02 Bijlage 1 - vast te stellen bestemmingsplan2.pdf
Tekst van het document
Bakertand
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
4 4 4 6 6 6
Hoofdstuk2 Beschrijving plangebied 2.1 Historische ontwikkeling 2.2 Voorgenomen ontwikkeling
7 7 9
Hoofdstuk3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Rijk 3.2 Provincie 3.3 Gemeente
10 10 14 18
Hoofdstuk4 Thematische beleidskaders 4.1 Stedenbouwkundige uitgangspunten en welstand 4.2 Duurzaamheid 4.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 4.4 Volkshuisvesting 4.5 Groen 4.6 Verkeer en parkeren
21 21 21 25 27 28 28
Hoofdstuk5 Milieuaspecten 5.1 Bedrijven en milieuzonering 5.2 Water 5.3 Natuur 5.4 Geluid 5.5 Bodemkwaliteit 5.6 Luchtkwaliteit 5.7 Externe veiligheid 5.8 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 5.9 Conclusie
33 33 36 47 49 52 53 56 57 58
Hoofdstuk6 Opzet planregels 6.1 Plansystematiek 6.2 Verbeelding 6.3 Regels
59 59 59 59
Hoofdstuk7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
63 63 63
Bakertand Pagina 2 van 65
Toelichting
Bakertand Pagina 3 van 65
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
Bakertand BV en de gemeente Goirle maken samen met de omgeving een mooie nieuwe wijk aan de rand van Goirle. Het gebied ligt tussen de Oostplas, de A58, de bebouwing van Boschkens en de Rillaersebaan. In januari 2018 is de Bakertand na een grenscorrectie weer onderdeel geworden van de gemeente Goirle. De gemeenten Goirle en Tilburg hebben bij de overgang afspraken gemaakt over de invulling van het gebied. Bakertand BV (gemeente Tilburg) is eigenaar van veel gronden in het gebied en ontwikkelt er een nieuwe woonwijk. De woonwijk bestaat uit maximaal 703 nieuw toe te voegen woningen in een gevarieerd woningbouwprogramma. In het plan is ruimte voor appartementen, rijwoningen, twee-onder-eenkapwoningen en vrijstaande woningen in verschillende prijscategorieën. Het maximum aantal wooneenheden is gekoppeld aan de aantal woningen die worden toegevoegd aan de wijk de Hoge Wal. In totaal komen in het gebied de Bakertand en de afronding van de wijk de Hoge Wal niet meer dan 735 woningen, waarvan dus maximaal 703 in de Bakertand. Daarnaast is ruimte voor een maatschappelijke voorziening, bijvoorbeeld een school. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan, derhalve is een bestemmingplanwijziging noodzakelijk. Voorliggend document vormt de toelichting van het bestemmingsplan.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de noordzijde van de kern Goirle. Ten noorden wordt het plangebied begrensd door de A58. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de woonwijk Boschkens in de vorm van een doorlopende muur. In het zuiden wordt het plangebied begrensd door de Rillaersebaan. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de Hoge Wal. Het plangebied wordt in noord-zuidrichting doorsneden door de Abcovenseweg, een oude verbindingsweg tussen Goirle en Tilburg. In figuur 1-1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven.
Bakertand Pagina 4 van 65
Figuur 1-1
Plangebied (globale begrenzing in rood)
Gedurende het planologische proces zijn enkele percelen ten oosten van dit plangebied en ten noorden van de Oostplas toegevoegd aan dit bestemmingsplan. Deze percelen worden (indien nodig) deels ingezet om de benodigde regionale waterberging te compenseren. Er is verder sprake van conserverend ruimtelijk beleid: het huidige agrarische gebruik is overgenomen in dit bestemmingsplan; er worden, buiten het gebruik van de gronden voor hoogwaterberging, geen nieuwe initiatieven mogelijk gemaakt op deze gronden.
Figuur 1-2 Toevoeging plangebied ten behoeve van compensatie regionale waterberging (globale begrenzing in rood)
Bakertand Pagina 5 van 65
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Binnen het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan
Vastgesteld
Bakertand
14-01-2004
Parapluplan gemeente 12-03-2019 Goirle
Inwerking
Onherroepelijk
10-05-2019
10-05-2019
Bakertand, 04-05-2017 Abcovenseweg eo 2015 Tot het moment waarop voorliggend bestemmingsplan in werking treedt, gelden bovengenoemde plannen.
1.4
Bij het plan behorende stukken
Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, planregels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en deze toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In deze toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook de inhoud van het vigerend beleid beschreven en met welke (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden.
1.5
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit acht hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleidskader van Rijk, provincie en gemeente. De thematische beleidskaders komen aan de orde in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 worden de milieuaspecten behandeld. De opzet van de planregels wordt in hoofdstuk 6 besproken, gevolgd door de uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7.
Bakertand Pagina 6 van 65
Hoofdstuk 2
Beschrijving plangebied
2.1
Historische ontwikkeling
2.1.1
Goirle
De oorsprong De naam Goirle is samengesteld uit de woorden "goer" (goir) en "loo". Het eerste betekent moeras of drassige grond, het tweede bos of open plek in het bos. Als plaatsnaam wordt Goirle voor het eerst genoemd in een charter uit 1298, waarin sprake is van de Ludensvoirt te Goirle. Voorts wordt de naam gebruikt in een oorkonde uit 1312 betreffende het goed Ter Loo op Abcoven aan de Leij en in een charter van 1315 als het goed Ter Venne genoemd wordt. Opgravingen die zijn gedaan bij de afbraak van de oude parochiekerk in 1896, toonden de aanwezigheid van een kerkje in de 12e eeuw. In die tijd maakte het kleine kerkdorpje deel uit van de heerlijkheid Tilburg. Reeds in 1795 bestonden er plannen om Goirle van Tilburg te scheiden, maar hiertegen werd door beide plaatsen geprotesteerd. Pas in 1803 werd Goirle een zelfstandige gemeente.
Figuur 2-1
Kaart van de gemeente Goirle uit 1866 (Atlas van J. kuiper)
18e eeuw: ontwikkeling vanuit de Grootte Akkers richting De Leij De gemeente Goirle heeft een oppervlakte van ruim 2.544 ha en wordt begrensd door de gemeenten Alphen en Riel, Tilburg, Hilvarenbeek en Poppel (B). Zeer bepalend voor de ontwikkeling en vorming van het gebied waren de verschillende waterlopen. Vanaf de tijd dat Goirle nog deel uitmaakte van het hertogdom Brabant, tot aan de totstandkoming van de rijksweg Tilburg-Turnhout in 1853 zou er weinig veranderen in het straten- en wegenplan van het dorp. De waarschijnlijk oudste bebouwing is aangetroffen in het gebied van de vrij hoog gelegen Grootte Akkers. Door de verschuiving in de richting van de Leij ontstaan de wijken of herdgangen Abcoven en Kerk, en ten westen van de Grootte Akkers de herdgangen Dorp en Ven. In 1753 telde het dorp 132 woningen "daeronder begrepen kleijne hutten en keten" en maar een paar "stadsgewijze getimmerde huijzen". Met de aanleg van de rijksweg Tilburg-Turnhout verbeterde de infrastructuur in het dorp. 19e eeuw: groei van Goirle begint Als na 1850 de bevolking van Goirle flink begint te groeien, wordt voornamelijk gebouwd langs de oude kerkwegen en langs de nieuw aangelegde Tilburgseweg. Vooral het aantal
Bakertand Pagina 7 van 65
arbeiderswoningen nam sterk toe. De voornaamste initiatiefnemers tot de bouw waren de fabrikanten en de landbouwers. Op het einde van de 19e eeuw is ook begonnen met de bouw van woningen langs bestaande akkerwegen, zoals de Molenstraat (achter de heuf), Groeneweg en Koude Pad.
