CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage 10 bij Raadsvoorstel Vaststellen Regionale Energie en Klimaatstrategie Hart van Brabant - Internetconsultatie rapport.pdf

Oordeelsvormend 6 april 2021, gemeente GoirleBij agendapunt: 3.: Raadsvoorstel Vaststellen Regionale Energie en Klimaatstrategie Hart van Brabant21.106 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

(Helemaal) Weet niet / oneens geen mening

N

(Helemaal) eens

Neutraal

Koopwoning

1.530

39

17

42

Huurwoning

286

41

29

25

6

Anders

29

23

28

38

12

1.845

39

20

38

3

Gemiddeld REKS-HvB

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

2

22

Tabel 15. Vraag 18e: Hoe kijk je naar de overstap van aardgas naar een andere warmtebron voor warm water en het verwarmen van jouw woning? Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). N

(Helemaal) eens

Neutraal

(Helemaal) oneens

Weet niet / geen mening

Koopwoning

1.494

50

23

22

5

Huurwoning

270

48

29

13

10

Anders

26

48

43

3

6

1.790

49

25

19

6

E. Ik vind het ingewikkeld dat ik niet zelf kan kiezen hoe ik mijn woning zonder aardgas ga verwarmen.

Gemiddeld REKS-HvB

De overstap van aardgas naar een andere warmtebron

Ongeveer een derde van de respondenten denkt dat het haalbaar is dat in 2050 alle woningen van het aardgas af zijn (35%), terwijl een vergelijkbaar percentage respondenten denkt dat dit niet haalbaar is (36%). De respondenten zijn verdeeld als het gaat over de zorgen omtrent het verwarmen van hun huis zonder aardgas. Zo maakt 39% zich geen zorgen hierover, 20% staat hier neutraal in en 38% maakt zich wel zorgen als het gaat over het huis verwarmen zonder aardgas. Twee derde van de respondenten (65%) maakt zich zorgen over de macht van grote bedrijven en de gevolgen die dit heeft voor hun energierekening. Ook maken mensen zich zorgen over de kosten om de eigen woning aan te passen (67% van de respondenten). Dit zien we, niet verrassend, sterker terug bij respondenten met een koopwoning in vergelijking huurders (71% van de woningeigenaren maakt zich hier zorgen over, tegenover 57% van de huurders). Bijna de helft van de respondenten heeft behoefte aan zeggenschap: zij vinden het ingewikkeld wanneer ze zelf niet veel te kiezen hebben als het gaat om het verwarmen van de woning zonder aardgas (49% is het hier (helemaal) mee eens). Bij deze stellingen konden respondenten een toelichting geven. We lezen dat zij vermoeden dat het een flinke klus gaat worden om van het aardgas af te gaan en sommigen geven aan dat aardgas volgens hen nog steeds de schoonste energiebron is.

Daarbij maken mensen zich zorgen over de kosten die dit voor hen meebrengt en of iedereen daarin mee kan. Ook vragen ze zich af of ze überhaupt nog wel keuzevrijheid hebben als het gaat om het van het aardgas afgaan. Daarbij weten sommige respondenten naar eigen zeggen nog te weinig over mogelijkheden rondom de warmtetransitie en zouden hier graag beter over geïnformeerd worden door de overheid. Enkele reacties: •

“Dat we van het gas afgaan is duidelijk, wanneer is minder duidelijk. De Nederlander zal flink in de portemonnee moeten tasten en dat is niet iedereen gegeven. Er ontstaat straks verschil tussen mensen die het kunnen betalen en anderen die dat niet kunnen. Daar moet wel een oplossing voor komen.”

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

23

•

7.2

“De opties om van het aardgas af te komen zijn voor mij niet duidelijk. Ik vind het een taak van de provincie en gemeente om burgers te gaan informeren over deze optie.”

Alternatieven voor aardgas Tabel 16. Vraag 19: In hoeverre hebben onderstaande warmtebronnen jouw voorkeur? (N = 1.893/ %) (Volledig) mijn voorkeur

Neutraal

(Totaal) niet mijn voorkeur

Weet niet / geen mening

Restwarmte uit de industrie of uit afval.

58

24

11

7

Warmte uit water (aquathermie, bijvoorbeeld via riool-, afval-, drink- en oppervlaktewater).

53

27

11

10

Warmte uit de aarde (geothermie).

51

27

14

9

Warmte uit elektriciteit.

45

28

19

7

Warmte uit biomassa*. 27 25 39 *Biomassa is grondstof uit planten, bomen, plantaardig afval dat je als bron voor energie kan gebruiken

9

Alternatieve warmtebronnen

We hebben de respondenten verschillende warmtebronnen voorgelegd: 58% heeft (volledig) de voorkeur voor restwarmte uit industrie of uit afval als warmtebron. Ook warmte uit water (53%) en warmte uit de aarde (51%) zijn voorgelegd en iets meer dan de helft van de respondenten geeft aan hier een voorkeur voor te hebben. Respondenten hebben minder de voorkeur voor warmte uit biomassa, voor 39% heeft dit (totaal) niet de voorkeur. In de REKS is een aanzet gemaakt voor de Regionale Structuur Warmte (RSW), waarin vraag en aanbod van warmte in de regio aan elkaar gekoppeld zijn en waarin verschillende strategieën beschreven zijn voor het verduurzamen van woningen. De resultaten van de RSW dienen als input voor de gemeentelijke transitievisies Warmte. Binnen de regio Hart van Brabant is elke gemeente inmiddels gestart met het opstellen van een Transitievisie Warmte. Met de Transitievisie Warmte geven zij richting aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving en welke warmtebronnen daarbij te benutten. Al deze gemeentelijke Transitievisies Warmte zullen een gezamenlijk beeld moeten geven van de beste toepassing van verschillende warmtebronnen.

19 Concluderend kunnen we op het gebied van warmte stellen dat respondenten zich met name zorgen maken om de afhankelijkheid van energiebedrijven en de energierekening, om de investeringskosten en om autonomie en zeggenschap. We zien daarbij een voorkeur voor restwarmte en warmte uit de aarde en water boven warmte uit biomassa. Voor de (haalbaarheid van) de warmtetransitie betekent dit dat individuele oplossingen de voorkeur hebben boven collectieve oplossingen (waarbij afhankelijkheid is van grote

19

Concept-bod REKS, p. 55.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

24

warmteleveranciers en gebrek aan autonomie of keuzevrijheid). In de warmtevisies is het daarnaast van belang om aandacht te houden voor de eindgebruikerskosten.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

25

8

Betrokken worden Een belangrijk onderdeel van de RES-processen is dat bewoners betrokken worden bij en meegenomen worden in de totstandkoming of uitvoering van de RES’en. Dit lezen we ook terug in de concept-REKS van regio Hart van Brabant. Hierin is een apart hoofdstuk gewijd aan maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, waar in we onder meer lezen dat onder participatie niet alleen financiële, maar ook proces- en sociale participatie worden verstaan.20 In dit hoofdstuk presenteren we de resultaten met betrekking tot betrokkenheid en participatie. Wat vinden bewoners belangrijk, waarover willen zij geïnformeerd worden of waarbij willen zij betrokken worden? En welke manier zou dan de voorkeur hebben? Ook hebben we specifiek aandacht voor de financiële participatie van bewoners.

8.1

Procesparticipatie Tabel 17 Vraag 20: In hoeverre vind je de volgende aspecten belangrijk? (N = 1.892 / %) Heel Belangrijk belangrijk

Niet Weet niet belangrijk / Onbelangrijk / geen niet mening onbelangrijk

A. Inwoners kunnen meedenken bij windprojecten.

35

49

10

3

4

B. Inwoners kunnen meedenken bij zonneprojecten.

33

50

11

3

3

C. Inwoners kunnen investeren in windprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen.

16

36

30

10

8

D. Inwoners kunnen investeren in zonneprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen.

17

37

29

9

8

E. Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van windprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie).

15

35

30

11

9

F. Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van zonneprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie).

