B03. brief-aan-de-beide-kamers-nav-val-kabinet
Tekst van het document
Den Haag, 9 juli 2023 Aan de leden van de Eerste en Tweede Kamer, Elke dag geven wij als 342 gemeenten, 21 waterschappen en 12 provincies uitvoering aan beleid en ondersteunen wij onze inwoners. Daarnaast werken wij samen met de rijksoverheid aan de grote uitdagingen van deze tijd. De lijst met grote maatschappelijke opgaven die vragen om doortastend optreden is groot. Denk daarbij aan het grote tekort aan betaalbare woningen, de noodzakelijke klimaatopgave en energietransitie, de opgave in het landelijk gebied en het versterken van bestaanszekerheid van kwetsbare mensen. De uitvoerbaarheid is daarbij geen gegeven; de aandacht hiervoor is een cruciale randvoorwaarde. Als decentrale overheden willen wij blijven werken aan de vooruitgang van Nederland. Stilstand is echt onverantwoord; dat schaadt de belangen van onze inwoners. Vanuit de drie decentrale overheden vragen we het parlement daarom te voorkomen dat Nederland stil komt te staan. We hebben de ruimte nodig om besluiten te kunnen nemen die nodig zijn om dit land draaiend te houden. We vragen dat concreet voor tenminste de volgende onderwerpen: 1. Het bouwen van betaalbare woningen; rijk en woondealregio’s hebben afspraken gemaakt over het versneld bouwen van betaalbare woningen en dertig procent betaalbare sociale huur. Die afspraken moeten gestand worden gedaan.
Gelet op de huidige situatie op de woningmarkt zijn daarnaast aanvullende afspraken nodig om de woningbouw niet te laten stokken. 2. De energietransitie is in volle vaart en dat is ook nodig als we de verduurzaming van ons energiegebruik serieus blijven nemen. Ook de recente oorlog in Oekraïne maakt dat ons land versneld de omslag moet maken om minder afhankelijk te zijn van buitenlands gas. Samen met diverse maatschappelijke organisaties zoals netbeheerders, natuurorganisaties, vakbonden, VNO-NCW, MKB-Nederland en het Nationaal Klimaat Platform roepen we u op dit onderwerp en alle afspraken (incl. wetgeving) -zoals met betrekking tot warmtetransitie en gebouwde omgeving- die daarvoor nodig zijn te blijven bespreken. We moeten voorkomen dat het oplossen van netcongestie en de aanleg van laadinfra al op korte termijn vertraging oplopen, net zoals de verduurzaming van de industrie en de gebouwde omgeving en de uitvoering van de RES-en. 3. In het landelijk gebied speelt op dit moment veel dat niet stil mag komen te liggen, en waarbij onder het motto ‘water en bodem sturend’ de ruimte voor de agrarische sector en voor de natuur weer in evenwicht wordt gebracht, de waterkwaliteit verder wordt verbeterd (de Kaderrichtlijn Water in 2027) en wordt gewerkt aan de klimaatopgave.
Uiteraard speelt het stikstofprobleem hier een essentiële rol, ook om weer ruimte te krijgen in de vergunningverlening. Het doel is om het landelijke gebied ook op lange termijn leefbaar en economisch vitaal te houden. De opgave in het landelijk gebied is een gezamenlijke opgave van rijk, provincies, waterschappen en gemeenten, samen met de inwoners, bedrijven en
maatschappelijke organisaties in een gebied, en krijgt vorm in een gebiedsgerichte aanpak. Provincies hebben voor deze transitie van het landelijk gebied gebiedsprogramma’s en maatregelpakketten ingediend. Die maatregelpakketten kunnen alleen snel worden uitgevoerd als er op korte termijn financiering ter beschikking komt. Deze zogenoemde versnellingsgelden moeten echt doorgaan. Bestaande regelingen (LBV en LBV plus) moeten met kracht worden uitgevoerd, en toezeggingen (zoals maatwerkmogelijkheden in de vorm van ondernemingsplannen, een nieuwe vrijwillige provinciale aankoopregeling en aanvullende regelingen voor verplaatsing, innovatie en extensivering) moeten overeind worden gehouden. De door de provincies ingediende gebiedsprogramma’s moeten doorontwikkeld worden, en daarvoor is het nodig dat het rijk samen met de decentrale overheden intensief samen blijft optrekken. Het gebrek aan duidelijkheid en perspectief is ook voor ondernemers in het landelijk gebied een groot probleem. Het rijk moet gezien de urgentie doorgaan met de gebiedsgerichte aanpak, en de hiervoor noodzakelijke wetgeving en financiële middelen. 4. De afgelopen jaren hebben laten zien dat onze inwoners vaak kwetsbaar zijn in hun bestaanszekerheid. Bestaansonzekerheid en financiële problemen liggen vaak aan de basis van meer en ernstige problemen.
De commissie sociaal minimum is recent met adviezen gekomen die betrokken en vertaald moeten worden bij de komende begroting. Dit om ergere problemen te voorkomen. 5. Recent hebben rijk en gemeenten afspraken gemaakt over de hervorming van de jeugdzorg. Onderdeel van het pakket afspraken is landelijke wetgeving. Wanneer deze wetgeving op zich laat wachten zullen de tekorten in de jeugdzorg en de wachtlijsten nog sneller oplopen. Dat is voor de jongeren die op zorg wachten en voor gemeenten een onverantwoorde situatie. 6. Ook de komende maanden zullen vluchtelingen naar Nederland blijven komen. De gemeenten, provincies en de staatssecretaris van Asielzaken zullen in staat moeten blijven om praktische afspraken te maken over opvang, huisvesting en spreiding. Het in behandeling nemen van de Spreidingswet is daarvoor cruciaal. Daarvoor is overigens wel een aantal wijzigingen nodig om de wet uitvoerbaar te maken. 7. Inzet op het OV is nu nodig om de vicieuze cirkel van verschraling, prijsverhogingen en minder reizigers te keren. Laat de val van het kabinet er niet de oorzaak van zijn dat de kamerbreed gesteunde inzet op OV (motie Slootweg-Kuiken) tussen wal en schip valt. Wij willen onze verantwoordelijkheid blijven nemen. Voor gemeenten en provincies zijn daarvoor nog een aantal randvoorwaarden, zoals de balans tussen taken en middelen noodzakelijk.
Belangrijk aandachtspunt hierbij is de korting van circa 3,4 miljard euro op het Gemeentefonds en Provinciefonds vanaf het jaar 2026. Ook de versterking van alle regio’s, in lijn met het rapport ‘Elke regio telt’ vergt aandacht. Voor waterschappen is het nodig dat de voorstellen voor een nieuw belastingstelsel bij de waterschappen doorgang vinden. Over het belang van goede financiële randvoorwaarden voor onze opdracht waren wij al met dit kabinet in gesprek. Dat gesprek moet ondanks de demissionaire status van dit kabinet met voorrang worden voortgezet. Het niet maken van goede afspraken leidt tot stilstand. En dat is voor onze inwoners echt onverantwoord. Ten slotte vragen we de Tweede Kamer om de verkiezingen niet eerder dan de tweede helft van november te laten plaatsvinden. Vanwege uitvoerbaarheid is een eerdere verkiezingsdatum te vroeg.
Hiermee sluit de VNG zich aan bij de Kiesraad, die adviseert om de verkiezingen op zijn vroegst medio november te laten plaatsvinden.
Hoogachtend, Namens de VNG
Namens het IPO
Namens de Unie van Waterschappen
S.A.M. Dijksma Voorzitter
J. Smit Voorzitter
R.A.M. van der Sande Voorzitter