Agendapunt 15. Toelichting met bijlagen
Tekst van het document
2.3.12 Gemeentelijk Verkeers en Vervoersplan (GVVP) In het GVVP wordt ingegaan op het verbeteren van bestaande verkeersknelpunten en wordt ingespeeld op de verkeerseffecten van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Er is ook een beoordelingskader opgenomen om beleidsmatig de vinger aan de pols te houden. Het basisplan van het GVVP is vastgesteld op 25 augustus 2005. Daarna is dit plan tweemaal geactualiseerd: als GVVP Tussenevaluatie 2008 en de GVVP Actualisatie 2013 (vastgesteld februari 2014). Een aantal zaken is verder verdiept in de volgende beleidsnota's: parkeerbeleid: Parkeerbeleidsplan 2009; Geactualiseerd in Parkeren Goes 2018-2025. verkeersveiligheidsbeleid: Op weg naar nul 2011; fietsbeleid: Goes Fiets Verder 2012. 2.3.13 Nota Bodembeheer gemeente Goes Sinds 1 juli 2008 is het Besluit Bodemkwaliteit van kracht waarin in het bijzonder kwaliteitseisen zijn gesteld voor verschillende gebieden die gekoppeld zijn aan de (toekomstige) gebruiksfuncties. Voor gemeente Goes is op 24 maart 2014 een Nota Bodembeheer vastgesteld, aanvullend hierop is op 7 juli 2016 een Nota Bodembeheer voor het Havengebied (Goese Schans) vastgesteld. Met deze twee Nota’s geldt voor het hele grondgebied van gemeente Goes hetzelfde bodembeleid. In de Nota’s is opgenomen hoe binnen gemeente Goes omgegaan moet worden met grondverzet.
In de Nota’s zijn ook Bodemkwaliteitskaarten en Bodemfunctieklassenkaarten opgenomen. Gezamenlijk bepalen zij aan welke eisen grond moet voldoen wanneer deze wordt toegepast, wat de kwaliteit is van de grond wanneer deze wordt ontgraven en welke doelstelling gebruikt moet worden wanneer een bodemsanering nodig blijkt te zijn. In verband met de maximale geldigheidsduur van de Bodemkwaliteitskaart van 5 jaar is deze in 2019 geëvalueerd. Aan de hand daarvan is gebleken dat de geldigheid van deze kaart in de huidige vorm verlengd kan worden.
Hoofdstuk 2
28
De bodemfunctieklassen zijn in de vastgestelde bodemfunctiekaart vastgelegd. Het doel daarvan is onder andere om te kunnen toetsen of toe te passen grond geschikt is voor de functie van een locatie maar ook om de terugsaneerwaarde in geval van een bodemsanering te bepalen. De Nota’s, Bodemkwaliteitskaarten en de Bodemfunctieklassenkaarten (gezamenlijk het gemeentelijk bodembeleid) zijn gebaseerd op het Besluit Bodemkwaliteit, waarmee het onder voorwaarden mogelijk is om licht verontreinigende grond buiten werken als bodem te hergebruiken. In het beleid is zowel het generiek als gebiedsspecifiek beleidskader uitgewerkt. Binnen het generiek beleid gelden algemene landelijke regels/normen voor het toepassen van grond en bagger in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Daarbij wordt bij het toepassen van grond getoetst aan zowel de bodemkwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse van een locatie, waarbij de strengste (schoonste) klasse bepalend is. Binnen het gebiedsspecifiek beleid kunnen afwijkende lokale beleidskeuzes worden gemaakt die afwijken van het generiek kader, waaronder het vaststellen van Lokale Maximale Waarden (LMW). LMW zijn gebiedsspecifieke toepassingsnormen die afgeleid zijn van de plaatselijk voorkomende concentraties en daarmee afwijken van het generieke kader. Daarbij is tevens een toetsing van o.a.
milieuhygiënische risico's nodig en is het mogelijk om licht verontreinigde grond die vrij is gekomen in een licht verontreinigde zone elders in diezelfde of een andere zone met een vergelijkbare of mindere kwaliteit toe te passen, mits sprake is van Standstill op gebiedsniveau. De verhoogde LMW gelden daarbij alleen voor grond en bagger uit het eigen bodembeheersgebied. De belangrijkste randvoorwaarde hierbij is dat de hergebruikte grond van gelijke of betere kwaliteit dient te zijn dan de kwaliteit van de ontvangende bodem (zie Hoofdstuk 4 en 5 en de bijlagen 3 tot en met 8 uit de Nota Bodembeheer Gemeente Goes). In de Nota Bodembeheer staat voor de verschillende bodemkwaliteitszones aangegeven welke bewijsmiddelen (bijvoorbeeld partijkeuringen of toetsing aan de Bkk) noodzakelijk zijn bij hergebruik in diezelfde of in andere zones. Op basis van de aangetroffen concentraties is gemeente Goes verdeeld in 3 kwaliteitszones, te weten Achtergrondwaarde, Wonen en Industrie. Daarnaast is, i.v.m. de aanwezigheid van bepaalde slecht afbreekbare bestrijdingsmiddelen, onderscheid gemaakt tussen de gebieden met boomgaarden die respectievelijk voor en na 1980 aanwezig waren/zijn. Voor parameters die niet in de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart zijn opgenomen gelden andere onderzoekvoorschriften.
Voor de voor dit bestemmingsplan geldende gebiedsindelingen en de nadere uitwerking van toetsingskaders en de bijbehorende toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5.2 Bodemkwaliteit. 2.3.14 Conclusie gemeentelijk beleid Voorliggend bestemmingsplan heeft een conserverend karakter. In hoofdstuk 3 en 4 van onderhavig bestemmingsplan zijn een aantal punten verwerkt die betrekking hebben op het gemeentelijke beleid in relatie tot het plangebied. Met name de Detailhandelsvisie Goes en de Horecavisie binnenstad Goes zijn vertaald in voorliggend bestemmingsplan. Er zijn geen specifieke punten te noemen die expliciet aandacht vragen of een belemmerende werking hebben voor de actualisatie van dit bestemmingsplan.
Hoofdstuk 2
29
2.4 Conclusie Het Rijksbeleid streeft hoofdzakelijk naar een goede milieukwaliteit en een gezonde en veilige leefomgeving voor bewoners en werknemers. Gezien de conserverende aard van onderhavig bestemmingsplan levert dit geen strijdigheden op ten aanzien van dit streven. Daarnaast zijn er geen strijdigheden met het provinciale en gemeentelijke beleid met betrekking tot het plangebied vanwege de hoofdzakelijk conserverende aard van het plan. Getracht wordt de bestaande identiteit en het karakter van het plangebied te behouden. De kernbegrippen zijn 'kwaliteit', 'kwaliteitsverbetering' en ‘kwaliteitsbescherming’, waarbij duurzaamheid en een sterke economie nagestreefd wordt.
Hoofdstuk 2
30
3.
INVENTARISATIE EN ANALYSE 3.1 Historie 3.1.1 Ontstaan en ontwikkeling De stad Goes is ontstaan als agrarische kern voordat op Zuid-Beveland in de twaalfde eeuw de dijken zijn aangelegd. De bedijking volgt op de stormvloed van 1134, waarbij de Oosterschelde onderdeel wordt van de Scheldemonding en ook ten noorden van Goes gebieden inunderen. Een van de inbraakkreken wordt later omgevormd tot de Goese haven. De stad heeft zich ontwikkeld rond het bij de agrarische kern gelegen voormalig slot Oostende waarvan een stimulerende werking uitgaat en rond de haven. De economische basis voor de groei van de nederzetting is voornamelijk gelegen in de marktfunctie voor agrarische producten uit de regio. Ook de zoutnering en de meerkrapnijverheid hebben daartoe bijgedragen. Kort na 1400 verkrijgt Goes stadsrechten en wordt een omwalling aangelegd. De vijftiende eeuw is voor de stad een periode van bloei. Zij krijgt onder andere het privilege van een vrije jaarmarkt. De bouw van de voorgangster van de Maria Magdalenakerk komt in 1423 gereed. In het midden van de eeuw wordt een nieuw havenkanaal gegraven. Aan de zuidoostzijde van de stad en langs de havendijken ontstaat bebouwing buiten de wallen. In de tweede helft van deze eeuw wordt aan de Korenmarkt, de huidige Grote Markt, een stadhuis gebouwd. De onderbouw van de toren daarvan markeert nog steeds een hoek van het marktplein.
