Agendapunt 11. Toelichting
Tekst van het document
Toelichting
1
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Opzet HOOFDSTUK 2 Beleidskaders 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal en gemeentelijk beleid 2.4 Conclusie HOOFDSTUK 3 Inventarisatie en analyse 3.1 Historie 3.2 Landschap 3.3 Functionele opbouw van het gebied 3.4 Ruimtelijke opbouw van het gebied 3.4.1 Ruimtelijke hoofdstructuur 3.4.2 Bebouwingsstructuur 3.4.3 Verkeersstructuur 3.4.4 Water- en groenstructuur 3.5 Kwaliteiten en potentiële ontwikkelingslocaties 3.5.1 Kwaliteiten 3.5.2 (Potentiële) ontwikkelingslocaties HOOFDSTUK 4 Visie op het plangebied 4.1 Deelgebieden 4.2 Streefbeeld deelgebieden 4.2.1 Streefbeeld linten 4.2.2 Streefbeeld planmatige uitbreidingen 4.2.3 Streefbeeld sportterreinen 4.2.4 Streefbeeld bedrijf 4.3 Streefbeeld functies 4.3.1 Streefbeeld bedrijvigheid/voorzieningen 4.3.2 Beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis 4.3.3 Streefbeeld wonen 4.3.4 Streefbeeld verkeer HOOFDSTUK 5 Sectorale aspecten 5.1 Archeologie 5.2 Bodem 5.3 Water 5.4 Flora en Fauna 5.5 Geluidshinder 5.6 Luchtkwaliteit 5.7 Overige milieuhinder en bedrijvigheid 5.8 Externe veiligheid 5.9 Duurzaamheid en klimaat HOOFDSTUK 6 Juridische vormgeving 6.1 Planvorm 6.2 Toelichting op de bestemmingen
4 4 4 6 7 7 8 11 17 18 18 19 20 21 21 21 22 23 23 23 24 25 25 26 26 26 26 26 26 26 26 26 27 28 28 29 30 36 37 38 38 38 45 49 49 49
2
6.2.1 Inleidende regels 6.2.2 Bestemmingsregels 6.2.3 Algemene regels 6.2.4 Overgangs- en slotregels HOOFDSTUK 7 Handhaving 7.1 Inleiding 7.2 Handhaving bestemmingsplannen 7.3 Handhavingsbeleid 7.4 Opleggen sancties HOOFDSTUK 8 Economische uitvoerbaarheid HOOFDSTUK 9 Maatschappelijke toetsing 9.1 Vooroverleg artikel 3.1.1 Bro 9.2 Ontwerpbestemmingsplan HOOFDSTUK 10 Bijlagen
49 49 52 52 53 53 53 53 54 55 56 56 56 57
3
HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de kern 's-Heer Hendrikskinderen in de de gemeente Goes. Het geldende bestemmingsplan "Bebouwde kom 's-Heer Hendrikskinderen" is vastgesteld op 29 mei 2008 en daarmee inmiddels ruim vijftien jaar oud. Bovendien zijn nadien in het plangebied voor diverse ontwikkelingen nieuwe bestemmingsplannen vastgesteld, waardoor een lappendeken aan plannen is ontstaan in 's-Heer Hendrikskinderen. Bestemmingsplannen worden in principe voor een periode van tien jaar vastgesteld. In verouderde bestemmingsplannen ontbreken immers nieuwe inzichten van hogere overheden en hogere wetgeving, wat onwenselijk is. Daarnaast wil de gemeente een einde maken aan de onderlinge verschillen in bestemmingsplannen. Deze verschillen leiden tot onduidelijke en ongewenste situaties voor zowel de gemeente als voor burgers en andere belanghebbenden. Niet alleen de leeftijd van het huidige bestemmingsplan, maar ook deze andere factoren geven aanleiding het bestemmingsplan te actualiseren. Het nieuwe bestemmingsplan borduurt in hoofdzaak voort op het huidige bestemmingsplan. Het plan legt vooral de bestaande situatie vast. De bestaande rechten worden zoveel mogelijk gerespecteerd, nieuwe ontwikkelingen zijn in 's-Heer Hendrikskinderen niet voorzien.
We staan momenteel aan de vooravond van de invoering van de Omgevingswet, de nieuwe wet waarin 26 wetten uit het omgevingsrecht moeten opgaan. Circa 120 AMvB's en ministeriële regelingen komen in vier AMvB's. Dit betreft een omvangrijke stelselwijziging. Verder is op 1 juli 2018 de Wet afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen en beheersverordeningen in werking getreden. Met deze wet wordt de actualiseringsplicht uit de Wet ruimtelijke ordening geschrapt, vooruitlopend op de Omgevingswet. De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2024 in werking. In het kader van het overgangsrecht worden digitaal beschikbare bestemmingsplannen vanaf dat moment aangemerkt als omgevingsplan. Omdat de werkzaamheden aan de herziening van het bestemmingsplan voor 's-Heer Hendrikskinderen al enkele jaren geleden zijn gestart, is ervoor gekozen het plan af te ronden in de vorm van een bestemmingsplan en het ontwerp vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage te leggen. Het bestemmingsplan is voorzien van een zogenaamde IMRO-codering, wat inhoudt dat bestemmingsplannen volledig digitaal uitgewisseld kunnen worden en raadpleegbaar zijn via de website www.ruimtelijkeplannen.nl.
1.2 Plangebied Het voorliggende plan betreft een bestemmingsplan voor een groot deel van de bebouwde kom van 's-Heer Hendrikskinderen. In de figuren 1 tot en met 3 is 's Heer Hendrikskinderen weergegeven. Het betreft een kern (met circa 1360 inwoners) met een gemiddelde ruimtelijk en functionele dynamiek. 's-Heer Hendrikskinderen ligt als eerste dorp ten westen van de stad Goes. De kern wordt omgeven door voornamelijk agrarisch gebied. De bestemmingsplangrens is afgestemd op het bestemmingsplan "Buitengebied". De volgende plannen worden middels het nieuwe bestemmingsplan, al dan niet gedeeltelijk, herzien: Bestemmingsplan Buitengebied Buitengebied 2010 Bebouwde kom ’s-Heer Hendrikskinderen Kavel Schipper Nieuwe Rijksweg 2b ’s-Heer Hendrikskinderen Oude Rijksweg 45 ’s-Heer Hendrikskinderen
Datum vaststelling raad 20-07-1978 17-03-2011 29-05-2008 10-10-2013 13-10-2016 01-02-2018 4
Jacobahof 's-Heer Hendrikskinderen Nieuwe Rijksweg 2D 's-Heer Hendrikskinderen Parapluherziening kamerverhuur
25-02-2021 23-12-2021 17-09-2020
Figuur 1: Ligging plangebied
Figuur 2: Luchtfoto (2021)
5
Figuur 3: Straatnamenkaart
1.3 Opzet Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding (plankaart). De regels en de verbeelding vormen tezamen het juridische bindende gedeelte van het plan. De toelichting van voorliggend bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 1 is de aanleiding van voorliggend bestemmingsplan uiteengezet. Hoofdstuk 2 gaat in op het ruimtelijk beleid dat op de voorgestane ontwikkeling van toepassing is. Hoofdstuk 3 beschrijft de bestaande situatie en hoofdstuk 4 gaat in op de visie op het plangebied. De sectorale aspecten worden behandeld in hoofdstuk 5 en in hoofdstuk 6 wordt de juridische vorm van het bestemmingsplan beschreven. Hoofdstuk 7 beschrijft de handhavingsmogelijkheden op basis van het bestemmingsplan. De economische uitvoerbaarheid is in hoofdstuk 8 aangeduid en tot slot wordt in hoofdstuk 9 de maatschappelijke toetsing en overleg van de beoogde ontwikkeling behandeld.
