CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 12. Kadernota 2024 def versie tbv gemeenteraad

Oordeelsvormende raad 22 juni 2023, gemeente GoesBij agendapunt: Kadernota 202412.425 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

24

De uitbreidingsinvesteringen zijn herijkt ten opzichte van de Programmabegroting 2023. Net als bij de voorzieningen geldt hier dat we afhankelijk zijn van meerdere (externe) factoren die op dit moment voor vertragingen zorgen. Daarom houden we ook hier in financiële zin rekening met 30% lagere lasten. Al deze ontwikkelingen leiden tot een sluitend perspectief voor de jaren 2024 en 2025. Vanaf 2026 wordt een tekort voorzien wat wordt veroorzaakt door daling van de inkomsten uit het gemeentefonds. Van een aantal incidentele kosten en investeringen wordt voorgesteld om deze te dekken vanuit een reserve. De vermogenspositie van de gemeente is namelijk verbeterd in de jaarrekening 2022. Dit geldt ook voor de beschikbare vrije ruimte in het weerstandsvermogen. De ontwikkeling van de vrije ruimte is als volgt: Vrije ruimte kadernota 2024 Weerstandscapaciteit jaarrekening 2022 Norm weerstandsvermogen Vrije ruimte t.o.v. norm Nieuwe besluitvorming inzet vrije ruimte:

(bedragen x € 1.000) 29.091 9.207 19.884

herkomst jaarrekening 2022 jaarrekening 2022

- verhoging bestaande claim doortrekken ringbaan Edisonstraat - claim middelen Oekraïne - krediet opwaarderen recreatiezone Wolphaartsdijk - krediet parkeervoorzieningen Wesselopark - krediet nieuwbouw 2 gymzalen Oranjeweg - voorgestelde onttrekkingen algemene reserve Kadernota 2024 Nieuwe inzet vrije ruimte Gewijzigde vrije ruimte t.o.v. norm jaarrekening 2022

raadsvoorstel Voltooiing Ringbaan-West tussen Kompasplein en Voltaplein resultaatbestemming jaarrekening 2022 kadernota 2024 kadernota 2024 kadernota 2024 kadernota 2024

620 2.800 1.500 425 2.200 7.460 15.005 4.879

Het gevolg voor de kengetallen op basis van de voorliggende Kadernota hebben we in beeld gebracht. We presenteren de kengetallen over de schuldquote, solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte. De kengetallen grondexploitatie en belastingen zijn niet anders dan in de jaarrekening 2022 en daarom niet meegenomen. Bij de berekening van de kengetallen is rekening gehouden met de jaarrekening 2022, de primaire begroting 2023 en de Kadernota 2024. Dit leidt tot de volgende kengetallen:

Netto schuldquote 180% 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0%

93%

91%

96%

103%

104%

70%

R‐2022 B‐2023 B‐2024 B‐2025 B‐2026 B‐2027 Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

180% 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

87%

85%

90%

97%

99%

64%

R‐2022 B‐2023 B‐2024 B‐2025 B‐2026B‐2027 Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

25

Structurele exploitatieruimte 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% ‐1,0% ‐2,0% ‐3,0% ‐4,0% ‐5,0%

Solvabiliteitsratio 80% 70% 60%

3,1% 2,2%

0,7%

50%

2,0%

40% 30%

‐2,4%

‐3,3% 20%

30%

27%

27%

26%

25%

10% R‐2022 B‐2023 B‐2024 B‐2025 B‐2026 B‐2027 Meest risicovol

Neutraal

0%

Minst risicovol

24%

R‐2022 B‐2023 B‐2024 B‐2025 B‐2026 B‐2027 Meest risicovol

Neutraal

Minst risicovol

De signaleringswaarden (meest risicovol, neutraal en minst risicovol) voor de kengetallen zijn gebaseerd op het gemeenschappelijk financieel toezichtkader voor gemeenten. Met de jaarrekening 2022 en de voorliggende Kadernota wordt invulling gegeven aan de tijdens de begrotingsraad 2023 aangenomen motie voor de verbetering van de financiële positie. De netto schuldquote blijft ruim onder de meest risicovolle zone, dit in tegenstelling tot de Programmabegroting 2023. Ook de solvabiliteitsratio verbetert van 21% naar 27%. Momenteel zit het grootste risico in het op termijn (vanaf 2026) sluitend houden van de structurele exploitatiebegroting. Het kengetal structurele exploitatieruimte laat duidelijk de gevolgen zien van de onzekerheid over de financiële verhoudingen vanaf 2026.

