Agendapunt 19. 13JR OBS Schengehof o.b.v. 1-10-2021
Tekst van het document
2021/2022 2041/2042
Albero (41582) OBS Schengehof (13JR) Slotstraat 3 4458 BJ 'S-HEER ARENDSKERKE januari 2022
Dhr. A. Vlonk E. avlonk@verus.nl T. 0348 - 744 444
Contact Postbus 381, 3440 AJ Woerden Korenmolenlaan 2, 3447 GG Woerden E info@verus.nl | www.verus.nl
Disclaimer © 2022 Verus – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, overgenomen, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van Verus en bronvermelding. Dit rapport is met grote zorgvuldigheid samengesteld. Desondanks kan niet worden ingestaan voor mogelijke feitelijke onjuistheid en/of onvolledigheid van de opgenomen gegevens. Verus aanvaardt geen aansprakelijkheid, evenmin kunnen aan de inhoud van dit rapport rechten worden ontleend.
140 119
122
121
120 116
100 102
102
117
112
112
113
114
113
112
113
115
109
109
110
111
110
109
110
112
52
54
55
54
53
54
54
54
50
52
53
52
51
52
52
52
118
103
80 62
60
53
48
60 40
53
54
47
51
47
20 0
Ond erbou w Tota al
Ond erbou w (1 fe bruari, +3% ) Tota al (1 febr uari, +3%)
NB: Voor een totaaloverzicht van het (verwachte) aantal leerlingen per schooljaar, zie bijlage 1, bladzijde 14. Vanwege de toekomstige verschuiving van de jaarlijkse teldatum van 1 oktober naar 1 februari (als gevolg van de vereenvoudiging van de bekosting) zijn zowel de ‘gebruikelijke’ oktober-aantallen geschat alsmede de februari-aantallen. Volgens OCW liggen deze gemiddeld 3% hoger.
schooljaar
prognose
2021/2022
2026/2027
2031/2032
2036/2037
2041/2042
Personele bekostiging regulier
€ 482.949
€ 490.427
€ 484.099
€ 480.070
€ 483.379
Personeels- en arbeidsmarktbeleid
€ 136.577
€ 143.866
€ 127.939
€ 127.939
€ 128.863
Materiële instandhouding
€ 105.537
€ 108.396
€ 106.926
€ 106.926
€ 107.273
Prestatiebox
€ 9.985
€ 11.116
€ 10.362
€ 10.362
€ 10.456
Totaal bovenstaand
€ 735.048
€ 753.805
€ 729.326
€ 725.298
€ 729.972
NB: De prognose van de bekostiging is indicatief en gaat uit van de landelijke gewogen gemiddelde leeftijd (GGL). De bekostiginsprognose is exclusief specifieke regelingen/subsidies. Voor een totaaloverzicht van de bekostigingsprognose per schooljaar, zie bijlage 2, bladzijde 14.
kalenderjaar
prognose
2022
2027
2032
2037
2042
783
763
753
748
763
5 5 5 NB: Voor een totaaloverzicht van de huisvestingsprognose per jaar, zie bijlage 3, bladzijde 14.
5
5
bruto vloeroppervlak m2 aantal groepen
Adequate prognoses zijn belangrijk voor uw bedrijfsvoering. Zeker in een tijd waarin middelen steeds krapper worden en scholen te maken kunnen krijgen met lokale of regionale krimp, is het belangrijk om alert te zijn op de ontwikkeling van de leerlingaantallen. Maar ook (plotse) groei door een snelle bevolkingstoename of een veranderend belangstellingspercentage vragen om flexibiliteit en een groot reactievermogen. Bedrijfsvoering binnen onderwijsorganisaties is dan ook een uitdaging: het onderwijs moet van hoge kwaliteit zijn en blijven en ondertussen moet een school ook verantwoorden hoe overheidsgeld gebruikt wordt. Vooruitkijken helpt u onder meer bij de ontwikkeling van meerjarenbeleid op het terrein van financiën, personeel en huisvesting. Heeft u na het lezen van het rapport behoefte aan verdere toelichting, wilt u meer informatie of heeft u ondersteuning nodig van Verus? Neem dan vrijblijvend contact op: wij beschikken over gespecialiseerde kennis op het gebied van huisvesting, planning, bekostiging, financieel- en personeelsbeleid. Meer informatie over het thema bedrijfsvoering vindt u op onze website: https://www.verus.nl/themas/bedrijfsvoering
Deze prognose is opgesteld door: Dhr. A. Vlonk avlonk@verus.nl 0348 - 744 444
Het voedingsgebied van de basisschool omvat: 's-Heer Arendskerke en Eindewege.
Bron: DUO, Kadaster en Verus Viewer
De woningvoorraad in het genoemde voedingsgebied ontwikkelt zich volgens de gemeente als volgt:
800
13
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
715
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
700 600 500 400 300 200 100
0 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 nieuwbouw tijdens jaar
voorraad op 1 januari
Een prognose van de omvang van de toekomstige basisgeneratie in het voedingsgebied is de eerste en essentiële stap bij het opstellen van een langetermijnprognose. De schatting van de basisgeneratie wordt gebaseerd op ontwikkelingen in de demografie (aantal kinderen, vrouwen en vruchtbaarheidscijfer) in combinatie met de verwachte woningbouw in het voedingsgebied. Op basis van de historische cijfers worden aannames gedaan voor de toekomst. De onderliggende cijfers en de aannames zijn terug te vinden in bijlagen 4 t/m 6 op bladzijden 15 t/m 17. De onderstaande figuur toont de historische ontwikkeling van de basisgeneratie (vier- tot en met elfjarigen plus 30% van de twaalfjarigen) en de onderbouwleeftijden (vier tot en met zeven jaar) in het voedingsgebied per 1 januari van het betreffende kalenderjaar. Daarnaast geeft het een prognose voor de komende twintig kalenderjaren (rekening houdend met eventuele woningbouw). Voor een totaaloverzicht (tabel) van het geschatte aantal kinderen per kalenderjaar, zie bijlage 6 op bladzijde 17. Ontwikkeling basisgeneratie en onderbouwleeftijden 160
150
145
140
135
140
146
143 133
129
130
132
131
129
129
131
64
63
62
60
61
62
120
100 80 80
65
65
70
65
60
60
56
60
40 20 0
4 t/m 7 jar igen
basisgene rati e
NB: De meest actuele demografische gegevens die beschikbaar zijn, hebben betrekking op uitgangsjaar 2021 (1 januari), de cijfers voor 2022 en verder betreffen een prognose. De historische aantallen zijn conform CBS-richtlijnen afgerond op veelvouden van vijf. In de daadwerkelijke analyses ten bate van de leerlingenprognose zijn wel de onafgeronde aantallen benut.
