CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

AGendapunt 14. GOES SPELEN 2022-2030 Samen spelen voor iedereen

Debatraad 23 december 2021, gemeente GoesBij agendapunt: Speelvoorzieningen Goes8.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Goes spelen 2022-2030 Samen spelen voor iedereen

www.goes.nl

Pagina 3

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

ACTUALISATIE SPEELBELEID

8

1.1. Aanleiding

8

1.2. Doelstelling

8

1.3. Ontwikkelingen rondom speelvoorzieningen en spelen

8

1.4. Situatie in Goes

9

1.5. Stappenplan Goes Spelen

10

1.6. Begrippen, tabellen en achtergrondinformatie

10

ONZE VISIE, KADERS EN UITGANGSPUNTEN

12

2.1. Visie

12

2.2. Kaders

12

2.3. Uitgangspunten

13

2.3.1. Spelen is een recht (Verdrag van de Verenigde Naties)

13

2.3.2. Inclusiviteit en toegankelijkheid

13

2.3.3. NUSO speelruimtenorm 3%

14

2.3.4. Maatwerk per wijk of dorp

15

2.3.5. Clustering van speelplekken

16

2.3.6. Actuele demografische gegevens

16

2.3.7. Bewonersparticipatie

17

2.3.8. Alle speelplekken rookvrij

18

2.3.9. Duurzaamheid en natuurlijk spelen

18

FINANCIËN

20

3.1. Financiën

20

3.2. Voorlopige scenario's

20

4.

STAPPENPLAN EN TIJDPAD

24

5.

AANBEVELINGEN

26

BIJLAGEN

28

BIJLAGE 1 Begrippenlijst

29

BIJLAGE 2 Aanbevelingen Nota Spelen in Goes 2011

31

BIJLAGE 3 Tabel Kinderen en hun spel, doelgroepen, loopafstanden/speelplek

32

BIJLAGE 4 Tabel Richtlijn opheffen, handhaven, aanleg speelvoorziening

33

BIJLAGE 5 Criteria bewonersparticipatie speelvoorzieningen

34

BIJLAGE 6 Toelichting Onderhoud, beheer en vervanging

35

Pagina 4

Pagina 5

Pagina 6

1. Actualisatie speelbeleid

www.goes.nl

Pagina 8

1. ACTUALISATIE SPEELBELEID 1.1. Aanleiding De laatste nota "Spelen in de gemeente Goes" is in 2011 vastgesteld. In 2015 is er vervolgens een quickscan uitgevoerd naar de beschikbare en gewenste speelruimte in Goes. In 2020 is de investeringsplanning van de speeltoestellen en ondergronden geactualiseerd en de meerjarenraming bijgesteld. Er is behoefte aan een actualisatie van het beleid mede ingegeven door diverse ontwikkelingen en nieuwe inzichten over spelen. In deze nota wordt de koers uitgezet voor het speelvoorzieningenbeleid voor de periode 2022-2030.

1.2. Doelstelling Deze nota Goes Spelen is vooral een praktisch kader om de komende jaren invulling te geven aan het speelvoorzieningenbeleid. Het doel is een aantrekkelijk speelklimaat in Goes te behouden met veilige speellocaties, die aansluiten bij de wensen van onze inwoners en bij ons beleid op het gebied van gezondheid, stimuleren van bewegen en toegankelijkheid (zoals vastgesteld in de nota's Goes voor Elkaar, Goes Bewegen, Goes Meedoen). We streven daarbij naar een evenwichtige verdeling van speelvoorzieningen in aantallen, ligging en kwaliteit voor de verschillende leeftijdsgroepen. Daarbij willen we bevorderen dat kinderen met een beperking kunnen samen spelen met andere kinderen. En we houden rekening met het in 2019 vastgestelde Programmaplan en de onlangs vastgestelde aanscherpingen in het focusplan Goes voor Elkaar.

1.3. Ontwikkelingen rondom speelvoorzieningen en spelen Op het gebied van spelen zijn er een aantal nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Er is meer oog voor het belang van samen spelen en een andere inrichting van speelplekken. Uitgangspunt is dat iedereen mee kan doen. De toegankelijkheid van de speelplekken voor kinderen met een beperking vraagt meer aandacht. Niet alle speelplekken voldoen hieraan. We moeten nadenken op welke wijze, waar en in welke mate speelvoorzieningen en de toegang aangepast kunnen worden aan kinderen met een beperking. De buitenruimte en het gebruik ervan is gewijzigd. Het sociale aspect van spelen, elkaar ontmoeten is een belangrijk element. Kinderen spelen ook op andere plaatsen dan de formele speelplekken. Er is steeds meer behoefte aan informele speelruimte: even kunnen 'chillen' op een grasveldje in een parkje of op een bankje of muurtje in de buurt hangen is ook belangrijk. Ook in de natuur kunnen spelen is een belangrijk element van het buiten spelen. We zien steeds meer dat grotere, geconcentreerde, centraal gelegen speellocaties op wijkniveau de voorkeur hebben, met name voor de leeftijdsgroep 7+. Deze speelvoorzieningen zijn aantrekkelijker qua speelwaarde en ontmoeting dan kleinere voorzieningen met een enkel speeltoestel.

Buurtspeelplekken dragen in belangrijke mate bij aan de sociale cohesie, en speelplekken zijn ook voor ouders een belangrijke ontmoetingsplaats. Ouders willen daarentegen ook graag een speelplekje, veilig en dichtbij in de buurt van de eigen woning en afgestemd op de leeftijd van hun kind(eren). Anderzijds, wordt een klein plekje met een enkel speeltoestel over het algemeen minder gewaardeerd. Samen met bewoners willen we kijken hoe we omgaan met deze tegenstrijdige wensen. Er is ook een trend om meer beweegtoestellen voor volwassenen in de buitenruimte te plaatsen. Dit sluit aan bij andere vormen van sport en spelbeleving. Hierbij kan gedacht worden aan parcours, callanetics, buitenfitness e.d. Hiervoor wordt een koppeling gemaakt met het sport- en gezondheidsbeleid. De leveranciers van speeltoestellen sluiten aan bij nieuwe trends en er zijn steeds meer toestellen die in combinatie met een app kunnen worden afgestemd op doelgroep en gebruik. Ook in Goes is er een vraag naar dergelijke beweegtoestellen. Tot slot, ook op het gebied van speelvoorzieningen is er meer aandacht voor het gebruik van duurzame materialen, zowel qua speeltoestellen als ondergrond. Daarmee sluiten we aan bij het klimaat programma Goes duurzaam.

Pagina 9

1.4. Situatie in Goes Om een indruk te geven van de huidige stand van zaken volgen een aantal kengetallen.

Peildatum 2021 CBS: totaal 7337 Onderstaande grafiek geeft het leeftijdsverloop aan tussen de jaren 1995-2020

Goes is in een relatief lange periode gebouwd. De wijken en kernen vormen een afspiegeling van de stedenbouwkundige opvattingen uit die achterliggende periode. Deze tijdsbeelden zijn terug te vinden in de inrichting van de openbare ruimte. Door de tijd heen zijn verschillende normen en richtlijnen gehanteerd bij de realisatie van de verschillende voorzieningen in de wijken. Het aantal en de spreiding van de speelplekken hangt hiermee samen. De gemeente Goes heeft volgens onze huidige wijze van dataregistratie momenteel zo’n 150 speelvoorzieningen met totaal ca. 700 speeltoestellen. Gemiddeld omvat een speelplek 4 à 6 toestellen.

Pagina 10

In 2011 is de Nota Spelen in Goes opgesteld. Deze nota sluit af met een aantal aanbevelingen. Het merendeel van de aanbevelingen is opgevolgd waaronder het opstellen van een uitvoeringsprogramma en een vervangingsinvestering planning. U vindt deze aanbevelingen en de uitwerking hiervan in bijlage 2.

