CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage 5 Landschappelijke inpassing.pdf

Oordeelsvormend 15 februari 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 3: Raadsvoorstel verklaring van geen bedenkingen zonnepark Beeksedijk6.026 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Landschappelijke InPASSING - BEEKSEDIJK inpassingsplan - beplantingsplan - beheerplan

COLOFON

Door:

E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd

LabelTIEN Bosrandweg 1a 7722 KB Dalfsen info@labeltien.nl www.labeltien.nl 2002647 ing. L. Grote Gansey 2 december 2020

Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of LabelTIEN

INHOUD

1. 1.1. 1.2.

Introductie Opgave Uitgangspunten

2. 2.1. 2.2. 2.3.

Vigerend beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.

Visie Identiteit van het verleden Landschappelijke opbouw Visie Beplantingsplan Beheerplan

afbeelding 1. Topografische ligging zonnepark contour zonnepark (rood)

1. INTRODUCTIE 1.1. Opgave TPSolar is voornemens een zonnepark te realiseren in het buitengebied ten oosten van Goirle. Het zonnepark bestaat uit een veldopstelling van zonnepanelen met bijbehorende infrastructuur. Hiermee kan een bijdrage worden geleverd aan de duurzaamheidsdoelstellingenvan gemeente Goirle. Momenteel wordt het ontwikkelingsplan verder uitgewerkt. Onderdeel van de benodigde bescheiden vormt het landschappelijke inventarisatie en visie. LabelTIEN staat met uitgebreide kennis van actueel beleid en het landschap, waarin het zonnepark is gelegen, opdrachtgevers bij met een landschappelijke inpassing. Per definitie wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit. Hierbij wordt advies gegeven, passend bij het landschap en passend binnen het beleid van gemeente en provincie. LabelTIEN varieert in het geven van aanwijzingen ten aanzien van de uitstraling van het zonnepark, tot ruimtelijke inpassing, ontwerp en beplantingsplan van een zonnepark. De kenmerken van het omliggende landschap vormt de inspiratie voor de visie en/of inpassing van een zonnepark. Hierbij gaat het om een eigentijdse invulling, passend bij nieuwe functies, rekening houdend met oorspronkelijke cultuurhistorische waarden.

1.2. Uitgangspunten Dit plan bestaat uit een plankaart van het landschap. Er wordt duidelijk gemaakt waar en hoe investeringen in het landschap vorm krijgen en hoe de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd na inpassing. Middels een korte onderbouwing op basis van een analyse van het landschap, het toetsen van beleid en het analyseren van de streekeigen kenmerken worden handvaten gepresenteerd die fungeren als leidraad voor een inpassingsplan. De visie zou moeten aansluiten op het vigerend beleid en de streekeigen kenmerken van het landschap.

2.VIGEREND BELEID 2.1. Rijksbeleid De minister van Infrastructuur en Ruimte heeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De visie stelt het (integrale) kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau in Nederland. In de nota staat dat de verstedelijkings- en landschapsbeleid wordt overgelaten aan gemeenten en provincies.

2.2. Provinciaal beleid Structuurvisie Ruimtelijke ordening De provincie Noord-Brabant legt in deze structuurvisie de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid vast. De snelveranderende maatschappij zorgt ervoor dat de gestelde visie geen einddoel is, maar een richting biedt waar de provincie naar toe wil. Om de visie te bewerkstelligen, maakt Noord-Brabant onderscheid op 4 hoofdopgaven: • Werken aan de Brabantse energietransitie; • Werken aan een klimaatproof Brabant; • Werken aan de slimme netwerkstad; (n.v.t.) • Werken aan een concurrerende, duurzame economie. De 4 hoofdopgaven hebben een grote ruimtelijke impact. Meerwaarde creatie en meervoudig slim ruimtegebruik is noodzakelijk. Werken aan de Brabantse energietransitie Doel 2050: Duurzame energie, grotendeels afkomstig uit NoordBrabant. Doel 2030: Tenminste 50% reductie van broeikasgassen van uitlaat ten opzichte van 1990 en tenminste 50% duurzame energie.

Wat wil de provincie: • Het opstellen van een heldere koers samen met de regio; • Noord-Brabant sluit aan bij de Nationale energieagenda; • De opgave wordt in beginsel niet op de omgeving afgewenteld; • Het verbinden van de energieopgave met zoveel mogelijk andere maatschappelijke doelen; • Het uitgaan van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik; • Onder voorwaarden energieopwekking in NNB mogelijk maken; • Rekening houden met de ondergrond. Werken aan een klimaatproof Brabant Doel 2050: Brabant is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Doel 2030: Brabant handelt al sinds 2020 klimaatbestendig en waterrobuust; in 2030 zijn de eerste grote gebiedsopgaven daartoe al gerealiseerd. Wat wil de provincie: • Een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting; • Herontwikkeling van het beeklandschap; • Ondersteuning bieden aan de ontwikkeling van nieuwe teelten en teeltsystemen; • Het werken aan een robuust aantrekkelijk rivierlandschap bij Maas en Merwede. Werken aan een concurrerende, duurzame energie Doel 2050: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa. Producten, materialen en grondstoffen worden op alle onderdelen van de Brabantse economie in verregaande mate hergebruikt. Het streven naar waardecreatie voor mens, natuur en economie gaan hand in hand. Doel 2030: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa.

De provincie werkt aan een circulaire economie door duurzamer om te gaan met de beschikbare grondstoffen en natuurlijke bronnen. Wat wil de provincie: • Innovatie voor een circulariecirculaire economie; • Digitalisering; • Aantrekkelijk vestigingsklimaat; • Agrofood; • Oog voor sociale impact; • Goede voorbeeld.

Land vank Heusden en Altena

kk !

k !

77

7 77 7 7 7 7

77

Verordening Ruimte In deze verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid naar regels die van toepassing zijn op (gemeentelijk) bestemmingsplannen.

kk !

kk !