Figuur 2-2
Kaart van de gemeente Goirle uit begin 20e eeuw
20e eeuw: planmatige woningbouw Aan de woningbouw werd een nieuwe impuls gegeven door de Woningwet, die in 1901 tot stand kwam en waardoor het mogelijk werd om met rijkssteun woningen te bouwen en de volkshuisvesting te verbeteren. Dit resulteerde onder andere in de Kalverstraat, om de arbeiders dicht bij de fabriek te kunnen huisvesten, de Hoogstraat en de St. Jansstraat. In die periode vindt ook het Oranjeplein haar oorsprong. Het werd aangelegd als groot kermisterrein, met de verwachting dat het centrum van Goirle zich daar zou ontwikkelen. De oorspronkelijk grote maat van het plein is te verklaren doordat er ruimte werd gemaakt voor een parochiekerk die op de plaats van het huidige groene deel zou komen. Rondom het plein is op planmatige manier woningbouw gerealiseerd. Tot in het midden van de 20e eeuw is het dorp binnen de grenzen van het huidige centrumgebied gebleven. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Goirle grote groei gekend. Met de uitvoering van de bestemmingsplannen begon de groei van Goirle. Achtereenvolgens kwamen tot stand de woningen ten noorden van de Van Malsenstraat, plan West, de wijk Hoogeind, plan Abcoven en de wijken Grobbendonk, De Hellen en de Grootte Akkers. Tegelijkertijd begon rond 1970 de grootschalige sanering van de oudere wijken en straten.
Een voorbeeld daarvan is de aankoop van de terreinen en opstallen van de voormalige Pijnenburg's Weverijen met woningen aan de Tilburgseweg, Groeneweg en Molenstraat in 1969. Op één villa na zijn alle gebouwen die bij de verkoop betrokken waren, verdwenen om plaats te maken voor de uitvoering van het centrumplan. Later zijn de wijken De Nieuwe Erven en De Hoge Wal tot stand gekomen. De woonwijk Boschkens, aan weerszijden van de Tilburgseweg (ten noorden van de Rillaersebaan is aan het einde van de 20ste eeuw en in het begin van de 21ste eeuw gerealiseerd.
Bakertand Pagina 8 van 65
2.1.2
Bakertand
Halverwege de 19e eeuw is de Bakertand op kaarten te zien als landweg tussen twee hoofdwegen van Tilburg naar Goirle. Het agrarisch gebied wat tussen deze plaatsen lag, werd verdeeld door de Katsbogte, een waterloop die rond de 16e eeuw onder de naam Heijningen bekend stond. De voornaamste wegen in Groot Akkers, zoals het gebied bekend stond, waren naast de Bakertand ook de Dorenweg en de Veestraat, die met elkaar in verbinding stonden in een ringstructuur. Langs de belangrijke verbindingsweg Bakertand ontstond lintbebouwing die voornamelijk bestond uit boerderijen. Samen met de klinkerweg vormen deze een cultuurhistorisch waardevol ensemble. Decennia lang is het gebied Groot Akkers ongeschonden gebleven totdat zowel Tilburg als Gorile vanaf de jaren 80 grootschalig werden uitgebreid. De ringstructuur werd verbroken door de wijk De Groote Akkers. De natuurlijke grenslijn tussen Tilburg en Goirle kreeg fysiek gestalte door de aanleg van de A58. Naarmate de uitbreidingen van Tilburg en Goirle groeiden, nam de Oostplas in omvang toe doordat hier zand voor de planvorming gewonnen werd. Door de aanleg van de Rillaersebaan, die een groot deel van de wijken De Groote Akkers en Grobbendonck ontsluit, kwamen de Dorenweg en de Veestraat dood te lopen.
De recente ontwikkeling van de wijk Boschkens halveert de lengte van de Dorenweg en geeft het laatste overgebleven stukje van de Groot Akkers een harde stedelijke rand.
2.2
Voorgenomen ontwikkeling
Ten behoeve van de ontwikkeling de Bakertand is een schetsboek opgesteld, als toelichting op het stedenbouwkundig plan. In het schetsboek wordt uitgebreid ingegaan op de ruimtelijke en functionele structuur en de voorgenomen ontwikkeling. Voor een toelichting op de voorgenomen ontwikkeling wordt derhalve verwezen naar het schetsboek (Bijlage 3) en het stedenbouwkundig plan in de bijlage (Bijlage 4). Tevens is in het kader van welstand een beeldkwaliteitsplan opgesteld, dat dient als toetsingskader bij vergunningverlening. Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage bij de regels (Bijlage 3)
Bakertand Pagina 9 van 65
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
3.1
Rijk
3.1.1
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is in oktober 2020 naar de Tweede Kamer verzonden. In de NOVI zijn nationale belangen en opgaven inzake onze leefomgeving vertaald in strategische keuzes. In de basis hebben deze een nationaal karakter, maar de NOVI voorziet aanvullend in gebiedsgericht maatwerk. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn binnen de NOVI vertaald in vier integrale prioriteiten:
Conclusie Voorliggend plan draagt bij aan de prioriteiten vanuit de NOVI. Het plan wordt klimaatadaptief opgesteld en draagt bij aan een sterke en gezonde regio door te voorzien in woningaanbod. De nadere afweging vindt voor onderhavige planontwikkeling decentraal plaats. 3.1.2
Ladder voor duurzame ontwikkeling
Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van art. 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit procesvereiste is gebaseerd op één van de nationale belangen als opgenomen in de SVIR, opgesteld door het Rijk. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Het Rijk heeft er voor gekozen om, gedeeltelijk gebaseerd op de al langer geldende SER-ladder uit 1999, het procesvereiste vorm te geven als een determinerend-cumulatief werkende motivatieverplichting. De zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is per 1 juli 2017 gewijzigd. De motiveringsplicht blijft, de nieuw ladder bevat echter geen treden meer.
De voormalige treden zijn samengevoegd tot één lid: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Door Sprinco is in 2018 een woningbehoefte onderzoek uitgevoerd (Bijlage 1). In het onderzoek is
Bakertand Pagina 10 van 65
ingegaan op de kwalitatieve en kwantitatieve woonbehoefte. Het plan voorziet in een woonmilieu met een groen dorps karakter in een lokale en regionale behoefte. Daarnaast is een oplegnotitie opgesteld door Sweco naar aanleiding van de nieuwe woningbehoefteonderzoek uit 2020 en de regionale woningbouwafspraken (Bijlage 2). Kwantitatieve behoefte In de gemeentelijke woonvisie wordt vastgesteld dat jaarlijks de gemeentelijke bouwopgave in regioverband opnieuw wordt berekend op basis van de bevolkings- en woningbehoefteprognose van de provincie, waarbij de tienjaarsperiode één jaar opschuift. In regioverband is afgesproken dat de gemeente Goirle over de jaren 2018-2028 circa 100 woningen per jaar mag bouwen. Dit is inclusief 100 extra woningen die Goirle bouwt voor de behoefte van de gemeente Tilburg als onderdeel van de woningbouwafspraken die met Tilburg zijn gemaakt over de bouwlocatie Bakertand. Volgens de nieuwe provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose uit 2020 neemt het inwonertal van Noord-Brabant toe van ruim 2.563.000 in 2020 tot bijna 2.842.000 mensen in 2050. Dit betekent dat de Brabantse bevolking de komende 30 jaar naar verwachting nog met bijna 280.000 personen zal groeien.
