CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7a - Quickscan Flora en Fauna

Besluitvormende raad 9 juli 2026, gemeente GoesBij agendapunt: Omgevingsplan ADRZ Goes12.421 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

32 van 54

Veldonderzoek De begroeiing binnen en rondom het plangebied biedt (in beperkte mate) geschikt broedbiotoop voor een aantal vogelsoorten. Nesten van deze vogelsoorten zijn beschermd volgens de Omgevingswet als deze in gebruik zijn. Voorkom verstoring bij werkzaamheden en bij aan- en afvoer van materieel. Plaats geen materiaal tegen beplanting waarin mogelijk nesten aanwezig zijn. In gebruik zijnde nesten, eieren, jongen en broedende vogels zijn strikt beschermd. •

•

• 5.4

In algemene zin dient de zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van broedgevallen van alle vogelsoorten. Aangezien alle vogels tijdens het broeden beschermd zijn, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Omgevingswet. Het uitvoeren van werkzaamheden dient bij voorkeur buiten het vogelbroedseizoen (buiten periode begin maart t/m medio juli) plaats te vinden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat voor het broedseizoen géén vaste periode geldt en per vogelsoort is terug te vinden op de website van vogelbescherming.nl ( Natuurkalender broedvogels). Controle op mogelijke aanwezige broedende vogels dient plaats te vinden vóór aanvang van en tijdens de werkzaamheden. Reptielen

Brononderzoek Uit bron- en literatuuronderzoek blijkt dat er binnen een afstand van 0-2 km geen reptielen zijn waargenomen.

Veldonderzoek Reptielen zijn niet waargenomen in het plangebied, optimaal leefgebied voor reptielen ontbreekt. Het is aannemelijk dat desbetreffende soorten niet binnen het plangebied voor komen. Plangebied

Beschermde reptielen Aangetroffen

Uit te sluiten

Nee

Ja

’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

•

5.5

Soorten

Verdiepend onderzoek Nee

Met de voorgenomen plannen, is aantasting van het leefgebied van beschermde reptielen uit te sluiten. De Omgevingswet, Omgevingsverordening Zeeland wordt ten aanzien van reptielen niet overtreden. Vissen en Amfibieën

Vissen

Brononderzoek Uit bron- en literatuuronderzoek blijkt binnen een afstand van 0-2 km geen zoetwatervissen zijn waargenomen.

Veldonderzoek Binnen het plangebied ligt een vijver. Mogelijk dat in de vijver algemene vijvervis aanwezig is. Voor deze soort geldt de zorgplicht. Amfibieën

Brononderzoek Uit literatuur- en bronnenonderzoek blijkt dat de op een afstand van 0-2 km. de volgende amfibieën voorkomen namelijk alpenwatersalamander, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en rugstreeppad. Vrijgestelde soorten voor ruimtelijke ordeningsprojecten of bestendig beheer en onderhoud binnen de Provincie Zeeland zijn: bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker, kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt de algemene zorgplicht.

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

33 van 54

Er zijn geen waarnemingen gedaan van rugstreeppad in de omgeving van het plangebied te Goes, NDFF-ecogrid, 5 jaar. Er zijn recent ten zuiden van de snelweg A58 twee waarnemingen bekend van rugstreeppad, deze waarnemingen zijn eenmalig gedaan in 08-2024 en 09-2025. De A58 wordt als een onoverbrugbaar obstakel aangemerkt tussen de waarnemingen en het plangebied, waardoor aanwezigheid van rugstreeppad binnen het plangebied als niet waarschijnlijk wordt aangemerkt. Aanwezigheid van alpenwatersalamander is waargenomen meer ten noordwesten van de stad Goes en nabij het centrum van de stad. Alpenwatersalamander is niet kieskeurig wat waterkwaliteit betreft, echter dienen roofvissen te ontbreken deze eten de larven van alpenwatersalamander. Binnen het huidige plangebied (scope I) is aquatisch biotoop aanwezig in de vorm van een tuinvijver met goudvissen (roofvis) aan de zuidzijde van het plangebied. Alpenwatersalamander kent een klein leefgebied en blijft in de buurt van het voortplantingswater waarbij de ‘actieradius ong. 400 m’. is (bron: amfibieën en reptielen van Nederland, ravon.nl). Waarnemingen van alpenwatersalamander te Goes worden aangemerkt als ‘niet wild’, dit kan betekenen dat de soort is aangevoerd. De meest recente waarnemingen liggen op grotere afstand van het plangebied met daar tussenin stedelijk gebied.

