Agendapunt 13. Reactie Jeugdwetverordening Goes jongere en cl-vertegenwoordiger
Tekst van het document
Reactie van een jongere en een cliëntvertegenwoordiger. We zien dat er niet echt vanuit de jongere/ouder is geschreven maar vanuit beheersen. Dit kan ook bereikt worden met breder kijken.
Er wordt al meer gesproken over ondersteuning in plaats van over hulp. Dit is een goede ontwikkeling omdat ondersteuning meer impliceert dat de vraag van de ouder/jongere/gezin leidend is en daardoor effectiever zal zijn. Mooi zou zijn om meer aandacht voor ‘versterkende factoren bij gezinnen’ benoemen (NJI, 2020). Denk aan probleemwijken waar kinderen, zonder contributie en met gegeven kleding en schoenen, met klasgenoten kunnen gaan voetballen. Positieve gevolgen: ouders hebben meer ‘rust’ en minder zorg/stress om hun kind omdat het kind mee mag doen. Op school wordt het niet meer gepest omdat het verkeerde kleren draagt want hij hoort erbij. Daarnaast leert hij hoe zich sociaal te gedragen door het voetbalteam en hangt hij niet op straat. Dit komt overeen met Artikel 6: meer algemene voorzieningen ter voorkoming van maatwerk. Dit is mooi want zo normaliseer je onbewust problemen (bijvoorbeeld lastige pubers). Daar horen de versterkende factoren zeker bij. Iedere wijk of dorp heeft eigen algemene voorzieningen, op maat nodig als positieve tegenhanger van de focus op problemen en risicofactoren en de beheersmatige toon van de verordening. Uitgangspunt blijft wat het gezin nodig heeft. Er is nog veel meer aandacht nodig bij de overgang naar 18+. Jongeren ervaren nog veel te veel stress door onduidelijkheid over het mogelijke vervolg en wat de opties eigenlijk zijn.
Artikel 2: Budgetnorm Nibud en minimumloon (€10 per uur bruto) bij bespreken eigen kracht. Deze zijn voor de meeste mensen veel lager dan hun gebruikelijke budget. Dit betekent in de praktijk dat de optie van PGB geen reële optie meer is. Voor gemeente betekent dit meer uitgaven aan professionals, die bijna altijd 2 x zo veel kosten als de huidige kostprijs ouders/netwerk van € 20 per uur. Voor jongeren betekent dit dat de zorg niet meer door voor hen vertrouwde volwassenen wordt gedaan en dit meer stress oplevert, daardoor ook voor de overige gezinsleden. De vraag is of je dit moet willen met deze financiële voorwaarden. Wij denken van niet. Dit geld tevens voor de uitwerking van eigen kracht ten opzichte van financiële draagkracht van de ouders. De kans op financiële problemen wordt vergroot en daardoor neemt de kans op stress in het gezin toe. Daarnaast is er een onrechtvaardigheid aanwezig (https://www.schulinck.nl/opinie/opinie-0819-sociaal-domein-jeugd-financiele-kracht-speelt-eenrol-bij-eigen-kracht). Wanneer je hulp uit de jeugdwet nodig hebt is er een kans dat je een deel zelf moet betalen. Bij Wmo, Wlz of Wzv wordt deze, met eventuele eigen bijdrage, wel vergoed. Artikel 7.7 Tevens UWV, belastingdienst en dergelijke. Door slechte, late uitbetalingen of grote (onterechte?) vorderingen zijn zij stressoren en veroorzaken zij regelmatig de vraag om jeugdhulp.
Wellicht kan de gemeente een oplossing, bijvoorbeeld overbruggingen, regelen om het gezin op de rails te houden = preventie. Artikel 8.3: Een hulpverleningsplan kan niet altijd zo SMART geformuleerd. Hulp (of beter, ondersteuning) is meestal kwalitatief en niet altijd meetbaar. Daarnaast wordt de vraag achter de vraag vaak pas duidelijk na de start van ondersteuning. Ruimte voor maatwerk is nodig, niet dicht willen timmeren. Tevens is vertrouwen in de professional nodig. Artikel 17 spreekt over de inspraakverordening. Cliënten en cliëntengroepen zijn nodig voor deze wettelijke verplichting maar nu slecht bereikbaar. Steun voor het oprichten van een participatieplatform voor heel Zeeland kan hier verandering in brengen.