Agendapunt 13. Toelichting bestemmingsplan
Tekst van het document
Bouwroute Ten behoeve van de ontwikkeling van het gebied dient er een bouwroute bepaald te worden voor het bouwverkeer. Vooralsnog is het voornemen om de bouwroute vanaf de parallelweg over het terrein van Hendriks Plaza te laten lopen.
Juust
32
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen
Figuur 20 | Voorstel bouwroute Jacobahof
5.10
Externe veiligheid
De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen in de nabijheid van risicobronnen dienen te worden getoetst aan de genoemde regelgeving. Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Ook liggen er geen buisleidingen in of in de nabijheid van het plangebied. De A58 ligt op afstand van ruim 2200 meter. over deze weg worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Op basis van het provinciaal beleid is geen nadere verantwoording benodigd. De dichtstbij gelegen route voor het Basisnet Water ligt op een afstand van 9000 meter. Ook hiervoor geldt dat er geen nadere verantwoording benodigd is. Op een afstand van ongeveer 550 meter loopt het spoortraject Sloehaven-Roosendaal West welke deel uitmaakt van het Basisnet. Over dit traject vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Op basis van provinciaal beleid dient binnen een afstand van 1.500 meter vanaf het spoor waarover toxische stoffen worden vervoerd, voor ontwikkelingen een beperkte verantwoording groepsrisico plaats te vinden.
Beperkte verantwoording groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Het plangebied wordt via een ontsluitingsweg aan de Jacoba van Beierenstraat 16a ontsloten. Tevens wordt er ook nog een langzaamverkeerverbinding tussen het Jacobahof en de Floris de Voogdstraat aangelegd. Deze zal tevens dienst doen als calamiteitenroute. In het plangebied is voldoende ruimte voor het opstellen van een blusvoertuig (straat, openbare parkeervoorzieningen, keervoorziening). Rondom het plangebied is een watergang gelegen. Deze is vanaf het openbare gebied te bereiken. Zelfredzaamheid Gelet op het type woningen dat is voorzien (vrijstaande woningen) mag ervan uitgegaan worden dat de bewoners volledig zelfredzaam zijn. Kinderen worden beschouwd als vermindert zelfredzaam, maar daarbij mag ervan uit gegaan worden dat deze door ouders/verzorgers worden geholpen in geval van calamiteiten.
Juust
33
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen
Dit aspect vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
5.11
Kabels en leidingen
In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Het gaat dan met name om gas, elektra en rioolpersleidingen en leidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Voor deze kabels en leidingen geldt een veiligheidszone omdat deze een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen waarmee rekening moet worden gehouden. Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor het realiseren van het plan.
5.12
Milieu Effect Rapportage
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de dremeplwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. is de activiteit 'stedelijk ontwikkelingsproject' opgenomen met een drempelwaarde van 100 hectare of 2.000 of meer woningen.
Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is mede afhankelijk van de aard en omvang van het project en het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. In onderhavig plan is sprake van het toevoegen van vier woningen op een bestaand woonperceel. De gemeente Goes heeft aangegeven dat daarmee sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Omdat de omvang van het project onder de drempelwaarde blijft, kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe is een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling voor projecten onder de drempelwaarde aan het college voorgelegd. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (zie Bijlage 8). Er is geen sprake van significante negatieve effecten. Het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) is daardoor niet nodig.
5.13
Conclusie
Alle relevante aspecten voor de kwaliteit van de leefomgeving zijn onderzocht. Deze aspecten vormen geen belemmering voor het voorgenomen plan. De nieuwe invulling van het gebied sluit goed aan op de omliggende woonomgeving.
Juust
34
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische vormgeving
Planvorm
Het plangebied wordt gevormd door de kadastrale ligging van het gebied. Het volgt de contouren van het huidige kadastraal perceel gemeente GOE00, sectie W, perceelnummer 10 en 432. Het gehele plangebied is momenteel reeds bestemd als 'Wonen'. Echter zijn er, naast het bouwvlak ter plaatse van de bestaande woning geen mogelijkheden om meerdere woningen op het perceel te realiseren. Het plangebied behoudt de bestemming 'Wonen'. Er worden twee ruime bouwvlakken opgenomen. Eén bouwvlak waarbinnen de bestaande woning is gelegen en waar aan de westzijde van de woning nog een woning mogelijk is. Aan de oostkant wordt een bouwvlak opgenomen waarbinnen maximaal 3 woningen mogelijk zijn. Om te voorkomen dat de woning te dicht op de randen van het plangebied worden gesitueerd, is een afstand van 10 meter aangehouden tussen de rand van het plangebied en de bouwvlakken. De percelen worden als vrije kavels verkocht waarbij deze voor maximaal 50% mogen worden bebouwd met een maximum oppervlakte van 250 m². Tevens dient er met betrekking tot het bouwen een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens van 3 meter te worden aangehouden. Om de openbare ruimte planologisch mogelijk te maken, wordt de bestemming 'Verkeer' opgenomen.
Deze bestemming wordt vanaf de huidige in/uitrit aan de Jacoba van Beierenstraat 16a in een hoek doorgetrokken zodat de laatste woning in het gebied ook met de auto is te bereiken. Om het gebied voor fietsers beter toegankelijk te maken, wordt de verkeersbestemming vanaf de laatste woning tot aan de Floris de Voogdstraat tussen nummer 20 en 22 doorgetrokken. Binnen de verkeersbestemming is tevens de aanleg van groenvoorzieningen mogelijk. De exacte inrichting van de openbare ruimte vindt in een later stadium plaats.
6.2
Toelichting op de verbeelding en regels
In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk,. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet. Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting. Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen weer.
Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status. Zo veel mogelijk is aangesloten op de systematiek uit het geldende bestemmingsplan 'Bebouwde Kom `s-Heer Hendrikskinderen'. Binnen de bestemming 'Wonen' worden twee bouwvlakken toegevoegd. Op de verbeelding zijn diverse maatvoeringen (goot- en bouwhoogte maximum aantal woningen) opgenomen.
Juust
35
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen
Regels Algemeen De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: - Hoofdstuk 1 Inleidende regels - Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels - Hoofdstuk 3 Algemene regels - Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Inleidende regels Begripsbepalingen en Wijze van meten De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten. Bestemmingsregels Artikel Verkeer De bestemming 'Verkeer' is opgenomen voor de openbare ruimte. In dit deel van het bestemmingsplan is de hoofdfunctie het ontsluiten van het plangebied. Artikel Wonen Er zijn twee vlakken voor 'Wonen' opgenomen. Binnen deze vlakken is de bouw van vijf woningen en het behouden van de huidige woning toegestaan. In de regels is de maximale te bebouwen oppervlakte en percentage opgenomen. Algemene regels Antidubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven.
Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijv. ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Algemene bouwregels Dit artikel bevat een aantal algemene bepalingen ten aanzien van het overschrijden van de bouwgrenzen van verschillende bij gebouwen horende elementen zoals galerijen, balkons, liftkokers, afdaken en erkers mits de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt. Daarnaast zijn in dit artikel regels ten aanzien van parkeergelegenheid laad - en losruimte opgenomen. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken. Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken van de maximum toegestane bouwhoogte en voor het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bouwgrenzen voor zover dit voor een praktische uitvoering van het plan noodzakelijk is. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden, zoals het overschrijden van bestemmingsgrenzen.
