03 Bijlage 1 bij raadsvoorstel Concept Omgevingsvisie Goirle.pdf
Tekst van het document
CONCEPT OMGEVINGSVISIE GOIRLE
Colofon: P.M.
Concept-versie 3.2 23-3-2021
2 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
Voorwoord P.M.
CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 3
Leeswijzer De huidige versie is een concept-omgevingsvisie. Deze is zoveel mogelijk gebaseerd op bestaand beleid en/of recente besprekingen met het bestuur en onze partners. Deze concept-versie is bedoeld als ‘bespreekstuk’ voor behandeling in het college en de gemeenteraad. Op basis hiervan scherpen we keuzes aan en nemen we stelling. De concept-omgevingsvisie van de gemeente Goirle bestaat uit de volgende onderdelen: Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding voor het opstellen van deze omgevingsvisie. De inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt kort toegelicht, waarna we het proces tot nu toe en de vervolgstappen beschrijven. Daarnaast beschrijven we kort de rolopvatting en sturingsfilosofie die we als gemeente in de toekomst voor ons zien en wat voor type omgevingsbeleid hiervoor benodigd is. Hoofdstuk 2 beschrijft de Gôolse identiteit en kernkwaliteiten die centraal staan in deze omgevingsvisie. Hierin zijn de drie centrale waarden opgenomen die de gemeente typeren en de basis vormen voor de toekomstige ontwikkelrichting. Daarnaast hebben we aandacht voor de positie van de gemeente Goirle in de regio. In hoofdstuk 3 zetten we de koers op hoofdlijnen uit. Hierbij gebruiken we de lagenbenadering. We benoemen allereerst de kernkwaliteiten die we willen borgen voor de toekomst, dit noemen we de ‘kwaliteitslaag’.
Daarna gaan we in op de duurzame netwerken, zoals infrastructurele verbindingen, waar we bij nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk op aansluiten. Dit noemen we de ‘netwerklaag’. Daarna beschrijven we aan welke nieuwe ontwikkelingen en activiteiten we ruimte bieden. Dit noemen we de ‘gebruikslaag’. Tot slot reflecteren we op de randvoorwaarden voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving op het gebied van milieukwaliteiten. Dit doen we in de ‘milieulaag’. Hoofdstuk 4 beschrijft de koers per deelgebied. Waarbij we ingaan op gebiedsspecifieke ambities, prioriteiten en milieukwaliteiten. Hoofdstuk 5 laat zien hoe we de omgevingsvisie toepassen. We benoemen hier de samenhang met andere omgevingswetinstrumenten en maken een koppeling met de uitvoering van de omgevingsvisie. We sluiten ieder hoofdstuk af met een conclusie en een aantal spelregels voor onze omgeving. In Hoofdstuk 6 bundelen we deze Gôôlse spelregels.
4 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
▲Afbeelding 0.1 Schematische weergave omgevingsvisie
Inhoudsopgave Voorwoord en Leeswijzer
3
Hoofdstuk 1 – Inleiding 1.1. Omgevingswet en omgevingsvisie 1.2. Rol en sturingsfilosofie 1.3 Global Goals 1.4. Procesbeschrijving 1.5. Reflectie - Wat betekent dit?
7 8 9 11 12 14
Hoofdstuk 2 – Goirle in 2020, op weg naar de toekomst 2.1. Krachten en aandachtspunten 2.2. Centrale waarden 2.3. Ruimtelijke structuur 2.4. Regionale positionering 2.5. Reflectie - Wat betekent dit?
15 16 20 22 24 26
Hoofdstuk 3 –Lagen van de omgevingsvisie 3.1. De kwaliteiten 3.2. Het netwerk 3.3. Het gebruik 3.4. Het milieu 3.5. Reflectie - Wat betekent dit?
27 29 33 36 43 47
Hoofdstuk 4 – Koers per deelgebied 4.1. Buitengebied West 4.2. Buitengebied Midden 4.3. Buitengebied Oost 4.4. Dorpskern Riel 4.5. Woonwijken Goirle 4.6. Centrumgebied Goirle 4.7. A58-zone 4.8. Bedrijventerrein Veertels 4.9. Bedrijventerrein Tijvoort 4.10. Reflectie - Wat betekent dit?
49 52 54 56 58 60 62 64 66 68 70
Hoofdstuk 5 – Uitvoering en monitoring 5.1. Relatie met andere instrumenten 5.2. Monitoring 5.3. Grond en financiën 5.4. Reflectie - Wat betekent dit?
71 72 74 75 76
Hoofdstuk 6 – Samenvatting: de Gôôlse Spelregels
77
Bijlagen B.1. Projectenmatrix B.2. Gebiedsschets GGD
78 79 81
CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 5
Hoofdstuk 1. Inleiding
CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 7
1.1 Omgevingswet en de omgevingsvisie We bereiden ons voor op de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2022 in werking treedt. De Omgevingswet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De wet regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Met de Omgevingswet wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. Dit vraagt om een andere werk- en denkwijze van onze gemeente, maar ook van andere overheden, inwoners en bedrijven. Er zijn straks minder regels die bovendien meer overzichtelijk zijn en er is meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk. Integrale afweging van initiatieven en het geven van vertrouwen zijn sleutelbegrippen. Het doel en de meerwaarde van een initiatief in de fysieke leefomgeving moet centraal staan in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’ De Omgevingswet bevat een aantal instrumenten waarmee overheden de doelen van de wet in de praktijk gaan brengen (zie ook afbeelding 1.1). Deze instrumenten worden de ‘kerninstrumenten’ genoemd. Eén van de (verplichte) instrumenten voor gemeenten, die voortvloeit uit de aankomende Omgevingswet, is de omgevingsvisie.
In de omgevingsvisie zetten we ‐ samen met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners - de integrale koers uit op weg naar de toekomst, gericht op een fysieke leefomgeving waarin mensen gelukkiger, gezonder en veiliger zijn. We nemen de bestaande kwaliteiten van onze gemeente als vertrekpunt en houden daarbij rekening met uitdagingen die op ons afkomen in de aankomende decennia. Daarnaast bouwt de visie verder op eerder opgesteld beleid van de gemeente en andere overheden.
Vanuit dit vertrekpunt beschrijven en verbeelden we in de omgevingsvisie onze ambities, kaders en richtlijnen voor de fysieke leefomgeving van de gemeente. Zo bepalen we onze positie en nemen ‐ waar dat nodig is ‐ stelling over de inrichting van onze omgeving. De omgevingsvisie vormt hiermee onze leidraad voor de inrichting van de fysieke leefomgeving voor de middel- (5-10 jaar) en lange termijn (>10 jaar). We beschrijven ook de benodigde initiatieven en inspanningen voor essentiële hoofdopgaven in de komende tien jaar. De omgevingsvisie biedt bovendien een ‘flexibel raamwerk’ (met ‘spelregels’) voor nieuwe ontwikkelingen met heldere uitgangspunten voor alle partijen; het is de toetssteen voor het gemeentelijk bestuur waarlangs plannen, projecten en initiatieven worden gelegd, maar ook een enthousiasmerende uitnodiging naar de samenleving. Kortom, een ‘integraal inspiratie- en afwegingskader’ en de opmaat voor de andere kerninstrumenten zoals het omgevingsplan. Het is belangrijk om de omgevingsvisie te plaatsen in het geheel van de beleidscyclus. We zorgen voor een periodieke actualisering. Het ‘verhaal van Goirle’, uitgewerkt in de drie centrale waarden, blijft hierbij het uitgangspunt. De inhoud kan de komende jaren op onderdelen veranderen, maar het raamwerk van waarden, lagen en gebieden blijft op hoofdlijnen gelijk.