7 7 77 77

kk

kk

kk

!

!

!

!

Maaskant

kk

kk

!

kk

Zeekleigebied k

T ¾

!

kk

!

kk

kk

kk !

!

k ¾k T ¾

Langstraa

!

!

k

!

kk

kk

!

!

kk !

kk !

7 7 7 77 77

77

Nieuwe ontwikkelingen k bieden een kans voor behoud en ontwikkeling kvan het De hoofdregel is dat de k landschap. k ontwikkelruimte dient bij te dragen aan het versterken van de k ruimtelijke k kwaliteit. Het ontwikkelen van het landschap reikt verder dan vasthouden aan wat er is, ontwikkelen van het Zeekleigebied ¾ landschap gaat dan ook om het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. De zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteiten bepaalt¾ dat: • Er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik; k • Er rekening wordt gehouden met ¾ de omgeving; k ¾ •¾ De ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. 77

kk !

kk

!

k

77 77 77

k

7

k !

!

k

Langstraat

!

!

kk !

kk !

T ¾

k !

T

!

kk

¾ West-Brabantse Venen

kk

!

Baronie

kk

T ¾

T ¾

!

k

T ¾

T ¾

kk

!

!

7

kk

7 7 7 7

!

kk !

kk !

Meierij

kk !

7

T ¾

T

kk !

kk

kk !

!

k !

T

k !

T

T

7

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wil de provincie dat de ¾ Venen initiatiefnemerWest-Brabantse zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te k beperken. Concreet betekent dit dat passende functies zich k kunnen ontwikkelen als er ook een prestatie voor het landschap tegenover staat. Daardoor wordt aantasting van de basiskwaliteit en verlies van ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden voorkomen. Ontwikkelingen die passen bij de aard, schaal en functie van het landelijk gebied zijn mogelijk. In principe Brabantse gaat de provincie uit van de realisering van een fysieke prestatie Wal op de projectlocatie en/of directe projectomgeving. Indien dat niet mogelijk is, is de vorming van gemeentelijk of regionaal landschapsfonds een optie.

T ¾

kk !

Baronie

Brabantse Wal

T

kk !

k !

k !

Oppervlaktewater

HSL

Breuklijn

Boomteelt

Oude zandontginning

Snelweg

Peelraam linie

Bebouwd gebied Heide

Jong bos

Jonge zandontginning Komgrond

Langstraatontginning Maasterrasrug

Maasterrasvlakte Oeverwal

Het plangebied ligt in het gebiedspaspoort: ‘De Meierij’

Oppervlaktewater

Oud bos

Dijken

West-Brabantse veenontginning

Kreken

Rivieren

Wetering

kk !

T ¾

7

Fort

Turfhaven Vliegveld

Windturbine

Bron: Provincie Noord-Brabant. Tek. nr. 26.038, juli 2010. Opmaak: Bureau ISP, Provincie Noord-Brabant

afbeelding 2. Gebiedspaspoort kenmerkenkaart - plangebied:rood (indicatief weergegeven) bron: provincie Noord-Brabant

Breuklijn

Sch

Turfvaart

Beken

Uiterwaarden

Ove mal

Kempen Wetering

Weg

Rivierdal

Zeekleipolder

Steilrand

Spoorlijn

Peelrandontginning

Zandverstuiving

Maasheggen

Kanaal

Peelkernontginning

Veenrestant

o

Grens gebiedspaspoort

o

ort

Het is aan de gemeenten om invulling te geven aan ruimtelijke kwaliteit op lokaal niveau. Als uitgangspunt zijn de gebiedspaspoorten. Hierin geeft de provincie aan wat zij van belang vindt voor de kwaliteit van een gebied of landschapstype.

Legenda

0

s

De Meierij is een kleinschalig mozaiëk ontstaan van oude en jonge ontginningslandschappen afgewisseld met woeste gronden. Het groene en afwisselende landschap van de Meierij heeft een belangrijke recreatie functie gekregen voor de stedelijke gebied van o.a. Tilburg. De ambitie: 1. Het karakter van de Meierij als groen hart van Brabant versterken. Dit kan door: •

• • •

• • 2.

3.

4. 5. 6.

Mogelijkheid te bieden voor menging van fucnties in buitengebied en verbreding van de landbouw. Het dient plaats te vinden in samenhang met het versterken van landschapselementen die bijdragen aan de biodiversiteit en het groene, kleinschalige karakter; Het verbinden van diverse (belangrijke) natuurgebieden; Het versterken van de recreatieve verbindingen binnen de Meierij en tussen de omliggende steden; In te zetten op de ontwikkeling van robuuste beeksystemen, waarin naast duurzame waterhuishouding ook de landschappelijke kwaliteit van het watersysteem versterkt wordt, zodat de ruimtelijke verschillen beter beleefbaar worden; Het maximaal sparen en bergen van water in de haarvaten van het watersysteem, alvorens het water af te voeren naar de beken; De hoofdinfrastructuur die de Meierij doorsnijdt vormgeven als groene lanen tussen hoogstedelijke gebeiden.

2.3. Gemeentelijk beleid Landschapsbeleidsplan De gemeente Goirle heeft een prachtig afwisselend buitengebied gelegen tussen het Dommelsysteem en het Donge systeem. Het landschapsbeleidsplan bestaat uit een robuust groen raamwerk, wat verschillende ontwikkelingen in de tijd kan opvangen, wat een aantrekkelijk, beleefbaar en gevarieerd buitengebied oplevert en wat het natuurnetwerk ondersteunt en aanvult. Het raamwerk bestaat uit de volgende lagen, het natuurnetwerk, de vier landschapsdelen, de drie beken, de lange lijnen van aantal doorgaande routes en het routenetwerk. Elke laag heeft zijn eigen ruimtelijke karakteristiek en eigen spelregels ter ontwikkeling.

