CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7c - Aanvullende onderzoeksresultaten steenuil

Besluitvormende raad 9 juli 2026, gemeente GoesBij agendapunt: Omgevingsplan ADRZ Goes3.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Resultaten verdiepend onderzoek Steenuil ‘sGravenpolderseweg 114, Goes kadastraal percelen Gemeente Goes: GOE00-V-658, 794, 615

Veldbiologische Werken Ecologisch onderzoek en advies

VBW r 2025-257-r

Colofon Opdrachtgever

Admiraal de Ruyterziekenhuis (ADRZ) ’s-Gravenpolderseweg 114 4462 RA GOES

Rapportage

J.C. Knotters

Status rapportage

versie 0.0

Datum rapportage

01 december 2025

Rapportnummer

VBW r 2025-257-r

Aantal pagina’s

15 (exclusief bijlagen)

Foto’s/Afbeeldingen

J.C. Knotters (tenzij anders vermeld)

2de Lezing

M. Knotters

Rapportage citeren

RESULTATEN VERDIEPEND ONDERZOEK STEENUIL ’S-GRAVENPOLDERSEWEG 114, 4462 RA GOES RAPPORT VBW R 2025-257 R - VELDBIOLOGISCHE WERKEN, ROOSENDAAL

Administratieve bedrijfsinformatie Veldbiologische Werken vof Contactpersoon Adres Mobiel: Email: http:

Coen Knotters (ing. J.C. Knotters) Kastanjeberg 12, 4708 KA ROOSENDAAL 06-20431422 info@veldbiologischewerken.eu www.veldbiologischewerken.eu

BTW-nummer: KVK-nummer:

NL863126182B01 84188812

Veldbiologische Werken is een ecologisch onderzoeks- en adviesbureau dat werkt conform de werkwijzen welke voorgeschreven worden in Kennisdocumenten, Soortenprotocollen en onderzoeksrichtlijnen Netwerk Groene Bureaus. Veldbiologische Werken werkt objectief en consequent, is natuurlijk praktisch en pragmatisch met oog voor communicatie en educatie ten behoeve van bescherming, behoud, beheer en ontwikkeling van onze levende natuur. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee dit rapport is samengesteld, zijn Veldbiologische Werken V.O.F. en de auteurs niet aansprakelijk voor eventuele fouten of onvolkomenheden en eventueel daaruit voortvloeiende schade.

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

2 van 15

Inhoud 1. Inleiding .....................................................................................................................................5 1.1

Aanleiding en doel .............................................................................................................5

1.2

Steenuil ..............................................................................................................................5

1.3

Inhoud en status rapport ....................................................................................................6

1.4

Informatiebronnen.............................................................................................................6

2.

Beschrijving van het plangebied .................................................................................................7 2.1

Beschrijving plangebied......................................................................................................7

2.2

Groene omlijsting van het plangebied ................................................................................7

2.3

Bouwfase ...........................................................................................................................7

2.4

Rooien van populierenhaag met struweel ..........................................................................8

3.

Resultaten verdiepend onderzoek steenuil .................................................................................9 3.1

Steenuil ecologie ................................................................................................................9

3.2

Steenuilonderzoek .............................................................................................................9

3.3

Waarnemingen veldonderzoek......................................................................................... 10

3.4

Samenvatting resultaten .................................................................................................. 12

4

Conclusies en advies ................................................................................................................. 13 4.1

Conclusie ......................................................................................................................... 13

4.2

Advies .............................................................................................................................. 13

Geraadpleegde literatuur (selectie)................................................................................................... 15

Externe bijlage •

Quickscan Natuur Veldbiologische Werken, c2025-074, v1.0, 07 november 2025

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

3 van 15

Kaart 1: Plangebied ADRZ Goes. [BRON: GOOGLE EARTH]

Kaart 2: Onderzoeken plangebied ADRZ Goes. [BRON: ABSTRACT MANAGEMENT & ADVIES]

