Agendapunt 21. Rapportage actualisatie risicoprofiel Zeeland
Tekst van het document
Oplegnotitie risicoprofiel Zeeland
datum aan van projectnummer project betreft
1.
10 juli 2023 Patrick Simpelaar Marcel Matthijsse Amanda Jansen Monique Berrevoets-Steenbakker 0484596.100 VR Zeeland - Risicoprofiel Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
Inleiding Veiligheidsregio Zeeland heeft Antea Group opdracht gegeven om het regionaal risicoprofiel van Zeeland te actualiseren. Dit betreft een beknopte actualisatie, met het oog op de geplande wijziging van de Handreiking Regionaal Risicoprofiel, waarna een meer grondige actualisatie aan de orde is. Deze beknopte actualisatie voorziet een screening van het vigerende risicoprofiel op actualiteit (met een mogelijke aanscherping vanwege de door COVID verkregen inzichten), en het uitbreiden van het risicoprofiel op de gevolgen van de energietransitie en de te verwachten toename van transporten en op- en overslag van de hierbij betrokken gevaarlijke stoffen zoals waterstof en ammoniak. Dit document betreft de oplegnotitie voor het regionaal risicoprofiel van Zeeland, waarin wij in Hoofdstuk 2 de methodiek beschrijven. Vervolgens worden in Hoofdstuk 3 een aantal algemene aanvullingen gegeven op het huidige risicoprofiel en worden in Hoofdstuk 4 de actualiteiten gescreend die nu beschreven staan in het huidige risicoprofiel. Deze oplegnotitie en de beoordeling van de huidige scenario’s hierin dient meegenomen te worden in een nieuwe volledige actualisatie van het risicoprofiel.
2.
Methode In april-juni 2023 is een beknopte actualisatie van het regionaal risicoprofiel Zeeland uitgevoerd. De keuze voor een beknopte actualisatie is gemaakt omdat er in 2023/2024 een wijziging van de Handreiking Regionaal Risicoprofiel is gepland. Zodra deze Handreiking gereed is zal een grondige actualisatie van het risicoprofiel worden uitgevoerd. De volgende stappen zijn gevolgd ten behoeve van de beknopte actualisatie. Als eerste heeft een screening van het vigerende risicoprofiel op actualiteit plaatsgevonden waarbij onder andere de door COVID verkregen inzichten in beschouwing zijn genomen, als ook hoe en of het impactcriterium Cultureel Erfgoed voldoende is beschouwd. Vervolgens is gekeken of uitbreiding van het risicoprofiel aan de orde is met het oog op de gevolgen van de energietransitie en de te verwachten toename van transporten en op- en overslag van de hierbij betrokken gevaarlijke stoffen zoals waterstof en ammoniak. Ten behoeve van de beknopte actualisatie hebben een drietal overlegmomenten met de projectgroep bestaande uit leden van de Veiligheidsregio Zeeland plaatsgevonden. In deze rapportage vindt u de resultaten van de beknopte actualisatie van het Regionaal Risicoprofiel. Tezamen met het Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020-2023 (van 02-02-2020, zie Bijlage 1) vormt dit het nieuwe Regionaal Risicoprofiel 2023.
Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht
blad 1 van 14
datum 10 juli 2023 projectnummer 0484596.100 betreft Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
3.
Algemene aanvullingen op vigerend risicoprofiel
3.1
Veranderingen als gevolg van energietransitie op huidig risicoprofiel
3.1.1
Energietransitie in Zeeland De energievoorziening in Nederland verandert. Tijdens de Klimaatconferentie in Parijs is afgesproken om de CO2-uitstoot te reduceren met 55% in 2030. In 2050 moet Europa volledig CO2 neutraal zijn. Door het stoppen van de Groningse gaswinning en het onafhankelijk willen worden van Russisch gas is de omslag van fossiele naar duurzame energie verder in een stroomversnelling gekomen. Ook in Zeeland brengt dit grote veranderingen met zich mee. Met twee grote chemische clusters (het Sloegebied en de Kanaalzone), North Sea Port als grensoverschrijdend havengebied en logistiek knooppunt voor het achterland in heel Europa, Windpark Borssele voor de Zeeuwse kust en de plannen voor 2 nieuwe kerncentrales neemt Zeeland een belangrijke positie in als het gaat om de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening. In de brief van minister Jetten aan de Tweede Kamer wordt Zeeland genoemd als locatie voor de aanlanding van LNG1. Vooralsnog is het voorstel om het scenario met LPG vooralsnog ongewijzigd te laten, en dat het komende jaar/jaren de ontwikkelingen in Zeeland op dit gebied wordt gevolgd. indien concrete plannen zijn en duidelijk is over verdere ontwikkelingen zal opnieuw worden beschouwd of een aanvullend scenario nodig is.