17

34

29

10

10

Betrokkenheid en participatie

Respondenten vinden het met name (heel) belangrijk dat zij kunnen meedenken bij windprojecten (84%) en bij zonneprojecten (83%). Verder vindt 54% het (heel) belangrijk dat bewoners kunnen investeren in zonneprojecten in de regio en 51% dat bewoners mede-eigenaar kunnen worden van zonneprojecten in de regio. Als het gaat om windprojecten zien we vergelijkbare cijfers: 52% van de respondenten vindt het (heel) belangrijk dat bewoners kunnen investeren in windprojecten in de regio. De helft van de respondenten vindt het (heel) belangrijk dat zij mede-eigenaar kunnen worden van windprojecten in de regio.

20

Concept-bod REKS, p. 68-69.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

26

Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

De verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen zijn te vinden in bijlage B. We zien dat jongeren (16 t/m 30 jaar) relatief gezien iets minder geïnteresseerd zijn in het meedenken, investeren of mede-eigenaar worden bij wind- en zonneprojecten. Respondenten van 31 tot en met 40 jaar en van 41 tot en met 50 jaar geven vaker dan gemiddeld aan dat zij investeringen in en mede-eigenaarschap bij wind- en zonneprojecten heel belangrijk vinden. Verder vinden de leeftijdsgroepen van boven de 40 jaar het relatief vaak heel belangrijk om mee te kunnen denken bij wind- en zonneprojecten. Over het algemeen lijken lager opgeleiden een wat minder sterke mening te hebben over het meedenken, mee-investeren of mede-eigenaar worden in wind- en zonneprojecten. Zij geven relatief vaak aan de stelling niet belangrijk / niet onbelangrijk te vinden, het niet te weten of geen mening te hebben. Hoger opgeleiden vinden alle stellingen vaker (heel) belangrijk. Figuur 3. Vraag 25: Wil je door jouw gemeente betrokken worden bij of geïnformeerd worden over plannen rondom duurzame energie? Eén antwoord mogelijk. Uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.874 / %). 70% 58%

60% 50%

49% 47%

60%

52% 53%

52% 40%

40%

32% 31% 30%

30%

29% 22%

24% 20%

17%

20% 10%

14% 7%

4% 5% 2% 5% 5% 4% 4%

11%

0% Ja, geïnformeerd

Ja, betrokken 16-30

31-40

41-50

Ja, geïnformeerd en betrokken 51-60

61-70

71+

Nee

Gemiddeld REKS-HVB

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

27

14% 8%

Figuur 4. Vraag 25: Wil je door jouw gemeente betrokken worden bij of geïnformeerd worden over plannen rondom duurzame energie? Eén antwoord mogelijk. Uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.874 / %).

60% 50%

54% 53%

52%

48%

40%

37%

30%

23%

35%

24% 20%

19%

20% 12%

10%

4%

4%

4%

7%

4%

0% Ja, geïnformeerd

Ja, betrokken Laag

Midden

Ja, geïnformeerd en betrokken Hoog

Nee

Gemiddeld REKS-HVB

Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

De helft van de respondenten geeft aan door de gemeente geïnformeerd te willen worden over plannen rondom duurzame energie (52%). 4% van de respondenten geeft hierbij betrokken te willen worden. Een kwart van de respondenten wil zowel geïnformeerd als betrokken worden door de gemeente hierover (24%). Tot slot geeft een vijfde aan zowel niet betrokken als geïnformeerd te willen worden door de gemeente over de plannen omtrent duurzame energie. Jongeren (16 t/m 30 jaar) geven vaker dan gemiddeld aan niet betrokken en geïnformeerd te willen worden door de gemeente (30% t.o.v. 20% gemiddeld). Respondenten van 31 tot en met 40 jaar, 41 tot en met 50 jaar en 51 tot en met 60 jaar geven vaker dan gemiddeld aan zowel geïnformeerd als betrokken te willen worden door de gemeente (respectievelijk 40%, 32% en 31% t.o.v. 24% gemiddeld). Tot slot geven respondenten van 71 jaar en ouder vaker dan gemiddeld aan geïnformeerd te willen worden door de gemeente bij de plannen rondom duurzame energie (60% t.o.v. 52% gemiddeld). Laag opgeleide respondenten geven vaker dan gemiddeld aan niet betrokken of geïnformeerd te willen worden door de gemeente bij plannen rondom duurzame energie (35% t.o.v. 20% gemiddeld). Van de respondenten met een hoge opleiding geeft 37% aan zowel geïnformeerd als betrokken te willen worden (bij laag opgeleiden is dit 12%).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

28

Geen wens om geïnformeerd of betrokken te worden

De respondenten (20%) die bij deze vraag hebben aangegeven dat ze niet verder betrokken of geïnformeerd willen worden door hun gemeente hebben we gevraagd waarom zij dit niet willen. Zij geven aan dat ze dit niet willen omdat ze er niet mee bezig zijn of het hen niet interesseert. Sommigen vinden zichzelf hiervoor te oud. Ook geeft een deel van hen aan dat ze geen vertrouwen hebben in de gemeente/de overheid en dat burgers toch niet echt inspraak hebben. Enkele reacties: • • •

“Interesseert me niet want de gemeente doet toch wat ze zelf wil.” “Als gewone burger heb je toch geen invloed.” “Ik ben te oud en heb er te weinig verstand van.”

Tabel 18. Vraag 27: Waar wil je zeker bij betrokken worden?* Meerdere antwoorden mogelijk. (N = 1.628) % Over waar windturbines komen te staan.

70

Over waar zonneparken komen te staan.

69

Over het besluitvormingsproces rondom duurzame energie van mijn gemeente.

53

Over hoe we woningen zonder aardgas kunnen verwarmen.

50

Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan de omwonenden.

41

Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van zonne-energie in mijn gemeente.

37

Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van windenergie in mijn gemeente.

32

Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan collectieve projecten (zoals cultuur, sport en leefbaarheid in de omgeving).

27

Over andere zaken. *Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 25 ‘ja’ hebben ingevuld.

5

Betrokkenheid bij plannen rondom duurzame energie

Twee derde van de respondenten die hebben aangegeven door de gemeente geïnformeerd of betrokken te willen worden, willen zeker betrokken worden bij de locatiebepaling van windturbines (70%) of van zonneparken (69%). Ook geeft de helft aan zeker betrokken te willen worden bij het besluitvormingsproces rondom duurzame energie binnen de eigen gemeente in zijn algemeenheid (53%). De helft van de respondenten wil betrokken worden bij de vraag hoe woningen zonder aardgas verwarmd kunnen worden (50%). De respondenten konden hier aangeven dat ze over ‘andere zaken’ geïnformeerd willen worden. Zaken die onder meer genoemd zijn: alle zaken die betrekking hebben op de energietransitie/de REKS, hoe flora en fauna worden beschermd, over besluitvorming rondom kernenergie en over de mogelijkheden tot bezwaar maken.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

29

Tabel 19. Vraag 28 – Op welke manier wil je graag betrokken / geïnformeerd worden? Meerdere antwoorden mogelijk.** Uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.626 / %)21. 16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld REKS-HvB

Via een nieuwsbrief

68

68

60

73*

67

68

68

Via websites

38

50*

51*

48*

42

31

42

Via de (lokale) krant

35

30

33

38

48*

51*

38

Via digitale vormen (bijv. via apps, social media of online platforms)

30

51*

40*

38*

25

18

32

Via bijeenkomsten (bijv. van dorps- of wijkraden)

19

40*

39*

38*

45*

29

31

Via enquêtes / vragenlijsten

21

28

27

24

20

21

22

Via persoonlijk contact

9

22*

24*

16

14

14

14

Anders 1 2 3 **Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 25 ‘ja’ hebben ingevuld.

4

5*

4

3

Tabel 20. Vraag 28 – Op welke manier wil je graag betrokken / geïnformeerd worden? Meerdere antwoorden mogelijk.** Uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.626 / %). Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld REKS-HvB

Via een nieuwsbrief

67

Via websites

30

69

68

68

41

50*

Via de (lokale) krant

42

42

37

38

38

Via digitale vormen (bijv. via apps, social media of online platforms)

20

31

42*

32

Via bijeenkomsten (bijv. van dorps- of wijkraden)

21

26

43*

31

Via enquêtes / vragenlijsten

18

22

27*

22

Via persoonlijk contact

11

13

16

14

3

3

Anders 2 3 **Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 25 ‘ja’ hebben ingevuld.