6
HOOFDSTUK 2 Beleidskaders 2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, is de langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland flink veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: <0000> dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; <0000> met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is.
Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; <0000> waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; <0000> met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; <0000> waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten. <0000> dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; <0000> waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; <0000> dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden.
De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen.
7
Voor het voorliggende bestemmingsplan is met name de prioriteit ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’ van belang. Algemene regels ruimtelijke ordening (AMvB Ruimte) In deze AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Hierbij moet gedacht worden aan onderwerpen zoals rijksinfrastructuur, Mainport Rotterdam, de Waddenzee, defensie en het kustfundament. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van deze nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen, al dan niet via een provinciale verordening. Deze belangen maken deel uit van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is op 31 december 2011 in werking getreden. Voor de in het Besluit genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit de AMvB voldoen. Conclusie De juridische regeling voor het de bebouwde kom van 's-Heer Hendrikskinderen wordt met het voorliggende bestemmingsplan geactualiseerd. Er zijn in het plangebied geen ontwikkelingen die van belang zijn op rijksniveau.
De NOVI en de AMvB Ruimte vormen geen belemmering voor het actualiseren van onderhavig bestemmingsplan.
2.2 Provinciaal beleid Zeeuwse Omgevingsvisie Op 12 november 2021 hebben gedeputeerde staten van Zeeland de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. Op 1 januari 2023 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. In de Omgevingswet worden alle bestaande wetten die te maken hebben op de fysieke leefomgeving samengevoegd. In de Zeeuwse Omgevingsvisie legt de Provincie Zeeland al haar doelen en ambities voor de lange termijn vast. In de Omgevingsvisie worden verschillende onderwerpen benoemd. Denk daarbij aan wonen, landbouw en circulaire economie, maar bijvoorbeeld ook cultureel erfgoed, recreatie en leefbaarheid. Het uitgangspunt van de provincie voor de Omgevingsvisie is dat beleid en regels die hun waarde hebben bewezen, alleen worden gewijzigd als er betere alternatieven zijn. De Provinciale Omgevingsverordening 2018 is daarom hierbij als uitgangspunt genomen. Verder bestaat de visie uit twee delen: deel A en deel B. In Deel A staan de strategische doelen voor de periode tot 2050 onderverdeeld in vier centrale ambities verwoord. De uitdagingen en ambities voor Zeeland, alsmede de Zeeuwse kernkwaliteiten worden daarin beschreven en geven richting aan de beleidsdoelstellingen en acties voorde kortere termijn (tot 2030). In Deel B wordt het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven.
Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema’s (bouwstenen) uitgewerkt die samen met onze omgeving geselecteerd zijn. Bij deze thema’s is het beleid voor de komende 10 jaar weergegeven. Deel A De uitdagingen voor Zeeland bestaan voornamelijk uit de klimaatverandering, stijging van de zeespiegel, afname van biodiversiteit, andere bevolkingssamenstelling door vergrijzing. Deels is het de uitdaging te behouden wat er is, deels is het de uitdaging in te spelen op de ontwikkelingen die komen gaan. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden en tegelijkertijd te werken aan brede welvaart, beschrijft de Zeeuwse Omgevingsvisie vier Zeeuwse Ambities voor 2050. Deze ambities betreffen: 1. uitstekend wonen en werken in Zeeland; 2. balans in grote wateren en het landelijk gebied; 3. een duurzame en innovatieve economie; 4. een klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland.
8
Deel B In deel B staat per thema aangegeven welke instrumenten worden ingezet om de doelen tot 2030 te bereiken. Gezien de grootte en de complexiteit van de uitdagingen, zijn de ambities echter alleen te halen als iedereen de keuze maakt die zoveel mogelijk bijdraagt aan deze ambities. Hiervoor zijn afwegingsfactoren beschreven en wordt een ‘beste keuze hulp’ gemaakt. De afwegingsfactoren sluiten aan op het NOVI van het Rijk en verwijzen onder meer naar de Zeeuwse kernkwaliteiten. Deze zijn vertaald naar vier afwegingsfactoren voor Zeeland: 1. Doe meer met minder grond; 2. Werk samen en deel kosten en baten; 3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten; 4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld. Kernkwaliteiten zijn herkenbare, fysieke kenmerken. De Zeeuwse kernkwaliteiten betreffen: - genieten en opladen; - waarderen en beschermen van het landschap; - verbondenheid met de historie; - passende werkgelegenheid en ontwikkelingsmogelijkheden voor iedereen. In de visie zijn ambities en doelstellingen benoemd welke relevant zijn voor dit bestemmingsplan. De ambitie is om in 2050 te komen tot een innovatieve, circulaire economie, waarbij het bedrijfsleven werk op maat biedt en inspeelt op actuele ontwikkelingen. De infrastructuur is modern en betrouwbaar en biedt ruimte aan CO2-neutraal vervoer via verschillende modaliteiten.
De haven- en industriegebieden bieden plaats aan clusters van bedrijven en elders heeft een concentratie van bedrijventerreinen plaatsgevonden. Dit geeft bedrijven de ruimte om te ondernemen. Het doel is voor bedrijventerreinen te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik, een functionele en aantrekkelijke inrichting, waarbij duurzaamheid het uitgangspunt is. Provinciale Omgevingsverordening Zeeland 2018 De hoofddoelstellingen van de Omgevingsvisie zijn juridisch vormgegeven in de Provinciale Omgevingsverordening. Deze is vastgesteld op 21 september 2018. In het kader van de normerende rol van de provincie wordt de Omgevingsverordening ingezet op die onderwerpen waarvan de provincie eraan hecht dat doorwerking van het beleid van het Omgevingsplan juridisch geborgd is. Er wordt niet meer geregeld dan nodig is voor het belang zoals dat in het Omgevingsplan is verwoord. De Omgevingsverordening voorziet ten opzichte van het Omgevingsplan dus niet in nieuw beleid. De inzet van de verordening beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of noodzakelijk is om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Wat elders geregeld is wordt niet nog eens geregeld in deze verordening om extra regeldruk te voorkomen.
Het uitgangspunt 'decentraal wat kan, centraal wat moet' is toegepast bij de flexibiliteitsbepalingen in deze verordening. Waar mogelijk zijn afwijkmogelijkheden toegepast in plaats van ontheffingsbepalingen. Om te voorkomen dat procedures nodeloos ingewikkeld worden, is afgezien van de mogelijkheid om rechtstreeks werkende bepalingen op te nemen. Artikel 4.1 lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening biedt die mogelijkheid in de vorm van regels die moeten voorkomen dat in de verordening begrepen gronden of bouwwerken minder geschikt worden voor de verwezenlijking van het doel van de verordening zolang geen bestemmingsplan of beheersverordening in werking is getreden die is aangepast op de inhoud van deze verordening. Er is dus geen sprake van rechtstreeks werkende bepalingen waaraan bouwaanvragen getoetst zouden moeten worden zolang bestemmingsplannen niet zijn aangepast. Status van de Omgevingsverordening De Omgevingsverordening richt zich – net als het Omgevingsplan – op de fysieke leefomgeving in de Provincie Zeeland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem.
De Omgevingsverordening Zeeland 2018 heeft de status van: <0000> Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1. Wet ruimtelijke ordening;
9
<0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>
Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet milieubeheer; Waterverordening in de zin van artikel 2.4 van de Waterwet en artikel 2 Scheepvaartsverkeerwet; Wegenverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2A van de Wegenverkeerswet 1994; Verordening Wet natuurbescherming Zeeland in de zin van de Wet natuurbescherming; Distelverordening in de zin van artikel 145 en 150 Provinciewet; Landschapsverordening in de zin van artikel 145 Provinciewet; Ontgrondingenverordening in de zin van artikel 5, lid 2 en artikel 7, lid 2 Ontgrondingenwet.
