CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 13. Notabodembeheer-Goes-2022

Besluitvormende raad 6 oktober 2022, gemeente GoesBij agendapunt: Nota Bodembeheer.29.229 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De normering voor hergebruik van grond en bagger binnen de regio Bevelanden en Tholen wordt in dit geval gebaseerd op deze hogere 95-percentielwaarde in plaats van de landelijke achtergrondwaarde. Het voorgaande geldt alleen voor het dieptetraject tot 2,0 m-mv. Dieper dan 2 m-mv gelden altijd de achtergrondwaarden uit het tijdelijk handelingskader van 2 juli 2020. Dit sluit aan bij de elders in deze nota bodembeheer voor alle andere stoffen opgenomen keuze dat dieper dan 2 m-mv alleen grond of bagger wordt toegepast die aan de achtergrondwaarde voldoet.

3/7/3/3 waarden, afhankelijk van de toepassingsnormen voor de NEN5740-parameters Het handelingskader voor PFAS vermeldt als toepassingswaarden voor de bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassen wonen en industrie 7 μg/kgds voor PFOA en 3 μg/kgds voor de overige PFAS (ook wel aangeduid als de 3/7/3/3 waarden). Deze hebben nu nog niet de status van Maximale waarden voor wonen of industrie. Naar verwachting worden op termijn wel Maximale waarden voor wonen of industrie opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Naar verwachting zullen die in dat geval gelijk zijn aan deze 3/7/3/3 waarden dan wel ruimer zijn dan deze waarden. In de gemeentelijke nota’s bodembeheer zijn de toepassingsnormen vastgelegd voor de stoffen uit het NEN5740-pakket. Afhankelijk daarvan worden de 3/7/3/3 waarden uit het tijdelijk handelingskader als norm gehanteerd in plaats van de hiervoor beschreven achtergrondwaarden / 95-percentielwaarden.

Nota bodembeheer gemeente Goes

26/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

De 3/7/3/3 waarden gelden als toepassingsnorm in die gebieden waar voor de NEN5740-parameters als toepassingsnormen klasse wonen of klasse industrie geldt. Volgens het tijdelijk handelingskader van 2 juli 2020 gelden de 3/7/3/3 waarden alleen voor toepassingen boven de grondwaterspiegel (tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld bij een hoge grondwaterstand). De grondwaterstand is niet constant en daardoor in de praktijk lastig te hanteren als criterium. De 3/7/3/3 waarden gelden daarom voor het dieptetraject 0-1,0 m-mv, ongeacht de werkelijke grondwaterstand. In december 2021 is het handelingskader geactualiseerd, waarbij het onderscheid boven en onder grondwaterniveau niet meer is opgenomen. Voor het overige bevat het handelingskader van december 2021 – ten opzichte van de voorgaande versie d.d. 2 juli 2020 – geen inhoudelijke wijzigingen die relevant zijn voor toepassingen op de landbodem. Dit heeft niet geleid tot gewijzigde toepassingsnormen voor PFAS.

Verspreiden van bagger op aan dezelfde watergang grenzende percelen De Regeling bodemkwaliteit bevat een afzonderlijke normering voor het verspreiden van bagger op aan dezelfde watergangen grenzende percelen. Het is volgens het Besluit bodemkwaliteit niet toegestaan om in gebiedsspecifiek beleid strengere normen vast te leggen dan deze ‘maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel’. Deze normen voor het verspreiden van bagger bestaan uit: een modelmatige berekening van de ecologische risico’s, aangeduid als msPAF (meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie); afzonderlijke samenstellingswaarden voor cadmium en minerale olie. Daarnaast mag (ongeacht de uitkomst van msPAF) voor geen enkele stof het gehalte hoger zijn dan de interventiewaarde; de Achtergrondwaarde voor de overige, niet in de msPAF-berekening opgenomen stoffen. Het tijdelijk handelingskader vermeldt voor het verspreiden van bagger op aan dezelfde watergang grenzende percelen de 3/7/3/3 waarden. Deze 3/7/3/3 waarden zijn gebaseerd op een risicomodelering van het RIVM voor de bodemfuncties landbouw en natuur (lit. 22). Voor het verspreiden van bagger op aan dezelfde watergang grenzende percelen hanteert de regio Bevelanden en Tholen de 3/7/3/3 waarden zoals vermeld in het tijdelijk handelingskader.

De verwachting is dat deze 3/7/3/3 waarden op termijn als normering voor het verspreiden van bagger worden opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit.

4.7

Bodemtypecorrectie

Keuze 7: Voor alle Lokale Maximale Waarden (LMW) wordt de gangbare bodemtypecorrectie toegepast zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit (met uitzondering van keuze 8)

Nota bodembeheer gemeente Goes

27/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Toelichting: Voor de generieke normen (Achtergrondwaarde, MaxWONEN en MaxINDUSTRIE) is in de Regeling bodemkwaliteit standaard een bodemtypecorrectie voorgeschreven afhankelijk van het percentage lutum en/of het percentage organische stof. Bij het vaststellen van Lokale Maximale Waarden (LMW) moet de gemeente een keuze maken, of bij deze LMW wel of geen bodemtypecorrectie plaatsvindt. Uit oogpunt van eenduidigheid, sluit de gemeente aan bij de wijze waarop in de praktijk wordt getoetst. Dit betekent, dat voor de gebiedsspecifieke normen dezelfde bodemtypecorrectie plaatsvindt als in de Regeling bodemkwaliteit is opgenomen voor de generieke normen.

Keuze 8: Bij minerale olie wordt bij de toetsing aan de Achtergrondwaarde geen bodemtypecorrectie toegepast wanneer het percentage humus minder dan 10% bedraagt. Toelichting: Bij organische verbindingen leidt de bodemtypecorrectie bij een humuspercentage van 2% tot een 5 maal zo strenge norm als de norm bij standaardbodem (humus = 10%). Bij een humuspercentage van 10% voldoen gehaltes minerale olie tot 190 mg/kgds nog aan de Achtergrondwaarde. Bij een humuspercentage van 2% leidt een gehalte minerale olie boven de 38 mg/kgds al tot indeling in klasse Industrie. In de praktijk kunnen gehaltes minerale olie boven de 38 mg/kgds voorkomen, zonder dat sprake is van een aanwijsbare oorzaak (verontreinigingsbron). Om deze reden wordt voor minerale olie bij lage humuspercentages geen bodemtypecorrectie toegepast, op dezelfde wijze als voor PAK landelijk geen bodemtypecorrectie wordt toegepast bij percentages humus lager dan 10%. Voor minerale olie geldt daarbij de randvoorwaarde, dat de grond niet zintuiglijk verontreinigd mag zijn met minerale olie.

4.8

Maximum percentage bodemvreemde bijmengingen

Keuze 9: In gebieden met de bodemfunctieklasse ‘overig’ of ‘wonen’ geldt een maximum percentage bodemvreemde bijmengingen van 5% (volumepercentage). Deze keuze geldt niet voor grootschalige bodemtoepassingen (GBT) Keuze 10: In gebieden met de bodemfunctieklasse ‘industrie’ geldt een maximum percentage bodemvreemde bijmengingen van 10% (volumepercentage). Deze keuze geldt niet voor grootschalige bodemtoepassingen (GBT)

Nota bodembeheer gemeente Goes

28/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Toelichting: Grond en baggerspecie zijn in het Besluit bodemkwaliteit gedefinieerd als materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. In voorkomende gevallen wordt in grond en baggerspecie ook ander materiaal aangetroffen, zoals minerale bestanddelen (puin, vliegas, slakken) en niet-minerale, niet-natuurlijke bestanddelen (glas, plastic, behandeld en onbehandeld hout). Dit andere materiaal wordt gezien als bodemvreemde bijmengingen. Oogstrestanten (in bijvoorbeeld tarragrond) afkomstig van verwerkingsactiviteiten gelden ook als bodemvreemde bijmengingen. In het Besluit bodemkwaliteit is voor toe te passen partijen grond en bagger een maximaal percentage bodemvreemde bijmengingen opgenomen van 20%. Sinds eind november 2018 is dit in de Regeling bodemkwaliteit aangescherpt, waarbij ander bodemvreemd materiaal dan steenachtig materiaal of hout (bijvoorbeeld plastic en piepschuim) slechts sporadisch aanwezig mag zijn in toe te passen grond of baggerspecie. Gemeentes kunnen in gebiedsspecifiek beleid een afwijkend percentage vaststellen.

