02b - Financiële uitgangspunten voor de begroting 2024.pdf
Tekst van het document
Uitgangspunten voor de begroting 2024 Financieel beleidskader Artikel 212 van de Gemeentewet schrijft voor dat een gemeente in haar financiële verordening in ieder geval het volgende opneemt: • Regels voor waardering en afschrijving • Grondslagen voor prijzen en tarieven • Regels voor de financieringsfunctie Voor Goirle zijn deze verplichte onderwerpen opgenomen in hoofdstuk 3 ‘Financieel Beleid’ van de Financiële verordening gemeente Goirle 2019. Ook maakt de jaarlijkse begrotingscirculaire van de Provincie deel uit van ons financieel beleidskader. U ontving deze medio april rechtstreeks van de Provincie. Algemene uitgangspunten 1. De begroting vertoont een structureel en reëel evenwicht en is structureel sluitend Als in het betreffende begrotingsjaar structurele lasten gedekt zijn door structurele baten is er sprake van structureel evenwicht. Reëel evenwicht houdt in dat de ramingen volledig, realistisch en haalbaar zijn. ‘Structureel sluitend’ betekent dat het structurele evenwicht gebaseerd is op zwarte cijfers. Indien bij de Perspectiefnota blijkt dat er begrotingstekorten ontstaan, geeft de gemeenteraad oplossingsrichtingen aan om deze tekorten terug te dringen. Bij de begrotingsbehandeling kan dan besluitvorming plaatsvinden over de uitwerking van deze oplossingsrichtingen. 2.
Integrale afweging De Perspectiefnota biedt inzicht in de (financiële consequenties van de) nieuwe beleidsvoornemens en in de ontwikkeling van de financiële beleidsruimte. De Perspectiefnota vormt daarmee de basis voor de begroting van het komende jaar. De raad weegt beleidsvoornemens tegen elkaar en tegen de beschikbare financiële beleidsruimte af. Definitieve besluitvorming en inpassing in de begroting vindt plaats bij de begrotingsbehandeling in het najaar. 3. Dekking voor overige nieuwe beleidsvoorstellen In geval het college of de raad, op een ander moment dan bij de integrale afweging, een beleidsvoorstel doet waarvoor extra budget benodigd is, voegt het een dekkingsvoorstel toe. Is er geen reëel aanwezige dekking, dan wordt in het dekkingsvoorstel aangegeven welke concrete maatregelen worden genomen om in de dekking te voorzien. 4. Omgaan met financiële mee- en tegenvallers Tegenvallers door hogere lasten of lagere baten vangen we binnen het programma op door verlaging van lasten of hogere baten. Indien de inzet van hogere baten wordt overwogen, wegen we deze eerst integraal af binnen het college. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt in 1
eerste instantie bij de betreffende portefeuillehouder(s). Bestemming van hogere baten, maar ook lagere lasten gedurende het jaar leggen we expliciet ter besluitvorming aan het college voor. 5. Algemene, specifieke en decentralisatie-uitkeringen De algemene uitkering is een algemeen dekkingsmiddel, waarbij het Rijk aangeeft op basis van welke maatstaven deze is berekend. Lokale beleidskeuzes in de P&C-cyclus bepalen de uiteindelijke besteding van deze algemene dekkingsmiddelen. In het geval van taakmutaties besluit, afhankelijk van omvang en/of bestuurlijke relevantie, het college of de raad over de wijze van invulling. Voor decentralisatie-uitkeringen geeft het Rijk weliswaar een bestedingsdoel mee, maar in principe zijn ook dat algemeen dekkingsmiddelen. Specifieke uitkeringen moeten worden besteed aan door het Rijk aangegeven doelen. 6. Begroten tegen lopende of constante prijzen In de meerjarenbegroting rekenen we met ‘lopende prijzen’. Dat wil zeggen dat we rekening houden met loon- en prijsontwikkelingen in de komende jaren (zie ook 12 en 13). 7. Algemene uitkering en circulaires We verwachten dat de loon- en prijsstijgingen in de algemene uitkering worden gecompenseerd. Als blijkt dat de compensatie van de loon- en prijsstijgingen afwijkt van hetgeen in de begroting is verwerkt, dan wordt het verschil verwerkt via een stelpost.
De Meicirculaire verwerken we in de begroting en de meerjarenraming. We nemen daarin ook mee de dan bekende informatie over het ravijnjaar, ontwikkelingen herverdeling gemeentefonds, opschalingskorting, hervormingsagenda Jeugd en de financieringssystematiek Rijk-gemeenten (inclusief hervorming belastingstelsel). De Septembercirculaire verwerken we niet in de programmabegroting vanwege het verwachte tijdstip van uitbrengen en de benodigde verwerkingstijd. Zodra de uitkomsten van de Septembercirculaire voor Goirle bekend zijn, informeren we de raad. Hetzelfde geldt voor de Decembercirculaire 2023. De financiële consequenties nemen we op in de eerste begrotingswijziging van 2024. 8. Investeringen Uitgangspunt voor het investeringsvolume in de begroting is de meerjarige investeringsprognose. De investeringsvoornemens uit de Perspectiefnota nemen we daarin mee. 9. Kapitaallasten In het eerste jaar van investeren begroten we de afschrijvings- en rentelasten over de helft van het investeringsbedrag, conform de nota Waarderen en afschrijven. 10. Lokale lasten/heffingen We passen de onroerendezaakbelasting (OZB) aan op basis van het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie voor de periode 1 mei 2022 – 1 mei 2023.
