03 Bijlage 2 - ontwerp BP.pdf
Tekst van het document
GEMEENTE GOIRLE
BESTEMMINGSPLAN DORPSSTRAAT 52 GOIRLE (GOIRLE)
GEMEENTE BESTEMMINGSPLANNUMMER SCHAAL VAN DE VERBEELDING STATUS PLAN DATUM TERVISIELEGGING ONTWERP DATUM VASTSTELLING
DATUM UITSPRAAK ABRS DATUM INWERKINGTREDING DATUM ONHERROEPELIJK NAAM EN ADRES OPSTELLER
: : : : : : : : : :
GOIRLE NL.IMRO.0785.BP2021005DORPSSTRA- OW01
1:500 ONTWERP
SCHOENMAKERS, RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, MOLENZICHT 2, 4881 BW ZUNDERT
1
PLANTOELICHTING
2
INHOUDSOPGAVE PLANTOELICHTING
pagina
1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
Inleiding Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
5 6 6 7 7
2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4.
Beschrijving plangebied Historische ontwikkeling Ruimtelijke en functionele structuur Voorgenomen ontwikkeling Technische infrastructuur
8 10 11 12
3. 3.1. 3.2. 3.3.
Ruimtelijk beleidskader Rijk Provincie Gemeente
13 15 18
4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5.
Thematische beleidskaders Stedenbouwkundige uitgangspunten Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Volkshuisvesting Groen Verkeer en parkeren
21 21 23 27 28
5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7. 5.8. 5.9. 5.10. 5.11.
Milieuaspecten Milieuhinder en bedrijven Externe veiligheid Kabels, leidingen en straalpad Molenbiotoop Geluid Lucht Geur Bodem Natuur Milieueffectrapportage (alleen indien van toepassing) Bezonning
30 33 36 36 38 40 41 42 43 46 47
6. 6.1. 6.2.
Water Beleid Huidige en toekomstige situatie
48 52
7. 7.1.
Opzet planregels Plansystematiek
54 3
7.2. 7.3. 7.4. 7.5.
Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel
54 54 56 57
8. 8.1. 8.2.
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
58 58
Bijlagen 1. Eindverslag inspraakprocedure 2. Verslag overleg Besluit ruimtelijke ordening 3. Toelichting staat van bedrijfsactiviteiten Separate bijlagen 1. Standaard advies 2021 2. Standaard verantwoording groepsrisico 3. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 4. AERIUS berekening en invoergegevens gebruiksfase 5. Ecologische QuickScan 6. Bezonningsstudie
4
HOOFDSTUK 1. INLEIDING 1.1.
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Aan de Dorpsstraat 52 te Goirle, op de hoek met de Hoogstraat, is momenteel het horecabedrijf Ome Neeff gevestigd. Op de locatie exploiteren initiatiefnemers een Dans- en Partycentrum, waar feesten, bijeenkomsten en danslessen worden gegeven. Deze multifunctionele feestaccommodatie opende eind 2009 haar deuren. Tevens is een restaurant genaamd Bistro 52 aanwezig in het pand. Afgelopen jaren heeft Covid-19 gezorgd voor een erg ondenkbare tijd, zeker voor de horecasector. Bedrijfsmatig en privé heeft dit geresulteerd in een periode vol onzekerheden, waardoor dit de initiatiefnemers aan het denken heeft gezet. De periode dat de horeca-activiteiten nauwelijks toegestaan waren heeft er ook in geresulteerd dat initiatiefnemers hebben gemerkt dat het samen zijn met het gezin ook voordelen heeft, wat in mindere mate mogelijk was bij het volledig exploiteren van het horecabedrijf. Tevens worden initiatiefnemers een dagje ouder, waardoor het genieten van het leven en het gezin steeds meer onder de aandacht komt. Wat verder een belangrijke afweging is, is dat het horecabedrijf midden in een woonwijk is gelegen. Dit heeft de afgelopen jaren voor behoorlijk wat overlast gezorgd bij de buurtbewoners, welke in grote lijnen zijn opgelost, maar waarbij alles oplossen erg lastig blijkt.
Dit in gedachten te hebben en gezien het feit dat er vanuit de overheid steeds meer regels worden opgelegd, maakt het dat het alleen maar lastiger blijkt om het horeca-vak te kunnen blijven uitoefenen. Bovenstaande redenen maakt het dat initiatiefnemers genoodzaakt waren om te kijken naar de toekomst en de mogelijkheden van het bedrijf en het perceel. Na een lange weg met vele gesprekken hebben initiatiefnemers besloten te stoppen met het uitbaten van het horecabedrijf Ome Neeff en het naastgelegen restaurant. In goede samenspraak met de gemeente zijn initiatiefnemers voornemens het perceel in eigen beheer te ontwikkelen tot een appartementengebouw gericht op senioren. In totaal omvat de beoogde ruimtelijke ontwikkeling het realiseren van maximaal 14 koopappartementen. Het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Goirle heeft op 20 juli 2021 besloten om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan de herontwikkeling van de Dorpsstraat 52 in Goirle, ten behoeve de ontwikkeling van maximaal 14 koopappartementen. Het vigerende plan waarin het plangebied is gelegen, betreft het bestemmingsplan “Wildackers-Abcoven“ (vaststelling 04-03-2008). Het plangebied ligt binnen de bestemmingen “Horecadoeleinden” met “café en zaalaccommodatie” en tevens voor “woondoeleinden in verband met de horecafunctie”.
Binnen deze bestemmingen is het niet mogelijk om horeca te beëindigen en enkel wonen in de vorm van appartementen mogelijk te maken. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient daarom een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. 5
1.2.
Ligging en begrenzing plangebied. Het plangebied ligt aan de Dorpsstraat 52 te Goirle, op de hoek met de Hoogstraat. Het plangebied omvat het perceel kadastraal bekend gemeente Goirle, sectie B met nummer 6571. Het perceel heeft een oppervlakte van 1.381 m2. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de omgeving weergegeven. Aan de noord en westzijde wordt het plangebied begrenst door de Dorpsstraat en de Hoogstraat, aan de oostzijde en zuidzijde door woningen met bijbehorende tuinen en bijgebouwen.
Afbeelding: globale ligging van het plangebied 1.3.
Vigerende bestemmingsplannen Tot het moment waarop het voorliggende bestemmingsplan in werking treedt, gelden in het plangebied de volgende bestemmingsplannen. Bestemmingsplan Wildackers-Abcoven
Vastgesteld 4 maart 2008
Inwerking Onherroeplijk 21 augustus 2008 21 augustus 2008
Parapluplan gemeente Goirle
12 maart 2019
10 mei 2019
10 mei 2019
6
Afbeelding: Uitsnede bestemmingsplan ‘Wildackers-Abcoven’
1.4.
Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, planregels waarin de bouwen gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en deze toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In deze toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook de inhoud van het vigerend beleid beschreven en met welke (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden.
1.5.
Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit acht hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleidskader van rijk, provincie en gemeente. Het thematische beleidskader komt aan de orde in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 worden milieuaspecten behandeld. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. De opzet van de planregels wordt in hoofdstuk 7 besproken, gevolgd door de uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.
7
HOOFDSTUK 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, ofwel de bestaande situatie, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van deze situatie door middel van een beschrijving van de historische ontwikkeling, de ruimtelijke en functionele structuur. Vervolgens wordt de voorgestane ontwikkeling besproken. 2.1.
Historische ontwikkeling De oorsprong De naam Goirle is samengesteld uit de woorden "goer" (goir) en "loo". Het eerste betekent moeras of drassige grond, het tweede bos of open plek in het bos. Als plaatsnaam wordt Goirle voor het eerst genoemd in een charter uit 1298, waarin sprake is van de Ludensvoirt te Goirle. Voorts wordt de naam gebruikt in een oorkonde uit 1312 betreffende het goed Ter Loo op Abcoven aan de Leij en in een charter van 1315 als het goed Ter Venne genoemd wordt. Opgravingen die zijn gedaan bij de afbraak van de oude parochiekerk in 1896, toonden de aanwezigheid van een kerkje in de 12e eeuw. In die tijd maakte het kleine kerkdorpje deel uit van de heerlijkheid Tilburg. Reeds in 1795 bestonden er plannen om Goirle van Tilburg te scheiden, maar hiertegen werd door beide plaatsen geprotesteerd. Pas in 1803 werd Goirle een zelfstandige gemeente.
Afbeelding: kaart van de gemeente Goirle uit 1866 (Atlas van J. Kuiper) 18e eeuw: ontwikkeling vanuit de Grootte Akkers richting De Leij De gemeente Goirle heeft een oppervlakte van ruim 2.544 ha en wordt begrensd door de gemeenten Alphen en Riel, Tilburg, Hilvarenbeek en Poppel (B). Zeer bepalend voor de ontwikkeling en vorming van het gebied waren de verschillende waterlopen. Vanaf de tijd dat Goirle nog deel uitmaakte van het hertogdom Brabant, tot aan de totstandkoming van de rijksweg Tilburg-Turnhout in 1853 zou er weinig veranderen in het straten- en wegenplan van het dorp. De waarschijnlijk oudste bebouwing is aangetroffen in het gebied van de vrij hoog gelegen Grootte Akkers. Door de verschuiving in de richting van de Leij ontstaan de wijken of herdgangen Abcoven en Kerk, en ten westen van de Grootte Akkers de herdgangen Dorp en Ven. In 1753 telde het dorp 132 woningen "daeronder 8
begrepen kleijne hutten en keten" en maar een paar "stadsgewijze getimmerde huijzen". Met de aanleg van de rijksweg Tilburg-Turnhout verbeterde de infrastructuur in het dorp. 19e eeuw: groei van Goirle begint Als na 1850 de bevolking van Goirle flink begint te groeien, wordt voornamelijk gebouwd langs de oude kerkwegen en langs de nieuw aangelegde Tilburgseweg. Vooral het aantal arbeiderswoningen nam sterk toe. De voornaamste initiatiefnemers tot de bouw waren de fabrikanten en de landbouwers. Op het einde van de 19e eeuw is ook begonnen met de bouw van woningen langs bestaande akkerwegen, zoals de Molenstraat (achter de heuf), Groeneweg en Koude Pad. 20e eeuw: planmatige woningbouw Aan de woningbouw werd een nieuwe impuls gegeven door de Woningwet, die in 1901 tot stand kwam en waardoor het mogelijk werd om met rijkssteun woningen te bouwen en de volkshuisvesting te verbeteren. Dit resulteerde onder andere in de Kalverstraat, om de arbeiders dicht bij de fabriek te kunnen huisvesten, de Hoogstraat en de St. Jansstraat. In die periode vindt ook het Oranjeplein haar oorsprong. Het werd aangelegd als groot kermisterrein, met de verwachting dat het centrum van Goirle zich daar zou ontwikkelen. De oorspronkelijk grote maat van het plein is te verklaren doordat er ruimte werd gemaakt voor een parochiekerk die op de plaats van het huidige groene deel zou komen.
Rondom is planmatig woningbouw gerealiseerd. Tot in het midden van de 20e eeuw is het dorp binnen de grenzen van het huidige centrumgebied gebleven.
Afbeelding: kaart van de gemeente Goirle uit begin 20e eeuw 9
Na de Tweede Wereldoorlog heeft Goirle grote groei gekend. Met de uitvoering van de bestemmingsplannen begon de groei van Goirle. Achtereenvolgens kwamen tot stand de woningen ten noorden van de Van Malsenstraat, plan West, de wijk Hoogeind, plan Abcoven en de wijken Grobbendonk, De Hellen en de Grootte Akkers. Tegelijkertijd begon rond 1970 de grootschalige sanering van de oudere wijken en straten. Een voorbeeld daarvan is de aankoop in 1969 van de terreinen en opstallen van de voormalige Pijnenburg's Weverijen met woningen aan de Tilburgseweg, Groeneweg en Molenstraat. Op één villa na zijn alle gebouwen die bij de verkoop betrokken waren, verdwenen om plaats te maken voor de uitvoering van het centrumplan. Later zijn de wijken De Nieuwe Erven en De Hoge Wal tot stand gekomen. De woonwijk Boschkens, aan weerszijden van de Tilburgseweg (ten noorden van de Rillaersebaan is op het einde van de 20ste eeuw en begin 21ste eeuw gerealiseerd. 2.2.
Ruimtelijke en functionele structuur
Afbeelding: 3d-view bestaande situatie Dorpsstraat 52 Goirle 10
In bovenstaande afbeeldingen is de ruimtelijke structuur binnen en in de omgeving van het plangebied weergegeven. De Dorpsstraat is onderdeel van de oude lintenstructuur van Goirle. In de huidige situatie vormt de Dorpsstraat met de Nieuwe Rielseweg de oude verbinding naar Riel. De in vorm en functie gevarieerde lintbebouwing is kenmerkend voor dit gebied. Aaneengesloten bebouwing wordt afgewisseld met bedrijfsbebouwing en geschakelde en vrijstaande woningen. De molen “De Wilde” met zijn parkachtige omgeving is een belangrijk oriëntatiepunt voor de omgeving. Het plangebied betreft een hoofdgebouw, gesitueerd met de gevel aan de Dorpsstraat, met daarachter uitbouwen langs de Hoogstraat. Het hoofdgebouw past binnen de karakteristiek van de lintbebouwing langs de Dorpsstraat. De uitbouwen hebben weinig tot geen ruimtelijke kwaliteit. De oppervlakte aan bebouwing betreft in totaal 734 m2. Aan de achterzijde van het plangebied is het centraal parkeerterrein gelegen. Het pand wordt gebruikt als party- en danscentrum en restaurant. Op een gedeelte van de bovenverdieping is een wooneenheid aanwezig. 2.3.