1.5. Stappenplan Goes Spelen Zoals aangegeven is er voldoende aanleiding om een nieuw speelvoorzieningenbeleid Goes op te stellen. Met deze nota stellen we eerst onze (deels herijkte) visie op spelen, de kaders en uitgangspunten vast. Voordat we insteken op daadwerkelijke uitvoering hebben we een volledige basisinventarisatie van onze speellocaties, speeltoestellen en ondergronden nodig. Ook behoeft de ‘Quick scan speelruimte’ actualisatie. Met deze gegevens kunnen we in samenspraak met bewoners aan de slag met de vervanging van de speeltoestellen en herinrichting van de speelvoorzieningen in hun wijk of dorp. Visie, kaders, uitgangspunten → basisinventarisatie en actualiseren quickscan → bewonerspartipatie.

1.6. Begrippen, tabellen en achtergrondinformatie In de nota komen diverse begrippen aan de orde. Deze worden in een aparte bijlage toegelicht. Ook wordt in de tekst verwezen naar diverse tabellen die als bijlage zijn opgenomen. Tot slot treft u over een aantal onderwerpen uitgebreidere achtergrondinformatie aan.

2. Onze visie, kaders en uitgangspunten

www.goes.nl

Pagina 12

2. ONZE VISIE, KADERS EN UITGANGSPUNTEN 2.1. Visie Spelen is een basisbehoefte en speelvoorzieningen zijn een basisvoorziening. Kinderen hebben het recht om te spelen. Buiten spelen is niet alleen leuk, het is ook belangrijk. Het is breed bekend dat speelruimte bijdraagt aan een goede lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkeling van kinderen én aan sociale ontmoeting in de wijk. Buiten spelen, voldoende kunnen bewegen en samen spelen draagt bij aan een gezonde omgeving voor de jeugd. De tendens is dat kinderen minder buiten spelen. Juist vanwege het belang stimuleren we buiten spelen met goede, eigentijdse speelvoorzieningen die het spelen aantrekkelijker maken. Ook neemt de leefbaarheid in een wijk toe wanneer er kinderen buiten spelen. Kinderen leggen snel contacten en bouwen een eigen netwerk op. Daarbij betrekken zij ook hun ouders. Buiten spelen levert daardoor een bijdrage aan het ontstaan van sociale netwerken, betrokkenheid en cohesie in een buurt. Een wijk met goede speel- en ontmoetingsvoorzieningen is een aantrekkelijke plek waar mensen graag willen wonen. Extra aandacht gaat uit naar die wijken waar wij een grotere mate van kwetsbaarheid en een mindere zelfredzaamheid zien.

2.2. Kaders Bij het opstellen van het nieuwe speelvoorzieningenbeleid sluiten we aan bij de volgende (eerder vastgestelde) (beleids)kaders: De speelvoorzieningen moeten blijven voldoen aan de wettelijke veiligheidseisen uit het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). Goes Wonen: een aantrekkelijke sociaal en economische woonomgeving. Goes voor Elkaar: een goed en veilig opgroeiklimaat met extra aandacht voor die wijken waar we achterstanden zien. Iedereen doet mee: we vinden het belangrijk dat iedereen met en zonder beperking mee kan doe en kinderen samen kunnen spelen. Goes Bewegen: elke Goesenaar beweegt met plezier op zijn eigen manier. Goes Meedoen: we betrekken bewoners bij de (her) inrichting van een speelplek in hun directe omgeving. Goes Duurzaam: met gebruikmaking van duurzame materialen dragen we bij aan de klimaatdoelstelling. De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 juli 2022 in werking. De bouwstenen van die wet (integraliteit, maatwerk en participatie) zijn opgenomen in dit speelvoorzieningenbeleid. Financieel kader

Pagina 13

Speelvoorzieningen vormen een basisvoorziening in een wijk of dorp

Speelvoorzieningen vormen een basisvoorziening in een wijk of dorp en dragen bij aan een prettig en veilig leefklimaat. Buiten kunnen spelen is een essentiële voorwaarde om op te groeien, actief te kunnen zijn, mee te kunnen doen, te kunnen klimmen, klauteren, vallen en weer opstaan. We hebben daarbij extra aandacht voor die wijken waar sprake is van achterstand in het aanbod (zal blijken uit quickscan) en kwetsbare inwoners.

2.3. Uitgangspunten De komende jaren zetten we het speelvoorzieningenbeleid voort op basis van de volgende uitgangspunten: 2.3.1. Spelen is een recht (Verdrag van de Verenigde Naties) Kinderen hebben recht op speelruimte. Op 20 november 1989 namen de Verenigde Naties het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind aan. In dit Kinderrechtenverdrag staan 54 artikelen met afspraken over de rechten van kinderen en jongeren tot 18 jaar. Bijna alle landen in de wereld hebben het Kinderrechtenverdrag ondertekend. Nederland ook, sinds 1995. Het recht op speelruimte is opgenomen in dit verdrag. 2.3.2. Inclusiviteit en toegankelijkheid Verspreid over onze gemeente wonen kinderen die in meer of mindere mate een beperking hebben. In Goes zijn nog veel speelplekken niet goed toegankelijk voor deze kinderen. Dit vraagt onze aandacht. Op 3 december 2019 tekende minister Hugo de Jonge samen met 13 andere initiatienemers het SamenSpeelAkkoord. De inzet is dat samen spelen voor alle kinderen mogelijk moet zijn, ook voor kinderen met een beperking. De 3 ambities van het akkoord zijn: Stimuleren van een inclusieve speelcultuur. Meer samenspeelplekken. Meer en beter toegankelijke kennis over samen spelen. Ook de gemeente Goes wil het SamenSpeelAkkoord ondertekenen. Speciale voorzieningen voor kinderen met een handicap scheppen een afstand tussen kinderen met en zonder handicap.

Integratie is dus beter. Bij de (her)inrichting van speelplekken willen we de komende jaren meer rekening houden met deze groep kinderen (en hun ouders), zodat er beter samen gespeeld (en ontmoet) kan worden. Op dit moment is De Hollandsche Hoeve bij uitstek de speelvoorziening waar kinderen met een beperking fijn kunnen spelen. Hoewel we ons realiseren dat niet iedere speelplek en ieder speeltoestel voor iedereen geschikt kan zijn, gaan we wel kijken hoe we meer speelplekken voor een brede doelgroep geschikt kunnen maken. Het streven is om in de komende beleidsperiode te bereiken dat er in elke wijk of dorp minimaal 1 speelplek is, waar kinderen met een beperking samen kunnen spelen met leeftijdsgenoten.

Pagina 14

Bij een herinrichting van een speelplek betrekken we de buurtbewoners en dus ook de kinderen. Samen met hen bezien we, binnen de mogelijke kaders, welke aanpassingen er nodig zijn (bijv. de route, gebruik van kleur, ondergronden) en welke speeltoestellen. Daarbij letten we op specifieke behoeften van kinderen met een beperking zodat het speelklimaat wordt verbeterd. Zij worden actief betrokken bij de planvorming. We laten ons daarbij adviseren door (ervarings-) deskundigen, zoals de Speelbende, de Mytylschool de Sprienke, Visio en onze toegankelijkheidsambassadeurs. Waar mogelijk trekken we gezamenlijk op in de realisatie. Er wordt een checklist opgesteld met een aantal basis ontwerprichtlijnen die gehanteerd worden bij (her)inrichting van speelvoorzieningen, zodat deze meer geschikt worden voor kinderen met een functiebeperking, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de variatie, de uitdaging en het avontuur. Een goede communicatie met de ouders en de doelgroep kan de basis vormen voor een samenspel van de buurtkinderen met en zonder beperking. Soms kan dit al met een eenvoudige aanpassing zoals gebruik van kleuren en geluid. Bij nieuwe speelplekken (bijv. nieuwbouw) geven we in de randvoorwaarden aan dat de speelplek ook geschikt moet zijn voor kinderen met een beperking. Aanbevelingen De Gemeente Goes ondertekent het SamenSpeelAkkoord.