3.1.2
Waterstof en ammoniak Waterstof speelt daarin een grote rol. Met name de chemische industrie zal gebruik maken van waterstof als duurzame grondstof en brandstof voor hun chemische processen. In Zeeland zijn er momenteel circa 10 concrete plannen voor groene waterstoffabrieken (elektrolyzers). In deze fabrieken wordt duurzame elektriciteit omgezet in waterstof. Om volledig te kunnen voorzien in de vraag naar duurzame energie zal er in de toekomst (vanaf 2030) echter ook op grote schaal groene waterstof worden geïmporteerd uit landen waar veel goedkope wind- en zonne-energie kan worden opgewekt. North Sea Port zal naar verwachting één van de belangrijkste aanlandings- en doorvoerhavens voor waterstof in Noordwest Europa worden. Niet alleen om te voorzien in de waterstofbehoefte van de eigen industrie, maar voornamelijk ook voor de doorvoer naar het Europese achterland. De import van waterstof kan op verschillende manieren gebeuren. Eén van de meest kansrijke vormen is ammoniak. Ammoniak wordt dan gebruikt als ‘waterstofdrager’, door de waterstof op te slaan in ammoniak. Dit is een oplossing voor met name het vervoeren van de waterstof vanuit de landen waar deze energie beter en goedkoper kan worden opgewekt naar West-Europa. Een deel van de geproduceerde en geïmporteerde waterstof/ammoniak zal voor de eigen industrie in Zeeland worden gebruikt.
Het andere deel is bestemd voor doorvoer naar andere chemische clusters in het achterland, zoals Chemelot in Limburg en het Ruhrgebied in Duitsland.
3.1.3
Veiligheid en ammoniak Ammoniak is een bekende stof. Het is een kleurloos, toxisch en brandbaar gas. De kans op een groot ongeval met ammoniak is klein, maar de gevolgen kunnen groot zijn. Een gifwolk met ammoniak kan tot op kilometers afstand leiden tot slachtoffers. In Zeeland zijn er al diverse bedrijven die met ammoniak werken. Ammoniak vormt dus geen nieuw risico. Het huidige risicoprofiel bevat zelfs al een scenario met een scheepsongeval met ammoniak2. Wat wel nieuw is, is de aanzienlijke toename van transportvolumes die naar verwachting vanaf 2030 gaan ontstaan vanaf de Nederlandse importhavens naar het Europese achterland. In opdracht van de Tweede Kamer zijn drie mogelijke toekomstvarianten voor Nederland onderzocht 3.
1. 2. 3.
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?did=2023D16031&id=2023Z06818 Zie Technologische omgeving, Scenario incident transport giftige stof op het water. ‘Omgevingsveiligheid van toekomstige stromen waterstofrijke energiedragers’, Berenschot, TNO & Arcadis, d.d. 26 januari 2023.
blad 2 van 14
datum 10 juli 2023 projectnummer 0484596.100 betreft Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
In de meest conservatieve verwachting zal het totale vervoer van ammoniak via weg, water, spoor of buisleiding met een factor 3 toenemen ten opzichte van de huidige situatie. In de meest extreme variant zal het vervoer zelfs tientalen malen hoger liggen dan in de huidige situatie. Het is zeer waarschijnlijk dat de oriënterende risicoplafonds uit het Basisnet worden overschreden 4. De transportroutes voor het vervoer van ammoniak lopen door de Zeeuwse leefomgeving, langs onze dorpen en steden. Daarnaast heeft ook België grote ambities op het gebied van waterstof. Naar verwachting zal ook de Antwerpse haven ammoniak gaan importeren. De geïmporteerde waterstof zal dan via de Westerschelde, door Zeeland, worden aangevoerd. De risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Westerschelde voor de omgeving zullen daardoor toenemen. Indien er meer informatie beschikbaar is over toekomstige transportvolumes verdient het de aanbeveling om de bestaande QRA van de Westerschelde te actualiseren, zodat we kunnen beschikken over een correcte weergave van de nieuwe risico’s. Hoewel ammoniak dus geen nieuw risico in Zeeland is, zal door de grote toename van de transportvolumes de waarschijnlijkheid van een groot incident met ammoniak in de toekomst toenemen.
Het is echter nog niet bekend is hoe groot de toename precies zal zijn en via welke modaliteiten (weg, water, spoor of buisleiding) het vervoer zal plaatsvinden. We hebben op dit moment nog niet voldoende theoretische basis om een nieuw of aangepast scenario in het Regionaal Risicoprofiel Zeeland uit te werken.
