Bijlage 1 - Beoordelingskader landschappelijke inpassing[1]
Tekst van het document
BEOORDELINGSKADER LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ADRZ - GOES 16-12-2025 1
INHOUDSOPGAVE
Beoordelingskader landschappelijke inpassing
Doelstelling en toelichting op het beoordelingskader Bestaande landschappelijke structuren (met bestaand ziekenhuis) Aanvulling met nieuwe landschappelijke structuren (op conceptueel niveau, zonder bestaand ziekenhuis)
3 4 6
Landschappelijke hoofdstructuren, toelichting deelgebieden Deelgebied 1: noord-zuid as Principe profiel waterberging Doorsnede 1B Deelgebied 2: ziekenhuis boulevard, entreeplein Deelgebied 3: parkeervelden Doorsnede 3A Deelgebied 4 perceelovergangen naburige percelen Landschapelijke overgangen naar omgeving Overgang 4A Overgang 4B Overgang 4C Overgang 4D Overgang 4E Overgang 4F Overgang 4G Overgang 4H
8 9 10 12 14 15 16 18 19 20 22 24 26 28 30 33 34
BEOORDELINGSKADER LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
DOELSTELLING EN TOELICHTING OP HET BEOORDELINGSKADER
Het doel van dit beoordelingskader, is het realiseren van een ziekenhuis dat optimaal landschappelijk is ingepast, door lichthinder tot het minimale noodzakelijke niveau te beperken, een duurzaam en groen geheel te creëren en daarbij gebruik te maken van gebiedseigen plant- en boomsoorten zodat het ontwerp aansluit bij de ecologische en landschappelijke waarden van de omgeving. In dit document is als eerste gekeken naar gebiedseigen kenmerken van bestaande landschappelijke structuren en elementen, die enerzijds behouden en gekoesterd zouden moeten worden, maar ook gebruikt kunnen worden voor de nieuwe structuren en kwaliteiten van het landschap rondom het ziekenhuis en toekomstige ontwikkelingen van het Gezondheidspark. Het ziekenhuisterrein is onder te verdelen in deelgebieden. Ieder deelgebied wordt anders gebruikt en kent een eigen karakter. Per deelgebied zijn beoordelingsregels geformuleerd die aansluiten bij de algemene doelstelling. De verschillende regels borgen gezamenlijk de duurzame landschappelijk inpassing van het ziekenhuis en omliggend terrein. De inrichtingsprincipes zijn, per deelgebied, voorzien van referentiebeelden. Deze beelden zijn voorbeelden van beoogde ‘look & feel’ en ruimtelijke kwaliteiten.
3
BESTAANDE LANDSCHAPPELIJKE STRUCTUREN TOELICHTING OP DE BESTAANDE LANDSCHAPPELIJKE HOOFDSTRUCTUREN EN KENMERKEN
BESTAANDE WATERPARTIJ
In het gebied zijn verschillende landschappelijke structuren en kwaliteiten te onderscheiden, die aanleiding geven om structuur en ordening te bieden voor de inpassing en inrichting van het nieuwe ziekenhuis(-terrein). Deze structuren kunnen ook dragers vormen voor toekomstige ontwikkelingen rondom het ziekenhuis, richting een Gezondheidspark en/of andere ontwikkelingen.
3
1. Bestaand bos 2. Bestaand park 3. Bestaande vijver/wiel 4. Oude en nieuwere boomgaarden 5. Windsingels (geschoren elzen- of populierenhagen) 6. (laan-)bomen, veelal populieren 7. Grondlichamen/dijkjes 8. (zak-)sloten en greppels
BOOMGAARDEN
4 BESTAAND PARK
BESTAAND BOS
1
2 WINDSINGELS
5
4
(LAAN- ) BOMEN
6 5
1 4 2
GRONDLICHAAM/ DIJKJES
3
7
6
7
(ZAK)SLOTEN EN GREPPELS
8
8
5
AANVULLING MET NIEUWE LANDSCHAPPELIJKE STRUCTUREN (OP CONCEPTUEEL NIVEAU, ZONDER BESTAAND ZIEKENHUIS) TOELICHTING OP NIEUWE LANDSCHAPPELIJKE HOOFDSTRUCTUREN EN KENMERKEN VOOR DE INRICHTING INPASSING VAN HET ZIEKENHUISTERREIN EN EVENTUELE ANDERE TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN.