Het streven is om in de komende beleidsperiode te bereiken dat er in elke kern minimaal 1 speelplek is, waar kinderen met een beperking samen kunnen spelen met leeftijdsgenoten zonder beperking. We maken gebruik van de adviezen en kennis van (ervarings)deskundigen bij de herinrichting van speelplekken. Er wordt een checklist opgesteld. Bij nieuwe ontwerpen geven we in de randvoorwaarden aan dat de speelplek ook geschikt moet zijn voor kinderen met een beperking. Toeslag van 10% opnemen voor vervanging van toestellen en/of aanpassen speelvoorziening in verband met toegankelijkheid.

2.3.3. NUSO speelruimtenorm 3% Voor de berekening van de speelruimte wordt gebruik gemaakt van de 3% speelruimtenorm die door de NUSO (landelijke organisatie voor speeltuinwerk en jeugdrecreatie) is geformuleerd. In januari 2007 heeft het college zich geconformeerd aan deze door het ministerie van VROM opgestelde richtlijn. De 3%-speelruimtenorm houdt in dat 300 m² per hectare uitgegeven gebied (bebouwing) moet worden gereserveerd voor formele buitenspeelruimte. Voor bestaande woonwijken geldt als uitgangspunt dat de huidige situatie niet verder mag verslechteren en – zodra mogelijk – moet verbeteren. Dat betekent dat verdichting niet ten koste mag gaan van de buitenspeelruimte. Aanbeveling De NUSO-richtlijn 3% blijft een uitgangspunt van ons beleid.

Pagina 15

2.3.4. Maatwerk per wijk of dorp We hanteren drie leeftijdsgroepen: 0-6 jaar, 7-12 jaar en 12-18 jaar. De behoefte aan ruimte om vrijuit te kunnen spelen neemt toe naarmate een kind ouder wordt: kinderen spelen verder van huis, in grotere groepen en in grotere ruimten. Maar voor ieder kind geldt, dat de directe omgeving van het huis de meest frequente speelplaats blijft. De tabel ‘Kinderen en hun spel’ geeft een beeld van het spel in relatie met de woonomgeving (zie bijlage 4). In de speelruimteplanning wordt de spelontwikkeling van kinderen en jongeren gekoppeld aan de planniveaus op blok-, buurten wijkniveau. Bij elk niveau hoort een specifiek bereik en oppervlak van voorzieningen. Voor de doelgroep tot en met 6 jaar is een afstand van 100 á 150 meter en voor kinderen van 7-12 jaar is een afstand tot 400 meter acceptabel. Kinderen van 12+ spelen verder van huis (zie ook begrippenlijst). Van alle speellocaties (toestellen en ondergronden wordt een logboek bijgehouden. Deze gegevens vormen de basis voor onderzoek en voor het maken van beleidskeuzes. We hebben geconstateerd dat het overzicht nog niet 100% volledig en betrouwbaar is. Daarom is de 1e stap die we zetten gericht op het compleet maken de basisgegevens. In 2015 is er een Quickscan gehouden naar de speelruimtebehoefte per wijk.

Daarbij is gekeken naar het aanbod van speelplekken op planniveau’s (wijk-, buurt-, blokniveau), de ligging, de spreiding etc. Een van de aanbevelingen uit de nota 2011 was om de analyse van bevolkingscijfers minimaal eens in de drie tot zes jaar te herhalen. Nu we een kwaliteitsslag willen maken in het speelvoorzieningenbeleid is het raadzaam om voordat er keuzes gemaakt worden ook dit deel van het proces actueel te krijgen zodat we daarna, in samenspraak met bewoners, keuzes kunnen maken voor clustering, handhaving of herziening van een speelplek. In verband met de continuïteit van ons beleid wordt een actualisatie van de Quickscan op basis van de eerder gevolgde systematiek voorgesteld. Met de basisinventarisatie speeltoestellen en ondergronden en een geactualiseerde quickscan speelruimte kunnen we verder uitvoering geven aan de aanpassingen van de speelvoorzieningen per wijk/dorp. Hiermee bereiken we dat een wijk/dorp als totaliteit wordt bezien en er een integrale afweging gemaakt wordt. Soms moet alleen een enkel toestel worden vervangen. Soms gaat het om meerdere toestellen op één of meerdere speellocatie. Dit biedt meer mogelijkheden voor een complete herinrichting, die beter is afgestemd op de leeftijdsgroepen en waarbij de inrichting een geheel vormt. De technische staat van onderhoud is leidraad voor de prioritering en het beschikbare vervangingsbudget.

Aanbevelingen Er is sprake van maatwerk per wijk/dorp waarbij we een indeling hanteren van wijk-, buurt- en blokniveau. De basisinventarisatie speeltoestellen en ondergronden dient op een aantal aspecten te worden aangevuld zodat we een compleet, volledig en betrouwbaar overzicht hebben. Deze inventarisatie wordt actueel gehouden. Er vindt een actualisering van de Quickscan naar speelbehoefte plaats. Deze actualisering laten we uitvoeren door een externe deskundige. We maken per wijk een (digitale) kaart met daarop vermeld de speelplekken (locaties) e.e.a. te verfijnen naar soort speelplek (leeftijd), aantal toestellen, etc.

Pagina 16

2.3.5. Clustering van speelplekken Grotere, gecombineerde plekken bieden meer speelwaarde, gebruiksmogelijkheden en bevorderen het 'samen spelen' dan plekken voor maar één leeftijdsgroep. Kinderen tot een jaar of 6 gaan veelal niet zonder toezicht spelen. Ouders geven over het algemeen de voorkeur aan een speelplek met meerdere speeltoestellen een eindje verderop dan een speelplek met 1 speeltoestel in de directe omgeving van het huis. Om deze reden worden speelplekken voor de doelgroep tot en met 6 jaar zo mogelijk gecombineerd met plekken voor 7 tot en met 12-jarigen. We noemen dit ook wel clustering. Het uitgangspunt is om in elke wijk of dorp één centrale, geconcentreerde speelvoorziening te hebben of hiernaar toe te groeien. Bij clustering van speelplekken wordt meer het accent gelegd op grotere, goed gesitueerde speelplekken zonder het belang van kleinere speelplekken, met name voor de doelgroep 0 tot 6 jaar, uit het oog te verliezen. Wij kiezen ervoor om zoveel mogelijk speeltoestellen op een plek in een wijk/buurt of kern tegelijk te vervangen. Hierdoor kunnen we met het beschikbare vervangingsbudget samen met de bewoners en kinderen een herinrichtingsplan maken voor een grotere speelplek. Bij de vervanging van speeltoestellen van kleine speelplekjes (4 of minder toestellen) bekijken we of we deze plek willen handhaven.

Hierbij maken we een integrale afweging en toetsen dit aan de volgende criteria: Het aantal kinderen in een wijk en de daaraan gerelateerde benodigde speelvoorzieningen. Overige speelmogelijkheden in de omgeving (aanwezigheid openbaar schoolplein, natuurlijk spelen, aanbod in omliggende buurt). De leeftijdsopbouw van een wijk (jonge kinderen hebben een andere speelbehoefte dan oudere en het speelaanbod dient hierop aan te sluiten). De technisch-ruimtelijke mogelijkheden van de speellocaties (gelet op de voorwaarden Warenwetbesluit Attractie en Speeltoestellen). De sociaaleconomische status van een wijk en de infrastructuur van een wijk (bijv. verkeersveiligheid, sociale controle). De uitgangspunten van het programmaplan en focusplan Goes voor Elkaar. Het beschikbare budget (waarbij we ook rekening houden met de kosten van verwijdering/verplaatsing en omvorming van een oude speelplek naar groenvoorziening). De behoefte vanuit de wijk en het draagvlak (bewonersparticipatie). Ook hierbij is er sprake van maatwerk per wijk. Aanbevelingen Er wordt meer accent gelegd op grotere, goed gesitueerde speelplekken zonder het belang van kleinere speelplekken met name voor de doelgroep 0 tot 6 jaar uit het oog te verliezen. We streven ernaar om in elke wijk of dorp binnen het beschikbare budget één centrale, geconcentreerde speelvoorziening te hebben of hiernaar toe te groeien.