3.1.4
Vitale infrastructuur De omslag van fossiele naar duurzame energie zorgt ook voor een uitbreiding van de vitale infrastructuur in Zeeland. De vitale infrastructuur is onmisbaar voor het functioneren van de maatschappij. Uitval van deze functies leidt tot maatschappelijke ontwrichting en grote schade. Er wordt steeds meer duurzame elektriciteit opgewekt via wind- en zonneparken. Deze duurzame elektriciteit wordt daarna via hoogspanningsstations en ondergrondse en bovengrondse hoogspanningsverbindingen verder getransporteerd. Het huidige elektriciteitsnet raakt echter langzaam vol. Daarom wordt het net uitgebreid met nieuwe hoogspanningsverbindingen en -stations. In Zeeland zijn er concrete plannen voor verschillende nieuwe hoogspanningsverbindingen en -stations bij Zierikzee, Westdorpe en een ondergrondse verbinding vanaf windenergiegebied Nederwiek in de Noordzee naar het Sloegebied. Met de komst van deze nieuwe vitale infrastructuur wordt Zeeland ook steeds kwetsbaarder, in de zin dat Zeeland als eerste aan de lat staat bij incidenten om (dreigende) schade voor een grotere landelijke regio te voorkomen. Het coördineren en bestrijden van deze dreigende schade, ligt in handen van Zeeland.
3.2
Cultureel erfgoed Vanuit de Nederlandse Unesco Commissie is de vraag gesteld of cultureel erfgoed een prominentere plek kan krijgen in het regionaal risicoprofiel van de verschillende veiligheidsregio’s. Aantasting van cultureel erfgoed is één van de impactcriteria van het risicoprofiel. Voor het risicoprofiel van de VRZ is een analyse gemaakt of cultureel erfgoed is meegewogen in de verschillende crisistypen, zie Tabel 1. Cultureel erfgoed is meegewogen in de crisistypen Overstroming, Storm, Brand binnenstad en Brand buisleiding. Geconcludeerd is dat het impactcriterium Cultureel Erfgoed voldoende is meegewogen. Tabel 1: Cultureel erfgoed en de verschillende crisistypen. Crisistype Overstroming Natuurbrand Koudegolf Hittegolf Storm Dierziekte Brand verzorgingstehuis
4.
Cultureel erfgoed meegewogen? Ja Nvt Nvt Nvt Ja Nvt Nvt
Dit betreft oriënterende plafonds, de landelijke overheid zal de toename tot boven dit plafond moeten verantwoorden.
blad 3 van 14
datum 10 juli 2023 projectnummer 0484596.100 betreft Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
Brand gebouw publiek Brand binnenstad Instorting gebouw Brand voertuig Brand schip Brand trein Brand buisleiding Brand brzo Gifwolk voertuig Gifwolk schip Gifwolk trein Gifwolk brzo Kerncentrale Vervoer radioactief Radioactieve bron Uitval gas Uitval elektriciteit Uitval drinkwater Uitval riolering Uitval spraak/data Ongeval heli Aanvaring cruiseschip Stranding containerschip Kettingbotsing Treinongeluk Ongeval tunnel Asbestbrand Uitbraak mazelen Uitbraak Q koorts Grieppandemie Paniek menigte evenement Rellen menigte Maatschappelijke onrust Terreur aanslag
3.3
Nvt Ja Nvt Nvt Nvt Nvt Ja Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt
Overige ontwikkelingen Bij de beknopte actualisatie is in de projectgroep nog een tweetal ontwikkelingen besproken met de vraag of dit aanleiding geeft tot aanpassing of aanvulling van het bestaande regionale risicoprofiel. Dit betreffen de volgende twee situaties: Komst van riviercruises (Tholen) Brand in een AZC (Asiel Zoekers Centrum) Na een discussie binnen de projectgroep is vastgesteld dat er op dit moment geen aanleiding is tot het aanpassen van het regionaal risicoprofiel: in het huidige risicoprofiel is het ongeval riviercruise al opgenomen als scenario, en te Zeeland is de aanwezigheid van een AZC een bestaande situatie. Een brand in een AZC is reeds beschouwd in het scenario “branden in kwetsbare gebouwen”.
blad 4 van 14
datum 10 juli 2023 projectnummer 0484596.100 betreft Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
4.
Screening actualiteiten risicoprofiel Onderstaand beschrijven wij uitsluitend de opmerkingen op de passages die gewijzigd zijn ten opzichte van het vigerende risicoprofiel. Ten behoeve van de leesbaarheid is in de titel van de paragrafen steeds het corresponderende paragraafnummer van het vigerende regionale risicoprofiel opgenomen. de projectgroep heeft ervoor gekozen alleen de wijzigingen in de risico’s te screenen en beoordelen; de capaciteiten-analyse is in deze beknopte actualisatie niet meegenomen.