Opbouw van de Omgevingsverordening De Omgevingsverordening is onderverdeeld in de navolgende hoofdstukken: <0000> Hoofdstuk 1 Algemeen. In dit hoofdstuk staan enkele bepalingen die op het totaal van de Omgevingsverordening van toepassing zijn; <0000> Hoofdstuk 2 Ruimte. In dit hoofdstuk is de ruimtelijke verordening te vinden die zich richt tot gemeenteraden en instructies bevat over de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de Wro biedt in artikel 4.1. Hier wordt nog eens expliciet vermeld dat de ruimtelijke verordening geen direct werkende bepalingen bevat. Verder wordt ter voorkoming van misverstanden duidelijk gemaakt dat de instructies in hoofdstuk 2 niet alleen gelden voor bestemmingsplannen, maar bijvoorbeeld ook voor beheersverordeningen en uitvoeringsbesluiten; <0000> Hoofdstuk 3 Milieu In dit hoofdstuk is de milieuverordening te vinden die zich richt tot gemeenten, burgers, bedrijven en instellingen. Met dit onderdeel wordt invulling gegeven aan verplichtingen op grond van de Wet milieubeheer. In dit hoofdstuk zijn onder andere regels opgenomen met betrekking tot gesloten stortplaatsen, onderwater flora en fauna, varend ontgassen, het voorkomen en beperking van geluidhinder, grondwaterbescherming met het oog op de waterwinning en bodemsanering; <0000> Hoofdstuk 4 Water betreft de Waterverordening.
In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die zich vooral richten tot het waterschap als functioneel bestuur en operationeel waterbeheerder van oppervlaktewateren in Zeeland die niet in beheer zijn bij het Rijk. Daaronder normen met betrekking tot het voorkomen en beperken van wateroverlast en regionale waterkeringen en regels die betrekking hebbenop het beheer van grondwater. Met dit onderdeel wordt voldaan aan de verplichtingen van de Waterwet; <0000> Hoofdstuk 5 Wegen en vaarwegen heeft betrekking op de aansluiting op en het gebruik van provinciale (vaar)wegen en is gericht op gebruikers van (vaar) wegen en aanwonenden; <0000> Hoofdstuk 6 Natuur geeft invulling van bevoegdheden die de provincie heeft op het gebied van natuurbescherming; <0000> Hoofdstuk 7 Distelbeheer richt zich vooral op gebruikers, eigenaren, of andere zakelijk gerechtigden van landbouwgronden en een strook van 30 meter daaraan grenzend; <0000> Hoofdstuk 8 Landschapsbescherming richt zich tot gemeenten, burgers, bedrijven en instellingen en bevat verboden voor het plaatsen van borden, vlaggen en andere (reclame)uitingen om het Zeeuwse landschap te beschermen; <0000> Hoofdstuk 9 Ontgrondingen richt zich tot een ieder die de bodem gaat afgraven en verlagen en bevat vrijstellingsbepalingen en procedurele bepalingen; <0000> Overige hoofdstukken De overige hoofdstukken bevatten procedurele bepalingen en
inwerkingtredingsbepalingen. Hoofdstuk 10 gaat over toezicht en strafbepaling, in hoofdstuk 11 staan overgangs- en slotbepalingen. Nieuwe Omgevingsverordening Zeeland Provinciale Staten moeten op grond van de Omgevingswet één omgevingsverordening vaststellen, waarin alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. De invulling hiervan is de Omgevingsverordening Zeeland. Nadat het ontwerp vanaf 11 januari tot en met 21 februari 2022 zes weken ter inzage heeft gelegen, hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening op 7 oktober 2022 vastgesteld. Inhoudelijk wijkt de nieuwe verordening nagenoeg niet af van de bestaande verordening uit 2018, die overigens blijft gelden tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
10
Conclusie In hoofdstuk 3 en 4 zijn onderwerpen verwerkt die betrekking hebben op het provinciale beleid in relatie tot het plangebied. Er zijn geen specifieke punten te noemen die expliciet aandacht vragen of een belemmerende werking hebben voor de actualisatie van dit beheersmatige bestemmingsplan.
2.3 Regionaal en gemeentelijk beleid Regionale Woningmarktafspraken en Zeeuwse woondeal De regio De Bevelanden heeft regionale woningmarktafspraken opgesteld en opgenomen in de ‘Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020 - 2030’ (mei 2020). In dit document zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: Algemeen <0000> Niet méér bouwen dan de behoefte; <0000> Uitsluitend producten die echt iets toevoegen; goede producten op goede plekken; <0000> Lokaal maatwerk, aansluiten bij DNA van de plek; <0000> Flexibiliteit in de plannen; <0000> Onderling bespreken en afstemmen aan de voorkant. Ruimtelijk <0000> Hoge dichtheid in de kernen, lage in het landschap; <0000> In principe binnen de kernen, bij voorzieningen; <0000> Inbreiden voor uitbreiden; <0000> Vooral focus op kleine huishoudens in stad en dragende kernen; <0000> Inzetten op “mooie woondorpen”. Programmatisch <0000> Duurzaam, extra energiebesparende maatregelen; <0000> Levensloop- en toekomstbestendig; <0000> Aandacht voor groen en water; <0000> Omvang voorraad sociale huurwoningen gelijk; <0000> Extra middenhuurwoningen; <0000> Meer hoogwaardige grondgebonden nultreden en semipermanente woningen. Vanuit het afsprakenkader wordt ingezet op: 1. Realistische woningbouwproductie met ambitie. Binnen het programma wordt ruimte gecreëerd om in te kunnen spelen op de behoefte uit de markt. 2.
De juiste kwaliteit, Product Markt Combinaties en woonmilieus. Er wordt gestreefd naar een optimale match tussen vraag en aanbod. Recentelijk is de Zeeuwse Woondeal met Rijk, provincie en Zeeuwse gemeenten gesloten (maart 2023). In deze woonafspraken zijn de ambities en doelen vastgelegd voor de opgaven voor de bouw en versnelling van woningen, betaalbaarheid, de bouw van voor senioren geschikte woningen en de huisvesting van aandachtsgroepen. Regionale woonvisie Met de Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019 - 2023 beogen de vijf Bevelandse gemeenten inzicht te geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van het wonen (oktober 2019). De visie is een parapluvisie voor verdere uitwerking in lokaal beleid. De Regionale Woonvisie bevat de volgende missie: ‘Wij willen een aantrekkelijke regio zijn waar men graag woont, met een regionaal passend, duurzaam en toekomstbestendig woningaanbod’. Vanuit deze missie zijn de volgende vijf ambities geformuleerd: 1. De Bevelanden zet in op een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. De Bevelanden heeft forse ambities op het gebied van duurzaamheid. In de woningvoorraad kan nog veel energie bespaard worden.
11
2. De Bevelanden voor iedereen. De regio De Bevelanden wil een complete regio zijn, met een passend woningaanbod voor jong en oud, rijk en arm, kleine en grote huishoudens, met en zonder ondersteuning, permanent en tijdelijk. 3. De Bevelanden zet alleen in op nieuwbouw die echt iets toevoegt. De Bevelanden streeft naar evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionale woningbouwprogramma. 4. De Bevelanden benut het bestaande. De Bevelanden streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad. Dit betekent continu investeren in onderhoud, aanpasbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Naast de focus op vastgoed zal er ook aandacht moeten zijn voor de aanpak van sociale problematiek en de kwaliteit van de openbare ruimte. 5. De Bevelanden zorgt. Regio De Bevelanden wil een zorgzame regio zijn, waar vraag en aanbod naar wonen met zorg in balans zijn, ook voor de meest kwetsbare groepen. Hierbij ziet de regio kansen voor innovatieve vormen van wonen met zorg die de diversiteit aan woonmilieus voor regionale woningmarkt als geheel zullen vergroten. Structuurvisie #Goes 2040 (juni 2012) In de structuurvisie wordt gesteld dat Goes in 2040 een florerende centrumgemeente is met een breed aanbod aan voorzieningen en werkgelegenheid voor de inwoners van de Bevelanden.
