03 Bijlage 5 Artikelgewijze toelichting RvO.pdf
Tekst van het document
Daarmee wordt voorkomen dat een raadsmeerderheid om (partij)politieke redenen belemmeringen opwerpt tegen het vragen van inlichtingen door
Zaaknummer *
22
Agendapunt:
een raadslid of raadsminderheid. Wel kan de raad via dit Reglement op grond van doelmatigheidsoverwegingen een zekere ordening aanbrengen in de wijze waarop het inlichtingenrecht wordt uitgeoefend. De raad gaat immers over de agenda en de vergaderorde. De weigeringsgrond ‘strijd met het openbaar belang’ is, zo blijkt uit de bewoordingen van artikel 169 van de wet, wettelijk objectief en algemeen omschreven. Het moet dan gaan om zwaarwegende belangen. In de praktijk bestaan verschillende wettelijke en politieke figuren om als de raad en het college met elkaar te communiceren buiten de openbaarheid. De openbaarheid van stukken en vergaderingen bijvoorbeeld kan al dan niet tijdelijk worden opgeheven. Vervolgens kent de wet een algemene actieve inlichtingenplicht. Artikel 169, tweede lid, van de wet verplicht het college uit eigen beweging de raad alle inlichtingen te verstrekken die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het college moet permanent nagaan welke informatie de raad behoeft voor een goede taakvervulling. Hier liggen grote politieke risico’s als de raad het college in het ongewisse laat over de aard en omvang van de gewenste informatie. In het geval dat raad en college daarover geen afspraken maken is de kans groot dat het college de raad veiligheidshalve overstelpt met papier. Van controleren komt dan weinig terecht.
Dezelfde risico’s doen zich voor met betrekking tot een tweede actieve, meer specifieke inlichtingenplicht. Artikel 169, vierde lid, van de wet verplicht het college de raad vooraf te informeren over de voorgenomen uitoefening van een gemeentewettelijke bestuursbevoegdheid als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, van de wet indien de toepassing daarvan ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente of indien de raad daarom verzoekt. Het college mag dan niet eerder een besluit nemen dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen naar voren te brengen. De term ‘ingrijpend’ is in de wet niet nader omschreven. De raad en het college dienen, op basis van de situatie in de eigen gemeente, tot een afbakening te komen. De wetgever heeft destijds het oog gehad op substantiële financiële gevolgen van privaatrechtelijke overeenkomsten. De raad en het college moeten hier derhalve zelf een modus in vinden. Artikel 34. Vragenuur Deze bepaling vormt een invulling van artikel 155, eerste lid, van de wet met betrekking tot het vragenrecht. In de evaluatie van de Gôolse Democratie is door een aantal raadsleden aangegeven behoefte te hebben aan meer interactie met het college: in gesprek zijn, vragen mogen stellen. Zij ervaren de nieuwe werk- en vergaderwijze als ‘te streng en rigide’.1 Deze wens 1
Uitkomsten evaluatie, rapport van januari 2019
Zaaknummer *
23
Agendapunt:
staat enigszins op gespannen voet met de behoefte van de raad om minder tijd kwijt te zijn met vergaderen. In dat kader was in de evaluatie sprake van een breed gedeelde wens tot beknoptere bijdragen en minder vragen stellen. Om die reden is het vragenuurtje beperkt tot alleen besluitvormende raadsvergaderingen, niet zijnde een hamerraad. Dat uitgangspunt is vastgelegd in artikel 34 van de verordening en artikel 7c lid 4. Wel is in artikel 34 lid 1 opgenomen dat de Regiegroep kan bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. Hiermee behouden we de mogelijkheid om te experimenteren met andere, mogelijk meer geschiktere vormen. Voorstellen daarvoor kunnen worden besproken in de werkgroep bestuurlijke vernieuwing. Artikel 34a. Verslag en verantwoording verbonden partijen In het geval een gemeente deelneemt in een gemeenschappelijke regeling is in deze regeling opgenomen hoe de raad geïnformeerd wordt door de vertegenwoordiger van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling en hoe verantwoording wordt afgelegd (artikelen 16 t/m 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Van belang is dat de Regiegroep de vergadercyclus van deze besturen kent. Het kan nodig zijn dat de raad voorafgaand aan een vergadering van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke vertegenwoordiger informatie of opvattingen wil meegeven.
Ook de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling is relevant voor de regiegroep zodat de raad tijdig noodzakelijke informatie kan leveren. Het is aan de regiegroep om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken. Hetzelfde geldt met betrekking tot andere organisaties waar de gemeente mogelijk in vertegenwoordigd is (stichtingen, vennootschappen). Ook deze vergadercycli kunnen voor de regiegroep aanleiding zijn om deze te agenderen voor een raadsbijeenkomst of vergadering, zodat er informatie uitgewisseld kan worden tussen de vertegenwoordiger van de gemeente en de raad. Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 35. Uitleg reglement In geval van onduidelijkheden over de uitleg van het Reglement dient die uitleg zoveel mogelijk aan te sluiten bij de uitgangspunten zoals die zijn geformuleerd in het thema Gôolse Democratie.
Zaaknummer *
24