◄ Afbeelding 1.1 Doelen van de Omgevingswet Bron: Omgevingswetportaal.nl
8 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
1.2 Rol en sturingsfilosofie De omgevingsvisie is geen blauwdruk, maar stippelt een integrale koers uit richting de toekomst. Als gemeente gaan we de ambities en doelstellingen uit deze omgevingsvisie samen met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners verwezenlijken. In de omgevingsvisie formuleren we de kaders en richtlijnen en laten daarbinnen ruimte vrij voor initiatieven vanuit de samenleving. Op deze manier bewegen we naar een ‘netwerkende’ overheid (zie ook afbeelding 1.2). Dit is nodig omdat we bij de realisatie van onze doelen steeds meer afhankelijk zijn van bijvoorbeeld andere overheden, belangenorganisaties, inwoners en ondernemers. Daarom wordt de samenwerking met onze partners en inwoners steeds belangrijker. We betrekken onze inwoners dan ook zo vroeg mogelijk en nodigen hen uit om zichzelf te laten horen en met goede initiatieven en ideeën te komen. De omgevingsvisie biedt hierbij een wenkend perspectief waarmee we enthousiasmeren en uitnodigen om gezamenlijk deel te nemen aan de realisatie van de visie. Deze nieuwe rolopvatting vraagt van alle partijen (inclusief de samenleving) een cultuurverandering die betrekking heeft op de manier van werken, besturen, initiatieven indienen en participeren. Hieronder gaan we nader in op hoe wij als overheid in deze veranderende rol willen groeien.
Organisatievisie
Met de gemeentelijke organisatievisie spelen we in op de benodigde cultuurverandering. De gemeentelijke organisatievisie staat voor een dynamische organisatie die vanuit een sterke basis actief en flexibel inspeelt op haar omgeving en ontwikkelingen daarin; toegankelijk is voor inwoners en partners en die ook opzoekt om samen het goede te doen; het maatschappelijk belang dient, waarbij ze ook oog heeft voor individuele wensen van inwoners, bedrijven en organisaties. Kortom, een organisatie die ‘schakelt’. Om te ontwikkelen tot een dergelijke, dynamische organisatie zijn een aantal uitgangspunten opgesteld: • Luisteren: we betrekken inwoners actief en geven ruimte om mee te denken, te bepalen en/of te prioriteren. Zij hebben immers de kennis en ervaring. Hun inbreng wordt op waarde geschat, maar tegelijkertijd houden we als gemeente oog voor het maatschappelijk belang vanuit de basis van onze wettelijke taken. • Samenwerken: zowel intern tussen de verschillende beleidsvelden, als extern met inwoners, ondernemers en andere relevante partners zoeken we de samenwerking op. Zo gaan we integraal en effectief te werk en bepalen we samen de agenda. Dit zorgt voor vertrouwen! Het is hierbij belangrijk om te weten waar Goirle als gemeente voor staat. De drie centrale waarden uit deze visie dienen hiervoor als basis.
•
•
Professioneel: we zijn een professionele organisatie die zich blijft ontwikkelen. We leveren gedegen professioneel werk, waarin het onze rol is om te sturen op belangrijke thema’s en de gestelde koers te houden. De gemeente staat daarnaast open voor input van inwoners en ondernemers die zij laagdrempelig kunnen leveren. Hierbij wegen we af wat wel, dan wel niet wordt meegenomen en dit wordt goed beredeneerd naar buiten gebracht. Bewegen: we blijven nieuwsgierig en staan open voor nieuwe ontwikkelingen en werkwijzen. Medewerkers kijken verder dan hun directe vakgebied en in het besef dat alles samenhangt. We bewegen mee met ontwikkelingen die lokaal en mondiaal spelen en passen beleid hierop aan. Hiermee groeien we naar een integrale werkwijze.
Sturingsfilosofie
Onder de Omgevingswet en vanuit de organisatievisie draait het dus om ruimte geven en partners en inwoners vroegtijdig betrekken, maar het algemeen maatschappelijk belang hierbij niet uit het oog te verliezen. Oftewel loslaten wat kan, maar op onderdelen in regie blijven. We groeien toe naar een andere verhouding tussen overheid en samenleving. Het beschermen en benutten van de leefomgeving wordt hiermee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, bedrijven en inwoners. Doordat de gemeente niet alleen de verantwoordelijkheid draagt voor fysieke en ruimtelijke vraagstukken verandert haar rol van primaire uitvoerder of beheerder naar medebelanghebbende. Dat speelt niet alleen in de fase van visievorming maar ook in de uitvoering van het beleid. In plaats van draagvlak te zoeken voor overheidsideeën gaat de gemeente samen met de samenleving opzoek naar commitment voor de uitvoering van gezamenlijk gestelde doelen. Onze visie op overheidssturing is van invloed op de vorm en de uitwerking van de omgevingsvisie. We hebben als overheid diverse rollen en sturingsfilosofieën tot onze beschikking. Deze meervoudigheid van overheidssturing is te vatten in vier benaderingen van sturing (zie afbeelding 1.2). In elk van de vier benaderingen gaat het om overheidssturing, in die zin dat de overheid doelen formuleert en die probeert te realiseren in interactie met de omgeving.
De aanduidingen in de kwadranten geven accenten aan in de rolopvatting en geen scheidingen. Zo wil de ‘Netwerkende Overheid’ óók prestaties leveren en ook zorgvuldig en duidelijk de kaders stellen, net als de ‘Rechtmatige Overheid’.
CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 9
Vanuit de reflectie op het kwadrantenmodel in afbeelding 1.2 concluderen we dat we in de afgelopen jaren al veel meer van buiten naar binnen zijn gaan werken. Echter, veel van ons huidig beleid is nog voornamelijk vanuit een ‘Rechtmatige’ sturingsfilosofie tot stand is gekomen. Dat wil zeggen dat de randvoorwaarden of regels waarop we sturen in eerste instantie vanuit de gemeente zijn bedacht en opgesteld. Op termijn willen we meer richting een ‘netwerkende’ rol groeien. Waarbij we dus zowel meer van ‘buiten naar binnen’ werken als meer kwalitatief op achterliggende doelen willen sturen.
De mate waarin we dit doen verschilt overigens wel per thema. In een aantal gevallen neemt de gemeente het voortouw vanuit het algemeen maatschappelijk belang en staat toch vooral de gemeente ‘aan de lat’. Maar waar mogelijk nodigt zij de samenleving of andere partners uit om aan de slag te gaan met het realiseren van de doelstellingen. Waar de grens tussen ‘ruimte bieden aan de samenleving’ en ‘regie pakken vanwege algemene maatschappelijke belangen’ precies ligt zal komende jaren middels het politieke debat verder geconcretiseerd worden, maar met deze omgevingsvisie zetten we een eerste stap.
Afbeelding 1.2 Kwadrantenmodel sturingsfilosofie. ▲ Bron: gebaseerd op NSOB, Zie voor meer informatie: Sedimentatie in sturing (Van der Steen et. al., 2015) 10 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
1.3 Sturen op Global Goals Naast de manier van sturen is het net zo belangrijk om te bepalen waarop we sturen. We hebben in de ‘Uitvoeringsagenda B&W 2018-2022’ een relatie gelegd tussen de ambities uit het Bestuursakkoord en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (Global Goals).
In de omgevingsvisie leggen we zoveel mogelijk relaties tussen de Global Goals en de ambities en beleidsuitspraken uit deze visie. Dit vormt een inhoudelijk kader en uitgangspunt voor de omgevingsvisie en biedt handvatten voor de monitoring. In de omgevingsvisie duiden we middels de iconen aan welke global goals we met diverse beleidsuitspraken bijdragen.
◄Afbeelding 1.3 Duurzame ontwikkelingsdoelen Bron: VN, 2019
CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 11
1.4 Procesbeschrijving In lijn met ‘geest van de Omgevingswet’ en onze organisatievisie is een uitgebreid proces doorlopen om te komen tot de (concept-)omgevingsvisie die voor u ligt. Hierbij hebben we diverse partners, belangenverenigingen, ondernemers en inwoners betrokken (zie stappenplan in afbeelding 1.4). We zijn in het najaar van 2019 gestart met het verzamelen van de ‘bouwstenen’ en de ‘centrale waarden’ voor de omgevingsvisie (zie paragraaf 2.2.). Daarnaast hebben we de belangrijkste kwaliteiten en aandachtspunten voor de gemeente uiteengezet. Dit is gedaan op basis van een gebiedsanalyse, beleidsanalyse (van lokaal, regionaal, provinciaal en Rijksbeleid) en inventarisatie van maatschappelijke trends waarop de gemeente moet inspelen. Voor een integrale en breed gedragen visie is participatie en communicatie met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en de politiek essentieel. Daarom is gedurende het traject tweemaal een ‘Week van de omgevingsvisie’ georganiseerd. Middels deze weken hebben inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen de mogelijkheid gekregen om reeds tijdens het opstellen van deze concept-visie mee te denken over de kwaliteiten en aandachtspunten in onze gemeente, alsmede over de gewenste koers voor Goirle op weg naar de toekomst.