Door het historische aantal leerlingen per leeftijd(sgroep) op de school te verhouden tot het historische aantal kinderen in het voedingsgebied, kan per leeftijd(sgroep) in beeld gebracht worden hoeveel procent van de kinderen in het voedingsgebied naar de school in kwestie ging. Onderstaande tabel geeft het aantal leerlingen op school per leeftijd(scategorie) weer, per 1 oktober van het schooljaar. Historische ontwikkeling leerlingaantal per leeftijd(scategorie) op school, per 1 oktober van schooljaar leeftijd
2015/2016
4 5
2016/2017
2017/2018
2018/2019
11
7
18
18
13
12
10
18
6
12
13
12
9
7
11
11
13
8
17
10
12
9
13
16
9
10
13
13
11
12
13
12
0
4+5 jaar
2019/2020
2020/2021
2021/2022
9
8
16
19
12
9
17
20
13
12
9
19
22
13
13
10
20
12
12
12
12
15
9
13
11
12
13
13
8
13
11
0
0
0
3
1
1
24
19
28
36
28
20
25
4-7 jaar
47
43
53
57
54
59
60
totaal
102
95
102
104
103
106
116
NB: Vanwege de toekomstige verschuiving van de jaarlijkse teldatum van 1 oktober naar 1 februari (als gevolg van de vereenvoudiging van de bekosting) zijn zowel de ‘gebruikelijke’ oktober-aantallen geschat alsmede de februari-aantallen. Volgens OCW liggen deze gemiddeld 3% hoger.
De volgende tabel geeft het aantal kinderen in het voedingsgebied per leeftijd(scategorie) weer, per 1 januari van het betreffende kalenderjaar. De leerlingaantallen uit 2020/2021 (vorige tabel) dienen gerelateerd te worden aan het aantal kinderen per 1 januari 2021, de leerlingaantallen uit 2019/2020 aan 1 januari 2020 enzovoorts. Historische ontwikkeling aantal kinderen per leeftijdscategorie in voedingsgebied, per 1 januari feitelijk
prognose
leeftijd
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
4
10
10
20
20
15
15
17
5
20
15
10
20
25
15
15
6
15
20
15
10
20
20
17
7
15
15
20
15
15
20
22
8
20
20
20
20
20
15
23
9
15
20
20
20
15
15
14
10
10
15
20
20
20
15
16
11
20
10
15
20
20
20
15
12
10
20
15
15
20
15
18
4+5 jaar
30
25
30
40
35
30
32
4-7 jaar
65
65
65
65
70
70
71
basisgeneratie
135
135
140
150
150
140
144
NB: De meest actuele demografische gegevens die beschikbaar zijn, hebben betrekking op uitgangsjaar 2021 (1 januari), de cijfers voor 2022 betreffen een prognose. De historische aantallen zijn conform CBS-richtlijnen afgerond op veelvouden van vijf. In de daadwerkelijke analyses ten bate van de leerlingenprognose zijn wel de onafgeronde aantallen benut.
Onderstaande tabel geeft de procentuele verhoudingen weer tussen het aantal leerlingen op school per leeftijdscategorie en het aantal kinderen in het voedingsgebied per leeftijdscategorie. De leerlingaantallen in de tabel hebben altijd betrekking op 1 oktober van het genoemde schooljaar, de demografische cijfers op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar. Ontwikkeling historische verhouding leerlingaantallen en aantal kinderen in voedingsgebied
4-jarigen o p scho o l 4-jarigen in vo edingsgebied P e rc e nt a ge 4 - ja rige n o p s c ho o l
2015/2016
2016/2017
2017/2018
2018/2019
2019/2020
2020/2021
2021/2022
11
7
18
18
9
8
16
10
10
20
20
15
15
17
9 1,7 %
6 3 ,6 %
10 0 ,0 %
8 5 ,7 %
6 4 ,3 %
6 1,5 %
9 4 ,7 %
4-5 jarigen o p scho o l
24
19
28
36
28
20
25
4-5 jarigen in vo edingsgebied
30
25
30
40
35
30
32 7 8 ,9 %
P e rc e nt a ge 4 - 5 ja rige n o p s c ho o l
7 5 ,0 %
7 6 ,0 %
9 3 ,3 %
9 0 ,0 %
7 5 ,7 %
6 6 ,7 %
4-7 jarigen o p scho o l (o nderbo uw)
47
43
53
57
54
59
60
4-7 jarigen in vo edingsgebied
65
65
65
65
70
70
71
7 1,2 %
6 8 ,3 %
8 4 ,1%
8 6 ,4 %
7 8 ,3 %
8 1,9 %
8 4 ,7 %
P e rc e nt a ge 4 - 7 ja rige n o p s c ho o l to taalaantal leerlingen o p scho o l
102
95
102
104
103
106
116
basisgeneratie (B G) in vo edingsgebied
135
135
140
150
150
140
14 4
P e rc e nt a ge le e rlinge n t .o .v . B G
7 5 ,2 %
7 0 ,7 %
7 1,9 %
7 0 ,4 %
6 9 ,0 %
7 5 ,7 %
8 0 ,4 %
NB: De meest actuele demografische gegevens die beschikbaar zijn, hebben betrekking op uitgangsjaar 2021 (1 januari), het aantal kinderen dat gerelateerd wordt aan het aantal leerlingen per 2021/2022 betreft derhalve een prognose. De historische aantallen zijn conform CBS-richtlijnen afgerond op veelvouden van vijf. In de daadwerkelijke analyses ten bate van de leerlingenprognose zijn wel de onafgeronde aantallen benut. Vanwege de toekomstige verschuiving van de jaarlijkse teldatum van 1 oktober naar 1 februari (als gevolg van de vereenvoudiging van de bekosting) zijn zowel de ‘gebruikelijke’ oktober-aantallen geschat alsmede de februari-aantallen. Volgens OCW liggen deze gemiddeld 3% hoger.