We maken daarbij, in samenspraak met de wijk of het dorp, een integrale afweging.

2.3.6. Actuele demografische gegevens De demografische samenstelling en ontwikkeling van een wijk is van belang voor het areaal aan speelvoorzieningen. De jeugd, die uit verschillende leeftijdsgroepen bestaat, stelt uiteenlopende eisen aan de woonomgeving. Het aanbod speelvoorzieningen dient zo goed mogelijk afgestemd te zijn op de huidige en toekomstige bevolkingssamenstelling. Als we toestellen puur 1 op 1 gaan vervangen bestaat de kans dat de speelvoorzieningen (na verloop van tijd) niet meer voldoen aan de (gewijzigde) speelbehoefte. De speelvoorziening moet als het ware "meegroeien".

Pagina 17

In de regel wordt een afschrijvingstermijn op speelvoorzieningen gehanteerd van 15 jaar. Dit betekent dat na 15 jaar de speeltoestellen in aanmerking komen voor vervanging. Dit is dan ook het moment om opnieuw de inrichting van een speelplek aan de orde te stellen. Hierbij worden de bevolkingssamenstelling, de wensen van dat moment en de eventuele klachten betrokken. In het ontwerp van speelplekken moet zoveel mogelijk op veranderingen door de tijd worden ingespeeld. Een bepaalde mate van flexibiliteit is belangrijk. Speeltoestellen voor de jongste leeftijdscategorieën zijn over het algemeen goedkoper dan speeltoestellen voor de daaropvolgende leeftijdscategorie. Bovendien zijn er voor speeltoestellen voor hogere leeftijden meestal duurdere valondergronden benodigd. Wanneer het aantal kinderen in een buurt afneemt, kan worden overwogen om het aantal speeltoestellen op die plek terug te brengen en deze speeltoestellen elders te plaatsen op een plek waar meer kinderen wonen. Er wordt momenteel bij de berekening van de vervangingsinvesteringen nog geen rekening gehouden met de flexibilisering van speeltoestellen. Aanbeveling Toeslag van 10% opnemen bij vervangingsinvestering voor vervanging speeltoestellen in relatie met demografische opbouw. 2.3.7. Bewonersparticipatie Buitenspeelruimte bepaalt in hoge mate de kwaliteit van de leefomgeving.

Het is daarom belangrijk om kinderen, jongeren en volwassenen bij de ontwikkeling van speelruimte te betrekken. We sluiten daarbij aan bij Goes Meedoen. Bewonersparticipatie is bij het realiseren en herinrichten van speelplekken in Goes al sinds jaren gebruikelijk. Samen meedenken en werken aan de leefomgeving versterkt de sociale cohesie en verbindt. De wensen en behoeften komen in beeld en er is sprake van een grotere betrokkenheid. De (her) inrichting van speelvoorzieningen per wijk/dorp vindt plaats in samenspraak met bewoners. Kinderen hebben een belangrijk stem bij de keuze van speeltoestellen. Initiatieven van bewoners om meer activiteiten te organiseren bij speelvoorzieningen worden gestimuleerd. Hiervoor kunnen zij o.a. een beroep doen op de Buurtbonus. Verzoeken om beweegtoestellen voor de doelgroep 18+ vallen buiten de reikwijdte van het speelvoorzieningenbeleid. Deze kunnen ingebracht worden via andere bewonersinitiatieven. Wel nemen we deze toestellen voor een periode van maximaal 10 jaar op in de onderhoudsplanning, waarbij de onderhoudskosten in verhouding moeten staan tot de vervangingskosten. Bewonersparticipatie levert zowel voor de gemeente als de bewoners een meerwaarde op. Er moet echter wel rekening mee worden gehouden dat het organiseren van participatietrajecten evenals het onderhouden van de contacten, tijd en (ambtelijke) inzet vraagt.

De wijze en vorm van bewonersparticipatie is gekoppeld aan de grootte van het project en de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn. De criteria die daarbij worden gehanteerd zijn te vinden in bijlage 6. Verder zetten we communicatiemiddelen in om de betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor speelvoorzieningen te vergroten, bewoners actief te betrekken bij de planvorming en het gebruik ervan en het samen spelen te vergroten. We gaan actiever berichten over nieuwe of gerenoveerde speelplekken op onze website en sociale media. Ook vinden we het wenselijk dat er een overzicht van alle speelplekken op de gemeentelijke website komt. Dit kan ervoor zorgen dat kinderen meer buiten gaan spelen en sneller andere speelplekken ontdekken. Aanbevelingen De (her) inrichting van speelvoorzieningen per wijk/dorp vindt plaats in samenspraak met bewoners. De wijze en vorm van bewonersparticipatie is gekoppeld aan de grootte van het project en de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn. Kinderen zijn de experts en hebben binnen de mogelijkheden een doorslaggevende stem bij de toestelkeuze. Als er nieuws is over speelplekken bijvoorbeeld over aanleg, aanpassingen of (tijdelijke) verwijdering van toestellen dan maken we dit bekend via sociale media. Er komt een overzicht van alle speelplekken op de website.

Pagina 18

2.3.8. Alle speelplekken rookvrij Vanuit het nationaal preventieakkoord zet de rijksoverheid in op een rookvrije generatie in 2040. Gemeenten maken onderdeel uit van dit akkoord. De gemeente Goes heeft daarnaast expliciet besloten zich in te zetten voor een rookvrije generatie. In het preventieakkoord is opgenomen dat alle speeltuinen in 2025 rookvrij zijn. Aanbeveling Bij alle speellocaties wordt een bordje 'rookvrije generatie' geplaatst.

2.3.9. Duurzaamheid en natuurlijk spelen Als gemeente hebben we invloed op het inrichten van de openbare ruimte. Er wordt beheerbewust en kostenbewust geïnvesteerd. Bij de aanschaf en het beheer van speeltoestellen en ondergronden letten we goed op het kostenaspect en de duurzaamheid. Door meer gebruik te maken van duurzame materialen verduurzamen we de aanleg en het onderhoud. Over het algemeen zijn duurzame speeltoestellen en ondergronden duurder qua aanschaf c.q. onderhoud. We zien steeds vaker dat leveranciers van speeltoestellen een “duurzame producten lijn” aanbieden. Ook bij de keuze van ondergronden kan deze afweging worden gemaakt. Uit steeds meer onderzoeken blijkt dat spelen in de natuur een gezondheidsbevorderende werking heeft. Spelen in de natuur stimuleert de motorische, cognitieve, sociale en zintuigelijke ontwikkeling. Ook de creativiteit en fantasie worden gestimuleerd. Op een natuurlijk terrein kunnen talloze speelmogelijkheden zijn, zoals: klauteren, klimmen, hangen aan takken, springen, graven, hutten bouwen enz. De natuur is als multifunctionele ruimte te gebruiken met verschillende speelplekken om in te spelen, te gebruiken als ontmoetingsplaats of om je juist terug te trekken. Kinderen maken bovendien spelenderwijs kennis met de biodiversiteit van een gebied. In veel groen mag gespeeld worden.

We willen het natuurlijk spelen stimuleren en kijken of er mogelijkheden zijn voor het aanleggen van speelbosjes. Hierbij maken we gebruik van adviezen van deskundigen. Formele speellocaties dienen te voldoen aan de wettelijke eisen voor veiligheid, die vastgelegd zijn in het Attractie-Besluit. Dit zal een bepaald spanningsveld blijven. Ditzelfde geldt voor hutten die door kinderen worden gebouwd. Per locatie en situatie zal bekeken moeten worden hoe er om gegaan dient te worden met de veiligheid. Aanbevelingen Toeslag van 10% opnemen bij vervangingsinvesteringen voor duurzaamheid van speeltoestellen en ondergronden. Natuurlijk spelen stimuleren en onderzoeken waar en op welke wijze natuurlijk spelen kan worden gerealiseerd. Deze negen uitgangspunten en de daarbij behorende normen en richtlijnen vormen de basis voor de verdere uitvoering van ons speelvoorzieningenbeleid. In het volgende hoofdstuk wordt de financiële afweging die we hierbij maken toegelicht.