Manieren van communiceren

Op de vraag op welke manier mensen graag betrokken willen worden komt een duidelijke voorkeur voor een nieuwsbrief naar voren: 68% van de respondenten geeft de voorkeur aan een nieuwsbrief. Ook scoren websites (42%), de (lokale) krant (38%), digitale vormen (32%), en bijeenkomsten (31%) relatief hoog. De voorkeur gaat het minste uit naar communicatie via persoonlijk contact (14%). In reactie op de open vraag geeft een aantal respondenten aan dat zij graag via de energiecoöperatie hierover geïnformeerd willen worden. Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

Respondenten van 31 tot en met 40 jaar en van 41 tot en met 50 jaar geven vaker dan gemiddeld de voorkeur aan de volgende communicatievormen: via websites (respectievelijk 50% en 51%), via digitale vormen (respectievelijk 51% en 40%), via bijeenkomsten (respectievelijk 40% en 39%) of via persoonlijk contact (respectievelijk 22% en 24%). Respondenten van 51 tot en met 60 jaar worden vaker dan gemiddeld het 21

De sterretjes in de tabellen (*) verwijzen naar significante afwijkingen ten opzichte van het gemiddelde van REKS-HvB.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

30

liefst geïnformeerd via een nieuwsbrief (73%), via websites (42%), via digitale vormen of via bijeenkomsten (beiden 38%). Respondenten van 61 tot en met 70 jaar geven ook vaker dan gemiddeld aan de voorkeur te hebben voor communicatie via bijeenkomsten (45%). Tot slot geven zowel respondenten van 61 tot en met 70 jaar en van 71 jaar en ouder de voorkeur aan de (lokale) krant (respectievelijk 48% en 51%). Over het algemeen geven laag opgeleiden op de alle voorgenoemde manieren van communicatie minder vaak dan gemiddeld aan hier de voorkeur voor te hebben. Met name bij ‘bijeenkomsten’ (21% t.o.v. 31% gemiddeld), ‘digitale vormen’ (20% t.o.v. 32% gemiddeld) en ‘websites’ (30% t.o.v. 42%) zijn de verschillen aanzienlijk. Hoog opgeleide respondenten benoemen deze vormen van communicatie juist vaker dan gemiddeld. Tabel 21 Kruistabel tussen waarbij men betrokken wil worden (vraag 27) vs. de manier van betrokken worden (vraag 28) (N = 1.626 / %). Waarbij betrokken worden?

Manier van betrokken worden Nieuwsbrief

Websites

(Lokale) krant

Digitale vormen

Bijeen- Enquêtes Persoonlijk komsten contact

Over waar windturbines komen te staan.

69

45

38

36

33

25

16

3

Over waar zonneparken komen te staan.

68

46

39

35

34

26

16

3

Over het besluitvormingsproces rondom duurzame energie van mijn gemeente.

70

45

44

39

40

29

18

4

Over hoe we woningen zonder aardgas kunnen verwarmen.

74

45

44

35

34

27

16

3

Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan de omwonenden.

72

46

44

37

37

27

19

3

Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van zonne-energie in mijn gemeente.

77

49

33

39

36

22

19

2

Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van windenergie in mijn gemeente.

78

49

33

41

38

23

20

2

Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan collectieve projecten (zoals cultuur, sport en leefbaarheid in de omgeving).

73

55

43

43

39

27

18

4

Over andere zaken.

56

40

42

29

46

38

22

22

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

31

Anders

8.2

Financiële participatie Tabel 22. Vraag 21: Hoe vind je dat de opbrengsten van een zonnepark (park met zonnepanelen in het landschap) of windpark in jouw gemeente verdeeld zouden moeten worden? Meerdere antwoorden mogelijk. (N = 1.888) % Een deel van de opbrengsten is voor direct omwonenden, bijvoorbeeld voor de verduurzaming van hun huis.

44

Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan alle inwoners van de gemeente, bijvoorbeeld door te investeren in collectieve acties voor isolatie en energiebesparing (denk aan een voetbalclub).

43

Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan alle inwoners van de regio door middel van een fonds dat wordt opgericht van waaruit investeringen in de regio worden gedaan.

39

Alle investeerders ontvangen de opbrengsten, ook als deze niet direct in de regio wonen.

18

Dat weet ik niet.

13

De grondeigenaren ontvangen de opbrengsten.

11

Anders

5

Verdeling opbrengsten zonnepark of windpark

Van de respondenten vindt 44% dat een deel van de opbrengsten van een zonne- of windpark ten goede moeten komen aan direct omwonenden of aan alle inwoners van een gemeente (43%). 39% vindt dat de opbrengsten ten goede moeten komen aan alle inwoners van een regio door middels van een fonds dat wordt opgericht en van waaruit investeringen in de regio worden gedaan. De meeste respondenten die hier een toelichting hebben gegeven vinden dat de opbrengsten ten goede moeten komen aan de inwoners, de investeerders (al zien we dat niet direct terug in tabel 22) of de gemeenschap. Een paar reacties springen er uit: • • •

“De natuur is de enige rechthebbende.” “Ik zou graag dat overheid dit regelt en dat niet een of andere Russische eigenaar de winst pakt.” “Let op dat dit niet aan de vrije markt moet worden overgelaten. Particuliere projectontwikkelaars hebben alleen een winstdoel.”

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

32

Tabel 23. Vraag 22: Stel, er komt in jouw omgeving een zonnepark of een windturbine. Zou je daaraan willen meedoen? Eén antwoord mogelijk (N = 1.888) % Misschien, dat kan ik niet nog niet inschatten.

43

Nee, ik heb hier geen interesse in.

23

Ja, via een lokaal samenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie.

14

Ja, door stukjes van een zonnepark of windturbine te kopen (via aandelen, certificaten of obligaties).

13

Anders

4

Ik neem al deel in een zonnepark of windturbine.

3

Meedoen aan een zonnepark of windturbine in de omgeving

In de concept-REKS lezen we dat er gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom van nieuwe zonneparken en windprojecten. Hierbij wordt primair gekeken naar burgers en bedrijven uit de eigen regio, zodat die hiervan kunnen profiteren. Ook lezen we dat de financiële burgerparticipatiemodellen en de rol van energiecoöperaties nog verder worden uitgewerkt.22 Hoewel het streven is om 50% lokaal eigendom te behalen, zien we tegelijkertijd dat 43% van de respondenten aangeeft nog niet te kunnen inschatten of zij meedoen aan een zonnepark of windturbine, mocht deze in hun omgeving geplaatst worden. 27% van de respondenten geeft aan via een lokaal samenwerkingsverband of lokale energiecoöperatie, of via aandelen, certificaten of obligaties mee te willen doen aan een zonnepark of windturbine in de omgeving. Bijna een kwart van de respondenten heeft geen interesse om hierin te participeren (23%). Een aantal respondenten heeft hier een reactie gegeven bij ‘Anders’. Ze geven aan dat ze geïnteresseerd zouden zijn, maar afhankelijk van de voorwaarden (ligging, samenwerkende partijen) hier pas over zou willen beslissen. Een aantal geeft aan dat ze geïnteresseerd zijn, maar hier geen geld voor hebben. Ten slotte zijn er nog respondenten die aangeven dat ze hierin niet geïnteresseerd zijn: “Nee, sterker nog ik zal mij daar maximaal tegen verzetten.” Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

In bijlage B zijn de verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen te vinden. We zien dat met name jongeren nog lastig kunnen inschatten of zij willen deelnemen aan een zonnepark of windturbine in de regio (50% tegenover 43% gemiddeld). Respondenten van 71 jaar en ouder geven vaker dan gemiddeld aan geen interesse in deelname te hebben (29% tegenover 23% gemiddeld). We zien dat respondenten met een laag opleidingsniveau relatief vaak aangeven nog niet te kunnen inschatten of zij willen deelnemen aan een zonnepark of windturbine in de regio (52% tegenover 38% van de respondenten met een hoge opleiding). Tegelijkertijd zien we dat respondenten met een hoog opleidingsniveau vaker aangeven via een lokaal samenwerkingsverband / lokale energiecoöperatie te willen deelnemen

22

Concept-bod REKS, p. 42.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

33

(20% van de respondenten met een hoge opleiding tegenover 8% van de respondenten met een lage opleiding) of door stukjes van een zonnepark of windturbine te kopen (17% tegenover 7% van de respondenten met een lage opleiding). Tabel 24. Vraag 23: Stel, je overweegt om deel te nemen aan een project op het gebied van duurzame energie bij jou in de gemeente. Wat heeft dan je voorkeur en waarom?* Eén antwoord mogelijk (N = 1.446) % Ik wil deelnemen aan een project met zon op grote daken.