De getoonde verhoudingen (en de historische ontwikkeling in deze verhoudingen) vormen een belangrijke onderbouwing voor de aannames over de te hanteren deelnamepercentages voor de onderbouw en het schooltotaal richting de toekomst (zie volgende bladzijde). De combinatie van de geprognosticeerde deelnamepercentages met de geprognosticeerde aantallen kinderen in het voedingsgebied levert de uiteindelijke leerlingenprognose op.
Aan de hand van (de ontwikkeling in) de hiervoor genoemde verhoudingsgetallen, kunnen aannames worden gedaan over de toekomstige deelnamepercentages voor de onderbouw en het totaalaantal leerlingen van de school. Het geprognosticeerde deelnamepercentage voor de onderbouw geeft het geschatte aandeel weer van de toekomstige 4 tot en met 7-jarigen in het voedingsgebied dat onderwijs zal volgen op de school in kwestie. Het geprognosticeerde deelnamepercentage voor het schooltotaal geeft het geschatte aandeel weer van de toekomstige basisgeneratie in het voedingsgebied dat onderwijs zal volgen op de betreffende school. Aannames toekomstige deelnamepercentages (onderbouw en schooltotaal) t/m 2041/2042 2022/2023
2023/2024
2024/2025
2025/2026
2026/2027
2027/2028
2028/2029
de e lna m e pe rc e nt a ge o nde rbo uw
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
de e lna m e pe rc e nt a ge s c ho o lt o t a a l
8 1,5 %
8 2 ,5 %
8 3 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
2029/2030
2030/2031
2031/2032
2032/2033
2033/2034
2034/2035
2035/2036
de e lna m e pe rc e nt a ge o nde rbo uw
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
de e lna m e pe rc e nt a ge s c ho o lt o t a a l
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
2036/2037
2037/2038
2038/2039
2039/2040
2040/2041
2041/2042
de e lna m e pe rc e nt a ge o nde rbo uw
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
de e lna m e pe rc e nt a ge s c ho o lt o t a a l
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
8 4 ,5 %
Wanneer de geprognosticeerde deelnamepercentages (onderbouw en schooltotaal) worden gecombineerd met de geprognosticeerde aantallen kinderen in het voedingsgebied (onderbouwleeftijden en basisgeneratie), levert dit onderstaande figuur op. Deze figuur toont de historische en geprognosticeerde leerlingaantallen tot en met 2041/2042 (onderbouw en schooltotaal). Voor een totaaloverzicht (tabel) van de (verwachte) leerlingaantallen per schooljaar, zie bijlage 1 op bladzijde 14. In het volgende hoofdstuk worden op basis van deze aantallen de verwachte bekostiging en ruimtebehoefte doorgerekend. Historische leerlingaantallen (onderbouw en totaal) en prognose tot en met 2041/2042 140 119
121
122
120 116
100 102
102
117
112
112
113
114
113
112
113
115
109
109
110
111
110
109
110
112
52
54
55
54
53
54
54
54
50
52
53
52
51
52
52
52
118
103
80 62
60
53
48
60 40
53
54
47
51
47
20 0
Ond erbou w Tota al
Ond erbou w (1 fe bruari, +3% ) Tota al (1 febr uari, + 3%)
NB: Vanwege de toekomstige verschuiving van de jaarlijkse teldatum van 1 oktober naar 1 februari (als gevolg van de vereenvoudiging van de bekosting) zijn zowel de ‘gebruikelijke’ oktober-aantallen geschat alsmede de februari-aantallen. Volgens OCW liggen deze gemiddeld 3% hoger.
Op basis van de verwachte leerlingaantallen voor komende jaren, de huidige achterstandsscore van de school en de actuele bekostigingsparameters, volgt de onderstaande prognose van de rijksbekostiging voor de school in kwestie. Aangezien het onderwijs vele specifieke en aanvullende regelingen kent, betreft het een globale, richtinggevende prognose. Voor een totaaloverzicht van de bekostigingsprognose per schooljaar, zie zie bijlage 2, bladzijde 14. schooljaar
prognose
2021/2022
2026/2027
2031/2032
2036/2037
2041/2042
Personele bekostiging regulier
€ 482.949
€ 490.427
€ 484.099
€ 480.070
€ 483.379
Personeels- en arbeidsmarktbeleid
€ 136.577
€ 143.866
€ 127.939
€ 127.939
€ 128.863
Materiële instandhouding
€ 105.537
€ 108.396
€ 106.926
€ 106.926
€ 107.273
Prestatiebox
€ 9.985
€ 11.116
€ 10.362
€ 10.362
€ 10.456
Totaal bovenstaand
€ 735.048
€ 753.805
€ 729.326
€ 725.298
€ 729.972
NB: De prognose van de bekostiging is indicatief en gaat uit van de landelijke gewogen gemiddelde leeftijd (GGL). De bekostiginsprognose is exclusief specifieke regelingen/subsidies. Voor een totaaloverzicht van de bekostigingsprognose per schooljaar, zie bijlage 2, bladzijde 14.