3. Financiën

www.goes.nl

Pagina 20

3. FINANCIËN 3.1. Financiën Om de speeltoestellen optimaal te kunnen beheren maken we een onderscheid in de kosten voor jaarlijkse inspectie/periodiek onderhoud en de meerjaren vervangingskosten. Regulier onderhoudsbudget Het regulier onderhoud omvat alle onderhoudswerkzaamheden die met een bepaalde regelmaat (cyclisch) worden uitgevoerd om de speelvoorzieningen en de ondergronden in stand te houden gericht op het vastgestelde kwaliteits- en onderhoudsniveau. Bij regulier onderhoud moet gedacht worden aan wekelijkse controle, onderhoud draaiende delen, verwijderen zwerfvuil, egaliseren ondergronden van snippers, grint en zand, de jaarlijkse inspecties en de daaruit voortvloeiende benodigde reparaties. Het regulier onderhoud wordt uitgevoerd door de gemeentelijke buitendienst met speciaal opgeleide medewerkers. Eenmaal per jaar worden de toestellen en de ondergronden door een extern bedrijf geïnspecteerd. Alle inspecties en de werkzaamheden worden conform de WAS vastgelegd in een logboek. In de kadernota wordt indien nodig een budget voor areaaluitbreiding voorzien: areaalgroei is een continu proces. Jaarlijks wordt gekeken of het regulier onderhoudsbudget voor speelvoorzieningen nog passend is bij de actualiteit. Vervangingsbudget Evenals bij bijvoorbeeld bebouwing, riolering of verharding is periodieke vervanging van de speelvoorzieningen en de ondergronden noodzakelijk.

Gebruik en vandalisme hebben invloed op de levensduur. Vervanging van de bestaande speelvoorziening of ondergrond als ze hun functie niet meer (veilig) kunnen vervullen. Vervangingsonderhoud houdt planmatige vervanging aan het eind van de technische levensduur in. De technische levensduur is bereikt als de reguliere onderhoudswerkzaamheden niet toereikend zijn om het object (tegen acceptabele kosten) aan de functionele en technische eisen te laten voldoen. Het vervangen van speeltoestellen en de ondergrond (kunstgras e.d.) wordt beschouwd als een investering. Investeringen worden over een bepaalde looptijd (15 jaar) afgeschreven. Deze afschrijving plus de betaalde rente vormt de jaarlijkse kapitaallast. Deze kapitaallasten vinden we terug in de meerjarenbegroting. Bij het opstellen van de begroting 2021 en de meerjarenplanning is uitgegaan van een benodigde verhoging van het budget voor vervanging van de toestellen en ondergronden. Hierbij zijn destijds een aantal aannames gedaan vanwege onvolledige gegevens. De status quo speelplekken en toestellen is daarbij gehandhaafd. Daarbij is nog geen rekening gehouden met flexibiliteit i.v.m. de gewijzigde leeftijdsopbouw, de toegankelijkheid en inclusiviteit van speelvoorzieningen, mogelijke clustering van speelplekken en de daaraan verbonden kosten van verwijdering en herinrichting groen of duurzaamheid van de speelplekken.

Inmiddels is overgestapt naar een ander beheersysteem. De correctie van de basisinventarisatie wordt dit jaar (2021) nog uitgevoerd. Nieuwe trends Op dit moment is niet voorzien in nieuwe trends (bijvoorbeeld digitale speeltoestellen) of grote (bovenwijkse) investeringen zoals skateparken, pumptrack etc. Indien blijkt dat dergelijke voorzieningen in Goes gewenst zijn, volgt zoals gebruikelijk een apart voorstel voor het beschikbaar stellen van krediet. Daarbij wordt eventueel apart aandacht gevraagd voor een mogelijke discrepantie tussen de technische, economische afschrijvingsduur en de “sociale” afschrijvingstermijn van specifieke (digitale) voorzieningen.

3.2. Voorlopige scenario's Bij de verdere uitwerking kan alvast gedacht worden aan een aantal scenario’s. Zoals aangeven hebben we voor verdere onderbouwing en advisering de basisinventarisatie en herziene quickscan nodig en kunnen we daarna de financiële consequenties in kaart te brengen.

Pagina 21

Toch willen we hier alvast een aantal voorlopige scenario’s aangeven: Scenario

0

Omschrijving Geen vervanging van toestellen

1

Basis

2

Toegankelijkheid

3

Demografie

Wat gaan we doen Toestellen/speelplekken die niet meer voldoen aan veiligheid om met te hoge onderhoudskosten worden verwijderd/opgeheven. Benodigde vervangen van toestellen en ondergrond i.v.m. veiligheid en beheer. In overleg met wijk/dorp kijken naar mogelijkheid clustering en summiere aanpassing toegankelijkheid Extra budget voor aanpassingen toegankelijkheid (specifieke toestellen, ondergronden) Extra budget voor flexibiliteit i.v.m. leeftijdsopbouw

Kosten -eenmalige kosten verwijdering en omvorming groen -jaarlijks onderhoud groen -vervangingskosten bestaande toestellen en ondergronden cf. inventarisatie (meerjarenbegroting) - geen extra budget 10 % bovenop huidige vervangingsbudget 10 % bovenop huidige vervangingsbudget (dus 10% + 10%)

4

Duurzaam

Extra budget voor flexibiliteit i.v.m duurzame investeringen

5

Combinatie

Combinatie van scenario 2,3 en/of 4

10 % bovenop huidige vervangingsbudget (dus 10% + 10% + 10%)

Scenario 1 kan beschouwd worden als de minimum variant. Speelvoorzieningen zijn een basisvoorziening in een wijk. We vinden het belangrijk dat kinderen buiten actief zijn, voldoende kunnen bewegen, elkaar ontmoeten en samen spelen. Uit talloze onderzoeken blijkt dat speelvoorzieningen een preventieve meerwaarde hebben en bijdragen aan een gezond ontwikkelingsklimaat. Ook voor de volwassenen is de speelplek veelal een ontmoetingsplek en draagt deze bij aan de leefbaarheid en sociale cohesie. Bewoners zijn betrokken bij hun leefomgeving. Een veilige, toegankelijke speelvoorziening is essentieel voor een aantrekkelijke woonomgeving. Het is van belang dat de kwaliteit en de kwantiteit van de speelplekken in onze gemeente op niveau blijft. In Goes zijn er nu voldoende speelplekken. Dit is het resultaat van een overwogen speelvoorzieningenbeleid dat in de afgelopen decennia is gevoerd en waarbij bewonersparticipatie een belangrijke rol heeft gespeeld. Scenario 2 heeft een hoger ambitieniveau waarbij ingezet wordt op toegankelijkheid/inclusiviteit. De huidige speelvoorzieningen worden in stand gehouden en in de komende beleidsperiode wordt bereikt dat er in elke kern minimaal 1 speelplek is, waar kinderen met een beperking samen kunnen spelen met leeftijdsgenoten zonder beperking.

Bij scenario 3 wordt ingezet op toegankelijkheid (scenario 20 en meer flexibiliteit qua leeftijdsopbouw (toestellen voor 0-6 jaar zijn goedkoper dan voor 6-12 jaar of 12+) en bij scenario 4 wordt, naast toegankelijkheid en leeftijdsopbouw, ook meer gelet op duurzaamheid. Bij scenario 0 vallen er te veel toestellen of zelfs hele speelplekken weg. Dit gaat ten koste van een gezond ontwikkelingsklimaat voor jeugdigen en past niet in het beleid op gebied van het Sociaal Domein (preventief gezondheidsbeleid, beweegvisie, ontmoeting en activering, veilige en aantrekkelijke woonomgeving). In het kader van bewonersparticipatie is te verwachten dat dit zal leiden tot veel weerstand. Verschraling van het aanbod en variatie achten we onwenselijk. Na het compleet maken van de basisinventarisatie en de nieuwe quickscan komt er een uitgewerkt voorstel over de financiële consequenties en de keuzes in scenario’s. Na besluitvorming is het tijd om het bewonersparticipatie traject te starten.

