Agendapunt 11. Regels
Tekst van het document
Regels behorende bij het bestemmingsplan Bebouwde kom 's-Heer Hendrikskinderen
1
Inhoudsopgave Regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Artikel 3 Bedrijf Artikel 4 Gemengd Artikel 5 Groen Artikel 6 Horeca Artikel 7 Maatschappelijk Artikel 8 Recreatie Artikel 9 Sport Artikel 10 Tuin Artikel 11 Verkeer Artikel 12 Waardevolle dijk Artikel 13 Water Artikel 14 Wonen Artikel 15 Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding Artikel 16 Leiding - Water Artikel 17 Waarde - Archeologie 1 Artikel 18 Waarde - Archeologie 2 Artikel 19 Anti-dubbeltelregel Artikel 20 Algemene bouwregels Artikel 21 Algemene gebruiksregels Artikel 22 Algemene afwijkingsregels Artikel 23 Algemene wijzigingsregels Artikel 24 Algemene procedureregels Artikel 25 Overgangsrecht Artikel 26 Slotregel
1 4 9 11 14 17 19 21 23 25 27 29 31 33 34 37 39 41 44 48 49 50 51 52 53 55 56
2
HOOFDSTUK 1 Inleidende regels
3
Artikel 1 Begrippen 1. Plan: het bestemmingsplan Bebouwde kom 's-Heer Hendrikskinderen met identificatienummer NL.IMRO.0664.BPHH09-ON99 van de gemeente Goes; 2. Bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 3. Aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 4. Aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 5. Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit: een beroeps- of bedrijfsactiviteit, niet zijnde prostitutie, die in hoofdzaak niet-publieksaantrekkend is en die door een bewoner op kleine schaal in of bij een woning wordt uitgeoefend, bed & breakfast daaronder begrepen, waarbij de woning haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie, met inachtneming van de volgende regels: a. ten hoogste 40% van de netto vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk, met een maximum van 40 m², mag ten behoeve van beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik zijn; b. het gebruik leidt niet tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; c.
de uitoefening van detailhandel is niet toegestaan, tenzij de detailhandel een ondergeschikte nevenactiviteit is in verband met de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, dan wel de verkoop van goederen uitsluitend via internet plaatsvindt en ter plaatse opgeslagen goederen slechts op afspraak kunnen worden afgehaald, waarbij geen sprake is van een voor het publiek toegankelijke winkel- of uitstallingsruimte; 6. Antennemast: een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 7. Archeologisch deskundige: een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen op het gebied van archeologie; 8. Archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen direct onder het aardoppervlak; 9. Architectonische waarde: de aan een gebouw toegekende waarde, gekenmerkt door de opbouw en/of indeling van de buitengevel, de dakopbouw en het materiaal en/of kleurgebruik, eventueel in samenhang met de omgeving; 10. Bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 11.
Bed & breakfast: een kleinschalige overnachtingsaccommodatie in of bij een woning, gericht op het aanbieden van een toeristisch en kortdurend recreatief verblijf met het serveren van ontbijt; 12. Bedrijf: een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van de ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 13. Bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten; 14. Bedrijfswoning: een gebouw in of bij een bedrijf of op een terrein behorende bij een bedrijf, dat dient voor de huisvesting van een huishouden of een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de 4
bestemming van de grond ter plaatse van het bedrijf of het terrein behorende bij het bedrijf, noodzakelijk is; 15. Bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen: afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 16. Bestaand kamerverhuurpand: een kamerverhuurpand dat voor 2 mei 2018 (het tijdstip van inwerkingtreding van het Voorbereidingsbesluit omzetten woning naar onzelfstandige bewoning) onzelfstandig wordt bewoond en waarvan dit gebruik niet voor een periode langer dan een jaar is onderbroken; 17. Bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 18. Bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 19. Bevi-inrichting: een bedrijf zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 20. Bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 21. Bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 22. Bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 23. Bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 24.
Bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 25. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 26. Bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk, met een dak; 27. Cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied; 28. Deskundige: een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake een specifiek aspect van de ruimtelijke ordening; 29. Detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 30.
Detailhandel in volumineuze goederen/perifere detailhandel: detailhandel in de volgende categorieën: a. brand- en explosiegevaarlijke goederen; b. auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen; c. tuinbenodigdheden; d. meubels, al dan niet in combinatie met woninginrichting en stoffering;
5
en in combinatie daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen zoals accessoires, onderdelen, onderhoudsmiddelen en/of materialen; 31. Dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen; 32. Erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 33. Gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 34. Gevellijn: een denkbeeldige dan wel op de verbeelding aangegeven lijn die strak loopt langs de gevel van een bouwwerk tot aan de perceelsgrenzen; 35. Hoofdgebouw: gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 36. Horecabedrijf: een bedrijf, gericht op één of meer van de navolgende activiteiten: a. het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken; b. het exploiteren van zaalaccommodatie; c. het verstrekken van nachtverblijf; 37.