Een aantal gemeentes in Zeeland heeft inmiddels voor het grootste deel van het grondgebied een maximum percentage van 5% vastgelegd. In het buitengebied en de naoorlogse wijken komen bodemvreemde bijmengingen normaliter niet of nauwelijks voor. In de vooroorlogse kernen komen bodemvreemde bijmengingen plaatselijk, maar niet algemeen voor. Bij toepassingen worden bodemvreemde bijmengingen in het algemeen niet gewenst vanuit civieltechnisch en privaatrechtelijk oogpunt. Om deze redenen kiest de gemeente Goes ervoor, om bij de bodemfuncties ‘overig’ en ‘wonen’ een lager maximaal percentage bodemvreemde bijmengingen te hanteren van 5%. Voor de bodemfunctie ‘industrie’ geldt een minder strenge norm van 10%. Voornoemd percentage geldt niet voor: toepassingen van grond en bagger in een grootschalige bodemtoepassing (GBT); het verspreiden van bagger op aan de watergang grenzende percelen, inclusief de tijdelijke opslag in een weilanddepot10. De toe te passen grond mag worden gezeefd om tot een lager percentage bodemvreemde bijmengingen te komen. In de gehele gemeente geldt in aanvulling op de landelijke normering voor asbest, dat de toe te passen grond niet zintuiglijk verontreinigd mag zijn met asbest.

Volgens het Besluit bodemkwaliteit is het niet mogelijk om in gebiedsspecifiek beleid een afwijkend percentage bodemvreemde bijmengingen vast te stellen voor het verspreiden van bagger op aangrenzende percelen en voor de tijdelijke opslag van bagger in een weilanddepot. 10

Nota bodembeheer gemeente Goes

29/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

4.9

Voorwaarden voor gebruik van de bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring

De bodemkwaliteitskaart is een milieuhygiënische verklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Als algemene voorwaarde voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring geldt, dat moet worden onderbouwd dat op de herkomstlocatie geen sprake is van een uitzonderingslocatie (zie verder paragraaf 5.2). Concreet betekent dit, dat altijd een historisch onderzoek (vooronderzoek) moet worden uitgevoerd alvorens de bodemkwaliteitskaart zonder verdere analyses als milieuhygiënische verklaring kan dienen. De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Goes kan als milieuhygiënische verklaring dienen, wanneer: er geen sprake is van een uitzonderingslocatie; de gemiddelde kwaliteit van de herkomstzone voldoet aan de in bijlage 6 en 8 opgenomen toepassingseisen; er geen ander wettig bewijsmiddel uit paragraaf 4.3 van de Regeling bodemkwaliteit zoals een partijkeuring beschikbaar is. De kaarten in bijlage 5 en 7 tonen de bodemkwaliteitskaart (ontgravingskaart) voor vrijkomende grond. De toepassingseisen voor grond afkomstig uit Goes zijn weergegeven in de toepassingskaarten in bijlage 6, 8 en 9. Voor grond afkomstig van buiten de gemeente gelden de generieke toepassingseisen (zie tabel in paragraaf 5.3.3).

Wanneer de gemiddelde kwaliteit van de herkomstzone niet voldoet aan de toepassingseis van de ontvangende bodem, dan kan de bodemkwaliteitskaart niet dienen als milieuhygiënische verklaring en dient men één van de andere milieuhygiënische verklaringen uit de Regeling bodemkwaliteit te gebruiken. Indien een verkennend bodemonderzoek de kwaliteit zoals vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart bevestigt blijft formeel de bodemkwaliteitskaart de milieuhygiënische verklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit.

4.10

Erkenning van bodemkwaliteitskaarten uit andere bodembeheergebieden

Keuze 11: De gemeente Goes erkent alle andere bodemkwaliteitskaarten binnen de provincie Zeeland als bewijsmiddel, die tot dusverre zijn opgesteld en vastgesteld conform het Besluit bodemkwaliteit. Keuze 12: Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Goes kan in de toekomst nieuwe bodemkwaliteitskaarten van andere gemeentes of het waterschap erkennen. Toelichting: De gemeente Goes kan besluiten om een bodemkwaliteitskaart van buiten het eigen bodembeheergebied te erkennen. In dat geval kan desbetreffende bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring dienen, mits geen sprake is van een uitzonderingslocatie.

Nota bodembeheer gemeente Goes

30/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Bij het in werking treden van deze Nota bodembeheer erkent de gemeente Goes andere bodemkwaliteitskaarten binnen de provincie Zeeland voorzover deze tot dusverre zijn opgesteld en bestuurlijk zijn vastgesteld conform de regels van het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit. Nieuwe bodemkwaliteitskaarten worden niet automatisch erkend wanneer een andere gemeente of instantie in Zeeland een nieuwe bodemkwaliteitskaart conform het Besluit bodemkwaliteit vaststelt. Wel kan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Goes besluiten om na beoordeling een nieuwe bodemkwaliteitskaart te erkennen. Hiervoor hoeft geen voorbereidingsprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht meer te worden gevolgd. Hetzelfde geldt voor een waterbodemkwaliteitskaart die bestuurlijk is vastgesteld door het waterschap Scheldestromen. Een erkenning van een bodemkwaliteitskaart komt te vervallen zodra de bodemkwaliteitskaart niet meer geldig is in het bodembeheergebied waarvoor die bodemkwaliteitskaart is opgesteld. Zie tevens paragraaf 5.3.3 van deze Nota.

Nota bodembeheer gemeente Goes

31/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

5

REGELS VOOR HET TOEPASSEN VAN GROND EN BAGGER

Dit hoofdstuk beschrijft de regels voor het toepassen van grond en bagger op de landbodem in de gemeente Goes. Dit hoofdstuk vormt de concrete uitwerking van de gebiedsspecifieke keuzes uit hoofdstuk 4 enerzijds en de generieke regels uit het Besluit bodemkwaliteit voor de resterende gebieden anderzijds. De kwaliteit van toe te passen grond moet altijd worden vastgesteld door middel van één van de in paragraaf 4.3 van de Regeling bodemkwaliteit opgenomen bewijsmiddelen (milieuhygiënische verklaringen). De bodemkwaliteitskaart is één van deze wettige bewijsmiddelen. Indien een ander geldig bewijsmiddel voorhanden is (zoals een door een erkende intermediair uitgevoerde partijkeuring) dan gaat dat andere bewijsmiddel echter als milieuhygiënische verklaring voor op de bodemkwaliteitskaart. Een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 wordt niet meer gezien als een wettig bewijsmiddel.

5.1

Grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart, afgezien van uitzonderingslocaties

In gezoneerde gebieden geldt in beginsel de bodemkwaliteit zoals deze als algemene bodemkwaliteit voor de betreffende zone in de bodemkwaliteitskaart is vastgelegd. Alvorens hiervan kan worden uitgegaan, dient eerst met een vooronderzoek te worden gecontroleerd of er geen sprake is van een lokaal afwijkende bijzondere situatie. In de volgende situaties is vrij grondverzet niet zondermeer mogelijk: Indien de vrijkomende grond afkomstig is van een voor bodemverontreiniging verdachte locatie; Indien de grond wordt toegepast op een verdachte locatie die (mogelijk) ernstig verontreinigd is; In geval van zintuiglijk afwijkende grond (afwijkende geuren en bodemvreemde bijmengingen zoals bijvoorbeeld puin, koolas en asbest); Indien sprake is van een te verwachten archeologische waarde. Paragraaf 5.2 gaat nader in op de uitzonderingslocaties. Paragraaf 5.3 beschrijft een aantal overige situaties. Indien geen sprake is van één van bovenstaande uitzonderingslocaties, gelden voor grondverzet de regels die in bijlage 2 zijn samengevat in een grondstromenmatrix. Deze vormen de uitwerking van de beleidskeuzes uit hoofdstuk 4. Bijlage 3 bevat twee tabellen met de geldende toepassingsnormen.

Algemene vrijstellingen Het Besluit bodemkwaliteit bevat een algemene vrijstelling voor de volgende toepassingen: Toepassingen van grond of bagger door particulieren, voorzover niet in de uitoefening van een bedrijf of beroep11; Toepassingen binnen een landbouwbedrijf, mits de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot datzelfde landbouwbedrijf behorend perceel, waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel waar de grond of baggerspecie wordt toegepast; 11

NB. Deze vrijstelling geldt niet, indien bijvoorbeeld een aannemer in opdracht van een particulier werkt.