Het is daarmee redelijkerwijs niet aannemelijk dat het plangebied (scope I) leefgebied vormt voor alpenwatersalamander.

Veldonderzoek Binnen het plangebied ligt een tuinvijver met goudvissen. Het plangebied vormt mogelijk wel voortplantingswater en overwinteringsgebied voor algemene amfibiesoorten als gewone pad, kleine watersalamander, bruine kikker en bastaardkikker (Middelste groene kikker). Schuilplaatsen voor overwintering zijn aanwezig in de vorm van takkenhopen, dikke strooisellaag, houtstrooisel en lage struiken. Plangebied

Beschermde vissen en amfibieën Aangetroffen

’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

• • •

•

5.6

Nee

Uit te sluiten Ja

Soorten

Verdiepend onderzoek Nee

Met de voorgenomen plannen, is aantasting van het leefgebied van beschermde vissen en amfibieën redelijkerwijs uit te sluiten. De Omgevingsvisie en -verordening Provincie Zeeland wordt ten aanzien van beschermde vissen en amfibieën niet overtreden. Pas zorgplicht toe bij het aantreffen van vrijgestelde soorten. De dieren moeten zichzelf kunnen verwijderen van het plangebied of mogen worden geholpen om het plangebied te verlaten (neem daarbij de juiste hygiënemaatregelen in acht, zie het hygieneprotocol van Ravon). Voorkom langdurige opslag van materialen waaronder amfibie gaat verblijven, voorkom langdurige ophopingen van grond. Als deze wel langdurige worden opgeslagen dient de grond in de waterfase (februari-juni) van amfibie te worden bewerkt. Ook het verwijderen van materialen dient plaats te vinden in de waterfase van amfibie. De waterfase voor amfibie loopt vanaf februari – juni. Daarna gaat amfibie de landfase in. De periode kan verschillen per amfibiesoort. Libellen en vlinders

Brononderzoek

Uit bron- en literatuuronderzoek zijn er geen waarnemingen van beschermde libellen, dagvlinders of nachtvlinders bekend binnen het plangebied. Dagvlinders: Libellen: Nachtvlinders:

Binnen 0 – 1 km zijn géén beschermde dagvlindersoorten bekend. Binnen 0 – 1 km zijn géén beschermde libellensoorten bekend. Binnen 0 – 1 km zijn geen beschermde nachtvlinders aangetroffen.

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

34 van 54

Veldonderzoek Binnen het plangebied ontbreekt soortspecifiek aquatisch biotoop voor beschermde libellen. Binnen het plangebied ontbreken waard- en voedselplanten voor strikt beschermde dagvlinders en/of dag-actieve nachtvlinders. Plangebied

Libellen, dagvlinders en dag-actieve nachtvlinders Aangetroffen

Uit te sluiten

Nee

Ja

’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

•

5.7

Soorten

Verdiepend onderzoek Nee

De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Omgevingsvisie en verordening Provincie Zeeland voor libellen, dagvlinders en dag-actieve nachtvlinders veroorzaken. Overige ongewervelden

Brononderzoek Uit bron- en literatuuronderzoek blijkt dat op een afstand van 0-2 km geen beschermde overige ongewervelden voorkomen. Er zijn geen waarnemingen van rodelijst-soorten bekend binnen het plangebied.

Veldonderzoek Binnen het plangebied zijn geen geschikte biotopen aanwezig voor beschermde overige ongewervelden. Plangebied

Overige ongewervelden Aangetroffen

Uit te sluiten

Nee

Ja

’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

•

5.8

Soorten

Verdiepend onderzoek Nee

Met de voorgenomen plannen is aantasting van het leefgebied van beschermde overige ongewervelden uit te sluiten. De Omgevingsvisie en -verordening Provincie Zeeland wordt ten aanzien van overige ongewervelden niet overtreden. Exoten