De Maria Magdalenakerk wordt vergroot. Het begin van de zestiende eeuw is voor Goes een periode van neergang. Stormvloeden veranderen het beeld van Zeeland grondig. Een groot deel van oostelijk Zuid-Beveland verdwijnt blijvend onder water. De omvang van de bevolking van Goes neemt door epidemieën en vertrekoverschotten sterk af. In 1554 legt een stadsbrand driekwart van de stad in as. Alleen de noordwestelijke hoek blijft geheel onbeschadigd. Bij de herbouw trekt de stad een aantal afgebrande huizen om ter verwijding van nauwe straten. Het laatste kwart van de zestiende eeuw komt de stad opnieuw tot bloei. De omwalling wordt gemoderniseerd, waarbij ook de buitendijkse havenbebouwing binnen de omwalling getrokken wordt. In 1594 wordt de Nieuwstraat aangelegd. Na de aanleg van de nieuwe Beestenmarkt wordt de oude Beestenmarkt tot Vlasmarkt bestemd. Na een brand in 1618 wordt het schip van de Maria van Magdalenakerk vernieuwd. In het midden van de zeventiende eeuw wordt een nieuw havenkanaal gegraven, ter vervanging van de bochtige, steeds sterker verlandende havenmonding uit de vijftiende eeuw. Het openhouden van de havenmonding blijft echter een probleem en in de tweede helft van de achttiende eeuw verlandt de haven opnieuw.
Met het vervallen van de functie van de vestingwerken, de komst van de spoorweg en de industriële ontwikkeling van de negentiende eeuw worden ook nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen ingezet, waarvan de vergraving en afgraving van de wallen, de uitbreiding van de stad daarbuiten, de aanleg van de Van der Spiegelstraat en de intensivering van het gebruik van tot dan open randgebieden binnen de omwalling de belangrijkste zijn. Het ruimtelijke structuurbeeld van de oude stad wordt nog steeds in sterke mate bepaald door een aantal open ruimten: de haven met aaneengesloten bebouwde kaden, de lager, landinwaarts gelegen marktpleinen en het voormalig kerkhof. Samen met de verbindingsstraten tussen deze elementen, de
Hoofdstuk 3
31
’s-Heer Hendrikskinderenstraat als oude toegangsweg tot de stad en de St. Jacobsstraat als onderdeel van de rond de haven geconcentreerde bebouwing vormen deze voor Goes zo kenmerkende grote open ruimten het stadsgedeelte, waar het historisch ruimtelijk karakter nog steeds van grote waarde is. Het stratenpatroon en de bebouwingsschaal van grote delen van het overige gebied binnen de singels dragen bij tot de ruimtelijke samenhang en de historische waarden van de oude stad. Aan de randen van de stad is die waarde wat geringer als gevolg van vergraving en afgraving van de stadswallen, demping van delen van de stadsgracht, bebouwing van voorheen open gebieden langs de binnenzijde ervan en sanering in het noordwestelijk stadsgedeelte.
Figuur 3.1: Kaart Goes, circa 1698
Hoofdstuk 3
32
Figuur 3.2: Kaart Goes, circa 1913
3.1.2 Beschermd stadsgezicht Goes Op 7 oktober 1982 werd het beschermd stadsgezicht Goes aangewezen. Het omvat de oude stadskern en heeft betrekking op het gebied binnen de singels. De historische binnenstad van Goes heeft een bijzonder hoge cultuurhistorische waarde. Praktisch de gehele binnenstad, en daarmee een groot deel van het plangebied, is daarom aangewezen als beschermd stadsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988 (vanaf 1 juli 2016 is Erfgoedwet hier verantwoordelijk voor). Hiervan zijn het Molenplein en de Zaagmolenstraat uitgezonderd. De Vlasmarkt, Grote Markt en de Beestenmarkt vormen de open ruimten die het historisch beeld van de binnenstad belichamen. Historisch stadspark “de Veste” (Rijksmonument) maakt hier ook onderdeel van uit. De ruimtelijke structuur van de oude kern van Goes wordt gekenmerkt door een aantal grote open ruimten, waaronder drie rechthoekige marktpleinen en een kerkhof binnendijks en een havenkom buitendijks. De historische samenhang van deze ruimten is in de loop der tijd niet wezenlijk gewijzigd. De historische betekenis ervan voor de vanouds als regionale markt functionerende stad is ook in de ruimtelijke opbouw en het bebouwingsbeeld nog steeds herkenbaar.
De aanwijzing van de oude kern van Goes als beschermd stadsgezicht heeft vanwege de sterke structurele samenhang van de oude stad betrekking op het gehele stedelijke gebied binnen de singels. Alleen daar, waar door nieuwe structuurelementen die samenhang in essentie verstoord is, wijkt de omgrenzing van de historische grens van de oude stad af.
Hoofdstuk 3
33
De waarde van de bescherming van de binnenstad van Goes is met name gericht op de volgende elementen: het patroon van straten en waterlopen; de profilering en inrichting van de openbare ruimte; de afmetingen en vormgeving van bebouwing. Zones beschermd gebied Omdat de waarde, waarop de bescherming gericht is, voor diverse gedeelten van het oude stadsgebied sterk uiteenloopt, is het beschermde gebied in drie zones onderverdeeld: Zone A De gebieden in deze zone zijn van belang vanwege het patroon van straten en waterlopen in samenhang met de profilering en inrichting van de openbare ruimte en de afmetingen en vormgeving van de bebouwing, waaronder vele concentraties van monumenten.
De volgende bijzondere kenmerken worden onderscheiden: concentratie van monumenten en beeldbepalende panden in een entourage die als geheel de eigen identiteit van de Goese binnenstad definieert; stedenbouwkundig patroon van straten en pleinen mede bepaald door de haven; profilering en inrichting van de openbare ruimte; situering, afmetingen en vormgeving van de bebouwing waaronder zeer karakteristieke monumenten en individueel herkenbare identiteit van de gevels in de gevelwanden; samenhang in de maatvoering tussen de gevels horizontaal (percelering), verticaal (gevelhoogte) en de openbare ruimte; Zone B De volgende bijzondere kenmerken worden onderscheiden: regelmaat van beeldbepalende panden en gebouwen met ondersteunende beeldkwaliteit; stedenbouwkundig patroon van straten en andere ruimten in relatie tot de haven, vroegere vestigingswal en singels; profilering en inrichting van de openbare ruimte; situering en afmeting van de bebouwing, waaronder concentraties van monumenten; individueel herkenbare identiteit van de gevels in de gevelwanden; samenhang in de maatvoering tussen de gevels horizontaal (percelering), verticaal (gevelhoogte) en de openbare ruimte; Zone C De gebieden in deze zone zijn van belang vanwege het patroon van straten en waterlopen in samenhang met de schaal van de bebouwing.
De volgende bijzondere kenmerken worden onderscheiden: stedenbouwkundig patroon van straten, pleinen en de groene ruimte in relatie ook met de vroegere vestingwal en singels; profilering en inrichting van de openbare ruimte; samenhang in maatvoering tussen de gevels horizontaal (percelering), verticaal (gevelhoogte) en de openbare ruimte. Daarbij is de omschrijving van zone C van toepassing op het gehele beschermde gebied. De bijzondere belangen in de zones A en B worden hierna nader aangeduid.
Hoofdstuk 3
34
Zone A Zone B
Zone C
Figuur 3.3: Kaart ligging en begrenzing Beschermd Stadsgezicht Goes met zonering
Nadere typering te beschermen waarden De hoofdelementen in de ruimtelijke structuur van de binnenstad van Goes zijn de haven met kaden en, ten zuiden daarvan gelegen, de markten en het kerkhof van de grote of Maria Magdalenakerk. Van grote betekenis zijn de hoogteverschillen tussen de oorspronkelijk buitendijks gelegen havenkaden en de erachter gelegen stad.
Hoofdstuk 3
35
In het stratenpatroon van de stad domineren de noord-zuid georiënteerde straten. De dwarsstraten zijn over het algemeen van ondergeschikte betekenis. Het beloop van de meeste straten is weinig strak, de breedte varieert geleidelijk. Een uitzondering daarop vormt de Nieuwstraat, die juist gekenmerkt wordt door de sobere, rationele opzet van stedelijke uitbreidingen uit de late 16e en 17e eeuw. Een aantal straten hebben vanouds gediend als achterstraat en functioneren nog als zodanig. De Sint Jacobstraat neemt in dat opzicht een bijzondere plaats in als enkelzijdig bebouwde achterstraat. De stadsgracht en de nog resterende gedeelten van de stadswal markeren nog duidelijk de historische stadsrand. De ruimtelijke en groene betekenis is vooral gelegen in de hoofdvorm en de grote maat van water en de taluds van de wal. Een bijzonder accent vormt de korenmolen “De Koornbloem” uit 1801, gelegen op een voormalig bastion als afsluiting van het ruimtelijk beeld vanuit Nieuwstraat en ’s-Heer Hendrikskinderenstraat. Na het vervallen van de vestingfunctie en het vergraven van gedeelten van de wal is de daar opgerichte bebouwing georiënteerd op de singels.