Nota bodembeheer gemeente Goes

32/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

-

Tijdelijke uitname van grond of baggerspecie, indien deze vervolgens, zonder te zijn bewerkt, op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde conditie opnieuw in die toepassing wordt aangebracht (bijvoorbeeld bij werkzaamheden aan kabels en leidingen).

Dit betekent, dat de regels uit deze Nota bodembeheer niet gelden voor voornoemde vrijgestelde toepassingen. Wel is in het Besluit bodemkwaliteit een algemene zorgplicht vastgelegd, die ook geldt bij de hierboven genoemde toepassingen. Ter verduidelijking een aantal voorbeeldsituaties: 1. Op een uitzonderingslocatie in de zone ‘1: Buitengebied en naoorlogse bebouwing’ wordt een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierin wordt bevestigd, dat de grond aan de Achtergrondwaarde voldoet. De bodemkwaliteitskaart blijft een bewijsmiddel, dat de grond aan de Achtergrondwaarde voldoet. 2. Op een uitzonderingslocatie in de zone ‘1: Buitengebied en naoorlogse bebouwing’ wordt een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De grond blijkt niet aan de Achtergrondwaarde te voldoen, maar valt in de klasse Wonen. De bodemkwaliteitskaart kan niet meer dienen als bewijsmiddel. Het verkennend bodemonderzoek is geen wettig bewijsmiddel uit de Regeling bodemkwaliteit. Het verkennend bodemonderzoek kan niet dienen als bewijs dat de grond aan de klasse Wonen voldoet, zodat voor de afvoer van de grond alsnog een partijkeuring conform de Regeling bodemkwaliteit nodig is. 3. In een vooroorlogse kern komt grond vrij die men elders in de vooroorlogse kern in openbaar groen wil toepassen.

De gemiddelde kwaliteit van de zone (klasse industrie) voldoet niet aan de toepassingseis (klasse wonen), zodat de bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel kan dienen. De kwaliteit van de partij grond moet worden bepaald middels een partijkeuring.

5.2

Uitzonderingslocaties

5.2.1

Hergebruik van grond afkomstig van een verdachte locatie

Alvorens hergebruik van grond op basis van deze bodemkwaliteitskaart mogelijk is, moet eerst worden nagegaan of de grond niet vrijkomt op een historisch verdachte locatie. Om dit na te gaan, dienen historisch kaartmateriaal en de gegevens uit het gemeentelijk bodeminformatiesysteem te worden geraadpleegd. Verder zijn bij de gemeente overzichten beschikbaar van voormalige bedrijven op basis van Hinderwet-inventarisaties. De volgende locaties gelden als verdachte locaties (niet limitatief): dammen en kavelpaden verdachte locaties op basis van bij de gemeente beschikbare inventarisaties (vm. Hinderwetvergunningen etc.) huidige bedrijfslocaties (voormalige) stortlocaties elektriciteitsmasten wegen wegbermen (voormalige) tram- en treinbanen huiskavels van boerderijen (boerenerf)

Nota bodembeheer gemeente Goes

33/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Bij het toepassen van grond kan alleen gebruik worden gemaakt van een milieuhygiënische verklaring op basis van de bodemkwaliteitskaart, indien bij de melding de historische gegevens van de herkomstlocatie worden gevoegd. De milieuhygiënische verklaring is niet verplicht in geval van de op de in paragraaf 5.1 genoemde vrijstellingen voor particulieren, agrarische bedrijven en tijdelijke uitname. Bij deze vrijstellingen hoeft dus ook geen historische toets te worden aangeleverd. Overigens geldt dan nog wel een algemene zorgplicht.

NB. Wanneer iemand ermee bekend is, dat sprake is van een verdachte locatie dient hij daarnaar te handelen. Zo dient men bij grondverzet binnen een agrarisch bedrijf in bepaalde situaties wel onderzoek naar de kwaliteit van de vrijkomende grond te doen indien de grond vrijkomt uit een voormalige boomgaard. In overige situaties (waaronder het niet meldingsplichtige hergebruik van minder dan 50 m3 schone grond) is het uitvoeren van de historische toets wel verplicht. Grond die op verdachte locaties vrijkomt, dient eerst te worden onderzocht conform NEN5740 of AP04. Er behoeven alleen analyses van grondmonsters te worden uitgevoerd voor de bodemlagen waaruit de grond vrijkomt. Afhankelijk van de toepassingslocatie moet grond afkomstig van voormalige boomgaarden tevens worden onderzocht op bestrijdingsmiddelen. De grond kan alsnog vrij worden toegepast als de grond na onderzoek blijkt te voldoen aan de toepassingseis zoals die voor de betreffende toepassingslocatie geldt (zie bijlage 6 en 8). Voor de Achtergrondwaarde geldt een toetsingsregel, waarbij voor een beperkt aantal stoffen een geringe overschrijding van de Achtergrondwaarde wordt toegestaan (zie paragraaf 2.2). Voor de toetsing van de hergebruiksgrond aan MaxWONEN of MaxINDUSTRIE mag een dergelijke toetsingsregel niet worden toegepast.

Indien de locatie asbestverdacht is, dient tevens een onderzoek conform de NEN5707 te worden uitgevoerd. Asbesthoudende grond mag niet worden toegepast.

5.2.2

Toepassing van grond op (mogelijk) ernstig verontreinigde locaties

Het aanbrengen van hergebruiksgrond op een ernstig verontreinigde locatie geldt als een saneringsmaatregel. In dit geval zijn de regels uit de Wet bodembescherming van toepassing (opstellen van een door het bevoegd gezag goed te keuren saneringsplan danwel BUS-melding). Voor saneringen, die op basis van een BUS-melding worden uitgevoerd gelden als terugsaneerwaarde en kwaliteitseis voor de leeflaag / aanvulgrond de volgende waarden (artikel 3.1.6 en 3.1.7 Regeling uniforme saneringen): Situatie Terugsaneerwaarde Besluit uniforme saneringen (BUS) Generiek beleid, bodemfunctieklasse ‘overig’ Achtergrondwaarde Generiek beleid, bodemfunctieklasse Wonen Maximale waarden voor wonen (MaxWONEN ) Generiek beleid, bodemfunctieklasse Industrie Maximale waarden voor industrie (MaxINDUSTRIE ) Gebiedsspecifiek beleid Lokale Maximale Waarden (LMW) zoals vastgesteld door gemeenteraad

Nota bodembeheer gemeente Goes

34/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

5.2.3

Zintuiglijk afwijkende grond

Tijdens de uitvoering van het grondverzet dient de vrijkomende grond zintuiglijk te worden beoordeeld. Indien hierbij afwijkende geuren danwel bodemvreemde bijmengingen zoals puin, koolas of asbest worden waargenomen, mag de partij grond niet zondermeer worden toegepast. De partij grond moet in depot worden gezet. Door middel van monstername en analyses (partijkeuring conform Besluit bodemkwaliteit) dient de kwaliteit van de betreffende partij te worden vastgesteld. De grond kan alsnog vrij worden toegepast als de grond na onderzoek blijkt te voldoen aan de toepassingseis zoals die voor de betreffende zone geldt. Voor de Achtergrondwaarde geldt een toetsingsregel, waarbij voor een beperkt aantal stoffen een geringe overschrijding van de Achtergrondwaarde wordt toegestaan. Voor de toetsing van de hergebruiksgrond aan MaxWONEN of MaxINDUSTRIE mag een dergelijke toetsingsregel niet worden toegepast.

5.3

Overige situaties

5.3.1

Hergebruik van grond afkomstig van grotere diepte dan 2,0 m-mv

De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de dieptetrajecten 0-0,5 m-mv en 0,5-2,0 m-mv. De algemene ervaring uit bodemkwaliteitskaarten is, dat de diepere ondergrond een vergelijkbare of betere kwaliteit heeft dan de bovenste 2 meter, tenzij op basis van historische gegevens wordt verwacht dat dit mogelijk niet het geval is. Verwacht wordt, dat in alle zones in de gemeente Goes de diepere ondergrond een vergelijkbare of betere kwaliteit heeft dan het dieptetraject 0,5-2,0 m-mv. Als toepassingseis voor grond die op een grotere diepte dan 2,0 m-mv wordt toegepast geldt standaard de Achtergrondwaarde.