De ruimtebehoefte wordt bepaald volgens de normberekening zoals vastgelegd in de modelverordening onderwijshuisvesting van de VNG. Het aantal leerlingen bepaalt het (jaarlijkse) bruto vloeroppervlak. Als de school een vergoeding ontvangt op grond van de achterstandsscore, wordt een toeslag voor de ruimtebehoefte toegekend. Onderstaande tabel is het resultaat van het leerlingaantal en de eventuele achterstandsscore. Voor een totaaloverzicht van de huisvestingsprognose per jaar, zie bijlage 3, bladzijde 14. kalenderjaar
bruto vloeroppervlak m2
prognose
2022
2027
2032
2037
2042
783
763
753
748
763
Sommige gemeenten kennen in hun verordening onderwijshuisvesting een afwijkende ruimtebepaling dan genoemd in de modelverordening van de VNG. In dat geval wordt de ruimtebehoefte uitgedrukt in het aantal groepen. Onderstaande tabel geeft de ruimtebehoefte weer in groepen (voor blijvend gebruik van een bestemde voorziening). Voor een totaaloverzicht van de huisvestingsprognose per jaar, zie bijlage 3, bladzijde 14. kalenderjaar
aantal groepen
prognose
2022
2027
2032
2037
2042
5
5
5
5
5
Het opstellen van een leerlingenprognose gebeurt in een aantal stappen. Allereerst moet worden bepaald waar de leerlingen van de school vandaan komen. Het gebied waar ten minste 70% van de leerlingen uit afkomstig zijn, wordt het voedingsgebied genoemd. Vervolgens wordt op basis van de bevolkingsgegevens van het voedingsgebied een prognose gemaakt van de basisgeneratie (het totaalaantal kinderen van 4 t/m 11 jaar en 30% van de 12-jarigen in het voedingsgebied). De geprognosticeerde basisgeneratie vormt het demografische potentieel voor scholen in het voedingsgebied. Vervolgens wordt het toekomstig aantal leerlingen van een school geschat aan de hand een historisch verantwoord (deelname)percentage van de basisgeneratie en van het aantal kinderen in de onderbouwleeftijden.
Het voedingsgebied van een school is het gebied waar de leerlingen van die school grotendeels vandaan komen (minstens 70%). Het voedingsgebied vormt de basis van de rest van de prognose, een goede bepaling van het voedingsgebied is daarom erg belangrijk. Een voedingsgebied kan bestaan uit een reeds bestaand gebied, een toekomstig nieuwbouwgebied of een combinatie van deze twee. Hoewel het voedingsgebied van een school niet altijd synchroon loopt met de wijk- en buurtindeling van de gemeente, zal bij de bepaling van het voedingsgebied toch zoveel mogelijk aangesloten moeten worden gezocht bij de gemeentelijke wijk- en buurtindeling, omdat alleen voor deze gebieden de benodigde gegevens kunnen worden verstrekt.
Het prognosemodel heeft als hoofdtaak om de basisgeneratie (het totaalaantal kinderen van 4 t/m 11 jaar en 30% van de 12-jarigen in het voedingsgebied: ruwweg de leeftijdsopbouw van basisschoolleerlingen) in het voedingsgebied van de school te prognosticeren. Bij een langetermijnprognose wordt de zogenaamde ‘cohortmethode’ gebruikt voor bestaande gebieden (eventueel met uitbreiding door woningbouw) en de ‘woningvoorraadmethode’ voor nog niet bestaande, volledige nieuwe (voedings)gebieden door grootschalige nieuwbouw. Cohortmethode De cohortmethode komt in de basis neer op het ‘doorschuiven’ van leeftijdscohorten over de tijd. Eerst wordt een historische analyse gemaakt van de ontwikkeling van de bevolking en de woningvoorraad in de afgelopen jaren in het voedingsgebied (de analyseperiode). Voor de historische analyse zijn de volgende gegevens nodig: het aantal geboorten naar leeftijd van de moeder in 5-jaarscohorten, het aantal vrouwen van 0 t/m 49 jaar in 1-jaarscohorten, het aantal kinderen van 0 t/m 12 jaar in 1jaarscohorten en het aantal woningen. In de analyse wordt de omvang van de cohorten vrouwen en kinderen in jaar t vergeleken met de omvang van de cohorten in jaar t + 1. De analyses worden uitgedrukt in zogenaamde ‘mutatiefactoren’.
Als voorbeeld: Een cohort van 100 0-jarige kinderen in 2017 en 103 1-jarige kinderen in 2018 levert voor dat leeftijdscohort kinderen een mutatiefactor op van 103/100 = 1,03. Een cohort van 250 20-jarige vrouwen in 2017 en 255 21-jarige vrouwen in 2018 levert voor dat leeftijdscohort vrouwen een mutatiefactor op van 255/200 = 1,02.
Op deze manier ontstaan voor het aantal kinderen en het aantal vrouwen per leeftijdscohort en per kalenderjaar reeksen van mutatiefactoren die de ontwikkeling van de bevolking in de analyseperiode laten zien. Vervolgens worden deze mutatiefactoren vergeleken met de ontwikkeling van de woningvoorraad in dezelfde periode. In het voornoemde voorbeeld zou de woningvoorraad in het jaar 2018 toegenomen kunnen zijn van 400 naar 420, hetgeen een mutatiefactor woningvoorraad van 420/400 = 1,05 oplevert. De ‘gecorrigeerde mutatiefactor kinderen’ bedraagt dan 1,03/1,05 = 0,98. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de woningvoorraad sterker is gegroeid dan het cohort van de 0-jarigen en dat bij een geringere groei van de woningvoorraad vermoedelijk een negatief migratiesaldo had ontstaan voor dit cohort. Op een vergelijkbare manier kan voor elk leeftijdscohort kinderen c.q. vrouwen en elk kalenderjaar een feitelijke en een gecorrigeerde mutatiefactor worden berekend, waardoor duidelijk wordt wat er werkelijk is gebeurd in de analyseperiode (mutatie in aantal kinderen c.q. vrouwen in het cohort) en wat er (rekenkundig) naar verwachting zou zijn gebeurd wanneer er geen wijziging in de woningvoorraad had plaatsgevonden.