4.1
Zeeland algemeen (huidig risicoprofiel: 2.2) Ten opzichte van de periode dat het risicoprofiel is opgesteld zijn een aantal basis gegevens veranderd. Zo is het aantal inwoners gestegen naar 391.142 per 1 januari 2023 (ong. 2% groei t.o.v. 2017). De bevolking is harder gegroeid dan destijds is voorzien. Ook het aantal overnachtingen en de groei van verblijfslocaties is meer dan toen voorzien. De verschillen zijn echter te klein om de uitkomst van het risicoprofiel substantieel te beïnvloeden. Wel ontstaat hierdoor grotere druk op de capaciteit van de hulpverlening bij rampen en crises. Hierbij is door de projectgroep gesignaleerd dat de bevolkingsgroei met name oudere bevolking betreft, en de menskracht in hulpverleningscapaciteit neemt eerder af. Het is daarom zaak dit te komende jaren te monitoren.” Verschillen zomer-winterperiode Kenmerkend voor Zeeland is het verschil in populatie tussen de zomer- en winterperiode als gevolg van het toerisme in onze regio (waarbij opvallend is dat het vakantieseizoen steeds langer wordt). Zeeland telt 391.142 inwoners (d.d. 1 januari 2023). In 2022 telde Zeeland volgens het CBS bijna 12 miljoen toeristische overnachtingen, een stijging van 8% ten opzichte van 2021. Op het hoogtepunt van het toeristenseizoen (in de maanden juli en augustus) verblijven er echter zo’n 2 miljoen personen in onze provincie. Dit heeft invloed op het risicobeeld.
Het toerisme zelf brengt geen grote, nieuwe risico’s of gevaren met zich mee. Het aantal potentiële slachtoffers (doden en gewonden) als gevolg van één van de crisistypen uit het risicoprofiel is in het toeristenseizoen echter wel aanzienlijk groter. Dit geldt ook voor de financiële schade, de verstoring van het dagelijks leven en de sociaalpsychologische impact als gevolg van een groot incident. De totale impact van een crisistype kan in het toeristenseizoen dus aanmerkelijk groter zijn dan in de winterperiode. In de huidige systematiek van het risicoprofiel komt deze wezenlijke factor niet terug. Bij het beoordelen van de potentiële impact van een crisistype wordt uitsluitend uitgegaan van het reguliere inwoneraantal in Zeeland. Dit leidt tot een onjuist beeld van de impact bij een incident. In het licht van deze verschillen is gekeken of er meer incidenten plaatsvinden in de zomerperiode dan winterperiode. Uit de kerncijfers van het NIPV zijn in de zomermaanden (juni, juli en augustus) geen hogere aantallen incidenten ten opzichte van de rest van het jaar, zie Figuur 1. Figuur 1 laat een aantal pieken zien in het aantal incidenten, deze zijn veroorzaakt door het extreem weer (zoals de windhoos in Zierikzee en wateroverlast in Middelburg).
Het wordt geadviseerd om bij de eerstvolgende volledige actualisatie van het risicoprofiel een scenario in de zomer- en winterperiode op te nemen.
blad 5 van 14
datum 10 juli 2023 projectnummer 0484596.100 betreft Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
Figuur 1: Totaal aantal incidenten in Zeeland, 2018-2023.
Het verkrijgen van bluswater en de bereikbaarheid daarvan wordt een steeds moeilijkere opgave. Dit wordt door een aantal ontwikkelingen veroorzaakt, te weten; • Langdurige verdroging van open water. Hiermee bedoelen we sloten, vijvers en meren etc., die nu vaak meerdere maanden droog staan of een te laag waterniveau hebben om te kunnen gebruiken als bluswatervoorziening. De neerslagtekorten komen steeds vaker en langduriger voor. • Bluswater uit drinkwaterleidingen wordt beperkter. De drinkwaterleidingen worden meer afgestemd op het gebruik als drinkwater (en niet als bluswater), waardoor kleinere diameters gebruikt worden. De drinkwaterkwaliteit wordt daardoor hoger, maar de hoeveelheid water die door de leidingen stroomt wordt kleiner. Dit gebeurt bij de aanleg van nieuwe waterleidingen en bestaande situaties die vervangen worden. Daarnaast biedt het waterbedrijf brandkranen aan daar waar het kan. Dit betekent dat er vaker alternatieven gezocht moeten worden, die er in de praktijk maar beperkt zijn. Er is dus minder bluswater beschikbaar via het drinkwaterbedrijf. Deze ontwikkelingen samen maken dat het hebben van onvoldoende bluswater een steeds groter risico vormt in de bestrijding van branden, rampen en crises. De verminderde beschikbaarheid van bluswater dient meegewogen te worden in de capaciteiten inventarisatie bij het opstellen van het nieuwe Regionaal Risicoprofiel.
4.2
Natuurlijke omgeving (huidig risicoprofiel: 2.3)
4.2.1
Overstromingen (huidig risicoprofiel: 2.3.1.) In het kader van overstromingen is de urgentie volgens de voor Zeeland uitgevoerde Impactanalyse 5 groot om voor te bereiden op overstromingen.