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

4 van 15

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

De opdrachtgever heeft het voornemen om binnen de planlocatie Admiraal de Ruyterziekenhuis te Goes over te gaan tot het vernieuwen van de huidige bebouwing. Aan de hand van een Quickscan fysieke leefomgeving – natuur, uitgevoerd door Veldbiologische Werken versie 1.0 (rapportage met referentienummer r 2025-074 r), is verdiepend onderzoek uitgevoerd op het gebied van: 1.2

Steenuil

Bij uitvoering van de quickscan fysieke leefomgeving – natuur, met ref.nr. VBW r 2025-074 r, versie 1.0 opgesteld door Veldbiologische Werken kan aanwezigheid van Steenuil binnen het plangebied niet worden uitgesloten. Steenuil kan gebruik maken van de bestaande bebouwing en bestaande begroeiing, en kan het omliggende agrarisch gebied als territorium benutten. Verdiepend onderzoek naar deze soort kan uitsluitsel geven over de functie van het plangebied voor steenuil. De resultaten van het verdiepend onderzoek zijn in deze rapportage uitgewerkt.

CITAAT QUIKSCAN FLO – NATUUR, PAGINA 30

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

5 van 15

1.3

Inhoud en status rapport

In dit rapport zijn het onderzoek en resultaten beschreven t.a.v. plangebied ’s-Gravenpolderseweg 114 te Goes. Dit rapport kan dienen ter ondersteuning voor een op te stellen activiteitenplan. Op basis dit activiteitenplan van kan een vergunning activiteit flora en fauna worden aangevraagd. 1.4

Informatiebronnen

De volgende informatiebronnen zijn o.a. gebruikt bij het uitvoeren van het verdiepend onderzoek en het opstellen van deze rapportage: • • • • •

BIJ 12, 2017. Kennisdocument Steenuil Sovon vogel atlas Broedvogels in Nederland 2023, rapport 2024 Sovon NDFF-ecogrid.nl The little owl. Population dynamics, behavior and management of Athene noctua. Dries van Nieuwenhuyse, Ronald van Harxen en David H. Johnson

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

6 van 15

2.

Beschrijving van het plangebied

2.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied aan de ’s Gravenpolderseweg 114 te Goes, ligt in de Gemeente Goes, Provincie Zeeland. Het kadastrale perceel van het plangebied, namelijk GOE00-V-658, 794 en 615 ligt deels binnen de bebouwde kom van Goes. De nieuwbouwlocatie ligt deels buiten de bebouwde kom van Goes. De ’s-Gravenpolderseweg ligt noord-zuid georienteerd in het oostelijke deel van Goes. Daar vormt de ’s-Gravenpolderseweg een drukke rondweg met in het zuiden de ’sGravenpoldersestraat en de Goesestraatweg die de plaats ’s-Gravenplolder verbindt met de stad Goes (Knp Goes-Zuid). En met de aansluiting van de Nansenbaan die zich ten westen met de ’s-Gravenpolderseweg verbindt; een drukke aanrij route richting het centrum van Goes. Met de komst van recente nieuwbouwwijken aan de westzijde van de ’s-Gravenpolderseweg, is de ’s-Gravenpolderseweg een verkeersader van betekenis. Aan de zuidoostzijde ligt het ADRZ met het hoofdgebouw en bijgebouwen, eigen terreinen, opstallen, parkeerterreinen en parkjes. De snelweg A58 en verkeersknooppunt 35a, Goes-zuid ligt binnen een afstand ca. 525 m. ten zuiden van het plangebied. In de structuurvisie Goes 2024 ligt het plangebied binnen het landschap ‘kreekrug’: [citaat] paragraaf 4.28 in de stuctuurvisie Goes Dit landschap kenmerkt zich door de kleine nederzettingen op de van oudsher wat hoger gelegen gronden.

