Agendapunt 12. Raadsvoorstel Verordening op de commissie ruimtelijke kwaliteit
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering Agendapunt Zaaknummer Onderwerp
: : : :
Portefeuillehouder Programma Opgesteld door: Afdeling
: : :
Z22.106694 / D22.839430 Raadsvoorstel Verordening op de commissie ruimtelijke kwaliteit J. de Goffau Bestuur Peter Daniëlse Omgeving & Economie
Gevraagd besluit Het vaststellen van de Verordening op de commissie ruimtelijke kwaliteit Goes 2022. Deze regelt de taken, samenstelling en werkwijze van de verplichte gemeentelijke adviescommissie. Juridische grondslag De artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet. Aanleiding De inwerkingtreding van de Omgevingswet naar verwachting op 1 juli 2022. Resultaat Invulling geven aan één van de door de VNG geformuleerde ‘Minimale acties Omgevingswet’ voor de implementatie van de Omgevingswet. Argumenten De taken en bevoegdheden van de huidige monumenten- en welstandscommissies vervallen van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ter continuering van de advisering moet de gemeente een nieuwe gemeentelijke adviescommissie (hierna: commissie) instellen. Het Rijk legt daarbij enkele wettelijke regels op. De wettelijke taak van de commissie is het uitbrengen van advies over vergunningaanvragen met betrekking tot rijksmonumenten (uitgezonderd archeologische rijksmonumenten) en over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een andere activiteit, in door de raad aangewezen gevallen of als het college van burgemeester en wethouders daartoe aanleiding ziet. Enkele leden van de commissie moeten deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Het college kan de commissie advies vragen over het ontwikkelen van beleid.
De VNG heeft gekozen voor een modelverordening waarbij de bestaande adviescolleges en eventuele andere adviseurs op het gebied van de omgevingskwaliteit in één samenhangend adviesstelsel kunnen worden opgenomen. Bij de Verordening op de commissie ruimtelijke kwaliteit staat het doel van een goede omgevingskwaliteit centraal. Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Gemeenten hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij dit doel willen bereiken. Dat geldt ook voor de rol van de commissie daarbij. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van deze commissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit. De commissie adviseert uitsluitend over aspecten van “een goede omgevingskwaliteit”. Zij adviseert dus niet over andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Volgens de wet stelt de raad het omgevingsplan vast dat voor het gehele grondgebied regels bevat die nodig zijn voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Deze regels worden gesteld met het oog op de doelen van de wet. Een van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit. Voor het omgevingsplan gelden er instructieregels van de Rijksoverheid.
Deze staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving en hebben onder meer betrekking op cultureel erfgoed en werelderfgoed. De gemeenten worden verplicht om in het omgevingsplan rekening te houden met cultureel erfgoed. Daar vallen naast archeologische monumenten, monumenten en stads- en dorpsgezichten ook cultuurlandschappen onder. De gemeenten zullen het cultureel erfgoed moeten inventariseren en waar nodig bescherming moeten bieden via het omgevingsplan, bijvoorbeeld door de toekenning van de functie van beschermd stads- of dorpsgezicht aan een locatie. De provincies
Agendapunt Pagina 2
kunnen ook instructieregels stellen, bijvoorbeeld ten aanzien van de kernkwaliteiten van cultureel erfgoed of landschappen van bijzondere waarde, op grond van de provinciale omgevingsverordening. De verantwoordelijkheid voor andere elementen van de omgevingskwaliteit ligt op gemeentelijk niveau. De gemeente heeft de plicht de zorg voor de omgevingskwaliteit zelf in te vullen. Zij kan bij de invulling van de zorg voor de omgevingskwaliteit gebruik maken van wettelijke instrumenten, zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken (voorheen de welstandsnota), maatwerkregels en de advisering door de commissie. Bij het omgevingsplan kan worden bepaald wanneer de commissie in ieder geval in de gelegenheid wordt gesteld om advies uit de brengen over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Het is daarom raadzaam in het omgevingsplan, dan wel in de nota over het uiterlijk van bouwwerken, een helder onderscheid te maken tussen absolute criteria en criteria die naar hun aard een deskundigenadvies vergen. Ook is het mogelijk naar de aard van het gebied te kijken om te bepalen of de aanvragen al dan niet aan de commissie worden voorgelegd. Zolang nog geen gevallen zijn aangewezen, kan het college het bestaande beleid met betrekking tot het vragen van commissieadvies voortzetten.
Kanttekeningen Het instellen van een gemeentelijke adviescommissie is verplicht. De Verordening op de commissie ruimtelijke kwaliteit regelt de taken, samenstelling en werkwijze van de commissie. Financiën Door de Verordening op de commissie ruimtelijke kwaliteit ontstaan geen nieuwe administratieve lasten. Duurzaamheid Niet van toepassing. Communicatie & Participatie Na vaststelling van de Verordening op de commissie ruimtelijke kwaliteit wordt deze gepubliceerd op Overheid.nl. Hoe wordt aan participatie uitvoering gegeven? Niet van toepassing. Uitvoering De Verordening op de commissie ruimtelijke kwaliteit treedt gelijktijdig in werking met de Omgevingswet. Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Goes,
mr. H.E. Schild Secretaris
drs. M. Mulder MSc. Burgemeester