5
Impactanalyse Zeeland uitgevoerd in het kader van een Landelijke opdracht.
blad 6 van 14
datum 10 juli 2023 projectnummer 0484596.100 betreft Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
4.2.2
Natuurbranden (huidig risicoprofiel: 2.3.2.) In het vigerende risicoprofiel worden meerdere gebieden aangemerkt als “natuurbrand gevoelig”, namelijk de duingebieden op de kop van Schouwen-Duiveland en het noorden van Walcheren. Met de kennis van nu, is de urgentie groot om voor te bereiden op natuurbranden. De uitkomst van de Risico Index Natuurbranden (RIN), zorgt ervoor dat er tegenwoordig drie prioritaire risicogebieden benoemd kunnen worden (namelijk Kop van Schouwen, Manteling en Zuidwest-Walcheren). Dit is een afwijking ten opzichte van het vigerende risicoprofiel die heeft te maken met de methodiek van de RIN.
4.2.3
Extreem weer (huidig risicoprofiel: 2.3.3.) Als aanvulling op het vigerende risicoprofiel is het goed te benoemen dat extreem weer vaak plotseling optredende gebeurtenissen zijn (zoals een windhoos bij Zierikzee), op onvoorspelbare locaties. De gevolgen hiervan zijn veelal lokaal, maar hebben ook regionale impact door bijvoorbeeld de mogelijke uitval van (vitale) infrastructuur. De VRZ heeft de veranderingen als gevolg van klimaatverandering geïdentificeerd en is daarop voorbereid.
4.2.4
Dierziekten (huidig risicoprofiel: 2.3.6.) Als gevolg van ziekten onder wilde fauna, neemt het risico op besmetting naar de mens toe. De aanwezigheid van dierziekten neemt toe. Dit uit zich bijvoorbeeld in ziekten als vogelgriep, die grote gevolgen hebben voor beschermde vogelsoorten. Ondanks de toename van de aanwezigheid van dierziekten, is de kans op de gevolgen voor de gezondheid van mensen niet exceptioneel anders dan zoals nu omschreven en beoordeeld in het vigerende risicoprofiel. Deze kans op dierziekten wordt continu gemonitord door de VRZ. Bij een eerstvolgende uitgebreide actualisatie van het risicoprofiel is het wel aan te bevelen om dit scenario (als ook het scenario ziektegolf) nader te beschouwen, samen met de GGD en GHOR.
4.3
Gebouwde omgeving (huidig risicoprofiel: 2.4)
4.3.1
Brand met een grote impact op de omgeving Indien tegenwoordig een brand uitbreekt in een grote loods bijvoorbeeld, is de kans aannemelijk dat er asbest of zonnepanelen op het dak kunnen liggen. Een brand in een dergelijk gebouw zorgt voor veel gezondheidsschade, milieuschade en maatschappelijke ontrust in de omgeving.
blad 7 van 14
datum 10 juli 2023 projectnummer 0484596.100 betreft Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
Om meer duurzame energie op te wekken, worden in Nederland steeds meer zonnepanelen geplaatst. Ze liggen bijvoorbeeld op bedrijfspanden en agrarische gebouwen. Als zo’n gebouw in brand vliegt, branden de zonnepanelen mee. Het is bekend dat roet en scherpe deeltjes van de zonnecellen (zonnecelscherven) dan in de omgeving terecht kunnen komen. Het RIVM heeft daarom met experimenten onderzocht wat het effect van een brand met zonnepanelen is op de gezondheid van mens en dier. Wanneer een zonnepaneel verbrandt, komen ongeveer dezelfde gevaarlijke stoffen vrij als bij een gemiddelde brand met elektronica en kunststoffen. Bij een gebouwbrand zijn de zonnepanelen op een dak maar een klein onderdeel van de totale brand. Daarom zal de rook van een brandend gebouw met zonnepanelen in de praktijk niet gevaarlijker zijn dan die bij een gewone brand. De kleine hoeveelheden metalen die in de zonnepanelen zijn verwerkt, komen voor een deel terecht in de rook en in het roet dat op de bodem in de omgeving neerslaat. Dat kunnen verschillende metalen zijn, waarvan lood het meest schadelijk is voor de gezondheid. Daarnaast zijn polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) gevonden. PAK komen vrij als kunststoffen verbranden, en kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Al deze stoffen zijn ook in kleine hoeveelheden op de scherven van zonnecellen gevonden.
Als mensen of dieren in contact komen met rookstof of de zonnecelscherven zelf, kunnen zij deze stoffen binnenkrijgen. Aangezien dit bijna nooit voorkomt en het om kleine hoeveelheden gaat, is de kans op gezondheidsschade heel erg klein. Zonnecelscherven zijn erg dun en licht. Daardoor breken ze makkelijk en kunnen ze door een rookwolk over grote afstanden worden meegenomen. Dit gebeurt alleen als er een grote rookpluim is. In de praktijk speelt dit alleen bij branden in grote gebouwen. Ook de weersomstandigheden, zoals de windsterkte en -richting zijn van invloed op hoe scherven zich verspreiden. Wanneer de scherven in een weiland terechtkomen, kunnen grazende dieren ze inslikken. Dat kan schadelijk zijn voor hun maag- en darmstelsel. Afhankelijk van de locatie (weiland of speeltuin) en de hoeveelheid scherven, kan het nodig zijn ze uit voorzorg op te ruimen. Het RIVM adviseert vanwege dit voorzorgsprincipe om hier landelijk beleid voor te maken. In deze beknopte actualisatie besluit de projectgroep dat dit niet direct een gebeurtenis betreft met directe fysieke gevolgen voor de mens. Wel constateert de projectgroep dat de maatschappelijke gevolgen mogelijk tot een crisis kunnen leiden in de Sociaal Maatschappelijke Omgeving, Incidenttype Verstoring Openbare Orde (Regionaal Risicoprofiel par. 2.9.2.).
