CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 17. Eindverslag Een betrokken raad v2.0

Debatraad 10 februari 2022, gemeente GoesBij agendapunt: Eindverslag Rekenkamercommissie 'Een betroken raad'3.606 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Een betrokken raad Bevindingen uit het vooronderzoek van de Rekenkamercommissie Goes naar de wijze waarop de gemeenteraad wordt betrokken bij projecten van de gemeente Goes die door de raad zijn geaccordeerd

Versie 0.1 0.2 0.3 1.0 1.1 2.0

Datum 22 oktober 2021 5 november 2021 9 december 2021 16 december 2021 11 januari 2022 10 februari 2022

Status Concept Concept incl. opmerkingen voorzitter RKCie Definitief concept incl. opmerkingen leden RKCie Versie voor college Versie met reactie college Definitief door de raad vastgesteld rapport Opsteller: Frans J. de Kok MSc, Secretaris Rekenkamercommissie Goes

0

Inhoud 1. Inleiding & Leeswijzer .......................................................................................................................... 2 2. Aanleiding ............................................................................................................................................ 2 3. Werkwijze ............................................................................................................................................ 2 4. Conclusies ............................................................................................................................................ 4 4a. De Villa ........................................................................................................................................... 4 4b. De Griffioen ................................................................................................................................... 4 4c. De Pit.............................................................................................................................................. 4 4d. Algemeen....................................................................................................................................... 5 5. Aanbevelingen ..................................................................................................................................... 7 5a.

Aanbevelingen voor de leden van de raad .................................................................................... 7 5b. Aanbevelingen voor het college en de ambtelijke organisatie ..................................................... 7 Start van het proces ........................................................................................................................ 7 Voortgang tijdens het proces .......................................................................................................... 7 6. Reactie van het college........................................................................................................................ 9 Bijlage 1. Vragen bij de projecten De Villa, De Griffioen en De Pit ....................................................... 12

1

1. Inleiding & Leeswijzer Voor u ligt het rapport met bevindingen uit het vooronderzoek van de Rekenkamercommissie Goes (hierna: RKCie) naar de wijze waarop de raad wordt betrokken bij projecten van de gemeente Goes die door de raad zijn geaccordeerd. Het onderzoek is uitgevoerd door middel van gestructureerde interviews met de projectleiders van De Villa, De Griffioen en De Pit en hun managers in de maanden april en juni 2021. Het rapport begint met de beschrijving van de aanleiding voor het onderzoek en de onderzochte projecten zelf (paragraaf 2). Daarna wordt de werkwijze verantwoord (paragraaf 3). Vervolgens vindt u conclusies per project en meer in het algemeen (paragraaf 4). Het rapport sluit af met aanbevelingen van de RKCie voor de gemeenteraad en voor het college van B&W c.q. de ambtelijke organisatie (paragraaf 5). Tenslotte is de reactie van het college op het rapport en de aanbevelingen opgenomen (paragraaf 6; p.m.).

2. Aanleiding In 2019 inventariseerde de RKCie welke onderwerpen die de gemeente Goes aangaan zich lenen voor rekenkameronderzoek. Hierbij is onder andere het aanbestedingsbeleid genoemd. De conclusie was dat er bij verschillende aanbestedingen en (verkoop)projecten sprake was van financiële tegenvallers. Gaandeweg verschoof het accent van onderzoek naar het aanbestedingsbeleid naar onderzoek naar de wijze waarop de raad wordt betrokken bij projecten die door de raad zijn geaccordeerd. Verschillende keren kwam de raad voor onaangename verrassingen te staan als het gaat om financiële aspecten van projecten waarover niet regulier wordt gerapporteerd. Vandaar dat de RKCie ervoor koos, alvorens te besluiten tot een eventueel rekenkameronderzoek, bij wijze van vooronderzoek aan de hand van enkele concrete projecten na te gaan hoe de raad door de ambtelijke organisatie / het college van B&W betrokken wordt bij projecten die de raad zelf heeft geaccordeerd. Binnen de RKCie was er al vrij snel overeenstemming over de te onderzoeken casussen om aan de hand daarvan na te gaan op welke wijze de raad hierover wordt geïnformeerd. De geselecteerde onderwerpen zijn: 1. de verkoop van De Villa (v/d Spiegelstraat), 2. de voorgenomen sluiting en verkoop van De Griffioen te Wolphaartsdijk en 3. renovatie van Buurthuis De Pit in Goes-Zuid.