Op een aantal terreinen wordt beoogd de verzorgende functie een veel groter gebied te bereiken dan de Bevelanden. Het gaat hierbij om de zakelijke dienstverlening, specifieke vormen van onderwijs, de gezondheidszorg in vele gedaanten en aan vrije tijdsvoorzieningen. Er is opgenomen dat Goes een aantrekkelijke gemeente dient te zijn voor toeristen door de voorzieningen aan het water en haar veelzijdige historische centrum. De gemeente wil daarom blijven investeren in de toekomst van de stad, door te vernieuwen, te verbeteren en te groeien. Opgenomen is dat Goes de ambitie heeft verder te groeien in haar rol als (boven)regionale centrumgemeente. Veel van de projecten die in die in de structuurvisie worden benoemd zijn daarop gericht. De ambitie is om al die projecten te realiseren en de blik open te houden voor nieuwe kansen. Economisch knooppunt In de structuurvisie is opgenomen dat Goes een uitstekende locatie is voor de verdere bundeling van werkgelegenheid en voorzieningen in Midden-Zeeland. De centrale ligging en de reeds aanwezige voorzieningen en werkgelegenheid vormen daarvoor de basis. In de structuurvisie is gesteld dat een goede bereikbaarheid en voldoende parkeervoorzieningen bij de binnenstad van groot belang zijn waarbij de nieuwe aansluiting A58 een belangrijke rol speelt.
Groei en ontwikkeling Om een vitale centrumgemeente te blijven wordt aangegeven dat Goes inspeelt op nieuwe ontwikkelingen en er voor zorgt nieuwe ontwikkelingen te kunnen huisvesten. Daarbij zal het steeds minder gaan om grotere stadsuitbreidingen en steeds vaker om transformatie en herstructurering van bestaand stedelijk gebied. Dit zijn vaak lastige opgaven maar vernieuwing van bestaand stedelijk gebied is noodzakelijk om de stad op lange termijn gezond te houden. Grote opgaven die genoemd zijn binnen het bestaand stedelijk gebied zijn de Goese Schans en de stationomgeving. Voor woningbouw is opgenomen dat de op dit moment al daartoe geoormerkte locaties waarschijnlijk voldoende ruimte bieden. Wel is er uitbreidingsruimte nodig voor werken, zorg en vrije tijd. Als nieuwe locatie voor een bedrijventerrein wordt beoogd in te zetten op de Zuidwestrand (Poel V). De Zuidoost rand nabij het ziekenhuis wordt gezien als locatie voor nieuwe zorgfuncties. De Noordwest en Noordoost randen en het gebied bij het Poelbos worden geschikt bevonden voor stadsrecreatie, groen en vrijetijdsfuncties. Voor toeristen wordt beoogd de recreatieve potentie van de randen aan het Veerse Meer en de Oosterschelde verder uit te bouwen.
Van kwantiteit naar kwaliteit In de structuurvisie wordt gesteld dat de nadruk steeds meer zal komen te liggen op het sturen op kwaliteit en inhoud bij ruimtelijke processen. Waar voorheen de nadruk lag op het creëren van ruimte 12
voor een nieuw programma en de kwaliteitseisen daarop volgden zal in de toekomst een juiste ruimtelijke inpassing en een programma dat voldoet aan de (huidige) vraag nog sterker een vestigingsvoorwaarde zijn. Burgers, bedrijven en dienstverleners zijn op zoek naar een omgeving met zoveel mogelijk aantrekkelijke functies en factoren zoals goede bereikbaarheid, goed onderwijs, winkelaanbod, arbeidspotentieel, recreatiemogelijkheden en cultuuraanbod. De bestaande functies en voorzieningen vormen het fundament voor de toekomst en op basis daarvan ziet Goes die toekomst met vertrouwen tegemoet. Opgenomen is dat het levendige en aantrekkelijke historische centrum een van de kwaliteiten is die Goes koestert. Sport, welzijn en cultuur proberen zo goed mogelijk in te spelen op de verwachte (demografische) ontwikkelingen en de kwaliteit van de voorzieningen zo hoog mogelijk te houden. Bijvoorbeeld door slimme combinaties van functies en met multifunctionele gebouwen. Binnen woonservicegebieden die de hele gemeente bestrijken, en ieder een eigen serviceniveau kennen, wordt een samenhangend pakket aan diensten en voorzieningen geboden. In de structuurvisie wordt belang gehecht aan energie-efficiënte en duurzame energie-opwekking bij zowel nieuwe ontwikkelingen, als ook bij vernieuwing van het bestaand stedelijk gebied.
Dorpen en buitengebied Er is in de structuurvisie opgenomen dat in de dorpen rond Goes wonen voorop staat, bestaande voorzieningen worden gekoesterd maar op termijn niet allemaal in de huidige vorm in stand kunnen worden gehouden. Gesteld wordt dat het zoeken naar slimme combinaties en alternatieven steeds meer nodig zal zijn. Aanpak van zwakke plekken zoals vervallen panden is nodig om de woonomgeving gezond te houden. In het buitengebied blijft de nadruk liggen op de akkerbouw maar er ontstaan steeds meer koppelingen met recreatie en landschapsontwikkeling. Nieuwe ontwikkelingen worden zodanig ingepast dat ze de onderscheidende kenmerken van de verschillende landschapstypen versterken. Gesteld is dat de herkenbaarheid van het Schengegebied als landschappelijke eenheid wordt vergroot. Goes: Groenstructuurplan 2014- 2024 In het Groenstructuurplan wordt de gemeentelijke visie op het openbaar groen beschreven. Er wordt gestreefd naar robuust en duurzaam groen, waarmee de hoofdgroenstructuren behouden blijven en versterkt worden. De juiste boom op de juiste plek is van belang, zodat deze kunnen uitgroeien tot volwassen exemplaren. Hiermee wordt gestreefd naar het waarborgen en verhogen van de kwaliteit van de groene leefomgeving. Het omliggende buitengebied is sterk verbonden met de dorpen, waardoor dit buitengebied essentieel is voor de groene beleving van het dorp.
Het beeldbepalende groen in de dorpen bestaat veelal uit het groene dorpsplein, vaak aangevuld met een cultuurhistorisch waardevolle beplanting van markante bomen in het dorp. Dit dient te worden beschouwd als de hoofdgroenstructuur van het dorp. In figuur 4 is de hoofdgroenstructuur van 's-Heer Hendrikskinderen weergegeven. De kern ‘s-Heer Hendrikskinderen ligt op korte afstand, ten westen van Goes en heeft een kleinschalig, agrarisch karakter. De entree van het dorp heeft een groene uitstraling met oude fruitbomen kenmerkend voor de kreekrug waarop het dorp is gelegen. In de kern, nabij de school en rond de kerk, ligt een groen plein van enige omvang. Hier is een speelgelegenheid voor kinderen. In deze groene ruimte staat een fors aantal oudere bomen. De Oude Rijksweg heeft een waardevolle oude laanbomenstructuur. Dit geheel is beeldbepalend en zeer waardevol te noemen en valt onder de hoofdgroenstructuur. Aan de noordzijde wordt het dorp begrensd door de Rijksweg, terwijl het dorp aan de zuidzijde grenst aan het landelijk gebied. Hier is een wandel- fietspad langs het spoor gesitueerd dat in oostelijke richting naar Goes loopt. Belangrijke waterpartijen zijn in het plangebied niet aanwezig. Aan de Ada van Hollandlaan op de hoek met de Sinoutskerkseweg ligt een vijver.