REFERENTIE GROENSTROOK PARKEERTERREIN
1
Het doel is om het ziekenhuis op een vanzelfsprekende en gebiedseigen wijze in te passen in de bestaande omgeving. Daarom wordt gebruikt gemaakt van de landschappelijke kenmerken die reeds in en rondom het ziekenhuis aanwezig zijn. Bij het toepassen van nieuwe groenstructuren wordt gebruikt gemaakt van deze landschapselementen. Afhankelijk van de behoefte en gewenste ruimtelijke kwaliteiten en overgangen worden deze structuren toegepast. In de hierna volgende toelichting op de verschillende deelgebieden binnen het ziekenhuisterrein wordt meer gedetailleerd ingegaan op de keuzes van beplantingen en de beoogde gebruiks- en belevingswaarde.
REFERENTIE BOULEVARD
2
REFERENTIE NOORD-ZUID VERBINDING
3
6
WINDSINGELS
4
4 (LAAN- ) BOMEN
5
1 5
3 2 3 1
6
GRONDLICHAAM/ DIJKJES
6
7
DEELGEBIEDEN - LANDSCHAPPELIJKE HOOFDSTRUCTUREN
4
1 3 4
3A 1B
2 1A
3
3 1 LEGENDA DEELGEBIED 1: NOORD-ZUID AS DEELGEBIED 2: ZIEKENHUIS BOULEVARD, ENTREEPLEIN
4
DEELGEBIED 3:PARKEREN DEELGEBIED 4:PERCEELSOVERGANGEN 8
DEELGEBIED 1: NOORD-ZUID AS
INDICATIEVE REFERENTIE
BEOORDELINGSREGELS VOOR LANDSCHAPPELIJKE INVULLING EN KWALITEIT VAN DE NOORD-ZUID AS
Algemeen Dit deelgebied vormt een belangrijke noord-zuid lopende groenstructuur tussen het nieuwe ziekenhuis en het bestaande gebouw van Revant. Deze ruimte vormt een (ruimtelijke en recreatieve) verbinding tussen het entreegebied van het ziekenhuis naar het noorden (bestaande oude boomgaard bij terrein Emergis) maar ook richting het parkeerterrein voor bezoekers. Vanaf het zuiden gezien vormt deze ruimtelijke structuur ook een zichtlijn op de hoofdentree van het ziekenhuis. In de periode dat er nog geen zuidelijke ontsluiting is voor de bereikbaarheid van het bezoekers parkeren, wordt een tijdelijke weg aangelegd om vanuit het noorden het bezoekers parkeren te ontsluiten. Als de zuidelijke ontsluiting gereed is wordt deze tijdelijke weg verwijderd en maakt plaats voor meer groen, water en verblijfsmogelijkheden. Het voetpad dat al eerder aangelegd was wordt dan verlegd naar een meer slingerende structuur, waarlangs verschillende gebruiks- en belevingsgebieden liggen, zoals kleine waterpartijen, kleine boomgaardjes, bloemenweiden en speel-/bewegings- en ontmoetingselementen. Dit kan gebruikt worden door zowel bezoekers, als patiënten en personeel.