26

2.1 Programmabegroting 2023 na wijzigingen Het startpunt van de Kadernota 2024 is de Programmabegroting 2023 na wijzigingen. In onderstaand overzicht is deze gepresenteerd: Nr.

Omschrijving

1 2 3

Primaire Programmabegroting 2023 Vastgestelde begrotingswijzigingen Begrotingswijzigingen onderweg

2024 2.309 -788 -23

Saldo Programmabegroting 2023 na wijzigingen

1.498

(Bedragen x € 1.000) 2025 2026 4.338 68 -687 983 -22 -22 3.629

1.028

2027 68 983 -22 1.028

Programmabegroting 2023 Dit betreft het saldo vanuit de Programmabegroting 2023 voor de jaren 2024 t/m 2026. Het saldo van de nieuwe jaarschijf 2027 is in beginsel gelijk aan het saldo van 2026.

Vastgestelde begrotingswijzigingen 2023 Na het vaststellen van de Programmabegroting 2023 zijn diverse begrotingswijzigingen door de raad goedgekeurd. Het betreft de navolgende wijzigingen: 

1e begrotingswijziging 2023 Septembercirculaire 2022;

2e begrotingswijziging 2023 Heroverweging lokale lasten 2023;

5e begrotingswijziging 2023 1e begrotingswijziging SWVO 2023;

7e begrotingswijziging 2023 Permanente uitbreiding IKC Kloetinge;

11e begrotingswijziging 2023 Voorbereidingskrediet Scalda‐Omnium;

14e begrotingswijziging 2023 Renovatie Veld1 VV Wolfaartsdijk;

17e begrotingswijziging 2023 Decembercirculaire 2022;

18e begrotingswijziging 2023 Kredieten Ringbaan en Marconi;

20e begrotingswijziging 2023 Goes spelen;

24e begrotingswijziging 2023 Strategische aankoop nummer 3.

Begrotingswijzigingen 2023 in routing Op het moment dat deze Kadernota het besluitvormingsproces ingaat, zijn een aantal begrotingswijzingen door het college aan de raad voorgelegd. Echter, de raad moet hierover nog een besluit nemen. Voor zo’n volledig mogelijk inzicht in het begrotingssaldo worden deze wijzigingen wel meegenomen in het saldo van de Kadernota 2024. De navolgende begrotingswijzigingen zijn in routing: 

33e begrotingswijziging Afsprakensysteem

27

2.2 Financiële uitgangspunten De financiële uitgangspunten betreffen de doorrekening van inflatie op budgetten en de opbrengsten. Deze inflatie wordt per kostensoort (bijvoorbeeld salaris, subsidies etc.) berekend. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van cijfers uit het Centraal Economisch Plan 2023 die in maart 2023 zijn gepubliceerd. In deze paragraaf zijn geen beleidswijzigingen verwerkt. De doorrekening van de financiële uitgangspunten leidt tot het navolgende overzicht: Nr. 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.2.7 2.2.8

(Bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 -1.417 -1.859 -2.305 -853 -1.131 -1.340 -253 -151 -236 -1.970 -2.785 -3.393 1.327 1.545 1.798 3.430 3.530 3.230 580 580 PM PM PM

Omschrijving Salarissen en sociale lasten Subsidies en Gemeenschappelijke Regelingen Materiële kosten Sociaal domein Lokale heffingen en overige opbrengsten Meicirculaire 2023 Dividend Evides Dividend ZEH