Voorgenomen ontwikkeling Dit bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 14 middeldure koopappartementen. De bestaande horeca-activiteiten worden beëindigd. Het bestaande gebouw wordt gesloopt. Daarna zal nieuwbouw van het appartementencomplex plaatsvinden. De appartementen zullen worden opgericht met diverse maten. De kleinste appartementen zullen een oppervlakte hebben van circa 66 m 2, de grootste 103 m2. Het appartementengebouw wordt uitgevoerd met tweebouwlagen en een kap. In de architectuur wordt goede aansluiting gezocht bij de maat van de bestaande volumes aan de Dorpsstraat en Hoogstraat. De nokhoogte van het appartementengebouw zal 9,53 meter ten opzichte van het peil bedragen. Het gebouw wordt centraal voorzien van een lift, waarmee alle appartementen zijn te bereiken. Daarnaast worden de appartementen uitgevoerd als nul-treden woningen. De appartementen liggen in de nabijheid van verschillende voorzieningen. Dit maakt de locatie geschikt voor meerdere doelgroepen zoals jongeren, ouderen en zorgbehoevenden. Het initiatief draagt bij aan het woningaanbod voor jongeren en starters en voldoende geschikte huisvesting voor ouderen en zorgbehoevenden. Dit geldt voor zowel een als twee persoonshuishoudens.
11
Afbeelding: Impressie voorgevels appartementengebouw bouwkundig advies- en ontwerpbureau)
(bron:
Teckon
Los van het appartementengebouw zal er nog een gebouw worden gerealiseerd met daarin 14 bergingen. Zodoende heeft elk appartement een eigen berging op de begane grond. Op het achterterrein wordt een centraal parkeergebied ingericht, om te voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Gelet op de parkeernorm voorziet het terrein in 17 parkeerplaatsen. Onder deze parkeerplaatsen worden infiltratiekratten aangebracht, zodat het hemelwater op een natuurlijke wijze kan infiltreren in de bodem. Het parkeerterrein is ontsloten aan de Hoogstraat, zoals dat in de bestaande situatie ook het geval is. Aan de randen van het terrein worden hedera hagen aangebracht met daarbij enkele leilindes. 2.4.
Technische infrastructuur Binnen het plangebied bevinden zich geen belangrijke technische infrastructurele voorzieningen met ruimtelijke relevantie.
12
HOOFDSTUK 3. RUIMTELIJK BELEIDSKADER Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader. 3.1.
Rijk Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een root dele bij provincie, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in vele gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces ingang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de lange termijn visie in beeld.
OP nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonden regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Conclusie De NOVI richt zich op een dusdanig schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau, dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor onderhavig bestemmingsplan. Verdere afweging vindt voor onderhavige planontwikkeling decentraal plaats. Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid In de zogenaamde Realisatieparagraaf (‘Realisatie Nationaal Ruimtelijk Beleid’) zijn alle nationale ruimtelijke belangen uit de verschillende Planologische Kern Beslissingen en de voorgenomen verwezenlijking daarvan gebundeld. Daarbij wordt onder meer ingezet op zuinig ruimtegebruik, de bescherming van kwetsbare gebieden en op bescherming van het land tegen overstromingen en wateroverlast. In de Realisatieparagraaf benoemt het kabinet ruim 30 nationale ruimtelijke belangen en de instrumenten om die uit te voeren. De Realisatieparagraaf is toegevoegd aan de Nota Ruimte en heeft de status van structuurvisie. 13
Conclusie Dit rijksbeleid werkt niet direct door in onderhavig plan. De afweging vindt voor onderhavige planontwikkeling decentraal plaats. AMvB Ruimte In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt het Rijk een aantal regels voor met betrekking tot de inhoud van bestemmingsplannen. De onderwerpen betreffen: project mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied en defensie (met uitzondering van radar). Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen. Geen van de in het Barro genoemde onderwerpen hebben echter betrekking op onderhavig bestemmingsplan. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in artikel 3.1.6 Bro opgenomen, de ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt.
Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: "De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."(artikel 3.1.6, tweede lid, Bro). Het voorliggende initiatief maakt de realisatie van maximaal 14 koopappartementen (wooneenheden) mogelijk en wordt daarmee beschouwd als stedelijke ontwikkeling waarvoor de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden.
In paragraaf 4.3 (Volkshuisvesting) wordt beschreven in hoeverre met onderhavig plan wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Crisis- en herstelwet Met de Crisis- en herstelwet (Chw) wil het kabinet de procedures voor grote projecten versnellen. Hiermee wordt een stap gezet om de gevolgen van de economische crisis te bestrijden. De Chw zorgt voor een toename van het aantal 14
kwalitatief goede woningen en bedrijfslocaties. Integrale gebiedsontwikkeling krijgt een belangrijke impuls. Op het gebied van bedrijventerreinen ligt de nadruk op herstructurering. De regels uit de Chw betreffen in deze vooral het bestuursprocesrecht waardoor de doorlooptijd van procedures voor in de wet aangewezen projecten kan worden verkort. Artikel 3.1 van bijlage I uit de Chw benoemt de bouw van 11 of meer woningen als een van de ruimtelijke projecten waarop de procedurele versnellingen van toepassing zijn. Conclusie De beoogde ontwikkeling op de planlocatie betreft de realisatie van maximaal 14 appartementen. Dit bestemmingsplan wordt dan ook (na vaststelling) aangemerkt als een besluit dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een ruimtelijk project zoals genoemd in Bijlage 1 van de Chw. Derhalve zijn de regels uit deze wet van toepassing. Deze regels uit de Chw betreffen in deze met name het bestuursprocesrecht waardoor de doorlooptijd van procedures voor in de wet aangewezen projecten kan worden verkort. 3.2.
Provincie Omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met de Brabantse Omgevingsvisie sluit de provincie met de hoofdopgaven aan bij rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. Het streven is dat de omgevingsvisie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Noord-Brabant samenbindt. Want één ding is zeker; samenwerking is meer dan ooit nodig om de NoordBrabantse omgevingskwaliteit te bewaken en door te ontwikkelen. Waarbij ruimtelijke ordening dienend is aan maatschappelijke doelstellingen. Of het nu gaat om het verkleinen van sociale verschillen, het verbeteren van welvaart, of het gezonder, veiliger en duurzamer maken van onze leefomgeving. In de Omgevingsvisie Noord-Brabant heeft de provincie vier hoofdopgaven benoemd: werken aan de Brabantse energietransitie, werken aan een klimaatproof Brabant, werken aan de slimme netwerkstad, werken aan een concurrerende, duurzame economie. Hieraan ten grondslag ligt één basisopgave; de provincie streeft naar een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven hebben een grote ruimtelijke impact. Noord-Brabant is te klein als alles naast elkaar plaatsvindt. Het wordt dus passen en meten, met opgaven naast, onder, boven en met elkaar. Meerwaardecreatie en meervoudig slim ruimtegebruik is noodzaak. De opgaven moeten we daarom altijd in onderlinge samenhang bezien.
