichtopeningen. Beoordeling Ad a) Zoals eerder aangegeven is het beoogde plan tot stand gekomen na intensief overleg met direct omwonenden en andere betrokkenen. Beoogde ontwikkeling is ten opzichte van de eerdere planvorming al veel bijgesteld. Wij blijven van mening dat het programma, zoals dat in het voorontwerp- en ontwerpbestemmingsplan is vormgegeven, de juiste balans is waarbij enerzijds het monumentale karakter van de kerk maximaal wordt behouden en anderzijds dit de minimale invulling is om exploitabel te zijn. Ad b) De beantwoording op deze zienswijze komt overeen met de reactie die we eerder hebben gegeven bij de inspraakreactie tegen het voorontwerpbestemmingsplan.
Voor de volledigheid herhalen we hier onze eerdere reactie. Het uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek heeft geen enkele meerwaarde. Een bouwhistorisch onderzoek zal geen duidelijke richting geven welke gebruiksmogelijkheden er liggen voor de Maria Boodschapkerk. In maart 2019 is een bouwhistorische verkenning met waardestelling uitgevoerd en is er in aanloop naar deze ontwikkeling veel gebrainstormd, bekeken en gerekend waar de mogelijkheden liggen met in het achterhoofd houdende dat het monumentale karakter behouden moet blijven. Een plan ontwikkelen zonder concessies te doen aan het bestaande monumentale karakter is schier onmogelijk. Vanuit formele regelgeving is er geen ontkomen aan om bijvoorbeeld extra gevelopeningen te realiseren ten aanzien daglichttoetreding. Ad c) Bij de ontwikkeling van dit plan is eerder al aangegeven dat er maximaal rekening is gehouden met de ruimtelijke inpassing van het gebied rondom de Maria Boodschapkerk. Met direct omwonenden is en wordt gezocht naar een ruimtelijke invulling die recht doet aan de kerk en belendende percelen. Voorts heeft een groot aantal omwonenden schriftelijk aangegeven dat zij volledig in kunnen stemmen met het plan zoals dat nu voorligt. Zij pleiten voor een snelle start.
Tegen die achtergrond bezien mag er geconcludeerd worden dat er vanuit de directe omgeving een groot draagvlak is voor de beoogde ontwikkeling zoals die nu voorligt. Ad d) In aanloop naar het plan zoals dat nu is ontwikkeld en gepresenteerd zijn diverse alternatieven en mogelijkheden uitvoerig besproken, onderzocht en bekeken. Al die alternatieven en mogelijkheden waren enerzijds vanuit de financiёle kant gezien niet mogelijk en anderzijds vanuit de ruimtelijke benadering niet inpasbaar. Bovendien zouden bepaalde initiatieven afbreuk doen 10
aan het monumentale karakter dat in de gekozen vorm naar onze mening nu zoveel mogelijk behouden blijft. Ad e) Een lichter programma en/of radicale wijzigingen aanbrengen in het totale ontwerp is niet realiseerbaar. Bij de uitwerking/invulling van het plan is maximaal rekening gehouden met een programma van eisen die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt en het behoud van het monumentale karakter van de kerk zoveel mogelijk waarborgt. Conclusie. De ingebrachte zienswijzen worden niet gedeeld en geven dus geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
2.6
Indiener (particulier) nummer 6
Samenvatting zienswijze. a) Reclamant verwacht overlast te krijgen van een eventueel te plaatsen afvalcontainer voor zijn woning. Reclamant verzoekt om artikel 5.2.1. van de planregels zodanig aan te vullen dat in het artikel specifiek genoemde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde (minimaal) 10 meter uit de grens van het plangebied gerealiseerd mogen worden. Dit om eventuele overlastsituaties te voorkomen. Beoordeling Ad a) In verband met zuinig ruimtegebruik is het opnemen van een 10 meter bepaling niet haalbaar en realistisch. Initiatiefnemer zal met reclamant in overleg treden waar de containerplaats exact gerealiseerd kan gaan worden om eventuele overlast situaties zoveel als mogelijk te voorkomen. Conclusie. De ingebrachte zienswijze wordt niet gedeeld en geeft dus geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
2.7
Indiener (particulier) nummer 7
Samenvatting zienswijze. a) Allereerst merken reclamanten op dat zij het plan zoals dat nu is gepresenteerd steunen en graag zien dat er snel tot realisatie wordt over gegaan. Hierop zijn er nog wel een paar aandachtspunten ten aanzien van de beoogde ontwikkeling: 1) Graag een bevestiging dat het plangebied toeziet op de kadastrale percelen A 5707 en 5709 en niet op de aangrenzende percelen van reclamant 2) Graag een bevestiging dat reclamanten worden betrokken bij de verdere uitwerking van de aan te leggen parkeerplaats/buitenruimte ondanks het bericht dat er van eigenaar is gewisseld. 3) Graag overleg over de plek van de nieuw te plaatsen boom tussen de bestaande boom op de hoek van het perceel aan de Van Malsenstraat en de boom in de buurt van de brandgang.