5.3.2

Toepassing van grond buiten het bodembeheergebied van deze bodemkwaliteitskaart

De bodemkwaliteitskaart van de landbodem van de gemeente Goes kan door een andere gemeente (buiten het bodembeheergebied van de gemeente Goes) worden geaccepteerd als bewijsmiddel voor de kwaliteit van grond afkomstig uit één van de zones van deze bodemkwaliteitskaart. In dat geval dient de andere gemeente eerst in een bestuurlijk besluit de bodemkwaliteitskaart in algemene zin te erkennen.

5.3.3

Grond afkomstig van buiten het bodembeheergebied van deze bodemkwaliteitskaart

De in het gebiedsspecifieke beleid vastgestelde hogere LMW dan de generieke normen gelden alleen voorzover de grond afkomstig is uit het eigen bodembeheergebied. Grond of bagger afkomstig van buiten het bodembeheergebied kan binnen het bodembeheergebied worden hergebruikt, voor zover de gemiddelde kwaliteit van de hergebruiksgrond voldoet aan de generieke toepassingseis van de zone waar de grond of bagger wordt toegepast. Strengere regels dan

Nota bodembeheer gemeente Goes

35/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

de generieke normen gelden voor zowel grond afkomstig uit het eigen bodembeheergebied als voor grond afkomstig van buiten de gemeente Goes (bijvoorbeeld het maximum percentage bodemvreemde bijmengingen van 5% c.q. 10% zoals beschreven in paragraaf 4.8). Op basis van de generieke regels en de keuzes uit deze Nota gelden voor het toepassen van grond en bagger afkomstig van buiten de gemeente Goes de volgende toepassingsnormen: Toepassingseis Toepassingseis Bodemfunctie Zone stoffen uit bestrijdingsmiddelen NEN5740-pakket bodemkwaliteitskaart Overig Alle zones Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Zone 1 (bovengrond) Wonen Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde geen voormalige boomgaard Zone 1 (bovengrond) Wonen Achtergrondwaarde MaxWONEN voormalige boomgaard Zone 1 (ondergrond) Wonen Zone 2 (ondergrond) Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde wel of geen voormalige boomgaard Zone 2 (bovengrond) Wonen Zone 4 t/m 6 (boven- en ondergrond) MaxWONEN MaxWONEN wel of geen voormalige boomgaard Zone 1 (bovengrond) Industrie Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde geen voormalige boomgaard Zone 1 (bovengrond) Industrie Achtergrondwaarde LMW voormalige boomgaard Zone 1 (ondergrond) Industrie Zone 2 (ondergrond) Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde wel of geen voormalige boomgaard Zone 2 (bovengrond) Zone 3 (boven- en ondergrond) Zone 4 (bovengrond) Industrie MaxWONEN MaxWONEN Zone 5 (boven- en

ondergrond) Zone 6 (boven- en ondergrond) geen voormalige boomgaard Zone 2 (bovengrond) Zone 3 (boven- en ondergrond) Zone 4 (boven- en ondergrond) Industrie MaxWONEN LMW Zone 5 (boven- en ondergrond) Zone 6 (boven- en ondergrond) voormalige boomgaard LMW = Lokale Maximale Waarden zoals deze ook gelden voor grond afkomstig van binnen het bodembeheergebied. Voor niet in de bodemkwaliteitskaart opgenomen stoffen geldt als toepassingseis de Achtergrondwaarde. Voor PFAS gelden voor grond en bagger afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen (gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen) altijd de volgende toepassingseisen: PFOA (som): 1,9 μg/kgds PFOS (som): 1,4 μg/kgds Overige individuele PFAS: 1,4 μg/kgds

Nota bodembeheer gemeente Goes

36/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Het voldoen aan voornoemde eisen dient te blijken uit een milieuhygiënische verklaring (partijkeuring, bodemonderzoek of een conform paragraaf 4.10 erkende bodemkwaliteitskaart), die is opgesteld conform paragraaf 4.3 van de Regeling bodemkwaliteit. Na bestuurlijke erkenning door de gemeente Goes kunnen bodemkwaliteitskaarten uit andere gemeentes in Zeeland dienen als milieuhygiënische verklaring, mits geen sprake is van een uitzonderingslocatie. Men dient historische gegevens bij te voegen op basis waarvan blijkt, dat geen sprake is van een uitzonderingslocatie.

5.3.4

Grootschalige bodemtoepassingen

In een grootschalige bodemtoepassing op de landbodem mag grond worden toegepast tot MaxINDUSTRIE ongeacht de kwaliteit en functie van de ontvangende bodem. Voor bagger geldt bij minerale olie: 2000 mg/kgds in plaats van MaxINDUSTRIE. Boven bepaalde concentraties gelden aanvullende eisen over de maximale uitloging. Onder deze concentraties wordt de uitloging verwaarloosbaar geacht. Een grootschalige bodemtoepassing moet voldoen aan: Minimaal volume: 5000 m3 Minimale dikte 2 meter (onder wegen 0,5 meter) Afgedekt door leeflaag (0,5 meter) danwel verhardingslaag Voor de leeflaag gelden de toepassingseisen zoals weergegeven in bijlage 6 en 8 van deze Nota Bij provinciale wegen en rijkswegen horen ook bermen en taluds bij de grootschalige toepassing De bodemkwaliteitskaart geldt niet als bewijsmiddel voor het toepassen van grond in een grootschalige bodemtoepassing, wanneer de grond afkomstig is uit de bovengrond van de zone ´5: vooroorlogse wijken en kernen’ dan wel de zone ‘6: binnenstad Goes en vooroorlogse wijken’ (boven- en ondergrond). De rekenkundig gemiddeldes uit deze zones voldoen weliswaar aan de emissietoetswaarden, maar de 75percentiel-waarden voor lood zijn bij deze zones hoger dan de emissietoetswaarde. Tevens voldoen de 90-percentielwaarden van zink bij deze zones niet aan de emissietoetswaarde.

Er is onvoldoende zekerheid dat wordt voldaan aan de eisen voor maximale uitloging. Bij deze zones kan de bodemkwaliteitskaart alleen als bewijsmiddel worden gebruikt, indien uit aanvullend onderzoek blijkt dat de hergebruiksgrond voldoet aan de maximale emissiewaarden. Hierbij volstaat onderzoek op de stoffen lood en zink. Voor de overige zones die in klasse ‘industrie’ vallen kan de bodemkwaliteitskaart wel dienen als bewijsmiddel voor het toepassen van grond in een grootschalige bodemtoepassing.

Nota bodembeheer gemeente Goes

37/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

PFAS Voor PFAS gelden in de regio Bevelanden en Tholen voor grootschalige bodemtoepassingen op de landbodem (GBT) de volgende toepassingsnormen (lit. 4): Gedeelte van de GBT Toepassingsnormen Afdeklaag toepassingsnormen zoals in paragraaf 4.6 vastgelegd voor het dieptetraject 0-1,0 m-mv Kern van de GBT, boven grondwaterspiegel PFOA: 7,0 µg/kgds PFOS en overige individuele PFAS: 3,0 µg/kgds Kern van de GBT, onder grondwaterspiegel toepassingsnormen zoals in paragraaf 4.6 vastgelegd voor het dieptetraject 1,0-2,0 m-mv

5.3.5

Toepassing van zout zeezand

In de Regeling bodemkwaliteit is opgenomen dat voor het toepassen van zeezand het chloridegehalte maximaal 200 mg/kg ds mag zijn. Er wordt dan gesproken over ontzilt zeezand. Bij het toepassen van zeezand op plaatsen waar een direct contact is of mogelijk is met brak oppervlaktewater of zeewater met van nature een chloride-gehalte van meer dan 5000 mg/l, geldt voor chloride geen maximale waarde. Het grondwater in Zeeland is van nature op veel plekken brak tot zout. Dit betekent dat het aanbrengen van zout zand in dit geval geen verslechtering oplevert van de chemische toestand van het grond- of oppervlaktewater. In opdracht van de provincie Zeeland is in 2005 een rapport opgesteld (lit. 23) met daarin de geohydrologische aspecten van het toepassen van zout zeezand. In het rapport wordt beschreven met welke factoren rekening dient te worden gehouden. Zout zeezand mag niet worden toegepast in de zoetwatervoorkomens, grondwaterbeschermingsgebieden en kwetsbare gebieden voor natuur en landbouw (circa 37% van het totale landoppervlak van Zeeland). Deze gebieden staan weergegeven in onderstaande figuur. De rode gebieden zijn de zoetwatervoorkomens, waar zout zeezand niet mag worden toegepast. In de oranje gebieden, de natuurgebieden en de bufferzones, is een nadere analyse nodig van de plaatselijke situatie.