Het is een kleinschalig, besloten en geborgen landschap. Met beplanting kan dit karakter worden versterkt, bijvoorbeeld gecombineerd met de aanleg van landgoederen. Gestreefd wordt naar het behouden en versterken van groene, parkachtige buffers tussen de dorpen, welke refereren aan de oude hoogstamboomgaarden die voorheen veelvuldig op de kreekruggen aanwezig waren. Typerend landschap waar steenuil zich thuis voelt. 2.2

Groene omlijsting van het plangebied

Binnen het plangebied is voornamelijk bebouwing aanwezig met daar tussen groene oases en daarom heen hagen of een dijk met grazige vegetaties. Aan de noordzijde grenst een groot deel van het plangebied aan een oude fruitboomgaard met grote karakteristieke bomen en een bomenstrook met poel. Aan de zuidzijde de dijk met grazige vegetaties en het intensief bewerkte agrarische gebied deels in gebruik voor landbouw en deels in gebruik voor fruitteelt. Steenuil wordt voornamelijk verwacht in de oude fruitboomgaard vanwege de goede nestlocaties. Jachtgebied van steenuil wordt voornamelijk verwacht in het agrarisch gebied ten zuiden van het plangebied. Het is daarmee mogelijk dat steenuil het plangebied oversteekt om dit agrarisch gebied te bereiken. 2.3

Bouwfase

De bouwfase moet bij voorkeur worden gepland buiten de broedperiode van steenuil, welke februari – juli plaatsvindt. In deze periode vindt de balts plaats, het bouwen van het nest en het uitbroeden en voeren van jongen. Na de uitvliegperiode blijven de jongen nog één of twee weken binnen de 400 m van het nest, deze afstand wordt steeds groter. Zij bevinden zich op ge grond en zijn daar kwetbaar voor materieel. Controleer op aanwezigheid van de jongen in de maanden juni/juli met name in het noordoostelijk gedeelte van het plangebied. Bij het aantreffen dienen de dieren met rust te worden gelaten en mogelijk zelfstandig het plangebied te verlaten.

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

7 van 15

2.4

Rooien van populierenhaag met struweel

De initiatiefnemer is voornemens om binnen het plangebied de bestaande gebouwen te slopen en de populierenhagen (Italiaanse populier op ca. 6-8 m. hoogte getopt) tussen het plangebied en het agrarisch gebied te rooien. De populierenhaag vormt een smalle haag met aan de zuidzijde donkerte van het agrarisch gebied en aan de noordzijde deels sterke verlichting door de gebouwen van het ADRZ. De populieren in de haag hebben vele holtes (zie quickscan FLO natuur, r 2025-074). Deze holtes kunnen worden benut door broedende zangvogels of door vleermuizen. De populierenbomen hebben niet een dusdanige stammaat (max. 30 cm) dat deze voldoende ruimte kunnen bieden aan Boommarter of Steenuil. De waargenomen holten in de populierenhaag zijn niet groter dan 3 tot 4 cm en voldoende groot voor Koolmees en Pimpelmees. Het rooien van de populierenhaag met struweel dient buiten de broedperiode van vogels plaats te vinden, daarom in de periode maart – juli geen werkzaamheden uitvoeren.

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

8 van 15

3.

Resultaten verdiepend onderzoek steenuil

3.1

Steenuil ecologie

Optimaal leefgebied voor steenuil is een open jachtterrein met veel klein prooi, uitkijkposten, dagrustplaatsen en nestkasten of boomholtes. Het landschap is open in de vorm van een kort gemaaid grasland bij voorkeur beweid, uitkijkplekken en holten in de grond met stenen en bomen of gebouwen. Steenuil is een kleine uil die jaarrond binnen één leefgebied aanwezig is. Dit leefgebied biedt daarmee alle functies die nodig zijn voor steenuil om te overleven, partner te vinden, nest te bouwen en jongen groot te brengen en gedurende winter voldoende beschutting en voedsel te vinden. Kenmerkend leefgebied is agrarisch cultuurland waarbij boerenerven worden afgewisseld met kort grasland, oude fruitboomgaarden, tuinen, agrarisch gebied, landschap met hagen, heggen en struwelen en solitaire opgaande bomen en landschap met geknotte bomen. Optimaal jachtbiotoop bevindt zich aan de randen van percelen, daar vindt steenuil een grotere variatie aan prooidieren of prooi-insecten en regenwormen, vaak rondom een begraasd gebied van minder dan 1 ha. Omdat groter gebied mogelijk in trek is bij grotere roofvogels of roofdieren, welke steenuil beconcurreren. Dergelijk landschap moet binnen een afstand van 400 m van het nest te vinden zijn, Meest optimaal jachtgebied bevat kale grond en kort gemaaid grasland bijvoorbeeld in mozaïek.