13
Figuur 4: Hoofdgroenstructuur van 's-Heer Hendrikskinderen De kwaliteit en de kwantiteit van de huidige groenvoorziening in het dorp kan in veel gevallen verbeterd worden. Hiervoor wil de gemeente, in overleg met de bewoners, wijkverbeterplannen maken. Welstandsnota (september 2016) Het welstandsbeleid van de gemeente Goes is verwoord in de "Welstandsnota Goes". Het belangrijkste doel van het welstandsbeleid is het vormen van een toetsingskader voor welstand, waarmee de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten behouden en versterkt kunnen worden. Hiervoor zijn een aantal beoordelingskaders opgesteld, waaronder enkele van gebiedsgerichte aard. Deze dienen altijd in samenhang met de gehele gebiedsomschrijving van het desbetreffende deelgebied waarop de bouwaanvraag van toepassing is te worden gehanteerd. Het plangebied valt hoofdzakelijk onder het gebiedstype 'Dorpskernen, linten en entrees' (bijzonder welstandsniveau) en 'Naoorlogse woningbouw' (regulier welstandniveau). De noordelijk gelegen sportvelden zijn als welstandsvrij gebied aangewezen.
14
Figuur 5: Welstandsgebieden, waarbij de oranje gebieden 'Naoorlogse woningbouw' (regulier) zijn en lichtgeel 'Dorpskernen, linten en entrees' (bijzonder) is. In de reguliere gebieden is het welstandstoezicht gericht op het handhaven van de basiskwaliteit. Bij deze gebieden wordt uitgegaan van de zogenaamde voor- en achterkant benadering. Het welstandstoezicht blijft beperkt tot die bouwwerken die vanaf het openbaar toegankelijke gebied zichtbaar zijn. Bouwwerken gesitueerd in een achtererfgebied en niet grenzend aan het openbaar gebied en/of op een niet naar de weg gekeerd dakvlak worden bij dit beleid niet onderworpen aan een preventieve welstandstoets. Het bijzondere welstandsgebied richt zich op de historische dorpskern, linten en entrees. Deze zijn op organische wijze steeds verder verdicht met individueel ontworpen woningen. Hierdoor is een gevarieerd straatbeeld ontstaan, waarin relatief veel bijzonder vormgegeven bebouwing aanwezig is. Nieuwbouw en verbouwingen moeten met een zelfde zorgvuldigheid worden vormgegeven als de bestaande historische context. Langs de hoofdroutes zijn stedenbouwkundige markeringen goed mogelijk. Voor de dorpen is het van belang de individuele herkenbaarheid van de kernen te respecteren.
Voor de gebieden is een bijzonder ambitieniveau van kracht, gericht op extra aandacht voor het beheer, handhaving en waar mogelijk versterken van de aanwezige kwaliteiten. In het bijzonder wordt daarbij gelet op de aanwezige diversiteit. Deze gebieden dienen altijd in samenhang met de gebiedsomschrijving van het desbetreffende deelgebied waarop de aanvraag omgevingsvergunning van toepassing is te worden gehanteerd. Het plangebied valt hoofdzakelijk onder het gebied 'Naoorlogse woningbouw' en 'Dorpskernen, linten en entrees'. Dorpskernen, linten en entrees De gemeente Goes kent verschillende historische dorpskernen, bebouwingslinten en entrees, waaronder de dorpskern 's-Heer Hendrikskinderen. De dorpskernen vertonen ondanks uiteenlopende stedenbouwkundige patronen onderling enkele belangrijke overeenkomsten. In vrijwel alle historische dorpskernen is er sprake van op organische wijze aaneengeschakelde individuele en veelal kleinschalige bebouwing. In de loop der eeuwen zijn de historische dorpskernen steeds verder verdicht, waarbij doorgaans weinig planmatige ontwikkelingen
15
hebben plaatsgevonden. De bebouwing is rondom het oorspronkelijke dorpscentrum vrijwel altijd aaneengesloten en direct aan de straat gesitueerd. Hierdoor ontstaat er een sterke wandwerking. De meeste bebouwing is kleinschalig. In de dorpscentra kan sprake zijn van hogere bebouwing. Vrijwel alle bebouwing is opgebouwd uit baksteen, met verticaal gelede kozijnen. Hoewel er in de meeste gevallen sprake is van zadeldaken in langsrichting, komen ook andere vormen en richtingen veel voor. De historische linten liggen op de belangrijkste historische toegangsroutes naar Goes. De oorspronkelijke route naar het westen wordt gevormd door de Middelburgsestraat en de ’s-Heer Hendrikskinderendijk. De oorspronkelijke route naar het zuiden loopt over de Voorstad, Kloetingseweg en ’s-Gravenpolderseweg met een aftakking naar Kloetinge via de Buys Ballotsraat en Lewestraat. De organisch gegroeide historische lintstructuren bieden een gevarieerd bebouwingsbeeld, doordat er door de eeuwen heen een steeds verdere verdichting heeft plaatsgevonden. Naoorlogse woningbouw In de periode na de tweede wereldoorlog tot op heden zijn vooral grootschalige, -veelal projectmatig, woonwijken gerealiseerd. Het bebouwingsbeeld is zeer divers, maar per cluster is er samenhang. De stedenbouwkundige opzet en architectuur van een woonwijk vertegenwoordigt vaak een bepaald tijdsbeeld.
Dorpsuitbreidingen komen bij vrijwel alle dorpen voor. Deze uitbreidingen hebben een eigen tijdsbeeld, met elk hun eigen karakteristieke kenmerken. Ze variëren van enkele straten met aanliggende bebouwing tot een geheel nieuwe buurt. Er is vooral sprake van kleinschalige woningbouw. De bebouwing bestaat overwegend uit vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap woningen of korte rijtjes van drie of meer woningen. Doorwerking plangebied Voorliggend bestemmingsplan heeft een conserverend karakter. In het kader van de vergunningverlening van bouwplannen wordt getoetst aan de welstandscriteria. Gemeentelijk klimaatbeleid Het klimaat verandert. Het wordt warmer, we krijgen te maken met langdurige perioden van hitte en droogte, er is een grotere kans op extreme neerslag en de zeespiegel stijgt. Klimaatverandering wordt veroorzaakt door de hoge concentratie broeikasgassen, zoals CO2, in de atmosfeer. Door het verminderen van de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen kunnen de gevolgen van klimaatverandering beperkt worden. In het Klimaatakkoord van Parijs staat omschreven dat de temperatuur op aarde niet verder mag stijgen dan 2°C, met de ambitie om dit te beperken tot 1,5°C. Op de Verenigde Staten na, heeft wereldwijd ieder land dit akkoord ondertekend.
Landelijk zijn er doelen gesteld om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen: <0000> in 2050 is de uitstoot van CO2 met 95% verminderd; <0000> in 2050 hebben we een energieneutrale gebouwde omgeving; <0000> vanaf 1 juli 2018 worden nieuwbouwwoningen niet meer op het aardgasnet aangesloten. Ondanks dat we de uitstoot van broeikasgassen verminderen of zelfs stoppen, zullen we te maken krijgen met de gevolgen van klimaatverandering, zoals toenemende extreme weersomstandigheden. Het is daarom van belang de openbare ruimte klimaatbestendig in te richten. Landelijk is het doel gesteld dat de openbare ruimte in 2050 klimaatrobuust is ingericht. De gemeente Goes levert een bijdrage aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en het behalen van de landelijke richtlijnen.