Deze casussen zijn geselecteerd omdat het college, na accordering van de projecten door de raad, te kampen kreeg met tegenvallers in de begroting van deze projecten. Hieronder volgt eerst een korte beschrijving van de projecten. 1. De Villa. Op 9 juli 2015 besloot de gemeenteraad te investeren in de vernieuwing van de culturele voorzieningen in de binnenstad van Goes. Voor de vernieuwing van de Bibliotheek waren op het moment van het raadsbesluit in 2015 nog twee mogelijke scenario’s in beeld die nader moesten worden uitgewerkt: de Bibliotheek vernieuwt op de huidige locatie (Oostwal) of verhuist naar het Bleekveld. Gaandeweg het traject ontstond een voorkeur voor de twee leegstaande panden onder de parkeergarage aan de Kolveniershof. Om de vernieuwing van de Bibliotheek mogelijk te maken besloot de raad in 2015 (een deel van de) opbrengst van de Villa (voormalige muziekschool) beschikbaar te stellen, onder de voorwaarde dat de structurele besparing op de huisvestingslasten ingezet wordt om de lokale bibliotheekvisie te realiseren. De reden om De Villa in dit vooronderzoek op te nemen is dat de uiteindelijke opbrengst veel lager was dan de getaxeerde waarde. 2

2. De Griffioen. In mei 2017 nam het college het besluit het dorpshuis de Griffioen per 1 januari 2018 niet langer te gebruiken als dorpshuis en de gymzaal te behouden. Aan het besluit ging een lang en zorgvuldig traject vooraf. In dit traject is de raad niet direct meegenomen. Het besluit zorgde voor ophef in het dorp en verzet van inwoners. Een vertegenwoordiging van dorpsbewoners bood aan een plan op te stellen om het dorpshuis te behouden en een nieuwe toekomst te geven. Op 21 juni 2017 is de raad via een memo geïnformeerd dat de sluiting van het dorpshuis vooralsnog niet zou worden geëffectueerd in afwachting van het plan van de stuurgroep Behoud De Griffioen (BDG). De stuurgroep B DG, bestaande uit vertegenwoordigers van het dorp, deed een haalbaarheidsstudie en stelde het plan op ‘Behoud dorpshuis De Griffioen’. Op 15 maart 2018 stemde de raad in met het plan en bijbehorende dekkingsvoorstel. In het raadsvoorstel is aangegeven dat samen met Stichting De Griffioen (SDG) de (financiële) kaders nader uitgewerkt zouden worden. Tijdens de uitwerking van de (financiële) kaders vroeg SDG aan de gemeente de toegezegde onderhoudsbijdrage van € 15.000,gedurende 10 jaar, in één keer te verzilveren. SDG en de gemeente keken vervolgens samen naar de mogelijkheden om de risico’s voor beiden beheersbaar te houden en te komen tot een uitvoerbaar plan door SDG.

De inzet hierbij was behoud van dorpshuis De Griffioen, duurzaam en toekomstbestendig, ten dienste van de gemeenschap Wolphaartsdijk en Oud Sabbinge. De Griffioen is in het vooronderzoek opgenomen omdat zowel het democratisch aspect als de financiële gang van zaken vanuit het perspectief van de RKCie interessant zijn. 3. De Pit. Op 15 december 2016 stelde de raad de Visie Maatschappelijke Voorzieningen ‘Goes voor elkaar’ vast. In het voorjaar van 2017 nam het college kennis van de uitkomsten van de gebiedsgerichte inventarisatie van vraag en aanbod van maatschappelijke voorzieningen in Goes Zuid. Op basis hiervan werd besloten een toekomstvisie uit te laten werken voor De Pit. Met ondersteuning van SMWO heeft het bestuur van de Pit vervolgens in de tweede helft van 2017 gewerkt aan de totstandkoming van de Visie Buurthuis De Pit 2018 en bood deze aan de gemeente aan in november 2017. Het vernieuwingsplan voorzag in het renoveren van het pand, het verplaatsen van de entree, het vergroten van de keuken en opslag, het realiseren van een aanbouw met multifunctionele ruimten en extra bergruimte, het treffen van isolatiemaatregelen en vernieuwing van het sanitair. Het totale budget voor De Pit was € 600.000,-. Op 23 mei 2019 stemde de raad in met het beschikbaar stellen van € 200.000,- voor verduurzaming van De Pit.