Saldo financiële uitgangspunten

264

-270

-1.666

2027 -3.722 -2.023 -1.252 -5.611 3.223 5.630 580 PM -3.176

Salarissen en sociale lasten Voor de indexatie op de lonen en salarissen wordt uitgegaan van de verwachte ontwikkeling cao‐loon bedrijven. Daarnaast wordt rekening gehouden met een jaarlijkse additionele last van 0,6% als gevolg van periodieke verhogingen. Het structurele financiële effect vanuit de nieuw cao 2023 is ook verwerkt in deze cijfers. Meerjarig leidt dit tot de volgende indexatie:

Indexatie salarissen

2024

2025

2026

2027

cao‐loon bedrijven hogere cao gemeenten 2023 periodieke verhogingen

5,0%

4,7%

4,5%

3,8%

0,6%

0,6%

0,6%

0,6%

Totaal

9,1%

5,3%

5,1%

4,4%

3,5%

Subsidies en Gemeenschappelijke Regelingen Voor de indexering van subsidies en de bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen gaan we uit van de VZG‐richtlijn. De richtlijn gaat voor 2024 uit van een toegestane inflatie van 3,4%. Voor de jaren 2025 t/m 2027 is een inschatting opgenomen van 1/3 op basis van de prijs bruto binnenlands product en 2/3 cao loonbedrijven.

28

Dit leidt tot het navolgende overzicht: Indexatie Gemeenschappelijke Regelingen en subsidies cao-loon bedrijven (2/3)

2024

2025

2026

2027

nvt

4,7%

4,5%

3,8%

nvt

2,8%

2,7%

2,5%

Bijstelling VZG-richtlijn 2023

4,5%

nvt

nvt

nvt

VZG-richtlijn 2024

3,4%

nvt

nvt

nvt

Totaal

7,9%

4,1%

3,9%

3,4%

Prijs bruto binnenlands product (1/3)

De VZG‐richtlijn voor 2023 is verhoogd van 2,7% naar 7,2% als gevolg van de hogere inflatie en de nieuwe cao 2023. Deze structurele verhoging is verwerkt in de budgetten.

Materiële kosten De mutaties in de materiële kosten zijn gebaseerd op de laatste inflatiecijfers zoals gepubliceerd door het centraal planbureau (CPB) van maart 2023. Uitgangspunt voor de materiële kosten is het indexcijfer prijs bruto binnenlands product. Voor de materiële kosten betekent dit een prijsstijging voor de jaren 2024 t/m 2027 van respectievelijk 6,2%, 2,8%, 2,7% en 2,5%. Voor het jaar 2024 is de inflatie alleen doorgerekend voor de budgetten waar dat noodzakelijk voor is. Op de overige budgetten zit financiële ruimte die vrij valt ten gunste van de algemene middelen.

Sociaal domein Conform het raadsbesluit van juli 2020 sluiten we voor de indexering van de zorgkosten in het sociaal domein aan bij de indexering voor de salarissen en de sociale lasten van de gemeentelijke begroting. Deze indexering sluit beter aan bij de prijsontwikkeling van de zorgkosten. De indexatie voor de overige kostensoorten binnen het sociaal domein worden geïndexeerd conform de indexatie voor materiële kosten (2.2.3) of de bijdrage aan gemeenschappelijke regelingen en subsidies (2.2.2).

Lokale heffingen en overige opbrengsten De indexatie voor de opbrengsten (huren, pachten, belastingen etc.) is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de prijs bruto binnenlands product. Zie paragraaf ‘materiële kosten’ hierboven.

Meicirculaire 2023 Dit is het financiële effect van de meicirculaire 2023 op het begrotingssaldo. De meicirculaire 2023 compenseert onvoldoende voor de inflatie aan de lastenkant van de begroting. Dit geldt zeker voor latere jaren. Vanaf 2026 is er voor alle gemeenten structureel ongeveer €3 miljard minder beschikbaar in het gemeentefonds voor het uitvoeren van gemeentelijke taken. Het aandeel van de gemeente Goes in deze € 3 miljard is op basis van inwoneraantal ongeveer € 6,7 miljoen. Hierdoor is sprake van een tekort vanaf het jaar 2026.