Om deze landelijke richtlijnen te halen heeft de gemeente Goes de volgende doelstellingen vastgesteld: <0000> de gemeente Goes stimuleert duurzame nieuwbouw; <0000> de gemeente Goes ondersteunt de doelen van het Zeeuws Energieakkoord en werkt aan een energieneutrale particuliere woningvoorraad in 2045; <0000> duurzame energie wordt op kansrijke locaties opgewekt, zoals het toepassen van zonne-energie op daken; <0000> het gebruik van duurzame vervoersmiddelen wordt gefaciliteerd, onder andere door het plaatsen van openbare laadpalen; <0000> de gemeente Goes past circulaire economie toe wanneer de kans zich voordoet, zoals het toepassen van kansen voor circulair bouwen.
16
In paragraaf 5.9 'Duurzaamheid en klimaat' wordt verder ingegaan op de verschillende maatregelen die bijdragen aan het verminderen van de gevolgen van klimaatverandering. Gemeentelijk Verkeers en Vervoersplan (GVVP) (augustus 2003) In het GVVP wordt ingegaan op het verbeteren van bestaande verkeersknelpunten en wordt ingespeeld op de verkeerseffecten van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Er is tevens een beoordelingskader opgenomen om beleidsmatig de vinger aan de pols te houden. Beleid en toekomstige verkeerskwesties in Goes worden aan dit kader getoetst. In het GVVP is gekozen voor een integrale benadering van alle mobiliteitsdeelnemers op basis van een geografische indeling, waardoor de visie overzichtelijk aanschouwelijk is gemaakt. Het GVVP is vastgesteld 25 augustus 2005. Daarna is dit plan geactualiseerd d.m.v. de GVVP Tussenevaluatie 2008 en de GVVP Actualisatie 2013 (vastgesteld februari 2014). Een aantal zaken is verder verdiept in de volgende beleidsnota's: <0000> parkeerbeleid: Parkeerbeleidsplan 2009; Geactualiseerd in Parkeren Goes 2018-2025; <0000> verkeersveiligheidsbeleid: Op weg naar nul 2011; <0000> fietsbeleid: Goes Fiets Verder 2012.
2.4 Conclusie Het Rijksbeleid (de NOVI en AmvB Ruimte) streeft hoofdzakelijk naar een goede milieukwaliteit en een gezonde en veilige leefomgeving voor bewoners en werknemers. Gezien de conserverende aard van onderhavig bestemmingsplan levert dit geen strijdigheden op ten aanzien van dit streven. Omdat onderhavig bestemmingsplan geen wezenlijke ontwikkelingen mogelijk maakt en het genoemde beleid aansluit bij de bestaande situatie, is er bij de actualisatie van dit bestemmingsplan geen strijdigheid met het provinciale, regionale en gemeentelijk beleid. Getracht wordt de bestaande identiteit en het karakter van het plangebied te behouden. De kernbegrippen zijn 'kwaliteit', 'kwaliteitsverbetering' en kwaliteitsbescherming, waarbij duurzaamheid en een sterke economie nagestreefd wordt. In de volgende hoofdstukken worden enkele punten uit het regionaal en gemeentelijke beleid nader toegespitst op het plangebied.
17
HOOFDSTUK 3 Inventarisatie en analyse Voor het formuleren van beleid en het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, de huidige situatie in het plangebied, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op de historie van het plangebied, de functionele en ruimtelijke opbouw van het plangebied en de huidige kwaliteiten, aandachtspunten en ontwikkelingen.
3.1 Historie Na een grote overstroming in 1134 gaat men op Zuid-Beveland dijken aanleggen. De nieuwe dijk die ten westen van het al bestaande dorp Goes wordt gelegd krijgt in een later stadium de naam 's-Heer Hendrikskinderendijk. Het dorp 's-Heer Hendrikskinderen bestond toen nog niet, het ontstaat in de tweede helft van de twaalfde eeuw. Voor de stichting van het dorp, en ook de naburige dorpen 's-Heer Arendskerke en Wissekerke, zijn de heren Van Schenge verantwoordelijk. Zij zorgen ervoor dat deze dorpen afzonderlijke parochies worden die naar hen (Arend, Hendrik en Wisse) genoemd worden. Het dorp 's-Heer Hendrikskinderen ontstaat aan een weg die haaks op de dijk het poelgebied inloopt. Deze weg is het eerste gedeelte van de Oude Rijksweg, die zich splitst in de Ruychrockstraat-PleinZwanenburg aan de oostkant, en het vervolg van de Oude Rijksweg aan de westkant in de richting van Wissekerke. Tussen de Oude Rijksweg en Zwanenburg ontstaat een verbindingsweg (zuidelijk gedeelte van het Plein), waarmee een dorpskern tot stand komt. Met een korte verbindingsweg die gevormd wordt door het noordwestelijk gedeelte van het Plein ontstaat daarna een kerkring rond de kerk. 's-Heer Hendrikskinderen is een van de poeldorpen, die gesticht worden om het veen uit de bodem te exploiteren. Na een aanvankelijke groei treedt hierin stagnatie op als het veen uitgeput raakt.
In plaats van groeien, krimpen dergelijke dorpen. Sommige verdwijnen vrijwel van de kaart (Baarsdorp, Sinoutskerke, Eversdijk). De belangrijkste bebouwing van het dorp wordt gevormd door drie grote boerderijen, die op het terrein tussen de Ruychrockstraat - Oude Rijksweg - Plein hebben gestaan. Deze bebouwing staat reeds aangegeven op de oudst bekende dorpsplattegrond, namelijk die in de linkermarge van de kaart van Goes uit 1560 staat. Hier is duidelijk te zien dat dit rechthoekig terrein volgebouwd is. Rond 1970 zijn deze boerderijen afgebroken. Thans staat daar een schoolgebouw. De stichter van de kerk, Hendrik van Schenge, komt in de bronnen voor in 1198. Blijkbaar heeft hij de voltooiing van de kerk niet meer meegemaakt, omdat het dorp naar zijn kinderen 's-Heer Hendrikskinderenkerke geheten heeft. Het achtervoegsel -kerke laat men later weg. De parochie komt voor het eerst in archiefstukken voor vanaf 1267, maar deze zal van rond 1200 of iets eerder dateren. Op de oudste dorpsplattegrond is een complete kerkring met bebouwing getekend. Het zuidelijk en zuidoostelijk deel hiervan gaat na de zestiende eeuw verloren. Pas tegen het einde van de 20e eeuw is de kerkring weer volgebouwd. De middeleeuwse kerk heeft zijn standaardvorm in de zestiende eeuw: een toren aan de westkant, een schip en een koor. Opvallend is dat het schip een aanmerkelijk stuk lager is dan het koor.
Dit duidt erop dat in de loop van de vijftiende-, vroege zestiende eeuw het koor nieuw gebouwd is, ofwel tegen het oude koor aan waardoor de kerk langer is geworden, ofwel over het oude koor heen. Plannen om naderhand het schip op gelijke hoogte te brengen zijn niet meer uitgevoerd. Bij de totstandkoming van het dorp zal er een verdedigbare plek zijn geweest waar Hendrik van Schenge en zijn kinderen zich terug konden trekken. Het ligt voor de hand dat dit strategische punt ook hier een kasteelberg geweest moet zijn. De meest voor de hand liggende locatie hiervoor is het terrein met de drie boerderijen. Een van de boerderijen kan dienstgedaan hebben als voorburcht, waar in normale tijden gewoond kon worden. In de vijftiende eeuw komt de ambachtsheerlijkheid 's-Heer Hendrikskinderen in handen van Jan Ruychrock van de Werve. Hij laat een modern kasteel bouwen juist ten zuiden van de 's-Heer Hendrikskinderendijk, iets ten noordoosten van het dorp. Op de oudste dorpsplattegrond van rond 1560 bevindt zich ten oosten van het kasteel een dicht beplant bos, zie figuur 5.