Met de analysegegevens uit het verleden en de toename van de woningvoorraad in de prognoseperiode kan vervolgens een prognose worden gemaakt van het aantal kinderen van 0 t/m 12 jaar door middel van een cohortsgewijze doorschuiving op basis van de mutatiefactoren (bijvoorbeeld op basis van het gemiddelde over de afgelopen vijf jaar). Deze methodiek maakt het mogelijk om gevolgen van de toe- of afname van de woningvoorraad in de prognoseperiode tot uitdrukking te brengen. Naast de doorschuiving van de cohorten, speelt het leeftijdsspecifiek vruchtbaarheidscijfer (LVC) een belangrijke rol in de prognose van de basisgeneratie. Immers kunnen zonder een geboorteprognose de huidige leeftijdscohorten doorgeschoven worden, maar is het ook noodzakelijk om het toekomstig aantal geboortes te bepalen, om deze geboortecohorten vervolgens weer ‘door te kunnen schuiven’. Per historisch kalenderjaar wordt voor het voedingsgebied in kaart gebracht hoeveel geboortes er zijn geweest en in welke leeftijdscategorie de moeder toen zat. Vervolgens kan dit aantal afgezet worden tegenover het totaalaantal vrouwen in het gebied per leeftijdscategorie. Door meerdere historische kalenderjaren te analyseren kan de ontwikkeling in het vruchtbaarheidscijfer waargenomen worden en kan deze informatie benut worden voor de prognose van het toekomstig aantal geboorten.
Woningvoorraadmethode De woningvoorraadmethode wordt gebruikt wanneer er onvoldoende (historische) gegevens beschikbaar zijn om de cohortmethode toe te passen. Dit zal met name het geval zijn in een nog te bouwen nieuwbouwwijk of een nieuwbouwwijk die nog grotendeels in ontwikkeling is. In zo’n situatie is alleen bekend wat (bij benadering) de omvang van de wijk zal zijn, welk bouwtempo zal worden gehanteerd en wat de samenstelling van de woningvoorraad zal zijn. Op basis van kengetallen die zijn afgeleid van de ontwikkeling in bestaande nieuwbouwwijken wordt een prognose gemaakt van de ontwikkeling van de basisgeneratie. Die kengetallen vormen de zogenaamde ‘referentielijn’. Deze lijn kan worden gecorrigeerd op basis van een aantal kenmerken. Die kenmerken zijn: een afwijkend percentage eengezinswoningen (minder dan 55% is een correctie naar beneden en meer dan 70% is een correctie naar boven) en de hoogte van het algemeen vruchtbaarheidscijfer (AVC) van de gemeente waarin de nieuwbouwwijk wordt gerealiseerd. Een gemeente met een hoog gestandaardiseerd AVC zal naar verwachting ook een hogere basisgeneratie in de nieuwbouwwijk hebben.
Nadat in de vorige stap de geprognosticeerde omvang van de basisgeneratie en de specifieke leeftijdscohorten in kaart is gebracht, kan de ontwikkeling van het leerlingaantal voor de individuele basisschool worden geprognosticeerd. Binnen een langetermijnprognose wordt het leerlingaantal gerelateerd aan de ontwikkeling van de basisgeneratie en de onderbouwleeftijden in het voedingsgebied. Per schooljaar wordt het historische aantal leerlingen dat een school bezoekt afgezet tegen het totaalaantal kinderen in de basisgeneratie van het voedingsgebied. Als voorbeeld: wanneer er 200 kinderen een bepaalde school bezoeken en er op dat moment 2000 kinderen in het voedingsgebied wonen, betreft het deelnamepercentage van de schoolbevolking 10%. De prognosemaker doet vervolgens een aanname over het geschatte deelnamepercentage voor de gehele schoolbevolking in de toekomstige schooljaren op basis van de (ontwikkeling) historische deelnamepercentages. Op eenzelfde wijze wordt het aantal onderbouwleerlingen afgezet tegenover het aantal kinderen in de onderbouwleeftijden in het voedingsgebied. Ook voor de onderbouw wordt een deelnamepercentage bepaald door de prognosemaker.
begrip Algemeen vruchtbaarheidscijfer (AVC)
definitie
Analyseperiode
De periode waarvan de gegevens van het voedingsgebied beschikbaar / ingevuld zijn. Het totaalaantal kinderen van 4 t/m 11 jaar en 30% van de 12-jarigen in een voedingsgebied. Deze leeftijdsgroepen vormen samen bij benadering de leeftijdsopbouw van leerlingen in het basisonderwijs.
Basisgeneratie Bovenbouw/Onderbouw Cohort Deelnamepercentage
Doorstroomfactor Gemiddelde woningbezetting basisgeneratie (gwb-basgen) Gemiddelde woningbezetting vrouwen (gwb-vr) Leeftijdsspecifiek vruchtbaarheidscijfer (LVC)
Mutatiefactor Prognoseperiode
Uitgangsjaar Voedingsgebied
Het aantal geboorten in een jaar per 1000 vrouwen van 15 t/m 49 jaar in dat jaar.