De Eerste Week van de Omgevingsvisie heeft in het kader van het ophalen van de ‘bouwstenen’ voor de omgevingsvisie in januari 2020 plaatsgevonden. In de Eerste Week van de Omgevingsvisie hebben we vier participatiesessies georganiseerd; met onze inwoners, onze ondernemers, onze maatschappelijke organisaties en (regionale) ketenpartners en onze jeugd gemeenteraad (zie ook afbeelding 1.4). Tijdens deze sessies hebben we hen geïnformeerd over de omgevingsvisie en de centrale waarden toegelicht. Hierbij zijn ook de resultaten van het inwonerspanel en de gebiedsschets van de GGD gepresenteerd. In het interactieve deel stond het ophalen van kansen en zorgen centraal. Deze input hebben we gebruikt om de ‘bouwstenen’ te toetsen en met name op te halen waarover consensus bestaat en over welke ‘hete hangijzers’ we in de omgevingsvisie nog nadere keuzes moeten maken. Op basis van de ‘bouwstenen’ hebben we vervolgens de koers op hoofdlijnen voor de gemeente Goirle uitgewerkt. Op basis van gesprekken met onze (regionale) ketenpartners en buurgemeenten over de ‘hete hangijzers’ is de prioritering van thema’s verder aangescherpt. Hierna heeft een bestuurlijke sessie met het college en de gemeenteraad plaatsgevonden over hun veranderende rol binnen de Omgevingswet en de gevolgen die dit heeft voor de ambitiebepaling in de omgevingsvisie.
Hierna is een eerste concept-versie van de omgevingsvisie opgesteld. De hoofdlijnen van deze concept-visie zijn tijdens de Tweede Week van de Omgevingsvisie in december 2020 en januari 2021 zowel bestuurlijk als met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en (regionale) ketenpartners besproken.
◄ Afbeelding 1.4 Hoofdlijnen proces omgevingsvisie
12 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
Deze tweede week was vanwege de corona-maatregelen digitaal. In de digitale sessies is de conceptomgevingsvisie toegelicht en was er ruimte voor het stellen van vragen en delen van suggesties (zie bijvoorbeeld de Talkshow op Youtube). Op basis hiervan is de volgende concept-versie uitgewerkt die met het college is besproken. Op basis van deze bespreking is de visie nogmaals aangescherpt voordat de volgende (huidige) versie met de gemeenteraad gedeeld is. Kortom, we hebben zoveel mogelijk mensen betrokken en op basis van hun input - en de bestuurlijke reflectie daarop - hebben we de omgevingsvisie stap voor stap aangescherpt en verbeterd. P.M. toevoegen beschrijving proces fase 3, na bespreking concept-visie met de gemeenteraad
CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 13
1.5 Wat betekent dit dan? Reflectie op proces en sturingsfilosofie
De implementatie van de omgevingswet is omvangrijk. De omgevingsvisie is een belangrijke eerste stap in de beleidscyslus, maar we realiseren ons dat dit slechts een van de instrumenten. Het betrekken van inwoners en andere partners houdt met de vaststelling van de omgevingsvisie niet op. Met het concretiseren van deze visie in andere instrumenten, zoals programma’s en het omgevingsplan, blijft dit belangrijk. Het politieke debat over waar de grens ligt tussen ruimte bieden en kaders stellen vanwege maatschappelijk belang zal bij de doorvertaling in andere instrumenten belangrijk blijven. Met een meer ‘responsieve’ of ‘netwerkende’ sturing verandert niet alleen de rol van de gemeente, maar ook de verantwoordelijkheid van initiatiefnemers. Initiatiefnemers zullen namelijk ook beter moeten onderbouwen hoe inwoners en partners betrokken zijn geweest bij de planvorming. Daarnaast zien we de ‘Global Goals’ als een bruikbaar instrument voor de ontwikkeling en toetsing van beleid en initiatieven.
Conclusie
Dit alles leidt tot de volgende spelregels:
Spelregel 1: “We betrekken belanghebbenden vroegtijdig bij beleidsontwikkeling en initiatieven” Spelregel 2: “Initiatiefnemers verantwoorden op welke wijze belanghebbenden zijn betrokken” Spelregel 3: “We pakken regie waar het (i.h.k.v. maatschappelijk belang) moet en laten los waar het (i.h.k.v. individuele wensen) kan” Spelregel 4: “We hanteren de Global Goals als kader voor het ontwikkelen en toetsen van beleid”
14 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
Hoofdstuk 2. Goirle in 2020, op weg naar de toekomst We beginnen het inhoudelijke deel van de omgevingsvisie met de krachten en aandachtspunten (zie ook figuur 2.1). Aan de hand van de volgende punten vatten we de belangrijkste krachten en aandachtspunten samen: - Economische omgeving - Landschappelijke omgeving - Historische omgeving - Lokale culturele omgeving We bekijken wat op de gemeente afkomt, waar er kansen en uitdagingen liggen en vanuit welke krachten we de omgevingsvisie opbouwen. De centrale waarden komen hier vervolgens uit voort. We koppelen hieraan een analyse van de ruimtelijke structuur en staan stil bij welke EN AANLEIDING positie we als gemeenteINLEIDING in het regionaal speelveld willen innemen.
INLEIDING EN AANLEIDING
KRACHTEN EN AANDACHTSPUNTEN KRACHTEN EN AANDACHTSPUNTEN 3 KERNWAARDEN 3 KERNWAARDEN
DOENERIG DORP DOENERIG DORP
LANDSCHAP VAN DE TOEKOMST LANDSCHAP VAN DE TOEKOMST
9 DEELGEBIEDEN 9 DEELGEBIEDEN
GOED TOEVEN GOED TOEVEN
16 BELEIDSTHEMA’S 16 BELEIDSTHEMA’S
Figuur 2.1 Schematische trechtering naar drie centrale waarden
CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 15
2.1 Krachten en aandachtspunten - Economische omgeving Midden in de economische hotspot
Goirle ligt midden in een economische hotspot. Goirle ligt midden in het Hart van Brabant, centraal tussen sterk verstedelijkte en economisch sterke gebieden als de Randstad, het Ruhrgebied en de Vlaamse Ruit (zie afbeelding 2.3). Mede vanwege deze goede ligging is de werkgelegenheid in het hart van Brabant de afgelopen decennia (bovengemiddeld) sterk gegroeid (zie afbeelding 2.2). Binnen een uur rijden zijn Antwerpen, Rotterdam, Utrecht, Arnhem-Nijmegen en Duitsland te bereiken. Echter, de belangrijkste woon-werkrelaties van de Gôolse gemeenschap zijn met de omliggende Brabantse gemeenten en steden die allen binnen een half uur te bereiken zijn (zie afbeelding 2.4). De hoeveelheid en groei van werkgelegenheid en economische output zijn een belangrijke kracht van Goirle en de regio Hart van Brabant.
Afbeelding 2.2 Ontwikkeling werkgelegenheid Ontwikkeling % per jaar in periode 1995-2012 Bron: Louter en Tordoir, 2013
Afbeelding 2.3 Internationale context Ligging van Noord-Brabant te midden van internationale stedelijke netwerken Bron: PVVP, 2006
Afbeelding 2.4 Regionale verplaatsingen Uit de Brabantse Omgevingsvisie: Beeld van bewegingen van Brabantse mensen in de netwerksamenleving Bron: Tordoir, 2017
Dit brengt echter ook een aantal aandachtspunten met zich mee. In deze 'economische omgeving' gaat dat met name om de hoeveelheid en wijze van de verplaatsingen van goederen en mensen. De toename van het aantal (xxl) distributiecentra en vraag naar werknemers zorgt ook voor drukte op de snelwegen. Hiermee gaat ook een grotere hoeveelheid uitstoot van schadelijke gassen gepaard. Daarnaast brengt het een directe (bouwwerken en infrastructuur) en indirecte (huisvesting werknemers en toeleveranciers) ruimtevraag met zich mee (zie afbeelding 2.5 en 2.6).