11
4) Graag de parkeerplaats zodanig inrichten dat de parkeerplaatsen voor de raamopeningen aan de Van Malsenstraat zolang mogelijk vrij blijven en pas als laatste parkeeroptie worden gebruikt. 5) Dringend verzoek om de brandgang toegankelijk te houden voor omwonenden en het ontwerp daar op aan te passen. 6) Bij de realisatie van de groene kraag, aansluitend aan de bestaande kraag, rekening houden met het behoud van optimale zichtlijnen, toegankelijkheid van privéterrein, onderhoud van de groene kraag en de hoogte ervan. Beoordeling Ad a1) Het plangebied betreft inderdaad alleen de kadastrale percelen A 5707 en 5709. Ad a2) Zoals eerder is aangegeven zal initiatiefnemer omwonenden betrekken bij de inrichting van de buitenruimte. Dir wordt niet geregeld in het vast te stellen bestemminhsplan. Ad a3) De plaats van een eventuele nieuwe boom is onderdeel van de inrichting van de buitenruimte. Ad a4) Over het gebruik van de aan te leggen parkeerplaatsen is na in gebruik name van het gebouw niets door initiatiefnemer te zeggen. Initiatiefnemer kan hier niet op sturen. Ad a5) Als met de brandgang de kadastrale percelen A4499 en A4500 worden bedoeld, dan blijven deze toegankelijk voor omwonenden. Deze percelen maken geen onderdeel uit van het plangebied. Ad a6) De aanleg van de groene kraag is onderdeel van de inrichting van de buitenruimte.
Het onderhoud ervan is een aangelegenheid van de toekomstige bewoners. Conclusie. De ingebrachte opmerkingen zijn voor kennisgeving aangenomen en geven verder geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan
12
Bijlage 3: Nota ambtshalve wijzigingen
Nota ambtshalve wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Maria Boodschapkerk”
Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Goirle van 14 september 2021 Mij bekend, De griffier
Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling Postbus 17 5050 AA Goirle
INHOUD
A. INLEIDING
3
B. LIJST AMBTSHALVE WIJZIGINGEN
4
1. Verbeelding t.a.v. aanduiding “Waarde- cultuurhistorische bebouwing” 2. Redactionele aanpassing in de toelichting van het bestemmingsplan
4
2
A. INLEIDING Het ontwerpbestemmingsplan “Maria Boodschapkerk” heeft op grond van het bepaalde in artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening met ingang van 14 januari 2021 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen (tot en met 24 februari 2021). In deze periode zijn er zeven zienswijzen naar voren gebracht bij de gemeenteraad. De zienswijzen die zijn ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan geven geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Echter, Het ontwerpbestemmingsplan moet op een aantal punten wel ambtshalve marginaal gewijzigd worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om een redactionele aanpassing in de toelichting van het bestemmingsplan en de uitbreiding van het gebied met de aanduiding dubbelbestemming “Waarde- cultuurhistorische bebouwing”. In deze “Nota ambtshalve wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Maria Boodschapkerk”” worden deze ambtelijke wijzigingen nader genoemd en beschreven. In het volgende hoofdstuk komen deze zogenaamde ambtshalve wijzigingen, waar nodig vergezeld van een toelichting, aan de orde. Voor alle duidelijkheid wordt er op gewezen, dat de fragmenten van de plankaart die in deze nota zijn gebruikt afkomstig zijn uit het ontwerpbestemmingsplan “Maria Boodschap”, zoals het ter inzage heeft gelegen.
3
B. LIJST AMBTSHALVE WIJZIGINGEN Met betrekking tot het volgende onderwerp worden ambtshalve aanpassingen voorgesteld. 1. Aanvulling op de verbeelding mbt de aanduiding “Waarde- cultuurhistorische bebouwing”. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) heeft informeel een opmerking geplaatst over het gebied rondom de kerk. Zij vinden het waardevol en logisch dat het gebied rondom de kerk eveneens de nadere aanduiding krijgt “Waarde- cultuurhistorische bebouwing” omdat daar ook (groen) elementen in liggen die enige cultuurhistorische waarde heeft en behouden moet blijven. Gevolgen voor het plan. - De verbeelding wordt ten aanzien van het gebied met de nadere aanduiding “Waarde- cultuurhistorische bebouwing” uitgebreid. Niet alleen de kerk maar ook het gebied rondom de kerk zal de nadere aanduiding “Waarde- cultuurhistorische bebouwing” krijgen (bestemmingen ‘groen’ en ‘tuin’. 2. Redactionele aanvulling in de toelichting van het bestemmingsplan. De RCE geeft als tweede punt (eveneens informeel) aan dat, de herbestemming zoals die nu voorligt, qua bestemming en programma, de enige mogelijkheid is om het kerkgebouw als monument te behouden, vooralsnog niet is aangetoond. In de toelichting van het bestemmingsplan moet hier uitvoeriger op worden ingegaan. Rekening houdend met de overige zienswijzen en het vergunningsproces dat er nog aankomt.