Diep, rond en breed bekijken, dus. Als doel voor 2050 heeft de provincie het volgende gesteld: Noord-Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat de provincie op alle aspecten beter presteert dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Noord-Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal. Voor 2030 streeft de provincie naar het volgende: Noord-Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat de provincie voor alle aspecten 15
voldoet aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak. Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 14 koopappartementen voor senioren. De bestaande horeca-functie komt hiermee geheel te vervallen. Het plan voorziet daarmee in de invulling van een regionale woonbehoefte en draagt daarmee bij het ontwikkelen van een duurzame leefomgeving. Nadere regels van de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke projecten zijn opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierna wordt ingegaan op deze verordening. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten de “Interim omgevingsverordening Noord-Brabant” (hierna; IOV) vastgesteld. De IOV is op 5 november 2019 inwerking getreden. De IOV is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen.
De IOV is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2021 in werking. De IOV vervangt zes provinciale verordeningen en heeft de status van: Milieuverordening gebaseerd op artikel 1.2. Wet milieubeheer; Verordening wegen gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2A Wegenverkeerswet; Verordening Ontgronden gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet; Verordening natuurbescherming gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; Verordening ruimte gebaseerd op artikel 4.1. Wet ruimtelijke ordening en de Verordening water gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet. De IOV is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de huidige regels zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Enkele inhoudelijke wijzigingen zijn echter wel aangebracht. In hoofdlijnen gaat het om: o een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minde losse bijlagen; o aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de Omgevingswet; 16
o aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. Zo wordt onderscheid gemaakt tussen rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven en instructieregels voor gemeenten. De instructieregels voor gemeenten hebben tot doel dat de gemeenteraad de, in de omgevingsverordening opgenomen voorwaarden betrekt bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Vooruitlopende op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die wordt bepaald door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Op de kaart bij de omgevingsverordening wordt onderscheid gemaakt is “Stedelijke gebied” en “Landelijk gebied”.
Afbeelding: uitsnede kaart interim omgevingsverordening met aanduiding plangebied Conclusie Het plangebied is binnen de IOV aangeduid als 'bestaand stedelijk gebied: stedelijk concentratiegebied'. Bestaand stedelijk gebied is gebied dat het bestaande ruimtebeslag van een kern bevat ten behoeve van een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies. Op deze gronden
17
mogen stedelijke ontwikkelingen plaatsvinden. De voorgestane ontwikkeling is zodoende in overeenstemming met het provinciale beleid. 3.3.
Gemeente Structuurvisie De structuurvisie, vastgesteld door de gemeenteraad op 20 juli 2010, biedt het kader voor het te voeren ruimtelijke beleid tot 2020. Het omvat de visie en de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid. Hierin zijn voor 14 verschillende gebieden in de gemeente Goirle gebiedsstrategieën beschreven. Het plangebied ligt binnen het aangewezen gebied voor ‘beheer en de intensivering stedelijk gebied (inbreiding en herstructurering mogelijk)’.
Afbeelding: Uitsnede structuurvisiekaart, plangebied met wit omcirkeld Conclusie. Volgens de structuurvisie van de gemeente Goirle is er binnen de bestaande kern van Goirle ruimte voor herstructurerings- en inbreidingsinitiatieven. De voorgestane ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt, namelijk een inbreidingsproject met appartementen, past derhalve binnen het beleid zoals geformuleerd in de structuurvisie. Bestemmingsplan Zoals reeds in de inleiding van voorliggende toelichting is beschreven is het plangebied gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Wildackers-Abcoven’, vastgesteld door de gemeenteraad op 4 maart 2008. Het plangebied ligt binnen de bestemmingen “Horecadoeleinden” met “café en zaalaccommodatie” en tevens voor “woondoeleinden in verband met de 18
horecafunctie”. Binnen deze bestemmingen is het niet mogelijk om horeca te beëindigen en enkel wonen in de vorm van appartementen mogelijk te maken. Conclusie. Om de gewenste ontwikkeling bestemmingsplan opgesteld.
mogelijk
te
maken,
is
onderhavig
Toekomstvisie In 2013 is door de gemeenteraad de “Toekomstvisie gemeente Goirle 2020” vastgesteld onder de titel “Thuis in Goirle: groen, sociaal, ondernemend” vastgesteld. Kortweg werd aan dit document de subtitel “Toekomstvisie 2020”gegeven. Deze visie -gebaseerd op de drie kernbegrippen ‘groen, sociaal en ondernemend’- dient als leidraad voor de toekomstige beleidsontwikkeling. De ambitie voor Goirle in 2020 luidt: Onze inwoners voelen zich thuis in de gemeente Goirle, want Goirle is een groene, sociale en ondernemende gemeente. Goirle is Groen De gemeente Goirle wordt gekenmerkt door het dorpse en landschappelijke karakter en is een prettige en groene woonomgeving, gelegen in het prachtige groen (bossen, beken, Regte Heide) en nabij de grote stad. Goirle is Sociaal De gemeente Goirle is een dynamische en levendige gemeente. De onderlinge sfeer is goed, open en positief. Ieder handelt vanuit zijn of haar eigen verantwoordelijkheid. Problemen worden door onze inwoners zoveel als mogelijk zelf opgelost. In laatste instantie biedt de gemeente een vangnet voor diegenen die daarop zijn aangewezen. We denken en handelen vanuit de ´menselijke maat´. De inwoners kennen elkaar en zijn betrokken bij hun directe naaste omgeving maar juist ook in buurten en wijken. We zijn er voor elkaar en zorgen voor elkaar als dat nodig is.
Goirle heeft een actief verenigingsleven en er zijn veel vrijwilligers. We zijn trots op ons eigen karakter en onze eigen identiteit en houden deze graag in stand. Goirle is Ondernemend Binnen de gemeente Goirle zijn voldoende voorzieningen voor wonen, leven, onderwijs, recreatie en zorg aanwezig voor jong en oud, voor ieder wat wils. Economische ontwikkelingen in dat kader worden waar mogelijk ondersteund. In onze afwegingen maken we een verantwoorde keuze gericht op duurzaamheid. Daarbij wegen we economische en ecologische argumenten in samenhang en zorgen we voor balans. We staan open voor nieuwe initiatieven van burgers, organisaties en ondernemers; soms initiëren we deze initiatieven zelf als we kansen zien of iets willen bereiken. Als gemeente kiezen we hierbij bij voorkeur een regierol. Conclusie Concreet voorziet de ontwikkeling in de beëindiging van de horeca-activiteiten en de bouw van maximaal 14 nieuwe koopappartementen gericht op senioren. Het 19
betreft een inbreidingslocatie op de hoek van de Dorpsstraat en Hoogstraat in Goirle. De woningbouw sluit aan bij de huidige woonwensen en draagt bij aan de leefbaarheid van Goirle. Door de voorgenomen ontwikkeling vanuit particulier initiatief te faciliteren, sluit dit aan bij de ondernemende rol van ondernemers en burgers zoals de toekomstvisie die omschrijft.