Op 20 juni 2019 ging de raad akkoord met nogmaals een extra krediet van € 200.000,- ‘om het plan uit te kunnen voeren, zonder de kwaliteit van het plan verder aan te tasten’. De belangrijkste reden voor de overschrijving was de stijging van de bouwkosten. Deze budgetverhogingen waren reden om De Pit in het onderzoek op te nemen.

3. Werkwijze Om de projecten van verschillende aard toch enigszins te kunnen vergelijken, zijn ze alle drie besproken aan de hand van dezelfde set vragen. De gestelde vragen zijn te vinden in Bijlage 1. De gesprekken zijn, ondersteund vanuit de Griffie, gevoerd tussen twee of drie raadsleden en de projectleiders en hun managers. Tijdens de gesprekken is doorgevraagd op aspecten die om verduidelijking vroegen. Na een eerste bespreking van de resultaten is een aanvullende set vragen gesteld. Deze vragen zijn schriftelijk beantwoord. Vervolgens zijn de resultaten van het vooronderzoek besproken in een vergadering van de RKCie.

3

4. Conclusies Aan de hand van de drie casussen hebben de leden van RKCie conclusies getrokken, zowel per project, als in het algemeen.

4a. De Villa Als het gaat om de verkoop van De Villa, dan is de conclusie dat er binnen de kaders zorgvuldig is gehandeld. Wel vragen de leden van de RKCie zich af of de manier waarop dit soort zaken is georganiseerd, niet zodanig is vormgegeven dat het totale proces te veel tijd in beslag neemt. Gesteld zou kunnen worden dat kaders zo strak zijn geformuleerd en doorwerken, dat de doelmatigheid ter discussie komt te staan. De doelmatigheidsvraag gaat over het bereiken van het doel met zo weinig mogelijk menskracht en middelen. Een mogelijke oplossing is het aanpassen van processen (zodat ze meer doelmatig worden georganiseerd). Dit zou zelfs kunnen betekenen dat de raad minder vaak (gedurende een proces) besluiten neemt c.q. wordt geconsulteerd. Hiernaast had het betrekken van een tweede taxateur mogelijk kunnen voorkomen dat er een financieel gat is ontstaan tussen geschatte en werkelijke verkoopopbrengst.

4b. De Griffioen Bij De Griffioen was er sprake van een mismatch als het gaat om de wederzijdse verwachtingen. De inwoners van Wolphaartsdijk hielden, zoals de geschiedenis heeft geleerd, geen rekening met de voorgestelde sluiting van De Griffioen. Ook in deze casus kunnen er vragen worden gesteld bij de doelmatigheid. Wat betreft de doeltreffendheid (de mate waarin het doel wordt bereikt): het oorspronkelijke doel (sluiten) is na maatschappelijke discussie gewijzigd. Vervolgens is het gesprek op gang gekomen over renovatie van het gebouw inclusief de daarbij komende kosten. Hierbij was het plan van de ‘Stuurgroep Behoud Dorpshuis De Griffioen’ (BDG) leidend. Uiteindelijk heeft de raad ingestemd met een plan dat voldeed aan alle door het college geformuleerde uitgangspunten, te weten: duurzaamheid van de dorpshuisfunctie, eigendomsoverdracht en een plan waarin de inwoners zich kunnen vinden.

4c. De Pit De leden van de RKCie zijn van mening dat wat betreft rechtmatigheid er bij De Pit zeer zorgvuldig is gehandeld. De ontwikkeling paste in het grotere plan. Met het uiteindelijke resultaat waren alle partijen tevreden. Door de vele (externe) partners die bij De Pit zijn betrokken (gemeente, eigenaar, gebruiker), heeft het proces lang geduurd. Als dat niet nodig was geweest, had het proces wellicht minder tijd in beslag genomen. Ambtenaren zitten min of meer vast in het proces (college-raadexterne partijen). Ze spreken veel mensen die het direct aangaat en dat moet weer een plaats/gehoor krijgen bij de raad. Ook hier is doelmatigheid een aandachtspunt. Door vertraging zijn de bouwkosten gestegen. Uiteindelijk is het wel een beslissing van de raad geweest om een aanvullend krediet beschikbaar te stellen in plaats van schrappen van de aanbouw. De leden van de RKCie waarderen het positief dat ‘Maatschappelijke voorzieningen’ als programma door het college c.q. de ambtelijke organisatie is geëvalueerd naar aanleiding van de pilots in Wolphaartsdijk en Goes-Zuid. Ervaringen kunnen zodoende worden meegenomen in vervolgprojecten binnen dit programma.