29

Dividend Evides Het dividend van Evides is jaarlijks nagenoeg gelijk, dit maakt dat we dit dividend als structurele opbrengst in de Kadernota opnemen. We hebben recent een prognose voor de meerjarige dividenduitkeringen van Evides en GBE Aqua ontvangen. Aan de dividenduitkering hangt een kapitaalstorting vast aan GBE Aqua voor de aflossing van de leningen. In de Kadernota gaan we op basis van de prognoses uit dat de laatste kaptaalstorting op 1 juli 2024 plaatsvindt. De structurele opbrengst van het Evides dividend nemen we vanaf 2025 mee in deze Kadernota.

Dividend ZEH We hebben recent een prognose voor de meerjarige dividenduitkeringen van de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH) ontvangen. Aan de dividenduitkering hangt een kapitaalstorting vast aan GBE Aqua voor de aflossing van de leningen. We verwachten dat de laatste kapitaalstorting op 1 juli 2024 plaatsvindt. Vervolgens kunnen we het ZEH‐dividend als opbrengst gaan verantwoorden. Zoals we de afgelopen jaren hebben kunnen zien, kan het dividend van ZEH (toen nog Pzem/Delta) jaarlijks wijzigen. De energieprijs is daar voor een belangrijk deel debet aan. Dit maakt dat we het toekomstig dividend niet als structurele baten in deze kader op kunnen en mogen nemen. Wel laat de prognose zien dat de dividenduitkeringen ZEH naar verwachting in de komende jaren aanzienlijk gaat zijn. We zullen voor de inzet van deze incidentele middelen nog beleid ontwikkelen.

30

2.3 Financiële mutaties bestaand beleid In onderstaande tabel zijn de financiële mutaties van het bestaande beleid weergegeven. Deze zijn afkomstig uit de jaarrekening 2022 en/of de eerste maanden van 2023. Alle financiële mutaties kleiner dan € 200.000 in het jaar 2024 zijn gespecificeerd in bijlage 2. Deze financiële mutaties zijn feitelijk geen keuze aangezien ze voortvloeien uit beleid wat door de raad is vastgesteld. Bijstelling in financiële zin kan alleen door aanpassing van het onderliggende beleid. Nr.

Omschrijving

Bestaand beleid 2.3.1 Uitbaggeren veste 2.3.2 Dekking uitbaggeren Vesten vanuit algemene reserve 2.3.3 Budgetvraag personele capaciteit 2.3.4 Dekking budgetvraag persconele capaciteit 2.3.5 GR GGD - Inkooporganisatie Jeugdzorg 2.3.6 GR SWVO - zorgkosten 2.3.7 Flexibele schil vergunningverleners 2.3.8 Stelpost lagere dotatie beheerplannenn 2.3.9 Onttrekking algemene reserve voor voeding reserve Duurzaamheid 2.3.10 Overige mutaties < € 200.000 2.3.11 Gemeenschappelijke regelingen Saldo mutaties bestaand beleid

(Bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026

-751 254 -1.752 264 -500 870 3.200 122 -1.759

-790 790 -751 254 -1.752 264 -500 870 3.200 13 -1.517

-52

81

2027

-751 254 -1.752 264 -500 870

-751 254 -1.752 264

-61 -1.517

-152 -1.517

-3.193

-2.783

870

Uitbaggeren Vesten De vesten hebben een waterbergende functie voor hemelwater. Bagger belemmert de doorstroming van het hemelwater, waardoor het water niet snel genoeg weg kan. Dit kan leiden tot wateroverlast. Daarnaast dient de kwaliteit van het water goed te blijven om vissterfte en geuroverlast te voorkomen. Perioden van droogte en aanhoudend hoge temperaturen zijn daarbij van invloed. Het baggeren van de Vesten is eens in de 10 á 15 jaar noodzakelijk. Dit is afhankelijk van de aangroei van de baggerlaag in de Vesten. De kosten van baggerwerkzaamheden worden verdeeld tussen het waterschap en de gemeente. Gezien de omvang van dit project is sprake van kosten buitenom de reguliere onderhoudswerkzaamheden met betrekking tot baggeren.