Juust
36
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen
Algemene procedureregels Dit artikel bevat algemene procedureregels voor het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 9. Overgang- en slotregels In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.
Juust
37
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen
Hoofdstuk 7
Handhaving
De gemeenteraad heeft tot taak bestemmingsplannen vast te stellen voor het grondgebied van de gemeente. In elk bestemmingsplan wordt het door de gemeente gewenste ruimtelijke beleid voor een bepaald gebied vertaald. Een nieuw bestemmingsplan legt de bestaande ruimtelijke kaders vast en bepaalt de grenzen waarbinnen planologische ontwikkelingen mogelijk zijn. Het biedt de gemeente een actueel beleidsmatig en juridisch toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven in een specifiek gebied. Om de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde leefomgeving te behouden en te verbeteren, is het noodzakelijk dat na het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan ook zorg gedragen wordt voor de handhaving daarvan. Het uitblijven van handhavend optreden tegen de overtreding van regels die in een bestemmingsplan worden gesteld aan de bebouwing en inrichting van gronden, leidt tot rechtsongelijkheid en vermindert het vertrouwen van de burger in het gemeentebestuur.
7.1
Handhaving bestemmingsplannen
Onder handhaving wordt verstaan het nemen van maatregelen om de naleving van wettelijke voorschriften te bevorderen. Handhaving betreft dus niet alleen het daadwerkelijk repressief optreden tegen overtreders met behulp van sanctiemiddelen. Daaraan voorafgaand is het gewenst dat er heldere en hanteerbare regels zijn, het verschaffen van inzicht in die regels - zodat een ieder het vanzelfsprekend acht zich aan de gestelde norm te houden - en het houden van toezicht op de naleving ervan. Een eerste vereiste voor een goede handhaving is derhalve een bestemmingsplan met handhaafbare regels. Dat wil zeggen regels die zodanig zijn opgesteld dat deze in de toetsingspraktijk goed hanteerbaar zijn. Voorlichting en preventief optreden vormen de basis voor een effectief handhavingsbeleid. Een goede informatievoorziening draagt bij aan een verbetering van de naleving van bestemmingsplannen. Hoewel sanctionering in de meest optimale situatie niet nodig zou moeten zijn, zullen zich in de praktijk altijd gevallen voordoen waarin achteraf opgetreden moet worden tegen illegale situaties. In veel gevallen besluit het college van burgemeester en wethouders een overtreding gedwongen te laten beëindigen en daartoe zonodig wettelijke dwangmiddelen te gebruiken, zoals het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom.
7.2
Handhavingsbeleid
De doelstelling van handhaving is het bereiken van goede naleving van wettelijke regels. Handhaving is een beginselplicht, welke door middel van het voeren van een transparant beleid ingezet moet worden als instrument voor de naleving van de regels, om hiermee een leefbare en veilige woonomgeving te garanderen voor de inwoners van de gemeente. Het bureau Toezicht en Handhaving van de afdeling Vergunningen en Handhaving is, namens het college, belast met het toezicht op de naleving van onder meer de ruimtelijke regelgeving. Deze taak wordt zo veel mogelijk consistent en stelselmatig uitgevoerd, zodat aan de beginselen van behoorlijk bestuur zoals rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en zorgvuldigheid kan worden voldaan. Daarvoor is het nodig handhavingsbeleid vast te stellen. Het handhavingsbeleid is, zoals vele andersoortige beleidsvelden, altijd in beweging. Met behulp van monitoring wordt periodiek geëvalueerd en wordt zonodig het beleid bijgesteld. Het Goese handhavingsbeleid kent een planning&control-cyclus van 4 jaar, waarbij jaarlijks een handhavingsuitvoeringsprogramma wordt vastgesteld. In juni van 2008 heeft het gemeentebestuur van Goes het meest recente handhavingsbeleid, de nota integraal handhavingsbeleid 2008-2012, vastgesteld. Het vastgestelde handhavingsbeleid is erop gericht om zo veel mogelijk integraal te handhaven.
7.3
Opleggen sancties
Wanneer een overtreding niet vrijwillig wordt beëindigd, wordt doorgaans gekozen voor het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom om een overtreder te dwingen een illegale situatie te beëindigen. Deze bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen hebben een reparatoir karakter en zijn met vele juridische waarborgen omkleed.
Juust
38
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. In het onderhavige plan is sprake van een dergelijk bouwplan. Met de initiatiefnemer wordt een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten. De ontwikkelkosten, waaronder ook aansluitingen op het gemeentelijk rioleringsstelsel en inrichting van de buitenruimte binnen het plangebied zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De inrichting van het openbaar gebied aan de noordzijde van het plangebied is eveneens voor rekening van de initiatiefnemer. Vervolgens zal het openbare gebied overgaan naar de gemeente Goes. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig.
Juust
39
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen
Hoofdstuk 9 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 9.1
Vooroverleg
Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie Zeeland, het Waterschap en de Veiligheidsregio Zeeland.
9.2
Inspraak
De gemeente Goes heeft een inspraakverordening. De inspraakprocedure heeft conform deze verordening plaatsgevonden. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze terinzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld om een inspraakreactie in te dienen. Het resultaat van de inspraak is verwoord in een 'Nota inspraak en overleg'.
9.3
Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan
Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro jo afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.
Juust
40
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen
Goessestraatweg 17A, 4421 AD, Kapelle +31 (0) 85-9020222 • info@juust.nl
juust.nl
Ontwerp
COLOFON Documentgegevens Titel Rapportnummer Datum Status IMRO Gemeente
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen AVV_2018_03 27 oktober 2020 ontwerp NL.IMRO.0664.HH10-ON99 Goes
Opdrachtnemer Naam Adresgegevens Auteur(s) Contactgegevens
Juust Goessestraatweg 17A 4421 AD Kapelle Janita van Gastel +31(0) 85 902 0222
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Inventariserend veldonderzoek SOB
4
Bijlage 2
Bodemonderzoek SMA 2008
48
Bijlage 3
Bodemonderzoek ABO 2019
121
Bijlage 4
Quickscan flora en fauna
218
Bijlage 5
Nader onderzoek beschermde natuurwaarden
235
Bijlage 6
Stikstofberekening
248
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek
263
Bijlage 8
Aanmeldnotitie m.e.r.