34

Ik wil deelnemen aan een zonnepark.

9

Ik wil deelnemen aan een windturbine.

7

Ik heb hier geen voorkeur voor.

35

Ik wil niet deelnemen. *Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 22 ‘ja’ of ‘misschien’ hebben ingevuld.

15

Tabel 25. Vraag 24: En welk gebied heeft dan jouw voorkeur?* Eén antwoord mogelijk. (N = 1.267). % Ik wil deelnemen aan een project in het noorden van de regio.

17

Ik wil deelnemen aan een project in de ring rondom Tilburg.

23

Ik wil deelnemen aan een project in het zuiden van de regio.

7

Ik wil deelnemen aan een project langs de A58 tussen Tilburg en Eindhoven.

14

Ik heb hier geen voorkeur voor.

19

Dat weet ik niet / geen mening. 29 *Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 22 ‘ja’ of ‘misschien’ hebben ingevuld en bij vraag 23 niet de optie ‘Ik wil niet deelnemen’ hebben gekozen.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

34

Participatie duurzame energie

Ongeveer een derde van de respondenten die (misschien) willen participeren in een zonnepark of windturbine, zou mee willen doen aan een project met zon op grote daken (34%). 9% geeft aan te willen deelnemen aan een zonnepark en 7% aan een windturbine. Een derde van de respondenten (35%) heeft geen voorkeur en 15% wil niet deelnemen. Ook bij deze vraag konden respondenten hun antwoord toelichten. Van de respondenten die willen deelnemen aan een project met zon op grote daken (verreweg de grootste groep) geeft een deel als reden dat dit het minste impact op de omgeving heeft en hier nog veel winst te behalen valt. Deelnemers aan een zonnepark noemen bijvoorbeeld dat dit voor hen het meeste effect heeft en ze hier een goed gevoel bij hebben. Het levert de minste horizonvervuiling op. Liefhebbers van een windproject geven als reden dat een windturbine het meeste rendement oplevert en dat ze vertrouwen hebben in windenergie. Respondenten die aangegeven hebben dat zij wellicht interesse hebben in deelname aan een zonne- of windproject (70%) konden vervolgens aangeven in welk deel van de regio zij het liefst willen deelnemen aan een project. 17% van deze respondenten heeft een voorkeur voor een project in het noorden van de regio. Argumenten daarvoor zijn o.a.

omdat het dichtbij hun woonplek is, dat er weinig mensen wonen dus veel ruimte is en de minste mensen er overlast van ondervinden. Respondenten die een voorkeur hebben voor de ring van Tilburg (23%) geven daarbij o.a. als argument dat ze dit interessant vinden omdat ze daar zelf wonen, er veel industrie is wat het gebied aantrekkelijk maakt en omdat dit het minst belastend is voor de natuur. De reden om te kiezen voor het zuiden van de regio is voor de respondenten wederom omdat ze daar zelf wonen, maar ook omdat ze de combinatie met nieuwe natuur/bos zien zitten. Tenslotte de reden om te kiezen voor het gebied langs de A58 tussen Eindhoven en Tilburg is vooral omdat hier al windturbines staan, er weinig overlast is voor omwonenden en respondenten hier al wonen. In bovenstaande lezen we dat een deel van de respondenten aangeeft te willen participeren in een zonne- of windproject dat in hun eigen deel van de regio ligt, juist vanwege de reden dat het in hun eigen regio is. Dit lijkt opvallend, meestal verwachten we weerstand als het gaat om energieprojecten in de directe lokale omgeving. Dat dit ‘Not In My BackYard’ niet (meer) opgaat als verklarende factor bij weerstand is uitgewerkt in het artikel ‘Weerstand tegen energieprojecten’.

Weerstand tegen energieprojecten wordt door andere factoren opgewekt en kan verminderd worden als inwoners het gevoel hebben dat ze gehoord of betrokken worden. 23

23

Weerstand tegen energieprojecten - Universiteit Leiden

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

35

9

Achtergrond onderzoek

9.1

Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s24 De internetconsultatie voor de vier Brabantse RES’en kent een getrapte werkwijze: per RESregio wordt eerst een representatieve internetpeiling onder de inwoners van de regio georganiseerd. Om de resultaten van deze online peilingen te verdiepen en op onderdelen van een nadere duiding te voorzien, nodigen we per regio respondenten uit voor deelname aan een gesprek via een besloten Research Community platform: de ‘Regionale Energie Community’ (zie paragraaf 9.1.3). Regionaal maatwerk is nodig bij het opstellen van een RE(K)S. Dit geldt in het bijzonder voor de ruimtelijke inpassing van hernieuwbare opwek, opslag en de infrastructuur voor warmte en elektriciteit. Voor elke Brabantse energieregio (West-Brabant, Hart van Brabant (HvB), Metropoolregio Eindhoven (MRE) en Noordoost Brabant (NOB)) is een vragenlijst opgesteld waarin juist die elementen naar voren komen die voor die energieregio van belang zijn. Om daarnaast een provinciale vergelijking te kunnen maken, worden de vragen over het thema betrokkenheid en participatie in elke regio op dezelfde wijze gesteld. Hierdoor kunnen de vier Brabantse energieregio’s op dit onderwerp met elkaar vergeleken worden.

9.1.1

Werving, respons en representativiteit Vanuit de wens om de vragenlijsten laagdrempelig en voor een zo breed mogelijke groep inwoners beschikbaar te maken, is ervoor gekozen om in iedere regio te werken met een open link. Deze link wordt verstuurd via de gemeenten die vallen binnen de betreffende energieregio. Zij verspreiden de link via verschillende (social media) kanalen (gemeentewebsite, Facebook et cetera). De representativiteit van de responsgroep is afhankelijk van het aantal respondenten en van de achtergrondkenmerken van deze respondenten. De respons bij open source onderzoek is meestal geen juiste afspiegeling van de verdeling naar de gehele populatie. Om de representativiteit te borgen, wordt gedurende de campagne tussentijds getoetst op representativiteit van de responsgroep: de verdeling naar leeftijd, opleidingsniveau en gemeenten in de responsgroep is vergeleken met de werkelijke verdeling in de populatie (Bron: CBS)25. Wanneer de respons onder bepaalde leeftijds-en/of opleidingsgroepen achterblijft wordt de vragenlijst additioneel uitgezet onder Brabantse panelleden van PanelClix met specifiek deze leeftijds-of opleidingskenmerken in de betreffende regio. Dit om de representativiteit van de responsgroep te vergroten. Alle percentages die in de rapportages zijn opgenomen, betreffen de gewogen en dus naar leeftijd, geslacht en 24

Op het moment van schrijven van deze rapportage (september / oktober 2020) is het vragenlijstonderzoek nog niet in alle Brabantse energie-regio’s uitgevoerd. 25 Voor de weging naar leeftijd zijn de volgende categorieën gehanteerd: 18 tot en met 29 jaar; 30 tot en met 39 jaar; 40 tot en met 54 jaar; 55 tot en met 64 jaar; 65 tot en met 74 jaar en 75 tot en met 85 jaar. De opleidingsniveaus25 zijn onderverdeeld in de categorieën ‘laag’, ‘midden’ en ‘hoog’.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

36

opleiding gecorrigeerde gegevens. De (gewogen) resultaten zijn voor wat betreft deze achtergrondkenmerken representatief en betrouwbaar voor de betreffende regio.26 In Bijlage A zijn de verdelingen van de respondenten naar achtergrondkenmerken te vinden. 9.1.2

Significante verschillen naar leeftijds-en opleidingsgroepen Om te onderzoeken of mensen uit verschillende leeftijds- en opleidingsgroepen anders antwoorden op de verschillende vragen en stellingen, maken we gebruik van de chikwadraattoets. Het gemiddelde van de ene groep wordt vergeleken met het gemiddelde van andere groepen. Deze toets beoordeelt of het verschil tussen groepen daadwerkelijk (met 95% betrouwbaarheid) in de populatie bestaat, of dat het verschil berust op de toevallige samenstelling van de responsgroep. Daar waar zich significante en relevante verschillen tussen groepen voordoen, wordt een beschrijving hiervan opgenomen in de rapportages. De tabellen met uitsplitsing van de resultaten naar leeftijds- en opleidingsgroepen zijn te vinden in bijlage B. Daar zien we bijvoorbeeld (tabel 34) dat respondenten met een laag opleidingsniveau in vergelijking met respondenten met een hoog opleidingsniveau vaker aangeven nog niet van de REKS op de hoogte te zijn (69% t.o.v. 46%).