In een tuinvijver binnen het plangebied is Watercrassula ( Crassula helmsii ) aangetroffen (zie Foto 57). Watercrassula staat niet op de Unielijst van invasieve exoten, maar is wel aangedragen als kandidaat voor uitbreiding van de Unielijst. De soort kenmerkt zich als invasieve exoot en wordt in natuurgebieden bestreden. Uitbreiding van het areaal van deze soort is ongewenst. 5.9

Gebiedsbescherming

Natura 2000 Het plangebied valt buiten de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Op een geschatte afstand van ca. 6,6 km (Veerse Meer) en 7 km (Oosterschelde), ander Natura-2000 gebied is bijvoorbeeld de Westerschelde en Saeftinghe (ten zuiden), Yerseke en Kapelse Moer (ten oosten). Significante negatieve effecten op Natura-2000 gebied kunnen zijn: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door trilling, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en beschadiging van beschermde flora en fauna. Verhoging van de uitstoot van stikstof kan eveneens een significant negatief effect op Natura-2000 gebied veroorzaken. Afgaande op de inrichting van het plangebied en de binnen het plangebied mogelijk aan te treffen flora en fauna en de ligging van het plangebied heeft het plangebied vooralsnog geen kernwaarden die aansluiten bij of ondersteunend zijn aan de (kern)waarden van het Natura2000 gebied ‘Veerse Meer’ of Natura-2000 gebied ‘Oosterschelde’.

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

35 van 54

Nader onderzoek naar de genoemde effecten op Natura-2000 hoeft niet te worden uitgevoerd, met uitzondering van stikstofdepositie bij sloop, bouw en ingebruikname.

NatuurNetwerk Zeeland Binnen het plangebied bevindt zich geen kernkwaliteit deelgebied: NatuurNetwerk Zeeland. Op grotere afstand aanwezig NatuurNetwerk Zeeland in de vorm van Oosterschenge: beheertypen als N10.02 (vochtig hooiland), Poelbos: L01.01/N14.03 poel- en klein historisch water / haagbeuken – essenbos, Jachts bos met kruiden- en faunarijk grasland of Kloetinge, met, A01.01 (weidevogelgebied). De huidige functie van het plangebied zal na verwezenlijking van de voorgenomen ingreep niet veranderen. De functie van het plangebied blijft ten opzichte van de huidige situatie in gebruik als ziekenhuis met parkeerterreinen. Omdat het omliggende struweel slechts met ‘stapstenen’ in de vorm van erven mogelijk een verbinding kan vormen met het meer ten zuidoosten gelegen Jachts bos (onderdeel is van het NatuurNetwerk Zeeland) dient in kaart te worden gebracht wat het (significante) effect is op de wezenlijke kenmerken en waarden van het verder afgelegen NatuurNetwerk Zeeland in de vorm van het beheer- (N14.03) en ambitietype (N14.03) van het NatuurNetwerk Zeeland: Jachts bos. Beheertype N14.03 wordt beschreven als haagbeuken – essenbos. Toetsing NatuurNetwerk Zeeland: beheertype N14.03 en de verbinding met het plangebied door middel van verdiepend onderzoek naar vleermuizen.

Stikstof Er dient een volledige stikstofberekening te worden gemaakt voor de voorgenomen sloopactiviteiten, nieuwbouw en in bedrijf-zijn van het nieuwe ziekenhuis. 5.10

Houtopstand, te kappen bomen, struweel

Om plaats te maken voor de nieuwbouw wordt opgaand struweel en een aantal bomen gekapt met een stamomtrek van > 30 cm rondom het huidige terrein gekapt en/of geveld. Inclusief een elzenhaag van meer dan 20 bomen. Het plangebied ligt binnen de bebouwingscontour houtkap (Atlas van Zeeland) en binnen de bebouwde kom (Verordening fysieke leefomgeving Goes, 2024). Daarmee gelden de rijksregels voor het kappen en/of vellen van hout niet. Wel dienen de voorschriften van de gemeente Goes