313
Bijlage 9
Nota inspraak en overleg
321
Juust
2
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen
Bijlagen bij de toelichting
Juust
3
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen
Bijlage 1 Inventariserend veldonderzoek SOB
Juust
4
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen
Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Plangebied Jacoba van Beierenstraat 16a, ’s-Heer Hendrikskinderen, Gemeente Goes J. Ras
Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Plangebied Jacoba van Beierenstraat 16a, ’s-Heer Hendrikskinderen, Gemeente Goes J. Ras
Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Plangebied Jacoba van Beierenstraat 16a, ’s-Heer Hendrikskinderen, Gemeente Goes J. Ras SOB Research, Instituut voor Archeologisch en Aardkundig Onderzoek © SOB Research Heinenoord, november 2008 ISBN/EAN: 978-90-5801-687-4 Projectnummer 1520-0809
Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Plangebied Jacoba van Beierenstraat 16a, ’s-Heer Hendrikskinderen, Gemeente Goes Inhoud 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Inleiding Planontwikkeling Archeologisch onderzoek Opdrachtverlening Doel van het onderzoek Fasering Onderzoeksteam
3 3 3 3 4 4 5
2. 2.1 2.2 2.3
Onderzoekssysteem: gehanteerde methoden en technieken Archeologisch verwachtingsmodel Veldonderzoek Uitwerking en rapportage
7 7 7 8
3. 3.1 3.2
Archeologisch Verwachtingsmodel Inleiding Conclusies en aanbevelingen op basis van het Archeologisch Verwachtingsmodel
9 9 9
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Resultaten veldonderzoek Inleiding Booronderzoek IVO Geologische opbouw Archeologische indicatoren booronderzoek Toetsing archeologisch verwachtingsmodel
11 11 11 11 12 13
5.
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
15
Literatuur
17
Verklarende woordenlijst
19
Bijlage 1:
Administratieve gegevens
21
Bijlage 2:
Archeologische en geologische tijdschaal
23
Bijlage 3:
Overzicht voor het Holocene gebied van de gebruikelijke lithostratigrafische indeling en de vertaling naar de lithostratigrafie naar De Mulder et. Al, 2003
25
Bijlage 4:
Archeologisch Verwachtingsmodel, SMA, 2008
27
Bijlage 5:
Overzicht Boorgegevens Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Plangebied Jacoba van Beierenstraat 16a, ’s-Heer Hendrikskinderen, Gemeente Goes
35
SOB Research: Gegevens
39
Bijlage 6:
2
1. Inleiding 1.1. Planontwikkeling Aanleiding voor het archeologisch onderzoek vormden de plannen voor de realisatie van 9 percelen, waarvan 8 bebouwd zullen worden, aan de Jacoba van Beierenstraat 16a te ’s-Heer Hendrikskinderen (Gemeente Goes). Het plangebied heeft een oppervlakte van 1,3 hectare.
Afbeelding 1. Ligging van het onderzoeksgebied (rode stip) in Nederland.
1.2 Archeologisch onderzoek Het noordelijke deel van het plangebied maakt deel uit van een zone die op de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) wordt aangeduid met een hoge archeologische verwachting en het zuidelijke deel van een zone met een middelhoge archeologische verwachting. Als gevolg van de te voorziene bodemingrepen (graaf- en bouwwerkzaamheden) kunnen mogelijk archeologisch relevante horizonten worden verstoord. Op basis van het vigerende Europese (Verdrag van Valletta), het landelijke (o.m. Wet Archeologische Monumentenzorg 2007 (WAMz) en de KNA 3.1) en het provinciale beleid (zie o.m. Nota Archeologie 2006 - 2012) zal daarom een verantwoorde afweging moeten worden gemaakt van de in het geding zijnde archeologische belangen. Door de Gemeente Goes is dan ook besloten dat in het kader van de planprocedure een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Het Archeologisch Bureauonderzoek is reeds uitgevoerd door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. (Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.: Rapport Archeologisch Bureauonderzoek Jacoba van Beierenstraat 16a te ’s-Heer Hendrikskinderen gemeente Goes; ’s-Heerenhoek, 2008 (definitief)).
1.3 Opdrachtverlening Op basis van het door SOB Research opgestelde plan van aanpak (“Aanvraag “Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Plangebied Jacoba van Beierenstraat 16a, ’s-Heer Hendrikskinderen, Gemeente Goes”, d.d. 10 september 2008) heeft Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. aan SOB Research opdracht verleend om een Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen uit te voeren. De afbakening van het onderzoeksgebied was gelijk aan de afbakening van het plangebied, zoals deze is aangegeven door de opdrachtgever (zie Afbeelding 2 en Afbeelding 3).
3
Afbeelding 2. De positie van het plangebied (rood omkaderd), geprojecteerd op een uitsnede van de Topografische Kaart. Schaal 1: 25.000. Bron: Topografische Dienst, Emmen.
1.4 Doel van het onderzoek De opgave voor het onderzoek door SOB Research was om het door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. opgestelde Archeologisch Verwachtingsmodel door middel van een veldonderzoek te toetsen.
1.5 Fasering Na de opdrachtverlening is er een begin gemaakt met het onderzoek. Op 25 en 26 september 2008 is een archeologisch veldonderzoek uitgevoerd. Dit veldonderzoek bestond uit een karterend booronderzoek. Tenslotte is, op basis van de verkregen gegevens, een overzicht samengesteld van de aangetroffen archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden. De verkregen gegevens, de daaraan verbonden conclusies, alsmede de op basis hiervan tot stand gekomen adviezen zijn uitgewerkt in het nu voorliggende eindrapport.
4
1.6 Onderzoeksteam Het onderzoeksteam van SOB Research bestond uit: G. M. H. Benerink J. Ras
veldwerk, gegevensverwerking veldwerk rapportage
Afbeelding 3. Ligging van het onderzoeksgebied (rood omkaderd), geprojecteerd op een uitsnede van de Kadastrale Kaart. Het onderzoeksgebied was ten tijde van het veldonderzoek deels bebouwd (oranje: woonhuis) en bestond uit grasland en bosschages (groen). Kaartschaal 1: 2.500. ©Topografische Dienst Kadaster, Emmen [2008].
5
6
2. Onderzoekssysteem: gehanteerde methoden en technieken 2.1 Archeologisch Verwachtingsmodel Door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. is een Archeologisch Verwachtingsmodel opgesteld. Hierbij ging het vooral om een gespecificeerde verwachting ten aanzien van de mogelijk aanwezige archeologische vondstcomplexen (mogelijke aard, gaafheid en ouderdom) en de relatie (mogelijke diepteligging en context) met de geologische ondergrond. Op basis van het Archeologisch Verwachtingsmodel is door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. het onderzoeksplan voor het veldonderzoek uitgewerkt (Sagro Milieu Advies Zeeland B.V., 2008).
2.2 Veldonderzoek 2.2.1 Booronderzoek Op basis van het onderzoeksplan is het booronderzoek op het terrein uitgevoerd. Ten einde het op basis van de informatie van het bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachtingsmodel te kunnen toetsen, is gekozen voor de uitvoering van een veldonderzoek door middel van grondboringen. Ten grondslag aan deze keuze ligt het gegeven dat relevante archeologische niveaus mogelijk door sediment zijn afgedekt, waardoor het opsporen van archeologische vindplaatsen door middel van een oppervlaktekartering niet mogelijk was. De uitvoering van grondboringen was daarom in dit geval de minst destructieve methode, waarmee met voldoende betrouwbaarheid de kans op de aan- of afwezigheid van archeologische waarden kon worden aangetoond. Door middel van boringen kan de mate van intactheid van het geologisch profiel worden bepaald en kan inzicht worden verkregen in de geologische opbouw van een gebied. Dit is vooral van belang omdat de bewoningsmogelijkheden in Nederland tot de Romeinse tijd volledig afhankelijk waren van de landschappelijke situatie. Ook voor wat betreft de Romeinse tijd en de Middeleeuwen is er, ondanks de toegenomen mogelijkheden om door middel van bedijking, afdamming of kanalisering het landschap vorm te geven, nog steeds sprake van een sterke relatie tussen het natuurlijke landschap en de mogelijkheden tot bewoning.
