CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage 2 Advies Participatieraad.pdf

Oordeelsvormend 19 april 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 3: Raadsvoorstel Lokale Educatieve Agenda (LEA)1.291 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatieraad Goirle Betreft

Advies aan het College van de gemeente Goirle inzake de Lokaal Educatieve agenda, waarin opgenomen het VVE beleid (Voor- en Vroegschoolse Educatie)

Datum

20 januari 2021

Inleiding De Participatieraad Goirle (PRG) is al in een vroeg stadium betrokken bij de ontwikkeling van de Lokaal Educatieve Agenda en het Voor- en Vroegschoolse beleid. In oktober 2021 is door de beleidsambtenaar Jeugd aan de werkgroep Jeugd/Wmo van de PRG gevraagd te reageren op de twee concepten van de genoemde plannen. Op 2 november 2021 heeft de werkgroep in een notitie uitgebreid gereageerd. Vervolgens heeft de beleidsambtenaar op 6 december 2021 een schriftelijke reactie gegeven op de vragen die door de werkgroep zijn gesteld. Tenslotte is 27 december 2021 aan de PRG gevraagd een formeel advies uit te brengen over de LEA (Lokaal Educatieve Agenda, waarin opgenomen het VVE beleid (Voor en Vroegschoolse Educatie, gericht op kinderen van 2- 6 jaar). Algemeen De Lokaal Educatieve agenda zoals die er op dit moment ligt is een duidelijk, leesbaar beleidsstuk. Onze complimenten dat dit met zo veel verschillende partners (en soms belangen) op deze manier gelukt is. De overkoepelende doelen voor zowel de LEA als VVE zijn: alle kinderen goed in beeld krijgen en optimale kansen voor ieder kind. Wij willen de doelen van harte steunen en de gemaakte afspraken blijven volgen. De echte uitdaging volgt nu. Op dit moment biedt de nota vooral een vooruitblik.

Bij de meeste doelen komt in 2022 eerst een inventarisatie- en planfase en vervolgens moeten de verschillende werkgroepen/partners van de LEA met uitgewerkte smart doelen komen. Dit kan het risico inhouden dat het eerste tijdvak van de LEA vooral wordt gevuld met het plannen maken en inventariseren. Met enige zorg vragen wij ons af of het primaire proces van de verschillende partners hierdoor niet onder druk komt te staan. Wij kunnen ons erin vinden dat de krachten van alle partners gebundeld worden in een stevige organisatiestructuur. Daarbij zijn smart geformuleerde doelen per werkgroep van belang. Op dit moment zijn (nog) niet alle doelen concreet en in cijfers uitgedrukt. Er wordt bijvoorbeeld ingezet op vermindering van reken-/taalachterstand. Het lijkt ons wenselijk hier een streefgetal te noemen. Zo blijft ook de voorgenomen afname van het aantal thuiszitters zonder streefgetal. Door deze doelen naar voren te schuiven kan al in 2022 een begin van resultaat geboekt worden. In beide nota's worden een flink aantal lokale en regionale partners genoemd. Wij begrijpen en ondersteunen graag de intentie om de krachten te bundelen in een aangepaste organisatiestructuur en daarmee te voorkomen dat versnippering leidt tot minder slagkracht. Wij nemen aan dat de organisatiestructuur die in de agenda wordt voorgesteld hieraan zal gaan bijdragen.

De stuurgroep wacht een zware taak! Pagina 1 van 3

Wij vragen verder in het bijzonder aandacht voor de volgende punten: 1. De rol van ouders: Ouders hebben in dit beleidsstuk weinig inbreng. In de werkgroepen zitten vooral professionals. In de werkgroep Kindcentra en VO wordt wel gesproken over ouderbetrokkenheid, maar wij zien ook hier dat dit door de professionals gebeurt. Er moet voor dit doel in 2022 nog een plan opgesteld worden en in 2023 uitgevoerd worden. In de paragraaf die gaat over landelijke ontwikkelingen wordt gesteld dat het verbinden van de drie leefwerelden - school, thuis, omgeving - heel belangrijk is bij de aanpak van gelijke kansen. Wij zijn het daar graag mee eens. Toch zien wij dat in de LEA er vooral een focus is op onderwijs. Wij adviseren dat er naast deze focus expliciet aandacht wordt besteed aan het verbinden van het onderwijs met thuis en de wijdere omgeving rond het kind. Binnen de thema’s/werkgroepen VVE en Vroegschool, ouderbetrokkenheid, thuiszitters en “in de buurt gebeurt het” liggen mogelijkheden om de leefwereld van ouders en omgeving meer bij te betrekken. Wij beschouwen dat ook als uw taak omdat wij in de nota kunnen lezen dat veiligheid rond de school, preventief lokaal aanbod en spreiding van jeugdvoorzieningen uw primaire verantwoordelijkheid zijn. Dit onderstrepen wij. In de inleiding van de LEA valt op dat, bij de inventarisatie van partners, de ouders buiten beeld zijn gebleven.