20
HOOFDSTUK 4. THEMATISCHE BELEIDSKADERS In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema's. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van de kaders. Milieuaspecten en water komen aan bod in de volgende hoofdstukken. 4.1.
Stedenbouwkundige uitgangspunten In paragraaf 2.3 van onderhavige toelichting is reeds ingegaan op de stedenbouwkundige uitgangspunten van het beoogde appartementengebouw.
4.2.
Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Archeologie Omdat in groeiende mate het Europese archeologische erfgoed werd bedreigd, is in 1992 het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen te laten plaatsvinden wordt, naast de in ontwikkeling zijnde regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, in casu de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, worden door de initiatiefnemer betaald. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee is het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Dit betekent onder meer het volgende: - de introductie van het veroorzakersprincipe, waardoor de kosten van archeologische onderzoek verhaald kunnen worden op de verstoorder; - de verankering van de archeologische monumentenzorg in de ruimtelijke ordening. In wetgeving is de omgang met archeologisch erfgoed geregeld en zijn enkele uitgangspunten en doelstellingen gesteld.
Zo kan iedere initiatiefnemer van projecten waarbij de bodem verstoord wordt, verplicht worden gesteld om een rapport over te leggen waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek vereist. Dit bestaat in de eerste plaats uit vooronderzoek: het bureauonderzoek en/of inventariserende veldonderzoek, elk met bijbehorende standaardrapportages. Tijdens het bureauonderzoek wordt gekeken naar wat er in historisch, archeologisch en aardwetenschappelijk opzicht al bekend is over het plangebied. De volgende fase bestaat in veel gevallen uit een veldonderzoek. Dergelijk onderzoek heeft als doel kansrijke en kansarme zones te karteren. Hierbij kan booronderzoek plaatsvinden alsmede proefsleuvenonderzoek. De resultaten dienen vervolgens te worden gewaardeerd. Tijdens de waarderende fase wordt van de aangetroffen vindplaatsen, ook wel site genoemd, de omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit vastgesteld om zo tot een oordeel over de 21
behoudenswaardigheid te komen. Op basis van dit oordeel neemt de betrokken overheid een (selectie)besluit hoe met eventueel aanwezige vindplaatsen dient te worden omgegaan. Het plangebied is op de ‘Indicatieve Kaart Archeologische Waarden’ van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek aangeduid als ‘niet gekarteerd’. Op de ‘Archeologische Monumentenkaart’ is het plangebied aangeduid met een ‘hoge archeologische waarde’, zie onderstaande afbeelding. Het plangebied maakt onderdeel uit van het terrein met de oude dorpskern van Goirle.
Afbeelding: Uitsnede Archeologische Monumentenkaart (AMK) Onderhavig initiatief betreft de herontwikkeling van het horeca-bedrijf naar koopappartementen. Een groot gedeelte van de planlocatie is momenteel al bebouwd. Het gebied is verder geheel verhard. De huidige bebouwde oppervlakte binnen het plangebied betreft 734 m2. Met de bouw van deze gebouwen zijn de gronden ter plaatse van deze gebouwen al verstoord geraakt. Ook de omliggende gronden rondom deze gebouwen zijn daarmee beïnvloed. Daarbij kan worden opgemerkt dat er ook diverse woningen en voorzieningen zoals wegen en rioolsystemen rondom het plangebied zijn geprojecteerd, waar in het verleden dus grondwerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Het is dan ook aannemelijk dat ter plaatse van het plangebied en de aldaar geprojecteerde bebouwing voor de appartementen en het bijgebouw, het aantreffen van archeologische waarden nihil is. Tevens kan worden opgemerkt dat het totaal aan bebouwde oppervlakte binnen het plangebied lager
22
wordt. De nieuwe bebouwde oppervlakte binnen het plangebied betreft namelijk 674 m2. Geconcludeerd kan worden dat er geen nader onderzoek is benodigd voor het aspect archeologie. Let wel: als men tijdens bouw- of andere werkzaamheden toch op archeologische resten stuit, dan moet dit volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 zo spoedig mogelijk gemeld worden bij de Minister van OC&W. In dit geval kan het ook bij de gemeente of bij het meldpunt archeologische bodemvondsten van de provincie Noord-Brabant. Cultuurhistorie en monumentenzorg Het gemeentelijk beleid is erop gericht om bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten te handhaven. Hierbij zijn vooral de Erfgoedwet, de gemeentelijke Monumentenverordening en de lijst van gemeentelijke monumenten het kader. Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing In het plangebied komt geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing voor. Rijksmonumenten In het plangebied komen geen rijksmonumenten voor. Gemeentelijke monumenten In het plangebied komen geen gemeentelijke monumenten voor. 4.3.
Volkshuisvesting Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant De 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant' (Actualisering 2020) geeft inzicht in de veranderingen in de omvang, groei en samenstelling van de bevolking van de provincie Noord-Brabant. Deze prognoses zijn voor beleidmakers op elk maatschappelijk terrein, waaronder woningbouw en volkshuisvesting, van belang. Volgens de nieuwe provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose groeit De Brabantse bevolking groeit tot 2050 nog met bijna 280.000 mensen, tot ruim 2,84 miljoen inwoners. Volgens de nieuwe provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose neemt het inwonertal van Noord-Brabant toe van ruim 2.563.000 in 2020 tot bijna 2.842.000 mensen in 2050. Dit betekent dat de Brabantse bevolking de komende 30 jaar naar verwachting nog met bijna 280.000 personen zal groeien. Vergeleken met de vorige provinciale prognose uit 2017 ligt de bevolkingsgroei beduidend hoger, zal een hoger ‘bevolkingsmaximum’ worden bereikt en komt het omslagpunt van groei naar krimp naar verwachting buiten de prognoseperiode (na 2050) te liggen De woningvoorraad bereikt eveneens een grotere omvang in vergelijking met de vorige prognose. De hogere bevolkingsgroei speelt hierbij uiteraard een rol. Samen met de vergrijzing en de individualisering leidt dit tot een sterke groei van het aantal huishoudens (en dus woningen).