Uit dit woningbehoefteonderzoek komt verder dat in de regio Midden Brabant (waarin de gemeente Goirle gelegen is) er een bevolkingsgroeiprognose is van 27.530 inwoners tussen 2020-2030, waarvan 27.090 in stedelijke concentratiegebied. Daarnaast geldt voor de gemeente Goirle een verwachte bevolkingsgroei van 700 inwoners tussen 2020-2030. Naast de hogere bevolkingsgroei bereikt de woningvoorraad van de provincie een grotere omvang in vergelijking met de vorige prognose uit 2017. Verwacht wordt dat er in Noord-Brabant anno 2050 ca. 1.360.000 woningen nodig zijn om in de woningbehoefte te kunnen voorzien, bijna 100.000 woningen meer dan de ramingen uit 2017. Dat betekent een toename van een kleine 220.000 woningen ten opzichte van de ruim 1.140.000 die er aan het begin van 2020 in de provincie staan. Voor de regio Midden Brabant geldt dat er voor 2030 zo'n 21.600 woningen moeten worden gerealiseerd en tot 2050 zelfs 229.200 woningen. Voor de gemeente Goirle wordt in de provinciale woningbouwprognoses gesteld dat er een groei is in de woningbehoefte van 935 woningen tussen 2020 en 2030 met jaarlijkse een groei van 94 woningen. Voor de gemeente Tilburg is deze groei 13.965 met een jaarlijkse groei van 1.397. De feitelijke woningvoorraad voor de gemeente Goirle is volgens het onderzoek 10.365 in 2020.
De bevolking in de gemeente Goirle is de afgelopen jaren gegroeid met ongeveer 140 inwoners per jaar tot 23.780 per 1-1-2019. De verwachting is dat de bevolking nog licht blijft groeien tot circa 24.600 inwoners in 2030. Het aantal huishoudens is per 1-1-2019 10.280 en zal nog groeien tot bijna 11.000 in 2030. De afgelopen jaren hebben zich meer mensen in Goirle gevestigd dan dat er zijn vertrokken. Dit alles zorgt er voor dat de woningbehoefte toeneemt in de gemeente. De woningbehoefte voor de gehele regio uit 2020 is procentueel met 72% per jaar toegenomen ten opzichte van de prognose uit 2017. Dit vraagt om versnelling en het zoeken en benutten van kansen voor nieuwe woningbouw. Er wordt vastgesteld dat de groei vraagt om jaarlijks 2.160 woningen, bijna 740 meer dan op basis van de eerdere prognoses. De plancapaciteit voor de komende 10 jaren is momenteel onvoldoende voor de gewenste groei in die periode (nu 92%). Een gezonde planvoorraad bedraagt 130% (standpunt BZK). Voor de gehele regio geldt dat de planvoorraad tot en met 2024 71% van de planvoorraad tot 2030 bedraagt. De planvoorraad voor de gemeente Goirle geeft op korte en middellange termijn voldoende capaciteit om te voorzien in de woonbehoefte.
In het afgelopen jaar zijn de gemeenten Goirle en Tilburg tot overeenstemming gekomen over de ontwikkeling van woningen in De Bakertand waar gemeente Tilburg voor de Tilburgse / regionale woonbehoefte woningen gaat bouwen op grondgebied van de gemeente Goirle. Voorgenomen ontwikkeling van de bakertand draagt bij aan de woningbouwopgave van de gemeente Goirle en Tilburg. Door 703 woningen te realiseren met verschillende prijscategorieën en woningvormen wordt het aanbod aan woningen in de regio vergroot en zo bijgedragen aan de Bakertand Pagina 11 van 65
behoefte naar meer woningen. Kwalitatieve behoefte In Goirle is sprake van een positief migratiesaldo. De effectieve vraag naar dorps en luxe woonwijk vanuit de bevolking van Tilburg en Goirle ligt aanzienlijk hoger dan de voorraad in deze woonmilieus (figuur 3-1). Regionaal is sprake van een licht tekort aan dorps wonen en aanzienlijk tekort aan luxe woonwijk.
Figuur 3-1
Effectieve vraag vs. voorraad (Springco, 2018)
De behoefte bestaat uit het aantal huishoudens dat heeft aangegeven binnen 2 jaar te willen verhuizen en misschien binnen twee jaar te willen verhuizen. De behoefte is uitgesplitst naar woonmilieu en gewogen naar leeftijd en toegerekend aan de populatie van Tilburg en Goirle. Een deel van de vraag zal worden opgenomen door de bestaande voorraad. Per 2 jaar komen in Tilburg 90 huizen vrij in een luxe woonwijk en 233 huizen in een dorps woonmilieu. In Goirle is dit respectievelijk 26 en 209 huizen. Tegenover een vraag naar deze woonmilieus van minimaal 800 woningen per 2 jaar staat een aanbod in de bestaande voorraad van 558 woningen in 2 jaar. Daarmee resteert een jaarlijkse vraag naar nieuwbouw van circa 120 woningen in het beoogde woonmilieu. Uit de woningprognose komt dat de verhuisgeneigden in de kern Goirle vooral dorps willen wonen of een rustig stedelijk woonmilieu, luxe woonwijk of woonwijk met laagbouw. De woningen die gewenst worden passen bij deze woonmilieus en zijn vrijstaand, 2-1-kap, appartement met lift of een rijwoning. Er zijn al veel wijken met een dorps woonmilieu en er staan al veel rijwoningen in de kern Goirle. De behoefte aan dorpse woonmilieus en rijwoningen kan daarom voor een deel worden ingevuld door bij verhuizingen beschikbaar komende dorpse woonmilieus en vrijkomende rijwoningen.
