Schriftelijke inspraakreactie bij agendapunt 11 (Omgevingswet) - H.K Gilissen, professor of Climate Change, Regulation and Deltas
Tekst van het document
Reactie van H.K. Gilissen (d.d. 18-12-2025) op het amendement “Rechten van de natuur als richtinggevend kader in de Omgevingsvisie Goes 2040” De beweging ‘Rechten van de Natuur’ (Rights of Nature Movement) is een wereldwijde beweging die pleit voor de erkenning van ecosystemen, zoals rivieren en bossen, als levende entiteiten met eigen intrinsieke waarden die om bijzondere (juridische) bescherming vragen, in plaats van slechts als hulpbronnen voor de mens. De beweging redeneert vanuit een ecocentrisch perspectief en streeft een fundamentele verandering na van hoe de mens en samenlevingen zich verhouden tot de natuur. De mens maakt volgens deze beweging integraal onderdeel uit van het natuurlijke systeem van de aarde en is daaraan niet bovengeschikt. De mens zou vanuit die optiek bewust, verantwoord en duurzaam moeten omspringen met het natuurlijke systeem (‘rentmeesterschap’), teneinde de dynamiek daarvan te behouden en tenietgaan of uitputting te voorkomen. De beweging geniet inmiddels brede politieke en maatschappelijke erkenning en leidt wereldwijd tot vele (400+) in aard en schaalniveau uiteenlopende initiatieven om de intrinsieke waarden van natuurlijke entiteiten (beter) te beschermen.
Zo zijn rechten van de natuur, in algemene zin of voor specifieke ecosystemen, erkend in grondwetten (Ecuador), in nationale, regionale of lokale wet- en regelgeving (Nieuw-Zeeland, Australië, Bolivia, VS, Spanje), of door gerechtelijke instanties (India). Vaak wordt de bijzondere status van een natuurlijke entiteit erkend en worden de rechten daarvan (wettelijk) geëxpliciteerd. In sommige gevallen wordt rechtspersoonlijkheid toegekend aan natuurlijke entiteiten, zodat deze rechtshandelingen kunnen verrichten en zelfstandig als procespartij kunnen deelnemen aan juridische procedures. Aangezien de natuur zelf geen stem heeft, wordt vaak voorzien in de constructie van een voogd of hoeder (custodian) die optreedt namens de entiteit. Ook in Nederland vindt debat plaats over de vraag wat rechten van de natuur precies inhouden, hoe die het beste kunnen worden gewaarborgd, en hoe en door wie de ‘stemloze’ natuur dient te worden vertegenwoordigd. Zo zijn er bekende initiatieven om rechten (en rechtspersoonlijkheid) toe te kennen aan de Waddenzee en de Maas; dit heeft vooralsnog niet plaatsgevonden. Ook op gemeentelijk niveau zijn het erkennen van een bijzondere status en rechten van de natuur en het construeren van hoederschap steeds vaker voorkomende onderwerpen van debat (Eijsden-Margraten, Nijmegen, Zaanstad, Groningen, Utrecht).
Daadwerkelijke initiatieven verschillen naar inhoud en strekking en bevinden zich vaak nog in een inventariserend en verkennend stadium. Het lijkt momenteel, zonder voorafgaande wijziging van nationale wetgeving, niet mogelijk om als gemeente eigenstandig rechtspersoonlijkheid aan natuurlijke entiteiten toe te kennen. Wel lijkt er overeenstemming te bestaan dat het lokale niveau een passend niveau is om, via de erkenning van rechten, de bescherming van de intrinsieke waarden van natuurlijke entiteiten (extra) te waarborgen in besluitvormingsprocessen rondom ontwikkelingen en activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het voorliggende amendement biedt daar mijns inziens een mooi en kansrijk voorbeeld van, dat goed past in de geschetste ontwikkelingen rondom het concept rechten van de natuur. In (de omgeving van) Goes ligt een aantal kwetsbare natuurgebieden. Het amendement beoogt bij te dragen aan de bescherming van de intrinsieke waarden van die natuurgebieden door de rechten daarvan mee te wegen in toekomstige besluitvormingsprocessen en deze daarbij te erkennen als richtinggevend kader. Het amendement als zodanig kan worden beschouwd als een nadere, op de bescherming van deze belangen toegesneden uitwerking van het zorgvuldigheidsbeginsel. De voorgestelde passages zullen, net als de rest van de Omgevingsvisie, niet door derden in rechte afdwingbaar zijn.
Zij vormen strategisch en op de langere termijn gericht beleid van de gemeente Goes, dat nadere invulling dient te krijgen via concrete beleids- en besluitvorming. Toch is het opnemen van dergelijke passages in de Omgevingsvisie niet zonder waarde. De gemeente Goes kan daarmee een sterk signaal afgeven dat het de bescherming van kwetsbare natuur hoog in het vaandel heeft en daarnaar zal handelen. Door
de rechten van deze natuurgebieden te erkennen, wordt dit extra kracht bijgezet, overigens zonder hiermee verdergaande juridische verantwoordelijkheden ten aanzien van die gebieden op zich te nemen. Dit zal evenmin leiden tot het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid. Het biedt de gemeenteraad wel een goede basis om de controlerende taak naar behoren uit te oefenen en bestuurders zo nodig ter verantwoording te roepen, mocht niet in lijn met dit beleid worden gehandeld. Het verdient nog wel overweging om nader te bepalen hoe de ‘stem’ van de natuur zal doorklinken in relevant(e) beleid en besluiten en hoe de ‘hoedertaak’ wordt ingericht.