9.1.3

Research Community Om de resultaten van de online peilingen te verdiepen en op onderdelen van een nadere duiding te voorzien, worden de respondenten uitgenodigd voor deelname aan een gesprek via een besloten Research Community platform: de ‘Regionale Energie Community’. Een Research Community is een besloten platform (afgeschermde website) waarop alleen de (uitgenodigde) leden van de Research Community toegang toe hebben. In de Research Community is het mogelijk met een groep mensen gedurende een bepaalde periode in gesprek te gaan over verschillende onderwerpen. Een community bestaat uit een groep van 50 tot 70 inwoners uit de betreffende regio. Zij delen gedurende een periode van 8 dagen online ideeën en gedachten over de resultaten van de peiling, over knelpunten en oplossingsrichtingen. Hiervoor worden verschillende technieken gebruikt. In de community worden vragen gesteld, stellingen voorgelegd of deelnemers worden gevraagd te reageren op een casus. De onderwerpen die aan bod komen in de Research Community zijn mede gebaseerd op de resultaten van de internetpeiling.

26

De weegfactoren voor leeftijd, opleidingsniveau en gemeente zijn opgenomen in Bijlage A, Achtergrondkenmerken.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

37

. Achtergrondkenmerken Achtergrondkenmerken respondenten

Hieronder geven we in tabellen de achtergrondkenmerken van de 2.149 respondenten van de internetpeiling weer. De gegevens zijn ongewogen. Tabel 26. Respons naar gemeenten (vraag 0) Abs

%

Dongen

99

5

Gilze en Rijen

118

5

Goirle

416

19

Haaren

86

4

Heusden

118

5

Hilvarenbeek

75

3

Loon op Zand

54

3

Oisterwijk

340

16

Tilburg

738

34

Waalwijk

105

5

Totaal

2.149

100

Tabel 31a. Weegfactoren naar gemeente27 Weegfactor Dongen

1,2095370403

Gilze en Rijen

1,0157975205

Goirle

0,2574027587

Haaren

0,7753020600

Heusden

1,7211636966

Hilvarenbeek

0,9471659661

Loon op Zand

1,9928486616

Oisterwijk

0,3539846260

Tilburg

1,3706422744

Waalwijk

2,1142746485

Tabel 27. Respons naar leeftijd (vraag 3)

27

Abs

%

16 tot en met 30 jaar

538

25

31 tot en met 40 jaar

236

11

41 tot en met 50 jaar

270

13

51 tot en met 60 jaar

404

19

61 tot en met 70 jaar

466

22

71 jaar en ouder

235

11

We hebben de resultaten gewogen naar gemeente, leeftijd en

opleidingsniveau. Hierbij is de totale weegfactor per respondent een vermenigvuldiging van deze drie variabelen, waarbij we aftoppen op 5. Een respondent krijgt daarmee nooit een hogere weegfactor dan 5.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

38

Tabel 32a. Weegfactoren naar leeftijd Weegfactor 16 tot en met 30 jaar

0,9535649510

31 tot en met 40 jaar

1,2984614535

41 tot en met 50 jaar

1,2314086390

51 tot en met 60 jaar

0,9065704657

61 tot en met 70 jaar

0,6584439639

71 jaar en ouder

1,3786190020

Tabel 28. Respons naar hoogst afgeronde opleiding (vraag 4) Abs

%

Lagere school / basisonderwijs / geen onderwijs

38

2

Vmbo / mavo

214

10

Havo / vwo

159

7

Middelbaar beroepsonderwijs (mbo)

532

25

Hoger beroepsonderwijs (hbo)

756

35

Wetenschappelijk onderwijs (universiteit)

417

19

Wil ik niet zeggen / weet ik niet

33

2

Tabel 33a. Weegfactoren naar opleidingsniveau28 Weegfactor Laag

2,3887520525

Middelbaar

1,2671290983

Hoog

0,5442866802

Tabel 29. Respons naar woningtype (vraag 1) Abs

%

Koopwoning

1.767

82

Huurwoning van een woningcorporatie

284

13

Huurwoning via particulier

68

3

Anders

30

1

Tabel 30. Respons naar woonplek (vraag 2)

28

Abs

%

Buiten de bebouwde kom (in landelijk gebied / het buitengebied).

177

8

Aan de rand van de bebouwde kom met vrij uitzicht (op weilanden, natuur, etc.).

258

12

Aan de rand van de bebouwde kom zonder vrij uitzicht.

544

25

Midden in de bebouwde kom.

1.150

54

Anders

20

1

De opleidingsniveaus zijn ingedeeld in drie categorieën: laag (lagere

school / basisonderwijs / geen onderwijs en vmbo / mavo), middelbaar (havo / vwo en middelbaar beroepsonderwijs (mbo)) en hoog (hoger beroepsonderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs (universiteit)).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

39

. Significantie naar leeftijdsen opleidingsgroepen In deze bijlage zijn de significante verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen van de vragen 5, 6, 20, 22, 25 en 28 te vinden. Daar waar zich significante verschillen van een groep respondenten ten opzichte van het gemiddelde voordoen, is dit aangegeven met een *. Vraag 5 - Als je kijkt naar wat je nu weet over de energietransitie, hoe sta je dan in het algemeen tegenover de energietransitie? Eén antwoord mogelijk. Tabel 31. Vraag 5 – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.149 / %) 16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld REKS-HvB

Zeer negatief

3

3

4

3

1

4

3

Negatief

5

10

7

7

8

11*

7

Neutraal

39*

20

23

24

30

33

32

Positief

39

38

40

41

36

37

39

Zeer positief

14

29*

26*

25*

25*

15

20

Tabel 32. Vraag 5 – uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 2.149 / %) Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld REKS-HvB

Zeer negatief

3

3

2

3

Negatief

8

6

8

7

Neutraal

39*

36*

18

32

Positief

36

41

40

39

Zeer positief

14

14

33*

20

Verschillen naar leeftijds- en opleidingsgroepen

Respondenten van 16 tot en met 30 jaar staan vaker neutraal ten opzichte van de energietransitie dan gemiddeld (39% t.o.v. 32% gemiddeld). Respondenten van 31 tot en met 40, 41 tot en met 50, 51 tot en met 60 en 61 tot en met 70 jaar staan vaker dan gemiddeld zeer positief ten opzichte van de energietransitie (respectievelijk 29%, 26%, 25% en 25% t.o.v. 20%). Respondenten van 71 jaar en ouder staan vaker dan gemiddeld negatief hier tegenover (11% t.o.v. 7% gemiddeld). Respondenten met een laag en middelbaar opleidingsniveau staan vaker dan de hoog opgeleiden neutraal ten opzichte van de energietransitie (respectievelijk 39% en 36% t.o.v. 32% gemiddeld). Hoog opgeleiden zijn vaker dan gemiddeld zeer positief hierover (33% t.o.v. 20% gemiddeld).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

40

Vraag 6 - Heb je [voordat je met deze vragenlijst startte] wel eens iets gehoord over de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS)? Eén antwoord mogelijk. Tabel 33. Vraag 6 - uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.149 / %) 16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld REKS-HvB

Ja, ik ben op de hoogte van het proces en de inhoud.

5

17

21*

18*

19*

16

13

Ja, ik heb wel eens van een REKS gehoord, maar geen idee van het proces of de inhoud.

21

29

27

25

34*

40*

27

Nee, ik was hiervan niet op de hoogte.

74*

54

52

57

47

44

60

Tabel 34. Vraag 6 - uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 2.149 / %) Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld REKS-HvB

Ja, ik ben op de hoogte van het proces en de inhoud.

5

9

25*

13

Ja, ik heb wel eens van een REKS gehoord, maar geen idee van het proces of de inhoud.