Als gekeken wordt naar concurrerend planaanbod binnen het beoogde woonmilieu zijn de ontwikkelingen in Stappegoor en Zuidrand Goirle in potentie concurrerend. Deze realiseren een aanbod van naar verwachting ca 155 woningen in 2021, 55 woningen in 2022 en 55 woningen in 2023. Hier tegenover staat een zekere vraag van ca 120 woningen per jaar. Dit laat zien dat er zeker ruimte is voor 65 woningen per jaar en vanaf 2024 voor 120 woningen per jaar. Deze vraag kan hoger uitvallen, omdat er veel huishoudens met een voorkeur voor een dergelijk woonmilieu zijn die hebben aangegeven misschien verhuisgeneigd zijn. Er wordt geconstateerd dat de vraag niet alleen door gezinshuishoudens wordt uitgeoefend (40%),
Bakertand Pagina 12 van 65
maar vooral door tweepersoonshuishoudens (45%) en 15% alleenstaanden. Deze ingrediënten maken een bijzonder woonmilieu mogelijk met een grote diversiteit naar leeftijd en huishoudensamenstelling. De locatie (goed bereikbaar, stad en natuur op fietsafstand) maakt een brede doelgroep mogelijk. Door de diversiteit in de vraag naar verschillende type woningen en woningvormen in de gemeente Goirle zal de geemeente zich richten op een gevarieerd en flexibel planaanbod, met (blijvende) aandacht voor de betaalbaarheiden financierbaarheid van het wonen, een gezonde mix van huur en koop, inverschillende prijssegmenten en met (volop) ruimte voor nieuwe, ook tijdelijkewoonvormen In de woonvisie 2019 - 2022 is aangegeven welk bouwprogramma gewenst is:
Dit plan voorziet in de volgende woningtypes, hierbij gaat het over deel A, B en C. In deel C worden 29 rijwoningen, 2 twee- onder-een-kapwoningen en 1 vrijstaande woningen gebouwd. De overige woningen worden in deel A en B gebouwd. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op deel A en B. Appartementen gestapeld: minimaal 15% en maximaal 25% Rijwoningen: minimaal 20% en maximaal 30% Twee-onder-een-kapwoningen: minimaal 30% en maximaal 40% Vrijstaande woningen (al dan niet vrijstaand geschakeld): minimaal 15% en maximaal 25% De woningen worden gebouwd in de volgende prijscategorieën: Sociale-/middeldure huur: ca. 25% Goedkope koop tot €185.000,-: 5% Normale koop: ca. 20% Gemiddeld dure koop: ca. 30% Dure koop: ca. 20% Bovengenoemd programma is door de gemeenteraad in de raadsvergadering van 16 juni 2020 vastgesteld. Percentages van de diverse prijscategorieën die zijn aangeduid met 'circa' kunnen Bakertand Pagina 13 van 65
met 5% toe- of afnemen. Dit geldt dus niet voor de prijscategorie goedkope koop. Conclusie Voorgenomen ontwikkeling van de Bakertand draagt bij aan de woningbouwopgave van de gemeenten Goirle en Tilburg. Door 703 woningen te realiseren met verschillende prijscategorieën en woningvormen wordt het aanbod aan woningen in de regio vergroot en zo bijgedragen aan de behoefte naar meer woningen. Het woonbehoefteonderzoek heeft aangetoond dat er behoefte is aan de woningbouwontwikkeling. De vraag kan niet worden voldaan binnen het bestaand stedelijk gebied, gezien het type woonmilieu en de grote vraag. Hoewel het onderzoek in 2018 is uitgevoerd, kan gezien de huidige woningmarkt gesteld worden dat de conclusie anno 2023 nog steeds valide is. 3.1.3
AMvB Ruimte
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt het Rijk een aantal regels voor die betrekking hebben op de inhoud van bestemmingsplannen. De onderwerpen zijn: project mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied en defensie (met uitzondering van radar). Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen. Conclusie Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen. Ten behoeve van een eventueel toekomstige wegverbreding van de A58 is in het Barro een reserveringsgebied opgenomen van 34 meter breed. Deze zone zal worden gerespecteerd, er zullen geen gebouwen worden gerealiseerd binnen dit reserveringsgebied. Dit is geborgd in de regels en verbeelding. 3.1.4
Crisis- en herstelwet
Met de Crisis- en herstelwet (Chw) wil het kabinet de procedures voor grote projecten versnellen. Hiermee wordt een stap gezet om de gevolgen van de economische crisis te bestrijden. De Chw beoogt onder andere een impuls aan integrale gebiedsontwikkeling te geven. De regels uit de Chw hebben overwegend betrekking op het bestuursprocesrecht en hebben als doel om proceduretijden van bij wet aangewezen projecten te verkorten. In Bijlage I van de Chw zijn de categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waar de stroomlijning van procedures voor geldt. Artikel 3.1 van deze bijlage noemt daarin de bouw van 11 of meer woningen als een van de ruimtelijke projecten, waarop de procedurele versnellingen van toepassing zijn. Conclusie Omdat dit bestemmingsplan (na vaststelling) moet worden aangemerkt als een besluit dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een ruimtelijk project zoals genoemd in Bijlage I van de Crisis- en herstelwet zijn de regels uit die wet van toepassing. De regels uit de Crisis- en herstelwet betreffen in dezen met name het bestuursprocesrecht waardoor de doorlooptijd van procedures voor in de wet aangewezen projecten kan worden verkort.
3.2
Provincie
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met de Brabantse Omgevingsvisie sluit de provincie met de hoofdopgaven aan bij rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. Het streven is dat de omgevingsvisie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Noord-Brabant samenbindt. In de Omgevingsvisie Noord-Brabant heeft de provincie vier hoofdopgaven benoemd: werken aan de Brabantse energietransitie, werken aan een klimaatproof Brabant, werken aan de slimme Bakertand Pagina 14 van 65
netwerkstad, werken aan een concurrerende, duurzame economie. Hieraan ten grondslag ligt één basisopgave; de provincie streeft naar een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven hebben een grote ruimtelijke impact. Noord-Brabant is te klein als alles naast elkaar plaatsvindt. Het wordt dus passen en meten, met opgaven naast, onder, boven en met elkaar. Meerwaardecreatie en meervoudig slim ruimtegebruik is noodzaak. De opgaven moeten we daarom altijd in onderlinge samenhang bezien. Diep, rond en breed bekijken, dus. Als doel voor 2050 heeft de provincie het volgende gesteld: Noord-Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat de provincie op alle aspecten beter presteert dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Noord-Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal. Voor 2030 streeft de provincie naar het volgende: Noord-Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat de provincie voor alle aspecten voldoet aan de wettelijke normen.
Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak. Conclusie Het plan past binnen de Omgevingsvisie Brabant. Er wordt voorzien in een stedelijke ontwikkeling (in concentratiegebied, zie 3.2.2) waarbij respect is voor de cultuurhistorische dragers en ruimte is voor groen en biodiversiteit. 3.2.2
Interim omgevingsverordening
Met betrekking op de komst van de omgevingswet heeft de provincie Noord-Brabant een interim omgevingsordening vastgesteld. De interim omgevingsordening omvat alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving en kan gezien worden als een uitwerking van de ambities uit de Brabantse Omgevingsvisie in regels. De Interim omgevingsverordening trad op 6 november 2019 in werking. De omgevingsverordening heeft een beleidsneutraal karakter. Dat houdt in dat de omgevingsverordening geen nieuwe beleidswijzigingen doorvoert tenzij dit nieuwe beleid reeds opgenomen is in vastgestelde beleidsdocumenten. De omgevingsverordening is een interimdocument en daarmee een tussenstap naar een definitieve provinciale omgevingsverordening. Gelet op het beleidsneutrale karakter van de omgevingsverordening komen de structuren die de Verordening ruimte Noord-Brabant (geconsolideerde versie van 1 januari 2019) in het plangebied voorzag inhoudelijk terug in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Kaartlaag stedelijke ontwikkeling Het stedelijk gebied is krachtens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bedoeld voor het bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Stedelijke ontwikkelingen moeten waar mogelijk plaats vinden in het bestaand stedelijk gebied (concentratiegebied).
Het uitgangspunt hierbij is dat het leeuwendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in de stedelijke concentratiegebieden. In gebieden met deze aanduiding is er ruimte voor verdere verstedelijking en dus voor nieuwe stedelijke functies, mits daar behoefte aan is. Gemeenten zijn, binnen de grenzen van wet- en regelgeving, vrij om in deze zone te voorzien in nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de Interim Omgevingsverordening is het stedelijk gebied niet gedefinieerd. Wat een stedelijke functie is volgt uit (de toepassing van) het Besluit ruimtelijke ordening. Een stedelijke functie bestaat uit de ontwikkeling van bedrijventerreinen, zeehaventerreinen, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In de huidige situatie wordt het plangebied ingezet voor stedelijke functies.
Bakertand Pagina 15 van 65
Figuur 3-2
Uitsnede IOV (geconsolideerd, 08-12-2020) - stedelijke ontwikkelingkaart
Conclusie stedelijke ontwikkelingskaart De stedelijke ontwikkeling waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft, vindt plaats in het bestaand stedelijk gebied (figuur 3-2). Omdat de stedelijke ontwikkeling volledig in het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is er geen sprake van een strijdigheid met deze aanduiding uit de verordening. Binnen het gebied ten noorden van de Oostplas, gelegen buiten de aanduiding bestaand stedelijk gebied, wordt geen stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Kaartlaag grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging Het plangebied valt tevens deels in regionale waterberging en reservering waterberging (figuur 3-3).