Mogelijkheden voor nieuwe landschapskwaliteit te bieden in het jonge ontginningslandschappen door bijvoorbeeld ontwikkeling van nieuwe landgoederen en het robuuster maken van de beplantingsstructuur in combinatie met het versterken van agrarische enclaves; In te zetten op behoud van het fijnmazigheid van de oude ontginningen door meer aandacht voor groen ondernemerschap bij agrariërs gericht op recreatie, zorg. educatie en natuurontwikkeling en door mogelijkheden te bieden voor ontwikkeling van nieuwe landgoederen en andere vormen van wonen, groene dorpsranden; De cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten; Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief; Het sterken van de ecologische waarden van het landschap door te sturen op behouden of te ontwikkelen kenmerken van het landschap, waarbij kenmerkende plant- en diersoorten van poelen en kleine wateren, waterlopen, open weide- en akkergebieden en het halfopen landschap met bomenrijen goede indicatoren zijn. afbeelding 3. Raamwerk bron: Landschapsbeleidsplan - gemeente Goirle

Landschapsdelen • Op grond van de natuurlijke ondergrond en de landschappelijke en functionele ontwikkelingen door de tijd heen en de ruimtelijke karakteristieken onderscheid de gemeente Goirle de volgende vlakken in het buitengebied: Deelgebied West; • Deelgebied Noord; • Deekgebied Midden; • Deelgebied Oost - het beekdallandscahp van de oude en nieuwe Leij; • Passtuk de Katsbogte. Deelgebied Oost Deelgebied Oost kent een karakteristieke opbouw van beekdal naar hogere gronden. De brede beekdalzone van de Leijen, gelegen tussen de zuidrand van Goirle en de landgoederenzone kent een karakteristieke opbouw van nat naar droog en bijzondere ruimtelijke en hydrologische ontwikkeling. Deze karakteristieke opbouw wordt versterkt door de introductie van kleinschalige landschapselementen vooral op de flanken van het beekdal, het vasthouden van water en het uitbreiden van het recreatieve netwerk richting Beekse Bergen.

afbeelding 4. Uitsnede visiekaart natuurnetwerk- plangebied (indicatief):rood bron: Beeldbeleidsplan - gemeente Goirle

Voor het deelgebied Oost zijn een aantal spelregels opgesteld: • Beekdalranden aan de zijde van de bebouwing verdichten met afwisselende beplanting; • Rand van de A58 duurzaam inrichten ten behoeve van natuurontwikkeling, stadslandbouw en recreatie; • In beekdalen beplantingstructuur aanbrengen op een tweetal manieren. Bij de beemden lijnvormige houtwallen, loodrecht op de beek of parallel aan de kavelgrenzen. Bij de moerassige laagtes en waterbergingen beek begeleidend bos laten ontwikkelen; • Flanken van de beekdalen duurzaam inrichten door middel van coulissen; • Agrarische bedrijven, recreatiebedrijven en overige functies worden landschappelijk ingepast; • Netwerk van ommetjes over verdwenen zandpaden creeeren. Energielandschap In het landscahp dienen de duurzame energiebronnen een plek te krijgen. Spelregel daarbij is dat de hernieuwbare energiebronnen in het landschap passen en deze versterken. Het landschap biedt randvoorwaarden zodat deze bronnen zich kunnen ontwikkelen. Een van de belangrijkste bron is zonne-energie. Zonneakkers kunnen, mits landschapplijk ingepast het open gebied van deelgebied West benadrukken. Deelgebied oost is een ideaal landschap om biomassa verder te ontwikkelen. Het kleinschalige coulissenlandscahp van houtsingels, houtwallen leveren door het beheer al veel biomassa op.

Uitgaande van bovengenoemde uitgangspunten, heeft de gemeente Goirle een kansenkaart opgesteld met hernieuwbare energiebronnen. afbeelding 5. Uitsnede visiekaart bron: Beeldbeleidsplan - gemeente Goirle

Milieubeleidsplan duurzaam Goirle Goirle heeft in het milieubeleidsplan duurzaam Goirle vastgelegd dat Goirle zich conformeert aan de landelijke ambities met betrekking tot energie en 25% duurzame energie opwekt in 2030. In het plan staat: 'In 2016 werd nog geen 1% duurzaam opgewekt. Windturbines en zonnepanelen zijn voor dit moment goede bewezen technieken om energie duurzaam op te wekken. Om hiermee in Goirle aan de slag te kunnen, zijn kaders nodig die richting geven aan deze ontwikkelingen.' In het bestuursakkoord 2018 - 2022 zijn verder de volgende doelen opgesteld: • 2050: CO2-arme gemeente met 80% minder CO2 uitstaat dan in 2014; • 2020: 14% duurzame energieopwekking, oplopend naar 25% in 2030; • Op termijn moet heel Goirle gasloos worden; • Nieuwe woningen energieneutraal.

afbeelding 6. Uitsnede hernieuwbare energiebronnen bron: Beeldbeleidsplan - gemeente Goirle

3.VISIE 3.1. Identiteit van het verleden Oorspronkelijk was het gehele landschap rondom Goirle zeer bebost, bewoond door jagers en enkele boeren, of het bestond uit woeste gronden. In de vroegere middeleuwen veranderde het landschap geleidelijk door het potstalsysteem. De arme zandgronden werden verrijkt met heideplaggen. De natuurlijke ondergrond van het landschap, het reliëf, de bodem en het watersysteem bepaalden waar de mens kon wonen en hoe en waar deze landbouw kon bedrijven. Zo ontstonden in het buitengebied van Goirle een duidelijk, een vanzelfsprekende logische herkenbare indeling tussen beekdalen, zandverstuivingen en esdekkens.