Soms kan de stratigrafie, de aard, de dikte, de omvang en de ouderdom van de archeologisch interessante grondlagen aan de hand van de boringen globaal worden bepaald en verder in kaart worden gebracht. Soms kunnen ook direct al archeologische indicatoren worden getraceerd. Indicatoren voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen zijn onder meer de aanwezigheid van houtskool, verbrand bot, aardewerkfragmenten, potgruis, vuursteen, puin of verstoorde grondlagen. 2.2.2 Oppervlaktekartering Bij een oppervlaktekartering wordt een terrein onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten aan het oppervlak. In gebieden waar archeologisch belangrijke lagen relatief dicht aan het oppervlak liggen (er is dan geen sprake van omvangrijke sedimentvorming op deze lagen) kan het uitvoeren van een oppervlaktekartering zinvol zijn. Vooral vers geploegde akkers lenen zich voor deze onderzoeksmethodiek. Binnen het onderzoeksgebied is, vanwege de aanwezige bebouwing en beplanting en het daardoor ontbreken van vondstzichtbaarheid, geen oppervlaktekartering uitgevoerd.
7
2.3 Uitwerking en rapportage Na het veldonderzoek zijn de onderzoeksgegevens uitgewerkt en geanalyseerd. Hierbij is voortdurend sprake geweest van terugkoppeling naar de uitkomsten van het archiefonderzoek (toetsing Archeologisch Verwachtingsmodel). Ter afronding van het archeologisch onderzoek is het nu voorliggende eindrapport samengesteld.
8
3. Archeologisch Verwachtingsmodel 3.1 Inleiding Door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. is in haar ‘Rapport Archeologisch Bureauonderzoek Jacoba van Beierenstraat 16a te ’s-Heer Hendrikskinderen gemeente Goes (Sagro Milieu Advies Zeeland B.V., 2008) een Archeologisch Verwachtingsmodel opgesteld. Zie Bijlage 4 voor het door SMA opgestelde Archeologische Verwachtingsmodel.
3.2 Conclusies en Aanbevelingen op basis van het Archeologisch Verwachtingsmodel Vervolgens werden door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. op basis van het Archeologisch Verwachtingsmodel de volgende conclusies en aanbevelingen geformuleerd: ‘Duidelijk is dat de te verrichten werkzaamheden binnen het plangebied, met een omvang van circa 1,3 ha, zullen leiden tot verstoring van de bodem voor zover het de daarin nog aanwezige archeologische waarden betreft. Gezien de diepte van de geplande bodemverstoring is er een kans op het aantreffen van archeologische sporen uit de (Late-)Middeleeuwen en Nieuwe Tijd binnen het plangebied (4.4). Deze eventuele sporen kunnen aanwezig zijn op de Duinkerke II Afzettingen op geringe diepte onder het huidige maaiveld. Voor de overige perioden is de verwachting om binnen de verstoringsdiepte waarden aan te treffen laag. In hoeverre eventueel aanwezige sporen in het plangebied zijn verstoord is onduidelijk. Uitgangspunt van het beleid is om de archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem te bewaren. Als, ondanks eventuele aanpassingen, er verstoring van die waarden optreedt, dienen de archeologische gegevens door middel van onderzoek te worden gedocumenteerd voordat zij verdwijnen (Bron: Monumentenwet 1988, 2008).
Om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen en dus vast te stellen welke archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn dient een karterend inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd te worden. Het onderzoek omvat een veldkartering, het bekijken van eventuele slootranden, en een boorprogramma. Het karterend onderzoek dient plaats te vinden binnen het gehele plangebied en te worden verricht tot 30 centimeter onder de diepte die door de grondroerende werkzaamheden in het kader van de planvorming wordt verstoord. Volgens de handleiding voor booronderzoek van de provincie Zeeland (Bron: Handleiding Programma’s van eisen Zeeland, 2004 — p.9) dienen ter plaatse van de getij-inversierug 10 boringen per hectare te worden gezet tot een diepte van 120 cm-mv met een edelmanboor (diameter 15 cm). Dit booronderzoek sluit direct aan op een grondige oppervlaktekartering (indien van toepassing met slootkantinspectie). Archeologisch relevante lagen dienen te worden gezeefd met een 4 mm zeef. Gezien de geplande bodemverstoring van 80 tot 90 cm-mv is het voorgestelde onderzoek afdoende. Mocht de verstoringsdiepte groter worden kan aanpassing van het voorgestelde onderzoek noodzakelijk zijn. In het westelijke deel van zone 1 kunnen resten van bijgebouwen, behorende bij het voormalige kasteel ‘s-Heer Hendrikskinderenburg worden aangeboord.
Tevens kunnen verstoringen samenhangend met de tuinaanleg van dit slot worden aangetroffen. Voor zone II geldt dezelfde werkwijze, maar hier dienen de boringen te worden doorgezet tot in ieder geval 30 cm in het nog eventueel aanwezige veen pakket (Bron: Handleiding Programma’s van eisen Zeeland, 2004 — p.9). Een intact veenpakket dient altijd te worden bemonsterd met een edelmanboor (diameter 12 cm) en gezeefd ter opsporing van archeologische indicatoren. Doel van dat onderzoek zal zijn om de mate waarin het terrein reeds verstoord is vast te stellen en indien het terrein nog redelijk in tact is de door de planontwikkeling bedreigde archeologische waarden te documenteren voordat zij verdwijnen. Indien het lagenpakket voldoende in tact is en er archeologische indicatoren worden aangetroffen zal er vervolgonderzoek nodig zijn en dient de vraag te worden beantwoord of de vondsten in het plangebied in relatie staan met het Huis te Werf.
9
Het archeologisch onderzoek moet verricht worden door een archeologisch bedrijf, dat door de RACM bevoegd is bevonden. Bovenstaande conclusie en aanbeveling is beoordeeld door mevrouw drs. N.J.G. van Jole van de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, adviseur gemeentelijke archeologie, bij de evaluatie van het concept-rapport voor de gemeente Goes. Haar opmerkingen zijn in dit definitieve rapport verwerkt.’ (Sagro Milieu Advies Zeeland B.V., 2008).
10
4. Resultaten veldonderzoek 4.1 Inleiding Het onderzoeksgebied ligt ten oosten van de bebouwde kom van ’s-Heer Hendrikskinderen, direct ten oosten van de Jacoba van Beierenstraat. Het onderzoeksgebied was ten tijde van het veldonderzoek deels bebouwd en deels in gebruik als tuin (zie Afbeelding 3). Het maaiveld lag op een hoogte tussen circa 0.01 meter +NAP en 0.72 meter +NAP.