Pagina 22

4. Stappenplan en tijdpad

www.goes.nl

Pagina 24

4. STAPPENPLAN EN TIJDPAD Er zijn diverse stappen te zetten en we kunnen niet alles tegelijk. Alle toestellen in één jaar vervangen is te kostbaar en zal ook in de praktijk qua technische haalbaarheid en uitvoeringscapaciteit niet reëel zijn. Daarnaast is dit onwenselijk want het biedt geen ruimte voor bewonersparticipatie. In 2021 zijn op basis van eerder ingeschatte prioriteit en veiligheid al een aantal speelplekken gerenoveerd of wordt gewerkt aan de voorbereiding. Dit betreft ’s Heer-Arendskerke (Liesbethstraat), Goes Zuid (Lijsterbesstraat en Beukenstraat), Goes Centrum (Westerwijkplein) en Goes West (Rommerswalestraat en Fluitekruidstraat). Ook voor 2022 staan er een aantal speelvoorzieningen op de prioriteitenlijst om te kijken of en welke aanpassingen benodigd zijn (o.a. Kattendijke, Eindewege, Wolphaartsdijk). We hebben al aangegeven dat we eerst de basisinventarisatie op orde willen hebben zodat er een integrale afweging kan worden gemaakt. De te inventariseren basisgegevens zijn: locaties; te vervangen toestellen; te vervangen ondergronden; gebruikersgroep toestellen. We verwachten deze inventarisatie Q4 2021 volledig in beeld te hebben en in het beheersysteem OBSURV verwerkt te hebben. Na besluitvorming en beschikbaar stellen van budget voor actualisatie van de Quickscan Speelruimte Goes kan opdracht worden verleend. De resultaten verwachten we in Q2 2022.

Hierna brengen wij advies uit over de financiële consequenties, de scenario’s en de voorstellen per wijk/dorp (Q3 2022). Vervolgens gaan we, vanaf Q4 2022 met gebruikmaking van de gegevens van de nieuwe quickscan en de basisinventarisatie in gesprek met de bewoners: we peilen de behoeften en het draagvlak in de wijk en leggen onze bevindingen en voorstellen aan hen voor. Het burgerpanel is mogelijk een geschikt instrument hiertoe maar ook andere vormen van bewoners (kinder)participatie zijn denkbaar. Gezamenlijk stellen we een wijkspeelruimteplan op waarbij we gebruikmaken van tips en expertise om de inclusiviteit en toegankelijkheid te verbeteren en kijken we of we speelplekken kunnen clusteren. We letten hierbij op de mogelijkheden en randvoorwaarden (fysiek, technisch, veiligheid) en betrekken hierbij ook de benodigde herstelkosten en toekomstig groenonderhoud. Samenvattend: Stappenplan/ tijdpad Goes Spelen Basisinventarisatie Actualisatie Quick Scan Advisering scenario’s Uitvoering/bewonersparticipatie

Q4 2021 Q2 2022 Q3 2022 Q4 2022 e.v.

5. Aanbevelingen

www.goes.nl

Pagina 26

5. AANBEVELINGEN In dit hoofdstuk hebben alle aanbevelingen nogmaals op een rijtje gezet. Aanbevelingen bij uitgangspunt inclusiviteit en toegankelijkheid De Gemeente Goes onderschrijft het Speelakkoord. Het streven is om in de komende beleidsperiode te bereiken dat er in elke kern minimaal 1 speelplek is, waar kinderen met een beperking samen kunnen spelen met leeftijdsgenoten zonder beperking. We maken gebruik van de adviezen en kennis van (ervarings)deskundigen bij de herinrichting van speelplekken. Er wordt een checklist opgesteld. Bij nieuwe ontwerpen geven we in de randvoorwaarden aan dat de speelplek ook geschikt moet zijn voor kinderen met een beperking. Toeslag van 10% opnemen voor vervanging van toestellen en/of aanpassen speelvoorziening in Verband met toegankelijkheid. Aanbeveling bij uitgangspunt Nuso speelruimtenorm De NUSO-richtlijn 3% blijft een uitgangspunt van ons beleid. Aanbevelingen bij uitgangspunt maatwerk per wijk of dorp Er is sprake van maatwerk per wijk/dorp waarbij we een indeling hanteren van wijk-, buurt- en blokniveau. De basisinventarisatie speeltoestellen en ondergronden dient op een aantal aspecten te worden aangevuld zodat we een compleet, volledig en betrouwbaar overzicht hebben. Deze inventarisatie wordt actueel gehouden. Er vindt een actualisering van de Quickscan naar speelbehoefte plaats.

We maken per wijk een (digitale) kaart met daarop vermeld de speelplekken (locaties) e.e.a. te verfijnen naar soort speelplek (leeftijd), aantal toestellen, etc. Aanbevelingen bij uitgangspunt clustering van speelplekken Er wordt meer accent gelegd op grotere, goed gesitueerde speelplekken zonder het belang van kleinere speelplekken met name voor de doelgroep 0 tot 6 jaar uit het oog te verliezen. We streven ernaar om in elke wijk of dorp binnen het beschikbare budget één centrale, geconcentreerde speelvoorziening te hebben of hiernaar toe te groeien. We maken daarbij, in samenspraak met de wijk of het dorp, een integrale afweging. Aanbeveling bij uitgangspunt actuele demografische gegevens Toeslag van 10% opnemen bij vervangingsinvestering voor vervanging speeltoestellen in relatie met demografische opbouw. Aanbevelingen bij uitgangspunt bewonersparticipatie De (her) inrichting van speelvoorzieningen per wijk/dorp vindt plaats in samenspraak met bewoners. De wijze en vorm van bewonersparticipatie is gekoppeld aan de grootte van het project en de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn. Kinderen zijn de experts en hebben binnen de mogelijkheden een doorslaggevende stem bij de toestelkeuze. Als er nieuws is over speelplekken bijvoorbeeld over aanleg, aanpassingen of (tijdelijke) verwijdering van toestellen dan maken we dit bekend via sociale media.

Er komt een overzicht van alle speelplekken op de website. Aanbeveling bij uitgangspunt alle speelplekken rookvrij Bij alle speellocaties wordt een bordje 'rookvrije generatie' geplaatst. Aanbevelingen bij uitgangspunt duurzaamheid en natuurlijk spelen Toeslag van 10% opnemen bij vervangingsinvesteringen voor duurzaamheid van speeltoestellen en ondergronden. Natuurlijk spelen stimuleren en onderzoeken waar en op welke wijze natuurlijk spelen kan worden gerealiseerd.

Bijlagen

www.goes.nl

Pagina 28

BIJLAGEN Begrippenlijst Aanbevelingen Nota Spelen in Goes 2011 Kinderen en hun spel, doelgroepen, loopafstanden en spelsoorten Richtlijnen opheffen, handhaven, aanleg speelvoorziening Criteria bewonersparticipatie speelvoorzieningen Toelichting onderhoud, beheer en vervanging

Pagina 29

BIJLAGE 1 BEGRIPPENLIJST Speelvoorziening Dit is een verzamelnaam voor speelaanleidingen, speelelementen, speelgelegenheden, ontmoetingsplaatsen voor jongeren, en sport- en speelplaatsen die worden aangelegd in de openbare ruimte. Ook meubilair als zitbanken, afvalbakken, hekwerken, groen en bebording die duidelijk een functie heeft voor het spelen, behoort tot de speelvoorziening. Een speelvoorziening is speciaal ingericht voor de doelgroep 0-18 jaar. Speeltoestel Constructies die bedoeld zijn als speeltoestel, maar ook andere objecten die bedoeld of bruikbaar zijn als speeltoestel, zijn volgens het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) een speeltoestel. Valondergrond Speeltoestellen met een valhoogte van meer dan 60 cm moeten geplaatst worden op een valondergrond die zorgt voor valdemping. Voorbeelden van valondergronden zijn gras, zand, boomschors of rubbertegels. Speelaanleiding Hiermee worden alle objecten bedoeld die niet specifiek voor het spelen, ontmoeten, of sporten zijn geplaatst, maar wel een scala aan spelmogelijkheden bieden in de (in)formele speelruimte. Openbare ruimte Onder openbare ruimte wordt verstaan de niet uitgegeven bebouwde ruimte. Hieronder vallen plantsoenen, parken, parkeerplaatsen, openbare speelplekken, en trottoirs.