Leerlingen van respectievelijk 8 jaar en ouder, of 4 t/m 7 jaar Een groep personen die één of meerdere gemeenschappelijke kenmerken heeft, binnen deze leerlingenprognose gaat het om dezelfde leeftijdsgroep. Het aantal leerlingen op school ten opzichte van de basisgeneratie in dat voedingsgebied. Het relatieve verschil in omvang van een cohort binnen dezelfde school op twee verschillende tijdstippen. Deze factor laat de toe- of afname zien van het cohort als gevolg van tussentijdse instroom en uitstroom (om welke reden dan ook) op school. Het aantal kinderen in de basisgeneratie per woning in een bepaald voedingsgebied. Het aantal vrouwen van 15 t/m 49 jaar per woning in een bepaald voedingsgebied. Het aantal geboorten in een jaar per 1000 vrouwen van 15 t/m 49 jaar in dat jaar, uitgesplitst naar leeftijdscategorieën. Het relatieve verschil in omvang van een cohort op twee verschillende tijdstippen. Deze factor laat de toe- of afname zien van het cohort als gevolg van vestiging, vertrek en sterfte in die periode. De periode waarover de prognose wordt opgesteld. In de meeste gemeenten is deze periode 15 jaren voor permanente huisvesting. Het laatste jaar waarvan bevolkingsgegevens bekend zijn. Het uitgangsjaar mag ten behoeve van een aanvraag voor huisvesting niet ouder zijn dan t-1 ten opzichte van het jaar van het jaar van indiening van de aanvraag.
Het gebied waaruit een school de leerlingen betrekt. In een bestaand gebied moet minimaal 70% van de leerlingen uit dat gebied komen.
Tabel 1A: Historische aantallen leerlingen (schooltotaal en onderbouw) per schooljaar leerlingen
'15/'16
'16/'17
Onderbouw
47
43
53
57
54
59
60
Totaal
102
95
102
104
103
106
116
'17/'18
'18/'19
'19/'20
'20/'21
'21/'22
NB: Vanwege de toekomstige verschuiving van de jaarlijkse teldatum van 1 oktober naar 1 februari (als gevolg van de vereenvoudiging van de bekosting) zijn zowel de ‘gebruikelijke’ oktober-aantallen geschat alsmede de februari-aantallen. Volgens OCW liggen deze gemiddeld 3% hoger. Tabel 1B: Geprognosticeerde aantallen leerlingen (schooltotaal en onderbouw) per schooljaar leerlingen
'22/'23
'23/'24
'24/'25
'25/'26
'26/'27
'27/'28
'28/'29
'29/'30
'30/'31
'31/'32
'32/'33
'33/'34
'34/'35
'35/'36
'36/'37
'37/'38
'38/'39
'39/'40
'40/'41
'41/'42
Onderbouw
55
51
51
47
47
50
51
52
54
53
53
52
52
51
51
52
52
52
52
52
Totaal
119
117
119
118
112
109
109
109
110
110
112
111
111
110
109
109
109
110
111
112
NB: Vanwege de toekomstige verschuiving van de jaarlijkse teldatum van 1 oktober naar 1 februari (als gevolg van de vereenvoudiging van de bekosting) zijn zowel de ‘gebruikelijke’ oktober-aantallen geschat alsmede de februari-aantallen. Volgens OCW liggen deze gemiddeld 3% hoger.
Tabel 2 Geprognosticeerde rijksbekostiging per schooljaar schooljaar
prognose
21/'22
22/'23
23/'24
24/'25
25/'26
26/'27
27/'28
28/'29
29/'30
30/'31
31/'32
32/'33
33/'34
34/'35
35/'36
36/'37
37/'38
38/'39
39/'40
40/'41
41/'42
€ 482.949
€ 503.952
€ 503.136
€ 493.833
€ 497.765
€ 490.427
€ 478.631
€ 476.761
€ 478.104
€ 479.447
€ 484.099
€ 482.756
€ 486.688
€ 483.379
€ 483.379
€ 480.070
€ 478.104
€ 479.447
€ 479.447
€ 481.413
€ 483.379
Personeels- en arbeidsmarktbeleid€ 136.577
€ 142.652
€ 144.474
€ 143.259
€ 144.474
€ 143.866
€ 140.222
€ 127.015
€ 127.015
€ 127.015
€ 127.939
€ 127.939
€ 129.787
€ 128.863
€ 128.863
€ 127.939
€ 127.015
€ 127.015
€ 127.015
€ 127.939
€ 128.863
Materiële instandhouding
€ 105.537
€ 109.010
€ 110.052
€ 109.357
€ 110.052
€ 108.396
€ 107.621
€ 106.579
€ 106.579
€ 106.579
€ 106.926
€ 105.650
€ 107.621
€ 107.273
€ 107.273
€ 106.926
€ 106.579
€ 105.307
€ 106.579
€ 106.926
€ 107.273
Prestatiebox
€ 9.985
€ 10.927
€ 11.210
€ 11.021
€ 11.210
€ 11.116
€ 10.550
€ 10.268
€ 10.268
€ 10.268
€ 10.362
€ 10.362
€ 10.550
€ 10.456
€ 10.456
€ 10.362
€ 10.268
€ 10.268
€ 10.268
€ 10.362
€ 10.456
Totaal bovenstaand
€ 735.048
€ 766.541
€ 768.872
€ 757.471
€ 763.501
€ 753.805
€ 737.024
€ 720.623
€ 721.966
€ 723.309
€ 729.326
€ 726.707
€ 734.646
€ 729.972
€ 729.972
€ 725.298
€ 721.966
€ 722.037
€ 723.309
€ 726.640
€ 729.972
Personele bekostiging regulier
Tabel 3A: Geprognosticeerde ruimtebehoefte (bruto vloeroppervlak) per schooljaar kalenderjaar
bruto vloeroppervlak m2
prognose
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
2042
783
799
789
799
794
763
748
748
748
753
753
763
758
758
753
748
748
748
753
758
763
Tabel 3B: Geprognosticeerd aantal te vormen groepen per schooljaar kalenderjaar
aantal groepen
prognose
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
2042
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Onderstaande tabellen tonen per leeftijdscategorie de historische ontwikkeling van het aantal vrouwen (en meisjes) in het voedingsgebied en de prognose voor de komende twintig jaar. De prognose is gebaseerd op het actuele aantal vrouwen (per individuele leeftijd, niet getoond in tabel), de woningbouwverwachtingen in het voedingsgebied en aannames over de mutatiefactoren voor vrouwen in het voedingsgebied (mutatiefactoren op basis van individuele leeftijden). De geprognosticeerde aantallen vrouwen zijn berekend aan de hand van: de gemiddelden van de voor woningbouw gecorrigeerde mutatiefactoren van de laatste vier analysejaren. Tabel 4A: Historische aantallen vrouwen in voedingsgebied le e ftijds groe p