2
Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing geldt het systeem van gesloten financiering o.b.v. 100% kostendekkendheid, waarbij gebruik gemaakt wordt van voorzieningen, op zowel voorals nacalculatorische basis. 11. Post ‘Onvoorzien’ In de begroting nemen we een post onvoorzien op van € 3 per inwoner. Het college kan op deze post een beroep doen indien binnen de begroting geen andere dekkingsmiddelen beschikbaar zijn en aan de volgende criteria wordt voldaan: incidenteel, onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Ondanks het feit dat deze post wordt begroot binnen Algemene Dekkingsmiddelen en Overhead is het college bevoegd de post binnen alle programma’s in te zetten. Vaststellen van en toelichten op de bijbehorende begrotingswijziging door de raad vindt achteraf plaats. 12. Loonkosten en loonkostenontwikkeling Het college stelt, afgestemd op de beleidskeuzes van de raad, in aanloop naar de begroting een formatieplan 2024 vast. Daarin bepaalt het welke formatie nodig is om de begroting 2024 te kunnen uitvoeren. Het formatieplan vormt de basis voor de begrote personele lasten. In dekking wordt voorzien door de inzet van rijksmiddelen, lokale heffingen en/of de grondexploitatie. We baseren het loonkostenniveau van ingevulde formatieplaatsen op de salaristabellen van mei, inclusief de bekende cao-ontwikkelingen en periodieken.
Vacatures begroten we tegen het maximum van de betreffende schaal. De meest actuele indexering van de loonkosten n.a.v. de Septembercirculaire presenteren we in de raadsinformatiebrief over de Septembercirculaire. Verwerking daarvan in de begroting is dan niet meer mogelijk, dat doen we bij de 1 e begrotingswijziging van 2024. 13. Prijsontwikkeling We stellen de begroting jaarlijks bij voor de verwachte prijsontwikkelingen, zoals die zijn opgenomen in de Meicirculaire. Ter indicatie presenteren we u in de tabel hierna het meest recente inflatiepercentage. Dat is het inflatiepercentage dat door het CPB wordt gepresenteerd in het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart 2023. Hierin verwacht het CPB een inflatiepercentage van 3,9. 14. Te verstrekken subsidies We indexeren onze subsidies met een gewogen gemiddeld van de percentages voor de loonen prijsontwikkeling van het CPB. Daarbij gaan we uit dat de subsidies voor 80% loongevoelig zijn en voor 20% prijsgevoelig. 15. Verbonden partijen We hanteren de vastgestelde begroting van onze gemeenschappelijke regelingen. 16. Kwantitatieve gegevens Voor de begroting hanteren we de aantallen en percentages uit onderstaande tabel.
3
Tabel 1: Uitgangspunten voor de begroting 2024 Autonome gegevens Begroting 2023 Begroting 2024 Aantal inwoners per 1 januari 1 24.100 24.400 2 Aantal woonruimten 1 januari 10.550 10.750 Jaarlijkse toename inwoners meerjarenbegroting 200 150 Jaarlijkse toename woonruimten meerjarenbegr. 100 150 3 Aantal leerlingen voortgezet onderwijs 1.500 1.500 Aantal leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs 490 490 Overige uitgangspunten Stijging van de lonen begrotingsjaar 4 Stijging lonen meerjarenbegroting 4 Stijging van de prijzen begrotingsjaar 4 Extra stelpost prijzen begrotingsjaar Stijging prijzen meerjarenbegroting
Begroting 2023 Begroting 2024 3,00 % 5,20 % 2,50 % 4,90 % 2,50 % 1,50 % 2,50 %
Stijging subsidies5
3,90 % 1,60 % 4,70 %
Rekenrente begroting 6 Rekenrente grondexploitatie Rente-omslagpercentage
2,50 % 0,38 % 1,0 %
3,50 % n.n.b. n.n.b.
Stijging van de inkomsten Stijging van de OZB-opbrengst7
2,50 % --- 8
3,90 % n.n.b.
Rioolheffing Afvalstoffenheffing Hondenbelasting Marktgelden
100% kostendekkend 100% kostendekkend n.v.t. Toegroeien naar kostendekkend
1 Ministerie van BZK, Databank Financiën Gemeenten 2 De aantallen woonruimten zijn van belang voor de berekening van de Algemene uitkering. De werkelijke
aantallen komen uit de Basisregistratie Gebouwen. De aantallen voor 2024 zijn gebaseerd op het reguliere woningbouwprogramma en de te verwachten te realiseren woonruimten uit de Woondeal. 3 Mill Hill, o.b.v. aanmeldingen voor schooljaar 2023-2024 volgens aanmeldingen. Ter vergelijk: aantal leerlingen per 1 oktober 2022 is 1.503. 4 Centraal Planbureau, Centraal Economisch Plan, 9 maart 2023, bijlage 11. Loonvoet sector overheid en prijzen netto materiële overheidsconsumptie. Voor de meerjarenbegroting wordt het gemiddelde gebruikt voor de jaren 2025 t/m 2027. 5 Berekend o.b.v. een gewogen gemiddelde van de loon- en prijsstijgingen. Uitgangspunt is dat subsidies voor 80% loongevoelig zijn en voor 20% prijsgevoelig. 6 Rekenrente begroting: op basis van het rentepercentage voor een 25 -jarige geldlening. Per 31-3-2023 is dat percentage 3,3%. Dit wordt voor de begroting 2024 afgerond op 3,5%. 7 CPI gezinsconsumptie werkelijk 1 mei 2022 – 1 mei 2023. Op dit moment is die index nog niet bekend. 8 In 2023 is de OZB éénmalig niet verhoogd. De raad nam daartoe een amendement aan, in lijn met het uitgangspunt in het bestuursakkoord, om de gemeentelijke woonlasten zo laag mogelijk te houden.
4