Agendapunt 11. WMO Adviesraad Borsele
Tekst van het document
Gemeente Borsele T.a.v. College van burgemeester en wethouders Postbus 1 4455AA HEINKENSZAND
**
Uw kenmerk Uw brief van Behandeld door Doorkiesnummer
: : : A.C.M. Snoeck : 0113 - 23 84 77
Zaaknummer : Z21.015233 Documentnummer : D21.558214 Bijlagen :0 Heinkenszand,
Onderwerp:
Advies wijziging Wmo verordening 2021
Geacht college, Dank voor het toezenden van de stukken met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen van de Wmo-verordening. De Wmo-raad stelt het op prijs dat haar om advies gevraagd wordt inzake onderhavige stukken. Hoewel zij begrijpt dat financiële bijsturing noodzakelijk is, acht de Wmo-raad het discutabel dat het meningsverschil tussen de VNG en de Rijksoverheid omtrent ontoereikende financiële middelen bij de inrichting van de Wmo afgewenteld wordt op de burger. Daarbij wordt gespeculeerd op juridische proefprocessen met de nodige (in-)spanningen en eventuele proceskosten voor de burger. In zijn algemeenheid pleit de Wmo-raad ervoor om maatwerk te kunnen blijven leveren, consulenten gebruik kunnen maken van de discretionaire bevoegdheid en de hardheidsclausule in stand blijft. Op deze manier kan de menselijke maat behouden blijven. Immers niet alles is in ‘regels te vangen’ of met ‘een schaartje te knippen’. Uitzonderingssituaties moeten mogelijk blijven. Advies Puntsgewijs treft u hieronder het advies aan: 1. “Geen hulp bij het huishouden meer voor korte duur (<6 maanden)” De Wmo-raad is van mening dat een te overbruggen periode van 6 maanden een te zware belasting is voor mantelzorgers. Inzet van professionele hulp voor een periode van 6 maanden lastig is te realiseren, zeker als er sprake is van wachtlijsten.
Het is goed te beseffen dat ziek zijn en herstel na een eventuele operatie altijd energie, tijd en geld (denk bijvoorbeeld aan bewassing) vraagt, waarbij een schoon huis bijdraagt aan lastenverlichting van betrokkene(n). Een beroep op het netwerk ligt hier voor de hand, echter niet te lang.
De Wmo-raad adviseert dan ook om de voorgestelde periode van 6 maanden in te korten naar 6 weken. Het verdient aanbeveling om de begin- en einddatum van deze 6 weken duidelijk vast te leggen. Een periode van 6 weken is te overzien en biedt minder kans op achterstallig huishoudelijk werk of overbelasting van mantelzorgers. 2. “Inkomens- en vermogensgrens bij hulp bij het huishouden” In principe is de Wmo-raad van mening dat financiële redzaamheid ook behoort tot de eigen redzaamheid van de burger. Daar waar het juridisch mogelijk is, adviseert de raad dan ook om dit beginsel toe te passen. Zij wil hierbij wel aandacht vragen om rekening te houden met de zogeheten ‘kostenstapeling’. 3. “Zoek- en verhuisgebied bij het primaat verhuizen is het totale gebied van de vijf Bevelandse gemeenten met een straal van 10 kilometer er om heen” De Wmo-raad adviseert om ten aanzien van het verhuisprimaat de 10 km te begrenzen tot de Bevelanden, zodat iemand uit het dorp Borssele of Ellewoutsdijk niet naar Zeeuws Vlaanderen hoeft te verhuizen of iemand uit Reimerswaal naar Brabant. Op deze manier is het makkelijker om een beroep te kunnen blijven doen op het netwerk van de burger, onderwijsmogelijkheden enz. Bovendien adviseert de Wmo-raad het college om in samenwerking met de woningcorporatie een overzicht bij te houden van aanwezige ‘aangepaste woningen’ per dorp/stad.