Een territorium is een gebied dat gedurende het hele jaar wordt verdedigd tegen indringers die het territorium mogelijk zelf willen gebruiken. In het globale centrum van het territorium bevindt zich bij steenuil het nest. Dit nest kan zich bevinden in een holte van een solitaire boom in het landschap, of een nestkast op de hoek van een erf of tuin, of in een gebouw in een holte of richel. Een leefgebied kan variëren in grootte van 5 tot 30 hectare of meer, de grootte fluctueert enigszins gedurende het jaar. Kenmerkend voor steenuil is dat zij gedurende het jaar maar een klein deel van dit leefgebied benutten. Als voorbeeld: het leefgebied kan 31 ha groot zijn, binnen 6 ha besteed steenuil 80% van de tijd (Bron: The little owl). Jonge steenuilen die uitvliegen uit het nest blijven nog langdurige aanwezig rondom dit nest en wel op de grond (50 m – 200 m). Worden de jonge steenuilen groter dan gaan ze op zoek naar een eigen leefgebied. Dit wordt dispersie genoemd. 3.2

Steenuilonderzoek

Het onderzoek naar Steenuil is uitgevoerd conform het Kennisdocument Steenuil (BIJ12). Het kennisdocument geeft voor de soort een overzicht van vaak in aanmerking komende maatregelen die genomen kunnen worden als deze beschermde soort aanwezig is in of nabij een gebied waar de ruimtelijke activiteiten plaats gaan vinden. Dergelijke maatregelen voorkomen of verminderen negatieve effecten op de soort als gevolg van die voorgenomen ruimtelijke activiteit. Verder beschrijft het document de kenmerkende ecologische aspecten en de wijze waarop de aanwezigheid (of de afwezigheid) van de soort kan worden aangetoond. Op basis van het kennisdocument is het plangebied is 3 keer bezocht (Tabel 2) door een ecoloog van Veldbiologische Werken. Bij de onderzoeken is het plangebied gecontroleerd op aanwezigheid van Steenuil en telkens ook onderzocht op aanwezigheid van verse sporen (uitwerpselen, veren, braakballen) en baltsroep van deze soort.

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

9 van 15

Onderzoeksdatum 26 maart 2025 13 april 2025 27 april 2025 28 mei 2025 31-mei 2025

Tijdstip Avond Avond Avond Dag (incl. navragen in omgeving) Avond, nacht, ochtend (i.c.m. vleermuisonderzoek)

25 juni 2025 15 juli 2025 20 augustus 2025 19 september 2025

Avond (i.c.m. vleermuisonderzoek) Avond (i.c.m. vleermuisonderzoek) Avond, nacht (i.c.m. vleermuisonderzoek) Avond, nacht (i.c.m. vleermuisonderzoek)

31 mei 2025 roepend

bevindingen Geen Steenuil waargenomen Geen Steenuil waargenomen Geen Steenuil waargenomen Geen Steenuil waargenomen Ten oosten plangebied (1x roepend) en ten noorden (1x roepend na afspelen geluid) Geen Steenuil waargenomen Geen Steenuil waargenomen Geen Steenuil waargenomen Ten noordoosten plangebied bij kinderboerderij (1x roepend) 19 september 2025 roepend

19 september 2025 foeragerend/jagend d

31 mei 2025 roepend

NB

3.3

Kaart 3: Onderzocht leefgebied in het verdiepend onderzoek Steenuil, ADZR Goes donkerblauw contour onderzocht gebied rode stippellijn = plangebied Ten zuiden van plangebied bevindt zich uitsluitend open akkerland zonder nestmogelijkheid Steenuil.