4.2 Booronderzoek IVO Binnen het onderzoeksgebied zijn de boringen uitgevoerd in een grid waarbij de maximale afstand tussen de boringen 40 meter bedroeg. In totaal werden tijdens het IVO 14 boringen uitgevoerd tot een diepte tussen 0.70 meter en 3.00 meter beneden. Op basis van de richtlijnen van de Provincie Zeeland ten aanzien van archeologisch onderzoek diende ter plaatse van de getij-inversierug met een Edelmanboor met een diameter van 15 centimeter te worden geboord (Provincie Zeeland, 2004). Dit was echter, vanwege de compactheid van de bodem, niet mogelijk. Daarom is per boorpunt tweemaal geboord met een Edelmanboor met een diameter van 12 centimeter tot een diepte van circa 1.3 meter beneden maaiveld. Vervolgens zijn de boringen verdiept met een gutsboor met een diameter van 3 centimeter. Bij iedere afzonderlijke boring werden de in de boring te onderscheiden geologische afzettingen en archeologische sporen ten opzichte van het maaiveld ingemeten. De locatie van de boringen is bepaald door middel van een meetlint. De bijbehorende hoogteliggingen van het maaiveld werden ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP) bepaald met behulp van de Topografische Kaart (zie Bijlage 5: Overzicht Boorgegevens Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Plangebied Jacoba van Beierenstraat 16a, ’s-Heer Hendrikskinderen, Gemeente Goes).
4.3 Geologische opbouw Op basis van de gegevens van het booronderzoek kan worden gesteld dat ter plaatse van het onderzoeksgebied (geul-) Afzettingen van Duinkerke II zijn aangetroffen. Het gaat hierbij om klei- en zandafzettingen, die naar onderen toe overgaan in gebande klei- en zandafzettingen. In geen van de boringen werd Hollandveen aangetroffen. Op basis van de boorgegevens kan worden aangenomen dat het gehele onderzoeksgebied ter plaatse van een voormalige geul ligt. Deze getijdegeul is ingesneden in het Hollandveen en in de Afzettingen van Calais en is gevuld met klei- en zandafzettingen. Het hierdoor gevormde klei- en zandlichaam, en de aan weerszijden van deze geul gelegen zones waar ook klei- en zandpakketten werden afgezet, is minder aan klink en bodemdaling onderhevig dan het omliggende landschap, zodat een hoger liggende kreekrug kon ontstaan. In alle boringen werd geconstateerd dat de bovenlaag verstoord was tot op een diepte van maximaal 1 meter beneden het maaiveld. Deze verstoring heeft mogelijk te maken met de inrichting van het gebied in 1975, waarbij een boomgaard is gerooid (mededeling H. J. Boschloo, SMA) .
11
Afbeelding 4. De positie van de boorpunten van het IVO (in blauw), geprojecteerd op een uitsnede van de Kadastrale Kaart. Het onderzoeksgebied is rood omkaderd. Schaal 1: 2.000. ©Topografische Dienst Kadaster, Emmen [2008].
4.4 Archeologische indicatoren booronderzoek Tijdens de uitvoering van het booronderzoek werden in een aantal boringen, in verstoorde context, archeologische indicatoren aangetroffen: In Boring nr.: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 9, 10, 11, 12, 13 en 14 werden tot op een diepte van maximaal 1.05 meter beneden het maaiveld puinbrokjes, en soms houtskool, aangetroffen. In Boring nr.: 1 werd in de bouwvoor een fragment aardewerk uit de negentiende eeuw aangetroffen. In Boring nr.: 2 werd, eveneens in de bouwvoor, een fragment aardewerk uit de late Nieuwe Tijd aangetroffen. Boring nr.: 8 stuitte op een diepte van 0.70 meter onder het maaiveld op een puinlaag. Dit kan worden gerelateerd aan een hier gelegen oprijlaan, die na 1975 is aangelegd.
12
Vanwege het verstoorde karakter van het profiel, en de datering van de vondsten, is hier waarschijnlijk geen sprake van relevante archeologische waarden. Het aangetroffen vondstmateriaal is niet bemonsterd.
4.5 Toetsing archeologisch verwachtingsmodel Op basis van het door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. opgestelde Archeologisch Verwachtingsmodel (Sagro Milieu Advies Zeeland B.V., 2008) kon worden ingeschat dat er in het onderzoeksgebied sprake zou zijn van de aanwezigheid van dagzomende (geul-)Afzettingen van Duinkerke II. Op basis van de onderzoeksresultaten van het booronderzoek kan dit beeld worden bevestigd. Op basis van het Archeologisch Verwachtingsmodel zou er voornamelijk kans bestaan op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd in de top van de Afzettingen van Duinkerke II. Tijdens het veldonderzoek werden echter geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. Tevens werden geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van resten gerelateerd aan het kasteel Huis te Werf. Wel werd vastgesteld dat binnen het onderzoekgebied de bodem tot op een diepte tussen 0.30 meter en 1.00 meter beneden het maaiveld was verstoord, waarschijnlijk als gevolg van inrichtingswerkzaamheden in 1975.
13
14
5. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen In opdracht van Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. is door SOB Research ten behoeve van de plannen voor de realisatie van 9 percelen, waarvan 8 bebouwd zullen worden, aan de Jacoba van Beierenstraat 16a te ’s-Heer Hendrikskinderen (Gemeente Goes) een Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen (IVO) uitgevoerd, met het doel een door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. opgesteld Archeologisch Verwachtingsmodel door middel van een veldonderzoek te toetsen. Het plangebied heeft een oppervlakte van 1,3 hectare. Op basis van het door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. opgestelde Archeologisch Verwachtingsmodel (Sagro Milieu Advies Zeeland B.V., 2008) kon worden ingeschat dat er in het onderzoeksgebied sprake zou zijn van de aanwezigheid van dagzomende (geul-)Afzettingen van Duinkerke II. Op basis van de onderzoeksresultaten van het booronderzoek kan dit beeld worden bevestigd. Op basis van het Archeologisch Verwachtingsmodel zou er voornamelijk kans bestaan op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd in de top van de Afzettingen van Duinkerke II. Tijdens het veldonderzoek werden echter geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. Tevens werden geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van resten gerelateerd aan het kasteel Huis te Werf.
Wel werd vastgesteld dat binnen het onderzoekgebied de bodem tot op een diepte tussen 0.30 meter en 1.00 meter beneden het maaiveld was verstoord, waarschijnlijk als gevolg van inrichtingswerkzaamheden in 1975. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek ter plaatse van het plangebied niet noodzakelijk geacht.