Er wordt besloten dat in de gehele actualisatie opnieuw zal worden bezien of een scenario hiervoor zal worden opgesteld. Technologische omgeving (huidig risicoprofiel: 2.5) De scenario’s die in het vigerende risicoprofiel zijn opgesteld voor de technologische omgeving, beschouwen we in deze oplegnotitie in gezamenlijkheid met de projectgroep.
4.4
Technologische omgeving (huidig risicoprofiel: 2.5) Alle wijzigingen op gebied van energietransitie zoals de toename van de op- en overslag van ammoniak, LNG, hoogspanningsverbindingen, windenergie en de mogelijke wijzigingen op het gebied van nucleaire energie geven aanleiding om het hele hoofdstuk technologische omgeving kritisch te beschouwen en redigeren bij de eerstvolgende uitgebreide actualisatie van het risicoprofiel.
4.4.1
Incident met brandbare/explosieve stoffen in open lucht (huidig risicoprofiel: 2.5.1.) De laatste jaren is sprake van een afname van de doorzet van LPG door LPG-tankstations. In de afgelopen zijn verschillende LPG-tankstations gestopt met het leveren van LPG. Het is aannemelijk dat deze trend zich doorzet, maar op korte termijn zal deze stof nog niet helemaal uit beeld verdwijnen. Propaan wordt nog wel veelvuldig gebruikt als brandstof bij boerderijen, campings, andersoortige bedrijven en (in mindere mate) woningen. Er zijn momenteel 2 concrete plannen voor waterstoftankstations. In het huidige risicoprofiel is onderaan het scenario Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht, Incident vervoer weg, Brand voertuig beschreven dat men voor dit scenario is uitgegaan van een LPG BLEVE scenario in de rand van stedelijk gebied.
blad 8 van 14
datum 10 juli 2023 projectnummer 0484596.100 betreft Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
Een scenario met een waterstoftankstation wordt kleiner ingeschat door de projectgroep dan een scenario met LPG. Om reden hiervan besluit de projectgroep om de ontwikkelingen te monitoren en vooralsnog het nu omschreven scenario met LPG aan te houden. Voor de scenario’s Incident vervoer water, Brand schip, Incident vervoer spoor, Brand trein, Incident transport buisleiding, Brand buisleiding en Incident stationaire inrichting, Brand in Brzo geldt hetzelfde. In het scenario Brand schip wordt uitgegaan van een gaswolkexplosie als gevolg van een lek bij een LPG-tanker. In het scenario Brand trein wordt uitgegaan van een BLEVE bij een LPG-tankwagon op het spoor. Het scenario Brand buisleiding gaat uit van een fakkelbrand bij een aardgasleiding. Het scenario Brand in Brzo gaat uit van een BLEVE in een boltank met propaan. Alle vier de scenario’s gaan dus uit van een incident met bestaande (fossiele) brandstoffen. Uit recent uitgevoerd onderzoek blijkt dat de kans dat fossiele brandstoffen (zoals LPG) als gevolg van de energietransitie op korte termijn (tot 2035) compleet verdwijnen niet heel groot is 6. De stromen fossiele en duurzame energiestromen zullen deels naast elkaar blijven bestaan, voordat op de langere termijn de vraag naar fossiele brandstoffen zal afnemen.
4.4.2
Incident met toxische stoffen in open lucht (huidig risicoprofiel: 2.5.2.) De incidenttypen Incident vervoer weg, Gifwolk voertuig, Incident vervoer water, Gifwolk schip, Incident vervoer spoor, Gifwolk trein en Incident stationaire inrichting, Gifwolk Brzo worden in de toekomst met het oog op de verwachte ontwikkelingen met betrekking tot het grootschalige gebruik van ammoniak als waterstofdrager (zie onder) nog relevanter dan voorheen. Deze scenario’s kunnen dus eveneens intact blijven. Wellicht kan er later nog bezien worden of een andere locatie voor het scenario gekozen kan worden, afhankelijk van hoe de toekomstige transportstromen gaan lopen.