Bakertand Pagina 16 van 65
Figuur 3-3
Uitsnede IOV (geconsolideerd, 08-12-2020) - kaart waterberging
Regionale waterberging In gebieden die zijn aangeduid als 'Regionale waterberging' is het beleid gericht op het tegengaan van activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied. De aanduiding 'regionale waterberging' maakt stedelijke ontwikkeling op gronden met deze aanduiding niet zonder meer mogelijk. Artikel 3.35 van de Interim Omgevingsverordening stelt derhalve beperkingen aan de beoogde ontwikkeling. De beperkingen hebben betrekking op bouwen en voorzien in een vergunningstelsel voor het ophogen van gronden en het aanbrengen of wijzigen van kaden. Bebouwing ten dienste van waterberging is toegestaan tot een hoogte van maximaal 2 meter. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan mits blijkt dat dit niet ten koste gaat van het waterbergend vermogen van het gebied. Om de realisatie van het beoogde appartementencomplex in de noordoosthoek van het plan mogelijk te maken is een herbegrenzing van de aanduiding Regionale waterberging en bijbehorende compensatie noodzakelijk. Deze herbegrenzing binnen de Interim omgevingsverordening zal met dit bestemmingsplan worden aangevraagd. De resterende locatie met de aanduiding Regionale waterberging is middels een dubbelbestemming vastgelegd in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan.
Bij de voorbereiding en uitwerking van dit bestemmingsplan is het waterschap in het kader van de watertoets betrokken, zodat is geborgd dat het waterbergend vermogen van het gebied niet wordt aangetast. Reservering waterberging Bakertand Pagina 17 van 65
De aanduiding 'reservering waterberging' is gericht op het behoud van het waterbergend vermogen van het gebied. Een ruimtelijke ontwikkeling die plaatsvindt in een gebied waarbij reservering waterberging van toepassing is, moet een verantwoording bevatten bij het bestemmingsplan over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft. Het gaat om activiteiten met over het algemeen een groot ruimtebeslag die, indien eenmaal gevestigd, moeilijk verplaatsbaar zijn, schadegevoelig zijn en een effect hebben op de (potentiële) ruimte voor waterberging. Er is echter geen sprake van een absoluut verbod; in de volgende situaties zijn er toch mogelijkheden: indien uit de voor het bestemmingsplan uitgevoerde watertoets is gebleken dat de geschiktheid van het gebied voor waterberging niet verloren gaat, of dat bij de inrichting voldoende rekening is gehouden met hogere inundatiekansen. In het kader van het watertoetsproces is vroegtijdig afstemming met het waterschap in gang gezet. Een deel van de aanduiding Reservering waterberging valt binnen de beoogde geluidswal en enkele woongebieden. Hiervoor is een herbegrenzing binnen de Interim omgevingsverordening noodzakelijk, die met dit bestemmingsplan wordt aangevraagd.
Conclusie De planontwikkeling is niet zondermeer mogelijk in de Interim Omgevingsverordening, gezien de aangewezen gebieden voor regionale waterberging en reservering waterberging. In dit kader is vroegtijdig overleg opgestart met het waterschap. Binnen het plangebied zijn er een aantal functies die vallen binnen de RWB-zone (regionale waterberging en reservering waterberging). Dit gaat om de grondwal langs de noordrand, het appartementsgebouw in de noordoost zijde, en een aantal kavels die de zuidrand van het RWB-zone snijden. Maaiveldophoging binnen de RWB-zones leidt tot verlies van regionale waterberging. Dit verlies dient gecompenseerd te worden voor de bijbehorende waterstand. Voor de compensatie van de zone Regionale Waterberging en zone Reserveringsgebied Waterberging moet nieuwe waterberging worden aangelegd. Reservering Waterbergingsgebied komt overeen met het waterpeil bij een T100WH+ situatie en voor Regionale Waterberging is de situatie T10HK. De regionale waterbergingsopgave is in het plan ingepast. Met een Sobekberekening is aangetoond dat deze bergingsopgave inpasbaar is en het watersysteem ook dynamisch niet tot verslechteringen leidt.
In de watertoets in Bijlage 9, de Sobekberekening in Bijlage 10 en de waterparagraaf in dit bestemmingsplan (5.2.2) wordt verder ingegaan op de compensatieopgave, de waterbergingsopgave en de wijze waarop dit juridisch-planologisch geborgd is. De uitvoering van het plan vereist een herbegrenzing van de aanduidingen Regionale waterberging en Reservering waterberging binnen de Interim omgevingsverordening. Die herbegrenzing wordt met dit bestemmingsplan aangevraagd; de wijze waarop is vastgelegd in de verbeelding en de regels van dit bestemmingsplan. Tevens is in de figuren 5-7 en 5-9 in paragraaf 5.2.2 weergegeven hoe de begrenzing van Regionale waterberging en Reservering waterberging vóór en ná voorliggende ontwikkeling zal zijn. Met inachtneming van voorgaande is het bestemmingsplan uitvoerbaar en is er ten tijde van vaststelling geen strijd met de Interim Omgevingsverordening.
3.3
Gemeente
3.3.1
Omgevingsvisie
De Omgevingsvisie, vastgesteld door de gemeenteraad op 21 december 2021, biedt de leidraad voor de inrichting van de fysieke leefomgeving voor de middel- (5-10 jaar) en lange termijn (>10 jaar). Hierin worden de benodigde initiatieven en inspanningen voor essentiële hoofdopgaven in de komende tien jaar omschreven. Opgaven in de kern van Goirle zijn om de woonfunctie uit te breiden binnen de begrenzingen van het bestaand stedelijk gebied en om ruimte in het bestaand stedelijk gebied nog beter te benutten Bakertand Pagina 18 van 65
door ruimte te bieden aan inbreidings- en herstructureringsopgaven. Voorwaarde bij inbreidings- en herstructurerings- opgaven is dat zij passen bij het karakter van Goirle. Het plangebied is opgenomen in de visiekaart van de omgevingsvisie. Daarbinnen is het plangebied aangewezen als verstedelijking korte termijn. Dit betekent dat het plangebied wordt aangemerkt als gebied waar woningbouw op korte termijn wordt ontwikkeld.
Figuur 3-4
Visiekaart omgevingsvisie Goirle
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt door dit bestemmingsplan past in het ruimtelijk beleid zoals dat in de omgevingsvisie vastgelegd is. 3.3.2
Toekomstvisie
In 2013 is door de gemeenteraad de “Toekomstvisie gemeente Goirle 2020” vastgesteld onder de titel “Thuis in Goirle: groen, sociaal, ondernemend”. Kortweg werd aan dit document de subtitel “Toekomstvisie 2020” gegeven. Deze visie - gebaseerd op de drie kernbegrippen 'groen, sociaal en ondernemend' – dient als leidraad voor de toekomstige beleidsontwikkeling. De ambitie voor Goirle in 2020 luidt: Onze inwoners voelen zich thuis in de gemeente Goirle, want Goirle is een groene, sociale en ondernemende gemeente. Goirle is Groen De gemeente Goirle wordt gekenmerkt door het dorpse en landschappelijke karakter en is een prettige en groene woonomgeving, gelegen in het prachtige groen (bossen, beken, Regte Heide) en nabij de grote stad. Goirle is Sociaal De gemeente Goirle is een dynamische en levendige gemeente. De onderlinge sfeer is goed, open en positief. Ieder handelt vanuit zijn of haar verantwoordelijkheid. Problemen worden door onze inwoners zoveel als mogelijk zelf opgelost. In laatste instantie biedt de gemeente een vangnet voor diegenen die daarop zijn aangewezen. We denken en handelen vanuit de ´menselijke Bakertand Pagina 19 van 65
maat´. De inwoners kennen elkaar en zijn betrokken bij hun directe naaste omgeving maar zijn ook betrokken bij hun buurten en wijken. We zijn er voor elkaar en zorgen voor elkaar als dat nodig is. Goirle heeft een actief verenigingsleven en er zijn veel vrijwilligers. We zijn trots op ons eigen karakter en onze eigen identiteit en houden deze graag in stand. Goirle is Ondernemend Binnen de gemeente Goirle zijn voldoende voorzieningen voor wonen, leven, onderwijs, recreatie en zorg aanwezig voor jong en oud, voor ieder wat wils. Economische ontwikkelingen in dat kader worden waar mogelijk ondersteund. In onze afwegingen maken we een verantwoorde keuze gericht op duurzaamheid. Daarbij wegen we economische en ecologische argumenten in samenhang en zorgen we voor balans. We staan open voor nieuwe initiatieven van burgers, organisaties en ondernemers; soms initiëren we deze initiatieven zelf als we kansen zien of iets willen bereiken. Als gemeente kiezen we hierbij bij voorkeur een regierol. Conclusie De planontwikkeling past binnen de kaders van de Toekomstvisie. De Bakertand wordt een groene woonomgeving.