15
16
Literatuur -
Provincie Zeeland: Handleiding Programma’s van eisen Zeeland: 2004
-
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.: Rapport Archeologisch Bureauonderzoek Jacoba van Beierenstraat 16a te ’s-Heer Hendrikskinderen gemeente Goes; ’s-Heerenhoek, 2008
-
SOB Research: Aanvraag “Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Plangebied Jacoba van Beierenstraat 16a, ’s-Heer Hendrikskinderen, Gemeente Goes”; Heinenoord: 2008
-
Tol, A.J., et al.: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek; Amsterdam: 2006
17
18
Verklarende woordenlijst antropogeen
door menselijk handelen
C14 datering
bepaling van het gehalte aan radioactieve koolstof (C14) van organisch materiaal (hout, houtskool, schelpen, etc.) waaruit de ouderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren voor 1950 A.D.
differentiële klink
verschijnsel waarbij relatief hoog of laag liggende gebieden door geologische of fysische processen laag of hoog (andersom) komen te liggen. Ook wel omgekeerde klink of reliëfinversie genoemd
dy
organische afzetting, bestaande uit fijn verdeelde afgestorven plantenresten, in stilstaand water bezonken
erosie
verzamelnaam voor processen die het aardoppervlak aantasten en los materiaal afvoeren. Dit vindt voornamelijk plaats door wind, ijs en stromend water
estuarium
een min of meer trechtervormige monding van een rivier die binnen het bereik van getijdestromingen ligt
eutroof veen
veen dat in een voedselrijk milieu ontstaan is
fluviatiel
onder invloed van een rivier
geul
rivier- of kreekbedding
gorzenlandschap
gebied dat boven gemiddeld hoogwater ligt en pas bij de hoogste vloeden onderloopt
gyttja
organische afzetting, bestaande uit fijn verdeelde afgestorven plantenresten, in stilstaand water bezonken
Hollandveen
alle veenpakketten die gedurende het Holoceen zijn ontstaan met uitzondering van het basisveen. De definitie van ‘Hollandveen’ betreft dus in feite bijna alle veenpakketten die gedurende de afgelopen 8000 jaar zijn ontstaan
Holoceen
jongste geologisch tijdvak (vanaf de laatste IJstijd: circa 9000 jaar voor Chr. tot heden)
in situ
bewaard gebleven op de oorspronkelijke plaats. Dit met name met betrekking tot onverstoorde archeologische sporen en vondsten
inundatie
het door menselijk ingrijpen onder water zetten van land, werd vaak in het kader van verdediging gedaan
klink
maaivelddaling van veen- en kleigronden door ontwatering, oxidatie van organisch materiaal en krimp
lagunair, lagune
ondiepe baai, beschermd tegen open zee door een strandwal of haf
19
marien
het milieu waar sedimentatie plaatsvindt die direct wordt beïnvloed door de zee
meanderen
zich bochtig door het landschap slingeren (van waterlopen)
mesotroof veen
veen, dat in matig voedselrijk milieu is ontstaan
modderklei
afzettingen in het perimariene gebied, bestaande uit kleiige venen en venige kleien
moernering
veenafgraving, hoofdzakelijk ten behoeve van zoutwinning en de winning van brandstof (turf)
oligotroof veen
veen, dat in voedselarm milieu is ontstaan
oxidatie
(traag) verbrandingsproces van organisch materiaal in reactie met zuurstof
perimarien
het milieu, waarin de sedimentatie wordt beïnvloed door de zee (via het rivieren kreekstelsel), maar waar mariene afzettingen van betekenis ontbreken
Pleistoceen
geologisch tijdperk dat ongeveer 2 miljoen jaar geleden begon. De tijd van de IJstijden, maar ook van gematigd warme perioden. Het Pleistoceen eindigt met het begin van het Holoceen
pollenanalyse
statistische studie van stuifmeelkorrels en sporen, die in sedimenten gevonden worden. Doel is onder meer milieureconstructie
regressiefase
periode waarin de zee-invloed afneemt (als gevolg van een daling van de zeespiegel of als gevolg van sluiting van strandwallencomplex) na een transgressiefase
sediment
afzetting gevormd door bezinksel of neerslag
sondeerijzer
lange, dunne metalen 'prikstok', die onder meer wordt gebruikt om antropogene sporen te op te sporen
stroomrug
restant van een door zand- en klei-afzettingen verlande, oude stroomgeul. Door differentiële klink meestal hoger gelegen dan de omgeving
transgressiefase
fase waarin de invloed van de zee zich in het binnenland uitbreidt (als gevolg van stijging van de zeespiegel of als gevolg van erosie van het strandwallencomplex)
verlandingsklei
klei die aan het einde van een transgressiefase wordt afgezet
20
Bijlage 1 Administratieve gegevens Projectnaam:
Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Plangebied Jacoba van Beierenstraat 16a, ’s-Heer Hendrikskinderen, Gemeente Goes Opdrachtgever: Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Postbus 25 4453 ZG ‘s-Heerenhoek Tel.: 0113-352222 Contactpersoon: de heer B. Sc. H. J. Boschloo E-mail: jboschloo@smazeelandbv.nl Uitvoerder: SOB Research Hofweg 13, Heinenoord Postbus 5060, 3274 ZK Heinenoord Tel.: 0186 604432 Fax: 0575 476139 E-mail: sobresearch@wxs.nl Datum opdracht: 12 september 2008 Datum eindrapport: 28 november 2008 Plaats: ’s-Heer Hendrikskinderen Gemeente: Goes Provincie: Zeeland Toponiem: Jacoba van Beierenstraat 16a Huidig grondgebruik: bebouwing, tuin Toekomstige situatie: bebouwd Oppervlakte onderzoeksgebied: circa 1,3 hectare NAP maaiveld: tussen circa 0.01 meter +NAP en 0.72 meter +NAP Kaartblad: 48E Geologie: (geul-)Afzettingen van Duinkerke II Geomorfologie: bebouwing Bodemtype: bebouwing Grondwatertrap: bebouwing Kadastrale gegevens: Gemeente Goes, Sectie W, nummer 10 Hoekcoördinaten: ZW: 49.300 / 391.546, ZO: 49.411 / 391.601, NO: 49.367 / 391.692, NW: 49.250 / 391.635 Kaart plangebied: zie Afbeelding 2 en Afbeelding 3 ARCHIS Waarneming nr.: N.v.t. CIS-code: 31197 Bevoegd gezag: Gemeente Goes Postbus 2118 4460 MC Goes Contactpersoon: de heer A. Lokerse Tel: (0113) 24 96 00 Fax: (0113) 23 08 76 E- Mail: a.lokerse@goes.nl
21
Archeologisch adviseur bevoegd gezag:
Deponering documentatie:
Deponering vondsten
Deponering digitale documentatie:
Drs. N.J.G van Jole Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland Groenmarkt 13 4330 AA Middelburg Tel.: 0118-670611 Fax: 0118 670880 E-mail: njg.van.jole@scez.nl Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA) Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) Postbus 49 4330 AA Middelburg Beheerder: dhr. J.J.B. Kuipers Tel. : 0118-670879 E-mail: jjb.kuipers@scez.nl Provinciaal Archeologisch Depot (PAD) Zeeland Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland Armeniaans Schuitvlot 1 4331 NL Middelburg Depotbeheerder: dhr. H. Hendrikse Tel: 0118-670618/06-57158771 E-mail: h.hendrikse@scez.nl e-depot (www.edna.nl)
22
Bijlage 2 Archeologische en geologische tijdschaal
Op het hierbij geboden overzicht worden de geologische en archeologische hoofdperioden weergegeven. De dateringen in de linkerkolom (voor en na Chr.) zijn gekalibreerd en geven de betrouwbaarste dateringen. Bron: ROB, 1988.