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
15-19 jarigen
30
45
35
35
30
35
30
20-24 jarigen
45
30
40
35
35
30
30
25-29 jarigen
35
35
35
30
30
35
35
30-34 jarigen
35
30
30
35
40
40
45
35-39 jarigen
45
50
45
35
40
35
35
40-44 jarigen
40
40
40
50
45
50
50
45-49 jarigen
55
50
50
50
50
50
45
15-49 jarige n
280
280
270
275
265
275
275
NB: Aantallen conform CBS-richtlijnen afgerond op veelvouden van vijf. In de daadwerkelijke analyses ten bate van de leerlingenprognose zijn wel de onafgeronde aantallen benut. Tabel 4B: Geprognosticeerde aantallen vrouwen in voedingsgebied le e ftijds groe p
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
15-19 jarigen
34
34
38
41
41
44
40
44
39
41
40
42
38
39
36
20-24 jarigen
28
32
30
35
31
32
33
36
40
40
42
39
44
39
41
25-29 jarigen
43
45
40
35
38
31
34
34
42
35
36
35
40
40
39
30-34 jarigen
47
41
43
53
52
58
60
53
46
51
42
46
44
50
41
35-39 jarigen
38
48
52
53
58
59
51
54
66
65
73
74
63
53
55
40-44 jarigen
50
41
42
43
41
43
55
60
60
66
66
58
61
73
70
45-49 jarigen
43
51
50
51
53
54
44
44
46
43
45
57
62
61
67
15-49 jarige n
283
292
294
311
313
321
317
325
338
340
344
351
351
354
348
NB: De meest actuele demografische gegevens die beschikbaar zijn, hebben betrekking op uitgangsjaar 2021 (1 januari), de cijfers voor 2022 (en verder) betreffen een prognose.
Onderstaande tabel toont de historische vruchtbaarheidscijfers van vrouwen (en meisjes) in het voedingsgebied. De vruchtbaarheidscijfers indiceren per kalenderjaar het aantal geboorten per 1000 vrouwen uit de betreffende leeftijdscategorie. Het toekomstig vruchtbaarheidscijfer voor vrouwen per leeftijdscategorie is bepaald op: het gemiddelde van de laatste vier analysejaren. Tabel 5: Historische en geprognosticeerde vruchtbaarheidscijfers in voedingsgebied le e ftijds groe p
2015
2016
2017
2018
2019
2020
prognose 2021 en verder
15-19 jarigen
26,7
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
20-24 jarigen
0,0
57,1
106,7
28,6
32,3
33,3
50,2
25-29 jarigen
140,8
115,9
93,8
32,3
58,8
27,0
53,0
30-34 jarigen
98,4
107,1
215,4
160,0
25,6
94,1
123,8
35-39 jarigen
105,3
63,8
0,0
53,3
81,1
84,5
54,7
40-44 jarigen
0,0
50,6
45,5
0,0
0,0
40,8
21,6
45-49 jarigen
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Onderstaande tabellen tonen per leeftijdscategorie de historische ontwikkeling van de basisgeneratie in het voedingsgebied en de prognose voor de komende twintig jaar. De prognose is gebaseerd op: het actuele aantal kinderen en vrouwen, de woningbouwverwachtingen in het voedingsgebied, de aannames over de mutatiefactoren voor kinderen in het voedingsgebied en de geboorteverwachtingen. De mutatiefactoren voor kinderen in het voedingsgebied zijn bepaald op: de gemiddelden van de voor woningbouw gecorrigeerde mutatiefactoren van de laatste vijf analysejaren. Tabel 6A: Historische aantallen kinderen in voedingsgebied le e ftijd
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
0
15
15
15
15
10
10
10
1
20
15
10
10
15
10
10
2
10
20
20
15
10
15
10
3
15
10
20
20
15
10
15
4
20
10
10
20
20
15
15
5
20
20
15
10
20
25
15
6
20
15
20
15
10
20
20
7
20
15
15
20
15
15
20
8
15
20
20
20
20
20
15
9
15
15
20
20
20
15
15
10
20
10
15
20
20
20
15
11
10
20
10
15
20
20
20
12
20
10
20
15
15
20
15
4 t/m 7 jar ige n
80
65
65
65
65
70
70
bas is ge ne r atie
145
135
135
140
150
150
140
NB: Aantallen conform CBS-richtlijnen afgerond op veelvouden van vijf. In de daadwerkelijke analyses ten bate van de leerlingenprognose zijn wel de onafgeronde aantallen benut. Tabel 6B: Geprognosticeerde aantallen kinderen in voedingsgebied leeftijd
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
0
12
13
13
13
14
14
15
15
15
15
15
15
15
15
14
14
15
1
11
12
12
12
12
13
13
14
14
14
15
14
14
15
15
14
15
15
2
10
12
12
12
12
13
13
14
14
14
13
15
14
14
15
15
15
15
15
3
13
10
13
13
13
13
14
15
15
15
14
14
16
15
14
15
15
15
15
15
4
17
14
11
13
14
14
14
15
15
16
15
14
14
16
15
14
15
15
15
15
16
5
15
19
15
12
15
15
15
15
16
17
16
16
15
15
16
15
15
15
16
15
16
6
17
14
18
15
12
14
15
15
15
16
17
15
16
15
15
16
15
15
15
16
16
7
22
18
15
19
16
12
15
15
16
15
16
17
16
16
15
15
16
15
15
16
16
8
23
24
19
16
21
17
14
16
17
17
15
17
18
16
16
15
15
17
16
15
16
9
14
23
24
19
16
20
17
13
16
16
17
15
16
18
16
16
15
15
17
16
16
10
16
13
21
22
18
15
19
16
12
15
16
16
15
16
18
16
17
15
16
17
16
11
15
17
13
22
23
18
15
20
16
13
15
17
16
15
16
18
16
17
16
16
17
12
18
15
17
13
22
23
18
15
19
16
13
15
16
16
15
16
18
16
17
16
16
4 t/m 7 jarigen
71
65
60
60
56
56
59
60
62
64
63
63
61
62
60
60
61
61
61
62
62
basisgeneratie
144
146
142
143
140
133
129
129
129
130
130
132
131
131
130
129
129
129
130
131
132
NB: De meest actuele demografische gegevens die beschikbaar zijn, hebben betrekking op uitgangsjaar 2021 (1 januari), de cijfers voor 2022 (en verder) betreffen een prognose.