4.4.3
Stralingsincidenten (huidig risicoprofiel: 2.5.3.) Dit geldt eveneens voor de beide nucleaire scenario’s (Incident kerncentrale en Incident vervoer radioactief materiaal). Gezien de plannen voor de realisatie van twee nieuwe kerncentrales in onze provincie blijven ook deze scenario’s zeer relevant. De projectgroep stelt hierbij dat bij de gehele actualisatie van het Regionaal Risicoprofiel goed moet worden gekeken naar deze ontwikkelingen, inclusief het transport van radioactieve stoffen in zijn algemeenheid: wat gaat er bijvoorbeeld via water (of via weg/spoor) naar Antwerpen? Dit is eveneens een aandachtspunt bij het opstellen van een nieuwe risicoanalyse Westerschelde.
4.5
Vitale infrastructuur (huidig risicoprofiel: 2.6)
4.5.1
Verstoring energievoorziening (huidig risicoprofiel: 2.6.1.) In het vigerende risicoprofiel zijn een aantal ontwikkelingen beschreven die in Zeeland zouden plaatsvinden om de doelstellingen in het kader van het energieakkoord te behalen. De ontwikkelingen die hierin beschreven zijn, zijn inmiddels gerealiseerd of er wordt aan gewerkt. Zeeland is daardoor ‘risicodragend’ als het gaat om de uitval van elektriciteit voor de rest van Nederland (en mogelijk Europa). In het huidige risicoprofiel is enkel gekeken naar directe gevolgen (uitval <4 uur). Tevens zien we nu ook dat oorlogssituaties ook in Nederland gevolgen kan hebben op de beschikbaarheid van energievoorzieningen (gas- en olieproducten) wat kan leiden tot schaarste. Overige opmerkingen: Per 1-1-2022 is Stedin de netbeheerder voor elektriciteit (en gas) in Zeeland. De Gemeenschappelijke Meldkamer Zeeland is gewijzigd in de Gemeenschappelijke Meldkamer Zeeland-West Brabant.
6.
‘Omgevingsveiligheid van toekomstige stromen waterstofrijke energiedragers’, Berenschot, TNO & Arcadis, d.d. 26 januari 2023.
blad 9 van 14
datum 10 juli 2023 projectnummer 0484596.100 betreft Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
4.5.2
Verstoring drinkwatervoorziening (huidig risicoprofiel: 2.6.2.) In het huidige risicoprofiel is beschreven dat er geen verwachtingen zijn dat er grote veranderingen gaan plaatsvinden in de nabije toekomst op het gebied van drinkwatervoorziening. Tegenwoordig weten we echter dat de beschikbaarheid van drinkwater onder druk staat door onder andere klimaatverandering, vanwege droogte en een lage rivierstand. Zie ook paragraaf 3.2.
4.5.3
Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering (huidig risicoprofiel: 2.6.3.) Een van de risico’s die in het vigerend risicoprofiel staat is dat er door de klimaatverandering regelmatig meer regen in een kortere tijd valt. Dit scenario is ook uitgebreid beschreven in het grensoverschrijdend risicoprofiel van VRZ in paragraaf 4.3.2.1. “Overstroming als gevolg van hevige regenval en lokale dijkbreuk”.
4.5.4
Verstoring voedselvoorziening (huidig risicoprofiel: 2.6.6.) We zien tegenwoordig dat oorlogssituaties ook in Nederland gevolgen kunnen hebben op de beschikbaarheid van voedsel en de kans op schaarste. Dit gebrek aan voedsel staat beschreven in het landelijk risicoprofiel, maar is ook een urgente taak voor de VRZ. De schaarste zorgt namelijk voor een impact op de regio en voor een maatschappelijke onrust waar de VRZ op in moet spelen. Advies is om bij een volgende uitgebreide actualisatie van het risicoprofiel te kijken of het scenario wel nader uitgewerkt moet worden, waar dit in het vigerende risicoprofiel niet is gebeurt.
4.6
Verkeer en Vervoer (huidig risicoprofiel: 2.7)
4.6.1
Incidenten op het water (huidig risicoprofiel: 2.7.2.) Op dit moment wordt een aparte risico- en slagkracht analyse opgesteld voor de Westerschelde. Deze analyse is in 2024 gereed. Advies is om deze risico- en slagkracht analyse bij een volgende uitgebreide actualisatie van het risicoprofiel mee te nemen.
4.7
Gezondheid (huidig risicoprofiel 2.8) Risico- en crisisbeheersing vragen om generieke veerkracht van de zorg. De voorzienbare, prioritaire, regionale risico’s vragen hiernaast om gerichte voorbereiding ((crisis)planvorming en OTO-activiteiten) en beheersmaatregelen. Dit om de kwetsbaarheid van het systeem te reduceren. Om onderbouwde keuzes hierin te kunnen (blijven) maken, is inzicht in actuele risico’s nodig. Daarom stelt GHOR Zeeland samen met de zorgsectoren in Zeeland een risicoprofiel op, in opdracht van de Directeur Publieke Gezondheid. Het zorgrisicoprofiel sluit aan bij het Nationaal Veiligheidsprofiel en het Regionale Risicoprofiel van Zeeland. Bevindingen uit het zorgrisicoprofiel dienen te worden meegenomen in de actualisatie van het risicoprofiel.