Historie Het landschap is zeer dynamisch door de vele (ruimtelijke) ontwikkelingen die in het gebied plaatsvinden. Deze aanpassing hangt samen met de veranderende betekenis die aan het landschap wordt toegekend. Werd tot in de jaren na de Tweede Wereldoorlog het landschap met name als agrarisch productiegebied gezien, nu wordt het landschap in toenemende mate beschouwd als uitloopgebied voor de stedeling, als cultuurhistorisch erfgoed, leefgebied voor flora en fauna. Tot op heden leggen grootschalige ontwikkelingen zoals nieuwe industrieterreinen en woonwijken hun claim op het landschap. Ook door ruilverkaveling neemt de verscheidenheid in maatvoering van het landschap af. De vele ruimtelijke ontwikkelingen hebben bijgedragen dat de huidige structuur ingrijpend is gewijzigd. De funtie, het agrarisch landgebruik, is daarentegen nauwelijks aan invloed onderhevig geweest. De aanwezige structuren zijn in de jaren '30 grotendeels verloren gegaan. Onderstaande afbeeldingen geven in tijd de ruimtelijke ontwikkelingen neer.

Het plangebied ligt in een zogenaamd jonge heideontginningslandschap. Tot 1900 werd het landschap gekenmerkt door grote openheid, bestaande uit woeste gronden en heidevelden. In de 20e eeuw zijn echter nagenoeg alle heidegebieden tot cultuurland ontgonnen, wat mogelijk werd gemaakt door de opkomst van kunstmest.

Belangrijkste ruimtelijke kenmerken: -

Het plangebied behoort tot het jonge heidelandschap; Functie van het plangebied nauwelijks onderhevig geweest aan ruimtelijke ontwikkelingen; Oorspronkelijke structuren en de kleinschaligheid grotendeels verdwenen.

afbeelding 7. Plangebied en omgeving rond 1910

afbeelding 8. Plangebied en omgeving rond 1950

afbeelding 9. Plangebied en omgeving anno nu

3.2. Landschappelijke opbouw

afbeelding 9. Landschapstype

afbeelding 10. Zichtbaarheid

afbeelding 11. AHN

Landschapstype Het plangebied ligt in een jonge heideontginningslandschap wat rond 1900 ontgonnen is. In de nabije omgeving liggen de Leijen met haar beekdalen en een landgoederenzone waarin bosgebieden afgewisseld worden met heidegronden.

Zichtbaarheid De zichtbaarheid van het zonnepark wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ligging van de openbare weg. Over het algemeen geldt dat het gehele plangebied zichtbaar is vanaf de openbare wegen. De aanwezige restanten van houtwallen en singels beperken enigzins het beeld op het plangebied.

AHN Het plangebied ligt op het gemiddelde peil van 13.26m NAP. Geen benoemingswaardige grote hoogteverschillen in het plangebied.

3.3. Visie In het voorgaande hoofdstuk zijn de randvoorwaarden vanuit het overheidsbeleid in beeld gebracht. Vanuit de analyse en ontstaansgeschiedenis van het plangebied worden de gebiedswensen weergegeven. Het beleidskader en de gebiedswensen samen leveren een ambitierichting voor het plangebied. In de visie worden deze elementen verbeeld en verwoord. De ambitie is verwerkt in een set van aanbevelingen voor de ontwikkelingsvisie. Algemeen: • Draag bij aan een goede overgang naar het omliggende landschap; • Het zonnepark dient bij voorkeur uitgevoerd moeten worden als een aaneengesloten ontwikkeling. Hierdoor blijft het herkenbaar als een grootschalig project voor duurzame energie. Meerdere kleine veldjes zou de uitstraling van wildgroei en verrommeling van het gebied met zich meebrengen. Bestaande waarden: • Behoud en versterk bestaande karakteristieken/kwaliteiten van de jonge heideontginningen; • Versterk kwaliteiten die bijdragen aan de (bio)diversiteit; • Behoud van de overheersende verkavelingsrichting, de hoogteverschillen/lijnen; • Integreer bestaande natuurwaarden in het plan met gebiedseigen natuurdoeltypen; • Behoud de iconen in en rondom het plangebied; • Bestaande maaiveldhoogtes blijven gerespecteerd; • Behoud van het functionerende watersysteem.

Ontwikkel het landschap: Inrichtingselementen • Ten aanzien van de inrichtingselementen, hekwerken en infrastructuren is het kleurgebruik ingetogen en sober, materiaalgebruik is afgestemd op, maar altijd ondergeschikt aan de omgeving. In nader overleg met de welstand zal het materiaal- en kleurgebruik worden vastgesteld; • Paneeloppervlakte vanuit de lucht mag niet een te grote vlek vormen. Als het mogelijk is zou het de voorkeur hebben om de donkere vlakken van de panelen visueel te onderbreken; • Hekwerk en poorten dienen zoveel mogelijk vrij te blijven van borden; • Onderzoek of er mogelijkheden bestaan om (deels) geen hekwerk te plaatsen en de functie overgenomen kan worden door aanwezige landschappelijke elementen; • Hoogte van de panelen, incl. constructie, mag niet hoger zijn dan 1,80 meter.