Dekking uitbaggeren Vesten Gezien het incidentele karakter wordt voorgesteld om het uitbaggeren Vesten te dekken vanuit de algemene reserve.

Budgetvraag personele capaciteit Om uitvoering te kunnen geven aan de doelstellingen van de organisatie zoals opgenomen in het collegeprogramma en de raadsagenda, is op verschillende onderdelen uitbreiding van personele capaciteit nodig. Hierbij gaat het om totaal 8,4 fte voor coördinatie, projectleiders, projectondersteuners, jurist privaatrecht, participatiewet en inburgering en voor concern controle.

Dekking budgetvraag personele capaciteit Hiervan kan 3,3 fte ten laste van projecten (grondexploitaties en investeringen) worden gebracht.

31

GR GGD ‐ Inkooporganisatie Jeugdzorg Voor de bepaling van de begrotingscijfers 2024 is een nieuwe systematiek gebruikt voor wat betreft het grootste deel van de lasten, namelijk voor de p*q gecontracteerde zorg. Tot nu toe waren de uitgegeven euro’s van het jaar t‐2, zoals ze geboekt waren tot en met medio februari van het jaar t‐1 (dus vóór accountantscontrole) de basis voor het begrotingsbedrag van het jaar t. Na prijsindexatie voor de jaren t‐1 en t was het begrotingsbedrag per gemeente op die manier bekend. De nieuwe systematiek gaat uit van een tijdreeksanalyse van de werkelijke uitgaven per maand over de jaren 2018 tot en met 2022. Die trend is per gemeente en per productcategorie gemaakt, waarbij de meest recente periodes bij de extrapolatie naar 2024 zwaarder wegen dan de oudere jaren. Een ingezette trend weegt daardoor zwaarder mee. De Door de nieuwe begrotingsmethode ontstaat een betere basis voor de begroting die per gemeente per productcategorie inzicht geeft in de p, de q en de prijsindex. Afwijkingen van de begroting kunnen daardoor beter worden geanalyseerd en geven meer zicht en grip op de lasten voor jeugdhulp. Voor Goes betekent de nieuwe systematiek een realistischere begroting voor jeugdhulp. In de gemeentelijke begroting is wel al rekening gehouden met de voordelige financiële effecten van reeds ingezette preventieve maatregelen.

GR SWVO – zorgkosten Op basis van de begroting 2024 wordt voornamelijk een daling verwacht op de kosten voor huishoudelijke hulp.

Flexibele schil vergunningverleners De komende jaren komen er op vergunningengebied extra uitdagingen op ons af die een flexibele schil noodzakelijk maken. Wij verwachten dat de invoering van de Omgevingswet en de bouwopgave uit het woonakkoord zullen leiden tot een tijdelijk grotere capaciteitsvraag. Vanwege de tijdelijkheid willen wij dit oplossen door een flexibele schil van vergunningverleners aan te houden. Zo garanderen wij dat gestelde ambities ook waargemaakt kunnen worden.

Stelpost lagere dotatie beheerplannen In de huidige markt blijkt het lastig om alle voorgenomen werkzaamheden tijdig uit te voeren. Langere benodigde voorbereidingstijd, door vooraf vernieuwen van verouderde kabels en leidingen, complexere planvorming, contractvorming en krapte op de arbeidsmarkt liggen hieraan ten grondslag. Dit beeld wordt ondersteund door de cijfers vanuit de jaarrekening 2022. We stellen voor om een stelpost van 30% op te nemen voor een tijdelijke lagere dotatie aan de voorzieningen vanuit de beheerplannen. Het betreft de beheerplannen voor civiele kunstwerken, wegen, groen, havens, sluis en bruggen. Dit vergt een aanpassing van de beheerplannen.

32

Onttrekking algemene reserve voor voeding reserve Duurzaamheid In de Programmabegroting 2023 is voor de jaren 2024 en 2025 € 3,2 miljoen in de exploitatie opgenomen voor de nog te vormen reserve Duurzaamheid. Voorgesteld wordt om deze te dekken door een onttrekking te doen aan de algemene reserve.