Kaart 14: bebouwingscontour houtkap [Bron: atlas van Zeeland]

te worden opgevolgd. De bomen binnen het plangebied zijn niet vermeld op de waardevolle bomenlijst van de gemeente. Vooralsnog dient een vergunning tot kap niet te worden aangevraagd, omdat dit een houtopstand binnen de bebouwde kom betreft. Maar omdat naburig NatuurNetwerk Zeeland mogelijk significant nadeel kan ondervinden van deze kap dient dit allereerst te worden onderzocht door middel van verdiepend onderzoek naar beschermde soorten, genoemd in deze quickscan natuur. Laat u desgewenst in voorbereiding op de bomenkap een boomanalyse uitvoeren van de te kappen bomen om de gezondheid te kunnen vaststellen van de bomen. Wij adviseren u in overleg te gaan met de gemeente Goes omtrent de kap van de houtopstand [BRON: BOMENVERORDENING GOES 2022 EN VERORDENING FYSIEKE LEEFOMGEVING G OES].

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

36 van 54

6

Aanbevelingen

6.1

Resultaten toetsing omgevingsloket

Het BeSi formulier is toegevoegd aan deze rapportage (bijlage 2) in het BeSI formulier worden de bronnen geraadpleegd om tot een volgende conclusie te komen: -

Advies: werk buiten het broedseizoen, Voer zorgplicht uit ten aanzien van amfibieën, scherm het werkterrein af indien paddentrek, en werk buiten de kwetsbare periode van rugstreeppad (1-8 t/m 15-10) Voorkom plasvorming binnen het plangebied.

Houdt rekening met de mogelijke aanwezigheid van: ➢ Gebouwbewonende en boombewonende soorten (zie Kennisdocumenten BIJ12) ➢ Zoogdieren 6.2

Resultaten Gebiedsbescherming

Natura 2000 Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling is niet aan de orde.

NatuurNetwerk Zeeland Een nadere toetsing ten behoeve van het plangebied in relatie met NatuurNetwerk Zeeland dient te worden getoetst aan de hand van functioneel gebruik van de bomenrijen door vleermuizen van en naar het natuurnetwerk zeeland en naar meer westelijk gelegen leefgebied ten opzichte van het plangebied. Verdiepend onderzoek naar vleermuizen binnen het plangebied kan hieromtrent uitsluitsel geven.

Stikstof Ten aanzien van stikstof dient een berekening te worden gemaakt voor de emissiewaarden van sloop, nieuwbouw en in gebruik name van het ziekenhuis en parkeerterreinen waarbij wordt uitgegaan van een toename van bezoekers. 6.3

Resultaten Soortenbescherming

Uit de bevindingen van het veldonderzoek, het literatuur- en bronnenonderzoek en toetsing van de resultaten van dit onderzoek aan de Omgevingswet, Omgevingsverordening Provincie Zeeland, het natuurbeheerplan Provincie Zeeland 2025, Omgevingsplan/visie Goes blijkt dat verdiepend onderzoek naar beschermde soorten als marterachtigen, vleermuizen, steenuil uitsluitsel kan geven over de functie van het plangebied en de directe binnen de werksfeer liggende omgeving voor deze genoemde soorten. 6.4

Passende preventieve maatregelen

In algemene zin moet de zorgplicht in acht worden genomen. Deze zorgplicht geldt met name ten aanzien van broedgevallen van alle vogelsoorten. Aangezien alle vogels tijdens het broeden zijn beschermd, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Omgevingswet. Waarbij wordt opgemerkt dat er geen vaste periode in het jaar voor het broedseizoen kan worden aangegeven. Voor en tijdens de werkzaamheden dient controle te worden uitgevoerd op de aanwezigheid van broedende vogels. Bij het aantreffen van broedende vogels dient het werk te worden beëindigd of de locatie rond de broedende vogel te worden ontzien. De zorgplicht geldt ook ten aanzien van algemene soorten amfibieën zoals gewone pad, kleine watersalamander, bruine kikker en bastaardkikker. Bij aantreffen dienen deze soorten het plangebied zelfstandig te kunnen verlaten. Voorkomt u plasvorming binnen het plangebied in de actieve periode (maart – augustus) van amfibieën. Amfibieën kunnen gebruik maken van stagnerende waterplassen tijdens het voortplanting seizoen en in het water dril afzetten.