4

4d. Algemeen Hoewel de projecten verschillend zijn, zijn er wel algemene uitspraken te doen. We kunnen als RKCie de conclusie trekken dat de projecten rechtmatig, binnen de bestaande (wettelijke) kaders en afspraken, zijn uitgevoerd. De onderliggende processen waren niet altijd even doelmatig. Dit komt mede doordat er een veelheid aan spelers is. De vraag rijst daarnaast op de positie van de raad voor iedereen altijd even duidelijk is. We hebben ons afgevraagd of de raad voldoende geïnformeerd wordt over projecten waarop door de raad fiat is gegeven. En zo nee, wat zijn daarvan de gevolgen? Het college komt bij de huidige werkwijze alleen terug naar de raad als de vooraf geformuleerde kaders worden overschreden. Bij de projecten die zijn onderzocht en projecten die daarmee vergelijkbaar zijn is er geen sprake van tussentijdse voortgangsrapportages. Bij grote projecten is er wel de mogelijkheid dat de raad zich periodiek laat bijpraten. De ondertunneling van het spoor is daarvan een goed voorbeeld. Bij het Omnium was er een werkgroep vanuit de raad. Op die manier heeft de raad inzicht in de voortgang van een project. Mogelijk kan er ook over projecten in de orde van grootte van De Villa, De Griffioen en De Pit (ter ondersteuning van de controlerende taak van de raad) tussentijds worden gerapporteerd.

De administratieve druk bij de ambtelijke organisatie moet echter niet onnodig worden verhoogd. Hier openbaart zich een spanningsveld. De commissie heeft zich namelijk ook de vraag gesteld: kunnen er (in het algemeen) tussenstations worden overgeslagen? Het gaat hierbij om de inrichting van processen binnen een democratisch stramien. Het democratisch proces blijft natuurlijk wel een aandachtspunt. Maar is controle wel altijd zo nodig? Mogelijk kan aan ambtenaren juist een ruimer mandaat worden gegeven. Bovendien hechten we aan het vertrouwen in de ambtelijke professionaliteit. Als het erom gaat of de raad voldoende betrokken is bij de voortgang van projecten die de raad zelf heeft geaccordeerd, lijkt het erop dat deze afhankelijk is van het voortraject en van de informatie die de raad (tussentijds) aangereikt krijgt. De raad moet niet te laat worden betrokken, zeker niet bij projecten met maatschappelijke impact. Om op voorhand te bepalen wanneer de raad betrokken moet worden, is evenwel niet altijd gemakkelijk. De praktijk leert dat dit niet alleen het geval zou moeten zijn als een financieel tekort dreigt. Er zijn verschillen tussen projecten waarbij wel direct burgers zijn betrokken (De Griffioen, De Pit) en waarbij niet (De Villa, infrastructurele projecten). Burgers hebben eigen wensen en emoties. De raad zit niet bij (de eerste) gesprekken met burgers.

Als een project start, moeten de kaders helder zijn (ook voor de burgers), en door de raad geaccordeerd. Slechts wanneer van de kaders wordt afgeweken, moet de raad opnieuw worden betrokken. Anders niet. We hebben geconcludeerd dat de raad bij de genoemde projecten in eerste instantie geen reden had om zich er heel actief mee te bemoeien. Dit ligt ergens ook voor de hand: de raad heeft geen uitvoerende taak. In dit kader wijzen we op de ‘Handreiking Grip op grote projecten’ van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (tevens opgenomen als Bijlage 2). Dit stappenplan van de NVvR biedt goede handvatten voor zowel raadsleden als degenen die de raadsleden van informatie voorzien (het college c.q. de inhoudelijk betrokken ambtenaren). Pas toen werd afgeweken van de vooraf vastgestelde kaders is de raad weer bij de projecten betrokken geraakt, al zijn er natuurlijk verschillen tussen De Villa enerzijds en De Griffioen en De Pit anderzijds. 5