Huishouden: een meerderjarige alleenstaande, dan wel twee of meer personen waarvan er ten minste één meerderjarig is, die in een vast verband samenleven en duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Het voeren van een huishouding gaat derhalve de enkele wil om gezamenlijk te wonen te boven en heeft de intentie in zich om langdurig samen te blijven; 38. Kamerverhuur: de verhuur van een (deel van een) woning, anders dan door een zorginstelling, via kameruitgifte aan personen die geen gezamenlijk huishouden vormen, waarbij sprake is van woonruimte die geen eigen toegang heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte; 39. Kamerverhuurpand: een pand dat wordt gebruikt ten behoeve van kamerverhuur en waarin zich meerdere onzelfstandige woonruimtes bevinden; 40.
Kampeermiddel: een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan, dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 41. Kantoor(ruimte): een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig/ bedrijfsmatig verlenen van diensten op financieel, administratief, juridisch en ontwerptechnisch of een hiermee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 42. Landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur; 43. Maatschappelijke activiteit: een educatieve, medische, sociale, culturele, levensbeschouwelijke, sport- of recreatieve activiteit dan wel een activiteit ten behoeve van openbare dienstverlening; 44. Maatvoeringsgrens: de grens van een maatvoeringsvlak;
6
45. Maatvoeringsvlak: een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt; 46. Natuurwetenschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 47. Nutsvoorziening: een voorziening ten behoeve van het openbaar nut, zoals een transformatorhuisje, schakelhuisje, duiker of gemaalgebouwtje; 48. Ondergeschikte detailhandel: detailhandel binnen een andere bestemming, ten behoeve waarvan aansluitend op de hoofdfunctie een ruimte is ingericht, in oppervlakte ten hoogste 15% van de bedrijfsvloeroppervlakte van de hoofdfunctie tot ten hoogste 40 m², uitsluitend voor de verkoop van met de hoofdfunctie rechtstreeks verband houdende artikelen; 49. Ondergeschikte horeca: een horecavoorziening binnen een andere bestemming, ten behoeve waarvan aansluitend op de hoofdfunctie een ruimte is ingericht, in oppervlakte ten hoogste 15% van de bedrijfsvloeroppervlakte van de hoofdfunctie tot ten hoogste 40 m²; 50. Onzelfstandige woonruimte: een woonruimte die geen eigen toegang heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte; 51.
Overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak; 52. Passend in het straat- en bebouwingsbeeld: a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; d. de cultuurhistorische samenhang in de omgeving; 53. Peil: a. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan een weg: de hoogte van die weg (ter plaatse van de hoofdtoegang); b. bij ligging in het water: de gemiddelde hoogte van de aangrenzende oevers; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het op het tijdstip van de inwerkingtreding van onderhavig bestemmingsplan bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 54. Seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 55.
Sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor ten minste tien jaar na ingebruikname is verzekerd; 56. Staat van Bedrijfsactiviteiten: de Staat van Bedrijfsactiviteiten die deel uitmaakt van deze regels; 57. Staat van Horeca-activiteiten: de Staat van Horeca-activiteiten die deel uitmaakt van deze regels; 58. Voorgevelrooilijn: denkbeeldige dan wel op de verbeelding aangegeven lijn die strak loopt langs de voorgevel van een hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen;
7
59. Voorgevel van een hoofdgebouw: het naar de wegzijde gekeerde deel van een hoofdgebouw. Indien meerdere delen van het hoofdgebouw naar de weg gekeerd zijn, is de op de verbeelding aangegeven gevellijn bepalend; 60. Webshop: de bedrijfsmatige verkoop van goederen uitsluitend via internet, waarbij ter plaatse: a. verkoop en betaling van goederen plaatsvindt; b. uitsluitend een voor het publiek toegankelijke afhaalruimte en beperkte showroom aanwezig is, waarbij sprake is van ondergeschikte detailhandel; 61. Wgh-inrichting: een bedrijf als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht dat in belangrijke mate geluidshinder kan veroorzaken; 62. Woning: een complex van ruimtes, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, dan wel voor de huisvesting van maximaal twee personen die geen gezamenlijk huishouden voeren.