Nota bodembeheer gemeente Goes

38/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Zoet watervoorkomens, natuurgebieden en bufferzones uit lit. 23:

5.3.6

Regels voor tijdelijke opslag van grond en bagger

Voor de tijdelijke opslag van grond en bagger gelden verschillende eisen, afhankelijk van de tijdsduur van de opslag: Soort tijdelijke opslag Tijdelijke uitname Kortdurende opslag

Maximale tijdsduur Looptijd van de werkzaamheden 6 maanden

Weilanddepot (bagger)

3 jaar

Tijdelijke opslag op landbodem

3 jaar

Nota bodembeheer gemeente Goes

Kwaliteitseisen geen (wel zorgplicht) geen (wel zorgplicht) Normen voor verspreiding op aangrenzend perceel Kwaliteitsklasse ontvangende bodem

39/47

Meldingsplicht Nee Ja Ja, inclusief voorziene tijdsduur en eindbestemming Ja, inclusief voorziene tijdsduur en eindbestemming

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

5.3.7

Transport van grond en bagger

Het Besluit bodemkwaliteit bevat geen regels voor het transport van grond en bagger. Wel is bij het transport van grond en bagger andere regelgeving van belang, waaronder de regelgeving voor het transporteren van afvalstoffen. De Stichting Vervoeradres heeft een overzicht uitgegeven van de regelgeving voor het transporteren, registreren en melden van afvalstoffen (lit. 24). Hierin is over het transport van grond en baggerspecie onder het kopje “begeleidingsbrief” het volgende opgenomen:

Omdat grond en baggerspecie in veel gevallen bij transport over de openbare weg als afvalstof wordt gezien, dient het transport vergezeld te gaan van een begeleidingsbrief. Dit geldt ook voor een transport van een partij herbruikbare grond of baggerspecie naar een toepassing of tijdelijke opslaglocatie onder het Besluit bodemkwaliteit. In deze gevallen en ook bij afvoer naar een niet-meldingsplichtige inrichting is, in het kader van het Besluit melden, geen afvalstroomnummer nodig. Alleen schoon primair zand (zand uit een zandwinning) kan in zijn algemeenheid niet als afvalstof aangemerkt worden. Een begeleidingsbrief is dan niet nodig.

5.3.8

Geen vrijstelling voor bodemonderzoek bij aanvraag omgevingsvergunning voor bouwactiviteit

Gemeentes dienen volgens de Woningwet in hun bouwverordening regels op te nemen om bouwen op verontreinigde grond tegen te gaan. De bouwverordening van de gemeente Goes bevat voor bepaalde bouwwerken het voorschrift, dat bodemonderzoek moet worden uitgevoerd ten behoeve van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. Op grond van artikel 11, eerste lid van de Woningwet bestaat de mogelijkheid om af te wijken van de onderzoeksplicht. Volgens het derde lid van artikel 2.1.5 van de Modelbouwverordening bestaat de mogelijkheid om geheel of gedeeltelijk af te wijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Mor, indien reeds bruikbare of recente onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Onder recente onderzoeksgegevens wordt ook een bodemkwaliteitskaart verstaan. De gemeente verleent geen ontheffing van het doen van een bodemonderzoek bij een aanvraag voor de omgevingsvergunning van een bouwactiviteit op grond van de bodemkwaliteitskaart. De reden hiervoor is, dat de bodemkwaliteitskaart een gemiddelde kwaliteit weergeeft op gebiedsniveau en niets zegt over de kwaliteit op perceelsniveau. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de Handreiking Bouwen en Bodemkwaliteit van het Zeeuws Platform Bodembeheer (lit. 25).

Nota bodembeheer gemeente Goes

40/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

6

MELDINGSPROCEDURE VOOR HET TOEPASSEN VAN GROND EN BAGGER

6.1

Meldingsplicht voor de toepasser

Met uitzondering van de hieronder vermelde situaties dient een toepassing van grond of baggerspecie (waaronder grootschalige bodemtoepassingen) minimaal vijf werkdagen tevoren te worden gemeld bij het landelijk Meldpunt Bodemkwaliteit. Er wordt dus niet meer rechtstreeks bij de gemeente gemeld. De meldingsplicht geldt ook voor kortdurende en tijdelijke opslag.

Wie moet toepassingen melden? Het Besluit bodemkwaliteit regelt via artikelen 32 en 42 dat degene die voornemens is een bouwstof respectievelijk grond of baggerspecie toe te passen of op te slaan die meldingsplichtig is, deze toepassing moet melden via het meldpunt bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit regelt dus dat de toepasser moet melden, maar wijst geen concrete actor aan als toepasser. Het ligt in de rede dat de opdrachtgever van de toepassing cq de eigenaar van de toepassingslocatie de voorgenomen toepassing meldt, maar via privaatrechtelijke afspraken kan deze verplichting ook bij de aannemer, leverende grondbank of andere betrokkenen worden gelegd. Bodem+ adviseert opdrachtnemers van nuttige toepassing altijd te verifiëren of de opdrachtgever de meldingsplichtige toepassing meldt, en zo niet de melding onderdeel uit te laten maken van de opdracht. Het meldpunt bodemkwaliteit houdt hier ook rekening mee. Iedereen met een meldingsaccount kan een melding van een toepassing verrichten. Uiteraard wordt wel gevraagd aan de melder te verklaren dat hij/zij de melding doet met instemming van de opdrachtgever van de toepassing cq de eigenaar van de locatie.

Uitzonderingen meldingsplicht Voor de volgende toepassingen van grond en bagger is volgens het Besluit bodemkwaliteit geen melding voorgeschreven: Toepassingen van grond of bagger door particulieren, voorzover niet in de uitoefening van een bedrijf of beroep12; Toepassingen binnen een landbouwbedrijf, mits de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot datzelfde landbouwbedrijf behorend perceel, waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel waar de grond of baggerspecie wordt toegepast; Toepassingen van schone grond (grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde) in een hoeveelheid van minder dan 50 m3; Verspreiden van baggerspecie uit een watergang over aan de watergang grenzende percelen; Tijdelijke uitname van grond of baggerspecie, indien deze vervolgens, zonder te zijn bewerkt, op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde conditie opnieuw in die toepassing wordt aangebracht.

12

NB. Deze vrijstelling geldt niet, indien bijvoorbeeld een aannemer in opdracht van een particulier werkt.

Nota bodembeheer gemeente Goes

41/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Opvragen informatie vooraf Voorafgaand aan het grond- en/of baggerverzet moet de meldingsplichtige (eigenaar of erfpachter van de locatie waar de grond wordt toegepast) of een hiertoe gemachtigde persoon (bijvoorbeeld een adviesbureau) zich op de hoogte stellen van de mogelijkheden van grond- en/of baggerverzet. Voorafgaand aan het grond- en/of baggerverzet moet eerst worden vastgesteld of de ontgravings- en toepassingslocatie in een zone van de bodemkwaliteitskaart liggen en niet vallen in "niet gezoneerd" (zie bijlage 5 t/m 8 voor de ontgravingskaart en toepassingskaart). Daarna beoordeelt men of er gebiedsspecifiek beleid van toepassing is. Is dat niet het geval, dan is het generieke beleid van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing met bodemkwaliteitskaart. Vervolgens moet de historische informatie van de ontgravings- en toepassingslocatie worden achterhaald en bekeken of de locaties waar grond wordt ontgraven en toegepast liggen in gebieden met bijzondere omstandigheden (zie hoofdstuk 5.2). Ook moet worden vastgesteld of andere regelgeving van toepassing is.

Melding bij landelijk meldpunt De melding wordt digitaal gedaan via de website: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Op deze site kan de melder een digitaal formulier invullen met de vereiste gegevens. Rapportages van milieuhygiënische verklaringen zoals een partijkeuring kunnen als pdf-bestand worden bijgevoegd bij de digitale melding. Eventueel kan de melder rapportages ook per post nazenden (uiterlijk vijf werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden). Het Meldpunt Bodemkwaliteit scant deze dan in om er een pdf-bestand van te maken. Eventueel kan de melding ook schriftelijk worden gedaan. Het hiervoor benodigde formulier is eveneens te vinden op de website www.meldpuntbodemkwaliteit.nl.

6.2

Behandeling van de meldingen door de gemeente

Het landelijk Meldpunt Bodemkwaliteit zendt de meldingen direct per e-mail door naar de gemeente. De gemeente beoordeelt de melding en kan in geval van onduidelijkheden of onvolkomenheden in de melding contact opnemen met de melder. Zonodig kan de melder de melding via het meldsysteem aanpassen. Per 1 januari 2014 wordt de afhandeling van de meldingen en het toezicht op de grondstromen uitgevoerd door de RUD-Zeeland.