INDICATIEVE REFERENTIE
De toepassing van groen betreft altijd inheemse en gebiedseigen beplantingen, en bestaat uit een mix van groenelementen, zoals fruitbomen, solitaire bomen, windsingeltjes, kleine bosschages, natuurlijke oevers, bloemenweiden/extensieve grasvelden en dergelijke, waardoor een aantrekkelijk en gevarieerde groenbeleving met diverse gebruiksmogelijkheden wordt gecreëerd. Deze noord-zuid verbinding kent een verbijzondering ter plaatse van de hoofdentree van het ziekenhuis. Hier zal de beplanting nog wat uitbundiger kunnen zijn qua kleurbeleving, seizoenbeleving en biodiversiteit. Ook zullen hier voorzieningen komen voor ontmoeten, verblijven/ wachten en een kiss&ride zone. Een paar markante bomen in dit gebied zorgen voor schaduw en een extra belevingswaarde. •
• • • •
De beplanting is inheems en gebiedseigen. Lichtvervuiling wordt voorkomen door toepassen van armaturen van maximaal 4 tot 5 meter hoog langs de fiets en voetpaden en de rijbanen 6-7 meter hoog. De armaturen zijn mogelijk dynamisch dimbaar in de avond uren of wanneer gebruik niet nodig is. De armaturen hebben een naar beneden gerichte lichtbundel. Het water wordt opgevangen op eigen terrein in sloten, wadi’s, vijvers en waterbergende funderingen. 9
PRINCIPEPROFIEL WATERBERGING
INDICATIEVE REFERENTIE WATERBERGING
TOELICHTING OP WATERBERGING (DOORSNEDE 1A)
• •
•
•
Het water wordt opgevangen op eigen terrein onder andere in een nader te bepalen wadi of watergang. In de noord-zuid lopen groenstructuur wordt ruimte opgenomen voor een water/ wadi structuur waarin water geborgen en vertraagd afgevoerd wordt naar het omliggende watersysteem. Deze groenstructuur wordt ingericht met voetpaden en verblijfsmogelijkheden ter behoeve van recreatief gebruik en als route van het parkeerterrein en bushalte naar de hoofdentree en omgekeerd. De groenstructuur wordt tevens voorzien van inheemse bomen ten behoeve van beleving, biodiversiteit en klimaatadaptatie (het verminderen van hittestress).
INDICATIEVE REFERENTIE WATERPARTIJ
10
WADI EN/OF WATERGANG T.B.V. BERGING REGENWATER
LOCATIE DOORSNEDE
11
DOORSNEDE 1B
INDICATIEVE REFERENTIE BOMEN LANGS DE ONSLUITING
OVERGANG VAN HET BESTAANDE REVANT GEBOUW EN HET NIEUWE ZIEKENHUIS (SITUATIE ZONDER ZUIDELIJKE ONSLUITINGSWEG)
BEOORDELINGSREGELS VOOR DE LANDSCHAPPELIJKE OVERGANG TUSSEN HET NIEUWE ZIEKENHUIS EN HET BESTAANDE REVANT GEBOUW (DOORSNEDE 1B) •
De ruimte tussen de oostelijke gevel van Revant en de nieuwe westelijke gevel van het Ziekenhuis wordt in de eerste fase voorzien van een rijbaan voor autoverkeer naar het parkeerterrein voor bezoekers aan de zuidzijde van het ziekenhuis.
•
Daarnaast komt er een voetpad en fietspad om vanuit het noorden de fietsenstalling en het voorplein van het ziekenhuis te kunnen bereiken.
•
Aan de zijde van het ziekenhuis komt een grastalud met losgeplaatste solitaire heesters/ fruitbomen, als een aantrekkelijke groene ‘schil’ rondom het ziekenhuis. Ook loopt er langs het ziekenhuis een onderhoudspad van 3 meter breed.
•
Aan de zijde van de gevel van Revant wordt direct langs de gevel een strookje verharding gehandhaafd en omsloten door een lage haag.
•
In de bermen tussen de verschillende verkeerstromen worden losgeplaatste bomen en heestergroepjes aangeplant, in de toekomst maakt deze zone onderdeel uit van een recreatief verblijfs- en ontmoetingsgebied, als de rijbaan voor auto’s gaat verdwijnen in de 2e fase.
•
Aanplanthoogte bomen: afhankelijk van soort en groeiwijze tussen de 3 en 6 meter hoogte.