Afbeelding 2.5 Concentraties uitstoot NOx Uitstoot bij grotere steden en hoofdinfrastructuur Bron: Atlas voor de leefomgeving, 2019 16 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
Afbeelding 2.6 Ontwikkeling logistiek en congestie De toename van logistieke complexen op de Rotterdam-Ruhr as en de mate van congestie. Bron: Uit landscape of trades, Nefs, 2019
2.2 Krachten en aandachtspunten - Landschappelijke omgeving Waardevol voor mens en natuur
Afbeelding 2.7 Mozaïek van Brabant De kaart laat de mozaïek van natuur, landbouw, steden water en infrastructuur zien. Bron: IABR, 2014
Afbeelding 2.8 Waardering van het landschap Op basis van een landelijke enquête is de waardering van het landelijk gebied in kaart gebracht. Met name in verstedelijkte gebieden staat de waardering van het landschap onder druk. Bron: Wageningen Environmental Research, 2019
In tegenstelling tot de Randstad zijn in Brabant (nog) relatief veel goed gewaardeerde groene gebieden (zie afbeelding 2.8). De Brabantse mozaïek van economische activiteiten, steden, dorpen, groene gebieden en water, is een onderscheidende kwaliteit van de regio (zie afbeelding 2.7). In deze omgeving vervult de gemeente Goirle een belangrijke rol op het gebied van natuur en landschap. Dit is een belangrijke kracht van de gemeente. De natuurgebieden bieden leefruimte voor diverse bedreigde plant- en diersoorten en de nabijheid en kwaliteit van de groene omgeving is een belangrijke factor waarom de gemeente goed scoort op de lijst van fijnste woongemeenten (zie afbeelding 2.10). Het landschap wordt ook meer en meer gezien als een belangrijke vestigingsvoorwaarde voor mensen en bedrijven. Daarnaast heeft het ook diverse andere voordelen. Zo heeft het een positief effect op de gezondheid van onze inwoners, vormt het onderdeel van onze culturele identiteit en wordt het ook financieel gewaardeerd in de huizenprijzen (zie afbeelding 2.9). Het landschap en de biodiversiteit staan echter ook onder druk (zie afbeelding 2.8). Denk daarbij aan klimaatverandering, duurzame energie, intensieve landbouw, bedrijventerreinen en woningbouw.
Het combineren van deze opgaven en (nieuwe) functies met een verbetering van de kwaliteit van de waardevolle groene omgeving is een belangrijk aandachtspunt.
Afbeelding 2.9 Landschap als vestigingsvoorwaarde (economische) meerwaarde van het landschap en natuur. Bron: Spot On, 2017
Afbeelding 2.10 Beste woongemeenten In het jaarlijkse onderzoek van Elsevier Weekblad en Bureau Louter worden gemeenten op basis van diverse indicatoren gerangschikt op woonkwaliteit. Bron: Louter, 2019 CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 17
2.2 Krachten en aandachtspunten - Historische omgeving Historie van landschap en industrie
Goirle en Riel hebben een rijke historie in de linnenen leerindustrie. Wat begon met ‘ballenfrutten’ (zie afbeelding 2.11 en 2.12), groeide met de industriële revolutie uit tot een wereldwijd opererende textielindustrie. Al is de industrie vandaag de dag niet langer zo groot als voorheen, nog steeds is het een belangrijk onderdeel van de Gôolse gemeenschap. De lokale en sociale betrokkenheid van de industriëlen was oorspronkelijk geïnspireerd door het katholieksocialisme van paus Leo XIII (zie afbeelding 2.13-2.15). Deze ruimte voor, en lokaal betrokken vorm van, ondernemerschap is een belangrijke kracht van de gemeente die tot op de dag van vandaag onderdeel uitmaakt van Gôolse gemeenschap.
◄ Afbeelding 2.11 en 2.12 Beeldje van de (Gôolse) ‘ballenfrutter’ en het schilderij van de (Hollandse) ‘balspelers’ van Jan Miense Molenaer uit 1631. Bronnen: Heemkundige kring “De Vyer Heertganghen” Goirle en Frans Hals Museum
Deze groei is tevens terug te zien in het landschap en de ontwikkeling van de gemeente (zie paragraaf 2.3). Van lintdorp te midden van heidegebied, groeide het dorp met de ontwikkeling van de industrie langs de beekdalen. Grote delen van het heidegebied werd ontgonnen voor landbouw en bosbouw. De beboste gebieden zijn grotendeels behouden gebleven. Desalniettemin, groeide de kern van Goirle vanaf de jaren ‘70 sterk. Met de realisatie van de A58, de VINEX wijken en bedrijventerreinen is het bebouwd oppervlak de afgelopen decennia nog verder toegenomen. De balans tussen ruimte voor nieuwe woningen en ondernemingen enerzijds en duurzaam gebruik van de ruimte anderzijds is een aandachtspunt. ▲Afbeelding 2.13-2.15 De grotere textielfabrieken en een afbeelding van de Nederlandse vertaling van ‘Rerum Novarum’, de inspiratie voor het katholiek-socialisme van de Gôolse industriëlen. Bronnen: Brabantse Historische kring, HaveP en Centrum voor de sociale leer van de kerk.
18 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
2.2 Krachten enDoaandachtspunten - Lokale culturele omgeving rps: Gemoedelijkheid ◄ Afbeelding 2.16 Uitsnede van de (positieve) Gezondheidsmonitor van de GGD, waarin de kwaliteit van leven in Goirle er positief uitspringt ten opzichte van Hart van Brabant. Bron: GGD
Dorps: Gemoedelijkheid
Het (samen)leven is goed in het Brabantse land De voorgaande krachten: de ligging in een economische topregio, tussen waardevolle natuur en landschappen en de cultuurhistorische verbondenheid maakt dat de kwaliteit van leven in de gemeente bovengemiddeld hoog is (zie afbeelding 2.16). Naast een inkomen en een groene omgeving is er één factor die bovenal bijdraagt aan het geluk en welbevinden van mensen. Dat zijn de sociale contacten. Het ondernemende aspect van de gemeente Goirle beperkt zich namelijk niet enkel tot het economische. Juist op cultureel en maatschappelijk vlak is de ondernemende aard van de Gôolse en Rielse gemeenschap een groot goed. Het culturele- en verenigingsleven zorgt voor inclusiviteit, het betrekt de diverse groepen bij diverse activiteiten (zie ook afbeeldingen 2.17-2.22). Goirle is ook een sportgemeente, voor zowel top- als breedtesport. De diverse sportvoorzieningen, -evenementen en -verenigingen dragen bij aan de hoge kwaliteit van leven.
◄▼Afbeelding 2.17-2.22 Sfeerbeelden van diverse lokale sociale Gôolse activiteiten, georganiseerd voor en door de gemeenschap.
CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 19
2.2 Centrale waarden Figuur 2.23 (volgende pagina) ► Verbeelding gebundelde resultaten van vliegende startsessies rondom centrale waarden
De centrale waarden vormen het overkoepelende kader voor de omgevingsvisie. De krachten en aandachtspunten, die hiervoor zijn beschreven, zijn vertaald in de volgende drie centrale waarden (zie ook samenvattende poster op de volgende pagina): ‘Doenerig dorp’ ‘Prachtlandschap van de Toekomst’ ‘Goed toeven’
‘Doenerig dorp’
‘Prachtlandschap van de Toekomst’
‘Goed toeven’
Met deze waarde bedoelen we het ondernemende karakter van de Gôolse gemeenschap. Zowel op economisch als sociaalcultureel vlak. We zetten deze waarde centraal om ruimte te bieden aan initiatieven uit de samenleving, met ondersteuning vanuit de gemeente. Zij het dat deze wel passend moeten zijn bij het dorpse karakter. Daarnaast bedoelen we hiermee de sociale samenhang onder de inwoners en de vele vrijwilligers die zich actief inzetten voor de gemeenschap. En tot slot gaat het om de toekomstbestendigheid van onze samenleving. We zijn een (innovatieve) samenleving die meegaat met haar tijd en inspeelt op (maatschappelijke) trends die op ons afkomen. Het is hierbij van belang dat de ruimte voor initiatieven altijd wordt afgewogen ten opzichte van de andere twee centrale waarden. Dat wil zeggen, het moet bijdragen aan de kwaliteit van het landschap (of op zijn minst met respect voor het landschap en het groen) en het moet niet ten koste gaan van de leefkwaliteit in de gemeente.