18
Figuur 6: Plattegrond Goes - 's-Heer Hendrikskinderen uit 1560 en uitsnede 's-Heer Hendrikskinderen In de zeventiende eeuw transformeren latere eigenaren het kasteel tot een buitenplaats en het bos tot een enorm park. In de achttiende eeuw treedt verval op en degradeert het kasteel tot herberg. In 1804 vindt sloop plaats. Het park verdwijnt eveneens. Thans bevinden zich hier deels de Jacoba van Beierenstraat en de Frank van Borselenstraat. Met de Reformatie verdwijnt de pastoor. De kerk wordt hervormde kerk waar regelmatig predikanten uit Goes als voorganger optreden. In 1646 vindt de oprichting plaats van de hervormde gemeente 's-Heer Hendrikskinderen-Wissekerke. Deze gemeente is blijkbaar zo weinig kapitaalkrachtig dat het bestuur geen onderhoud aan de kerk kan laten uitvoeren. In 1805 breekt men het kerkgebouw wegens vergaande verwaarlozing af. In 1807 komt een nieuw, veel kleiner kerkgebouw tot stand dat tegen de oude toren komt te staan. Door de eeuwen heen blijft 's-Heer Hendrikskinderen een landbouwdorp “waar beheerst wordt liefgehad en de zonden van vlees en hebzucht onopvallend worden bedreven” (J. Kousemaker, 1920). Monumenten Binnen het plangebied bevinden zich twee Rijksmonumenten. Gemeentelijke monumenten zijn er niet.
Monumentnummer: 16404: Kerk, Plein 1, 4472 AT te 's-Heer Hendrikskinderen Monumentnummer: 16405: Kerktoren, Plein 1, 4472 AT te 's-Heer Hendrikskinderen
3.2 Landschap 's-Heer Hendrikskinderen is gelegen op een oude kreekrug. Deze kreekrug is de grootste kreekrug binnen de gemeente Goes en loopt van 's-Heer Arendskerke via 's-Heer Hendrikskinderen en Goes naar Kloetinge. Op deze kreekrug heeft zich al vanouds de bebouwing geconcentreerd en over deze kreekrug lopen dan ook de belangrijkste wegen.
19
Het oudland, ten zuiden van deze kreekrug, wordt gekenmerkt door lage poelgebieden met een bodem bestaande uit zware klei en veen in de ondergrond en hoger gelegen kreekruggen met een lichtere kleibodem. Ook de kleinere kreekruggen zijn voor weg- en spoorverbinding gebruikt. De hoge gronden worden al lange tijd voor akkerbouw en fruitteelt gebruikt. De lagere delen zijn als grasland in gebruik. Op de overgang tussen hoog en laag groeiden op de kavelgrenzen veelal meidoornstruwelen. Door de ruilverkavelingen De Poel - Heinkenszand is het karakter van dit gebied veranderd. De poelgebieden zijn nu ook goed ontwaterd en worden nu veel meer dan vroeger voor akkerbouw gebruikt. Veel meidoornhagen zijn door de ruilverkaveling verdwenen. Ook het oorspronkelijke wegenpatroon is door de ruilverkaveling aangetast. De wegen volgden eerst de slingers van de kreekrug, maar zijn nu dikwijls rechtgetrokken en liggen nu veel meer in een strakker patroon. Daarnaast is midden in het poelgebied, tussen 's-Heer Arendskerke en Goes-Zuid, het Poelbos aangelegd. In het poelgebied bevinden zich nog enkele kleine reliëfrijke graslandpercelen met drinkputten. De meeste percelen zijn vrij groot en als bouwland in gebruik.
Er is nog steeds weinig bebouwing, Het open karakter is, door de aanleg van het Poelbos, het transformatorstation met leidingen en door de verlengde Deltaweg echter voor een belangrijk deel verdwenen.
3.3 Functionele opbouw van het gebied Het overgrote deel van de bebouwing in de kern van 's-Heer Hendrikskinderen heeft een woonfunctie. Het gaat daarbij om grondgebonden woningen, gestapelde bouw komt in de kern niet voor. De maatschappelijke voorzieningen bestaan uit de kerk aan het Plein, de basisschool aan de Ruychrockstraat en het dorpshuis (in combinatie met een peuterspeelzaal) aan de Te Werfstraat.
Figuur 7: Functiekaart In de kern zijn een paar bedrijven aanwezig, te weten: een schildersbedrijf aan de Spanjaardstraat, een praktijkruimte/atelier aan het Plein en een tuin- en parkmachinebedrijf aan de Nieuwe Rijksweg. Het voormalige tuincentrum aan de Nieuwe Rijksweg is gesloten en deze locatie zal worden heringericht met woningbouw. Aan de Nieuwe Rijksweg zijn twee horecavoorzieningen gelegen, waarachter zich een sportaccommodatie bevindt waarvan een korfbalvereniging, een schietvereniging en een tennisvereniging gebruik maken.
20
3.4 Ruimtelijke opbouw van het gebied 3.4.1 Ruimtelijke hoofdstructuur De ruimtelijke hoofdstructuur van de kern 's-Heer Hendrikskinderen wordt gevormd door de Nieuwe Rijksweg/Spanjaardstraat, de Oude Rijksweg en het Plein. Zij vormen de structuurdragers en zijn bepalend voor de ruimtelijke beleving van het dorp. De Oude Rijksweg vormt een bebouwingslint en verbind (parallel aan de Nieuwe Rijksweg) 's-Heer Hendrikskinderen met de landelijke bebouwingsconcentratie Wissekerke. Het bebouwingslint ten noorden van de kern langs de Nieuwe Rijksweg loopt door in oostelijke richting waardoor deze bebouwingsstructuur een ruimtelijk verbindende functie heeft met de kern Goes. Samen met de Oude Rijksweg vormt het Plein de historische dorpskern. Van een centrumgebied is hier echter geen sprake. Vanuit de structuurdragers is het dorp een aantal keren uitgebreid met woningbouw in blokverkaveling met een wat grillig stratenpatroon en een min of meer noord-zuidelijke oriëntatie. De randen van de kern kennen aan de zuidzijde een relatief rafelig verloop en sluiten daarmee aan bij de grillige landschapsstructuur van het poelgebied. Aan de noordzijde heeft het dorp deels harde begrenzing langs de Nieuwe Rijksweg/Spanjaardstraat en deels een wat onregelmatigere begrenzing ter plaatse van de sportvelden.
De Sinoutskerkseweg vormt de verbinding van het dorp met het poelgebied in zuidelijke richting. Op een tweetal agrarische bedrijven na, houdt de bebouwing hier op.
3.4.2 Bebouwingsstructuur Bepalend voor de bebouwingsstructuur van 's-Heer Hendrikskinderen zijn de bebouwing langs de Oude Rijksweg, Plein, Ruychrockstraat, en de Sinoutskerkseweg. Deze linten vormen de oudste delen van de kern waarna het dorp in meerdere fasen is uitgebreid. Aan het Plein liggen ook de basisschool en de kerk. De bebouwing kenmerkt zich door overwegend vrijstaande en half-vrijstaande woningen met voortuinen waardoor een ruim bebouwingsbeeld ontstaat. De historische bebouwing langs de zuidzijde van het Plein is hoofdzakelijk volledig geschakeld zonder voortuin. Deze plaatselijke verdichting versterkt hier het beeld van een stukje (historische) dorpskern. Door de ligging aan de groene ruimte rond de kerk is ook hier sprake van een ruim bebouwingsbeeld. Het bochtig verloop van de linten, de vaak ruime voortuinen, de laanbeplanting langs de Oude Rijksweg en open groene ruimte rond de kerk zijn bepalend voor het ruime bebouwingsbeeldbeeld en het groene karakter van dit deel van het dorp. In de loop der tijd is een gedeelte van de historische bebouwing langs de linten vervangen en/of ingevuld met nieuwbouw, waardoor er bebouwing uit verschillende tijdsperioden aanwezig is. Deze variatie is in principe langs het gehele lint aanwezig. De bouwhoogte bedraagt één laag met afwisselende kapvormen en kaprichtingen (parallel aan-, en haaks op de weg).