Landschap • Versterken en eventueel aanvullen van bestaande karakteristieken/kwaliteiten van het jonge heideontginningen; • De aanwezige landschappelijke (kenmerkende) elementen is het uitgangspunt voor de inrichting; • Pas gebiedseigen (erf)beplanting toe passend bij het landschap, de kernkwaliteit respecteren; • Onderzoek de mogelijkheid om de kavelgrensbeplanting te bevorderen; • Ontwikkel nieuwe natuurwaarden met gebiedseigen natuurdoeltypen, het habitat al dan niet vergroten van de gebiedseigen natuurdoeltypen. Uitgangspunt vormt de quickscan flora en fauna; • Onderzoek of kansen bestaan tot lokale natuurontwikkeling in het plangebied; • Randen van het park en tussen de panelen inzaaien met een lokaal passende bloemzadenmengsel, akkermengsel; • Onderzoek of openheid van oude wegenstructuren mogelijk zijn; • Onderzoek mogelijkheden tot verdichten recreatief netwerk en combinatie grondgebonden zonnepark; • Onderzoek of berging van water mogelijk is en/of verbinding tussen de poelen; • Onderzoek of een combinatie van functies mogelijk is. Te denken valt aan agrarische en/of recreatieve functies. Creëer mogelijkheden voor combinatiegebruik/dubbele functie.

afo

& Tr

i

afo

er

rm

vo

Om #

& Tr

afo

er

rm

vo Om #

& Tr

ZONNEPARK BEEKSEDIJK

er

rm

vo

Om #

www.labeltien.nl info@labeltien.nl

OPDRACHTGEVER TPSolar Melbournestraat 9 1175 RM Lijnden info@TPSolar.nl

PROJECTNAAM Zonnepark Beeksedijk te Goirle ONDERDEEL Landschappelijke inpassing

GETEKEND DOOR L. Grote Gansey DATUM November 2020 SCHAAL 1:1000 PAPIERFORMAAT A2

fi Pro

C'

Cl e fi

el

Pro

F-F ' me

r&

fo

Tra

vor

Om #

fi Pro

Profi

' B-B el

fi

Pro

'

-A el A

r&

el G

-G'

fo Tra

me vor

Om #

r&

fo

Tra

me vor

Zonneweide

Gras

Watergang

Bloemrijk grasland

Gras

Onderhoudspad

Gras

3.00

8.00

6.00

2.00

4.00

2.00

Zonneweide

Zonneweide

Profiel A-A'

Om #

Gras

Haag

Bloemrijk grasland

Keverbank

Gras

3.00

2.00

5.00

2.00

3.00

Zonneweide

Profiel B-B' E'

Efiel

Pro

-D'

D fiel

Pro

Zonneweide

Gras

Gras

Haag

3.00

2.00

2.00

Watergang

Grasland 10.00

Grasland

Grasland

5.00

Tuincentrum

Profiel E-E'

Haag

1.00

2.50

Gras 3.00

2.00

Onderhoudspad

Gras

4.00

2.00

Zonneweide

Profiel D-D'

Gras

Struweel

1.00

7.50

Grasland Gras 1.00

Sloot

Gras

Houtsingel

1.95

8.15

14.50

Gras

Zonneweide

Zonneweide

Gras

Struweel

Gras

Sloot

5.00

5.00

3.30

Zonneweide 1.00

3.00

3.00

3.00

Profiel F-F'

Profiel G-G'

1.00

Grasland

ZONNEPARK BEEKSEDIJK

Profiel C-C'

Gras

www.labeltien.nl info@labeltien.nl

OPDRACHTGEVER TPSolar Melbournestraat 9 1175 RM Lijnden info@TPSolar.nl

PROJECTNAAM Zonnepark Beeksedijk te Goirle ONDERDEEL Profielen

GETEKEND DOOR L. Grote Gansey DATUM November 2020 SCHAAL 1:100 PAPIERFORMAAT A1

Landschappelijke inrichting

verwijderd. De noordoost- en zuidwestzijde worden begrensd door landschappelijke hagen.

Schaal van het landschap Het zonnepark aan de Beeksedijk ligt in het semi-open landschap van Goirle. De ontwikkeling van het zonnepark zal een zo laag mogelijke impact op de semi-openheid van het landschap nastreven.

Op het zonnepark wordt een watergang opnieuw geprofileerd en voorzien van een flauwe oever. Langs deze watergang wordt een rietberm ontwikkeld. Deze voegen extra kleur, tekening en seizoensdynamiek aan het landschap toe. Daarbij versterken zij de milieudiversiteit. Deze rietkragen lijken met name een kansrijke bouwsteen voor de inpassing van de relatief lage zonnevelden. Zij ontnemen niet het zicht op het zonneveld maar filteren wel het zicht op deze velden, zij brengen als het ware een vitrage om de zonnevelden aan.

Een watergang grenst ten noorden aan het plangebied. Deze watergang biedt kansen voor natuurontwikkeling. De precieze vormgeving van dit gebied zal in samenspraak met het Waterschap later in het planproces worden bepaald. Dit hangt onder meer af van de gewenste uitgangspunt om het gebied in te richten voor natte natuur die mogelijk aansluiten op de (water)opgaven die spelen in de omgeving. Indien natte natuur niet mogelijk is, liggen er kansen om de oevers van de onderliggende watergang te verbeteren. Daarnaast vinden in deze zone ontwikkelingen plaats die ten goede komt aan de Patrijs. Patrijzen blijven het hele jaar door in hetzelfde gebied. Het is daarom van belang de juiste samenhang tussen de verschillende maatregelen binnen het leefgebied van de patrijs te treffen. Door deze aanpak in het plangebied toe te passen kunnen patrijzenpopulaties zich herstellen. Patrijzen nestelen bij voorkeur onder dekking van ruige grasachtige vegetaties. Bijvoorbeeld langs hagen en in sloottaluds, bermen en overhoekjes. In het plangebied en in de zone voor natuurontwikkeling worden meerdere keverbanken, bloemenblokken en patrijzenhagen aangelegd. Als het met patrijzen goed gaat, dan profiteert andere natuur in deze gebieden daarvan mee. Denk aan zoogdieren zoals de haas, vogels zoals de veldleeuwerik en aan insecten, bijen en vlinders.

Vergroten biodiversiteit en natuurwaarde Door de ontwikkeling van het zonnepark blijft de waterafvoer rondom het park intact. Op het zonnepark zelf wordt het hemelwater zo lang mogelijk vastgehouden. Door mogelijke natte natuurontwikkeling langs de watergang wordt het plangebied vernat. Dit draagt eveneens bij aan het vasthouden van water binnen het plangebied. Onder en tussen de panelen zal een variatie aan drogere en nattere delen ontstaan. Dit microgradient is interessant voor verschillende soorten vegetatie, insecten en patrijzen. Daarmee draagt het vasthouden van het water ook bij aan de biodiversiteit.