4.7.1
Bedreiging volksgezondheid (huidig risicoprofiel: 2.8.1) Zie ook toelichting bij 4.2.4. Dierziekten.
4.7.2
Ziektegolf (huidig risicoprofiel: 2.8.2.) Het scenario ziektegolf is nog steeds van toepassing. Echter heeft de COVID-19 pandemie de kans op dit risico wel bevestigd. Daarbij dient aangegeven te worden dat het aantal doden bij COVID-19 vele malen hoger lag dan opgenomen in het vigerende risicoprofiel en dat ook de doorlooptijd van de pandemie velen malen langer was. Hierdoor is de maatschappelijke schade en de verstoring van het dagelijks leven groter geweest dan in het vigerende risicoprofiel is opgenomen. Advies is om bij een volgende uitgebreide actualisatie van het risicoprofiel
blad 10 van 14
datum 10 juli 2023 projectnummer 0484596.100 betreft Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
rekening te houden met deze veranderingen en om dit scenario dan te beschouwen samen met de GGD/GHOR (evenals het scenario dierziekten).
4.8
Buurregio’s (huidig risicoprofiel: 3)
4.8.1
Vlaamse provincies (huidig risicoprofiel 3.3) In opdracht van de VRZ is in 2022-2023 een grensoverschrijdend risicoprofiel voor de grensregio opgesteld. Dit betreft provincie Zeeland in Nederland en de aangrenzende Belgische provincies (West-Vlaanderen, OostVlaanderen en Antwerpen). In het grensoverschrijdende risicoprofiel zijn geen afwijkende risico’s gevonden in de grensregio dan die al in het regionaal risicoprofiel waren geanalyseerd. Het grensoverschrijdende risicoprofiel zorgt dus niet voor aanpassingen in het risicoprofiel van Zeeland. In Bijlage 2 is het grensoverschrijdende risicoprofiel opgenomen, onderstaand is de samenvatting opgenomen. Daarmee komt de inhoud van paragraaf 3.3 van het huidige risicoprofiel te vervallen. Samenvatting: “In opdracht van de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) is een grensoverschrijdend risicoprofiel voor de grensregio opgesteld. Dit betreft provincie Zeeland in Nederland en de aangrenzende Belgische provincies (WestVlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen). Het risicoprofiel heeft als doel om inzicht te verkrijgen in de aanwezige risico’s met een grensoverschrijdend karakter, de bestuurders in staat te stellen hieraan gerelateerde besluiten gerichter te laten nemen, de basis voor risicocommunicatie naar de burger te verbeteren en het onderling uitwisselen van kennis over processen en werkwijzen te faciliteren.
De leden van de multidisciplinaire projectgroep hebben in gezamenlijkheid een selectie gemaakt van relevante crisis- en incidenttypen voor de grensregio. Uitgangspunten hierbij zijn dat er sprake moet zijn van ten eerste een duidelijk bron- en effectgebied in de grensregio en ten tweede een aantasting van de fysieke veiligheid. Voor elk geselecteerde crisistype is vervolgens een grensoverschrijdend scenario uitgewerkt. Hierbij is gelet op een goede spreiding over de maatschappelijke thema’s en het verkrijgen van een goed en volledig beeld van de aanwezige risico’s. Dit heeft geresulteerd in vijf diverse scenario’s. 1) Overstroming als gevolg van een dijkbreuk, 2) Storm- en windhozen veroorzaken een incident op zee, 3) Ziektegolf door besmettelijke ziekte (overgang van dier op mens), 4) Incident vervoer water met gevaarlijke stoffen – binnenwater en 5) Kernincident. Vervolgens zijn in de risicoanalyse deze scenario’s uitgewerkt met de projectgroep door een inschatting te maken van de impact en waarschijnlijkheid per scenario. In het risicodiagram (onderstaande figuur 1.1) zijn de scenario's op een onderling vergelijkbare wijze afgebeeld. De scenario's met de grootste impact en waarschijnlijkheid staan rechtsboven in de figuur. Een kleine waarschijnlijkheid en impact leidt tot een plaats linksonder in het diagram.
blad 11 van 14
datum 10 juli 2023 projectnummer 0484596.100 betreft Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
Figuur 1.1: Risicodiagram (het risicodiagram kan niet los worden gezien van de scenariobeschrijvingen) Het mag duidelijk zijn dat het risicodiagram alleen niet de basis kan en mag zijn voor het strategisch beleid van een regio. Het risicodiagram biedt een goede indicatie voor het risicobeeld van de grensregio, maar is sterk afhankelijk van de omschrijving van het scenario.
blad 12 van 14
datum 10 juli 2023 projectnummer 0484596.100 betreft Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
Bijlage 1: Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020-2023
blad 13 van 14
datum 10 juli 2023 projectnummer 0484596.100 betreft Oplegnotitie actualisatie risicoprofiel Zeeland
Bijlage 2: Grensoverschrijdend Risicoprofiel
blad 14 van 14