Van groot belang voor de ruimtelijke waarde van de stad is de aaneengesloten wijze van bouwen, waardoor grote maatverschillen tussen markt en straat maar ook kleine wijzigingen in straatbeeld zeer sterk spreken en waardoor het karakterverschil tussen openbare en niet openbare ruimten versterkt wordt. De bebouwingsschaal binnen zone C is vrij gevarieerd. De hoogte van de bebouwing langs de meeste straten is verder tamelijk homogeen. Het beschermingsbelang is met name gelegen in deze variatie, die voortvloeit uit een anders geaard gebruik van de stedelijke ruimte dan in de kern en in de relatie van de schaal van de bebouwing in zone C met de bebouwingsschaal in de kern van het beschermde gezicht (zones A en B). In enkele gedeelten van zone C is het beschermingsbelang beperkter van aard dan de hiervoor gegeven typering. Het noordoostelijk bolwerk is met name vanwege de ruimtelijke betekenis van de boombeplanting in de tuinen achter de panden aan de Albert Joachimkade binnen het beschermde stadsgezicht opgenomen. In het gesaneerde gedeelte van Binnenstad-Noord is vooral de herkenbaarheid van de historische stadsrand (taluds, bastion, molenbolwerk) van belang. Langs het vergraven gedeelte van de Westwal beperkt het beschermingsbelang zich tot de stadsgracht en de groene ruimte. In het algemeen is de relatie in ruimtevorming en schaal met de verdere binnenstad belangrijk.
De kern van het beschermde stadsgezicht wordt gevormd door de Grote Markt, de haven en de verbindingsstraatjes daartussen, de Korte Kerkstraat en de aanzet van de Lange Kerkstraat. Centraal element in de stad is de Grote Markt, een bijna rechthoekig plein, dat door zijn aaneengesloten, in hoogte weinig variërende, bebouwing van overwegend drie bouwlagen en een kap, een stedelijke allure heeft. De zuidelijk pleinwand wordt beheerst door het in oorsprong gotische, in 1771 in rococostijl verbouwde stadhuis, op de achtergrond waarvan de forse massa en de rijke gevel van het noordelijk transept van de grote of Maria Magdalenakerk en, vanaf een gedeelte van het plein, de toren van de uit 1906 daterende Rooms-katholieke kerk het ruimtelijk beeld mede bepalen. De voortzetting van de bebouwing langs de Grote Markt in de Korte Kerkstraat en het begin van de Lange Kerkstraat is wat kleiner van schaal, maar zeer monumentaal van karakter. De breedte varieert tussen de vier en zeven meter, de bouwhoogte blijft beneden de drie bouwlagen, de vrij steile kappen staan haaks op de straat. De achter het stadhuis gelegen bebouwing aan de Kerkstraten is aanzienlijk minder monumentaal en aan de Korte Kerkstraat eerder te klein dan te groot van schaal.
Het overgangsgebied tussen de markten en de haven wordt gekenmerkt door vrij sterk oplopende straatjes van de drie markten naar de Magdalenastraat en daar niet direct op aansluitende straatjes van de Magdalenastraat naar de haven. De relatie tussen de markten en de haven is weinig uitgesproken, wekt daardoor de indruk niet van erg grote betekenis te zijn geweest, maar is juist om die reden
Hoofdstuk 3
36
ruimtelijk erg boeiend. De bebouwing is opgebouwd uit vrij smalle panden van merendeels twee bouwlagen. De haven is de grootste stedelijke ruimte in de oude kern van Goes. Door een sterke richtingsverdraaiing van het havenkanaal vanaf de rand van de oude stad naar de havenkom bij de Turfkade en door bebouwing van de kaden ter weerszijden van het kanaal juist voor de aanzet van de bocht vormt het laatste gedeelte van de haven zowel bij de aanzet van de bocht als bij de havenkom grote, duidelijk begrensde ruimten die via een smallere schakel in elkaar overlopen. Het zijn de bijzondere ruimtelijke vorm, de kwaliteit van opbouw en inrichting van de verschillende profielen van de havenruimte en het rijke monumentale karakter van de bebouwing langs de haven in onderlinge samenhang, waaraan de haven zijn grote waarde ontleent. De bebouwing bestaat overheersend uit smalle panden van twee tot drie bouwlagen met een steile kap haaks op de straat. De bebouwing van de Kleine Kade is wat kleiner van schaal. Langs de Bierkade en Grote Kade staan een aantal brede panden. De bebouwing langs de Turfkade is door de situering op de kop van de havenkom, de afwisseling van lijst- en trapgevels, de samenhang van gevelopbouw en bekapping en haar grote monumentaliteit van unieke betekenis voor het beeld van de haven in Goes.
Aan de noordoostzijde wordt de havenruimte afgesloten door voorname, uit twee hoge bouwlagen bestaande midden-negentiende-eeuwse bebouwing met een strakke gevelopbouw, deels met een zeer flauw hellend dak en door houten loodsen met steile pannendaken, die aan de oorspronkelijke bedrijfsfunctie van dit gebied herinneren. De in zone B opgenomen straten en ruimten vormen een kenmerkend onderdeel van de structuur van Goes. De Vlasmarkt, de Beestenmarkt en het voormalig kerkhof, de Singelstraat, vormen met de Grote Markt en de haven de open ruimten die het karakter van Goes bepalen. Het bebouwingsbeeld langs de Vlasmarkt en de Beestenmarkt is duidelijk kleiner van schaal dan dat langs de Grote Markt. De bebouwingshoogte is niet meer dan één tot twee bouwlagen. Langs de Vlasmarkt is de nokrichting afwisselend en is een hoogte van één bouwlaag een uitzondering. Langs de Beestenmarkt is die hoogte gebruikelijker en domineren langskappen, kenmerk voor de secundaire betekenis van het plein in de periferie van het centrum. De ruimte rond de Grote of Maria Magdalena kerk wordt gedomineerd door een aantal grote gebouwen, waaronder de Rooms-katholieke kerk en het voormalige burgerweeshuis. De profilering en inrichting van de ruimte heeft weinig relatie met de historische betekenis van de plek en de aard van de aanliggende bebouwing.
De Ossenhoofdstraat is met name van belang vanwege het typische karakter van achterstraat, met bebouwing voor opslag- en bedrijfsdoeleinden van één tot twee bouwlagen, en vanwege de historischruimtelijke waarde van de achterzijde van de bebouwing van de Turfkade, waarin door de geringe kaveldiepte de onderling verspringende achtergevels in sterke mate het ruimtelijk beeld bepalen. De ’s-Heer Hendrikskinderenstraat is een oude uitvalsweg. Het smalle straatprofiel en de lichte krommingen zijn kenmerkend voor de straat. Het bebouwingsbeeld wordt beheerst door gepleisterde vrij smalle panden van twee bouwlagen en een kap haaks op de straat. Markant is de overgang van de ’sHeer Hendrikskinderenstraat naar de Turfkade via twee kleine in een helling gelegen driehoekige ruimten, waarin de richtingverdraaiing van straat en kade wordt opgevangen. De Sint Jacobstraat functioneert aan de noordzijde als achterstraat. Evenals de Ossenhoofdstraat zijn ook hier de achtergevels van de havenbebouwing medebepalend voor het ruimtelijk beeld. De straat is sterk gebogen en loopt van de Blauwe Steen naar de Pijntorenstraat iets af. De hoogte van de bebouwing loopt op van één tot twee bouwlagen met een kap langs de noordzijde tot twee tot drie bouwlagen met een kap aan de zuidzijde van de straat. De steile daken zijn door het gebogen beloop van de straat medebepalend voor de beleving van de straat.