Met deze waarde bedoelen we de centrale plaats die het groen en natuur in de cultuur van Goirle inneemt. Het landschap van beekdalen, bossen en heide, met natuurgebieden van internationaal belang (Natura-2000) koesteren we. Er komen echter wel diverse veranderingen op het landschap af. Denk hierbij aan de noodzaak tot klimaatadaptieve inrichting van het landschap, de energietransitie die landschappelijk moet worden ingepast, toenemende druk van recreatie en tot slot de transitie in de landbouw die ook een ruimtelijke weerslag kent. Bij het inpassen van deze toekomstige veranderingen houden we de kwaliteit van het landschap, als centrale waarde in het verhaal van Goirle, in het oog. Deze waarde houdt bovendien nauw verband met de andere twee centrale waarden, doordat het landschap van de toekomst ruimte biedt voor initiatieven en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving.
Met deze waarde bedoelen we de hoge kwaliteit van leven in de gemeente Goirle. Dat draait enerzijds om een gezonde en veilige woonomgeving met voldoende voorzieningen, die goed toegankelijk zijn. Anderzijds draait het om de sociale samenhang onder inwoners, de (ruimte voor) sociale contacten. Op deze manier zorgen we voor een leefomgeving en samenleving waarin iedereen kan en mag meedoen en een leefomgeving die bijdraagt aan de gezondheid. Deze fijne woonomgeving heeft nadrukkelijk ook een relatie met de andere twee centrale waarden. In die zin dat zonder (ruimte voor) het culturele leven, economische activiteiten of de groene omgeving de kwaliteit van het wonen en leven in de gemeente Goirle onder druk komt te staan. Oftewel dat het minder ‘goed toeven’ wordt.
20 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 21
2.3 Ruimtelijke structuur Het watersysteem vormde de basis...
Historische kaarten (Afbeelding 2.24-2.26 Bron: Topo-Tijdreis)
...waaraan de kernen groeiden, te midden van de heide...
...waarna het landschap voor de land- en bosbouw ontgonnen werd.
De historische ontwikkeling is nog altijd goed in het landschap terug te zien. Goirle en Riel zijn op de randen van de beekdalen gesticht en gestaag met de industrialisering meegegroeid. Het buitengebied was tot minder dan honderd jaar geleden nog overwegend heidegebied. Sindsdien is de heide ontgonnen voor land- en bosbouw. Deze oprukkende beweging van land- en bosbouw is goed op de kaarten tussen 1925 en 1940 terug te zien. Veel van deze bebossing vormt nog steeds een belangrijk landschappelijk kader.
22 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
Deze historische en landschappelijke structuren zijn nog steeds in het landschap terug te vinden...
...zelfs na de aanhoudende verstedelijkingsdruk van de afgelopen decennia...
...wat heeft geresulteerd in ons huidige prachtige landschap, dorpen en gemeenschap.
Historische kaarten (Afbeelding 2.27-2.29 Bron: Topo-Tijdreis) Tot de jaren ‘50 bleven Goirle en Riel relatief klein, maar veel van de landschappelijke karakteristieken en (cultuurhistorische) verbindingen van die tijd zijn zien we nog terug. Na de jaren ‘70, met name in de VINEX periode, is Goirle sterk gegroeid in inwoneraantal. Na de aanleg van de A58 en later de omlegging van de provinciale weg zijn de afgelopen twee decennia ook vele vierkante meters bedrijventerrein bijgekomen. In de huidige situatie zien we waar de centrale waarden ruimtelijk tot uiting komen: Het watersysteem, de cultuurhistorische elementen en de landschappelijke typologieën die ervoor zorgen dat het ‘goed toeven’ is en we over een ‘prachtlandschap’ beschikken. Daarnaast de dorpse gebouwde omgeving, waar we fijn wonen en werken in ons centrum, de wijken en bedrijventerreinen. Oftewel waar het ook ‘goed toeven’ is en voldoende ruimte is voor de ‘doenerige’ kant. Hoe de kaarten er over enkele decennia uitzien zal mede door de keuzes in deze omgevingsvisie bepaald worden. CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 23
2.4 Regionale Positionering Rijk - NOVI
Het Rijk stelt in de Nationale omgevingsvisie (NOVI) dat Nederland in de toekomst een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving moet bieden en economisch moet kunnen floreren. Daarbij wordt erkend dat de druk op de ruimte voortdurend om een afweging van verschillende belangen vraagt. De opgaven waar we voor staan komen samen in vier prioriteiten die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie 2. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden 3. Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema’s die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige afweging te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: · Slimme combinaties maken waar dat mogelijk is · De kenmerken van het gebied centraal stellen · Niet uitstellen of doorschuiven De NOVI is opgesteld in het kader van de Omgevingswet. Inter-bestuurlijke samenwerking is hierbij een belangrijk speerpunt.
Voor de realisatie van de NOVI zet het rijk dan ook in op de regionale schaal. Omgevingsagenda’s De nationale, provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies sluiten idealiter goed op elkaar aan. Deze aansluiting gebeurt onder ander in omgevingsagenda’s. Op die manier moet wat het Rijk en de andere overheden doen in de fysieke leefomgeving op elkaar aansluiten en elkaar versterken. De omgevingsagenda Hart van Brabant en de verstedelijkingsstrategie Breda-Tilburg vormen hierbij voor Goirle belangrijke (sub)regionale schakels. In de Regionale Omgevingsagenda (ROA) leggen de gemeenten, provincie en waterschappen in Hart van Brabant de gezamenlijke ambities en hoofdopgaven binnen het fysieke domein vast en wordt bepaalt op welk schaalniveau deze ambities en hoofdopgaven worden uitgewerkt. De opgaven in de fysieke leefomgeving zijn namelijk complex: er moet veel gebeuren en er is weinig ruimte. Daarom moeten we slim combineren en slim samenwerken. De omgevingsagenda is daarvoor de leidraad. De ROA vormt de inbreng vanuit de regio voor de landsdelige en nationale omgevingsagenda.
24 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
Provincie - POVI
De provincie Noord-Brabant is een kennis- en innovatieregio, waarmee ze een belangrijk onderdeel vormt in het grootstedelijk netwerk van Nederland. In de provinciale omgevingsvisie (POVI) stelt de provincie het volgende wensbeeld voor de toekomst voor Midden-Brabant: ‘’Het landschap in Midden-Brabant kent hoge cultuurhistorische waarden, waar bewoners graag recreëren. Karakteristieke Brabantse beken stromen door dorpen en steden, door kleinschalige landbouwgebieden en landgoederen. De natuur is rijker geworden, dankzij kronkelende beken die de ruimte hebben gekregen. Historische kastelen, boerderijen, kloosters en kerken hebben een nieuwe recreatieve of woon/ werkfunctie. Aan de randen van de steden zijn goede overstapfaciliteiten, zodat mensen vanuit de dorpen de stad gemakkelijk en snel kunnen bereiken. Daarnaast worden innovatieve, duurzame vervoersmiddelen ingezet om regionale congestie te voorkomen.’’ Hierin heeft de provincie één basisopgave en dat is ‘werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit’ en daarnaast zijn er vier hoofdopgaven: 1. 2. 3. 4.
Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een klimaatbestendig Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Hiervoor wil de provincie inzetten op meerwaarde-creatie, zodat de omgevingskwaliteit wordt verbeterd, de inclusiviteit van de samenleving wordt bevorderd en een gezonde leefomgeving wordt gecreëerd. Daarnaast zet de provincie in op technische en sociale innovatie, waarbij de provincie als een ‘living lab’ wordt gezien waar duurzame innovaties een economische meerwaarde leveren en oplossingen bieden voor maatschappelijke vraagstukken. Tot slot zet de provincie in op kwaliteit boven kwantiteit, oftewel een duurzame economie en brede welvaart voor alle Brabanders.
Hart van Brabant
Goirle ligt midden in het Hart van Brabant, centraal tussen de internationale ruimtelijk-economische agglomeraties van de Randstad, het Ruhrgebied en de Vlaamse Ruit. Het DNA van de regio laat zien dat kennisinstellingen, de maakindustrie, kleine dorpskernen, solidariteit en een fijn woonklimaat bij elkaar passen. Momenteel wordt er gewerkt aan een regionale Omgevingsagenda Hart van Brabant, wat mede input zal vormen voor de Rijks-regio omgevingsagenda. Regionaal worden daarvoor ruimtelijke strategieën voor duurzame verstedelijking verkend. De regio Breda-Tilburg, waartoe Goirle behoort, heeft veel kansen voor verstedelijking. De komende tijd wordt gewerkt aan een gezamenlijk verstedelijkingsakkoord met de provincie Noord-Brabant en het Rijk, waarin de nationale woningbouwopgave een belangrijke aanjager is. Niet alleen de grote steden, maar ook de kleinere steden en dorpen dragen bij. Verstedelijking is namelijk meer dan alleen bouwen. Het gaat over het realiseren van compacte, aantrekkelijke en goed bereikbare woonomgevingen, die juist zorgen dát het omringende landschap open en groen blijft. Het samenwerkingsverband HvB koppelt haar omgevingsagenda aan haar Strategische Meerjarenagenda 2019-2023. Hierin is voor de drie hoofdthema’s de volgende visie opgenomen: • • •
Mens en Samenleving Leefomgeving en Milieu (slimme) Economie
De bovenstaande visie van Regio Hart van Brabant, uitgewerkt in de Strategische Meerjaren Agenda, wordt verder vormgegeven in verschillende sectorale beleidsplannen, waaronder: Regionale Energie en Klimaat Strategie, Perspectief op Wonen en Woningbouw, Regionaal Natuurbod 2019, Regionale afsprakenkader bedrijventerreinen 2019. Kortom, er speelt veel op regionaal niveau. We sluiten hier met de omgevingsvisie op aan en vertalen het naar het lokale schaalniveau. Ook andersom, werkt de omgevingsvisie richtinggevend voor de positionering van Goirle ten opzichte van deze trajecten. De positionering ten opzichte van deze trajecten is dan ook net zo belangrijk.
Positie van Goirle in de regio
Zoals bij de krachten en centrale waarden beschreven, Goirle kenmerkt zich in de regio voornamelijk als een aantrekkelijke dorpse woongemeente met waardevolle natuur en landschappen. Het feit dat Tilburg en haar stedelijke voorzieningen binnen handbereik liggen terwijl Goirle en Riel toch beiden een echt dorps karakter kennen, maakt de positie van de gemeente bijzonder. Daarnaast zijn de (cultuurhistorische) landschappen en natuurgebieden van waarde als groen, recreatief uitloopgebied in het regionale stedelijke netwerk. De hoeveelheid en groei van werkgelegenheid en economische bedrijvigheid zijn een belangrijke kracht van de regio Hart van Brabant. Door zich op de moderne, kennisgerichte maakindustrie en logistiek (‘’makes en moves’’) verder te profileren, wil de regio inzetten op de functie als ‘schakel’ in het stedelijk netwerk van Nederland. Dit betekent ook dat er een verstedelijkingsopgave ligt om de bijbehorende ruimteclaims, zowel voor woningbouw, energie en bedrijvigheid, op te vangen. Ook de gemeente Goirle komt dan in beeld. De profilering van, en binnen, de regio biedt kansen voor Goirle om middels deze regionale opgaven de cultuurhistorische landschappelijke structuren te versterken en het landschap in te zetten voor natuur, klimaatadaptatie en recreatie.
Ook de bovengemiddelde kwaliteit van leven in onze gemeente, en in het bijzonder voor ouderen, biedt een onderscheidende kwaliteit. Onze omgeving is al gezond en we zijn een sociale en zorgzame gemeente, dit is een onderscheidende kwaliteit waar we ook op willen voortbouwen. In de context van decentraliseringen in de zorg en toenemende vergrijzing liggen hier grote (regionale) opgaven en dus kansen. Voor deze sociale, gezondheid en zorggerelateerde opgaven gaan wij ook een regionale rol vervullen, in economische, sociale en ruimtelijke zin.
Positionering: We kiezen ervoor om met name op het gebied van woningbouw, energie, klimaatadaptatie, natuur en recreatie aan regionale opgaven bij te dragen. Daarbij richten we ons op sociale, gezondheid en/of zorggerelateerde regionale opgaven. Voor het faciliteren van de regionale vraag naar additionele grootschalige nieuwe bedrijventerreinen zien we vooralsnog geen ruimte binnen de gemeente.
CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 25
2.5 Wat betekent dit dan? Reflectie op krachten en aandachtspunten, centrale waarden, ruimtelijke structuur en regionale positionering
Met de omgevingsvisie bepalen we richting. We bepalen wat we waardevol vinden en waar we ruimte aan bieden. Op basis van de krachten en aandachtspunten leggen we met de centrale waarden - op een hoog abstractieniveau - vast wat we waardevol vinden. Deze waarden willen we voor de toekomst behouden en waar mogelijk versterken. Middels een toelichting op de wijze waarop Goirle gegroeid is, wordt duidelijk waar de centrale waarden in de huidige ruimtelijke structuur tot uiting komen. We toetsen bij nieuwe ontwikkelingen en initiatieven in welke mate deze bijdragen aan de centrale waarden. Deze waarden zijn ook kaderstellend voor de mate waarin we (boven)regionale opgaven willen inpassen. We kiezen hierbij positie. We leveren een regionale bijdrage op het gebied van woningbouwbehoefte op korte en lange termijn en vervullen een belangrijke regionale rol op het gebied van extensieve recreatie, natuurbehoud, klimaatadaptatie en energie. We specialiseren ons ook verder op het gebied van sociale en zorggerelateerde ontwikkelingen, zowel op economisch als ruimtelijk vlak.
Conclusie
Dit alles leidt tot de volgende spelregels:
Spelregel 5: “We toetsen in welke mate nieuwe ontwikkelingen aan onze centrale waarden bijdragen” Spelregel 6: “De volgende regionale opgaven hebben een streepje voor: woningbouw, natuur, recreatie, klimaatadaptatie en energietransitie” Spelregel 7: “We richten ons op sociale en zorggerelateerde regionale opgaven”
26 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
Hoofdstuk 3. Lagen van de omgevingsvisie
CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 27
3 Inleiding De lagen van de omgevingsvisie
Met de omgevingsvisie leggen we enerzijds vast welke kwaliteiten we willen behouden en anderzijds aan welke ontwikkelingen we ruimte willen bieden. Om inzichtelijk te maken welke keuzes we daarbij maken bouwen we de omgevingsvisie op in een aantal ‘lagen’. In de onderliggende ‘Kwaliteitslaag’ plaatsen we de waardevolle elementen die we voor de toekomst willen borgen, de zaken waar we niet aan willen tornen. Denk daarbij aan de bodem- en waterkwaliteit en landschappelijke, cultuurhistorische of ecologische kwaliteiten. In de duurzame ‘Netwerklaag’ plaatsen we de infrastructurele verbindingen die gebruikt kunnen worden voor praktische afwegingen. Denk daarbij aan hoe goed een gebied bereikbaar is of hoeveel capaciteit er nog op het energienet is.