Zo kan beter inzicht worden verkregen waar (on)mogelijkheden zijn. Tevens adviseert de Wmo-raad om intergemeentelijke afstemming te realiseren zodat een inwoner ook bij verhuizing naar een andere gemeente gebruik kan blijven maken van de voorziening die deze op moment van verhuizing al heeft. Daarnaast acht de Wmo-raad het alleszins redelijk als betrokkene in geval van ‘min of meer gedwongen’ verhuizing gecompenseerd wordt in de verhuiskosten. De Wmo-raad adviseert hierom dan ook om dit artikel uit te breiden met een verhuiskostencompensatie. 4. “Cliënt is verantwoordelijk voor zijn eigen gemaakte keuzes, hiermee houden wij rekening met de te verstrekken ondersteuning” De Wmo-raad brengt hierover een positief advies uit. 5. “We compenseren alleen vanuit de Wmo tot aanvaardbaar niveau” Ogenschijnlijk is ‘aanvaardbaar niveau’ een rekbaar begrip, terwijl hiervoor wel maatstaven worden gehanteerd. De Wmo-raad adviseert om hierbij in kader van transparantie en voorkomen van willekeur nader te omschrijven wat als ‘aanvaardbaar’ wordt geacht.
6. “We hanteren de Wlz en Zvw als voorliggende voorziening” Hoewel de bedoeling van voorgestelde wijziging duidelijk is, adviseert de Wmo-raad om voor een andere formulering te kiezen. De Wlz hanteert immers de Wmo ook als voorliggende voorziening in de range van lichte naar zwaardere zorgbehoefte. Voorkomen dient te worden dat mensen van ‘het kastje naar de muur’ gestuurd worden en steeds weer hun verhaal opnieuw moeten vertellen. Een betere formulering zou zijn “Als betrokkene aanspraak kan maken op de Wlz of al een Wlz-indicatie heeft, dan is aanspraak op Wmo niet mogelijk. Eventuele verzilvering van de Wlz-indicatie is een verantwoordelijkheid van betrokkene in samenspraak met het zorgkantoor.” Wat betreft de Zvw: “daar waar de Zvw een antwoord biedt op de zorgbehoefte van betrokkene, is een beroep op de Wmo minder aan de orde dan wel minder kostbaar”. 7. “We hanteren een gemaximaliseerde vergoeding voor sportbeoefening” De Wmo-raad adviseert hier positief en geeft daarbij in overweging om het ‘in bruikleen geven’ of ‘verhuren’ van sportartikelen te stimuleren. Een mogelijkheid als deze zou wellicht de gemeentelijke grenzen kunnen overstijgen. 8. “We stellen kaders aan reële behoefte” De Wmo-raad adviseert positief om de kosten in relatie te brengen tot de verwachte opbrengst of het resultaat. 9. “In een vroeg stadium wijzen we cliënten op het verloop van beperkingen.
We houden daar rekening mee bij nieuwe aanvragen” De Wmo-raad acht dit een voor de hand liggend beginsel. Toch is zij van mening dat deze gedragsregel van grote, vooral psychische impact kan zijn op betrokkene, waarbij de nodige tact en communicatievaardigheden noodzakelijk zijn. Vaak zijn mensen er nog niet aan toe geconfronteerd te worden met het verloop of eindfase van het ziekteproces. Enige coulance is hierbij mogelijk aan de orde. Met inachtneming van bovenstaande adviseert de Wmo-raad positief. 10. “Bij cliënten met ontwikkelingsperspectief, sturen we actief op resultaat. Als er geen ontwikkelingsperspectief is zetten we niet onnodig zwaardere zorg in” De Wmo-raad is van mening dat resultaatverantwoordelijkheid bijdraagt aan een verantwoorde besteding van de Wmo-gelden, en adviseert hierin dan ook positief.
11. “Particuliere hulp in het huishouden is voorliggend voor inwoners die particuliere hulp hebben/hadden” In principe adviseert de Wmo-raad hierover positief. Zij bepleit echter wel om deze regel niet al te rigoureus toe te passen, maar de burger altijd te bevragen naar het waarom de particuliere hulp is opgezegd. Het kan namelijk zo zijn dat door overmacht of een stapeling van kosten de cliënt zich genoodzaakt heeft gezien om binnen de eigen financiële mogelijkheden zichzelf niet meer te voorzien van ondersteuning in het huishouden. Het is niet altijd zo dat ‘berekenend gedrag’ van betrokkene in de negatieve zin aan de orde hoeft te zijn. In afwachting van uw reactie, Met vriendelijke groet, De Wmo-raad Borsele
M. Brandes, voorzitter
R. Schreijenberg, ambtelijk secretaris