INDICATIEVE REFERENTIE BEUKENHAAG
12
AFWATERING VERHARDING OP EIGEN TERREIN
LOCATIE DOORSNEDE
13
DEELGEBIED 2: ZIEKENHUISBOULEVARD EN ENTREEPLEIN
INDICATIEVE REFERENTIE BOULEVARD
BEOORDELINGSREGELS VOOR DE LANDSCHAPPELIJKE INVULLING EN KWALITEIT VAN ZIEKENHUIS BOULEVARD EN ENTREEPLEIN
Algemeen Dit deelgebied heeft een belangrijke functie voor het afwikkelen van voetgangers vanaf het parkeerterrein en de fietsenstalling voor bezoekers naar de hoofdentree van het ziekenhuis. Tegelijkertijd is het een herkenbare en aantrekkelijke route voorlangs het ziekenhuis, met een bomenlaan, grastaluds, bankjes en verlichtingselementen. Grote aandacht zal zijn voor de toegankelijkheid van deze verbindingsstructuur, aangezien hier ook invalideparkeerplaatsen direct aan gelegen zijn, als ook taxi(-busjes) met rolstoelgebruikers en dergelijke. Deze ‘boulevard’ heeft een ingetogen maar hoogwaardige kwaliteit van verhardingen en meubilair, aansluitend op de kwaliteit en belevingswaarde van het entreeplein. Een belangrijk aspect vormt de verlichting van de ziekenhuisboulevard en entreeplein. Uiteraard dient het terrein aan de eisen van veilige verlichting te voldoen, maar om te voorkomen dat er onnodige lichtvervuiling ontstaat worden lage armaturen toegepast (4-5 meter hoog) langs de voet en fietspaden. Langs de rijbaan worden hoge armaturen toegepast (6-7 meter hoog). De verlichting met een naar beneden gerichte lichtbundel en mogelijk wordt er dynamische verlichting toegepast (dimbaar in late avonduren).
• • •
INDICATIEVE REFERENTIE ENTREEPLEIN
Lichtvervuiling wordt voorkomen door toepassen van armaturen van maximaal 4 tot 5 meter hoog langs de fiets en voetpaden en de rijbanen 6 tot 7 meter hoog. De armaturen zijn mogelijk dynamisch dimbaar in de avond uren of wanneer gebruik niet nodig is. De armaturen hebben een naar beneden gerichte lichtbundel.
14
DEELGEBIED 3: PARKEERVELDEN
INDICATIEVE REFERENTIE BEPLANTING
BEOORDELINGSREGELS VOOR DE LANDSCHAPPELIJKE INVULLING EN KWALITEIT VAN DE PARKEERBIEDEN
De parkeerterreinen krijgen een groene/zachte inrichting en uitstraling door het toepassen van waterdoorlatende verhardingen voor de parkeerplaatsen en langgerekte groenstroken van ongeveer 3 meter breed tussen de parkeerplaatsen. Hiermee wordt verzachting van het parkeerterrein verkregen, maar tevens wordt hittestress verminderd en wordt een bijdrage geleverd aan meer biodiversiteit. De beplantingen tussen de parkeerplaatsen bestaan uit inheemse bomen van de 2e en 3e grootte, meerstammige heesters en een kruidenlaag daaronder. Een belangrijk aspect vormt de verlichting van het parkeerterrein. Uiteraard dienen de parkeerterreinen aan de eisen van veilige verlichting te voldoen, maar om te voorkomen dat er onnodige lichtvervuiling ontstaat worden lage armaturen toegepast (4-5 meter hoog) met een naar beneden gerichte lichtbundel en tevens wordt mogelijk dynamische verlichting toegepast (dimbaar in late avonduren). • • •
Lichtvervuiling wordt voorkomen door toepassen van armaturen van maximaal 4 tot 5 meter hoog. De armaturen zijn mogelijk dynamisch dimbaar met een naar beneden gerichte lichtbundel. In de groenstrook van minimaal 2 meter breed worden meerdere bomen geplant aangevuld met inheemse meerstamige heesters en een kruidenlaag.