Bakertand Pagina 20 van 65
Hoofdstuk 4
4.1
Thematische beleidskaders
Stedenbouwkundige uitgangspunten en welstand
Voor het plan Bakertand is een stedenbouwkundig plan opgesteld (Bijlage 3), in het bijhorende schetsboek worden de principes van de ontwikkeling toegelicht. Het schetsboek beschrijft thema's als parkeren, ontsluiting, bebouwing, groen en water. Het schetsboek is opgenomen als bijlage van dit plan (Bijlage 4). Tevens is voor het plan een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft en verbeeldt het ambitiekader voor de uitstraling van het stedenbouwkundig plan voor de Bakertand. Het beeldkwaliteitsplan dient twee doelen: enerzijds is het een inspiratiekader voor een bouwende partij, anderzijds dient het als toetsing voor bevoegd gezag. Het beeldkwaliteitsplan is dan ook opgenomen als bijlage van de regels van dit bestemmingsplan (Bijlage 3). In de hierop volgende paragrafen wordt nader ingegaan op duurzaamheid, archeologie en cultuurhistorie, volkshuisvesting, groen, verkeer en parkeren. Voor de stedenbouwkundige uitgangspunten wordt verwezen naar het schetsboek en het beeldkwaliteitsplan.
4.2
Duurzaamheid
Bakertand wordt een klimaatrobuuste, ecologische, duurzame en groene wijk. Om dit te realiseren wordt gefocust op maatregelen met betrekking tot de volgende thema's: 1. Ecologische inrichting 2. Energieneutraliteit 3. Zorgvuldig materiaalgebruik 4. Mobiliteit 5. Eigenaarschap en betrokkenheid 6. Flexibiliteit en diversiteit 1. ECOLOGISCHE INRICHTING Ecologische zone tussen Bakertand en A58 Tussen de Bakertand en de A58 wordt een ecologische zone gerealiseerd. Op deze wijze wordt het groene gebied Boschkens via de Bakertand en een onderdoorgang (faunapassage en ecoduikers) bij de Abcovenseweg verbonden met het buitengebied. Op basis van historisch grondgebruik en de nu nog aanwezige vegetatie, zijn er reële kansen voor hoogwaardige, kwel gerelateerde natuurtypen. Ook is gebleken dat de Bakertand als het ware een zijdalletje van de Oude Leij is. Het noordelijk deel van het oude beekdalletje is onder de A58 verdwenen. Het zuidelijke deel ligt er nog min of meer. De aanwezige kwelzone moet deels opgehoogd worden voor een geluidswal, maar wordt verder zoveel mogelijk behouden en versterkt. Hiervoor moet wel de ecohydrologische situatie nader beschouwd worden. Dit vindt plaats bij het opstellen van het inrichtingsplan voor dit gebied.
Natuurinclusief bouwen Voor woningen wordt gestimuleerd zo natuurinclusief mogelijk te ontwerpen en te bouwen door op strategische plekken nestkasten in te bouwen voor vogels en vleermuizen. In het openbaar gebied wordt gekeken naar het integreren van o.a. insectenhotels, marterboxen en egelhuisjes. Er wordt gekozen om maatregelen te treffen voor specifieke Bakertand Pagina 21 van 65
doelsoorten, dit geval bijvoorbeeld de kerkuil, iepenpage, huismus, zwaluwen, alpenwatersalamander, kamsalamander, vlinders en wilde bijen. Naast voedsel voor vlinders, wilde bijen en andere insecten wordt ook gezorgd voor voldoende drachtplanten (voedsel voor rupsen) en schuil- en verwinteringsmogelijkheden (hagen, houtwallen, dood hout, stukken kale grond, strooisellaag, stapelstenen). Er wordt gebruik gemaakt van inheemse, streekeigen beplanting, biologisch geteeld zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. In het openbaar gebied worden gemengde hagen toegepast en houtwallen met bomen, heesters en ruigtestrook die overgaan in bloemrijk grasland met veel wilde bloemen, die door goede soortensamenstelling zorgen voor een zeer lange bloeiperiode in het gebied. Gemengde boomsoorten worden in groepsverband gepositioneerd in plaats van laanstructuren. Een deel van de wadi's wordt beplant met struiken, vaste planten en kruiden die opgewassen zijn tegen wisselende waterstanden. Sommige wadi's worden verder verdiept om een natuurlijk ingerichte poel te realiseren. Dit dient echter vanuit beheers oogpunt nader onderzocht te worden. Samen met de gemeente Goirle wordt bij het inrichtingsplan gezocht naar een groenbeheerplan waarin ecologisch beheer de standaard is. Dat wil zeggen maaien en afvoeren faseren in ruimte en tijd.
Laat elke maai- en snoeibeurt stukken vegetatie ongemoeid (ook in de winter) en rouleer deze stukken. Stimuleren van duurzame tuinaanleg (minder verharding voor opvang/intrekken water en bevordering van biodiversiteit. (zie ook hoofdstuk 5). Groene daken Groene daken bieden kansen voor biodiversiteit, het vasthouden van regenwater en heeft een koelend effect en draagt daardoor bij aan een robuust, klimaatadaptieve woonwijk. Binnen Bakertand wordt gestreefd naar zoveel mogelijk groene daken op platte daken, in combinatie met zonnepanelen. Groene gevels In Bakertand is gevelbeplanting op bepaalde plekken gewenst voor het groene beeld van de wijk en voor het bevorderen van de biodiversiteit. Klimplanten, zoals blauwe regen of klimop kunnen langs de gevel door draden en koorden worden geleid. Groene tuinen Op 8 maart 2022 heeft de gemeenteraad van Goirle de motie groene tuinen Bakertand aangenomen. Om aan deze motie uitvoering te geven worden in dit bestemmingsplan regels opgenomen met betrekking tot de hoeveelheid verharding in de tuinen (50% van het perceel moet onverhard blijven) en groene erfafscheidingen tussen particuliere grond en gemeentegrond (de voortuinen en zijtuinen). Natte periodes Regenwater in de wijk wordt zoveel mogelijk lokaal vastgehouden en in de grond geïnfiltreerd. (O.a.
parkeerplekken in het openbaar gebied worden half verhard uitgevoerd.) Afvoer van hemelwater vanaf de daken en verharde oppervlakken gebeurt zoveel mogelijk bovengronds met greppels en gootjes. Dit is om de bewustwording en beleving van water in de wijk te vergroten. Hemelwater wordt verzameld in plaatselijke infiltratiezones, zoals een wadi. Binnen deze wadi kan water zich tijdelijk verzamelen en daarna rustig in de grond infiltreren. Deze infiltratie zorgt ervoor dat de regionale grondwaterstand wordt aangevuld, en het voorkomt dat schoon regenwater (te) snel wordt afgevoerd naar zee. Dit is goed voor de natuur en helpt het tegengaan van verdroging. Mocht het zo hard regenen dat de wadi's vol staan, dan wordt het overtollige hemelwater bovengronds afgevoerd naar de lager gelegen noordelijke natuurzone. Uiteraard is het wenselijk om regenwater eerst plaatselijk op te vangen en eventueel te gebruiken (bijvoorbeeld als sproeiwater). Daartoe worden toekomstige bewoners gestimuleerd om regentonnen in hun tuin te zetten. Voorts wordt bouwers gestimuleerd infiltratieplantenbakken mee te ontwerpen in de architectuur van de woning.