Waarnemingen veldonderzoek

Bij het overdags uitgevoerde verdiepend onderzoek naar Steenuil op 28 mei 2025 is het plangebied en de directe omgeving daarvan onderzocht op mogelijke vaste nest-, rust- of verblijfplaatsen. Gezocht is naar bomen met boomholtes, uilenkasten open schuren, e.d. Steenuilenkasten werden niet aangetroffen in de nabije omgeving van het plangebied. Tijdens dit onderzoek werden geen braakballen aangetroffen binnen of nabij het plangebied. Verse sporen van uitwerpselen zijn ook niet aangetroffen. Steenuil werd fysiek ook niet waargenomen binnen het plangebied of in de omgeving daarvan. Gedurende de optimale periode voor onderzoek naar Steenuil (26 maart 2025, 13 april 2025 en 27 april 2025 werden geen Steenuilen waargenomen. Ook na afspelen geluid werd geen respons van Steenuil gehoord. Roep van Steenuil is niet gehoord binnen of buiten het plangebied. Bij het verdiepend onderzoek naar steenuil op 31 mei 2025 werd één roepende Steenuil gehoord bij een boerenerf op ca. 125 m. ten oosten van het plangebied en één roepend exemplaar in een boom even ten noorden van het plangebied in de daar aanwezige oude boomgaard. Bij deze laatstgenoemde locatie werden echter bij begin avondonderzoek op 25 juni 2025 geen braakballen of uitwerpselen gevonden.

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

10 van 15

Gedurende de verdiepende onderzoeken naar vleermuizen is steeds ook gelet op aanwezigheid van Steenuil. Pas bij het laatste avond-/nachtonderzoek naar vleermuizen werd op 19 september 2025 één exemplaar Steenuil gehoord op grotere afstand (ca. 200 m.) ten noordoosten van het plangebied bij een daar gesitueerde kinderboerderij en werd ook één foeragerende/jagende Steenuil waargenomen aan de oostzijde van het plangebied (bij groenafvalberg). Tijdens een ontmoetingen met bewoners/passanten (hondenuitlaters) is navraag gedaan naar mogelijke aanwezigheid van Steenuil. Hierbij werd aangegeven dat deze niet is waargenomen/onbekend is.

Foto 1: Steenuil in oude boomgaard even ten noorden plangebied (warmtebeeldcamera 31-05-2025).

Foto 2: Oude boomgaard even ten noorden plangebied.

31 mei 2025 roepend

Foto 3: Oude boomgaard even ten noorden plangebied.

19 september 2025 roepend

19 september 2025 foeragerend/jagend d

31 mei 2025 roepend

NB

Kaart 4: Onderzocht leefgebied in het verdiepend onderzoek Steenuil, ADZR Goes donkerblauw contour onderzocht gebied rode stippellijn = plangebied Ten zuiden van plangebied bevindt zich uitsluitend open akkerland zonder nestmogelijkheid Steenuil.

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

11 van 15

3.4

Samenvatting resultaten

Op korte afstand van het plangebied is slechts eenmalig (op 31 mei 2025) één roepende Steenuil waargenomen in een boom in de oude boomgaard even ten noorden van het plangebied. Aldaar werden geen sporen van vast nest-/rust- of verblijfplaats aangetroffen. Verder is op 31 mei 2025 een roepende Steenuil gehoord bij een boerenerf op ca. 125 m. ten oosten van het plangebied en op 19 september 2025 werd één roepende Steenuil gehoord uit omgeving van kinderboerderij op 200 m. ten noordoosten van het plangebied en werd ook één foeragerende/jagende Steenuil waargenomen aan de oostzijde van het plangebied (bij groenafvalberg). Nestlocaties van Steenuil bevinden zich niet in de nabije omgeving van het plangebied.