-
Gevolgen voor het plan. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt de volgende tekstpassage toegevoegd:
SITUATIE BIJ AANKOOP Op het moment dat de initiatiefnemer (HERMON Erfgoed) de kerk aankocht (december 2016) stond de kerk al een flink aantal jaren leeg. Er was een plan van een lokale ontwikkelaar om circa 55 kleine appartementen in het gebouw te realiseren om met de opbrengsten de verbouwing en de aanzienlijke technische onderhoudsbehoefte te kunnen financieren. Het plan zou echter een te grote impact hebben op het exterieur van de kerk (veel gevelopeningen) en strandde op procedurele problemen. HERBESTEMMINGSMOGELIJKHEDEN De initiatiefnemer heeft een studie verricht naar andere invullingen. Zo is onder andere gekeken naar een huisartsen-onder-één-dak centrum, kantoorinvulling, en ook een invulling binnen de religieuze bestemming (moskee). Deze varianten bleken niet te passen binnen de technische of financiële beperkingen die met de instandhoudingsopgave van het gebouw samenhingen. De enige kansrijke variant was (en bleef) daarom een transformatie naar woningen.
4
BESCHERMING VAN HET MONUMENT Om een verdere technische achteruitgang van het gebouw te minimaliseren, heeft de initiatiefnemer een subsidie aangevraagd bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om de noodzakelijke dakreparatie in 2017 uit te voeren. Deze subsidie beperkte zich tot een deel van de onderhoudskosten en moest aangevuld worden door een forse storting uit het eigen vermogen van de initiatiefnemer. BOUWPLAN Het door HERMON uitgewerkte bouwplan gaat uit van het minimaal noodzakelijk aantal woningen (19) om het hele project financierbaar te maken. Een enorme beperking van de oorspronkelijke 55 units. Desalniettemin staat het project onder grote financiële druk. Door de lange voorbereidingstijd in het besluitvormingsproces en bezwaren lopen de renteverliezen in het plan enorm op.
5
5
Bijlage 4: Toelichting Staat van Bedrijfsactiviteiten
Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten Inleiding Een goede milieuhygiënische kwaliteit in gebieden kan worden gerealiseerd door een juiste afstemming van de situering van bedrijven en milieugevoelige functies (zoals woningen). Om dit te bereiken kunnen globaal bezien twee wegen worden bewandeld: beïnvloeding door middel van ruimtelijke ordening; het nemen van maatregelen op het milieuhygiënische vlak. De ruimtelijke ordening fungeert daarbij als het beleidskader en vormt een "grove zeef", waarbij getracht wordt de juiste functie op de juiste plaats te situeren. Bij de ruimtelijke ordening zijn het aanhouden van afstand tussen bron en gevoelig object (zonering) en functietoedeling de belangrijkste middelen. Milieuhygiënische maatregelen zorgen er vervolgens voor dat, zo nodig, voor de inrichting maatregelen worden getroffen ter voorkoming of beperking van hinder in het omliggende gebied. Bij de regeling in het bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van een "Staat van bedrijfsactiviteiten", gebaseerd op de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, publicatie juni 2007; “het groene boekje”).
Door het koppelen van soorten bedrijven aan richtafstanden met betrekking tot aan te houden afstanden tussen bedrijven en milieugevoelige objecten biedt de staat een (aanvullend) instrument voor ruimtelijk-ordeningsbeleid bij bestemmingsplannen. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de Staat van bedrijfsactiviteiten. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de eerdergenoemde publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG. Staat van bedrijfsactiviteiten De Staat van bedrijfsactiviteiten geeft slechts inzicht in milieu-planologische aspecten per bedrijfstype en een specifieke bedrijfssituatie. Voor de onderscheiden bedrijfstypen, gerangschikt volgens de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-lijst) van het CBS, zijn per bedrijfstype voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de richtafstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf, bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten (de milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties) en een rustige woonwijk. Bij het aanhouden van de richtafstanden tussen de bedrijven/bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige objecten (woningen) kan hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen worden gehouden. Onder bedrijven worden in dit verband ook begrepen landbouw- en recreatiebedrijven en milieubelastende vormen van publieke dienstverlening en openbare instellingen.
