M4.1 Motie bijverdienen in de bijstand incl. toelichting - Nieuw Goes, Partij voor Goes, SGP-CU
Tekst van het document
Motie tot mogelijk maken bijverdienen in de bijstand De raad van de gemeente Goes, bijeen op donderdag 4 november 2021,
Constaterende dat: a) Bijverdienen in de bijstand is verankerd in de participatiewet in artikel 31 van de Participatiewet en artikel 4 en 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (zie bijlage) b) Gemeente Goes geen gebruikmaakt van deze wetgeving Overwegende dat: a) Veel mensen in de bijstand met medische beperkingen toch nog hun steentje proberen bij te dragen aan de maatschappij door deeltijd te werken b) Alleenstaande ouderen moeilijk het hoofd boven water kunnen houden in de bijstand en het echt nodig hebben om iets bij te verdienen waardoor hun kinderen opgroeien in armoede c) Deze mensen heden ten dage in gemeente Goes volledig gekort worden op hun deeltijd bijverdiensten ondanks het recht op bijverdiensten volgens eerdergenoemde wetgeving Verzoekt het College: Bijverdienen in de bijstand op korte termijn mogelijk te maken op grond van Artikel 31 van de Participatiewet en artikel 4 en 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
En gaat over tot de orde van de dag. Namens Nieuw Goes Martijn Vermeulen Namens Partij voor Goes Stan Meulblok
Bijlage De Participatiewet kent in artikel 31 van de Participatiewet en artikel 4 en 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen een vrijlatingsbepaling, waarvan toepassing is voorgeschreven. De inhoud van de vrijlating is volledig uitgewerkt. Aan de gemeente is de bevoegdheid gegeven te bepalen in welke gevallen/situaties zij van oordeel is dat de vrijlating een bijdrage levert aan arbeidsinschakeling en of uitstroom uit de bijstand. Medische beperking In deze wetsbepalingen is geregeld dat inkomsten uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is tot 15% van deze inkomsten uit arbeid met een maximumbedrag per maand, genoemd in het betreffende artikel, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, vrijgelaten wordt. Dit deel wordt dus niet in mindering gebracht op de uitkering. Achterliggende gedachte bij de inkomstenvrijlating in het kader van medische urenbeperking is het gegeven dat mensen met een medische urenbeperking niet in staat zijn om voltijds te werken, waardoor het inkomen lager kan liggen dan de uitkering. Omdat het zou betekenen dat mensen met een medische urenbeperking die naar vermogen werken voor onbeperkte duur structureel een inkomen hebben onder de bijstandsnorm en daardoor geen profijt hebben van hun inspanningen, is extra inkomstenvrijlating geïntroduceerd.
Er is in de wet geen begrenzing opgenomen aan de duur van de inkomstenvrijlating. Onder het begrip "medische urenbeperking" wordt verstaan: als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling voor een geringer aantal uren belastbaar zijn dan de normale arbeidsduur. Alleenstaande ouders Alleenstaande ouders in de bijstand mogen volgens de vrijlatingsregeling langer werken met behoud van de bijstandsuitkering. Hieronder worden alleenstaande ouders aangemerkt die volledige zorg hebben over een kind jonger dan twaalf jaar. Er mag geen sprake zijn van co-ouderschap. In de eerste plaats mogen alleenstaande ouders gebruik maken van de algemene vrijlatingsregeling van zes maanden die voor iedereen geld. Dan mag er 25% van hun inkomsten uit werk, met een maximum van € 199,00 per maand, behouden worden zonder dat er op de bijstandsuitkering wordt gekort. Hiernaast geldt dat alleenstaande ouders na verloop van deze eerste zes maanden van de vrijlatingsregeling nog eens maximaal dertig maanden 12,5% van hun inkomen uit werk behouden bovenop de uitkering. Dit met een maximum van € 124,20 netto per maand. Deze duur van de vrijlatingsregeling voor alleenstaande ouders is maximaal dertig aaneengesloten maanden. Deze periode van dertig maanden gaat direct in na afloop van de zes maanden periode van de algemene vrijlatingsregeling.
In totaal mag een alleenstaande ouder dus een aaneengesloten periode van zesendertig maanden een deel van het inkomen uit werk naast de bijstandsuitkering behouden.