26

25

29

27

Nee, ik was hiervan niet op de hoogte.

69*

65*

46

60

Verschillen naar leeftijds- en opleidingsgroepen

Respondenten met de leeftijd van 16 tot en met 30 jaar geven vaker dan gemiddeld aan niet op de hoogte te zijn van de REKS (74% t.o.v. 60% gemiddeld). Respondenten van 41 tot en met 50, 51 tot en met 60 en 61 tot en met 70 jaar zijn vaker dan gemiddeld op de hoogte van het proces en de inhoud van de REKS (respectievelijk 21%, 18% en 19% t.o.v. 13% gemiddeld). Respondenten van 61 tot en met 70 jaar en van 71 jaar en ouder hebben vaker dan gemiddeld weleens over de REKS gehoord, maar zijn niet op de hoogte van het proces en/of de inhoud hiervan (respectievelijk 34% en 40% t.o.v. 27% gemiddeld). Respondenten met een laag en middelbaar opleidingsniveau geven relatief vaak aan nog niet van de REKS op de hoogte te zijn (respectievelijk 69% en 65% t.o.v. 60% gemiddeld). Dit terwijl respondenten met een hoog opleidingsniveau vaker dan gemiddeld aangeven bekend te zijn met het proces en de inhoud van de RES (25% t.o.v. 13% gemiddeld). Vraag 20 - In hoeverre vind je de volgende aspecten belangrijk? Tabel 35. Vraag 20a – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.892 / %) 16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld REKS-HvB

Heel belangrijk

21

40

56*

46*

42*

42*

35

Belangrijk

58*

41

32

45

47

45

49

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

14*

15*

7

3

7

5

10

Onbelangrijk

2

4

4

2

3

5*

3

Weet niet / geen mening

6*

0

1

3

1

4

4

A. Inwoners kunnen meedenken bij windprojecten.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

41

Tabel 36. Vraag 20b – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.892 / %) B. Inwoners kunnen meedenken bij zonneprojecten.

16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld REKS-HvB

Heel belangrijk

19

36

53*

44*

42*

43*

33

Belangrijk

59*

44

31

47

50

44

50

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

15*

17*

10

5

4

3

11

Onbelangrijk

3

4

4

2

2

5

3

Weet niet / geen mening

5*

0

1

2

1

5

3

Tabel 37. Vraag 20c – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.892 / %) C. Inwoners kunnen investeren in windprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen.

16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld REKS-HvB

Heel belangrijk

10

25*

27*

19

18

15

16

Belangrijk

37

43

29

36

36

37

36

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

34*

21

28

25

34

27

30

Onbelangrijk

8

11

12

12

9

13

10

Weet niet / geen mening

11*

1

4

8

3

8

8

Tabel 38. Vraag 20d – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.892 / %) D. Inwoners kunnen investeren in zonneprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen.

16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld REKS-HvB

Heel belangrijk

11

25*

28*

19

18

16

17

Belangrijk

38

41

30

39

40

35

37

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

31*

22

27

27

32

27

29

Onbelangrijk

8

11

11

9

8

11

9

Weet niet / geen mening

11*

1

4

7

2

10

8

Tabel 39. Vraag 20e – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.892 / %) E. Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van windprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie).

16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld REKS-HvB

8

26*

24*

19

20*

16

15

Belangrijk

34

36

31

33

36

39

35

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

34*

21

29

27

29

23

30

Onbelangrijk

10

14

11

12

11

15

11

Weet niet / geen mening

14*

2

5

8

3

8

9

Heel belangrijk

Tabel 40. Vraag 20f – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.892 / %) F. Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van zonneprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie).

16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld REKS-HvB

Heel belangrijk

10

27*

27*

21

21

19

17

Belangrijk

33

34

30

36

38

36

34

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

32*

23

28

26

28

25

29

Onbelangrijk

9

14

10

9

10

12

10

Weet niet / geen mening

15*

2

4

8

3

9

10

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

42

Tabel 41. Vraag 20a – uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.892 / %) Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld REKS-HvB

Heel belangrijk

22

34

46*

35

Belangrijk

58*

49

42

49

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

13*

9

7

10

Onbelangrijk

1

4*

3

3

Weet niet / geen mening

6*

4

2

4

Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld REKS-HvB

Heel belangrijk

21

32

43*

33

Belangrijk

58*

51

43

50

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

15*

9

9

11

Onbelangrijk

2

4*

3

3

Weet niet / geen mening

5*

4

1

3

A. Inwoners kunnen meedenken bij windprojecten.

Tabel 42. Vraag 20b – uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.892 / %) B. Inwoners kunnen meedenken bij zonneprojecten.

Tabel 43. Vraag 20c – uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.892 / %) C. Inwoners kunnen investeren in windprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen.

Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld REKS-HvB

Heel belangrijk

10

14

23*

16

Belangrijk

35

37

37

36

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

37*

31

24

30

Onbelangrijk

5

11

12*

10

Weet niet / geen mening

13*

7

4

8

Tabel 44. Vraag 20d – uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.892 / %) D. Inwoners kunnen investeren in zonneprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen.

Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld REKS-HvB

Heel belangrijk

11

14

24*

17

Belangrijk

33

40

38

37

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

38*

28

23

29

Onbelangrijk

4

11

12*

9

Weet niet / geen mening

13*

8

4

8

Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld REKS-HvB

9

13

24*

15

Belangrijk

28

37*

37

35

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

40*

28

23

30

Onbelangrijk

8

14*

12

11

Weet niet / geen mening

16*

9

3

9

Tabel 45. Vraag 20e – uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.892 / %) E. Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van windprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie). Heel belangrijk

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

43

Tabel 46. Vraag 20f – uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.892 / %) F. Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van zonneprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie).

Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld REKS-HvB

Heel belangrijk

10

15

26*

17

Belangrijk

27

37*

37

34

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

38*

27

22

29

Onbelangrijk

7

11

12

10

Weet niet / geen mening

18*

9

3

10

Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

Jongeren (16 t/m 30 jaar) lijken relatief iets minder geïnteresseerd in het meedenken, investeren of mede-eigenaar worden bij wind- en zonneprojecten. Zij antwoorden relatief vaak ‘niet belangrijk / niet onbelangrijk’ of ‘weet niet / geen mening’ op bovengenoemde stellingen. Respondenten van 31 tot en met 40 jaar en van 41 tot en met 50 jaar geven vaker dan gemiddeld aan dat zij investeringen in en mede-eigenaarschap bij wind- en zonneprojecten heel belangrijk vinden. Verder vinden de leeftijdsgroepen van boven de 40 jaar het relatief vaak heel belangrijk om mee te kunnen denken bij wind- en zonneprojecten. Over het algemeen lijken lager opgeleiden een wat minder sterke mening te hebben over het meedenken, mee-investeren of mede-eigenaar worden in wind- en zonneprojecten. Zij antwoorden relatief vaak ‘niet belangrijk / niet onbelangrijk’ of ‘weet niet / geen mening’ op bovengenoemde stellingen. Hoger opgeleiden antwoorden op alle voorgenoemde stellingen significant vaker ‘(heel) belangrijk’. Opvallend is wel dat hoger opgeleiden bij de stellingen rondom investeren in wind- en zonneprojecten zit dit zowel relatief vaker dan gemiddeld ‘heel belangrijk’ als relatief vaker dan gemiddeld ‘onbelangrijk’ vinden. De meningen binnen deze groep zijn dus blijkbaar verdeeld.