23
24
Bijlage 3 Overzicht voor het Holocene gebied van de gebruikelijke lithostratigrafische indeling en de vertaling naar de lithostratigrafie naar De Mulder et. Al, 2003 gebruikelijke terminologie
terminologie (naar De Mulder et al., 2003)
Afzettingen van Duinkerke 3(A, B)
Formatie van Walcheren Formatie van Walcheren Formatie van Walcheren Formatie van Walcheren
Afzettingen van Duinkerke 2 Afzettingen van Duinkerke 1 (A, B) Afzettingen van Duinkerke O
Hollandveen
Naaldwijk:
Laagpakket
van
Naaldwijk:
Laagpakket
van
Naaldwijk:
Laagpakket
van
Naaldwijk:
Laagpakket
van
Basisveen
Formatie van Nieuwkoop; Hollandveen Laagpakket Formatie van Nieuwkoop: Basisveen Laag
Afzettingen van Calais 4 Afzettingen van Calais 3 Afzettingen van Calais 2 Afzettingen van Calais 1
Formatie van Naaldwijk: Laagpakket van Wormer Formatie van Naaldwijk: Laagpakket van Wormer Formatie van Naaldwijk: Laagpakket van Wormer Formatie van Naaldwijk: Laagpakket van Wormer
Jonge Duin- en Strandafzettingen Oude Duin- en Standafzettingen
Formatie van Naaldwijk: Laagpakket van Schoorl Formatie van Naaldwijk: Laagpakket van Zandvoort
Formatie van Twente: dekzand
Formatie van Boxtel: Laagpakket van Wierden
Formatie van Kreftenheye: rivierduinen Formatie van Boxtel: Laagpakket van Delwijnen Formatie van Kreftenheye Formatie van Kreftenheye Formatie van Kreftenheye: Afzettingen van Formatie van Kreftenheye: Laag van Wijchen Wijchen Afzettingen van Tiel 3 Afzettingen van Tiel 2 Afzettingen van Tiel 1 (A, B) Afzettingen van Tiel O
Formatie van Echteld Formatie van Echteld Formatie van Echteld Formatie van Echteld
Afzettingen van Gorkum 4 Afzettingen van Gorkum 3 Afzettingen van Gorkum 2 Afzettingen van Gorkum 1
Formatie van Echteld Formatie van Echteld Formatie van Echteld Formatie van Echteld
25
26
Bijlage 4 Archeologisch Verwachtingsmodel, SMA, 2008
27
28
29
30
31
32
33
34
Bijlage 5 Overzicht Boorgegevens Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen, Jacoba van Beierenstraat 16a, ’s-Heer Hendrikskinderen, Gemeente Goes Boring nr.: 1
Coördinaten: 49.317/391.562
0.00 - 0.90
1.95 - 3.00 3.00
klei, donkerbruingrijs-bruingrijs, zwak zandig, compact/uitgedroogd, sterk gerijpt, , roestvlekken, puinbrokjes/spikkels tot onderin puinspikkels, bovenin randfragment aardewerk roodgeglazuurd, andere zijde witgelig geglazuurd klei, bruingrijs-grijs, zwak zandig, sterk gerijpt, roestvlekken, onderin meer roestvlekken klei, donkergrijs, matig gerijpt, zandlaagjes einde boring
Boring nr.: 2
Coördinaten: 49.297/391.578
0.00 – 0.90
0.90 - 1.35 1.35 - 1.95 1.95 - 3.00 3.00
klei, donkerbruingrijs-bruingrijs, zwak zandig, compact/uitgedroogd, sterk gerijpt, roestvlekken, puinbrokjes/spikkels tot onderin puinspikkels, vanaf 0.75 grijzer, zandiger en schelpresten, bovenin fragment aardewerk, roodgeglazuurd zand, grijs, zeer fijn, zwak kleiig, roestvlekken,schelpresten klei, grijs, matig gerijpt, roestvlekken, in het midden een zandlaag klei, donkergrijs, matig gerijpt, zandlaagjes met daarin schelpresten, organische restjes einde boring
Boring nr.: 3
Coördinaten: 49.330/391.590
0.00 - 0.35 0.35 - 1.05 1.05 – 2.10 2.10 - 3.00 3.00
klei, donkerbruingrijs, sterk zandig, matig gerijpt, graszode, puinbrokjes/spikkels klei, bruingrijs-grijs, sterk zandig, matig gerijpt, puinbrokjes/spikkels tot onderin puinspikkels, schelpgruis, roestvlekken, naar onder uiterst zandig zand, grijs, zeer fijn, sterk kleiig, kleilaagjes, roestvlekken, schelpen, schelpgruis klei/zand laagjes, donkergrijs, schelpgruis, organische restjes einde boring
Boring nr.: 4
Coördinaten: 49.277/391.607
0.00 - 0.30 0.30 - 0.75
zand, donkerbruingrijs-bruingrijs, matig fijn, puinbrokjes/spikkels, wortels zand, bruingrijs-grijs, zeer fijn, schelpresten, wortels, puinbrokjes/spikkels, zwarte organische vlekjes zand, grijs, zeer fijn, roestvlekken, onderin schelpgruis zand, donkergrijs, zeer fijn, matig kleiig, schelpresten, naar onder kleiiger klei, donkergrijs, matig siltig, matig tot ongerijpt, onderin zandlaagjes klei/zand laagjes, donkergrijs, schelpresten, schelpgruis einde boring
0.90 – 1.95
0.75 - 1.80 1.80 - 2.10 2.10 - 2.45 2.45 - 3.00 3.00
NAP: +0.47
NAP: +0.29
NAP: +0.51
NAP: +0.69
35
Boring nr.: 5
Coördinaten: 49.311/391.608
0.00 - 0.50
0.80 - 1.90 1.90 - 2.10 2.10 - 2.40 2.40 - 3.00 3.00
klei, donkerbruingrijs, sterk tot uiterst zandig, matig gerijpt, graszode, puinbrokjes/spikkels zand, grijs, matig fijn, roestvlekken, vermengd met blauwgrijs, sterk kleiig zand met schelpresten, vergraven zand, grijs, matig fijn, roestvlekken, schelpgruis, vanaf 1.35 zeer fijn zand klei, donkergrijs, zandlaagjes, schelpresten, schelpgruis klei, donkergrijs, zwak siltig, matig tot ongerijpt klei/zand laagjes, donkergrijs, schelpresten, schelpgruis einde boring
Boring nr.: 6
Coördinaten: 49.361/391.600 NAP: +0.04
0.00 - 0.35
0.95 - 1.80 1.80 - 2.10 2.10 - 3.00 3.00