Er is hier in principe alleen sprake van individueel ontwikkelde bebouwing met uitzondering van het cluster woningen ten zuiden van de school en het cluster woningen op de hoek Plein-Frank van Borsselestraat. Dit zijn projectmatig ontwikkelde woningclusters (geschakeld) van een laag met een zadeldak evenwijdig aan de weg. Beeldbepalende gebouwen in dit deel van de bebouwingsstructuur zijn de basisschool en de kerk met daaromheen de speelplein en de kerktuin. Het westelijk deel van de Oude Rijksweg vormt een verbijzondering doordat het lint hier vooral aan de noordzijde is verdicht terwijl de zuidzijde een meer open karakter heeft. De eerste uitbreiding van het dorp heeft plaatsgevonden rond 1950, in westelijke richting, tussen de Velluweweg de Spanjaardstraat en de Oude Rijksweg. Het betreft een uitbreidingsplan met vrijstaande, half-vrijstaande en geschakelde woningen. De bebouwing is gerealiseerd in twee bouwlagen met zadeldak evenwijdig aan de weg. De woningen aan de Spanjaardstraat met laanbeplanting zijn hier beeldbepalend voor het aanzicht van het dorp. De Van Maalstedestraat en de Velluweweg zijn ruim van opzet terwijl de secundaire straten (Te Werfstraat, Heer Wissestraat en de Jacoba Van Beierenstraat) een smaller profiel hebben en dichter zijn bebouwd.
Kenmerkende bebouwing is het dorpshuis; het Heer Hendrikhuis op de hoek van de Van Maalstedestraat en de Te Werfstraat.
21
De tweede uitbreiding vond plaats in de jaren zestig en zeventig tussen de Jacoba van Beierenstraat, de Ruychrockstraat en Zwanenburg. Het betreft een uitbreidingsplan met vrijstaande en half-vrijstaande woningen. De bebouwing is voornamelijk gerealiseerd in twee bouwlagen met zadeldak evenwijdig aan de weg. Uitzondering vormt het oostelijke deel van de Jacoba van Beierenstraat waar overwegend éénlaags bebouwing met zadeldak is gerealiseerd. In de tachtiger jaren is Den Omloop tot ontwikkeling gebracht. Een projectmatig ontwikkelde wijk met een eenduidig karakter. De bebouwing bestaande uit vrijstaande en geschakelde woningen is uitgevoerd in één en twee lagen met een zadeldak evenwijdig aan de weg. De uitbreidingen Zuid-Oost en Zuid-West uit de jaren negentig liggen ten zuiden van Plein en Zwanenburg en vormen ruimtelijk gezien een geheel. Dit wijkje is opgezet met een bochtig stratenpatroon met deels projectmatige deels in particulier opdrachtgeverschap gebouwde woningen. De woningen zijn vrijstaand, half-vrijstaand en geschakeld uitgevoerd en hebben een hoogte van één laag met zadeldak waarvan de nokrichting varieert. In tegenstelling tot de overige uitbreidingen heeft deze wijk een onregelmatig stratenpatroon met relatief smalle straatprofielen; de overige uitbreidingen hebben brede straatprofielen en een meer blokvormige structuur.
De laatste uitbreiding stamt uit circa 2005 en betreft het kleinschalige uitbreidingsproject 's-Heer Hendrikskinderen-Oost. Deze uitbreiding bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen aangevuld met geschakelde woningen (rij- en patiowoningen). De bebouwing langs de westzijde van de Nieuwe Rijksweg wijkt enigszins af van de bebouwingsstructuur in de rest van de kern. Zo is het bebouwingslint aan de noordzijde van de Nieuwe Rijksweg zeer open van opzet. Achter dit lint liggen de sportvelden van de tennisvereniging, de schietvereniging en de korfbalvereniging. De bebouwing ten behoeve van deze sportactiviteiten is tegen het bebouwingslint gesitueerd.
Figuur 8: Bebouwingsstructuur Aan de zuidzijde van de Nieuwe Rijksweg bevond zich de bebouwing van het voormalige tuincentrum, dat sterk contrasteerde met de overige bebouwing van het dorp. Inmiddels wordt deze locatie herontwikkeld. Verder liggen hier een aantal landhuizen en een bedrijf voor park- en tuinmachines.
3.4.3 Verkeersstructuur 's-Heer Hendrikskinderen heeft twee aansluitingen op de N664 (straatnaam: Nieuwe Rijksweg). De hoofdontsluiting, welke centraal in het dorp is gelegen, wordt gevormd door de Oude Rijksweg. De andere, oostelijker gelegen aansluiting betreft de Velluweweg. Een klein deel van het dorp ligt ten noorden van de N664 en is bereikbaar via de noordelijke parallelweg van de N664. Ook zijn er een aantal woningen en bedrijven ten zuiden van de N664 22
gelegen, welke bereikbaar zijn via de zuidelijke parallelweg van de N664. De kern ’s-Heer Hendrikskinderen is verkeersluw (enkel bestemmingsverkeer) en ingericht als zone 30. Dat garandeert een goede verkeersleefbaarheid. Alle wegen in het dorp zijn erftoegangswegen en behoren tot een 30km/u-zone. Aan de zuidzijde van het dorp is een verbinding via een plattelandsweg (Sinoutskerkseweg) naar het zuiden. Deze kruist het spoor (gelijkvloerse spoorovergang) en op de gemeentegrens de A58 (viaduct over de A58). De weg voert naar het Poelbos en westwaarts binnendoor naar 's-Heer Arendskerke (Theuniswegeling), oostwaarts naar Goes-Zuid en bedrijventerrein De Poel (Verbartelweg) en zuidwaarts richting de Zak van Zuid-Beveland (Sinoutskerseweg). Aan de noordzijde zijn er twee plattelandswegen (Nieuweweg en Westeweg) in noord-zuidrichting die naar de Oude Zeedijk lopen. Openbaar parkeren in het dorp vindt plaats in de vorm van langsparkeren. In het oudere deel van het dorp wordt daarvoor vaak gebruik gemaakt van de rijbaan. Voor (brom)fietsverkeer is er naast de route via de N664, een directe verbinding met Goes via de Ploegweg, die net ten noorden van het spoor loopt. Een herdefinitie van de N664 (straatnaam Nieuwe Rijksweg) zal in de toekomst zorgen voor een betere verbinding tussen de dorpskern en het gebied ten noorden van de N664.
3.4.4 Water- en groenstructuur De kern 's- Heer Hendrikskinderen ligt op korte afstand, ten westen van Goes en heeft een kleinschalig, agrarisch karakter. In de kern, nabij de kerk en school, is een groengebied gesitueerd van redelijke omvang. Binnen dit groengebied is een speelgelegenheid voor kinderen gerealiseerd. Deze groene ruimte, wordt ondersteund door een fors aantal oudere bomen. Dit geheel is als groenstructuur beeldbepalend en zeer waardevol te noemen. Een aantal wegen in het dorp heeft eveneens een waardevolle oudere laanbomenstructuur (onder andere de Oude Rijksweg). Deze oude bomenstructuur is vastgelegd in de hoofdgroenstructuur en dient behouden te worden. Aan de noordzijde van het dorp is sprake van een strakke begrenzing door de Rijksweg, terwijl het dorp aan de zuidzijde is verweven met het landelijk gebied. Hier is een wandel- fietspad langs het spoor gesitueerd wat in oostelijke richting naar Goes loopt. Belangrijke, structurele waterpartijen zijn in het plangebied niet aanwezig.