De nokken draaien voornamelijk evenwijdig
Hoofdstuk 3
37
aan de straat aan de noordzijde naar haaks daarop aan de zuidzijde. Erg brede panden komen langs de Sint Jacobstraat niet voor. Vertaling naar bestemmingsplan De zonering van het beschermd stadsgezicht is vertaald in de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Binnen deze dubbelbestemming zijn drie verschillende aanduidingen 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorie A/B/C' opgenomen, ieder met een specifieke regeling voor elke zone. In deze dubbelbestemming zijn enkele nadere regels gesteld ter waarborging van de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht. 3.1.3 Beschermd stadsgezicht Oostsingel Het beschermd stadsgezicht Oostsingel is op 5 december 2007 aangewezen als beschermd stadsgezicht. De aanwijzing is gericht op een strook van de aangrenzende bebouwing van de Oostsingel uit de periode van circa 1850-1940. In vergelijking met de meeste overige singelbebouwing van Goes waar naoorlogse ontwikkelingen hebben plaatsgevonden, zijn hier de oorspronkelijke structuur en bebouwing nog in grote mate aanwezig. De ruimtelijke hoofdstructuur van het gebied wordt bepaald door de langs de Oostvest slingerende Oostsingel met aan de buitenzijde hiervan een min of meer gesloten gevelwand, die voornamelijk bestaat uit burgerwoningen. De stedenbouwkundige structuur kwam tot stand naar aanleiding van de herontwikkeling van de geslechte vestingwerken.
Voornamelijk deze structuur is bepalend voor dit gebied. De Beatrixlaan en Zonnebloemstraat sluiten vrijwel loodrecht aan op de singel. De westzijde van de begrenzing sluit aan op de oostzijde van het bestaande beschermd stadsgezicht Goes. De overige begrenzingen worden gevormd door de perceelsgrenzen van de woningen aan de Oostsingel. De Oostsingel is in structureel opzicht, als waardevol hoofdkenmerk, van groot belang voor het gezicht. De vrijwel aaneengesloten bebouwing aan de Oostsingel wordt gekarakteriseerd door een afwisselende verschijningsvorm van de woningen. De bebouwing bevat één tot twee bouwlagen met een kap en is overwegend uitgevoerd in baksteen. Vooral in het meest noordelijke deel liggen de panden direct aan het trottoir, terwijl meer naar het zuiden de panden overwegend zijn voorzien van voortuinen.
Hoofdstuk 3
38
Figuur 3.4: Kaart ligging en begrenzing Beschermd Stadsgezicht Oostsingel
Vertaling naar bestemmingsplan De zonering van het beschermd stadsgezicht Oostsingel is vertaald in de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ met de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorie D'. In deze dubbelbestemming zijn enkele nadere regels gesteld ter waarborging van de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht Oostsingel. 3.1.4 Monumenten Binnen het plangebied zijn diverse Rijksmonumenten gelegen, zie onderstaande tabel. Tabel 3.1: Rijksmonumenten
Adres Albert Joachimikade 2/4/6/8 Albert Joachimikade 3 Albert Joachimikade 5 Albert Joachimikade 7/9
Hoofdstuk 3
Adres Grote Markt 36 J. Antonides van de Goeskade 59 J. Antonides van de Goeskade 69 J. Antonides van de Goeskade 71
39
Albert Joachimikade 11 Albert Joachimikade 13
J. Antonides van de Goeskade 73
Albert Joachimikade 17/19/21/23 Beestenmarkt 1 Beestenmarkt 3 Tegenover Beestenmarkt 13 (pomp)
Kademuren Tegenover Keizersdijk 34 (Stenenbrug) Keizerstraat 1 Kleine Kade 13 Kleine Kade 15 Kleine Kade 21 Kleine Kade 27 Kleine Kade 29 Kleine Kade 31 Kleine Kade 35 Kleine Kade 37/39 Kleine Kade 43 Kleine Kade 45/47 Koningstraat 4 Bij Koningstraat 6 (poort) Koningstraat 7 Korte Kerkstraat 3 Korte Kerkstraat 5 Korte Kerkstraat 7 Korte Kerkstraat 9 Korte Kerkstraat 11 Korte Kerkstraat 13 Korte Kerkstraat 15 Kreukelmarkt 3 Bij Kreukelmarkt 9 (poort) Lange Kerkstraat 4/6 Lange Kerkstraat 8 Lange Kerkstraat 10 Lange Kerstraat 16 Lombardstraat 4 Nieuwstraat 2 Nieuwstraat 4 Nieuwstraat 6 Nieuwstraat 28 Omwalling (vesten en wallen) Oostsingel 92 Oostsingel 118 Oostsingel 154/156 Turfkade 1 Turfkade 2 Turfkade 3 Turfkade 5 Turfkade 7 Turfkade 9
Bierkade 3 Bierkade 5 Bierkade 9/Koningstraat 1 Blaauwe Steen 3 D.D. van de Boutstraat 10/12/14 D.D. van de Boutstraat 2/4/6/8 Grote Kade 2 Grote Kade 4 Grote Kade 6/6a Grote Kade 8
Grote Kade 10 Grote Kade 12 Grote Kade 20 Grote Kade 22 Grote Kade 26 Grote Kade 28 Grote Kade 30 Grote Kade 36 Grote Kade 44 Grote Markt 3 Grote Markt 4 Grote Markt 5 Grote Markt 8 Grote Markt 10 Grote Markt 14 Grote Markt 16 Grote Markt 17 Grote Markt 19 Grote Markt 20 Grote Markt 21 Grote Markt 23 Grote Markt 26 Grote Markt 28 Grote Markt 34 Opril Grote Markt 1 Opril Grote Markt 4 Opril Grote Markt 5 Opril Grote Markt 8 Opril Grote Markt 9 Opril Grote Markt 10
Hoofdstuk 3
J. Antonides van de Goeskade 75
40
Opril Grote Markt 11 Oude Vismarkt 2 Paardeweg 8 Ravelijn de Groene Jager 5 Rijfelstraat 1 Rozemarijnstraat 1 's-Heer Hendrikskinderenstraat 1 ’s-Heer Hendrikskinderenstraat 3 Tegenover ’s-Heer Hendrikskinderenstraat 14 (pomp) ’s-Heer Hendrikskinderenstraat 42 Schuttershof 34 Singelstraat 2 Singelstraat 5 Singelstraat 7 Singelstraat 9 Singelstraat 11 Singelstraat 13 St. Jacobstraat 2 St. Jacobstraat 9 St. Jacobstraat 12 St. Jacobstraat 13 St. Jacobstraat 15 St. Jacobstraat 16 St. Jacobstraat 18 St. Jacobstraat 40 St. Jacobstraat 52 St. Jacobstraat 54
Turfkade 11 Turfkade 13 Turfkade 15 Turfkade 17 Van de Spiegelstraat 4 Van de Spiegelstraat 51 Van de Spiegelstraat 57 Vlasmarkt 1 Vlasmarkt 3 Vlasmarkt 9 Vlasmarkt 18 Westwal 2 Westwal 4 Westwal 6 Wijngaardstraat 3 Wijngaardstraat 4 Wulfaertstraat 2 Zusterstraat 11 Zusterstraat 13 Zusterstraat 9a
Verder is er sprake van één gemeentelijk monument, de werf gelegen aan de Albert Joachimikade 16-1. Vertaling naar bestemmingsplan Rijksmonumenten zijn van rijkswege reeds beschermd. De bescherming van het gemeentelijk monument is reeds geregeld in de gemeentelijke Erfgoedverordening. Zodoende zijn de monumenten voldoende beschermd. 3.1.5 Molenbiotoop In het noorden van het plangebied ligt molen 'De Koornbloem'. De Koornbloem is de enige overgebleven molen van de elf molens die Goes ooit telde. Aan de noordzijde van de molen is een garage aangebouwd met daarnaast een woonhuis. Op de plaats van deze woning werd in 1809 een roskorenmolen gebouw, die omstreeks 1867 plaats maakte voor het eerste woonhuis. Het huidige woonhuis is in 1939 gebouwd. Rond 1850 bleek de molen belast met een eeuwigdurende erfpacht van 150 gulden per jaar ten gunste van de gemeente Goes. De maalinrichting omvat een buil, graanschonings- en mengmachine, evenals twee elevators en een hijsinrichting voor de zakken; ook heeft deze molen vroeger nog een pelsteen gehad.