In de opvatting van de PRG zijn de ouders de eerste en belangrijkste partner. Zij zijn de deskundigen betreffende hun kind en kinderen ontwikkelen zich naar gelang ze daartoe de ruimte en instemming van hun ouders krijgen. Het verdient aanbeveling om, zeker ook op beleidsniveau, de rol van ouders te versterken. Aangezien de LEA aan waarde wint als de positie en betrokkenheid van ouders met meer nadruk behandeld wordt en ingegaan wordt op de acties die ingezet worden om ouders in staat te stellen hun positie en verantwoordelijkheid waar te maken, adviseren wij hier expliciet aandacht aan te besteden. 2. Risicokinderen o Voorschool: Op individueel niveau zal soms extra inspanning nodig zijn om ouders in staat te stellen de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van hun kinderen op zich te nemen. Wij noemen bijvoorbeeld ouders die niet het consultatiebureau bezoeken met hun kind of kinderen uit een kwetsbare thuissituatie die geen enkele vorm van voorschool bezoeken. Wij denken dat hier de GGD ook een taak heeft. Wij zijn het met u eens dat de voorschool een waardevolle opstap is naar de basisschool die zeker aan de kwetsbare kinderen niet onthouden zou mogen worden. De hier bedoelde groep dient prioriteit te krijgen.

In geval er geen VVE locatie in de directe omgeving gevestigd is, vinden wij het belangrijker dat ouders gestimuleerd worden om hun kinderen naar kinderdagopvang of peuterspeelzaal te laten gaan dan dat ze naar een specifieke VVE locatie gaan. Wij pleiten dan ook voor zo min mogelijk drempels voor deze groep. Zo dient er zorgvuldig en waar nodig op maat gekeken te worden of de gevraagde inkomensafhankelijke bijdrage een drempel vormt en of daar een oplossing voor moet worden gezocht . Wij lezen in de nota nog onvoldoende op welke manier u deze kwetsbare groep wilt bereiken. Pagina 2 van 3

o Vroegschoolse educatie De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de vroegschoolse educatie. De hiervoor bestemde gelden zijn echter niet door het Rijk geoormerkt. Wij vragen ons af of er toezicht is op het besteden van genoemde middelen. De inspectie houdt toezicht en gaat af op signalen die zij krijgt. Het is voor ons niet duidelijk van wie zij de signalen ontvangt. Het is bekend dat de inspectie eens in de vier jaar uitgebreid onderzoek doet bij de scholen. o Thuiszitters In de LEA wordt ook aandacht besteed aan zogenaamde thuiszitters, veelal geïndiceerd voor het speciaal onderwijs. Deze groep loopt risico op onderwijsachterstanden en minder kansen in het verdere leven. Tevens leggen zij een enorm beslag op hun ouders/opvoeders en het onderwijs. Wij zien graag dat in de nota -naast wat al in de bijlage besproken wordt- meer expliciet aandacht aan deze groep wordt besteed. Zowel wat hun deelname aan het primaire- als het voortgezet onderwijs betreft. Dit adviseren wij met enige terughoudendheid, omdat er in de LEA brochure gesproken wordt over uitvoeringsnota's voor deze doelgroep. Deze nota's zijn ons niet bekend. Samenvattend adviseert de Participatieraad Goirle: 1. Zo mogelijk naar voren halen van smart geformuleerde doelen zodat al in 2022 begonnen kan worden met het behalen van resultaten. 2.

Meer en nadrukkelijker aandacht voor de positie van de ouders. Dit zowel bij het ontwikkelen van het beleid als in de uitvoeringsfase. 3. Concrete uitspraken op welke wijze mogelijke belemmeringen voor deelname van risicokinderen aan voorschoolse educatie opgeheven gaan worden. Met andere woorden: hoe gaan ouders gesteund worden om hun verantwoordelijkheid waar te maken? 4. Meer aandacht voor de verbinding “onderwijs-thuis-wijdere omgeving”. 5. Kritisch volgen van het besteden van de middelen bestemd voor de vroegschoolse educatie. 6. Toelichting op de aanpak van de groep “thuiszitters”.

Tot zover het advies.

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1345/documents/22881