Overige mutaties < € 200.000 Alle overige mutaties die kleiner zijn dan € 200.000 in de jaarschijf 2024 zijn als specificatie opgenomen in bijlage 2.

Gemeenschappelijke regelingen De begrotingen 2024 van de gemeenschappelijke regelingen geven een eerste beeld van de financiële ontwikkelingen binnen die organisaties voor de komende jaren. Deze ontwikkeling gaat leiden tot verhoging van kosten boven op de VZG‐richtlijn. Vervolgens leidt dit tot een vraag naar een vergroting van de bijdragen van de deelnemers. De begrotingen 2024 van de gemeenschappelijke regelingen doorlopen in het eerste halfjaar van 2023 het proces van het beoordelen door de deelnemers, indienen van eventuele zienswijzen door de gemeenteraden en besluitvorming door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Dit traject wordt in de eerste helft van 2023 afgerond en zal vervolgens bekend zijn voordat de gemeentelijke begroting 2024 wordt opgesteld. In deze Kadernota is rekening gehouden met de conceptbegroting 2024 van de Gemeenschappelijke Regelingen die voor een zienswijze aan de gemeenteraden worden voorgelegd. Uit voorzichtigheidsprincipe is daar waar van toepassing rekening gehouden met de gevraagde hogere bijdragen. Eventuele bijstelling vindt plaats in de gemeentelijke begroting 2024. Nr.

Omschrijving

2.3.11 GR RUD - meerjarenprogramma 2.3.11 GR Veiligheidsregio 2.3.11 GR GGD - volksgezondheid en jeugdgezondheidszorg 2.3.11 GR de Bevelanden I-visie 2.3.11 GR de Bevelanden Bedrijfsvoering 2.3.11 GR de Bevelanden formatie Werk, Inkomen en Zorg 2.3.11 GR Sabewa Saldo mutaties gemeenschappelijke regelingen

(Bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 -41 -41 -41 -110 -110 -110 -115 -115 -115 -865 -623 -623 -111 -111 -111 -361 -361 -361 -156 -156 -156 -1.759

-1.517

-1.517

2027 -41 -110 -115 -623 -111 -361 -156 -1.517

GR RUD – meerjarenprogramma Door uitbreiding van de milieutaken van de RUD is er structureel meer geld nodig voor de uitvoering. De extra kosten zitten onder andere in extra personeel en materiaal. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in strategische personeelsplanning, aandachtsdossiers en ontwikkelcapaciteit.

GR Veiligheidsregio De begroting 2024 VRZ is opgesteld rekening houdend met de afgegeven VZG‐richtlijnen. Vanaf 2023 kennen de Veiligheidsregio’s een eigen cao. De loonontwikkelingen die hieruit voortvloeien zijn hoger dan de VZG‐richtlijn. Dit zorgt voor een aanvullende loonbijstelling. Verder worden vanaf 2024 structureel extra middelen gevraagd voor de opleidingen brandweer en extra officiersopleidingen.

33

GR GGD – Volksgezondheid en jeugdgezondheidszorg Het gaat om extra kosten op basis van de GGD‐begroting 2024 voor volksgezondheid en jeugdgezondheidszorg. Indertijd zijn lagere opbrengsten vanuit dienstverlening niet meegenomen in de 1e begrotingswijziging 2023 ‘De basis op orde’. Verder is in de begroting rekening gehouden met indexatie voor Veilig Thuis die alle gemeenten in de algemene uitkering ontvangen en de hogere bijdrage als gevolg van het grotere aandeel voor personeel.

GR de Bevelanden – ontwikkelingen in het kader van I‐visie In maart 2023 heeft uw raad ingestemd met de I‐visie als gezamenlijke stip op de horizon betreffende informatievoorziening voor de zes organisaties actief binnen Gemeenschappelijke regeling de Bevelanden. De hiervoor extra benodigde middelen zullen door de GR opgenomen worden in de begroting 2024 en verder. Deze middelen zijn onder andere nodig voor extra hardware, investeringen op het gebied van beschikbaarheid van informatiesystemen en verbindingen, informatieveiligheid en extra personeel.