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

12 van 15

4

Conclusies en advies

4.1

Conclusie

Gezien het geringe aantal waarnemingen is het redelijkerwijs aannemelijk dat een nestverblijf van Steenuil zich op grotere afstand van het plangebied bevind en dat Steenuil slechts incidenteel aanwezig is nabij het plangebied om te foerageren. Daarbij biedt de oude boomgaard even ten noorden van het plangebed en de parkachtige inrichting rondom het zorgcentrum ten noorden en noordoosten van het plangebied geschikt foerageergebied. Voor Steenuil is het van belang dat er voldoende voedsel aanwezig is binnen de 400 m van het nestverblijf. Het territorium wordt jaarrond gebruikt, maar heeft in de periode dat de jongen worden grootgebracht een zekere hoeveelheid voedsel nodig. In de huidige hoedanigheid is het plangebied (grotendeels bebouwing en verharding, maar ook kort gemaaid gras, struikbeplanting en bomenrij) suboptimaal leefgebied voor Steenuil. In de nabije omgeving bevindt zich evenwel optimaal leefgebied voor Steenuil in de vorm van parkachtig landschap met open korte grasvegetatie, struikbeplanting, vrijstaande bomen en oude boomgaard, afgewisseld met lage bebouwing van zorgcentrum. Dit afwisselende landschap biedt leefgebied voor Steenuil. Rondom het plangebied kan Steenuil een variatie aan prooidieren, zoals kleine vogeltjes, kevers, regenwormen, amfibie of muizen en anders bejagen.

Maar de soort is niet aangetroffen binnen het plangebied, er zijn geen sporen aantroffen van structureel gebruik van het plangebied door Steenuil. En er zijn geen baltsroepen of andere contactroepen vanuit het plangebied gehoord tijdens de paarvorming. Voldoende voedsel wordt gevonden in de rommelige vegetatieranden langs grasland en/of kort gemaaid grasland (ten noorden en oosten van het plangebied) en/of in boomgaarden/parken. Ook bermen langs wegen (hoog risico) kunnen gebruikt worden als foerageergebied. Voedsel kan zijn kevers, regenwormen, kleine zoogdieren met af en toe een kleine vogel of amfibie, deze worden gevangen door een duik van Steenuil vanaf een uitkijkpost (een paaltje in een weiland of een laaghangende tak of dakrand van een laaggebouw). De voedselvoorraad moet worden gewaarborgd bij de uitvoering van de plannen en na het in gebruik nemen van het nieuw ingerichte plangebied, zeker in de periode van het groot brengen van de jongen (februari – juli) is ernstige verstoring mogelijk. Verder is veiligheid voor uitgevlogen jongen van belang, deze jonge Steenuilen zitten op de grond en kunnen niet worden opgemerkt bij werkzaamheden.

Het is niet ondenkbaar dat Steenuil het plangebied bezoekt gedurende de uitvoering van de werkzaamheden omdat de grond wordt opengewerkt en er mogelijk regenwormen of kevers te vinden zijn, dit gebeurt dan meestal in de avond- of ochtendschemer en kan met name in de winter wanneer er vroeg wordt gestart met het werk in het donker extra aandacht vragen. Verlichting van het terrein is geen probleem maar kan Steenuil het plangebied inlokken; door het licht worden er allerlei insecten aangetrokken die steenuil kan eten. Steenuil is geen liefhebber van dicht bos en bevindt zich zelden binnen de 150 m van een bosrand. Conclusie: stel passende maatregelen op om het leefgebied van steenuil en steenuil te ontzien door het toepassen van een gefaseerde planning en maatregelen ingericht op het ondersteunen van steenuil en diens leefgebied. Lukt dit niet vraag dan een vergunning activiteit flora en fauna aan voor steenuil. 4.2