Verwacht wordt dat er in Brabant anno 2050 ca. 1.360.000 woningen nodig zijn om in de woningbehoefte te 23
kunnen voorzien, bijna 100.000 woningen meer dan de ramingen uit 2017. Dat betekent een toename van een kleine 220.000 woningen ten opzichte van de ruim 1.140.000 die er aan het begin van 2020 in onze provincie staan. De woningvoorraad blijft tot aan het einde van de prognoseperiode groeien, al vlakt de groei in de loop van de prognoseperiode wel (sterk) af. Al met al wacht Brabant de komende tijd nog een flinke woningbouwopgave, met een accent op de eerstkomende jaren. Tot 2035 zal de woningvoorraad nog met bijna 160.000 woningen moeten toenemen, waarvan 120.000 in de eerstkomende 10 jaar. Dit betekent dat er tot 2030 jaarlijks zo’n 12.000 woningen (netto) aan de voorraad zullen moeten worden toegevoegd. Dit om de verwachte groei van het aantal huishoudens op te kunnen vangen en bestaande woningtekorten terug te dringen. In lijn met het provinciale verstedelijkingsbeleid concentreert de groei van de woningvoorraad zich in de stedelijke gebieden Het beleid richt zich onder meer op: -het bouwen van voldoende woningen en -het voorzien in een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woningen en woonmilieus. Het is dan ook van provinciaal belang, dat de regionale woningmarkt goed functioneert. Daarvoor worden in regionaal verband afspraken gemaakt.
De 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant' geeft daarvoor, aangevuld met regionale woningbehoefteonderzoeken, waaronder het 'Woningbehoefteonderzoek Hart van Brabant', de input. Regionaal Perspectief Wonen en Woningbouw De gemeente Goirle maakt samen met de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk deel uit van de regio Hart van Brabant. Jaarlijks stelt deze regio, samen met de provincie NoordBrabant, het Regionaal Perspectief op Wonen vast. In dit perspectief zijn afspraken opgenomen over de kwantitatieve woningbouwopgave, voor een voortschrijdende tienjaarsperiode. Basis hiervoor vormt de, hiervoor genoemde, periodiek door de provincie uitgebrachte bevolkingsen woningbehoefteprognose. Op de ontwikkeldag (voorheen Regionaal Ruimtelijke Overleg) van 15 december 2021 is het perspectief op Bouwen en Wonen 2022 vastgesteld. Hierin staat hoe regionaal wordt afgestemd omtrent woningbouw. Woonvisie 2019-2022 Het gemeentelijk woonbeleid volgt uit de vierjaarlijkse woonvisie. De Woonvisie is vastgesteld door de gemeenteraad op 2 juli 2019. Binnen de gemeente zijn veel potentiële woningbouwlocaties. Er moet daarom een zorgvuldige afweging plaatsvinden.
Niet alleen omdat er niet meer woningen gebouwd 'mogen' worden, maar ook omdat wanneer er meer capaciteit wordt geboden dan er behoefte is, de kans groot is dat er uiteindelijk minder wordt gebouwd dan die behoefte. Bij te veel aanbod tegelijkertijd kunnen plannen
24
elkaar onderling beconcurreren of zelfs elkaar in gijzeling nemen omdat bij geen van de plannen voldoende wordt afgenomen om te starten. In de woonvisie zijn de volgende ambities benoemd: 1. Doelgroepen: De gemeente luistert goed naar woningzoekenden in de gemeente Goirle. 2. Duurzaamheid: De gemeente wil zorgvuldig omgaan met energie, water en grondstoffen zoals beschreven in het Milieubeleidsplan Duurzaam Goirle 2017-2022. Nieuwe woningen moeten weinig tot geen energie verbruiken en zo min mogelijk CO2 uitstoten. 3. Woonomgeving: De gemeente wil aantrekkelijk zijn voor jong en oud en een prettige alsmede groene omgeving bieden. Dit geldt zowel voor de woning zelf, maar ook voor de locatie, diens omgeving en de voorzieningen. 4. Nieuwbouw: De gemeente wil voldoende en de juiste woningen bouwen en de gewenste woonmilieus toevoegen. De gemeente neemt de woningbehoefte van Goirlenaren als uitgangspunt bij het bouwen en realiseren van nieuwe woningen. Bij de woningprogrammering houdt de gemeente rekening met de woningen en woonmilieus die door verhuizing beschikbaar komen. De woonvisie is tot stand gekomen op basis van een kwalitatief woonbehoefteonderzoek uit 2018 en twee bijeenkomsten (1 in Goirle en 1 in Riel) waar inwoners aan konden geven wat zijn belangrijk vinden in hun woonplaats.
Bij voorkeur voegt de gemeente Goirle woonmilieus toe waar op lange termijn een tekort aan ontstaat en waarvan er onvoldoende vrijkomen door doorstroming. Aanvullend voegt de gemeente woonmilieus toe die al in relatief ruimte mate beschikbaar zijn. Concreet zet de gemeente de komende jaren in op de toevoeging van koopwoningen in middeldure en dure categorieën om een verhuisstroom op gang te brengen. Binnen de gemeente zijn veel potentiële woningbouwlocaties. Er moet daarom een zorgvuldige afweging plaatsvinden. Niet alleen omdat er niet meer woningen gebouwd 'mogen' worden, maar ook omdat wanneer er meer capaciteit wordt geboden dan er behoefte is, de kans groot is dat er uiteindelijk minder wordt gebouwd dan die behoefte. Bij te veel aanbod tegelijkertijd kunnen plannen elkaar onderling beconcurreren of zelfs elkaar in gijzeling nemen omdat bij geen van de plannen voldoende wordt afgenomen om te starten. Er wordt ruimte gegeven aan kleine initiatieven binnen de kern van Goirle en Riel, welke kan voorzien in de woonbehoefte en past binnen duurzame stedenbouw. Binnen de woonvisie zijn twee doelstellingen opgenomen die betrekking hebben op onderhavig bouwplan. “zorgen voor kansen voor huishoudens die willen doorstromen” en “we zorgen voor voldoende geschikte huisvesting voor ouderen en zorgbehoevenden”.