INDICATIEVE REFERENTIE OPENVERHARDING
INDICATIEVE REFERENTIE VERLICHTING
15
DOORSNEDE 3A
INDICATIEVE REFERENTIE VERLICHTING
OVERGANG NAAR DE TOEKOMSTIGE ZORGCAMPUS
BEOORDELINGSREGELS VOOR LANDSCHAPPELIJKE OVERGANG TUSSEN HET NIEUWE PERKEERTEREIN EN DE TOEKOMSTIGE ZORGCAMPUS (DOORSNEDE 3A)
•
Op het parkeerterrein worden tussen de parkeerplaatsen groenstroken opgenomen waarin inheemse bomen geplant worden van de 2e en 3e grootte en lage inheemse heesters die in de oost-west richting overlast van verlichting voorkomen. Dit principe wordt doorgezet in de overgang naar de toekomstige zorgcampus.
INDICATIEVE REFERENTIE BEPLANTING
16
STRUWEEL BEPLANTING
LOCATIE DOORSNEDE
17
DEELGEBIED 4: PERCEELSOVERGANGEN NABURIGE PERCELEN
Deelgebied 4 is op te delen in verschillende overgangsgebieden. Bij elk overgangsgebied zijn beoordelingsregels en een principedoorsnede ingevoegd. Per overgang worden de mogelijkheden onderzocht om deze zo snel mogelijk te realiseren.
18
LANDSCHAPPELIJKE OVERGANGEN NAAR OMGEVING
A
4H
4A
H
B’ B H’
4B
A’
C’ C
4C G
4G G’
D’ D
4D E
F’ F
4F
E’
4E
LEGENDA OVERGANGSGEBIEDEN 19
OVERGANG 4A
BESTAANDE BOOMGAARD
OVERGANG NAAR EMERGIS BEOORDELINGSREGELS VOOR LANDSCHAPPELIJK OVERGANG TUSSEN HET EXPEDITIEGEBIED VAN HET NIEUWE ZIEKENHUIS EN HET TERREIN VAN EMERGIS AAN DE NOORDZIJDE (OVERGANG 4A)
•
Aangezien het nieuwe ziekenhuisterrein ongeveer 1.40 meter hoger komt te liggen dan de bestaande hoogte van het aansluitende landschap van de boomgaard wordt als eerste een grastalud gemaakt met een flauwe helling zodat dit goed gemaaid kan worden.
•
Onderaan het talud wordt een lichte ‘zonk’ aangelegd (zoals deze ook op andere plekken langs windsingels aanwezig zijn) waarin eventueel overtollig regenwater opgevangen gaat worden binnen het eigendom van het ziekenhuisterrein.
•
Boven aan het talud, langs de verhardingen van het expeditiegebied is een voldoende vlakke berm opgenomen waar een nieuwe windsingel aangeplant wordt. Deze windsingel wordt aangeplant met elzen of populieren, conform bestaande windsingels in de directe omgeving. Deze windsingels krijgen een uiteindelijke hoogte van minimaal 5 meter en zijn maximaal 2 meter breed. Deze windsingels zijn vanaf de grond aaneengesloten dicht, zowel visueel als fysiek (zie richtbeelden bestaande windsingels). Hiermee wordt het zicht vanuit de omgeving op het expeditiegebied weggenomen en wordt tevens voorkomen dat voetgangers het gebied kunnen betreden/bereiken.
•
•
•
INDICATIEVE REFERENTIE NIEUWE SINGEL
De aanplanthoogte van deze bomen is minimaal 4 meter, en worden relatief dicht op elkaar aangeplant (1 à 2 stuks per m1) zodat direct na aanplant al een dichte haag wordt gerealiseerd. Onderaan het talud ligt ook de nieuwe riool persleiding die parallel langs de erfgrens van het ziekenhuis is aangelegd. Aan de zijde van het ziekenhuisterrein wordt minimaal 3,5 meter afstand gehouden vanaf deze persleiding tot aan de aanplant van bomen. Op 4.50 meter vanaf de erfgrens loopt parallel langs de erfgrens een nieuwe gasleiding. De aanplant vanaf de nieuwe windsingel staat op 3,5 meter vanaf deze gasleiding, extra afgeschermd met een anti-wortelscherm langs de gasleiding.