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

37 van 54

Zorgplicht geldt ook voor soorten als alle vrijgestelde (spits)muizensoorten, zoogdieren zoals egel, ree, vos. Controleer voor aanvang van de werkzaamheden het plangebied op aanwezigheid van deze soorten. Indien deze soorten worden aangetroffen dienen zij zich in veiligheid te kunnen brengen; voorkom vluchten richting waterpartijen en openbare weg.

Zorgplicht geldt ook ten aanzien van rodelijst-soorten ‘vaatplanten’ voor aanvang van de werkzaamheden dienen de rodelijst-soorten ‘vaatplanten’ worden verplaatst naar vergelijkbaar of geschikt gebied buiten de invloedsfeer van het werk. 6.5

Verkrijgen vergunning

Bij uitvoering van de voorgenomen ingreep kan verstoring, schade of doden van beschermde soorten als marters, steenuil of vleermuizen plaatsvinden, voor deze soorten is verdiepend onderzoeken geadviseerd. Dergelijke handelingen zijn verboden conform de omgevingswet en Besluit activiteiten leefomgeving artikel 11.37 (vogelrichtlijn), artikel 11.46 (habitatrichtlijn) en bijlage IX. Verdiepend onderzoek naar aanwezigheid, soort, aantal en functioneel gebruik leefgebied dient plaats te vinden conform het geldige protocol en/of kennisdocument BIJ12. Op basis van de uitkomsten van deze verdiepende onderzoeken kan een activiteitenplan / mitigatieplan worden opgesteld welke een basis vormt voor de aanvraag van een vergunning activiteit flora en fauna (bevoegd gezag Provincie Zeeland). Het ligt in de lijn der verwachting dat een vergunning activiteit flora en fauna t.a.v. genoemde soorten zal worden verleend door het bevoegd gezag, mits voldoende onderzoek is uitgevoerd en het mitigatieplan is goedgekeurd.

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

38 van 54

7

Literatuur en bronnen

7.1

Literatuur / Bronnen

Apv gemeente Goes Atlas van Zeeland.nl BIJ12.nl Bomenverordening Goes Dataportaal Zeeland Gemeente Goes. Omgevingsvisie Goes 2024 Iplo.nl Kaarten.Zeeland.nl Kadastralekaart.com Marterstichting.nl Natura2000.eea.europa.eu/ NDFF Verspreidingsatlas NDFF ecogrid.nl Nederlandsesoorten.nl Omgevingsloket Omgevingswet.overheid.nl Omgevingsverordening Zeeland PDOK.nl viewer Provincie Zeeland. Natuurbeheerplan Zeeland 2024, goedgekeurd d.d. 27 juni 2023 Ravon.nl Ruimtelijkeplannen.nl Sovon.nl Verordening fysieke leefomgeving Goes, 2024 Vleermuisprotocol.nl Vlinderstichting.nl Vogelbescherming.nl Waarneming.nl Zeeland.nl Zoogdiervereniging.nl

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

39 van 54

Bijlage 1 - Wettelijk kader Omgevingswet Algemeen De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving.

Vereenvoudiging en verbetering De Omgevingswet vereenvoudigt de wet- en regelgeving over de fysieke leefomgeving. Met het vernieuwen van het omgevingsrecht wil de wetgever 4 verbeteringen bereiken. 1. Inzichtelijk omgevingsrecht Door de bundeling van wetgeving zijn minder regels nodig. Het omgevingsrecht wordt duidelijk, voorspelbaar en gemakkelijk in het gebruik. De instrumenten van het stelsel Omgevingswet sluiten aan bij de fasen van de beleidscyclus . 2. Leefomgeving centraal De fysieke leefomgeving staat centraal in beleid, besluitvorming en regelgeving. De fysieke leefomgeving gaat bijvoorbeeld over de samenhang tussen bouwwerken, infrastructuur, milieu en erfgoed. 3. Ruimte voor lokaal maatwerk De Omgevingswet biedt overheden meer keuzeruimte om doelen voor de leefomgeving te bereiken. De positie van decentrale overheden wordt versterkt volgens het principe Decentraal. Dit houdt in dat gemeenten bevoegd zijn om regels op te stellen, tenzij er een overkoepelend belang is. 4. Snellere besluitvorming Besluitvorming over projecten in de leefomgeving gaat onder de Omgevingswet sneller en beter. Dat vraagt om een integrale (samenhangende) werkwijze van overheden, burgers en bedrijven. Kernwoorden zijn: open, flexibel, uitnodigend, innovatief en vertrouwen. Voor de afhandeling van veel vergunningaanvragen gaat de reguliere procedure gelden met een beslistermijn van 8 weken.