De middelbaar opgeleiden scoren relatief hoger dan gemiddeld op zowel ‘belangrijk’ als ‘onbelangrijk’ bij de stelling over mede-eigenaarschap bij windprojecten. Vraag 22 - Stel, er komt in jouw omgeving een zonnepark of een windturbine. Zou je daaraan willen meedoen? Eén antwoord mogelijk. Tabel 47. Vraag 22 - uitgesplitst naar leeftijdsgroepen ((N = 1.888 / %) 16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld REKS-HvB

Ja, via een lokaal samenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie

10

16

22*

19*

18

13

14

Ja, door stukjes van een zonnepark of windturbine te kopen (via aandelen, certificaten of obligaties)

10

21*

13

18*

12

8

13

Nee, ik heb hier geen interesse in

25

13

20

19

23

29*

23

Misschien, dat kan ik niet nog niet inschatten

50*

42

36

37

32

41

43

Ik neem al deel in een zonnepark of windturbine

3

4

2

2

6*

5

3

Anders

2

4

6

5

9*

5

4

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

44

Tabel 48. Vraag 22 - uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.888 / %) Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld REKS-HvB

Ja, via een lokaal samenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie

8

13

20*

14

Ja, door stukjes van een zonnepark of windturbine te kopen (via aandelen, certificaten of obligaties)

7

14

17*

13

Nee, ik heb hier geen interesse in

26

25*

17

23

Misschien, dat kan ik niet nog niet inschatten

52*

41

38

43

Ik neem al deel in een zonnepark of windturbine

5*

2

3

3

Anders

2

5

5

4

Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

Respondenten tussen de 16 en 30 jaar van energieregio Hart van Brabant geven vaker dan gemiddeld aan nog niet te kunnen inschatten of zij deel willen nemen aan een zonnepark of windturbine in de regio (50% t.o.v. 43% gemiddeld). Respondenten tussen de 31 en 40 jaar geven vaker dan gemiddeld de voorkeur aan deelname door stukjes van een zonnepark of windturbine te kopen (21% t.o.v. 13% gemiddeld), evenals respondenten tussen de 51 en 60 jaar (18% t.o.v. 13%). Respondenten tussen de 41 en 50 jaar en tussen de 51 en 60 jaar geven vaker dan gemiddeld de voorkeur aan deelname middels een lokaalsamenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie (respectievelijk 22% en 19% t.o.v. 14% gemiddeld). Tot slot geven respondenten van 71 jaar en ouder vaker dan gemiddeld aan geen interesse in deelname te hebben (29% t.o.v. 23%). Respondenten met een laag opleidingsniveau geven relatief vaak aan nog niet te kunnen inschatten of zij willen deelnemen aan een zonnepark of windturbine in de regio (52% t.o.v. 43% gemiddeld) of dat zij al deelnemen hieraan (5% t.o.v.. 3% gemiddeld). Respondenten met een middelbaar opleidingsniveau geven vaker dan gemiddeld aan dat zij geen interesse hebben in deelname aan een zonnepark of windturbine in de regio (25% t.o.v. 23%).

Respondenten met een hoog opleidingsniveau relatief vaak aangeven via een lokaal samenwerkingsverband / lokale energiecoöperatie (20% t.o.v. 14% gemiddeld) of door stukjes van een zonnepark of windturbine te kopen te willen deelnemen hieraan (17% t.o.v. 13% gemiddeld).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

45

. Vragenlijst internetconsultatie REKS Hart van Brabant Vragen energietransitie in Hart van Brabant Fijn dat je wilt meedoen aan dit onderzoek over de opwek van duurzame energie in Hart van Brabant. Onze gemeenten, de provincie, de waterschappen en de netbeheerder hebben gezamenlijk een plan gemaakt voor de energietransitie in onze regio. Dit deden ze samen met inwoners, het bedrijfsleven, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties. In deze vragenlijst leggen we je graag enkele keuzes voor die we in dit plan hebben gemaakt of nog te maken zijn. Het invullen van deze vragenlijst duurt ongeveer 15 minuten. 0. In welke gemeente woon je? Enkelkeuze: > routing naar goede sectie (regiospecifieke). Regio Hart van Brabant Regio Noordoost Brabant

         

Dongen Gilze en Rijen Goirle Haaren Heusden Hilvarenbeek Loon op Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk

               

Bernheze

Regio West Brabant Altena

Boekel

Alphen-Chaam

Boxmeer

Baarle-Nassau

Boxtel

Bergen op Zoom

Cuijk

Breda

Grave

Drimmelen

Haaren

Etten-Leur

’s-Hertogenbosch

Geertruidenberg

Landerd

Halderberge

Meierijstad

Moerdijk

Mill en Sint Hubert

Oosterhout

Oss

Roosendaal

Sint Anthonis

Rucphen

Sint-Michielsgestel

Steenbergen

Uden

Woensdrecht

Vught

Zundert

Regio Zuidoost Brabant

                    

Ik woon in een andere (Brabantse) gemeente > einde vragenlijst tekstblok: “Deze vragenlijst is alleen bedoeld voor inwoners van een gemeente in Hart van Brabant. Je valt helaas buiten deze doelgroep. Je kunt dit venster nu sluiten.”

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

46

Asten Bergeijk Best Bladel Cranendonck Deurne Eersel Eindhoven Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Heeze-Leende Helmond Laarbeek Nuenen Oirschot Reusel-De Mierden Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre

Vooraf Willen we je graag enkele achtergrondvragen stellen. We wijzen je er op dat alle gegevens die je invult anoniem verwerkt worden en vertrouwelijk worden behandeld. Deze achtergrondvragen gebruiken we om de antwoorden achteraf uit te kunnen splitsen naar specifieke kenmerken, zoals leeftijdsgroepen. 1.

Woon je in een huur- of koopwoning?

   

Koopwoning

2.

Waar woon je?

    

Landelijk gebied / in het buitengebied (buiten de bebouwde kom)

3.

Wat is je leeftijd?

4.

Wat is je hoogst afgeronde opleiding (met een diploma)?

      

Lagere school / basisonderwijs / geen onderwijs

Huurwoning van een woningcorporatie Huurwoning via particulier Anders, namelijk: …

Aan de rand van de bebouwde kom met vrij uitzicht (op weilanden, natuur, etc.) Aan de rand van de bebouwde kom zonder vrij uitzicht Midden in de bebouwde kom Anders, namelijk:

Vmbo / mavo Havo / vwo Middelbaar beroepsonderwijs (mbo) Hoger beroepsonderwijs (hbo) Wetenschappelijk onderwijs (universiteit) Wil ik niet zeggen / weet ik niet

Algemeen 5. Als je kijkt naar wat je nu weet over de energietransitie, hoe sta je dan in het algemeen tegenover de energietransitie? Klik op de schaal om het handvat te plaatsen. Zeer negatief -------1-------2-------3-------4--------5 ------- zeer positief 6.

Heb je [voordat je met deze vragenlijst startte] wel eens iets gehoord over de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS)?

 

Ja, ik ben op de hoogte van het proces en de inhoud.

Nee, ik was hiervan niet op de hoogte.

Ja, ik heb wel eens van een REKS gehoord, maar geen idee van het proces of de inhoud.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

47

(Invullen voor de ‘ja’s’ uit vraag 6) 7. Op welke manier ben je aan informatie gekomen over de REKS (meerdere antwoorden mogelijk)?

      

Mijn gemeente De website van Regio Hart van Brabant De REKS-nieuwsbrief Mensen in mijn omgeving Sociale media Televisie, krant of radio Anders, namelijk:

Klimaatadaptatie Het klimaat verandert en dat zorgt voor extremer weer. Denk aan langere en hetere zomers en hevigere neerslag. Daar moeten we onze omgeving op aanpassen, bijvoorbeeld door water langer vast te houden, steden te vergroenen en nieuwe bossen te planten. In Hart van Brabant onderzoeken we hoe we om kunnen gaan met deze effecten van klimaatverandering. 8.

Hoe kijk je naar de verandering van het klimaat en de aanpassingen die we hierdoor aan onze omgeving moeten doen? Als je wilt kun je jouw antwoord toelichten. helemaal eens

eens

niet eens/ niet oneens

oneens

helemaal oneens

Weet niet / geen mening

Ik maak mij zorgen over klimaatverandering en de gevolgen voor mijn leefomgeving.

Ik maak mij zorgen om overstromingen in mijn omgeving.

Ik maak mij zorgen om wateroverlast in mijn omgeving, bijvoorbeeld bij hevige regen.

Ik maak mij zorgen om droogte in mijn omgeving. Ik maak mij zorgen om hitte in mijn omgeving.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

48

Ik vind dat de aanleg van winden zonneparken gecombineerd moet worden met het aanpassen van de omgeving aan het veranderende klimaat

8a. Als je wilt kun je jouw antwoorden van bovenstaande vraag toelichten.

9.

Er zijn verschillende manieren om onze omgeving aan te passen aan het veranderende klimaat. Wat vind je dan geschikte opties om naar te kijken? Je kan maximaal drie opties kiezen die jou het meeste aanspreken.