Nota bodembeheer gemeente Goes

42/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

7.

STAPPENPLAN: GRONDVERZET OP BASIS VAN DE BODEMKWALITEITSKAART

1a. Grondverzet door particulier, niet in uitoefening van bedrijf of beroep?

Zorgplicht: heeft de toepasser

JA

JA informatie ingewonnen of heeft hij/zij een redelijk vermoeden over de kwaliteit van de toe te passen grond (eventueel met behulp van de checklist uit bijlage 9)?

NEE JA

1b. Grondverzet binnen agrarisch bedrijf, tussen percelen met vergelijkbare gewasteelt?

Voldoet de kwaliteit van de grond naar verwachting aan de toepassingseis?

JA

NEE 2. Werkgebied afbakenen. Vrij grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart?

NEE

NEE

JA 3. Vooronderzoek uitvoeren (historische toets): Verdachte locatie?

Bodemonderzoek/partijkeuring uitvoeren. Voldoet kwaliteit grond aan toepassingseis (zie bijlage 5 en 7)?

JA

NEE JA

4. Voldoet de grond aan de Achtergrondwaarden?

JA

NEE

NEE

5. Volume toe te passen grond minder dan 50 m3?

Grondverzet niet mogelijk.

NEE 6. Melden bij Bodem+ (minimaal 5 werkdagen voor start werkzaamheden)

Evt. nader onderzoek uitvoeren, Grond afvoeren naar erkend verwerker.

JA

7. Grondverzet uitvoeren.

8. Indien tijdens werk zintuiglijk afwijkende waarnemingen worden gedaan: Werk staken, melden bij bevoegd gezag. Grond in depot plaatsen en bemonsteren.

Nota bodembeheer gemeente Goes

43/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Toelichting: 1a en 1b: Voor grondverzet door particulieren en grondverzet binnen agrarische bedrijven geldt in het Besluit bodemkwaliteit een algemene vrijstelling. Op basis van deze vrijstelling hoeft men geen kwaliteit van de toe te passen grond te bepalen. Verder hoeft de toepassing niet te worden gemeld bij Bodem+. Voornoemde vrijstelling geldt overigens niet voor een aannemer die in opdracht van een particulier grond toepast. Wel geldt in het Besluit bodemkwaliteit een algemene zorgplicht. Wanneer de toepasser weet, dat de kwaliteit van de toe te passen grond (mogelijk) niet voldoet aan de toepassingseis van de ontvangende bodem (bijvoorbeeld op basis van een bodemonderzoeksrapport waarover hij beschikt), dan vervalt de vrijstelling en mag de grond niet worden toegepast. Ter facilitering van deze zorgplicht is in bijlage 10 een checklist opgenomen voor grondverzet door particulieren en binnen agrarische bedrijven. Verder kan men hierover informatie inwinnen bij de gemeente. 2: Bepaal de bodemkwaliteitsklasse van de zone waarin de herkomstlocatie ligt en wat de toepassingseis is van de locatie waar de grond wordt toegepast. 3: Wanneer volgens de grondstromenmatrix in algemene zin vrij grondverzet mogelijk is, betekent dit niet automatisch dat ook in het specifieke geval vrij grondverzet mogelijk is.

Er dient een vooronderzoek (historische toets) te worden uitgevoerd om na te gaan of de grond niet afkomstig is van een verdachte locatie (een locatie waar op grond van historische gegevens mogelijk sprake is van bodemverontreiniging). Voor het toepassen van ongekeurde grond op basis van de bodemkwaliteitskaart dient men dus altijd een historische toets uit te voeren. Deze verplichting geldt ook in geval van toepassingen van minder dan 50 m3 grond afkomstig uit een zone die aan de Achtergrondwaarde voldoet. 4 en 5: Het toepassen van schone grond in een hoeveelheid van minder dan 50 m3 behoeft volgens het Besluit bodemkwaliteit niet te worden gemeld. Een toepassing van minder dan 50 m 3 grond afkomstig uit een zone met als bodemkwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’ hoeft derhalve niet te worden gemeld indien uit de historische toets volgt dat de herkomstlocatie onverdacht is. 6: Minimaal 5 werkdagen tevoren dient de toepassing te worden gemeld bij een landelijk meldpunt (afgezien van eerdergenoemde uitzonderingen). Dit landelijk meldpunt is ondergebracht bij Bodem+. De melding geschiedt bij voorkeur digitaal, via de website www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. 8: Bij zintuiglijke afwijkingen tijdens de werkzaamheden: werkzaamheden stilleggen en contact opnemen met het bevoegd gezag. Reeds ontgraven grond in depot plaatsen en bemonsteren.

Nota bodembeheer gemeente Goes

44/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

8.

COMMUNICATIE

Na vaststelling van het beleid, komt het aan op uitvoering. Goede communicatie is daarbij belangrijk. Het communicatietraject richt zich niet alleen op eigen organisatie maar ook op partijen daarbuiten. Bij de totstandkoming van deze Nota bodembeheer zijn ook andere overheden en marktpartijen betrokken. Voor een goede implementatie is het noodzakelijk om de communicatie breed op te zetten. Hiervoor worden de doelgroepen actief benaderd en worden middelen ingezet zodat de doelgroepen de gegevens kunnen raadplegen.

Interne doelgroepen Binnen de gemeente zijn verschillende afdelingen betrokken die zich bezig houden met grondverzet. Handhavers, beleidsmedewerkers en uitvoerders hebben allemaal hun eigen visie en belangen. Er zal een bijeenkomst worden georganiseerd waarin de verschillende disciplines worden geïnformeerd over het nieuwe grond- en baggerbeleid.

Externe doelgroepen Voor externe organisaties (bijvoorbeeld adviesbureaus en aannemers) is het belangrijk dat informatie helder en begrijpelijk van internet kan worden gedownload. De bodemkwaliteitskaart en de Nota bodembeheer worden na vaststelling ontsloten via het Zeeuws bodemvenster: www.zeeuwsbodemvenster.nl (initiatief van het Zeeuws Platform Bodembeheer). Op deze website worden alle Zeeuwse bodemkwaliteitskaarten en bijbehorende Nota's geplaatst, zodat een Zeelandbreed beeld van bodemkwaliteitskaarten ontstaat. Op de website van de gemeente Goes wordt een korte toelichting met een verwijzing naar deze website geplaatst. Inwoners (burgers) van de gemeente Goes zijn over het algemeen slechts incidenteel betrokken bij grond- en baggerverzet. Deze groep hoeft slechts op hoofdlijnen het gemeentelijk beleid te kennen. Om deze reden wordt vanuit het Samenwerkingsverband Milieutaken Oosterschelderegio (SMO) een gezamenlijke folder ontwikkeld. Deze folder zal op de gemeentelijke internetsite worden geplaatst en desgewenst worden verstrekt. Aanvullend worden op de gemeentelijke internetsite telefoonnummers, nuttige internetadressen en een link naar het landelijke meldpunt geplaatst. Naast de informatiefolder en de informatie op de gemeentelijke website, zal ook informatie worden verstrekt via de lokale bladen.

In een artikel over het nieuwe grond- en baggerstormen beleid worden op hoofdlijnen de regels uitgelegd. In dit artikel wordt een verwijzing opgenomen naar de eerder genoemde internetsites.

Nota bodembeheer gemeente Goes

45/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

LITERATUUR 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16.

17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26.

Besluit bodemkwaliteit; Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2007, nr. 469. Regeling bodemkwaliteit; Staatscourant, 20 december 2007. Bodemkwaliteitskaart gemeente Goes; Marmos Bodemmanagement, 21 januari 2014. Bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen; Marmos Bodemmanagement, 11 augustus 2020. Evaluatie bodemkwaliteitskaart gemeente Goes 2019; Marmos Bodemmanagement, 8 oktober 2019. Bodemkwaliteitskaart gemeente Kapelle en buitengebied gemeentes Goes, Reimerswaal en NoordBeveland; Marmos Bodemmanagement; herziene versie gemeente Goes 22 mei 2008. Bodemkwaliteitskaart stedelijk gebied gemeente Goes; Marmos Bodemmanagement, 22 mei 2008. Bodembeheerplan buitengebied en stedelijk gebied gemeente Goes in het kader van de Vrijstellingsregeling grondverzet; Marmos Bodemmanagement, 22 mei 2008. Bodembeheernota Goese Schans; Witteveen+Bos, 12 februari 2009. Bodemfunctiekaart gemeente Goes; Marmos Bodemmanagement, 24 augustus 2009. Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland – Actualisatie 2020; Marmos Bodemmanagement, 26 november 2020. Nota bodembeheer Havengebied Goes, Actualisatie 2015; Marmos Bodemmanagement, 19 november 2015. Nota bodembeheer Havengebied Goes, Actualisatie 2021; Marmos Bodemmanagement, 2 juni 2021.

Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (versie december 2021), bijlage bij Kamerbrief van 13 december 2021 (IENW/BSK-2021/335279) Achtergrondwaarden perfluoralkylstoffen (PFAS) in de Nederlandse landbodem; A. Wintersen et al., RIVM-briefrapport 2020-0100, 2020. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 2 juli 2020), Kamerstukken II, 2019/20, 35334 nr. 116, bijlage bij Kamerbrief van 3 juli 2020. NEN5740, Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; NEN, januari 2009. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten; Ministerie van VROM en Ministerie van Verkeer en Waterstaat; gepubliceerd via website NEN, 7 september 2007. Nota bodembeheer voor de landbodem van de gemeente Borsele; Marmos Bodemmanagement, 6 oktober 2009. Nota bodembeheer voor de landbodem van de gemeente Kapelle; Marmos Bodemmanagement, 1 december 2011. Nota bodembeheer voor de landbodem van de gemeente Reimerswaal; Marmos Bodemmanagement, 21 december 2012. Overzicht van risicogrenzen voor PFOS, PFOA en GenX ten behoeve van een tijdelijk handelingskader voor het toepassen van grond en baggerspecie op of in de landbodem; RIVM, 4 maart 2019.

Toepassing zout zeezand, geohydrologische aspecten; Royal Haskoning, 21 september 2005, projectnummer 9P5675. Transport van afval – Het transporteren, registreren en melden van afvalstoffen; Stichting vervoeradres. Handreiking Bouwen en Bodemkwaliteit; Zeeuws Platform Bodembeheer, 29 mei 2012. Ken uw (water)bodemkwaliteit, de risico’s inzichtelijk; Grontmij 1 september 2007.

Nota bodembeheer gemeente Goes

46/47

20 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

27. NOBO: Normstelling en bodemkwaliteitsbeoordeling. Onderbouwing en beleidsmatige keuzes voor de bodemnormen in 2005, 2006 en 2007. NOBO-2008-029. Grontmij Nederland BV, 12 september 2008.

Nota bodembeheer gemeente Goes

47/47

20 juni 2022

Bijlage 1: Normering Regeling bodemkwaliteit (inclusief wijzigingen per 1 januari 2014) en gebiedsspecifieke normen Goes Normen per stof voor standaardbodem (25% lutum en 10% organische stof), in mg/kgds maximale LMW (Lokale AchtergrondBovengrens waarde Bovengrens Maximale stofnaam waarde toetsingsregel wonen toetsingsregel Waarde) Arseen 20 27 27 47 Cadmium 0,6 1,2 1,2 1,8 Chroom 55 62 62 117 Koper 40 54 54 94 Kwik 0,15 0,3 0,83 0,98 Lood 50 100 210 260 Nikkel 35 70 39 74 Zink 140 200 200 340 Barium n.v.t. n.v.t. Kobalt 15 30 35 50 Molybdeen 1,5 3 88 89,5 PAK (10) 1,5 3 6,8 8,3 som PCB's 0,02 0,04 0,04 0,06 minerale olie 190 190 190 380 DDD 0,02 0,04 0,84 0,86 0,84 DDE 0,1 0,13 0,13 0,23 0,75 DDT 0,2 0,2 0,2 0,4 0,65 drins (som) 0,015 0,03 0,04 0,055 0,064

maximale waarde industrie 76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 0,5 500 34 1,3 1 0,14

Interventiewaarde 76 13 180 / 78 190 36 / 4 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 1 5000 34 2,3 1,7 4

Marmos . Bodemmanagement

A

B C 15 0,4 0,4 0,4 0,007 0,021 50 2 0 15 0,6 0,6 0,2 0,0034 0,0017 50 1 1 10 1 0 50 3 1,5 30 5 0 2 0,28 0 n.v.t. (geen bodemtypecorrectie)

Formule bodemtypecorrectie metalen:

Formule bodemtypecorrectie organische verbindingen:

Gehalte(standaardbodem) = Gehalte(y) / { {A + B x %lutum(y) + C x %humus(y)} / {A + 25 x B + 10 xC} }

Gehalte(standaardbodem) = Gehalte(y) x { 10 / %humus(y) }

Bij PAK(10) (generiek) en minerale olie (gebiedsspecifiek) wordt bij een percentage organische stof lager dan 10% geen bodemtypecorrectie toegepast. Bij een percentage lutum of organische stof lager dan 2% wordt een minimumpercentage van 2% gehanteerd. Voor organische verbindingen wordt bij een percentage organische stof hoger dan 30% een maximumpercentage van 30% gehanteerd.

Interventiewaarden uit Circulaire bodemsanering 2013

Voor chroom gelden aparte interventiewaarden voor chroom III en chroom IV Voor kwik gelden aparte interventiewaarden voor anorganisch en organisch kwik

Toetsingsregel achtergrondwaarde (bij 7 t/m 15 parameters): Maximaal 2 parameters mogen hoger zijn dan AW, mits niet hoger dan 2 x AW en niet hoger dan maximale waarde voor bodemfunctie wonen (nikkel: afwijkende toetsingsregel) Toetsingsregel maximale waarde wonen (bij 7 t/m 15 parameters): Maximaal 2 parameters mogen hoger zijn dan maximale waarde wonen, mits niet hoger dan maximale waarde wonen + AW en niet hoger dan maximale waarde voor bodemfunctie industrie

Marmos . Bodemmanagement

BIJLAGE 2: GRONDSTROMENMATRIX (VOOR GROND AFKOMSTIG UIT DE GEMEENTE GOES) Gebruik van BKK als milieuhygiënische verklaring

Herkomstzone 3: Bedrijfsterreinen (De Poel)

Toepassingsgebied

Bovengrond (0-0,5 m-mv) Nooit boomgaard (kwaliteitsklasse Industrie)

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Kwaliteitsklasse Industrie)

Bovengrond (0-0,5 m-mv) Nooit boomgaard (kwaliteitsklasse Industrie)

Bovengrond (0-0,5 m-mv) Boomgaarden t/m 1980 (kwaliteitsklasse Industrie)

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Kwaliteitsklasse Wonen)

Bovengrond (0-0,5 m-mv) Nooit boomgaard (kwaliteitsklasse Industrie)

Bovengrond (0-0,5 m-mv) Boomgaarden t/m 1980 (kwaliteitsklasse Industrie)

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Kwaliteitsklasse Industrie)

Overig

geen voormalige boomgaard (boven- en ondergrond) & ondergrond voormalige boomgaard

AW

AW

JA

OCB (PARTIJ)

JA

NEN (PARTIJ)

NEN+OCB (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN+OCB (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN+OCB (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

Overig

bovengrond voormalige boomgaard

AW

LMW

JA

JA

JA

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

Wonen

Zone 1: bovengrond, geen voormalige boomgaard & Zone 1 en 2: ondergrond

AW

AW

JA

OCB (PARTIJ)

JA

NEN (PARTIJ)

NEN+OCB (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN+OCB (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN+OCB (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

Wonen

Zone 1: bovengrond voormalige boomgaard

AW

LMW

JA

JA

JA

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

Wonen

Zone 2: bovengrond & zone 4 t/m 6 boven- en ondergrond

WONEN

LMW

JA

JA

JA

JA

JA

JA

JA

JA

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

JA

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

Industrie

Zone 1: bovengrond, geen voormalige boomgaard & Zone 1 en 2: ondergrond

AW

AW

JA

OCB (PARTIJ)

JA

NEN (PARTIJ)

NEN+OCB (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN+OCB (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN+OCB (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

Industrie

Zone 1: bovengrond voormalige boomgaard

AW

LMW

JA

JA

JA

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

Industrie

Zone 2: bovengrond & Zone 3, zone 4, zone 5 en zone 6: boven- en ondergrond

WONEN

LMW

JA

JA

JA

JA

JA

JA

JA

JA

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

JA

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

Industrie

Gebiedsspecifiek beleid ontwikkeling bedrijfsterreinen De Poel en Deltaweg

WONEN

LMW

JA

JA

JA

JA

JA

JA

JA

JA

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

JA

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

NEN (PARTIJ)