Formele speelruimte Dit is speelruimte die officieel de bestemming 'spelen' heeft gekregen en ingericht is met speelvoorzieningen. Informele speelruimte Het kinderspel beperkt zich niet tot de formele ruimtes. Kinderen kunnen en willen overal spelen. Informele speelruimte is dan ook de ruimte die kinderen en de jongeren voor hun spel gebruiken, of rond te hangen, maar die niet speciaal daarvoor bestemd is. Denk daarbij aan parkeerplaatsen, groenvoorzieningen, parkjes, achterpaden, voetpaden, enzovoorts. Doelgroep De doelgroep van het speelruimtebeleid wordt bepaald door degenen die van de openbare informele en formele speelruimte gebruik maken. Bij de beoordeling van de speelruimte gaan we uit van onderstaande indeling in leeftijdscategorieën: Gelijk laten lopen met indeling OBSURVE. Het hele jonge kind (0-6 jaar) Voor het jonge kind tot drie jaar (peuter) is de speelplek een plaats waar het onder begeleiding van een oudere veilig kan spelen. Het alleen en zelfstandig spelen gebeurt in een besloten omgeving, bijvoorbeeld in huis of in de tuin. Als de kinderen naar de basisschool gaan (kleuter) worden ze langzaamaan zelfstandiger en mogen ze meer de omgeving gaan verkennen. Dat gebeurt eerst dicht bij huis, zodat ouders toezicht hebben, en later verder de straat in om nieuwe speelmogelijkheden te verkennen.

Het basisschoolkind (7-12 jaar) De kinderen in de leeftijd van groep 3 tot en met 8 van de basisschool gaan steeds meer op ontdekkingstocht en doen dat ook steeds meer in groepsverband. Basisschoolkinderen van de onderbouw mogen vaak nog niet een drukke weg oversteken en blijven dichter bij huis. Vanaf een leeftijd van 6 jaar tot 8 gaan ze verder de buurt of wijk in. De jongeren (13+) Eenmaal op het voortgezet onderwijs treedt er vaak een gedragsverandering op bij kinderen. Deze groep blijkt de openbare speelruimte te gebruiken als verzamelplek, voor ontmoeting (hangplek) en om te sporten. Ze verplaatsen zich zelfstandig over het hele dorp en/of de stad.

Pagina 30

Planniveaus (blok, buurt en wijkniveau) In een woongebied kun je verschillende planniveaus onderscheiden. Dit zijn de niveaus waarop plannen voor een bepaald beleid betrekking hebben. Zo heb je blok-, buurt-, wijkniveau en bovenwijks niveau. Het blokniveau is het niveau met de hoogste belevingswaarde. Daar voelen mensen zich het meest bij betrokken. In de tabel staan de oppervlaktes per niveau. Deze zijn gemiddelden en zijn in de feitelijke situatie variabel, afhankelijk van de fysieke en sociale situatie. Planniveau

Bereik

1e doelgroep

Blokniveau Buurtniveau Wijkniveau Gemeentelijk niveau

Tot 100 à 150 m Tot 300 à 400 m Tot 800 à 1.000 m Tot 1.600m en meer

0-6 jaar 7-12 jaar 12-18 jaar skaters/gezinnen

Overige doelgroepen 6+ Vorig niveau Vorig niveau Vorig niveau

Oppervlakte voorziening Ca.10x10m=100m2 Ca.35x35m=1225 m2 Ca. 80x80m = 6.400m2 pm

Een speelvoorziening op blokniveau ziet er anders uit dan een speelvoorziening op buurtniveau. De laatste zal groter zijn en een andere doelgroep aantrekken. Je kunt zeggen: hoe hoger het niveau, hoe groter de oppervlakte van de speelvoorziening, hoe ouder de doelgroep.

Pagina 31

BIJLAGE 2 Aanbevelingen Nota Spelen in Goes 2011 De nota Spelen in Goes 2011 sloot af met een zestal aanbevelingen. In het kort blikken we hierop terug: Korte omschrijving aanbeveling

Stand van zaken

Na vaststellen nota 2011 opstellen van een uitvoeringsprogramma

Door Bureau Speelruimte is in opdracht van de gemeente Goes een QuickScan uitgevoerd naar de behoefte aan speelruimte. Hierbij is per wijk/ dorp de relatie gelegd tussen het aantal speelplekken, de spreiding hiervan, en de leeftijdsgroepen en zijn aanbevelingen geformuleerd . Conform planning uitgevoerd. Aantal nieuwe speellocaties gerealiseerd (Riethoek, Mannee, Nieuwe Diep) Er zijn met verschillende schoolbesturen afspraken gemaakt over het aanmerken van de schoolpleinen als openbaar speelterrein. Daarnaast zijn voor de brede scholen afspraken vastgelegd over het beheer, onderhoud en vervanging van toestellen. Is niet uitgevoerd; hangt nauw samen met uitvoeringsprogramma. Gegevens zijn wel essentieel, voorstel actualisatie Quick Scan. Er is een vervangingsinvestering planning opgesteld. Jaarlijks wordt de planning geactualiseerd en wordt deze voor een periode van 5 jaar in de begroting opgenomen. Geconstateerd is dat de basisinventarisatie niet volledig is en aanvulling behoeft. Er is meer oog voor het aanpassen van speelplekken voor kinderen met een beperking. Bij vervanging toestellen kijken we wat de mogelijkheden zijn qua toestelkeuze en ondergronden en daarbij meerdere toestellen geplaatst die ook geschikt zijn voor kinderen met beperking. In Mannee zijn beweegtoestellen geplaatst en in Wolphaartdijk zijn er plannen voor een beweegtuin.

Inclusiviteit wordt in nieuwe nota expliciet opgenomen als uitgangspunt.

Herinrichting locatie gebaseerd op vervanging van toestellen zoals opgenomen in logboeken, Onderzoek nieuwe speellocaties Gesprekken met div. schoolbesturen over aanmerken van schoolpleinen als openbare ruimte.

De analyse van bevolkingscijfers minimaal eens in de drie tot zes jaar te herhalen en ruimte in te bouwen tot tussentijdse bijstellingen. Opstellen van een vervangingsinvesteringsplanning.

Bij de herinrichting van speellocaties wordt ook aandacht besteed aan “nieuwe” doelgroepen. Er moet bij het opstellen van de uitvoeringsparagraaf nagedacht worden of, in welke mate en op welke manier speelvoorzieningen aangepast moeten zijn aan kinderen met een beperking. Tevens wordt aandacht besteed aan het inrichten van één of twee locaties voor beweegtoestellen voor ouderen. Hierbij wordt ook een koppeling gemaakt met het sport- en gezondheidsbeleid.

Pagina 32

BIJLAGE 3 Tabel Kinderen en hun spel, doelgroepen, loopafstanden/speelplek 0 tot 6 jaar Spelpatroon spelen vaak alleen; bewegen; fantasie/rollenspel; constructiespel; actieradius van 150 meter.

Peuters/kleuters Relatie woonomgeving eigen tuin, balkon; zelfstandig ontdekken van de informele speelruimte in de directe omgeving van het huis.