         

De samenstelling van de bodem aanpassen, zodat het (meer) CO2 kan vasthouden (Regen)water vasthouden om droogte te voorkomen Langs randen van steden en dorpen plekken maken die koeler zijn Steden en dorpen vergroenen om hitte in de bebouwing te voorkomen Meer inzetten op duurzame landbouw Naaldbos vervangen door loofbos, dat meer CO2 kan vasthouden Nieuw bos aanplanten Dat weet ik niet / geen mening Geen van bovenstaande Anders, namelijk: …

Energie besparen De meest duurzame energie is energie die we niet hoeven op te wekken. Daarom willen we zo veel mogelijk energie besparen: in 2030 20%, en in 2050 zelfs 50% van het huidige gebruik. Dat kan bijvoorbeeld door huizen en kantoren beter te isoleren of energieneutraal te bouwen. 10. In de REKS hebben we de ambitie om het besparen van energie te versnellen. Wie vind je dat daarin het voortouw moet nemen?

 

De overheid (zij moet geld beschikbaar stellen om huizen te isoleren)

 

Deze ontwikkeling gaat vanzelf, extra tijd en geld van de overheid is niet nodig

Alle huiseigenaren dragen hierin eigen verantwoordelijkheid (zij kunnen dit doen of niet, en eventueel gebruik maken van een duurzaamheidslening) Anders, namelijk…

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

49

11. Waar moet de overheid prioriteit aan geven als het gaat om energiebesparing? Maximaal 2 antwoorden mogelijk.

   

Advies geven over de mogelijkheden tot aanpassing in en rond de woning

 

Verplicht stellen van energiebesparende maatregelen

Verlenen van subsidies voor energiebesparende maatregelen Geven van een lening voor energiebesparende maatregelen Organiseren van collectieve acties (zoals het gezamenlijk inkopen van ledverlichting) Anders, namelijk…

12. In de REKS willen we energie in de toekomst graag zo duurzaam mogelijk opwekken. Daarbij kunnen we verschillende keuzes maken. Wat vind jij het belangrijkste? Maximaal 3 antwoorden mogelijk.

 

We kiezen altijd voor de duurzame optie die de meeste energie oplevert

We gebruiken zo veel mogelijk ruimte die ‘over’ is, dus ruimte die nu niet echt een functie heeft (denk aan oude stortplaatsen, reststroken langs infrastructuur en leegstand op bedrijventerreinen)

We proberen de opwek van wind- en zonne-energie te combineren met 'nieuwe landschappen', bijvoorbeeld met windmolens bij nieuwe bossen, of zonnevelden in recreatiegebieden.

We kiezen voor de mogelijkheden die het beste passen bij het elektriciteitsnetwerk dat we nu hebben

We kiezen voor de mogelijkheden die mensen in de regio het meest passend vinden

We kiezen voor de mogelijkheden die bijdragen aan een betaalbare energietransitie voor iedereen

De financiële opbrengsten worden voor een deel gebruikt om te investeren in een fijne omgeving om te wonen

Zonne-energie In de toekomst willen we met wind- en zonne-energie voldoende elektriciteit opwekken, zonder dat het ten koste gaat van ons Brabantse landschap. Zo kunnen we voor zonneenergie bijvoorbeeld gebruik maken van daken van huizen en grote daken van bedrijven, maar we kunnen ook zonneparken aanleggen (parken met meerdere zonnepanelen bij elkaar). 13. Binnen de REKS hebben we gezegd dat we geen zonneparken willen in het Natuurnetwerk Brabant en in beekdalen, maar er zijn ook nog veel andere mogelijkheden. Hieronder zie je een aantal varianten die in Hart van Brabant wél mogelijk zijn. Welke variant(en) spreekt / spreken jou het meest aan? Maximaal 2 antwoorden mogelijk.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

50

Variant 1

Zonneparken in combinatie met windturbines.

Variant 2

Zonneparken in recreatiegebieden en op open water, zoals meren.

Variant 3

Zonneparken in knooppunten / Zonneparken op restruimtes langs (snel)wegen en spoorlijnen.

Variant 4 Kleinere zonneparken aan de randen van woonkernen en industrie.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

51

Variant 5

Zonneparken in (nieuwe) natuur, in combinatie met het aanpassen van de omgeving aan de gevolgen van klimaatverandering (enorme regenval in korte tijd, langere tijd van grote droogte).

Anders, namelijk:

14. En welke variant spreekt je het minst aan? Je kunt er één kiezen. (Zie tegels hierboven)

  

Variant 1: Zonneparken in combinatie met windturbines

 

Variant 4: Kleinere zonneparken aan de randen van woonkernen en industrie /

Anders namelijk,…

Variant 2: Zonneparken in recreatiegebieden en op open water, zoals meren. Variant 3: Zonneparken in knooppunten en op restruimtes langs (snel)wegen en spoorlijnen. Variant 5: Zonneparken in (nieuwe) natuur, in combinatie met het aanpassen van de omgeving aan de gevolgen van klimaatverandering (enorme regenval in korte tijd, langere tijd van grote droogte).

Windenergie Over een paar jaar staan er in Hart van Brabant ruim 40 extra windturbines, bovenop de windturbines die er nu al zijn. Na 2030 komen daar nog ongeveer 10 windturbines bij. Sommige gebieden zijn niet geschikt zijn voor windturbines. Zo kunnen we in delen van de regio geen windmolens plaatsen vanwege de vliegbasis Gilze-Rijen en Eindhoven Airport. Er zijn ook plekken waar we dat niet willen, bijvoorbeeld in natuurgebieden of op (vruchtbare) landbouwgrond. Gebieden waar wel mogelijkheden zijn voor windmolens, noemen we de zoekgebieden. Op de kaart zie waar die zoekgebieden liggen (de blauwe en geel-blauwe sterren). Het betekent niet dát daar windturbines terechtkomen, maar dat we daar verder onderzoek gaan doen naar de mogelijkheden voor het plaatsen van windturbines.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

52

15. Geef aan in hoeverre je het eens of oneens bent met de volgende stellingen. Als je wilt, kun je per stelling een toelichting geven. Let wel op dat het om zoekgebieden gaat, niet om de precieze plekken waar de sterren in de kaart zijn geplaatst. Klik op de schaal om het handvat te plaatsen. a. Ik vind het zoekgebied (gele en blauwe sterren) in het noorden van de regio een geschikt zoekgebied. Helemaal oneens -------1-------2-------3-------4--------5 ------- helemaal eens Omdat,….

Weet niet / geen mening

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

53

b. Ik vind het zoekgebied (gele en blauwe sterren) langs de ring van Tilburg een geschikt zoekgebied. Helemaal oneens -------1-------2-------3-------4--------5 ------- helemaal eens Omdat,….

Weet niet / geen mening

c. Ik vind het zoekgebied (gele en blauwe sterren) langs de A58 tussen Tilburg en Eindhoven een geschikt zoekgebied. Helemaal oneens -------1-------2-------3-------4--------5 ------- helemaal eens Omdat,….

Weet niet / geen mening

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

54

Op dit moment kan het elektriciteitsnetwerk in het zuiden van de regio (rondom Hilvarenbeek en Goirle) nog geen grootschalige windenergie aan. Als na 2030 het netwerk op orde is, kunnen we 10 windmolens plaatsen boven nieuw te ontwikkelen loofbos en landgoederen. We passen het gebied dan gelijk aan klimaatverandering aan. d. Ik vind de zoekgebieden (gearceerde deel op de kaart) rondom Goirle en Hilvarenbeek geschikte locaties. Helemaal oneens -------1-------2-------3-------4--------5 ------- helemaal eens Omdat,….

Weet niet / geen mening

16. Windturbines kunnen op verschillende manieren geplaatst worden. Welke opstelling heeft jouw voorkeur?

Windturbines in groepjes bij elkaar (clusters, bijvoorbeeld in landelijk gebied of bij bedrijventerreinen)

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

55

Windturbines in lijnen (bijvoorbeeld langs water of snelwegen)

Windturbines verspreid over de regio waar ze het best passen (hagelslag)

Ik sta sowieso negatief ten opzichte van windenergie, ongeacht hoe windturbines geplaatst worden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1254/documents/19915