Door ruimte te geven aan natuurontwikkeling levert het zonnepark een bredere bijdrage aan een duurzaam landschap. Schaal van de directe omgeving Er wordt een landschappelijke ingreep gedaan om te voorkomen dat vanaf de Beeksedijk en enkele aangrenzende omwonenden het zonnepark kunnen ervaren. Gezien de openheid van het landschap is daarom gekozen om de panelen niet hoger dan 1,50 m (inclusief constructie) boven maaiveld uit te laten komen. Aan de noordwest- en zuidoostzijde worden houtsingels aangelegd. Deze beperken de omwonenden het zicht op het landschap en volgen de overwegende structuur van het landschap. Tevens zorgen de houtsingels voor schaalverkleining in het landschap, immers de oorspronkelijke houtstructuren op kadastrale grenzen zijn in de loop der jaren allen

Door ruimte te geven aan natuurontwikkeling levert het zonnepark een bredere bijdrage aan een duurzaam landschap.

3.4. Beplantingsplan Houtsingels De houtsingels liggen in de overwegende richting van het landschap. De groenstrook heeft een minimale breedte van 7 m1 uitlopend naar 21 m1. Hierdoor voorziet deze in een goede inpassing gezien en schaalverkleining van het landschap. Tevens zorgt deze breedte voor voldoende volume om te kunnen dienen voor het verblijf van vogels en als transportroute voor kleinwild. De toepassing van verschillende soorten beplanting die zowel bes- als nootdragend zijn, maakt deze strook uitermate geschikt als foerageergebied.

Vak

Lat. Naam

Ned. Naam

Procent

Plantafstand

Plantmaat

Eindhoogte

Verband

Aantal

Betula pendula

Gewone berk

10

1 per meter

60-80 1+1

ca. 15 m

Verschoven, in groepen van 5

985

Fagus sylvatica

Gewone beuk

10

1 per meter

80-100 1+2

ca. 20 m

Verschoven, in groepen van 5

985

Prunus avium

Bosriek

10

1 per meter

80-120 1+1

ca. 15 m

Verschoven, in groepen van 5

985

Quercus robur

Zomereik

10

1 per meter

60-100 1+2

ca. 25 m

Verschoven, in groepen van 5

985

Corylus avellana

Hazelaar

5

1 per meter

80-100 1+1

ca. 5 m

Verschoven, in groepen van 7

495

Crataegus monogyna

Eenstijlige meidoorn

15

1 per meter

80-100 1+1

ca. 4 m

Verschoven, in groepen van 7

1475

Prunus spinosa

Sleedoorn

10

1 per meter

100-120 1+1

ca. 4 m

Verschoven, in groepen van 7

985

Rosa canina

Hondsroos

10

1 per meter

40-60 1+1

ca. 1 m

Verschoven, in groepen van 7

985

Sambucus nigra

Vlier

10

1 per meter

100-120 0+1

ca. 5 m

Verschoven, in groepen van 7

985

Sorbus aucuparia

Lijsterbes

10

1 per meter

80-100 1+1

ca. 4 m

Verschoven, in groepen van 7

985

HOUTSINGEL

Plantvak B De patrijzenhagen liggen verspreid aan de randen van het zonnepark en deels op het zonnepark. De groenstrook heeft een minimale breedte van 2 m1 uitlopend Tevens zorgt deze breedte voor voldoende volume om te kunnen dienen voor het verblijf van vogels en als transportroute voor kleinwild. De toepassing van verschillende soorten beplanting die besdragend zijn, maakt deze strook uitermate geschikt als foerageergebied van o.a. de patrijs. Vanwege de iets smallere breedte en het zicht van passanten op het zonnepark is er hier ook semiwintergroene beplanting toegepast.

Vak

Lat. Naam

Ned. Naam

Procent

Plantafstand

Plantmaat

Eindhoogte

Verband

Aantal

Acer campestre

Veldesdoorn

10

1 per meter

80-100 1+1

ca. 2 m

Verschoven, in groepen van 5

300

Cornus sanguinea

Kornoelje

10

1 per meter

80-100 1+1

ca. 2 m

Verschoven, in groepen van 5

300

Crataegus monogyna

Eenstijlige meidoorn

30

1 per meter

80-100 1+1

ca. 2 m

Verschoven, in groepen van 5

900

Ligustrum vulgare

Liguster

20

1 per meter

60-80 1+1

ca. 2 m

Verschoven, in groepen van 5

600

Mespilus germanica

Mispel

5

1 per meter

60-80 1+1

ca. 2 m

Verschoven, in groepen van 5

150

Prunus spinosa

Sleedoorn

15

1 per meter

100-120 1+1

ca. 2 m

Verschoven, in groepen van 5

450

Rosa canina

Hondsroos

10

1 per meter

40-60 1+1

ca. 1 m

Verschoven, in groepen van 5

300

PATRIJZENHAAG

Overig Naast de patrijzenhagen zijn enkele stroken kruidenrijke zones gesitueerd t.b.v. bijen, andere insecten en fauna. In deze open ruimte komen enkele bijenhotels te staan en solitair staande bomen.

Vak

Lat. Naam

Ned. Naam

Procent

Plantafstand

Plantmaat

Eindhoogte

Verband

Aantal

Quercus robur

Zomereik

stuks

solitair

10-12.

ca. 25 m

Solitair in lijn

13

zaden

150 gr/100 m2

100-120 cm

Evenredig verspreid

11,20 kg

OVERIG Wildebloem/grasmengsel

11,,50 00 m m

1,00 1,50 m m

Schematische weergave plantschema plantvak A en B • • •

Aanplant in driehoeksverband op een afstand van 1.00 x 1.00 meter Bij gebruik meerdere soorten planten, aanplant bomen in groepen van minstens 5 stuks per soort. Aanplant heesters in groepen van mintens 7 stuks per soort. De toegepaste soorten dienen gelijkmatig in het plantvak verdeeld te worden.