Hoofdstuk 3
41
De nog aanwezige 30 PK elektromotor uit de Tweede Wereldoorlog dreef bij windstilte alle machines en elevatoren aan. In een apart pakhuis waren tot 1967 ook nog een door een elektromotor aangedreven haverpunter en reinigingsmachine aanwezig. In 1970 werd de molen gerestaureerd. Het dakleer van de kap, delen van de staart en stelling werden toen vernieuwd. Tevens maakte het systeem Van Riet op de binnenroede weer plaats voor Oudhollands hekwerk. In 1995/96 vond wederom een grondige restauratie plaats van het metselwerk, de stelling, de staartbalk en schoren, alle zolders en een deel van het drijfwerk. In september 2002 volgde een ingrijpende rechtzetting: het langzaam wegzakken van de wal waarop de molen staat had voor een te grote scheefstand gezorgd. Vertaling naar bestemmingsplan Met het opnemen van de molenbiotoop voor molen 'De Koornbloem' in het bestemmingsplan wordt de werking van deze molen beschermd.
3.2 Plangebied en omgeving 3.2.1 Omgeving Goes Gelegen op Zuid-Beveland wordt het gebied rondom de stad Goes gekenmerkt door een overwegend agrarisch landschapsbeeld. Overal is de karakteristieke Zeeuwse identiteit van rust en ruimte te aanschouwen. Overigens zijn de agrarische kavels aan de noordkant van de stad door ruilverkaveling over het algemeen groter dan kavels elders in de omgeving. In de directe omgeving van de stad Goes liggen een aantal dorpen met een eveneens rustiek en open karakter. Zo liggen hier de relatief kleine dorpen Wilhelminadorp, 's-Heer Hendrikskinderen en Kattendijke. Iets groter, maar eveneens landelijk is het net onder de zuidelijke gemeentegrens gelegen 's-Gravenpolder. Kloetinge, dat door wederzijdse uitbreidingen Goes steeds dichterbij ziet komen, heeft het landelijke karakter gedeeltelijk verloren, maar heeft mede door een groene buffer nog altijd een eigen identiteit weten te behouden. Historisch gezien is de verbinding met het water altijd belangrijk geweest voor Goes, zowel ter bescherming (vesten) als voor de handel. Ook nu nog is Goes door middel van een kanaal met de Oosterschelde verbonden, wat een duidelijke impact heeft op het landschap. Tegenwoordig wordt deze vaarroute, mede door de verminderde activiteit op het Havengebied Goes en de aanleg van een jachthaven, steeds meer voor recreatieve doeleinden gebruikt.
Belangrijke elementen in het omringende landschap zijn verder de snelweg A58 en de spoorlijn Vlissingen - Roosendaal, die het Zeeuwse landschap horizontaal doorsnijden. Zowel historisch als economisch gezien is de binnenstad van Goes een belangrijk deel van de stad. Deze zorgt mede voor de regionale betekenis en een uitstraling tot ver buiten de gemeentegrenzen. Het biedt het plaats aan de sociale, culturele en economische (winkel)activiteiten van onze samenleving. Hierdoor liggen er vele relaties tussen de binnenstad en andere gebieden, zowel binnen als buiten de gemeente.
Hoofdstuk 3
42
3.2.2 Binnenstad en omgeving Zoals ook uit de historische analyse van het gebied blijkt, zijn de vesten belangrijk voor de binnenstad van Goes. Zij zijn bepalend geweest voor de ontwikkeling van Goes, zowel functioneel als ruimtelijk en vormen dan ook nu nog de grenzen van de binnenstad. Binnenstad-Noord vormt samen met Binnenstad-Centrum (de binnenstad van Goes) een ruimtelijke eenheid binnen de stadsvesten. Binnenstad-Zuid, het gebied tussen de Oostvest en de spoorlijn, behoort in ruime zin ook tot de binnenstad. Waar in Binnenstad-Centrum voornamelijk de historische bebouwing en winkels het straatbeeld bepalen, is Binnenstad-Noord veel meer aan te wijzen als een woongebied. Buiten de grenzen van de binnenstad zijn vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw de eerste uitbreidingen gebouwd. Begin twintigste eeuw werden deze uitbreidingen steeds meer planmatig van aard. De eerste uitbreidingen bevinden zich vooral ten oosten en ten westen van het centrum. De ringweg maakt de wijken tot een ruimtelijke eenheid. Nieuwer zijn de uitbreidingswijken ten noorden van de Ringbaan-West, zoals Noordhoek en de Goese Polder, welke tussen 1970 en 1990 gebouwd zijn. Tussen deze twee woonwijken, en dus direct boven het centrum ligt het steeds minder gebruikte Havengebied Goes. Het havengebied wordt getransformeerd. In het noordelijke en westelijke deel wordt een woongebied ontwikkeld.
In de rest staat een combinatie van wonen en werken centraal. Binnenstad-Zuid behelst het gebied tussen de Oostvest en de spoorlijn. De komst van de spoorlijn is zowel functioneel als voor een deel ruimtelijk bepalend geweest voor de ontwikkeling van Goes en Binnenstad-Zuid in het bijzonder. Binnenstad-Zuid is voornamelijk te karakteriseren als een woongebied. Daarnaast komen ook grote objecten en voorzieningen voor. Binnenstad-Zuid was het gebied waar de eerste planmatige uitbreiding buiten de grenzen van de oude binnenstad gebouwd werd. De direct rond de binnenstad gelegen Westsingel, Westwal, Piet Heinstraat en Wulfaertstraat vormen het overgangsgebied tussen het centrum en de latere uitbreidingswijken. In het functioneren en beleven van de stad neemt deze ‘schil’ een belangrijke positie in. Niet alleen vormt het een uitwisselingszone tussen de verschillende stadsdelen, het vormt ook het visitekaartje van de stad. Het gebied kent een multifunctionele invulling. Ten zuiden van het plangebied, aan de overzijde van het spoor, wordt de structuur van grootschalige objecten voortgezet in het Stationspark. Het stationsgebied heeft een belangrijke functie als één van de centrale entrees van de stad. Aan de oostzijde grenst het gebied aan de (woon-)bebouwing van Goes-Oost.
Hoofdstuk 3
43
Figuur 3.5: Luchtfoto Binnenstad Goes
3.3 Functionele opbouw van het gebied Het plangebied betreft grotendeels de historische binnenstad van Goes is onder te verdelen in drie delen: Binnenstad-Noord, Binnenstad-Centrum en Binnenstad-Zuid. Binnenstad-Noord behelst een gebied van ongeveer 25 hectare en vormt samen met Binnenstad-Centrum (de binnenstad van Goes) een ruimtelijke eenheid binnen de stadsvesten. Binnenstad-Zuid, het gebied tussen de Oostvest en de spoorlijn, behoort in ruime zin ook tot de binnenstad en behelst een gebied van ongeveer 24 hectare. Waar in Binnenstad-Centrum voornamelijk de historische bebouwing en winkels het straatbeeld bepalen, is Binnenstad-Noord veel meer aan te wijzen als een woongebied. Buiten de grenzen van de binnenstad zijn vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw de eerste uitbreidingen gebouwd.
Hoofdstuk 3
44
Figuur 3.6: Functiekaart (d.d. oktober 2018)
3.3.1 Binnenstad-Noord In de binnenstad van Goes zijn verschillende gebieden aan te wijzen met een eigen functie. Het zuidelijke deel van het gebied binnen de stadsvesten is grotendeels te typeren als winkelgebied, terwijl in het noordelijke deel van de binnenstad, Binnenstad-Noord, wonen de toonaangevende functie is. Wat de functie wonen betreft kan hier onderscheid gemaakt worden tussen een twintigste-eeuws en een historisch deel. Het nieuwere deel, de M. Smallegangesbuurt, is geheel bestemd voor wonen, terwijl het historische deel naast de hoofdfunctie 'wonen' plaats biedt aan verscheidene andere, kleinschalige functies. Vrijwel overal geldt dat indien een pand een andere functie heeft dan 'wonen’, boven deze functie vaak nog wel gewoond wordt en veelal zijn de oorspronkelijke gevels behouden of zijn de huidige gevels hierop gebaseerd. Detailhandel is nog spaarzaam vertegenwoordigd. Dit wordt afgebouwd. Er zijn ook diverse maatschappelijke en culturele voorzieningen, horeca, bedrijvigheid, commerciële dienstverlening en beroepen-aan-huis aanwezig. De meeste functies bevinden zich in het historische deel van BinnenstadNoord, maar ook rond het Molenplein bevinden zich een aantal voorzieningen. Overigens is binnen
Hoofdstuk 3
45
Binnenstad-Noord een duidelijk patroon te zien in de ruimtelijke verspreiding van de functies. Globaal gezien liggen deze allen langs de invalswegen (J. Antonides v.d. Goeskade, Nieuwstraat, 's-Heer Hendrikskinderenstraat, Westwal), langs de kades (Turfkade, Keizerstraat, Kleine Kade) of rondom en nabij de aanwezige pleinen (Beestenmarkt, Opril Beestenmarkt, Molenplein, Houttuinen). Dit patroon is te verklaren door te constateren dat een goede bereikbaarheid en een gunstige ligging t.o.v. andere functies van groot belang zijn. Direct rond de binnenstad vormen de Ringbaan-West, de Westsingel, Westwal, Piet Heinstraat en Wulfaertstraat de zogenaamde 'schil', het overgangsgebied tussen het centrum en de latere uitbreidingswijken. Het gebied heeft van oudsher een multifunctionele invulling gehad, omdat functies die geen plaats konden vinden in de binnenstad hier zijn neergestreken. Na de Tweede Wereldoorlog hebben bedrijven die overlast veroorzaakten zich geleidelijk verplaatst naar speciaal daarvoor ingerichte bedrijventerreinen. Ruimtevragende detailhandelsbedrijven hebben de vrijkomende ruimte ingenomen. In de huidige situatie in Binnenstad-Noord zijn vooral de supermarkt op het Molenplein en het complex van Huize Den Berg aan de Nieuwstraat voorbeelden van functies -waar in het centrum geen plaats voor was- die nu hier een locatie gevonden hebben.