Gebruikslaag Ontwikkelingen
Gebruikslaag Bestaande bebouwing
In de gewenste ‘Gebruikslaag’ beschrijven we welke ruimtelijke ontwikkelingen en activiteiten we in de toekomst de ruimte bieden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan plekken voor woningbouw, waterberging en duurzame energie. In de kaderstellende ‘Milieulaag’ bepalen we de grenzen voor de kwaliteit van onze leefomgeving. Oftewel de harde normen, bijvoorbeeld op het gebied van milieu, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. Denk daarbij aan doelstellingen op het gebied van luchtkwaliteit, geluidshinder of waterkwaliteit.
Netwerklaag Hoofdwegen en -energienetwerk
Het is belangrijk om hierbij te benadrukken dat we ook doelen en ambities opnemen die deels buiten de directe beïnvloedingssfeer van de gemeente liggen. We beschrijven daarom per laag welke rol wij voor ons als gemeente zien. Per thema nemen we op aan welke duurzame ontwikkelingsdoelen we bijdragen.
28 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
Kwaliteitslaag Bodem, water, cultuurhistorie en landschap
3.1 Kwaliteitslaag Introductie
De afwisseling in de natuurlijke ondergrond, bestaande uit reliëf, samenstelling van de bodem en het bijzondere watersysteem, geeft het landschap haar diverse en kenmerkende identiteit. De natuurlijke ondergrond van het landschap heeft door de jaren heen het gebruik ervan bepaald. Andersom hebben de inwoners ook het landschap gevormd. Hieruit zijn cultuurhistorisch waardevolle kwaliteiten ontstaan. We zien dit als de onderliggende Kwaliteitslaag van de omgevingsvisie. De laag die de minimale kwalitatieve kaders bepaalt om het landschap duurzaam en robuust in te richten. Dit is van belang om het veranderende landschap (onder andere door klimaatverandering) en uitdagingen in gebruik (waaronder de landbouwtransitie, energietransitie, woningbouw en toename van recreatie) goed te kunnen inpassen. Het waarborgen van de kenmerkende (cultuurhistorische) kwaliteiten van het Gôolse landschap voor de toekomst is hierin een belangrijk aspect.
3.1.1 Bodem en Watersysteem
Visie: We streven naar goed functionerende ecosystemen met goede bodem- en watercondities. We dragen bij aan de natuurwaarden (biodiversiteit) en waterveiligheid (kwaliteit en kwantiteit). Om dit te realiseren verbeteren we de sponswerking van de bodem, dat wil zeggen dat de bodem het water vasthoudt (water infiltreren en via bodempassage zuiveren). Dit zorgt voor een verbetering van de waterkwaliteit en ook voor meer biodiversiteit. Zo kunnen we een robuust landschappelijk systeem creëren. Doelen: • Sponswerking bodem verbeteren. We dragen zorg voor een gezonde bodem die water vasthoudt. Hiervoor treffen we maatregelen die de sponswerking van de bodem verbeteren. • Versterken en behouden beekdalsysteem. We beschermen de huidige beekdalgebieden. In regionaal verband zetten we bovenstrooms in op vernauwing van de bronnen, waardoor biodiverse bronmoerassen ontstaan. De oorspronkelijke vennen op de hoge zandgronden kunnen weer watervoerend worden en het diepere grondwater (voor de drinkwaterwinning) wordt op natuurlijke wijze aangevuld. • Herstellen van de bodemkwaliteit.
Dit doen we door samen met onze partners te werken aan: o Vermindering van stikstof uitstoot o Meer humus in de bodem door middel van compost en eventueel dierlijk mest o Verbetering van het bodemleven o Experimenteren met wisselteelten in agrarische gebieden o Gebruik van enkel biologische bestrijdingsmiddelen, met mate • Borgen bodemkwaliteit. We houden hierbij de standaard kwaliteitsnorm aan die hoort bij de betreffende gebruiksfunctie (bijvoorbeeld wonen, landbouw, industrie, etc.) van het deelgebied. Hierbij stellen we randvoorwaarden aan het hergebruik van bouwstoffen, grond en baggerspecie, in en op de bodem en in oppervlaktewateren om vervuiling ervan te voorkomen. • Bescherming bodemwaterkwaliteit in grondwaterbeschermingsgebieden. Dit doen we door aanvullende eisen aan activiteiten in deze gebieden te stellen (zie ook 3.4.1.). • Toekomstbestendige waterberging in kernen. Hiervoor ontvlechten we de waterstromen in de dorpskernen. Dit houdt in dat we stedelijk afvalwater en hemelwater gescheiden inzamelen.
CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 29
3.1.2 Waardevolle Landschapstypologieën
Visie: Door de geschiedenis heen zijn er in de gemeente diverse waardevolle landschapstypologieën ontstaan die de structuur van de gemeente typeren. Zo vormen de waterstromen nog steeds de begrenzing van de dorpskernen. Hiermee drukt het natuurlijke landschap als het ware op het bestaand stedelijk gebied. Goirle kent diverse landschappen: het overwegend open, agrarisch gebied in het westen, het heide- en bosgebied in het midden dat is ingesloten door de beekdalen en tot slot de kleinschalige overgangszone in het oosten. We willen deze verschillende contrasterende landschappen behouden en waar mogelijk te versterken. Elk deelgebied kent zijn eigen ruimtelijke karakteristiek, waarop (functionele) ruimtelijke ontwikkelingen zijn afgestemd. Hierdoor ontwikkelen de deelgebieden zich in een eigen richting. Doelen: • Landschaps- en natuurinclusief denken en doen centraal zetten. We bouwen voort op het landschapsbeleidsplan met de verschillende landschapstypologieën en -elementen, het waardevolle natuurnetwerk en het unieke watersysteem als ordeningskader. • We beschermen de beekdalen, bossen en heidegebieden. • We beheren het landschap vanuit het gebruik. Ontwikkelingen moeten een win-win situatie opleveren voor meerdere belangen, passend bij het betreffende deelgebied.
We koppelen nieuwe ruimtelijke ingrepen voor infrastructuur, energie en woningbouw aan de versterking van landschappelijke en/of ecologische kwaliteiten. • We zetten in op de verbinding landschap-dorpskernen. Dit doen we door de groenstructuur aan de randen van de kernen, bij de entrees, te versterken. In de kernen sluiten we de groenstructuur aan op het omliggende landschap.
30 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
3.1.3 Met aandacht voor cultuurhistorie
Visie: Cultureel erfgoed vertelt het verhaal van de geschiedenis van Goirle en Riel. Het maakt het verleden zichtbaar, zodat we beter het heden begrijpen en dat helpt ons weer om gericht over de toekomst na te denken. Uitgangspunt is om het cultuurhistorisch (landschappelijk en gebouwd) erfgoed in stand te houden en waar mogelijk te versterken. Dit is dan met name gericht op de kenmerkende, waardevolle landschapselementen, de historische lijnen en de culturele monumenten in zowel het buitengebied als in de dorpskernen. Denk hierbij aan de landgoederen en kloosters, de eeuwenoude grafheuvels, het Bels Lijntje, de kerken, de textielfabrieken en de leerlooierijen. We willen een klimaat creëren waarin aandacht en trots is voor erfgoed om het te behouden, te versterken en levend te maken. Dit geldt voor zowel archeologische waarden, materieel erfgoed, als immaterieel erfgoed. Daarom stellen we voor bepaalde gebieden aanvullende eisen op het gebied van bescherming en ontwikkeling. Doelen: • We willen het dorpse karakter behouden. Het onderscheidende dorpse karakter ten opzichte van bijvoorbeeld Tilburg willen we behouden. Dit betekent ook dat nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten bij de maat en schaal van de omgeving. • We ontwikkelen vanuit de kenmerken van de plek.
Bij ruimtelijke ingrepen sturen we aan op een versterking van de kwaliteit van de bodem, het water, het landschap en de cultuurhistorie. Een landschappelijke cultuurhistorische analyse hoort hierbij. • Versterking van de beleving van cultuurhistorische kwaliteiten. We willen cultuurhistorie ‘beleefbaar’ maken. Daarom bieden we ruimte voor benutting van deze kwaliteiten voor extensieve recreatie. Dit komt ook ten goede van de recreatieve aantrekkingskracht. • Herbestemming erfgoed. We zoeken naar een passende maatschappelijke invulling van eventueel leegstaande cultuurhistorisch waardevolle panden. • Ruimte voor het culturele leven. We willen ook immateriële cultuur en erfgoed levend houden. Lokale verenigingen en stichtingen hebben hierin een dragende rol, de gemeente faciliteert. Bijvoorbeeld door vergunningverlening voor culturele evenementen.