3.5. Beheer 3.5.1. Introductie TPSolar draagt verantwoordelijkheid voor haar zonneparken, zowel voor de technische installatie als de groene inrichting. In het beheerplan is beschreven welke maatregelen voor onderhoud in de komende jaren worden uitgevoerd. Dit beheerplan vormt de basis voor langdurige afspraken - over de werkprocessen - voor het beheer en onderhoud van het zonnepark. Het geeft niet alleen de beheerders, maar ook de gemeente, buurtbewoners en TPSolar helderheid over het te plegen niveau van onderhoud. Het doel is daarnaast te voorkomen dat tussentijdse inzichten, ad-hoc afspraken en kortzichtig beheer regeren. Dit beheerplan omvat de beheerelementen die tot het groen behoren, behorend tot het zonnepark.

3.5.2. Jaarlijks onderhoud Beheerelementen Om tot een werkbaar beheermodel te komen, is het groen opgedeeld in beheerelementen. TPSolar kent 6 beheerelementen. Voor elk beheerelement wordt in de volgende paragraven het door TPSolar uit te voeren beheer en onderhoud beschreven. Dit wordt gedaan aan de hand van de volgende kenmerken. Definitie Voor elk beheerelement is beschreven welk groen hiertoe behoort. Doel en visie Hierin wordt de gewenste visie op het eindbeeld besproken. Jaarlijks onderhoud Hier worden puntsgewijs de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen genoemd. Er is sprake van jaarlijks en groot onderhoud. Het groot onderhoud wordt periodiek uitgevoerd. Door het groot onderhoud gefaseerd uit te voeren, is het onderdeel gemaakt van de jaarlijkse cyclus en zo van het jaarlijks onderhoud. Per beheerelement worden indien aanwezig nog specifieke aandachtspunten beschreven. Indien sprake is van inspectie dan wordt dit ook beschreven. Alle onderhoudsmaatregelen zijn erop gericht het gewenste eindbeeld te realiseren.

BOMEN Definitie Een boom is een houtachtige beplanting met stam en wortels. Een boom wordt geplant als solitair, rij, laan of groep. Bomen bestaan in soorten en maten. Er is sprake van een tweetal groepssoorten: • Boom in gras • Boom in beplanting Doel en visie Algemeen gezien mogen bomen geen gevaarlijke situaties veroorzaken. Het is van belang dat een boom een hoge belevingswaarde brengt. Staan de bomen dicht nabij de openbare weg, dient een takvrije hoogte aan de minimale wettelijke doorrijhoogte van 4,20 meter hebben. Solitaire bomen in beplanting in gazon hoeven geen takvrije zone te hebben. Jaarlijks onderhoud Jaarlijks onderhoud aan bomen is noodzakelijk om te voorkomen dat onveilige situaties ontstaan. TPSolar voert verzorgend onderhoud en technisch onderhoud uit. Jonge bomen hebben begeleidingssnoei nodig, waar oudere bomen hun volwassnoei behoeven. Alle bomen dienen periodiek te worden geinspecteerd. TPSolar voldoet hiermee aan haar wettelijke zorgplicht.

HOUTSINGEL Definitie Een houtsingel is een lijnvormige beplanting van verschillende soorten inheemse bomen en struiken. Houtsingels zijn waardevol voor de natuur. De breedte en de lengte maar ook de opbouw in lagen van een houtsingel zijn sterk bepalend voor de aanwezige natuurwaarden. Een combinatie van een boomlaag, een struiklaag en een kruidlaag is het meest ideaal. Het bestaat voornamelijk uit bes- en doorndragende inheemse struiken, die voedsel en bescherming bieden. Doel en visie Door variatie in het landschap ontstaat een ideale situatie voor flora en fauna. Idealiter is hier sprake van een goede horizontale opbouw van het plantsoen. Deze horizontale opbouw kenmerkt zich als een overgang van mantel naar kern. In de mantel bevindt zich de heestervormende soorten. In de kern bevindt zich de boomlaag. Hier is de verticale opbouw waarneembaar. Het geheel bestaat uit een goed ontwikkelde boom- en struiklaag. Het doel is variatie in de vorm en gelaagdheid van het plantsoen te creëren. Zo kunnen er inhammen ontstaan, plekken met meer licht, etc. Een aandachtspunt bij vervanging is het gebruik van inheems en gebiedseigen materiaal. De soorten dienen bij te dragen op het overleven van soorten zoals vlinders en bijen in de natuur. Oppervlakte 9850 m2 Jaarlijks onderhoud Het beheer van de horizontale laag verschilt.

Voor het onderhoud wordt onderscheid gemaakt tussen de mantelzone en de kernzone. • Mantal 1x per 4 jaar afzetten van een groep aanplant. Altijd 20% van deze groep laten staan • Alleen selectief snoeien en kappen. Gefaseerd werken, kleinschalig werken heeft de voorkeur • Bij grote hoeveelheden snoeiafval is het mogelijk een houtril aan te brengen