3.3.2 Binnenstad-Centrum In de binnenstad zijn verschillende gebieden aan te wijzen met een eigen hoofdfunctie. Het centrale deel van de binnenstad is grotendeels te typeren als winkelgebied. Hierbij kan, qua ruimtelijk beeld, onderscheid worden gemaakt tussen een historisch deel en een modern deel. Het historische winkelgebied is gelegen tussen de Lange Kerkstraat en de Lange Vorststraat, met als uitlopers de Gasthuisstraat, Magdalenastraat, Sint Adriaanstraat, Ganzepoortstraat, Keizersdijk en de Kreukelmarkt. Dit gebied wordt gekenmerkt door het kleinschalige karakter van de bebouwing, straten en stegen. De bebouwing in dit gedeelte is behalve kleinschalig ook zeer divers van aard. In de zone Dam-Schuttershof-Bekhof-Kolveniershof-Bleekveld ligt een winkel- en kantorengebied met een moderner en grootschaliger karakter. De bebouwing in dit gebied is groot van schaal en wordt met enige regelmaat afgewisseld met parkeerterreinen. Tussen de twee winkelgebieden ligt het monumentale hart ingeklemd. Dit gebied tussen de Wijngaardstraat, Sint Adriaanstraat, Korte Kerkstraat en Zusterstraat is zeer divers van aard. Langs de Zusterstraat en Singelstraat is voornamelijk sprake van een grootschalig karakter. De twee kerken in dit gebied zijn zeer beeldbepalend. Tussen de Oude Vismarkt, Grote Markt, Vlasmarkt, Ossenhoofdstraat en Achterhaven ligt het historische havengebied.
Dit gebiedje heeft een geheel eigen karakter/ sfeer. Beeldbepalend is de historische haven, die in zuidwestelijke richting de stad in steekt, met haar kades en statige panden. Maar ook het aansluitende gebied is door de aanwezige hoogteverschillen, de historische bebouwing aan gebogen straten, de (zeer) smalle stegen en achterstraten zeer karakteristiek. In het historische havengebied is de woonfunctie het meest voorkomend. Winkels en horeca komen regelmatig voor. Vooral de horeca bepaalt ’s zomers voor een deel het straatbeeld, vanwege de aanwezige terrassen van enkele restaurants. In het noordelijke deel van de binnenstad is wonen de toonaangevende functie. Evenals in het winkelgebied kan hier onderscheid worden gemaakt tussen een historisch en meer modern gedeelte. Het
Hoofdstuk 3
46
historische woongebied tussen de Westwal, Beestenmarkt, Ossenhoofdstraat en ’s-Heer Hendrikskinderenstraat is net als de andere historische delen van de binnenstad erg kleinschalig van aard. De orthogonale structuur is ook hier duidelijk aanwezig. Het meer moderne woongebied, ten noorden van het havengebied, heeft de karakteristieken van zogenaamde stadsvernieuwing. De structuur breekt enigszins met de orthogonale structuur van het historische gedeelte van de binnenstad. Ondanks het meer planmatige karakter van deze woonwijk is de fijnmazige structuur en het kleinschalige karakter wel doorgezet in dit gebied.
Figuur 3.7: Foto Stadshaven (links) en het visperk, rijksmonument aan de Turfkade (rechts)
3.3.3 Binnenstad-Zuid Binnenstad-Zuid, de centrumschil, als overgangszone tussen de binnenstad van Goes en de rest van Goes, is van grote betekenis in de representatie van de binnenstad. De schil biedt plaats aan woningen, kantoren en ‘lichte’ vormen van bedrijvigheid. Samen met het Stationspark aan de overzijde van het station maken de kantoren in Binnenstad-Zuid onderdeel uit van het kantoorgebied ten zuiden van de binnenstad. Onder de hoofdwegen vallen de M.A. de Ruijterlaan, de Wulfaertstraat, Van de Spiegelstraat, de Piet Heinstraat en in mindere mate de Frans den Hollanderlaan. Langs de hoofdwegen bevinden zich grote objecten zoals het station, het voormalig kantoor van de Belastingdienst en het stadskantoor (valt buiten het plangebied). Een groot complex in het plangebied is de Stadspoort. De woonfunctie is geconcentreerd op twee plaatsen. De eerste is de woonbebouwing tussen de Voorstad en de Frans den Hollanderlaan die planmatig toegevoegd is aan de vroegste bebouwing buiten de stadsvesten. De tweede zijn de woningen die zich langs een aantal hoofdwegen in het westelijke deel van Binnenstad-Zuid bevinden. Deze woningen zijn begin 20ste eeuw gebouwd als arbeiderswoningen. Bedrijvigheid is in dit gebied onder meer te vinden in de zuidoosthoek. Detailhandel komt weinig voor. Hier wordt gestreefd naar afbouw van detailhandel.
Deze is met name te vinden in de Voorstad, dichtbij de ingang van de binnenstad en is gevestigd in kleine panden. Bij de horeca is een tweedeling zichtbaar. Enerzijds zijn er de kleinschalige objecten in het eerste deel van de Voorstad, dichtbij het centrum en de woningen. Anderzijds zijn er grotere restaurants en hotel aan de zuidrand van het gebied bij het spoor.
Hoofdstuk 3
47
3.4 Ruimtelijke opbouw van het gebied 3.4.1 Ruimtelijke hoofdstructuur en bebouwingsstructuur Binnenstad-Noord De opbouw van een gebied wordt in grote mate bepaald door de wegenstructuur die door het gebied loopt. Ook bij Binnenstad-Noord vindt dit zijn oorsprong in de historische (aanvoer)-routes naar het centrum van de stad. Qua stratenpatroon valt in het algemeen op te merken dat er een rechthoekig netwerk bestaat, met een wisselende fijnmazigheid. Het historische deel van het plangebied kent een min of meer rechthoekig stratenpatroon waarbinnen onderscheid gemaakt kan worden tussen de historische invalsroutes en de dwarsstraten, achterstraten en steegjes. In het nieuwere deel is het patroon fijnmaziger, met smalle loopverbindingen tussen de binnenhofjes. Het gebied kent een aantal zichtlijnen. Door het rechthoekige stratenpatroon ontstaan er zichtlijnen door de invalswegen en de dwarsstraten. Met name ook langs de randen van het gebied bevinden zich fraaie zichtlijnen rond de Zaagmolenstraat, de kaden en stadspark de Veste. Bijzondere zichtlijnen zijn de smalle routes in het verlengde van de Brouwersgang en die van de M. Smallegangesbuurt. Bij de entrees nabij de J. Antonides van de Goeskade en de Nieuwstraat gaat de binnenstad over in een meer open landschap.