3.1.4 Rol van de gemeente - kwaliteiten
Als gemeente kunnen, willen en hoeven we niet alles zelf te doen om onze doelen te bereiken. Net zoals we de omgevingsvisie zoveel mogelijk gezamenlijk met onze partners hebben uitgewerkt, willen we ook de uitvoering zoveel mogelijk gezamenlijk met onze partners oppakken. We volgen hier de spelregel: “We pakken regie waar het moet en laten los waar wat kan”. Waar wij een verantwoordelijkheid hebben stellen wij wel kaders op vanuit de rechtmatige (kaderstellende) rol. Voor de doelen uit deze kwaliteitslaag gaat dat bijvoorbeeld over eisen voor waterberging bij nieuwe ontwikkelingen, aanvullende welstandscriteria in cultuurhistorisch waardevolle gebieden en bescherming van landschappelijke elementen. Dit doen wij omdat we het beschermen van de bodem-, water-, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit vanuit onze centrale waarden zien als algemeen maatschappelijk belang. Naast de bescherming van bestaande kwaliteiten hebben we in onze doelen ook verbeterdoelen opgenomen. Hierbij werken wij vanuit een netwerkende (participerende) rol. Hierbij hebben wij als gemeente enerzijds een verbindende taak, bijvoorbeeld om agrariërs, terreinbeheerders en mede-overheden als waterschap en provincie samen te brengen. Anderzijds dragen we waar mogelijk ons steentje bij aan onze gezamenlijke doelen, bijvoorbeeld door de openbare ruimte in onze kernen klimaatadaptief in te richten.
3.1.5 Wat willen we niet (kaders en monitoring) • • • • •
Achteruitgang van de bodemkwaliteit Achteruitgang van grondwaterkwaliteit en oppervlaktewaterkwaliteit Landschappelijke structuren aantasten. Grootschalige bouwontwikkelingen buiten de aangewezen zoeklocaties (op termijn). Aantasting of verdwijning van cultuurhistorische elementen als gevolg van ontwikkelingen.
3.1.6 Waar (kwaliteiten)
Beekdalen De beekdalen zijn zowel voor water, bodem, landschap als cultuurhistorie bepalend. Hier stellen we kaders aan ontwikkelingen. Deze gebieden houden we zoveel mogelijk onbebouwd, hierbinnen en -langs ligt namelijk een deel van de verbeterdoelen omtrent water en natuur. Delen hiervan zijn al beschermd onder als Natuur Netwerk Nederland-gebied (NNN-gebied), maar de functie als ecologische verbindingszone willen we verbeteren middels de uitbreidingen in het kader van Nieuwe Natuur Brabant (NNB). Een opgave die hiermee samenhangt is het verbeteren van de waterkwaliteit. Bos- en heidegebieden De bos- en heidegebieden hebben beide grote landschappelijke en ecologische waarde. Voor een groot deel zijn deze gebieden reeds aangeduid als NNN- of Natura 2000-gebied, waardoor hier reeds aanvullende eisen worden gesteld. We streven naar grote en aaneengesloten natuurgebieden, de bosen heidegebieden vormen hierin een cruciale ecologische schakel. Aandachtspunt hierbinnen is de balans tussen recreatie en ecologie. Middels een zonering wordt deze balans nader afgestemd. Agrarische gebieden In het agrarische gebied stellen we minder harde kaders met betrekking tot water en ecologie, terwijl ook hier een belangrijke opgave ligt. Deze opgave pakken we echter veel meer in gezamenlijkheid op. We bekijken samen met o.a.
agrariërs, natuur- en landschapsorganisaties hoe we landschappelijke kwaliteit, ecologie en waterkwantiteit- en kwaliteit kunnen optimaliseren. We beschermen binnen deze gebieden wel de cultuurhistorisch waardevolle gebieden, lijnen en elementen. Huidig bebouwd gebied Het huidig bebouwd gebied is op de kruispunten van routes aan de rand van de beekdalen ontstaan. In het hart van de kernen, bij onze monumenten en langs de historische linten hebben we extra aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast is het in het kader van water, bodem, landschap en cultuurhistorie met name een opgave om de openbare ruimte in de kernen groen, waterproof en toegankelijk te houden en - waar nodig - te maken. In gebieden met waardevol particulier groen geldt dat des te meer. Cultuurhistorisch waardevolle gebieden, lijnen en elementen Het gaat hierbij om Rijks- provinciale of gemeentelijke monumenten, zoals bijvoorbeeld onze kerken, kloosters en grafheuvels, maar ook om aandachtsgebieden zoals bij de oude industriële complexen en de landgoederen-zone en de historische paden, spoorwegen, linten en kruispunten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het Bels Lijntje of historische houtwallen.
CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE / 31
32 / CONCEPT – OMGEVINGSVISIE GOIRLE
3.2. Netwerklaag Introductie
Naast de landschappelijke structuren zijn infrastructurele routes en ruimtelijke knooppunten zoals de dorpskernen en linten belangrijk voor de samenhang, het gebruik en verplaatsing binnen onze fysieke leefomgeving. Hetzelfde geldt voor het energienetwerk. De bestaande netwerken vormen een ordeningsprincipe, we bouwen namelijk voort op bestaande netwerken. Waar nodig investeren we samen met onze partners in deze netwerken.
3.2.1 Inzetten op duurzame mobiliteit
Visie: We willen waarborgen dat voorzieningen goed vindbaar, bereikbaar en voor iedereen toegankelijk zijn. We streven naar een acceptabele doorstroming voor alle mobiliteitsvormen en dragen zorg voor de verkeersveiligheid. In ons beleid zetten we specifiek in op ruimte voor duurzame mobiliteit. In de wijken en kernen is dit met name gericht op langzaam verkeer en dus minder op de auto. Regionaal is dat gericht op een mix van schone auto’s en openbaar vervoer. Ondanks dat de prioriteit bij duurzame mobiliteit ligt verliezen we het huidige mobiliteitsgebruik, dat voornamelijk is gericht op de auto, niet uit het oog. Het is een geleidelijke transitie. Doelen: • Duurzame mobiliteit stimuleren. We zorgen voor de realisatie van openbare laadpalen voor elektrische voertuigen. In de wijken en kernen zorgen we voor meer ruimte voor groen en langzaam verkeer (fietsers en voetgangers). Dit zal op den duur ten koste gaan van de ruimte voor de auto. • Optimale fietsinfrastructuur. Voor het fietsverkeer richten we ons op snelle en comfortabele routes en goede parkeermogelijkheden bij voorzieningen. Hierbij is bijzondere aandacht voor verbindingen tussen diverse kernen. • Waardevolle recreatieve routes. We zetten daarbij ook in op behoud en uitbreiding van de groene recreatieve routes. In het middengebied zoeken we middels een zonering naar een goede balans tussen recreatie en ecologie.
• Inclusieve openbare ruimte. Voor wandelverkeer richten we ons op goed toegankelijke, comfortabele routes en voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn. Ook voor minder mobiele inwoners. • In stand houden OV-voorzieningen. Voor het openbaar vervoer zetten we in op kwaliteitsbehoud van het huidige OV-netwerk. Hierbij is bijzondere aandacht voor verbindingen tussen diverse kernen. • Optimale Auto-infrastructuur. Voor de auto richten we ons op de doorstroming van ontsluitingswegen van beide kernen en een parkeeraanbod dat past bij de functie van het gebied. • Veilig verkeer. Het risico op verkeersincidenten verminderen. We werken risicogestuurd. Dit willen we doen door knelpunten/objecten in de infrastructuur die leiden tot verkeersonveilige situaties weg te nemen, in het bijzonder nabij scholen. Het is echter niet enkel infrastructureel, gedrag is net zo belangrijk. Daarom sturen we ook een veilige deelname aan het verkeer (communicatie en educatie).