2039
2040
2041
2042
Onderstaande tabellen toont voor een aantal belangrijke kengetallen in de analyse de historische en geprognosticeerde aantallen. Deze kengetallen hebben betrekking op het aantal kinderen (in leeftijdscategorieën), het aantal vrouwen (in leeftijdscategoriën), het vruchtbaarheidscijfer, het aantal geboorten, het aantal woningen en de verhouding tussen het aantal kinderen c.q. vrouwen en woningen (de gemiddelde woningbezetting). Tabel 7A: Historische kengetallen voedingsgebied 2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
basisgeneratie
145
135
135
140
150
150
140
nul- t/m driejarigen
60
60
60
60
50
45
50
vier- en vijf jarigen
40
30
25
30
40
35
30
vier- t/m zevenjarigen
80
65
65
65
65
70
70
w oningen
688
688
686
685
692
701
715
vrouw en 15 t/m 49 jaar
280
280
270
275
265
275
275
vrouw en 25 t/m 34 jaar
70
65
60
70
70
75
80
geboorten
15
15
15
10
5
10
n.n.b.
algemeen vruchtbaarheidscijf er
50,0
51,0
58,7
37,1
26,0
40,2
n.n.b.
gw b: basisgeneratie
0,21
0,20
0,20
0,21
0,21
0,21
0,20
gw b: 4 t/m 7 jaar
0,11
0,10
0,09
0,09
0,10
0,10
0,10
gw b: vrouw en 15 t/m 49 jaar
0,41
0,41
0,39
0,40
0,38
0,39
0,38
gw b: vrouw en 25 t/m 34 jaar
0,10
0,09
0,09
0,10
0,10
0,11
0,11
NB: Aantallen conform CBS-richtlijnen afgerond op veelvouden van vijf. In de daadwerkelijke analyses ten bate van de leerlingenprognose zijn wel de onafgeronde aantallen benut. Tabel 7B: Geprognosticeerde kengetallen voedingsgebied 2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
2042
basisgeneratie
144
146
142
143
140
133
129
129
129
130
130
132
131
131
130
129
129
129
130
131
132
nul- t/m driejarigen
17
14
11
13
14
14
14
15
15
16
15
14
14
16
15
14
15
15
15
15
16
vier- en vijfjarigen
32
33
26
25
28
29
29
30
31
33
31
31
29
31
31
29
29
30
31
31
31
vier- t/m zevenjarigen
71
65
60
60
56
56
59
60
62
64
63
63
61
62
60
60
61
61
61
62
62
w oningen
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
728
vrouw en 15 t/m 49 jaar
283
292
294
311
313
321
317
325
338
340
344
351
351
354
348
338
320
304
299
281
271
vrouw en 25 t/m 34 jaar
89
86
82
88
89
89
94
87
88
85
78
81
83
90
80
81
76
84
79
80
81
geboorten
12
13
13
13
14
14
15
15
15
15
15
15
15
15
14
14
14
14
14
14
algemeen vruchtbaarheidscijfer
41,7
44,4
43,0
41,7
44,2
43,9
46,7
45,2
44,2
43,9
43,2
42,7
42,6
42,7
40,8
42,6
44,9
46,4
48,3
50,7
gw b: basisgeneratie
0,20
0,20
0,20
0,20
0,19
0,18
0,18
0,18
0,18
0,18
0,18
0,18
0,18
0,18
0,18
0,18
0,18
0,18
0,18
0,18
0,18
gw b: 4 t/m 7 jaar
0,10
0,09
0,08
0,08
0,08
0,08
0,08
0,08
0,09
0,09
0,09
0,09
0,08
0,09
0,08
0,08
0,08
0,08
0,08
0,09
0,09
gw b: vrouw en 15 t/m 49 jaar
0,39
0,40
0,40
0,43
0,43
0,44
0,44
0,45
0,46
0,47
0,47
0,48
0,48
0,49
0,48
0,46
0,44
0,42
0,41
0,39
0,37
gw b: vrouw en 25 t/m 34 jaar
0,12
0,12
0,11
0,12
0,12
0,12
0,13
0,12
0,12
0,12
0,11
0,11
0,11
0,12
0,11
0,11
0,10
0,12
0,11
0,11
0,11
NB: De meest actuele demografische gegevens die beschikbaar zijn, hebben betrekking op uitgangsjaar 2021 (1 januari), de cijfers voor 2022 (en verder) betreffen een prognose.