De belangrijkste openbare ruimten in dit deel betreffen het Molenplein, het noordelijk hiervan gelegen groen en de Veste, maar ook de Beestenmarkt, het park aan de 's-Heer Hendrikskinderenstraat, het Bastion en het Stoofplein. Er bestaat een geringe ruimtelijk relatie tussen de randzone en de rest van Binnenstad-Noord. Met name het Molenplein en het Stoofplein zijn locaties waar achterkanten van panden grenzen aan de openbare ruimte en er dus sprake is van verminderde sociale controle en een minder fraai straatbeeld. Ook in de M. Smallegangesbuurt zijn een aantal van dergelijke voorbeelden te vinden, vaak in de vorm van parkeer- en achterhofjes. In het historische deel van Binnenstad-Noord zijn veel aaneengesloten, maar individueel herkenbare gevels te vinden. Deze gesloten gevelwanden zijn ook te vinden in de M. Smallegangesbuurt, maar hier zijn de wanden korter. In de omgeving van de Nieuwstraat worden de straten begeleid door gevels op een strakke rooilijn terwijl dit in de M. Smallegangesbuurt minder is. Karakteristiek is het ontbreken van een gevel aan de Westwal op de locatie van het voormalige-ROC (Nieuwstraat 40-48). Op deze locatie is inmiddels een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woonzorgcomplex voor dementerenden.
Er is een duidelijk verschil tussen de kavelvormen van de historische lintbebouwing langs de kaden en invalswegen en die van de meer hedendaagse bebouwing. De historische linten bestaan uit diepe, smalle kavels. De bebouwing aan de dwars- en achterstraten staat door de aard van de bebouwing op minder diepe, maar eveneens smalle kavels. Ook de hedendaagse bebouwing in de M. Smallegangesbuurt bevindt zich op smalle kavels en ook hier geldt de bescheiden diepte. Binnen Binnenstad-Noord is een aantal stedenbouwkundige deelgebieden te onderscheiden: 1. Nieuwstraat e.o. Historische bebouwing en 20e-eeuwse inbreiding 2. Kadegebied Historische en 20e-eeuwse bebouwing 3. M. Smallegangesbuurt 20e-eeuwse woningbouw 4. Randzone Bebouwing en 20e-eeuwse inbreidingslocatie 5. Veste Groenstructuur
Hoofdstuk 3
48
Binnenstad-Centrum Het oorspronkelijke stadscentrum van Goes is nog grotendeels bewaard gebleven. Een aantal langgerekte straten, waarvan sommige een licht gekromd beloop hebben, zijn verbonden door kortere straatjes en stegen en vormen samen een orthogonaal, fijnmazige stedelijk weefsel. Binnen deze orthogonale stratenstructuur bevinden zich een aantal, veelal rechthoekige pleinen. De Grote Markt is het belangrijkste plein. Verder zijn daar nog de Vlasmarkt en Beestenmarkt die als kralen aan een snoer door middel van smalle, korte straatjes met elkaar zijn verbonden. De openbare ruimten in de binnenstad van Goes kennen een heldere begrenzing. Een van de uitzonderingen daarop vormt de ruimte tussen de kerken. De Singelstraat – die haar naam ontleent aan de singel die in het verleden de Grote of Maria Magdalenakerk begrensde – heeft een pleinachtige sfeer, maar is eigenlijk een amorfe ruimte zonder duidelijke wanden. De afstand van gevel tot gevel is in de Goese binnenstad over het algemeen vrij beperkt, variërend tussen ongeveer 4 tot 8 meter, terwijl de gevels vaak hoger zijn dan 6 meter. De rijloper is hierop aangepast en bedraagt vaak niet meer dan enige meters. In sommige (woon)straten, bijvoorbeeld langs de kaden, zijn daarbij nog particuliere stoepen aanwezig als overgang van openbaar naar privé.
Daarnaast zijn in de binnenstad nog enkele zeer smalle straatjes aanwezig van plaatselijk minder dan een meter breed. Afgezien van enige grote openbare gebouwen kent de bebouwing in de Goese binnenstad een kleine korrelgrootte.
Figuur 3.8: Foto Grote Markt (links) en sfeerverlichting op het Kolveniershof-Bleekveld (rechts)
Binnenstad-Zuid Binnenstad-Zuid kenmerkt zicht door een verscheidenheid in stedenbouwkundige structuren. Het algemeen beeld van het gebied is dat van een transitiegebied. Hierin zijn de invloeden van schaalvergroting en functieverandering ten oosten van de F. den Hollanderlaan duidelijk merkbaar. Daarin wordt de kleinschalige bebouwing gaandeweg vervangen door grootschaligere stedelijke bebouwing. Uit het stratenpatroon en straatprofielen van Binnenstad-Zuid is de ontwikkeling van het gebied door de jaren heen goed af te lezen. In de straten kan onderscheid gemaakt worden in de oude uitlopers van de binnenstad, de spoorontwikkeling, de straten voortkomend uit de eerste uitlegplannen buiten de Vesten en de naoorlogse doorbraken. De Piet Heinstraat-Wulfaertstraat-Van de Spiegelstraat en de M.A. de Ruyterlaan vormen de belangrijkste doorgaande routes. De profielen zijn over het algemeen ruim van opzet. De meest nadrukkelijke zichtlijnen in het gebied bevinden zich ter plaatse van de hoofdstraten en bij de spoorlijn. Objecten zoals het Stadskantoor (valt buiten het plangebied) en de Stadspoort vormden de aanzet tot een nieuwe structuur.
Hoofdstuk 3
49
De belangrijkste openbare ruimten zijn de Lijnbaan, het Stationsplein en het Hollandiaplein (valt buiten het plangebied). Ook het groene Rimmelandplein komt duidelijk naar voren. Op straatniveau zijn er in vrijwel het gehele gebied voortuinen grenzend aan de openbare ruimte, wat zorgt voor een geleidelijke overgang. Langs de Voorstad en de recentere grootschalige objecten ontbreekt deze overgang grotendeels. Opvallend is dat aan de binnenzijde van veel bebouwingsblokken zich grotere private ruimten bevinden, voornamelijk voor verkeersdoeleinden. Dit vermindert de parkeerdruk in de straten. Achterkantsituaties grenzend aan de openbare ruimte komen in het gebied op een aantal plekken voor. Deze plekken concentreren zich langs de naoorlogse doorbraken. Gelet op de korrelgrootte zijn er een aantal gebieden te onderscheiden die duidelijk van elkaar verschillen. Zo zijn er gebieden met grootschalige objecten en voorzieningen, maar ook gebieden waar de schaal veel kleiner is. De grootschalige objecten hebben zich met name bij de naoorlogse doorbraken langs de hoofdverkeersassen ontwikkeld. De gebieden binnen het raamwerk van de hoofdverkeersassen zijn kleinschaliger van korrel en opbouw. Deze gebieden bestaan voornamelijk uit woonbebouwing. De straten die zijn ontstaan met de aanleg van het spoor hebben over het algemeen een middelgrote korrel. Met name de F.
den Hollanderlaan kent een gemêleerde opbouw, waarbij de middelgrote bouwmassa’s het ruimtelijk beeld bepalen. 3.4.2 Verkeersstructuur De Binnenstad van Goes wordt ontsloten en deels omzoomd door Gebiedsontsluitingswegen (GOW's). Bij GOW's ligt de nadruk op de verkeersfunctie. In het plangebied betreffen het hier de Middelburgsestraat/Westsingel/Westwal, Piet Heinstraat/Wulfaertstraat/Van de Spiegelstraat, Ringbaan West en de Ringbaan Oost. Alle andere straten binnen het gebied vallen onder de categorie Erftoegangswegen (ETW's). Bij ETW's ligt de nadruk op de verblijfsfunctie en zijn hoofdzakelijk ingericht als 30 km/h-zone. De historische binnenstad is grotendeels ontoegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. 3.4.3 Water- en groenstructuur Hoofdgroenstructuur Goes Het Stadspark de Veste is onderdeel van de hoofdgroenstructuur. De hoofdgroenstructuur van Goes vormt de drager van het openbaar groen in Goes. Het gaat daarbij om groene gebieden die waardevol zijn voor de stad, zoals onder andere stadsparken, waterpartijen gelegen in stadsparken, laanbeplantingen, groene verbindingen, monumentale bomen, etc. Stadspark de Veste De oude verdedigingswerken, de stadswallen verloren hun functies en zijn rond 1868 veranderd in een plantsoen, wat als aantrekkelijk wandelgebied diende. Tuinarchitect L.A.
Springer heeft in 1919 een nieuw inrichtingsplan gemaakt voor een betere en kleurrijke beplanting met een gevarieerd sortiment. Het ontwerp van Springer is leidend voor de huidige inrichting en het beheer. Binnenstad De belangrijkste componenten binnen de groen- en waterstructuur zijn gelegen aan de randen van de binnenstad. Het stadscentrum wordt omringd door de overblijfselen van de oude verdedigingswerken. De nog vrij gave stadswallen of –vesten vormen de belangrijkste groencomponent voor de binnenstad. De straten en stegen hebben daarentegen een overwegend stenig karakter.