Bakertand Pagina 22 van 65
Hittestress Om hittestress te voorkomen worden meerdere maatregelen getroffen. Groene tuinen en groene daken worden gestimuleerd en er is in het openbaar gebied zoveel mogelijk groen verspreid over het gehele plangebied. Verharding in de openbare ruimte wordt zo veel mogelijk vermeden. De grote hoeveelheid bomen in iedere straat zorgen voor schaduw. 2. ENERGIENEUTRALITEIT Beng-EISEN Conform het bouwbesluit dienen woningen minimaal te voldoen aan de BENG-eisen (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Deze BENG-eisen zijn opgebouwd uit: BENG 1: maximale energiebehoefte [kWh/m2 per jaar] BENG 2: maximale primair fossiel energiegebruik [kWh/m2 per jaar] BENG 3: minimaal aandeel hernieuwbare energie [%] Energie neutraal (gebouwgebonden energiegebruik) Voor Bakertand is de ambitie om minimaal de helft van de te ontwikkelen woningen, exclusief de sociale huurwoningen energieneutraal te ontwikkelen. De term energieneutraliteit geeft aan dat 100% van het gebouwgebonden energiegebruik hernieuwbaar wordt opgewekt. Hernieuwbare energie Om aan de BENG-eisen te voldoen en energieneutrale woningen te realiseren in de Bakertand wordt gebruik gemaakt van verschillende technieken.
Hernieuwbare energie wordt niet alleen opgewekt met zonnepanelen of zonnecollectoren, maar wordt ook gewonnen uit de toepassing een collectief systeem die de opgewekte warmte grotendeels haalt uit buitenlucht, bodem of oppervlaktewater. Voor Bakertand wordt in eerste instantie ingestoken op een collectief systeem die de opgewerkte warmte grotendeels uit de bodem haalt. Mocht dit niet haalbaar zijn dan wordt gekeken naar een individueel systeem. Woningontwerp Bij goed geïsoleerde en luchtdichte woningen is de kans op oververhitting in de zomer groot en daarom dient er voldaan te worden aan een temperatuur overschrijdingseis, uitgedrukt in TOjuli – eis. Deze eis maakt onderdeel uit van de BENG-berekening. Een ander ontwerpcomponent voor een woning is de berekening van de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG). De MPG maakt de duurzaamheid van de toegepaste materialen inzichtelijk. De MPG wordt uitgedrukt in € per m2/jaar en is per 1 juli 2021 teruggebracht van 1,0 naar 0,8 en zal steeds scherper worden gesteld. Houtbouw geeft een goed resultaat, beton een slechter resultaat, maar ook PV-panelen, zonnecollectoren, warmtepompen en sommige isolatiematerialen hebben een minder goede invloed op de MPG berekening. De MPG-berekening maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning aanvraag.
Er dient in het woningontwerp dus een evenwicht gezocht te worden tussen duurzame opwekking, ontwerp van de woning en de toe te passen materialen. Samen met de gemeente wordt nog onderzocht of de openbare verlichting als dienst aangeboden kan worden door een leverancier. Een leverancier plaatst en onderhoudt openbare verlichting op basis van een periodieke vaste vergoeding, conform een gezamenlijk overeengekomen verlichtingsplan en daarbij behorende duurzame specificaties. Het verdienmodel van de leverancier is gebaseerd op een circulair proces waar het materiaal in eigendom blijft van de leverancier. 3. ZORGVULDIG MATERIAALGEBRUIK Voor de gebiedsontwikkeling wordt zoveel mogelijk gewerkt met een gesloten grondbalans, waarbij gronden die vrijkomen binnen het plangebied in het plangebied hergebruikt worden. Daarnaast wordt voor de grondwal zoveel mogelijk grond die vrijkomt vanuit projecten in de nabije omgeving ingezet voor de ophoging. In de nadere uitwerking van het inrichtingsplan voor de Bakertand wordt de hoeveelheid toe te
Bakertand Pagina 23 van 65
passen nieuwe materialen zo beperkt mogelijk gehouden en wordt er tevens gekeken naar het toepassen van gerecycled materiaal en het hergebruik van materialen. Een voorbeeld hiervan zijn de kinderkopjes van de weg de Bakertand. Deze moeten nabij de rotonde van de Bakertand weggehaald worden ivm de verkeersbelasting, maar worden hergebruikt voor de aanleg van de Bakertand nabij de onderdoorgang naar Boschkens of elders in het gebied teruggebracht. Verder wordt in de inrichting van het openbaar gebied maar ook bij de woningen gekeken naar de mogelijkheden voor het gedeeltelijk toepassen van biobased materialen, zoals bijvoorbeeld het toepassen van biocomposieten (bijvoorbeeld in straatmeubilair, speelvoorzieningen, verhardingen en kunstwerken). Ook het geluidsscherm bovenop de geluidswal zal gemaakt worden van biobased materiaal. Uiteraard wordt bouw- en sloopafval zoveel mogelijk gescheiden afgevoerd en er wordt nog onderzocht of het mogelijk is een materialenpaspoort voor het openbaar gebied maken. Het materialenpaspoort registreert alle materialen die worden toegepast in openbaar gebied, zowel op maaiveldniveau als ondergronds. Niet alleen is dit van belang in het keuzeproces voor de meest milieuvriendelijke materialen, maar ook voor een verdere optimalisatie van beheer- en onderhoudsplannen en toekomstige vervangingsvraagstukken (planning, hergebruikmogelijkheden e.d.). 4.
MOBILITEIT In Bakertand gelden parkeernormen conform het parkeerbeleid van de gemeente Goirle. Daarnaast zal er worden gezocht naar een aanbieder die enkele (elektrische) deelauto's kan plaatsen in het gebied, zodat wellicht de tweede auto wordt weggedaan. Verder wordt in het inrichtingsplan voor de openbare ruimte rekening gehouden met laadpunten voor elektrische auto's. Bij de aanleg zal er tevens met de nutspartijen worden gekeken naar de benodigde voorzieningen in het gebied. Om op deze manier voldoende ruimte in de toekomst te behouden om in te kunnen spelen op nadere wensen in de markt, zoals de verdere elektrificatie van de auto's. 5. EIGENAARSCHAP EN BETROKKENHEID Om het eigenaarschap en betrokkenheid van de toekomstige bewoners bij hun leefomgeving te vergroten en te stimuleren worden toekomstige bewoners uitvoerig geïnformeerd over hoe ze hun tuin zo klimaatadaptief, biodivers en vogel- en vlindervriendelijk kunnen inrichten en wat de meerwaarde daarvan is. In Bakertand worden plekken gereserveerd voor 'buurt-groen': openbaar groen dat door bewoners gebruikt en (in overleg met de gemeente) onderhouden kan worden. Dit levert een bijdrage aan voldoende groen in de wijk en bevordert het besef en de beleving van natuur. Tevens ondersteunt het de sociale cohesie en promoot het buitenactiviteiten en een gezonde leefstijl. 6.