6 t/m 12 jaar Spelpatroon samen spelen en kletsen; bewegen; fantasie/rollenspel; constructiespel; regel- en wedstrijdspel; avontuurlijk spel; verschil in spel jongens en meisjes; actieradius tot 400 meter.

Schooljeugd Relatie woonomgeving groter ruimtebeslag; verharde ruimten; schoolplein; gesitueerd in groene ruimten, parken of grotere groengebieden; besloten plekken met geborgenheid.

12 t/m 19 + jaar Spelpatroon sporten, skaten; muziek maken, luisteren, dansen; gevoelig voor trends; ontmoeting, chillen, rondhangen; actieradius tot 1.000 meter.

Jongeren Relatie woonomgeving groter ruimtebeslag; verharde ruimten; schoolplein; gesitueerd in groene ruimten, parken of grotere groengebieden; ontmoetingsplekken, zien en gezien worden; bij voorkeur gesitueerd op enige afstand van woningen.

Type speelvoorzieningen speelplek of spelaanleiding; ruimtebeslag circa 50 m2; 1 à 2 kleine speeltoestellen of spelaanleidingen; soms specifieke ondergrond benodigd; vaak in combinatie met voorziening voor 6-12 jarigen.

Type speelvoorzieningen speelplek met circa 3 (grotere) speeltoestellen; ruimtebeslag circa 300 m2; verhard speelterrein (circa 8 x 30 meter); schoolplein; trapveld circa 25 x 40 meter; avontuurlijk terrein; skatevoorziening; vaak in combinatie met voorziening voor 0-6 jarigen.

Type speelvoorzieningen multifunctioneel verhard speelveld van circa 18 x 30 meter; trapveld circa 40 x 60 meter; skatevoorziening; sport- en spelattributen.

Pagina 33

BIJLAGE 4 Tabel Richtlijn opheffen, handhaven, aanleg speelvoorziening Aantal kinderen 0-18 jaar in speelblok van 200x200 m <30

30-40

40-60

60-80

>80

Maatregel speelvoorziening blokniveau (0-12 jaar) Basis om bestaande speeltoestellen te handhaven is onvoldoende.

Voorwaarden

Speelplek opheffen. Basis om bestaande speeltoestellen te handhaven is onvoldoende.

Of geen voorwaarde stellen ??? Er moet een grotere speelplek in de ruimere woonomgeving (400x400m) aanwezig zijn

Speelplek opheffen als er aanleiding toe is (bijv. vervanging toestellen). Basis om bestaande speeltoestellen te handhaven is voldoende, maar te klein om bij het ontbreken van een speelplek over te gaan tot aanleg. Basis om één bestaande speelplek te handhaven is voldoende.

Ontbreken van voldoende compensatie (oa informele speelplekken).

Bij het ontbreken van een speelplek over te gaan tot aanleg als daar om gevraagd wordt. Basis om één bestaande speelplek te handhaven is voldoende.

Er moet een grotere speelplek in de ruimere woonomgeving (400x400m) aanwezig zijn.

Geschikte locatie.

Geschikte locatie.

Een speelplek bestaat over het algemeen uit meerdere toestellen. Bij een kindertal lager dan 20 is het eigenlijk niet gerechtvaardigd een speelplek, ook niet in de vorm van 1 speeltoestel in stand te houden. In zo'n situatie zullen de kinderen na de afschrijvingstermijn van een speelplek naar een andere speelplek moeten uitwijken.

Pagina 34

BIJLAGE 5 Criteria bewonersparticipatie speelvoorzieningen a.

b.

c.

Bij kleinschalige vervanging en het uitvoeren van onderhoud wordt niet direct met betrokken gecommuniceerd. De vervanging wordt meegedeeld aan de wijk of dorpsvereniging en op onze website vermeld. Dit betreft doorgaans werkzaamheden die erop gericht zijn om snel en adequaat te reageren op verzoeken, schade en op onveilige situaties. Het zijn vervangingen van bijvoorbeeld een enkel speeltoestel of meubilair tot een waarde van €2.500,-. De speelelementen zijn klein. De vervanging voorziet in het terugbrengen van hetzelfde, de zogenaamde één-op-één-vervanging. Bij het (her)inrichten van speelplekken en vooral het vervangen van bestaande speeltoestellen in de prijsklasse > €2.500,- worden de direct betrokkenen, vooral de kinderen, geraadpleegd. In deze situaties wordt.in samenspraak met de wijk- of dorpsvereniging aan de kinderen in de directe omgeving een aantal keuzes voorgelegd. Een herinrichtingsplan voor een speelplek of aanleg nieuwe speelplek gebeurt in nauwe samenspraak met bewonersorganisatie/ wijk- of dorpsvereniging en buurtbewoners. Dit kan d.m.v. een informatiebijeenkomst voor de hele buurt.

Pagina 35

BIJLAGE 6 Toelichting Onderhoud, beheer en vervanging Het onderhoud van speeltoestellen en valondergronden kost veel geld. Toestellen met bewegende onderdelen zijn gevoelig voor slijtage, deze slijtage kan invloed hebben op de veiligheid. Uit ervaring blijkt dat de technische levensduur van speeltoestellen ongeveer 15 jaar is. Na 15 jaar vermindert de kwaliteit snel. Als het technisch en financieel verantwoord is, blijft een toestel langer staan dan de afschrijvingstermijn. Als blijkt dat een toestel niet meer veilig is of de onderhoudskosten worden in verhouding te hoog worden, dan wordt het verwijderd. Een verwijderd toestel wordt niet per definitie vervangen door eenzelfde toestel. Er kan ook gekozen worden voor een ander type toestel, in overleg met de bewoners. Bij een te vereenvoudigen speellocatie kan het een keuze zijn om het toestel niet te vervangen. Er is dus sprake van flexibele vervanging (Maatwerk per wijk/kern). Verder is het belangrijk te realiseren dat het vervangen van toestellen bij voorkeur per speelplek plaatsvindt en we waar mogelijk 'werk met werk' combineren. We kunnen dan zorgen voor een efficiëntere voorbereiding, afstemming, inspraak, herinrichting en plaatsing. In Goes wordt van elk gemeentelijk speeltoestel een logboek bijgehouden. In dit logboek staan gegevens over de fabrikant/importeur, de installatie, eigenaar en beheerder.

Ook bevat het gegevens over het toestel, de keuringen, inspecties en onderhoud. Een keuringsinstantie inspecteert de speeltoestellen een keer per jaar. Daarnaast controleren we zelf de speeltoestellen nog vier keer per jaar. Als er iets kapot is, dan repareren we dit zo snel mogelijk. Indien nodig stellen we het speeltoestel tijdelijk buiten gebruik. Daarnaast wordt de speelomgeving regelmatig visueel gescand (bijv. door de wijkonderhoudsploeg bij het leeghalen van de afvalbakken). Er is een actueel, volledig en geïndexeerd overzicht van alle speelvoorzieningen en de toestellen in onze gemeente met vermelding van locatie, toestellen, aanschafjaar en aanschafwaarde en het vervangingsjaar. We streven naar een vervangingsplan dat gebaseerd is op de leeftijd van de speelplekken. Speeltoestellen worden in principe na 15 jaar vervangen. Een en ander is afhankelijk van materiaal en gebruik. Op basis van de kwaliteit en inspectieresultaten actualiseren wij het onderhouds- en vervangingsplan. Soms is een speelplek eerder aan vervanging toe doordat toestellen in slechte conditie zijn maar het komt ook voor dat toestellen langer blijven staan. Als een speeltoestel op gemeentegrond wordt neergezet door bijv. een bewoner, wordt het toestel automatisch eigendom van de gemeente. De juridische term hiervoor is natrekking.

De gemeente kan bij ongevallen met speeltoestellen in de openbare ruimte dus altijd (mede) aansprakelijk worden gesteld. Dit is de reden waarom toestellen geplaatst door bewoners niet zomaar kunnen worden getolereerd zonder overleg en/of inschatting van veiligheidsrisico's en kunnen worden verwijderd.

www.goes.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10923212/1