Concluderend kunnen we zeggen dat de raad in gevallen waarin kaders overschreden dreigen te worden eerder geïnformeerd kan worden. Dit hoeft niet altijd via een raadsvoorstel, maar kan ook sneller en meer laagdrempelig door bijvoorbeeld een raadsmemo. Timing is daarbij belangrijk. In dit kader leeft de vraag of de ambtelijke organisatie een document heeft waarin staat welke aspecten er om de hoek komen kijken bij kaderstelling (bijvoorbeeld een Handboek projectmatig werken). Dan zie je bijvoorbeeld ook wanneer er bijgesteld (en geïnformeerd) moet worden. Naast een handboek is gedragsverandering (het stellen van de juiste vragen door raadsleden) nodig. Standaarden kunnen helpen; gedrag moet je trainen. Het onlangs ingevoerde BOB-vergadermodel kan ons hierbij helpen. De eindconclusie op basis van de bevindingen uit het vooronderzoek van de Rekenkamercommissie Goes naar de wijze waarop de gemeenteraad wordt betrokken bij projecten van de gemeente Goes die door de raad zijn geaccordeerd is dat er voor de Rekenkamercommissie geen aanleiding is om een officieel onderzoek op dit thema te starten. Tot slot: het is voor de commissieleden leerzaam geweest deze exercitie te doen. Daarnaast beseffen de leden van de RKCie zich eens te meer dat bet belangrijk is dat je als raadslid daarnaast persoonlijk je voelhorens uitsteekt, bijvoorbeeld door een bezoek ter plaatse te brengen.

6

5. Aanbevelingen In aansluiting op datgene wat naar aanleiding van het onderzoek naar de betrokkenheid van de raad bij projecten die door de raad zijn geaccordeerd is geconcludeerd, heeft de RKCie een aantal aanbevelingen voor enerzijds de gemeenteraad en anderzijds het college en de ambtelijke organisatie. We nodigen het college graag uit om op deze aanbevelingen en datgene wat verder is geconcludeerd te reageren.

5a. Aanbevelingen voor de leden van de raad 1. Neem meer tijd bij de start een (verwacht groot) proces/project. De Handreiking van de NVvR geeft concrete handvatten voor het hanteren van verschillende fases. Gebruik deze om goed geïnformeerd te worden en te blijven. De opmerkingen uit de Handreiking kunnen daarbij ook prima worden gebruikt als checklist. 2. Maak gebruik van de mogelijkheden in het huidige BOB-vergadermodel. Er is namelijk voldoende ruimte voor een nieuwe manier van vragen stellen bij projecten die geaccordeerd moeten worden. Gebruik als raadslid deze ruimte. 3. Neem meer het initiatief tijdens de voortgang van een project. Naast een kaderstellende en volksvertegenwoordigende rol heeft de raad ook een controlerende taak. We kunnen als raad meer dan nu het geval is het initiatief nemen, in het bijzonder als het gaat om projecten zoals door de RKCie onderzocht. We hoeven en moeten niet afwachten of het college naar de raad komt. We kunnen daarbij bijvoorbeeld gebruik maken van de instrumenten die we tot onze beschikking hebben. 4. Gebruik de kennis en kunde van de griffie voor het monitoren van een project.

5b. Aanbevelingen voor het college en de ambtelijke organisatie Start van het proces 5. We hechten als raad aan helder geformuleerde kaders. Binnen deze kaders mogen ambtenaren zich vrij bewegen. 6. Stel als ambtelijke organisatie een ‘Instructie projectmatig werken’ op. Betrek hierbij bijvoorbeeld ook de Handleiding Grip op grote projecten van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. 7. Participatie door burgers, ondernemers en andere belanghebbenden is zeer belangrijk. Participatie heeft een doel en er daarbij moeten er geen valse verwachtingen worden gewekt. Als er niets met de inbreng wordt gedaan, dan is het goed om dit te benoemen. 8. Maak in voorkomende gevallen gebruik van meer dan één taxateur om de waarde van een pand te bepalen. Zie in dit verband de adviezen in het onlangs gepresenteerde 213a-onderzoek “Onderzoeksrapport vastgoed”.

Voortgang tijdens het proces 9. De medewerkers van de ambtelijke organisatie hebben ons vertrouwen, zolang er doelmatig gewerkt wordt. Indien de kaders niet worden overschreden, hoeven ze niet steeds terug naar de raad.