25
Gestapelde woningen (appartementen) zijn beperkt beschikbaar in de gemeente Goirle. Met name 1-2 persoonshuishoudens vragen geregeld voor appartementen (met lift). Tevens groeit de groep huishoudens van 75-plus hard. De gemeente verwacht de komende jaren een groei van de vraag naar intramurale, niet zelfstandige wooneenheden met zorg en begeleiding (beschermd en beschut wonen) en naar begeleid zelfstandig wonen. Dat geldt ook voor geschikte woningen voor ouderen en voor andere zorgbehoevenden in de vorm van geclusterde, aangepaste en nultredenwoningen. Het bouwplan voorziet in de ontwikkeling van 14 middeldure koopappartementen. De appartementen variëren qua grootte en zijn allemaal gelijkvloers. Ze voldoen daarmee aan de definitie van nultredenwoning. Tevens is er een lift aanwezig, waardoor alle appartementen toegankelijk zijn voor alle doelgroepen. Dit draagt bij aan de doorstroming van senioren. Het bouwplan sluit dan ook aan binnen de doelstellingen van de woonvisie. Ladder van Duurzame verstedelijking Bij de afweging tussen de verschillende locaties moet in de eerste plaats worden gekeken naar de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit is een vereiste uit het Besluit ruimtelijke ordening. Schematisch ziet deze ladder er als volgt uit:
Trede 1 Bepalen regionale vraag naar ruimte Trede 1 vraagt de regionale ruimtevraag (kwantitatief én kwalitatief) voor stedelijke ontwikkelingen te bepalen. Dit betreft wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen. Het gaat om de ruimtevraag waarin elders in de regio nog niet is voorzien. Eventuele andere initiatieven in de regio, zoals geplande woningbouwlocaties, binnenstedelijke herstructurering of leegstand dienen te worden meegenomen in de bepaling van de vraag naar nieuwe verstedelijkingsruimte. Kort gezegd is de vraag is gelijk aan de behoefte minus het aanbod (in plannen én in de bestaande voorraad met eenzelfde kwaliteit als de gevraagde kwaliteit). Met de regionale ruimtevraag in beeld kan worden beoordeeld of een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Zo ja, dan is trede 2 aan de orde. 26
Dit bestemmingsplan voorziet in een regionale behoefte aan woningen die, zoals hiervoor is uiteengezet, is bepaald aan de hand van provinciaal en regionaal woningbehoefteonderzoek. Op grond daarvan zijn binnen regionaal overleg afspraken gemaakt. De ontwikkeling van 14 middeldure koopappartementen op een herstructureringslocatie, geschikt voor onder andere senioren, sluit aan bij de woonbehoefte. Trede 2 Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied Trede 2 motiveert of de beoogde ontwikkeling plaats kan vinden binnen het bestaand stedelijk gebied. Dit kan door op lege plekken de ruimte ‘in te vullen’, een andere bestemming te geven aan een gebied, door herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden. De motivering vraagt om te inventariseren wat de potentiële ontwikkelingslocaties zijn waar in de behoefte kan worden voorzien en om een inschatting van de (financiële) haalbaarheid daarvan. Kan de vraag volledig opgevangen worden binnen bestaand gebied dan is de ladder succesvol doorlopen en is de motivering na de afronding van deze stap klaar. Wanneer de regionale ruimtevraag niet of niet geheel binnen bestaand stedelijk gebied opgevangen kan worden, is trede 3 aan de orde. De ontwikkeling voorziet in een herstructurering van een bestaande locatie. Momenteel is er sprake van een pand met daarin de uitbating van horecaactiviteiten.
Middels dit bestemminsplan wordt de bestemming omgezet naar ‘wonen’ ten behoeve van de ontwikkeling van maximaal 14 koopappartementen. Deze locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied. Trede 3 Bouwen buiten bestaand stedelijk gebied Het plangebied ligt binnen stedelijk gebied zodat trede 3 niet van toepassing is. 4.4.
Groen De gemeenteraad heeft op 11 maart 2014 het Groenstructuurplan vastgesteld. In dit plan wordt een lange termijn visie voor het gemeentelijk groen binnen de bebouwde kom weergegeven. De waardevolle groenstructuren uit dit plan zijn opgenomen op de Groene kaart. De Groene kaart is de basis voor het wel of niet verlenen van een kapvergunning voor bomen binnen de bebouwde kom. Binnen het plangebied is geen groen van waardevolle betekenis aanwezig. Het gros van het plangebied is verhard. Ten behoeve van de ontwikkeling hoeven er geen bomen of andere waardevolle elementen te worden gekapt. Behoud, compensatie of herplant is dan ook niet aan de orde. In onderstaande afbeelding is een weergave van het groenstructuurplan weergegeven. Het plangebied grenst aan een “groene gebiedsontsluitingsweg” ter plaatse van de Dorpsstraat en een “groene erftoegangsweg” ter plaatse van de Hoogstraat. Deze groenstructuren worden niet aangetast door onderhavige ontwikkeling.
27
Afbeelding: Uitsnede kaart Groenstructuurplan In het Programma Groen is de ambitie neergelegd dat ook particulieren en ondernemers bijdragen aan biodiversiteitsherstel en klimaatadaptatie. We vragen ook van inwoners om hun steentje bij te dragen. Letterlijk, door stenen uit de tuin te halen en er meer groen in te zetten. Op plekken waar geen stenen liggen, maar waar gras of planten groeien, kan het regenwater in de grond trekken. Dit is goed voor het klimaat. Daarom is het bij de inrichting van het parkeerterrein van belang dat hieraan aandacht wordt geschonken. Een meer groene inrichting is ook voor de ruimtelijke- en beeldkwaliteit positief. 4.5.
Verkeer en parkeren Verkeer Op 10 december 2013 heeft de gemeenteraad van Goirle een nieuw Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) vastgesteld. Het doel van het GVVP is het vastleggen van het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Goirle voor de periode 2013 tot 2023. Het beleid moet aansluiten bij de ambities en de speerpunten die de gemeente heeft en moet tevens passen binnen de kaders die hogere overheden in hun beleid stellen. In het GVVP worden de thema's verkeersveiligheid, fiets, bereikbaarheid en verkeerscirculatie, voetgangers/minder validen, parkeren, openbaar vervoer en leefbaarheid en milieu besproken. Momenteel heeft het plangebied één ontsluiting aan de Hoogstraat. Middels deze ontsluiting is het parkeerterrein van het huidige horecabedrijf gesitueerd. Met name gedurende piekmomenten behorende bij de horeca-activiteiten kan er momenteel een ontsluitingsprobleem ontstaan rondom het plangebied. Tevens kan er gedurende de avond/nachtperiode geluidhinder ontstaan door vertrekkend voetgangs-, fiets- en voertuigverkeer afkomstig van de horeca. Voor omwonenden kan dit invloed hebben op de leefbaarheid. 28
Met de beëindiging van deze horeca-activiteiten en de ontwikkeling van maximaal 14 koopappartementen is de verwachting dat het aantal verkeersbewegingen afneemt. Er zal ook niet langer meer sprake zijn van enkele piekmomenten, de verkeersbewegingen behorende bij een woonfunctie zijn namelijk gelijkmatiger verdeeld dan bij een horeca-functie. Ook is er niet langer meer sprake van geluidhinder afkomstig van de vertrekkende horeca-gasten. Dit zal bijdragen aan de leefbaarheid in de omgeving. De huidige ontsluiting aan de Hoogstraat naar het parkeerterrein voor de appartementen blijft behouden. Dit betreft een verkeersveilige situatie, waardoor het niet nodig is deze anders te situeren. Er worden geen nieuwe ontsluitingen aangebracht. Op een afstand van circa 200 meter is een bushalte aanwezig. Zeker voor de mobiliteit van senioren is dit een positief gegeven. Parkeren Bij de vestiging van nieuwe functies en intensivering van bestaande functies worden de parkeernormen gehanteerd zoals deze zijn opgenomen in de publicatie "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" van het CROW. Dit is in de planregels opgenomen. De ontwikkeling voorziet in 14 koopappartementen in het middeldure segment, gericht op senioren. Wat betreft parkeren wordt op basis van de CROW een norm aangehouden van 1,2 parkeerplaats (rest bebouwde kom) per woning in een serviceflat.