Onder milieugevoelige objecten vallen ook ziekenhuizen scholen en terreinen voor verblijfsrecratie. Naast een "algemene staat van bedrijfsactiviteiten" die met name is toegespitst op specifieke bedrijfsterreinen is ook een staat van bedrijfsactiviteiten opgesteld voor gebieden waarbij sprake is van een functiemenging. Daarbij wordt gedacht aan : stadscentra,dorpskernen en winkelcentra horecaconcentratiegebieden zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. Het kan daarbij gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld een grotere levendigheid tot stand te brengen. Het toepassen van een specifieke staat van bedrijfactiviteiten wordt daarbij wenselijk geacht omdat de activiteiten in dergelijke functiemenggebieden qua schaal sterk kunnen verschillen van de activiteiten op specifieke bedrijventerreinen.
Categorie-indeling functiemenging In de bijgaande lijst voor functiemenging is gekozen voor een indeling in drie categorieën: Categorie A Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B Activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelastingvoor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en ander gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C De activiteiten genoemd onder categorie B, waarbij vanwege de relatief grote verkeeraantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Randvoorwaarden Voor de toelaatbaarheid van de activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: 1. het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; 2. productie en/of laad- en loswerkzamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; 3. de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig 4. activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de infrastructuur.
Uitwerking staat van bedrijfsactiviteiten Naast de boevengenoemde randvoorwaarden zijn bij de selectie van de bijgaande lijst de volgende criteria gehanteerd: # voor categorie A gaat het om activiteiten in milieucategorie 1 # voor categorie B gaat het om activiteiten: - in categorie 1 voor het aspect gevaar; - in maximaal categorie 2 voor de aspecten stof en geur; - in maximaal categorie 3.1 voor het aspect geluid; - met een in deze voor verkeer van maximaal 1 G (goederen) en 2p (personen) # voor categorie C gaat het om activiteiten zoals bij categorie B, echter met een index voor verkeer van maximaal 2 g (goederen) en 3 P (personen). # Vuurwerkbesluit is van toepassing.
PLANREGELS
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
plan: het bestemmingsplan "Maria Boodschapkerk" met NL.IMRO.0785.BP2017008Boodschap-vg01 van de gemeente Goirle.
1.2
identificatienummer
bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen).
1.3
aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4
aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5
aan huis verbonden bedrijf: het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid dat door ten minste één bewoner van een woning in die woning en/of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning of de daarbij behorende aangebouwde bijgebouwen past, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie, in ruimtelijke en visuele zin blijft behouden, en de activiteit ter plaatse kan worden uitgeoefend, waaronder een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit in verband met de aan huis verbonden bedrijfsactiviteit behoort, met dien verstande dat de activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge de Wet milieubeheer en is vermeld in categorie A van de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage bij deze regels) of voor wat betreft de aard en omvang in relatie tot de milieuhinder die de bedrijfsactiviteit veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden met een bedrijf dat behoort tot één van deze categorieën.
1.6
aan huis verbonden beroep: een beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, ontwerptechnisch, kunstzinnig of hiermee te vergelijken gebied – niet zijnde detailhandel, dat door ten minste één bewoner van een woning in die woning en/of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie blijft behouden, en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke en visuele uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie.
1.7
afhankelijke woonruimte: een (gedeelte van een) bijgebouw, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning, waarbij dit bijgebouw hoort, en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest.
blad 51 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
1.8
bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.9
bedrijf: een inrichting of instelling, gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen.
1.10
begane grond: de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau dan wel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1,50 meter boven meetniveau is gelegen. Onder een begane grondlaag wordt eveneens een souterrain verstaan.
1.11
bestaande situatie (bebouwing en gebruik): a.
b.
1.12
legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals deze mogen worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; het gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak.
1.13
bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.14
bevoegd gezag: bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wabo.
1.15
bijgebouw: een al dan niet vrijstaand gebouw, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
1.16
bouwen: plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten.
1.17
bouwgrens: de grens van een bouwvlak.
1.18
bouwlaag: een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grondlaag en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
1.19
bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
blad 52 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
1.20
bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel.
1.21
bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.22
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.23
brutovloeroppervlakte (bvo): de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw.
1.24
escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus, overigen).
1.25
gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.26
gebruiken: het gebruiken, doen en laten gebruiken.
1.27
hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn ligging, constructie, afmetingen en/of functie dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
1.28
nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, openbare sanitaire voorzieningen, transformatiehuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, waterhuishoudkundige voorzieningen, collectieve energievoorzieningen (onder andere warmte- en koudeopslag), telefooncellen, abri's, apparatuur voor telecommunicatie, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, en dergelijke.