Initiatiefnemers weten daardoor sneller waar ze aan toe zijn. Rolverdeling Provincies en Rijk: Sinds 1 januari 2024 bepalen de Provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur, dit is uitgewerkt in de Omgevingsverordening van de betreffende Provincie. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid welke is vastgelegd in de Omgevingswet en Besluit activiteit leefomgeving. Omgevingsverordening Provincie Zeeland: In de omgevingsverordening Zeeland staan alle regels voor de fysieke leefomgeving in Zeeland. Zowel voor Natura 2000-gebieden als in het wild levende dieren en bossen of andere houtopstanden. Vergunningen en ontheffingen aanvragen: Via het omgevingsloket wordt de vergunning / ontheffing Activiteit Flora en Fauna aangevraagd. Voor burgers en bedrijven is het belangrijk dat zij makkelijk en snel weten of een activiteit met mogelijke schade voor de natuur is toegestaan. En onder welke voorwaarden. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij de gemeente wordt getoetst aan de Omgevingswet, Omgevingsplan van de gemeente of specifieke programma’s. Het is ook mogelijk om rechtstreeks bij de Provincie een vergunning of ontheffing natuur aan te vragen, waarbij de aanvraag wordt getoetst aan de Omgevingsverordening, Omgevingsvisie en Programma’s.

Indien er voor een bepaalde activiteit een ontheffing wordt aangevraagd, dan zal deze ontheffingsaanvraag onder de nieuwe wet nog steeds worden getoetst aan drie criteria, namelijk de ADC toets: 1. Alternatief. Is er een alternatief voor bijvoorbeeld locatie onderzocht? 2. Dwingende reden. Is er sprake van bepaalde, in de wet genoemde belangen: economisch of maatschappelijk belang? 3. Compensatie, welke compensatiemaatregelen neemt u ? 4. Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

40 van 54

Beschermde gebieden Met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden nagenoeg hetzelfde. Is er sprake van een activiteit binnen een Natura-2000 gebied dan is bijna altijd sprake van een omgevingsvergunning aanvraag. Er sprake van specifieke zorgplicht en Ongewone voorvallen / Gelijkwaardige maatregel, Maatwerk is mogelijk maar gebonden aan voorschriften. Voor een activiteit in Natura-2000 gebied zonder nationaal belang dan is de Provincie bevoegd gezag. Bij een activiteit in Natura-2000 gebied met nationaal beland dan is de minister van LNV bevoegd gezag. Voor de Provincie Zeeland geldt het NatuurNetwerk Zeeland (NNZ) en is onderdeel van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Binnen de Provincie Zeeland is sprake van Gezonde Zeeuwse Natuur, deze zijn ruimtelijk gezien verbonden met het NatuurNetwerk Zeeland. Zowel het NatuurNetwerk Zeeland als de Gezonde Zeeuwse Natuur kent kernkwaliteiten welke zijn vastgelegd. Deze kernkwaliteiten mogen niet worden geschaad of benadeeld. De kernkwaliteiten kunnen ook worden versterkt.

In de Omgevingsverordening van de Provincie omschrijft zij welke regels de Provincie Zeeland hanteert om diens Omgevingsvisie te waarborgen. Soortenbescherming In de Omgevingswet, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Provinciale verordening en Gemeentelijk omgevingsplan staan (verbods)bepalingen. Zo zijn activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dieren plantsoorten verboden. Ten opzichte van de voormalige Flora- en faunawet is dus nauwelijks sprake van een wijziging in verboden activiteiten. Let wel! Verstoren zonder voorafgaand goed onderzoek naar beschermde soorten, blijft strafbaar! Tenzij uitdrukkelijk is vermeld in de omgevingsverordening van de betreffende Provincie. De nieuwe Omgevingswet betekent wel dat lijst van beschermde soorten een wijziging ondergaat. De nieuwe Omgevingswet verdeelt beschermde soorten in drie groepen: 1. Strikt beschermde soorten met onder andere soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdragen en bijlagen. 2. Andere zeldzame en bedreigde soorten, zoals soorten uit de Rodelijst. 3. Exoten, waarvoor administratieplicht bestaat. In bijlage 4 t/m 6 van dit rapport is een overzicht opgenomen van beschermde soorten.