klei, donkerbruingrijs, sterk zandig, matig gerijpt, graszode, wortels, puinbrokjes/spikkels klei, bruingrijs, sterk zandig, matig gerijpt, wortels, puinbrokjes/spikkels tot onderin puinspikkels, roestvlekken, houtskoolbrokjes, schelpgruis zand, grijs, zeer fijn, zwak kleiig, roestvlekken, schelpen, schelpgruis klei, donkergrijs, zwak siltig, bovenin zandig, matig tot ongerijpt klei/zand laagjes, donkergrijs, schelpgruis, organische restjes einde boring
Boring nr.: 7
Coördinaten: 49.393/391.609
0.00 - 0.80
1.90 - 2.40 2.40 - 3.00 3.00
klei, bruingrijs-groengrijs, zwak zandig, compact/uitgedroogd, sterk gerijpt, bovenin puinspikkels klei, grijs, zwak zandig, compact/uitgedroogd, sterk gerijpt, roestvlekken, vanaf 1.30 niet meer zo uitgedroogd, wel compact klei, donkergrijs, matig gerijpt, zandlaagjes, bruine organische restjes klei/zand laagjes, donkergrijs, schelpgruis, organische restjes einde boring
Boring nr.: 8
Coördinaten: 49.260/391.629
0.00 - 0.70
0.70
zand, donkerbruingrijs, matig fijn, wortels, puinbrokjes/spikkels, vanaf 0.50 pleisterachtig materiaal, asfaltachtig materiaal, kiezels, houtskoolstukjes, betonachtig materiaal einde boring, gestaakt wegens puinlaag
Boring nr.: 9
Coördinaten: 49.296/391.629
0.00 - 0.55
zand, donkerbruingrijs, zeer fijn, matig kleiig, graszode, puinbrokjes/spikkels, groen hard plastic zand, grijs, zeer fijn, roestvlekken, bovenin puinspikkels, schelpresten zand, donkergrijs, zeer fijn, zwak kleiig, schelpresten, schelpgruis klei, donkergrijs, matig tot ongerijpt, zwak siltig klei/zand laagjes, donkergrijs, schelpgruis, schelpresten einde boring
0.50 - 0.80
0.35 - 0.95
0.80 - 1.90
0.55 - 1.70 1.70 - 1.90 1.90 - 2.10 2.10 - 3.00 3.00
NAP: +0.69
NAP: +0.13
NAP: +0.24
NAP: +0.05
36
Boring nr.: 10 Coördinaten: 49.345/391.635 0.00 - 0.70 0.70 - 1.75 1.75 - 2.20 2.20 - 3.00 3.00
zand, donkerbruingrijs-groengrijs, zeer fijn, puinbrokjes/spikkels, vanaf 0.40 kleiiger, wortels, schelpgruis, onderin roestvlekken zand, grijs, zeer fijn, bovenin zwak kleiig, roestvlekken, wortels, schelpgruis, vanaf 0.95 matig kleiig gedurende 0.25 m., onderin schelpen klei, donkergrijs, matig tot ongerijpt, zwak siltig, organische restjes klei/zand laagjes, donkergrijs, schelpgruis, schelpresten, op 2.60 laagje schelpen met organische restjes einde boring
Boring nr.: 11 Coördinaten: 49.369/391.630 0.00 - 0.45 0.45 - 0.90 0.90 - 1.80 1.80 - 2.25 2.25 - 3.00 3.00
0.80 - 1.90 1.90 - 2.05 2.05 - 2.30 2.30 - 3.00 3.00
0.80 - 1.10 1.10 - 1.70 1.70 - 2.10 2.10 - 2.50 2.50 - 3.00 3.00
NAP: +0.48
klei, donkerbruingrijs, sterk zandig, matig gerijpt, puinbrokjes/spikkels, graszode zand, bruingrijs-groengrijs, zeer fijn, zwak kleiig, puinspikkels, schelpgruis zand, grijs, zeer fijn, roestvlekken, schelpresten, schelpgruis klei, donkergrijs, matig tot ongerijpt, zwak siltig, onderin zandig klei/zand laagjes, donkergrijs, schelpen, schelpgruis einde boring
Boring nr.: 14 Coördinaten: 49.393/391.681 0.00 - 0.80
NAP: +0.72
zand, bruingrijs-groengrijs, zeer fijn, vermengd met geelbruinig zand, puinbrokjes/spikkels, plastic, wortels, onderin zwak kleiig, zand, bruingrijs, zeer fijn, sterk kleiig, roestvlekken, organische restjes, wortels, schelpgruis, vanaf 1.15 zwak kleiig en grijzer zand, donkergrijs, zeer fijn, schelpresten klei, donkergrijs, matig tot ongerijpt, zwak siltig, zandlaagjes klei/zand laagjes, donkergrijs, schelpresten, schelpgruis einde boring
Boring nr.: 13 Coördinaten: 49.356/391.645 0.00 - 0.45 0.45 - 0.75 0.75 - 1.80 1.80 - 2.30 2.30 - 3.00 3.00
NAP: +0.58
klei, donkerbruingrijs, st. zandig, matig gerijpt, puinbrokjes/spikkels, wortels, graszode zand, bruingrijs-grijs, zeer fijn, zwak kleiig, roestvlekken, wortels, schelpgruis, kleilaagjes, puinspikkels zand, grijs, zeer fijn, roestvlekken, schelpen, schelpgruis klei, donkergrijs, matig tot ongerijpt, zwak siltig klei/zand laagjes, donkergrijs, bruine organische restjes, schelpresten einde boring
Boring nr.: 12 Coördinaten: 49.316/391.657 0.00 - 0.80
NAP: +0.68
NAP: +0.01
klei, bruingrijs-groengrijs, sterk gerijpt, uitgedroogd/compact, puinbrokjes/spikkels, wortels, schelpresten, onderin roestvlekken en zandig klei, grijs, sterk zandig, matig gerijpt, roestvlekken zand, grijs, zeer fijn, zwak kleiig, roestvlekken zand, donkergrijs, zeer fijn, matig kleiig, schelpen, schelpresten, onderin kleibandje klei, donkergrijs, matig tot ongerijpt, zwak siltig, organische restjes klei/zand laagjes, donkergrijs, schelpresten, schelpgruis einde boring 37
38
Bijlage 6 SOB Research: Gegevens
Naam: Bezoekadres:
SOB Research Instituut voor Archeologisch en Aardkundig Onderzoek B.V. Hofweg 13, Heinenoord
Postadres:
Postbus 5060 3274 ZK Heinenoord
Telefoon: Fax: E-Mail:
0186 604432 0575 476139 sobresearch@wxs.nl
Directeur: Raad van Advies:
jhr. J. E. van den Bosch J. van de Erve (Voorzitter) Prof. dr. ir. J. T. Fokkema (Vice-Voorzitter) J. van Kerchove (Secretaris)
Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rotterdam Inschrijvingsnummer Register: 24346983 BTW nummer: NL 8118.55.600.B.01 Bankrelatie: Rekeningcourant:
Rabobank Graafschap-Noord Nr.: 3543.43.181
39
Bijlage 2 Bodemonderzoek SMA 2008
Juust
48
Jacobahof `s-Heer Hendrikskinderen