Advies

Het plangebied moet voor Steenuil aan het oog onttrokken worden tijdens de bouwfase om zodoende verstoring van jachtgebied te voorkomen. Indien mogelijk kan een groene barrière van beplanting gecreëerd worden om een obstakel te vormen voor Steenuil en daarmee het leefgebied van de bouwwerkzaamheden binnen het plangebied af te schermen Als alternatief

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

13 van 15

kan ook een scherm van zwart bouwdoek toegepast worden als afscherming van het leefgebied en om het zicht op de bouwplaats te onttrekken. Indien dit afschermen niet mogelijk is dan dienen de werkzaamheden plaats te vinden buiten de meest kwetsbare periode van Steenuil (deze kwetsbare periode is van beging februari tot eind juli). Een ander alternatief is het aanbieden van nestplaats buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden, zoals het plaatsen van een nestkast op de nu bekend plekken waar de soort is gehoord (kinderboerderij en boerenerf), met als doel een alternatieve verblijfplaats aanbieden die het leefgebied versterkt en het bestaande habitat verbeterd. Tijdens de bouw mag geen bouwverlichting gebruikt worden die uitstraalt naar de omgeving van het plangebied (met name oude boomgaard aan de noordzijde van het plangebied). Verlichting van het bouwterrein kan juist ook Steenuilen aantrekken. 1) Waarborg tijdens de werkzaamheden en in de gebruiksfase de voedselmogelijkheden voor Steenuil in de nestperiode en in winterperiode. Prooidieren moeten vindbaar zijn en bereikbaar zijn, zonder dat Steenuil gevaar loopt of wordt verstoord. Oplossing 1 kan zijn door hooiruiters in de nabije omgeving op kort gemaaid gras te plaatsen, deze hooiruiters trekken prooidieren aan waar steenuil op foerageert. Oplossing 2 een ‘keverbank’ aanleggen.

Een keverbank is een verhoging (0,5 m hoog en 2 m breed) van grond in het land met daarop verruigde grassen en kruiden. Door de verhoging kan het in de ophoging warmer worden en trekken er kevers en insecten naar dit hoger liggende grond toe. 2) Plan verstorende werkzaamheden met veel geluid en grote machines bij voorkeur buiten de broedperiode van algemene vogels en steenuil in het bijzonder (februari – juli). 3) Nadat de jongen zijn uitgevlogen bevinden zij zich zeker nog één week tot twee weken in de omgeving van het nest (400m). De jongen zitten dan vooral op de grond. Voorkom werkzaamheden met machines in deze periode (juni/juli) aan de noord-/noordoostzijde van het plangebied. En controleer het plangebied voordat het werk start op jonge Steenuilen. Bij aantreffen dienen zij zich zelfstandig in veiligheid te kunnen brengen. 4) Solitaire bomen, knotbomen en fruitbomen, bij voorkeur inheemse soorten zijn van belang in een Steenuil vriendelijk landschap, mogelijk kan in het nieuwe beplantingsplan hiermee rekening worden gehouden. Fruitbomen zijn van belang voor het aantrekken van prooidieren, knotbomen bieden vaak holten voor nestgelegenheid en solitaire bomen vormen uitkijkposten en dagverblijf voor Steenuil.

Is het niet mogelijk om aan bovenstaande maatregelen te voldoen, stel dan een ecologisch werkprotocol op dat voorkomt vragen en knelpunten worden op voorhand uitgewerkt.

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

14 van 15

Geraadpleegde literatuur (selectie) ✓ ✓ ✓

Kennisdocument BIJ12, Steenuil. Vogel Atlas, Sovon The Little Owl. Population dynamics, behavior and management of Athene noctua. Dries van Nieuwenhuyse, Ronald van Harxen and David H. Johnson. Uitgeverij Cambridge university press. Second edition. 2023.

Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-257-r

Resultaten verdiepend onderzoek; ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16998574/1