Een serviceflat is een woonvorm welke voornamelijk bestemd is voor ouderen, waarbij men in grote mate zelfstandig woont met thuiszorg binnen handbereik. Het huidig bouwplan sluit aan bij deze definitie. Voor 14 wooneenheden dienen afgerond 17 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Binnen het huidige ontwerp is op eigen terrein ruimte voor 17 parkeerplaatsen op de centrale parkeerplaats. Met dit aantal wordt voorzien in de parkeerbehoefte, maar wordt het binnenterrein niet geheel in gebruik genomen voor deze parkeerplaatsen. Met dit ontwerp is er tevens ruimte voorzien voor groen. Conclusie. Ten aanzien van verkeer en parkeren wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de uitvoering van het plan.
29
HOOFDSTUK 5 MILIEUASPECTEN Dit hoofdstuk geeft aan hoe de milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. 5.1.
Milieuhinder en bedrijven Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand dient dan bijvoorbeeld om ter plaatse van een kwetsbaar object, zoals woningen, een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau te realiseren. Deze afstand wordt milieuzonering genoemd. Een milieuzonering vormt het indirecte ruimtegebruik van een milieubelastende activiteit. In de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' zijn richtafstanden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden ten opzichte van gevoelige functies. Het gaat daarbij zowel om de invloed van omliggende milieubelastende activiteiten op nieuwbouwplannen, als om invloed van eventuele nieuwe milieubelastende activiteiten op milieugevoelige bestemmingen in de omgeving. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakte van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie "Bedrijven en milieuzonering". In deze publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd.
Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van richtafstanden). Twee omgevingstypen De toelaatbaarheid van milieubelastende functies die volgende de VNG worden gehanteerd zijn afhankelijk van het type gebied. Er bestaan twee type gebieden: 1. een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied) of 2. een gebied met functiemenging. Binnen de gebieden met functiemenging heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woonwerkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid en gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies. Invloed van de omgeving op het voornemen In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich enkele bedrijven waarvan de milieuzonering van invloed is op de plannen voor het plangebied. Tevens ligt het plangebied direct aan de Dorpsstraat, een ontsluitingsweg voor Goirle. Het omgevingsgeluid afkomstig van wegverkeer zorgt daardoor al voor 30
een verhoogde milieubelasting op basis van geluid. Voor wat betreft het gedeelte aan de Hoogstraat kan worden opgemerkt dat deze voornamelijk in een woonmilieu is gelegen. Ook zal hier het geluidniveau vanuit de Dorpsstraat minder bepalend zijn. Gelet op de omgeving, de aangrenzende weg en de omliggende bedrijven wordt voor wat betreft de omgevingstype een tweedeling gemaakt. De beoogde appartementen aan de Dorpsstraat zijn gelegen binnen het omgevingstype “gemengd gebied”. Voor wat betreft de appartementen aan de Hoogstraat kan worden aangenomen dat hier een omgevingstype “rustige wooonwijk” aannemelijker is. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ voor wat betreft de Dorpsstraat is nader onderbouwd in het akoestisch onderzoek behorende bij het bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 63 Goirle’. Deze locatie is tegenover het plangebied gelegen. Dorpsstraat 63 Goirle Diverse bedrijfsfuncties en detailfuncties in één. Op locatie vinden de volgende activiteiten plaats: cateringbedrijf, productieruimte voor zuivelbereidingen en dagbesteding/leerwerkplaats. Gezamenlijk fungeren ze als een categorie 2-bedrijf waarbij de maximale richtafstand in gemengd gebied 10-meter bedraagt. Dit is tevens bepaald in het bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 63 Goirle’. In een rustig gebied geld de richtafstand van 30 meter.
Het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ van de locatie Dorpsstraat 63 te Goirle is gelegen op een afstand van 11 meter van het plangebied. Derhalve wordt voldaan aan de richtafstanden voor wat betreft de appartementen gelegen aan de Dorpsstraat (in omgevingstype gemengd gebied). De appartementen aan de Hoogstraat zijn gelegen op circa 27 meter van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’. Daarmee wordt net niet voldaan aan de richtafstand voor een rustige woonwijk. Dit zal echter niet tot een onevenredig woon- en leefklimaat leiden, daar tussen deze appartementen aan de Hoogstraat en het bedrijf de beoogde appartementen van de Dorpsstraat zijn gepositioneerd. De geluidsuitstraling vanuit het bedrijf heeft dan ook geen vrije doorgang naar de appartementen aan de Hoogstraat. Verder is er in het kader van het bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 63 Goirle’ een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen vanwege bedrijfsactiviteiten aan de Dorpsstraat 63 te Goirle. De woningen aan de Dorpsstraat 63 en Dorpsstraat 44 tot en met 50 zijn allen in ieder geval dichter bij het bedrijf gelegen dan de beoogde appartementen aan de Hoogstraat. Ook de Dorpsstraat 52 is in dit akoestisch onderzoek akoestisch onderzocht.
Uit dit akoestisch onderzoek is gebleken dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, maximaal geluidrukniveau en de indirecte hinder allen door de activiteiten aan de Dorpsstraat ter plaatse van alle omliggende woningen niet wordt overschreden. Daarmee is het woon- en leefklimaat in de omgeving als goed te beschouwen. Daarbij kan worden opgemerkt dat de beoogde appartementen aan de Hoogstraat op een grotere afstand zijn gelegen van het bedrijf aan de Dorpsstraat 63, dan de in het akoestisch rapport onderzochte woningen, waardoor met zekerheid kan worden gesteld dat het woon- en leefklimaat er plaatse van deze 31
beoogde appartementen ook als goed is te beschouwen. Het niet direct voldoen aan de richtafstanden in ‘rustige woonwijk’ leidt dan ook niet tot een onevenredig woon- en leefklimaat. Er zijn geen belemmeringen voor het initiatief voor wat betreft de aanwezigheid van het bedrijf aan Dorpsstraat 63 te Goirle. Dorpsstraat 72 Goirle Op locatie is een autobedrijf met werkplaats gevestigd. Een dergelijk bedrijf is conform de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ bekend onder ‘handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven’. Een dergelijk bedrijf behoort tot milieucategorie 2. De grootste richtafstand bedraagt binnen het gemengd gebied 10 meter. Het bestemmingsvlak ‘Bedrijfsdoeleinden’ van de locatie Dorpsstraat 72 Goirle is gelegen op een afstand van 86 meter van het plangebied. Derhalve wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Dorpsstraat 49 Goirle Op locatie is een scooterhandel gevestigd. Een dergelijk bedrijf is conform de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ bekend onder ‘handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven’. Een dergelijk bedrijf behoort tot milieucategorie 2. De grootste richtafstand bedraagt binnen het gemengd gebied 10 meter. Voor wat betreft rustig gebied geldt een richtafstand van 30 meter.