Agendapunt 13. VERTROUWELIJK collegebesluit verordening Jeugdhulp en Nadere regels
Tekst van het document
Besluit B&W
Zaakkenmerk / Documentkenmerk Onderwerp Afdeling
Z20.069936 / D20.710242 Verordening Jeugdhulp gemeente Goes 2021 Samenleving
Steller
Goetheer, Evelina
Portefeuillehouder
drs. J. de Goffau
Besloten in de vergadering van
College van B&W d.d. 02 mrt 2021
Toelichting besluit Voorstel
Wij stellen voor: 1. In te stemmen met de Verordening jeugdhulp gemeente Goes 2021 en deze te laten vaststellen door de gemeenteraad. 2. De Nadere regels jeugdhulp gemeente Goes 2021 vast te stellen en deze ter kennisname aan te bieden aan de gemeenteraad.
Besluit
Het college besluit: 1. In te stemmen met de Verordening jeugdhulp gemeente Goes 2021 en deze te laten vaststellen door de gemeenteraad. 2. De Nadere regels Jeugdhulp gemeente Goes 2021 vast te stellen en deze ter kennisname aan te bieden aan de gemeenteraad.
Inleiding
Op grond van de Jeugdwet moeten gemeenten een aantal zaken in een verordening regelen, de zogenaamde Verordening Jeugdhulp. Het gaat daarbij onder andere om het aanbod van voorzieningen, de wijze waarop de toegang tot jeugdhulp is geregeld en de wijze waarop het pgb-tarief wordt bepaald. De Verordening en Nadere regels zijn een belangrijke leidraad voor de uitvoeringsprocessen en geeft aan wat jeugdigen en ouders van de gemeente mogen verwachten. De huidige Verordening Jeugdhulp dateert uit 2015. De Nadere regels
zijn in 2017 vastgesteld. Zowel de Verordening als de Nadere Regels dienen te worden aangepast. De 13 Zeeuwse gemeenten hebben de actualisatie van de Verordening en nadere regels Jeugdhulp gezamenlijk opgepakt. Door samenwerking in de Oosterscheldregio hebben we kunnen realiseren dat de Verordening en Nadere regels Jeugdhulp uniform voor ligt in de 7 gemeenten van de Oostersschelderegio. Dit zorgt voor een efficiëntere uitvoering en samenwerking met de aanbieders in het werkveld. De Verordening jeugdhulp geeft uitvoering aan de Jeugdwet en dient door de gemeenteraad te worden vastgesteld. De nadere regels jeugdhulp vormen een uitwerking van de Verordening en de bevoegdheid voor vaststellen ligt bij het college.
Argumenten
Door de grote wijziging in de teksten is het niet mogelijk u een versie met “wijzigingen bijhouden” te verstrekken. De nu geldende stukken zijn als bijlage bijgevoegd, zodat u deze desgewenst eveneens kunt nalopen. Actualisering was nodig vanwege de gewijzigde wet- en regelgeving. De verordening is tevens een belangrijke leidraad voor de uitvoeringsprocessen. Ze geeft aan wat jeugdigen en ouders van de gemeente mogen verwachten. De verordening en nadere regels bieden handvatten voor de gemeentelijke toegang om te sturen op doelmatigheid, effectiviteit en efficiëntie van de jeugdhulp en daarmee op de beheersing van de uitgaven voor jeugdhulp. Zo zijn de volgende onderwerpen nadrukkelijker uitgeschreven: Het onderzoek voor het toekennen van jeugdhulp en de stappen die daarbij doorlopen worden; In het ondersteuningsplan kan worden gestuurd op specifieke en meetbare doelen die binnen afzienbare tijd haalbaar zijn; Afstemming met andere voorzieningen is uitgebreider beschreven. Het onderscheid tussen gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp wordt nader uitgewerkt. Mede aan de hand van een normaal ontwikkelingsproces. Hierbij is ook de inzet van het eigen netwerk nader omschreven. De mogelijkheid is opgenomen om de financiële situatie van gezinnen mee te wegen bij het bepalen van de eigen mogelijkheden.
Dit laatste betreft enkel de situatie, dat ouders een pgb aanvragen om zelf bovengebruikelijke zorg in te zetten. Hiervoor is een financiële toets opgenomen. Daarbij beschikken we over stevige kwaliteitscriteria voor aanbieders die met een pgb ingezet worden (zowel formele als informele hulp); Er is een specifiekere omschrijving onder welke voorwaarden er een tegemoetkoming voor het
vervoer wordt toegekend; Er is een hardheidsclausule opgenomen, waardoor maatwerk tot de mogelijkheden blijft horen. De Verordening jeugdhulp gemeente Goes 2021 regelt de belangrijkste zaken rond jeugdhulpvoorzieningen. In de verordening heeft de gemeenteraad het college van B&W de bevoegdheid gegeven om voor bepaalde onderdelen Nadere regels te stellen, namelijk met betrekking tot: ten aanzien van de vormen van jeugdhulp en de uitwerking daarvan (artikel 2, lid 3); de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening (artikel 5, lid 4); de verdere uitwerking van de algemene criteria, zoals genoemd in het eerste lid van artikel 6, of ter bepaling van specifieke criteria voor bepaalde maatwerkvoorzieningen (artikel 6, lid 4); met betrekking tot de te naamstelling en inhoud van de beschikking (artikel 8, lid 6); de aan een persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden en verplichtingen (artikel 9, lid 6); de hoogte van de tarieven van een persoonsgebonden budget (artikel 11, lid 5); de bevoegdheden van de toezichthouder(s) (artikel 14, lid 3); de wijze waarop betreffende de jeugdhulp cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen inspraak en medezeggenschap kunnen hebben en waarop periodiek overleg met ingezeten wordt georganiseerd (artikel 17, lid 4).