20
ZIC
(OVERGANG 4A)
NIEUWE POPULIEREN OF ELZEN WINDSINGEL (MINIMAAL 4-5METER HOOG)
IJ HT B
T ZICH
H=5
BIJ H
=4
BESTAANDE BOOMGAARD SCHADUWLIJN
AFWATERING VERHARDING OP EIGEN TERREIN
LOCATIE DOORSNEDE
21
OVERGANG 4B
BESTAANDE SINGEL
OVERGANG NAAR EMERGIS BEOORDELINGSREGELS VOOR LANDSCHAPPELIJKE OVERGANG TUSSEN HET EXPEDITIEGEBIED VAN HET NIEUWE ZIEKENHUIS EN HET OOSTELIJK AANGRENZEND TERREIN(OVERGANG 4B)
•
Op deze overgang gelden ongeveer dezelfde hoogteverschillen als bij overgang A. Deze overgang wordt ook weer met een talud en een lichte ‘zonk’ aan de onderzijde uitgevoerd.
•
Aangezien er direct grenzend aan het perceel van het ziekenhuisterrein een reeds aanwezige windsingel is (elzen) wordt deze ingezet als visuele afscherming van het expeditiegebied.
•
Gezien de ligging van de nieuwe gas en rioolleidingen wordt als extra groene overgang een landschappelijke haag langs de verharding opgenomen, in plaats van bomen of een windsingel. Hiermee wordt ook voorkomen dat voetgangers vanuit de omgeving het expeditiegebied kunnen betreden/bereiken.
•
Deze haag wordt met verschillende soorten aangeplant (‘zeeuwse haag’) ten behoeve van biodiversiteit, en kent een aanplanthoogte van minimaal 1 meter, en minimaal twee rijen in driehoeksverband aangeplant.
INDICATIEVE REFERENTIE NIEUWE HAAG
22
(OVERGANG 4B)
AFWATERING VERHARDING OP EIGEN TERREIN
NIEUWE MEIDOORNHAAG (MINIMAAL 1M HOOG)
BESTAANDE ELZEN WINDSINGEL
LOCATIE DOORSNEDE
23
OVERGANG 4C
INDICATIEVE REFERENTIE NIEUW STRUWEEL
OVERGANG NAAR ABBEKINDERSEZANDWEG 2 A-B BEOORDELINGSREGELS VOOR LANDSCHAPPELIJKE OVERGANG TUSSEN HET ENERGIEGEBOUW EN HET OOSTELIJKE AANGRENZENDE TERREIN (OVERGANG 4C)
•
Het maaiveld achterlangs het nieuwe energiegebouw wordt lager dan het maaiveld voor het energiegebouw. Dit wordt opgelost met een flauw talud en ook hier weer een lichte zonk onderaan het talud (op ziekenhuisterrein) voor de opvang van eventueel overtollig regenwater.
•
De landschappelijke overgang wordt op 3 niveaus aangebracht:
Niveau 1: nieuwe bomen van de eerste grootte. Hierbij kan gedacht worden aan populieren. Deze bomen worden relatief dicht op elkaar aangeplant (5-6 meter) zodat een aaneengesloten groen scherm ontstaat. Deze bomen kunnen uiteindelijk een hoogte bereiken van 20-25 meter, waarmee het zicht vanuit de omgeving op het achter het energiegebouw gelegen nieuwe ziekenhuis, wordt weggenomen. De aanplant hoogte van deze bomen is minimaal 6 meter. INDICATIEVE REFERENTIE NIEUWE KLIMPLANTEN
Niveau 2: Onder deze bomen door wordt in het talud een struweel/heesterbeplanting aangebracht, waarmee het zicht op de achtergevel van het energiegebouw wordt weggenomen. Dit zijn inheemse heesters met een aanplanthoogte van minimaal 2 meter en één stuks per m2, zodat een aaneengesloten, dichte groenstructuur wordt verkregen, direct na aanplant. Niveau 3: Tegen de achtergevel van het energiegebouw wordt een klimconstructie voor groenblijvende klimplanten aangebracht. Hiermee krijgt ook in de winterperiode het zicht op de gevel vanuit de omgeving een groene uitstraling. Hiervoor komen soorten als klimop en groenblijvende kamperfoelie in aanmerking en worden aangeplant met een hoogte van 1,5 meter en 3 stuks per m1 De combinatie van bovengenoemde landschappelijke elementen zorgt ervoor dat het zicht vanuit de oostelijk gelegen percelen op zowel het energiegebouw als het daarachter gelegen nieuwe ziekenhuis wordt weggenomen en verzacht.