PAT R I J Z E N H A A G Definitie Een patrijzenhaag is een lijnvormige beplanting van verschillende soorten inheemse struiken. De hagen zijn waardevol voor de natuur. De breedte en de lengte zijn sterk bepalend voor de aanwezige natuurwaarden. Het bestaat voornamelijk uit bes- en doorndragende inheemse struiken, die voedsel en bescherming bieden. Doel en visie Het ontwikkelen van een patrijzenhaag is de ideale manier om op een eenvoudige manier de biodiversiteit te verhogen. Er zijn snel allerlei soorten dieren te verwachten die er gebruik van maken. Nabij poelen of waterlopen biedt de patrijzenhaag de mogelijkheid om op korte afstand van de plek waar zij zicht voortplanten te overzomeren en te overwinteren. Op zonnige plaatsen biedt het goede leefomstandigheden aan dagvlinders en andere insecten. Jaarlijks onderhoud De patrijzenhaag vraagt om de vijf tot 10 jaar enig onderhoud omdat het zonder beheer de patrijzenhaag uitgroeit naar bos en zo veel waarde verliest. De voorkeur ligt bij het verwijderen van de boomvormers, het liefst gefaseerd. Dik hout kan dienst doen als brandhout en het dunnere hout kan verwerkt worden in een takkenhoop of -ril. De haag dient na snoei een hoogte van minimaal 2,00 meter te behouden. Breedte afhankelijk van de daarvoor beschikbare ruimte. De uiteindelijke optimale hoogte is rond de 3 meter.

Oppervlakte 999 m1

B LO E M R I J K G R A S L A N D Definitie Bloemrijk grasland betreft de grotere graslanden met een kruidachtige begroeiing en een hoge soortenrijkdom. Doel en visie Bloemrijke graslanden hebben veel waarde voor TPSolar en de biodiversiteit. De kleurenpracht zorgt in het voorjaar en zomer voor een belangrijke beleefwaarde. Daarnaast heeft het een ecologische waarde. Het doel is het stimuleren van bloemrijke kruidensoorten, voor het belang van vlinders, bijen en andere fauna. Het is gewenst een zo lang mogelijk bloeiperiode na te streven. Jaarlijks onderhoud De bloemrijke graslanden worden op natuurlijke wijze door middel van machinaal sinusbeheer onderhouden. Met sinusbeheer wordt door de fasering te combineren met kronkelende maaibanen en variabele intervallen tussen opeenvolgende maaibeurten meer variatie in soorten gecreëerd. Het ontwikkelen en in stand houden van bloemrijk grasland kent een aantal aandachtspunten: • Het voorkomen van grassen.

Grassen hebben een grotere concurrentiekracht; • Het tijdstip van maaien/grazen heeft invloed op de momenten van bloei; • Volg elk jaar hetzelfde maairegime • Al het maaisel moet worden afgevoerd om verschraling te bewerkstelligen; • Behoud voortplanting en ontwikkeling van flora en fauna • Grassen maaien/begrazen in de bloeiperiode, zodat zij zich minder goed kunnen voortplanten; • Bloemrijke kruiden maaien na de zaadperiode, zodat zij zich goed kunnen voortplanten; • Laat jaarlijks 10% in de winter van de bloemrijke kruiden staan voor insecten e.d. • Door sinusbeheer ontstaat ruimte voor ontwikkeling van ruigteplekken en vestiging van enkele pionierssoorten, dit mag niet meer dan 5% van de gehele oppervlakte zijn.

Oppervlakte: 7436 m2

GRASLAND - OVERIG Definitie Het grasland bestaat overwegend uit ruderale grassoorten. Dit kent een vrij eentonig beeld. Doel en visie Het doel van het werkpakket grasland is een verbetering in kwaliteit verhouding gras en grasklaver en duurzaam bodembeheer. Jaarlijks onderhoud De bloemrijke graslanden worden op natuurlijke wijze door middel van machinaal onderhouden, daarnaast dient het gras met regelmaat worden gemaaid. Het in stand houden van grasland kent een aantal aandachtspunten: • Het gras dient te allen tijde kort gemaaid te zijn in verband met aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren (das); • Volg elk jaar hetzelfde maairegime en dezelfde route.

B LO E M R I J K E ( D R O G E ) O E V E R S Definitie Dit zijn bloemrijke extensief beheerde vegetaties langs waterkanten. Het betreft de vegetatie op het droge talud. Door de aanwezige gradienten - nat/droog en zon/schaduw - kan zich hier een bloemrijke droge oever ontwikkelen met een hoog soortenrijkdom Doel en visie Bloemrijke droge oevers worden onderhouden met een ecologische doelstelling. Doordat de droge oevers niet worden betreden, bieden zij een goede mogelijkheid voor de ontwikkeling van een hoog soortenrijkdom. Een hoge soortenrijkdom (biodiversiteit) vormt een voedselbron en voorplantingsgelegenheden aan tal van insecten. Jaarlijks onderhoud Het ontwikkelen of in stand houden van bloemrijk taluds kent een aantal regels: • Teveel riet is ongewenst • Gebiedseigen grassoorten zijn gewenst i.v.m. vereiste draagkracht zode voor beheer en het leveren van bijdrage aan ecologie • Zaad valt voornamelijk in de zomermaanden juni en juli

SEMI - AQAUTISCHE BEPLANTING Definitie Dit zijn extensief beheerde vegetaties onder en op de grens van de waterlijn. Het betreft de vegetatie op het semi droge talud. Door de aanwezige gradienten - nat/droog en zon/schaduw - kan zich hier een bloemrijk geheel ontwikkelen met een hoog soortenrijkdom. Doel en visie De watersloten worden onderhouden met een ecologische doelstelling. Doordat de sloten en aangrenzende oevers niet worden betreden, bieden zij een goede mogelijkheid voor de ontwikkeling van een hoog soortenrijkdom. Een hoge soortenrijkdom (biodiversiteit) vormt een voedselbron en voorplantingsgelegenheden aan tal van insecten, reptielen en amfibieën. Jaarlijks onderhoud Het ontwikkelen of in stand houden van bloemrijk taluds kent een aantal regels: • Teveel riet is ongewenst • Gebiedseigen soorten zijn gewenst • Verdichting van wateroppervlakte is ongewenst • Het voorkomen van uitheemse soorten zijn ongewenst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1308/documents/22501