Door actualisering van de verordening en nadere regels voldoen deze weer aan de geldende wettelijke eisen. Tevens sluiten ze aan bij de kaders die zijn gesteld in het focusplan versnelling transformatie, zoals dat ook door de raad is vastgesteld. Dit is gericht op normalisatie, zakelijkheid en beheersbaarheid. Waar mogelijk is er beheersing van de uitgaven, maar maatwerk blijft altijd mogelijk. Daarnaast is er op Zeeuws niveau zoveel mogelijk uniformiteit in regelgeving gerealiseerd, gericht op een efficiëntere uitvoering en samenwerking met aanbieders in het werkveld.
Communicatie
De Verordening en Nadere regels jeugdhulp worden bekend gemaakt in het Gemeenteblad en gepubliceerd op www.overheid.nl. Op dat moment treden ze ook in werking.
Financiën
Mogelijke risico’s
Wijze van tot stand komen
Er zijn geen directe financiële gevolgen. Wel biedt het het Centrum voor Jeugd en Gezin handvatten om te sturen op doelmatigheid, effectiviteit en efficiënte van de jeugdhulp en daarmee de beheersing van de kosten voor de jeugdhulp.
Er zijn geen risico's in beeld.
De actualisatie van de Verordening jeugdhulp en de Nadere regels jeugdhulp zijn in concepten tot stand gekomen in een provinciale werkgroep met beleidsmedewerkers, vertegenwoordigers van de Inkooporganisatie Jeugdhulp, van de lokale toegang en een juridisch medewerker. Deze werkgroep heeft meegelezen, meegedacht en meegeschreven. Extern juridisch advies is verkregen van de Marienburggroep. Er is gebruik gemaakt van de modelverordening VNG, het model van Schulinck en van verschillende lokale verordeningen en nadere regels. De concepten zijn met de gemeenten in de Oosterschelderegio verder afgestemd en bedoeling is om deze uniform in de 7 gemeenten van de Oosterschelderegio te laten vaststellen. Dit zorgt voor een efficiëntere uitvoering en samenwerking met de aanbieders in het werkveld. Lokaal de concepten doorgesproken met het Centrum voor Jeugd en Gezin en er is advies gevraagd aan de Regio-ambassadeur cliëntperspectief in Zeeland van het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (VNG). De concepten zijn ook besproken met de wethouder J. de Goffau, deze heeft met het advies en de stukken ingestemd.
Participatie
Zie ook wijze totstandkoming. Perspectief van de jeugd is meegenomen door advies te vragen aan de regioambassadeur cliëntperspectief in Zeeland. Deze reactie is bijgevoegd. Verwezen wordt in deze reactie onder andere naar de versterkende factoren bij gezinnen en aandacht voor overgang 18+. Het klopt dat de verordening zich misschien meer richt op verduidelijking en beheersing, maar daarbij wordt ook gekeken naar maatwerk en de mogelijkheden om in de praktijk de omgekeerde toets toe te passen en te kijken naar alle mogelijkheden die geboden worden, zo ook in het voorliggende veld. De preventieve kant van ons beleid komt veel meer tot uiting in ons verdere beleid binnen het sociaal domein zoals het
jeugdbeleid, gezondheidsbeleid, armoedebestrijding, onderwijsachterstandenbeleid, sport. Onderdeel van onze preventie is ook het in zo'n vroeg mogelijk stadium signaleren van problemen op financieel gebied, zodat hier ondersteuning in geboden kan worden. Opmerking 4 en 5 betreft het stellen van een Nibudnorm bij bespreken eigen kracht en de uitwerking van eigen kracht ten opzichte van financiële draagkracht. Dit richt zich op de hoogte van het pgb-tarief. De Jeugdwet regelt hierover verder niets, behalve dat een 'toereikend tarief' moet worden verstrekt. De manier waarop de hoogte van het pgb-tarief wordt berekend moet via de gemeentelijke verordening worden vastgelegd. Voor gemeenten is het wel van belang om een en ander goed vast te leggen in het beleid. Er is in deze verordening gekozen voor de algemeen vastgestelde Nibudnorm. Dit geeft houvast. Wat niet betekent dat er niet naar de specifieke situatie wordt gekeken. Maatwerk staat voorop. Dit sluit ook aan bij de kaders die zijn gesteld in het Focusplan:normalisatie, zakelijkheid en beheersbaarheid. Waar mogelijk is er beheersing van de uitgaven, maar maatwerk blijft altijd mogelijk.
Vervolg
De Verordening jeugdhulp wordt ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Na vaststelling kunnen de verordening en nadere regels worden gepubliceerd. De nieuwe regels treden in werking na publicatie. Alle aanvragen die voor die periode zijn ingediend worden afgehandeld aan de hand van de toen geldende regelgeving.