FLEXIBILITEIT EN DIVERSITEIT In verband met toekomstbestendigheid is het bestemmingsplan zo flexibel mogelijk opgesteld. Mochten zich marktwijzigingen voordoen of nieuwe inzichten komen ten aanzien van diverse onderwerpen dan kan hier op ingespeeld worden zonder het gehele bestemmingsplan aan te hoeven passen. In het bestemmingsplan is wel vastgesteld dat de Bakertand een divers woonprogramma kent, met daarin tevens aandacht voor levensloopbestendigheid. In het stedenbouwkundig plan zijn naast diverse rijwoningen, twee onder een kap woningen en vrijstaande woningen in diverse prijscategorieën ook patiowoningen, tinyhouses en appartementen opgenomen.
Bakertand Pagina 24 van 65
4.3
Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg
4.3.1
Archeologie
Omdat in groeiende mate het Europese archeologische erfgoed werd bedreigd, is in 1992 het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologische belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen plaats te laten vinden wordt, naast de in ontwikkeling zijnde regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, in casu de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, worden door de initiatiefnemer betaald. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee is het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Dit betekent onder meer het volgende: de introductie van het veroorzakersprincipe, waardoor de kosten van archeologisch onderzoek verhaald kunnen worden op de verstoorder; de verankering van de archeologische monumentenzorg in de ruimtelijke ordening. In wetgeving is de omgang met archeologisch erfgoed geregeld en zijn enkele uitgangspunten en doelstellingen gesteld.
Zo kan iedere initiatiefnemer van projecten waarbij de bodem verstoord wordt, verplicht worden gesteld om een rapport over te leggen waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek vereist. Dit bestaat in de eerste plaats uit vooronderzoek: het bureauonderzoek en/of inventariserende veldonderzoek, elk met bijbehorende standaardrapportages. Tijdens het bureauonderzoek wordt gekeken naar wat er in historisch, archeologisch en aardwetenschappelijk opzicht al bekend is over het plangebied. De volgende fase bestaat in veel gevallen uit een veldonderzoek. Dergelijk onderzoek heeft als doel kansrijke en kansarme zones te karteren. Hierbij kan booronderzoek plaatsvinden alsmede proefsleuvenonderzoek. De resultaten dienen vervolgens te worden gewaardeerd. Tijdens de waarderende fase wordt van de aangetroffen vindplaatsen, ook wel site genoemd, de omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit vastgesteld om zo tot een oordeel over de behoudenswaardigheid te komen. Op basis van dit oordeel neemt de betrokken overheid een (selectie)besluit hoe met eventueel aanwezige vindplaatsen dient te worden omgegaan. Onderzoek Sweco heeft in 2021 een bureauonderzoek uitgevoerd (Bijlage 5). In het plangebied kunnen archeologische waarden aanwezig zijn uit het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd.
Deze verwachting is in het bijzonder hoog voor de periode Ijzertijd/Vroeg Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen gezien het aantreffen van vindplaatsen uit deze periode in de directe omgeving van het plangebied. In en op het esdek is tevens een hoge verwachting vanaf de 15e eeuw. Ten noorden en westen van het plangebied zijn diverse vindplaatsen aangetroffen uit deze periode. Ook zijn er enkele vondsten gedaan uit het Mesolithicum en Neolithicum. Aangezien er een grote kans is op archeologische waarden binnen het plangebied is er vervolgonderzoek nodig. Er wordt geadviseerd om maatwerk toe te passen. Binnen elke ingreep wordt bekeken of en in welke mate archeologisch vervolgonderzoek nodig is. In het noorden van het plangebied en langs de Stappengoorweg wordt een talud aangebracht van zand met een maximale hoogte van 9 meter. Aanbevolen wordt om deze ingreep vrij te geven voor uitvoering. Gezien de niet zetting gevoelige ondergrond en de ligging van de zone binnen een lage verwachting (beekdal) is de verwachte verstoring van eventueel aanwezige archeologische waarden zeer klein. Voor de bouwkuipen van de huizen wordt tot op ca. 1 meter onder maaiveld gegraven. Gericht op de toekomstige locatie van de bebouwing wordt geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te
Bakertand Pagina 25 van 65
voeren. Hiervoor is een advieskaart opgesteld met de proefsleuven hoofdzakelijk gepland op de toekomstige bouwputten. Op basis van dit proefsleuvenonderzoek kan dan vervolgens een afweging gemaakt worden of er bepaalde zones opgegraven dienen te worden of door middel van planinpassing in situ behouden kunnen blijven. Deze fase van het onderzoek dient voornamelijk om de te graven bouwkuipen te onderzoeken. Daarnaast kan bij elke ingreep nader bekeken worden of er vervolgonderzoek nodig is, of dat de betreffende zone al voldoende onderzocht is. Dit geldt bijvoorbeeld voor het graven van kabels en leidingen, wegen en riolering of de aanleg van groen. De insteek van het advies is dan ook niet om het gehele plangebied vrij van archeologie op te leveren, maar om de zones waar ingrepen aan de bodem plaatsvinden in voldoende mate te onderzoeken.
Figuur 4-1
Advieskaart
Voor het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen opgesteld te worden, dat moet worden goedgekeurd door de bevoegde overheid. Om de archeologische waarden te beschermen, is een dubbelbestemming 'waarde - archeologie' opgenomen in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan, voor de gebieden met een middelhoge, hoge en zeer hoge verwachtingswaarde. 4.3.2
Cultuurhistorie en monumenten
Het gemeentelijk beleid is erop gericht om bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten te handhaven. Hierbij zijn vooral de Monumentenwet 1988, de gemeentelijke Monumentenverordening en de lijst van gemeentelijke monumenten het kader. In paragraaf 2.1.2 is ingegaan op de cultuurhistorsche waarde van het gebied. Binnen het plangebied is een gemeentelijk monument aanwezig. Het betreft een langgevelboerderij aan Bakertand 5. Dit monument blijft behouden. De verbindingsweg Bakertand blijft behouden en geldt als drager van de planontwikkeling. Door verkeersoplossingen en de stedenbouwkundige inrichting van het plan wordt voorkomen dat de Bakertand als verkeersader in het plangebied gaat fungeren. Hierdoor blijft de karakteristiek van de weg behouden.
Bakertand Pagina 26 van 65
Het plangebied heeft geen aanduiding gekregen binnen de Cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant.
Figuur 4-2
4.4
Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart (CHW 2010, herziening 2016)
Volkshuisvesting
Het gemeentelijk woonbeleid volgt uit de vierjaarlijkse woonvisie. Op 2 juli 2019 is de Woonvisie gemeente Goirle 2019-2022 vastgesteld door de gemeenteraad. In de woonvisie zijn de volgende ambities benoemd: Doelgroepen: De gemeente luistert goed naar woningzoekenden in de gemeente Goirle. Duurzaamheid: De gemeente wil zorgvuldig omgaan met energie, water en grondstoffen zoals beschreven in het Milieubeleidsplan Duurzaam Goirle 2017-2022. Nieuwe woningen moeten weinig tot geen energie verbruiken en zo min mogelijk CO2 uitstoten. Woonomgeving: De gemeente wil aantrekkelijk zijn voor jong en oud en een prettige alsmede groene omgeving bieden. Dit geldt zowel voor de woning zelf, maar ook voor de locatie, diens omgeving en de voorzieningen. Nieuwbouw: De gemeente wil voldoende en de juiste woningen bouwen en de gewenste woonmilieus toevoegen. De gemeente neemt de woningbehoefte van Goirlenaren als uitgangspunt bij het bouwen en realiseren van nieuwe woningen. Bij de woningprogrammering houdt de gemeente rekening met de woningen en woonmilieus die door verhuizing beschikbaar komen. De woonvisie is tot stand gekomen op basis van een kwalitatief woonbehoefteonderzoek uit 2018 en twee bijeenkomsten (1 in Goirle en 1 in Riel) waar inwoners aan konden geven wat zijn belangrijk vinden in hun woonplaats.