24
(OVERGANG 4C)
NIEUWE BOOM (POPULIER)
NIEUWE KLIMPLANTEN NIEUWE STRUWEELSTROOK
LOCATIE DOORSNEDE
25
OVERGANG 4D
BESTAAND STRUWEEL
OVERGANG NAAR ABBEKINDERSEZANDWEG 4
BEOORDELINGSREGELS VOOR LANDSCHAPPELIJKE OVERGANG TUSSEN HET NIEUWE PARKEERTERREIN EN HET AANGRENZENDE OOSTELIJKE GEBIED (OVERGANG 4D)
•
Voor zowel een fysieke als visuele afscheiding tussen het ziekenhuisterrein en de aan grenzende particuliere kavel, wordt zowel een grondlichaam/wal aangelegd van minimaal 1,20 meter hoog met daarop een aanplant met struweel. De gezamenlijke hoogte van grondlichaam en struweel/heesters zorgen ervoor dat vrachtwagens/ambulances uit het zicht blijven vanuit de omgeving gezien.
•
Dit struweel bestaat uit inheems heesters met een aanplanthoogte van minimaal 2 meter en 1 stuks per m2.
INDICATIEVE REFERENTIE NIEUW STRUWEEL
INDICATIEVE REFERENTIE NIEUW GRONDLICHAAM
26
(OVERGANG 4D) BESTAANDE BOMEN NIEUWE GRONDWAL (MINIMAAL 1,2M HOOG) MET STRUWEEL BEPLANTING
BESTAANDE STRUWEEL
LOCATIE DOORSNEDE
27
OVERGANG 4E
INDICATIEVE REFERENTIE NIEUW GRONDLICHAAM
GRONDLICHAAM T.B.V. LICHTOVERLAST KOPLAMPEN AUTO’S
BEOORDELINGSREGELS VOOR LANDSCHAPPELIJKE OVERGANG TUSSEN HET NIEUWE PARKEERTERREIN EN HET AANGRENZENDE ZUIDELIJKE GEBIED (OVERGANG 4E)
•
Langs de zuidelijke grens van het parkeerterrein, parallel aan de reeds aanwezige sloot, wordt grondlichaam aangebracht (minimaal 1 meter hoog) waarmee wordt voorkomen dat licht van koplampen van auto’s het zuidelijk gelegen landschap inschijnt. Hiermee wordt ‘lichtvervuiling’ en/of eventueel overlast naar woningen in de omgeving voorkomen.
•
Tussen het talud en de erfgrens wordt een nieuwe windsingel aangeplant. Deze windsingel wordt aangeplant met elzen of populieren, conform bestaande windsingels in de directe omgeving. Deze windsingels krijgen een uiteindelijke hoogte van minimaal 4 meter en zijn maximaal 2 meter breed. Deze windsingels zijn vanaf de grond aaneengesloten dicht, zowel visueel als fysiek (zie richtbeelden bestaande windsingels). Hiermee wordt het zicht vanuit de omgeving op het parkeerveld weggenomen.
•
De aanplanthoogte van deze bomen is minimaal 3 meter, en worden relatief dicht op elkaar aangeplant (1 à 2 stuks per m1) zodat direct na aanplant al een dichte haag wordt gerealiseerd.
•
Op het parkeerterrein zelf worden tussen de parkeerplaatsen groenstroken opgenomen met inheemse bomen van de 2e en 3e grootte en lage inheemse heesters die ook in de oost-west richting overlast van verlichting voorkomen.