GR de Bevelanden – Bedrijfsvoering Op basis van de 1e begrotingswijziging 2024 zijn extra middelen nodig voor de bedrijfsvoering van de GR. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere kosten vanuit de ICT‐contracten.

GR de Bevelanden – Werk, Inkomen en Zorg Er heeft een extern onderzoek plaatsgevonden naar de formatie van de gebiedsteams, het team werk en handhaving en het team bedrijfsvoering en HR door Berenschot. Berenschot concludeert op basis van een benchmark dat er binnen deze onderdelen van GR de Bevelanden een tekort aan formatie is. Er wordt daarom een structureel bedrag aan formatie‐uitbreiding gevraagd van € 721.300. Dat betekent voor Goes een bedrag van € 361.000.

GR Sabewa Er is door Sabewa Zeeland een visiedocument 2023‐2027 opgesteld en een analyse door het management uitgevoerd wat nodig is om de basis op orde te krijgen. Met de basis op orde brengen bedoelt Sabewa Zeeland: 

kwaliteit aanslagoplegging verbeteren

proceskosten vergoedingen verlagen

basis leggen voor de groei naar 4 sterren Waarderingskamer

In deze kadernota 2024 wordt de financiële doorwerking van wat in 2023 in gang wordt gezet, verwerkt. Dit betekent een hogere bijdrage van € 156.000 voor de komende jaren.

2.4 Vervangingsinvesteringen Voor de investeringen wordt gerekend met een rekenrente van 4%. Deze sluit aan bij de geldende kapitaalmarktrente en de verwachte renteverhoging van de Europese Centrale Bank in 2023. De detailberekening van de kapitaallasten vindt plaats bij de programmabegroting. Voor uitbreidingsinvesteringen ontvangt de raad een separaat raadsvoorstel. De vervangingsinvesteringen worden opgenomen en toegekend bij vaststelling van de programmabegroting.

34

Bijlage 1: Totaaloverzicht nieuw‐ en intensivering beleid Nr.

Omschrijving

(Bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026

2027

Dienstbare overheid 1.2.1 Burger- en overheidsparticipatie 1.2.2 Omnichannel 1.2.3 Stadswinkel 1.2.4 Digitaliseren begraafplaatsen 1.2.5 Dekking incidentele kosten uit algemene reserve 1.2.6 Dorpsvisies

-175 PM -50 -100 140 PM

-175 PM -50 -10 50 PM

-175 PM PM -10

-175 PM PM -10

PM

PM

Wonen 1.3.1 Woondeal en versterken regie op Volkshuisvesting 1.3.2 Energiebeleid 1.3.3 Betaalbare woningbouw

-100 PM PM

-100 PM PM

-100 PM PM

-100 PM PM

Verduurzamen 1.4.1 Uitvoering visie openbare laadpalen 1.4.2 Wet bodembescherming taken - omgevingswet 1.4.3 Klimaatprogramma

-118 -96 PM

-108 -96 PM

-108 -96 PM

-108 -96 PM

Welzijn 1.5.1 De Gezonde Wijkaanpak 1.5.2 Dekking incidentele kosten uit reserve Sociaal Domein 1.5.3 Maatschappelijke ontwikkelingen 1.5.4 Van reactief naar proactief toezicht 1.5.5 Beeldende kunst 1.5.6 Dekking incidentele kosten uit algemene reserve

-424 171 PM -83 -30 30

-424 171 PM -83

-253

-253

PM -83 -50 50

PM -83

Saldo nieuw - en intensivering beleid

-835

-825

-825

-825

35

Bijlage 2: Specificatie overige mutaties bestaand beleid Nr.