Hoofdstuk 3
50
In Binnenstad-Noord gaat het voornamelijk om het aan de westzijde van de binnenstad overgebleven gedeelte van de veste waar nog duidelijk de vormen van de bastions te zien zijn. Dit deel, waar onder andere de Westwal deel van uitmaakt, kan worden getypeerd als 'kijk- en wandelgroen'. Deze restanten uit het vestingsverleden van Goes, vormen een waardevolle erfenis. Naast de historische waarde zijn ze ook van grote betekenis voor de structuur van de gehele stad. Aan de noordzijde van de binnenstad zijn de verdedigingswerken en daarmee de structuur van de vesten, vrijwel geheel verloren gegaan. Hier herinneren alleen de molen en het Bastion aan de historische stadsgrens. De stadshaven heeft de tand des tijds wel doorstaan en is evenals de restanten van de Veste van groot belang voor de structuur van de binnenstad. Hier drong de waterloop vanaf de noordzijde de stad binnen. In de stadshaven is veel van de wording van Goes bewaard gebleven. In Binnenstad-Noord is nog een groengebied te vinden. Deze groene bufferzone tussen de Zaagmolenstraat en de Ringbaan-West maakt, samen met de laanbeplanting van de ringbaan, onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur van Goes. In tegenstelling tot de nieuwere woonwijk 'Molenbuurt', waar het groen wel in het straatbeeld aanwezig is, is het oude stadscentrum zelf schaars van groen voorzien.
In de historische, smalle straten en stegen van het gebied rond de Nieuwstraat is weinig plaats voor groen. Ook de pleinen hadden er, met slechts een enkele boom een stenig karakter. Op diverse pleinen (Grote Markt, Vlasmarkt, Beestenmarkt en Bleekveld) zijn inmiddels redelijk wat bomen aanwezig. Binnenstad-Zuid wordt aan de noordzijde begrensd door de Oost- en Westvest met haar groene oevers. De waterpartijen maken deel uit van de deels bewaard gebleven structuren van de oude vestingwerken die om de oude stad lagen, en ook nu nog de historische grens van de binnenstad markeren. Zij hebben een positieve invloed op het noordelijk deel van Binnenstad-Zuid. Het groen binnen het gebied beperkt zich tot kleine verspreide accenten. Een deel van de hoofdwegen, de Voorstad, de Frans den Hollanderlaan en de Van de Spiegelstraat wordt begeleid met laanbeplanting.
Hoofdstuk 3
51
4.
VISIE OP HET PLANGEBIED 4.1 Algemeen Voorliggend bestemmingsplan ‘Binnenstad Goes’ betreft een conserverend bestemmingsplan voor de gehele binnenstad van Goes, waarin enerzijds de bestaande rechten zoveel mogelijk gerespecteerd worden en anderzijds voldoende sturingsmogelijkheden worden geboden om een duurzaam en bruisend centrum te stimuleren en de bovenregionale verzorgingspositie te waarborgen. Dit alles met respect voor het historische karakter van de binnenstad. Tevens is de juridische borging van het detailhandels- en horecabeleid meegenomen in dit bestemmingsplan.
4.2 Streefbeelden functies en deelgebieden 4.2.1 Wonen In het gebied ten noorden van de stadshaven staat de woonfunctie centraal, hier is nauwelijks sprake van menging met andere functies. De twee flanken binnen de veste is een sprake van menging van functies, waar de woonfunctie de boventoon voert. In het centrale deel binnen de veste bevindt het wonen zich vooral op de verdieping, het zogenaamde ‘wonen boven winkels’. In het gebied tussen de oude binnenstad en het station staat de woonfunctie centraal, maar hier zijn ook straten met een sterke menging met kantoorfuncties. 4.2.2 Dienstverlenende bedrijven Dienstverlenende bedrijven zijn te verdelen in twee categorieën: publieksgerichte dienstverlening en kantoren. De publieksgerichte bedrijven bevinden zich vooral in oude binnenstad, aan de randen van het winkelgebied. De kantoren zijn vooral te vinden in het gebied tussen het station en de binnenstad en aan de randen van de oude binnenstad.
Hoofdstuk 4
52
Figuur 4.1: Kaart Wonen en Dienstverlenende bedrijven
4.2.3 Verkeer Het autoverkeer wordt rondom de binnenstad geleid. Aan de randen van de binnenstad bevinden zich diverse parkeervoorzieningen. Bevoorrading van de binnenstad is tot 11 uur toegestaan. Door de binnenstad lopen nog enkele autoroutes die 24 uur per dag open zijn. Door de binnenstad lopen een groot aantal fietsroutes. Zowel aan de randen als in de binnenstad zijn enkele concentraties van fietsparkeervoorzieningen. Het station ligt ten zuiden van de binnenstad. Hier is ook het busstation gevestigd. Langs de binnenstad lopen bus routes die daar ook een halte hebben. 4.2.4 Groen Rondom de oude binnenstad bevinden zich vesten met een parkachtige aankleding, een groene schil rondom de binnenstad. In de oude binnenstad zijn enkele groene pareltjes te vinden. Groene pareltjes zijn kleine groene plekken binnen de versteende binnenstad. De verbinding tussen station en oude binnenstad is onderdeel van een grotere groenstructuur. In onderstaande figuur staan met groene pijlen ook de ontbrekende onderdelen van de groenstructuren aangegeven.
Hoofdstuk 4
53
Figuur 4.2: Kaart Verkeer en Groen
4.2.5 Kwaliteitsdragers In onderstaande afbeelding staan de belangrijkste historische gebouwen, de rijksmonumenten en belangrijke historische linten aangeven die de historische kwaliteiten van de binnenstad benadrukken. De zonering sluit aan op de definities zoals deze in het beschermd stadsgezicht zijn vastgelegd: Zone A: De gebieden, van belang vanwege het patroon van straten en waterlopen in samenhang met de profilering en inrichting van de openbare ruimte en de afmetingen en vormgeving van de bebouwing, waaronder vele concentraties van monumenten. Zone B: De gebieden, van belang vanwege het patroon van straten en waterlopen in samenhang met de profilering en inrichting van de openbare ruimte en de afmetingen van de bebouwing, waaronder concentraties van monumenten. Zone C: De gebieden, van belang vanwege het patroon van straten en waterlopen in samenhang met de schaal van de bebouwing. Zone D: De aaneengesloten bebouwing van de Oostsingel wordt gekarakteriseerd door een afwisselende verschijningsvorm van de woningen. Voornamelijk deze structuur is bepalend voor dit gebied. De zonering van het beschermd stadsgezicht Goes en Oostsingel is vertaald in de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’.
Binnen deze dubbelbestemming zijn vier verschillende aanduidingen 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorie A/B/C/D' opgenomen, ieder met een specifieke regeling voor elke zone. In deze dubbelbestemming zijn enkele nadere regels gesteld ter waarborging van de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht Goes en Oostsingel.
Hoofdstuk 4
54
De Goese binnenstad heeft verder enkele culturele voorzieningen met een regionale uitstraling. Deze liggen verspreid in de binnenstad: theater, muziekpodium/filmzaal, bibliotheek, museum, kerk.
Figuur 4.3: Kaart Kwaliteitsdragers
4.2.6 Horeca Onderstaande figuur komt uit de Horecavisie binnenstad Goes (2015). Hierin zijn drie typen horecalocaties onderscheiden:
Het hart van de binnenstad, de horecaconcentratiegebieden. De uitlopers, die deze concentratiegebieden met elkaar verbinden en waar vooral daghoreca is gevestigd. De entrees.
Aan vrijwel elke entree van de binnenstad is een eet-/lunchgelegenheid gevestigd. Daarnaast is in het stationsgebied en op het Bleekveld een hotel gevestigd. Horecagelegenheden zijn specifiek bestemd in voorliggend bestemmingsplan. Op enkele locaties op de Grote Markt is, in overeenstemming met de Horecavisie binnenstad Goes, extra horeca mogelijk ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. 4.2.7 Detailhandel In de Detailhandelsvisie Goes zijn de winkelgebieden vastgelegd. De binnenstad is het hoofdwinkelgebied van de gemeente Goes. De binnenstad is in de Detailhandelsvisie ingedeeld in een drietal gebieden.