•
Na realisatie van de zuidelijke ontsluitingsweg wordt de groenstructuur van het ziekenhuis geïntegreerd met de groenstructuur van de nieuwe ontsluitingsweg, waarbij meer openheid en het zicht op het ziekenhuis en parkeerterrein wordt verkregen.
INDICATIEVE REFERENTIE NIEUWE BEPLANTING PARKEERTERREIN
28
(OVERGANG 4E) NIEUW GRONDLICHAAM (MINIMAAL 1M HOOG)
NIEUWE POPULIEREN OF ELZEN WINDSINGEL (MINIMAAL 4 METER HOOG)
LOCATIE DOORSNEDE
29
OVERGANG 4F
INDICATIEVE REFERENTIE SINGEL
LANDSCHAPPELIJKE OVERGANG TUSSEN HET NIEUWE PARKEERVELD EN DE AANGRENZENDE BOOMGAARD
BEOORDELINGSREGELS VOOR LANDSCHAPPELIJKE OVERGANG TUSSEN HET NIEUWE PARKEERVELD EN DE AANGRENZENDE BOOMGAARD (OVERGANG 4F)
•
Tussen het nieuwe parkeerterein en de bestaande boomgaard wordt een nieuwe windsingel aangeplant. Deze windsingel wordt aangeplant met elzen of populieren, conform bestaande windsingels in de directe omgeving. Deze windsingels krijgen een uiteindelijke hoogte van minimaal 4 meter en zijn maximaal 2 meter breed. Deze windsingels zijn vanaf de grond aaneengesloten dicht, zowel visueel als fysiek (zie richtbeelden bestaande windsingels).
BESTAANDE BOOMGAARD
REFERENTIE NIEUWE BEPLANTING PARKEERTERREIN
30
(OVERGANG 4F) BESTAANDE BOOMGAARD
NIEUWE POPULIEREN OF ELZEN WINDSINGEL
LOCATIE DOORSNEDE
31
OVERGANG 4G
BESTAAND GRONDLICHAAM
GRONDLICHAAM TER AFSCHERMING REVALIDATIETUIN REVANT
BEOORDELINGSREGELS VOOR LANDSCHAPPELIJKE OVERGANG TUSSEN DE NIEUWE FIETSENSTALLING EN HET AANGRENZENDE REVALIDATIETUIN REVANT (OVERGANG 4G)
•
Het bestaande grondlichaam wordt omgevormd tot een dijkje met een hoogte van minimaal 1,20 meter. Hierop wordt een inheemse struweel/heesterbeplanting aangeplant met een aanplanthoogte van minimaal 2 meter en 1 stuks per m2. Hiermee wordt het zicht vanuit Revant op het parkeerterrein en de fietsenstalling weggenomen.
INDICATIEVE REFERENTIE NIEUW STRUWEEL
BESTAANDE STALLING
32
(OVERGANG 4G)
AANGEPAST BESTAAND GRONDLICHAAM (MINIMAAL 1,2M HOOG) MET STRUWEEL BEPLANTING
LOCATIE DOORSNEDE
33
OVERGANG H
INDICATIEVE REFERENTIE VERLICHTING
OVERGANG NAAR ‘S-GRAVENPOLDERSEWEG
BEOORDELINGSREGELS VOOR LANDSCHAPPELIJKE OVERGANG TUSSEN DE BESTAANDE WEG EN HET NIEUWE PARKEERTERREIN (OVERGANG 4H)
•
Aan de zijde van het parkeerterrein van Revant wordt het terrein en omsloten door een lage haag. Deze haag kent een aanplanthoogte van minimaal 1 meter, en minimaal twee rijen in driehoeksverband aangeplant.
•
langs de rijbaan worden nieuwe laanbomen geplaatst. De aanplanthoogte bomen varieert en is afhankelijk van soort en groeiwijze tussen de 3 en 6 meter hoogte.
REFERENTIE BEPLANTING
INDICATIEVE REFERENTIE BEUKENHAAG
34
LOCATIE DOORSNEDE
35