JA

JA

JA

JA

JA

JA

JA

JA

NEN

NEN

UITLOOG

UITLOOG

JA

UITLOOG

UITLOOG

UITLOOG

Grootschalige bodemtoepassingen

INDUSTRIE INDUSTRIE

Bovengrond (0-0,5 m-mv) Boomgaarden t/m 1980 (kwaliteitsklasse Industrie)

Bodemfunctie

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Kwaliteitsklasse Wonen)

6: Binnenstad Goes en vooroorlogse wijken

Bovengrond (0-0,5 m-mv) Nooit boomgaard (kwaliteitsklasse Wonen)

5: Vooroorlogse wijken en kernen

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde)

4: Bedrijfsterreinen (Marconistraat en Stationspark)

Bovengrond (0-0,5 m-mv) Boomgaarden t/m 1980 (kwaliteitsklasse Industrie)

2: Naoorlogse bebouwing

Bovengrond (0-0,5 m-mv) Nooit boomgaard (kwaliteitsklasse Wonen)

Toepassingseis bestrijdingsmiddelen

Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde)

Toepassingseis NEN5740parameters

Bovengrond (0-0,5 m-mv) Nooit boomgaard (kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde)

1: Buitengebied en naoorlogse bebouwing

Legenda AW

Achtergrondwaarde

WONEN

Maximale waarden voor wonen

INDUSTRIE

Maximale waarden voor industrie

LMW

Lokale maximale waarden voor bestrijdingsmiddelen (standaardbodem): DDD 0,84 mg/kgds ; DDE 0,75 mg/kgds ; DDT 0,65 mg/kgds ; som drins 0,064 mg/kgds

JA

Bodemkwaliteitskaart te gebruiken als milieuhygiënische verklaring in combinatie met historisch onderzoek

NEN

Bodemkwaliteitskaart te gebruiken als milieuhygiënische verklaring in combinatie met historisch onderzoek, mits geverifieerd met verkennend bodemonderzoek met analyses op het standaardpakket van de huidige NEN5740

NEN (PARTIJ)

Partijkeuring conform vereisten Besluit bodemkwaliteit voorgeschreven voor de stoffen uit het standaardpakket van de huidige NEN5740, voor de bestrijdingsmiddelen geldt de bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring.

OCB (PARTIJ)

Partijkeuring conform vereisten Besluit bodemkwaliteit voorgeschreven voor OCB's (organochloorbestrijdingsmiddelen); voor de NEN5740-parameters geldt de bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring.

NEN+OCB (PARTIJ) Bodemkwaliteitskaart niet te gebruiken als milieuhygiënische verklaring. Partijkeuring conform vereisten Besluit bodemkwaliteit voorgeschreven met analyses op het standaardpakket van de huidige NEN5740, alsmede op OCB's (organochloorbestrijdingsmiddelen) UITLOOG

Bodemkwaliteitskaart te gebruiken als milieuhygiënische verklaring in combinatie met historisch onderzoek en onderzoek of emissiewaarden niet worden overschreden

Toelichting: De grondstromenmatrix geldt alleen voor grondverzet tussen onverdachte locaties. Controleer altijd eerst door middel van historisch onderzoek of er geen sprake is van een uitzonderingslocatie. Indien er geen sprake is van een uitzonderingslocatie, zoek dan de kwaliteitsklasse op van de zone waar de grond wordt ontgraven: zie bijlage 5 voor de NEN5740-parameters en bijlage 7 voor de bestrijdingsmiddelen DDD, DDE, DDT en drins NB. Indien uit historisch onderzoek blijkt, dat de grond vrijkomt in een voormalige boomgaard die niet is weergegeven in bijlage 8, dan is de informatie uit het historisch onderzoek bepalend (dus veelal analyses op bestrijdingsmiddelen uitvoeren). Zoek in bijlage 6 op welke toepassingseis geldt voor de NEN5740-parameters op de locatie waar de grond wordt toegepast. Bijlage 8 toont de toepassingseis voor de bestrijdingsmiddelen (DDD, DDE, DDT EN drins) en bijlage 9 toont de toepassingseis voor PFAS. De toepassingseis uit bijlage 6 en bijlage 8 geldt alleen voor het dieptetraject 0-2,0 m-mv. Dieper dan 2,0 m-mv mag alleen grond worden toegepast die voldoet aan de achtergrondwaarde. Wanneer analyses op OCB's (organochloorbestrijdingsmiddelen) zijn voorgeschreven, dient men tenminste te analyseren op DDD, DDE, DDT en drins

Nota bodembeheer gemeente Goes

13 juni 2022

Marmos . Bodemmanagement

BIJLAGE 3A: TOEPASSINGSNORMEN, GELDEND VOOR GROND AFKOMSTIG UIT DE GEMEENTE GOES Bovengrond (0-0,5 m-v, tenzij anders vermeld) BodemToepassingszone functieklasse overig Zone 1: Buitengebied en naoorlogse bebouwing overig Zone 2: Naoorlogse bebouwing overig Zone 3: Bedrijfsterreinen (De Poel) overig Zone 4: Bedrijfsterreinen (Marconistraat en Stationspark) overig Zone 5: Vooroorlogse wijken en kernen overig Zone 6: Binnenstad Goes en vooroorlogse wijken wonen Zone 1: Buitengebied en naoorlogse bebouwing wonen Zone 2: Naoorlogse bebouwing wonen Zone 3: Bedrijfsterreinen (De Poel) wonen Zone 4: Bedrijfsterreinen (Marconistraat en Stationspark) wonen Zone 5: Vooroorlogse wijken en kernen wonen Zone 6: Binnenstad Goes en vooroorlogse wijken industrie Zone 1: Buitengebied en naoorlogse bebouwing industrie Zone 2: Naoorlogse bebouwing industrie Zone 3: Bedrijfsterreinen (De Poel) industrie Zone 4: Bedrijfsterreinen (Marconistraat en Stationspark) industrie Zone 5: Vooroorlogse wijken en kernen industrie Zone 6: Binnenstad Goes en vooroorlogse wijken Zone 1 t/m 6: overig Nooit boomgaard of alleen boomgaard na 1980 Zone 1 t/m 6: overig Boomgaarden t/m 1980 Zone 1: Buitengebied en naoorlogse wijken wonen Nooit boomgaard of alleen boomgaard na 1980 Zone 2 t/m 6: wonen Nooit boomgaard of alleen boomgaard na 1980 Zone 1 t/m 6: wonen Boomgaarden t/m 1980 Zone 1: Buitengebied en naoorlogse

wijken industrie Nooit boomgaard of alleen boomgaard na 1980 Zone 2 t/m 6: industrie Nooit boomgaard of alleen boomgaard na 1980 Zone 1 t/m 6: industrie Boomgaarden t/m 1980 Gebiedsspecifiek beleid ontwikkeling bedrijfsterreinen De industrie Poel en Deltaweg

Ondergrond (0,5-2,0 m-v, tenzij anders vermeld) BodemToepassingszone functieklasse overig Zone 1: Buitengebied en naoorlogse bebouwing overig Zone 2: Naoorlogse bebouwing overig Zone 3: Bedrijfsterreinen (De Poel) overig Zone 4: Bedrijfsterreinen (Marconistraat en Stationspark) overig Zone 5: Vooroorlogse wijken en kernen overig Zone 6: Binnenstad Goes en vooroorlogse wijken wonen Zone 1: Buitengebied en naoorlogse bebouwing wonen Zone 2: Naoorlogse bebouwing wonen Zone 3: Bedrijfsterreinen (De Poel) wonen Zone 4: Bedrijfsterreinen (Marconistraat en Stationspark) wonen Zone 5: Vooroorlogse wijken en kernen wonen Zone 6: Binnenstad Goes en vooroorlogse wijken industrie Zone 1: Buitengebied en naoorlogse bebouwing industrie Zone 2: Naoorlogse bebouwing industrie Zone 3: Bedrijfsterreinen (De Poel) industrie Zone 4: Bedrijfsterreinen (Marconistraat en Stationspark) industrie Zone 5: Vooroorlogse wijken en kernen industrie Zone 6: Binnenstad Goes en vooroorlogse wijken Gebiedsspecifiek beleid ontwikkeling bedrijfsterreinen De industrie Poel en Deltaweg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11877997/1