Specificatie overige mutaties bestaand beleid < € 200.000 1 Professionalisering inkoop 2 Verduurzaming – uitbreiding elektrische dienstauto’s 3 Subsidie innovatie bedrijven 4 Putkasten 5 Onderzoek en onderhoudsbudget waterkwaliteit Goese meer 6 Areaaluitbreidingen groen, openbare verlichting en wegen 7 Aanvullend werkbudget representatie 8 Indexering theater De Mythe 9 Zorginfrastructuur 10 Minderheden - lhbti 11 Areaaluitbreiding riolering 12 Dekking riolering via heffing 13 Meer trajecten vroegsignalering schulden 14 Onderhoud Urban sportvoorziening 15 Dorps - en wijkaccommodaties 16 Overige sociaal domein 17 Lagere bijdrage Betho Training & Ontwikkeling 18 Consultatiebureau 19 Uitwerking nieuwe brandweerkazerne 20 Uitwerking IKC 's Heer Arendskerke 21 OZB areaaluitbreiding 22 Leges omgevingsvergunningen

Saldo mutaties bestaand beleid

(Bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 -20 -12 -12 -15 -15 -15 -40 -40 -40 -30 -30 -30 -50 -72 -72 -72 -28 -28 -28 -19 -19 -19 7 7 7 20 20 20 -117 -117 -117 117 117 117 -80 -80 -40 -29 -29 -29 53 55 55 37 25 25 153 153 153 -26 -26 -26 80 2 -56 -6 -122 -215 37 74 111 150 150 150 122

13

-61

2027 -12 -15 -40 -30 -72 -28 -19 7 20 -117 117 -20 -29 55 25 153 -26 -53 -215 147 -152

36

Bijlage 3 Kengetallen Kadernota 2024 Het gevolg voor de kengetallen op basis van de voorliggende Kadernota hebben we in beeld gebracht. We presenteren de kengetallen over de schuldquote, solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte. De kengetallen grondexploitatie en belastingen zijn niet anders dan in de jaarrekening 2022 en daarom niet meegenomen. Bij de berekening van de kengetallen is rekening gehouden met de jaarrekening 2022, de primaire begroting 2023 en de Kadernota 2024. Dit leidt tot de volgende kengetallen:

37

De signaleringswaarden (meest risicovol, neutraal en minst risicovol) voor de kengetallen zijn gebaseerd op het gemeenschappelijk financieel toezichtkader voor gemeenten. Met de jaarrekening 2022 en de voorliggende Kadernota wordt invulling gegeven aan de tijdens de Begrotingsraad 2023 aangenomen motie voor de verbetering van de financiële positie. De netto schuldquote blijft ruim onder de meest risicovolle zone, dit in tegenstelling tot de Programmabegroting 2023. Ook de solvabiliteitsratio verbetert van 21% naar 27%. Momenteel zit het grootste risico in het op termijn (vanaf 2026) sluitend houden van de structurele exploitatiebegroting. Het kengetal structurele exploitatieruimte laat duidelijk de gevolgen zien van de onzekerheid over de financiële verhoudingen vanaf 2026.

38

Bijlage 4 Kengetallen – positief scenario We hebben met het voorkeursscenario (zie bijlage 3) als basis een positief financieel scenario doorgerekend. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten verwerkt: 

We ontvangen vanaf 2023 structureel 1% meer aan inkomsten uit het gemeentefonds dan dat wij kwijt zijn aan inflatie aan de uitgavenkant.

In 2024 ontvangen we superdividend van € 14,6 miljoen en in de jaren 2025 t/m 2027 jaarlijks € 3 miljoen. Deze inkomsten zien we als incidenteel.

Na verwerking leidt bovenstaande tot de volgende kengetallen:

In dit scenario verbetert de structurele exploitatieruimte. Daarnaast zien we door inkomende kasstromen een verbetering van zowel de schuldquote als de solvabiliteitsratio.

39

Bijlage 5 Kengetallen – negatief scenario We hebben met het voorkeursscenario als basis (zie bijlage 3) een negatief financieel scenario doorgerekend. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten verwerkt: 

We ontvangen vanaf 2023 structureel 1% minder aan inkomsten uit het gemeentefonds dan dat wij kwijt zijn aan inflatie aan de uitgavenkant.

De rente stijgt met ingang van 2024 van 4% naar 5%.

Na verwerking leidt bovenstaande tot de volgende kengetallen:

In dit scenario verslechtert de schuldquote en de structurele exploitatieruimte. De impact op de solvabiliteit is zeer beperkt.

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12862414/2