7

10. Wie heeft de regie op het proces? Wie is vanuit het college aanspreekbaar op voortgang en blijft betrokken? Is er bijvoorbeeld altijd een projectleider? Dit zouden door de raad te stellen kader kunnen zijn. 11. Onderzoek de mogelijkheid en wenselijkheid om de raad op een laagdrempelige manier te betrekken bij projecten die door de raad zijn geaccordeerd.

8

6. Reactie van het college

9

10

11

Bijlage 1. Vragen bij de projecten De Villa, De Griffioen en De Pit 1. Aanleiding voor het project 1a. Is het project gebaseerd op een opdracht van de raad of het college? 1b. Was het project opgenomen in het collegeprogramma? 1c. Zijn er wellicht constateringen op afdelingen (dus a.d.h.v. praktijkervaringen) die tot het project hebben geleid? 1d. Of is het een verzoek van buitenaf (provincie, burgers, bedrijven, maatschappelijke initiatieven, externe organisaties) geweest? 1e. Is burger- of overheidsparticipatie een aanleiding geweest? 2. Eerste planvorming 2a. Is het besluit om met het project te starten genomen door de raad of het college? 2b. Indien door de raad: hoe is het college betrokken? Indien door het college: hoe is de raad betrokken? 3. Concept-plan 3a. Wie heeft het concept-plan opgesteld? 3b. Welke partijen zijn bij het opstellen van het concept-plan betrokken? Denk aan raad, college (waaronder andere afdelingen en concerncontrol), externe organisaties of overheden, burgers? 3c. Is het concept-plan getoetst aan vigerend beleid (bijvoorbeeld de groenstructuurvisie)? 4. Besluitvorming door het college 4a. Is het concept-plan voorgelegd aan het college om kaders (geld, doorlooptijd, e.d.) vast te stellen? 4b. Zo nee, wie heeft het concept-plan goedgekeurd? 5. Tervisielegging & Inspraak 5a.

Is het plan (voor derden als burgers, ondernemers en andere overheden) ter visie gelegd? 5b. Zo nee, waarom niet? 5c. Heeft tervisielegging geleid tot aanpassing van het plan? 6. Besluitvorming door c.q. betrokkenheid van de raad 6a. Is de raad betrokken geweest bij het proces? 6b. Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? 7. Bestekfase 7a. Wie heeft het inhoudelijke bestek opgesteld? 7b. Is dit bestek gedeeld of besproken met de raad? 8. Aanbesteding 8a. Is er gewerkt met een maximaal beschikbaar budget (zodat aan inschrijvers meegedeeld kon worden dat zij binnen dat budget dienden te blijven)? 8b. Zo ja, bleef het budget voor de gehele aanbestedingsprocedure als uitgangspunt gelden? 12

8c. Indien van toepassing: Kan gezamenlijk aanbesteden met andere gemeenten leveren een bijdrage leveren aan doelmatigheid? 8d. Is het concept-plan (financieel) bijgesteld n.a.v. offertes? Zo ja, wat betrof de bijstelling? 8e. In hoeverre is de solvabiliteit (lees: financiële betrouwbaarheid) van de winnaar van de aanbesteding, besproken en/of getoetst? 8f. Is het budget bijgesteld n.a.v. bij voorbeeld gestegen bouwkosten? 8g. Is de bijstelling teruggekoppeld aan het college of de raad? 9. Gunning 9a. Wie heeft bestuurlijk akkoord gegeven? 9b. Wie heeft ambtelijk akkoord gegeven? Had diegene mandaat om het contract te tekenen? 10. Eventuele tussentijdse bijstelling 10a. Is het project tussentijds bijgesteld in financiële zin? Zo ja, wat was de aanleiding? Wat betrof de bijstelling? 10b. Zo ja, is de bijstelling gedeeld met de ambtelijk opdrachtgever? 10c. Zo ja, is de bijstelling gedeeld met het college? 10d. Zo ja, is de bijstelling gedeeld met de raad? 11. Afronding / Oplevering 11a. Is het project na uitvoering van de opdracht overgedragen naar de gemeente Goes? Zo ja, hoe? 11b. Zijn er gebreken geconstateerd na de oplevering? Zo ja, wat is daarmee gedaan? 12. Evaluatie 12a. Is het project / proces geëvalueerd? Zo ja, hoe? 12b. Zijn er leermomenten te benoemen? Voorbeelden? 12c. Hoe worden de uitkomsten van de leermomenten geïmplementeerd / gebruikt bij nieuwe projecten?

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11116720/1