Bijlage 4 - NDFF-gegevens beschermde soorten binnen en nabij het plangebied Bijlage 5 - Lijst van beschermde soorten genoemde in bijlage IX van het Besluit activiteiten leefomgeving Bijlage 6 - Lijst van soorten waarvoor administratie plicht bestaat (exoten)

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

41 van 54

Bijlage 2 – BeSI – formulier ten behoeve van vergunningaanvraag

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

42 van 54

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

43 van 54

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

44 van 54

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

45 van 54

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

46 van 54

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

47 van 54

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

48 van 54

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

49 van 54

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

50 van 54

Bijlage 3 - Weerrapport De Bilt, 26 maart 2025

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

51 van 54

Bijlage 4 - NDFF-gegevens beschermde soorten binnen en nabij het plangebied Zie hoofdstuk 5 van deze rapportage.

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, ’s-Gra venpolderseweg 114, Goes

52 van 54

Bijlage 5 – Lijst van beschermde soorten genoemde in bijlage IX a en b van het Besluit activiteiten leefomgeving

A. Soorten zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers als bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, onder a

Zoogdieren Aardmuis Boommarter Bosmuis Bunzing Damhert Das Dwergmuis Dwergspitsmuis Edelhert Eekhoorn Egel Eikelmuis Gewone bosspitsmuis Gewone zeehond Grote bosmuis Grijze zeehond Haas

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Veldspitsmuis Vos Waterspitsmuis Wezel Wild zwijn Woelrat

Amfibieën

Dagvlinders Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Bruin dikkopje Bruine eikenpage Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder

Libellen

Kevers

Alpenwatersalamander Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker Vinpootsalamander

Beekrombout Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel

Vliegend hert

Vuursalamander

Grote vos

Speerwaterjuffer

Reptielen Adder Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang Vissen en kreeften Beekdonderpad Beekprik Elrits Europese rivierkreeft Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal

Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan

Quikscan – Natuur, , ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

53 van 54

Bijlage 5 – Lijst van beschermde soorten genoemde in bijlage IX a en b van het Besluit activiteiten leefomgeving (vervolg) B. Soorten vaatplanten als bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, onder c Akkerboterbloem

Groene nachtorchis

Pijlscheefkelk

Akkerdoornzaad

Groensteel

Roggelelie

Akkerogentroost

Groot spiegelklokje

Rood peperboompje

Beklierde ogentroost

Grote bosaardbei

Rozenkransje

Berggamander

Grote leeuwenklauw

Ruw parelzaad

Bergnachtorchis

Honingorchis

Scherpkruid

Blaasvaren

Kalkboterbloem

Schubvaren

Blauw guichelheil

Kalketrip

Schubzegge

Bokkenorchis

Karthuizeranjer

Smalle raai

Bosboterbloem

Karwijselie

Spits havikskruid

Bosdravik

Kleine ereprijs

Steenbraam

Brave hendrik

Kleine Schorseneer

Stijve wolfsmelk

Brede wolfsmelk

Kleine wolfsmelk

Stofzaad

Breed wollegras

Kluwenklokje

Tengere distel

Bruinrode wespenorchis

Knollathyrus

Tengere veldmuur

Dennenorchis

Knolspirea

Trosgamander

Dreps

Korensla

Veenbloembies

Echte gamander

Kranskarwij

Vliegenorchis

Franjegentiaan

Kruiptijm

Vroege ereprijs

Geelgroene wespenorchis

Lange zonnedauw

Wilde averuit

Geplooide vrouwenmantel

Liggende ereprijs

Wilde ridderspoor

Getande veldsla

Moerasgamander

Wilde weit

Gevlekt zonneroosje

Muurbloem

Wolfskers

Glad biggenkruid

Naakte lathyrus

Zandwolfsmelk

Gladde zegge

Naaldenkervel

Zinkviooltje Zweedse kornoelje

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2025-074 r

Quikscan – Natuur, , ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes

54 van 54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16998569/1