8
Artikel 2 Wijze van meten Bij het toepassen van deze regels gelden de volgende aanwijzingen: 1. Afstanden: afstanden van bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot de perceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn; 2. Bebouwd oppervlak: het bebouwd oppervlak van een bouwperceel of een ander terrein wordt bepaald door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen bouwwerken bij elkaar op te tellen; 3. Bebouwingspercentage: het bebouwingspercentage wordt berekend door het bebouwd oppervlak te delen door de oppervlakte van het bouwperceel of de oppervlakte van het maatvoeringsvlak waar het percentage is ingeschreven; 4. Bouwhoogte van een bouwwerk: de bouwhoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes, arico-units en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 5. Breedte en diepte van een gebouw of ander bouwwerk: de breedte en diepte worden gemeten tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren; 6. Dakhelling: de dakhelling wordt gemeten langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 7. Goothoogte van een bouwwerk: de goothoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 8. Inhoud van een bouwwerk: de inhoud van een bouwwerk wordt gemeten tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 9. Oppervlakte van een bouwwerk: de oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
9
HOOFDSTUK 2 Bestemmingsplanregels
10
Artikel 3 Bedrijf 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2': het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten voor zover deze voorkomen in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - technische handelsonderneming': tevens een bedrijf, gericht op de in- en verkoop, het onderhoud en de reparatie van machines, gereedschap en accessoires voor tuin-, bos- en parkonderhoud; c. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': uitsluitend een nutsvoorziening; d. kantoren als ondergeschikte nevenactiviteit bij de ter plaatse uitgeoefende activiteiten; e. webshops; f. aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; g. wegen, paden, parkeervoorzieningen, water, groenvoorzieningen, tuinen, erven, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, andere voorzieningen ten dienste van de bestemming en nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op de gronden mogen, met in achtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. niet voor bewoning bestemde gebouwen; b. ter plaatse van de aanduiding: 'bedrijfswoning': maximaal één bedrijfswoning per bouwperceel; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'erf' worden gebouwd; b. op gronden buiten het bouwvlak en zonder aanduiding 'erf' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd; c. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen op ieder bouwperceel bedraagt maximaal het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het maatvoeringsvlak; d. indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, bedraagt de bebouwde oppervlakte van de gronden binnen het bouwvlak maximaal 100%. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen, gelden de volgende bepalingen: a. de goot- en bouwhoogte van een gebouw bedragen maximaal de op de verbeelding aangegeven maat. 3.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 750 m³; b. de goot- en bouwhoogte van een bedrijfswoning bedragen maximaal de op de verbeelding aangegeven maat; c. de voorgevel van een bedrijfswoning is georiënteerd op de op de verbeelding aangegeven gevellijn, daar waar een dergelijke lijn is aangegeven; d.
bij iedere bedrijfswoning mogen ter plaatse van de aanduiding 'erf' bijbehorende bouwwerken worden gebouwd; e. de bebouwde oppervlakte van de gronden binnen het bouwvlak van de bedrijfswoning en ter plaatse van de aanduiding 'erf' bedraagt maximaal 50% met een maximum van 250 m²; f. de goot- en bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bedragen maximaal 3,2 meter respectievelijk 5 meter. 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter;
11
b. de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten bedraagt maximaal 8 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter. 3.3
Nadere eisen
3.3.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.3.2 Voorwaarden De in artikel 3.3.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gronden in verband met calamiteiten. 3.4
Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Gebouwen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 3.2.2 sub a en artikel 3.2.3 sub b, mits deze maten met maximaal 1 meter worden overschreden. 3.4.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 3.2.4 sub b tot een hoogte van maximaal 15 meter; b. artikel 3.2.4 sub c tot een hoogte van maximaal 10 meter. 3.4.3 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in de artikelen 3.4.1 en 3.4.2 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 3.5 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. het gebruiken van onbebouwde gronden voor opslag van goederen, waaronder begrepen puin, tot een gezamenlijke hoogte van meer dan 6 meter is niet toegestaan; b. de vestiging van zelfstandige kantoren is niet toegestaan; c. bij webshops mag maximaal 15% van het totale bedrijfsvloeroppervlak worden ingericht als showroom met een maximum van 150 m²; d. vuurwerkbedrijven zijn niet toegestaan; e.
Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan; f. Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan. 3.6
Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1 Afwijken gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 3.1 sub a voor de uitoefening van een bedrijfsactiviteit die voorkomt in een hogere categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, mits deze activiteit naar haar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met een krachtens artikel 3.1 sub a ter plaatse toegelaten categorie bedrijfsactiviteiten;
12
b. artikel 3.1 sub a voor de uitoefening van een bedrijfsactiviteit die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten is genoemd, mits deze activiteit naar haar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met een krachtens artikel 3.1 sub a ter plaatse toegelaten categorie bedrijfsactiviteiten. 3.6.2 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 3.6.1 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; c. een milieudeskundige is gehoord met betrekking tot de vraag of aan de in dat artikel genoemde criteria voor het toepassen van de afwijkingsbevoegdheid is voldaan. 3.7
Wijzigingsbevoegdheid
3.7.1 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Bedrijf' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' als bedoeld in artikel 14, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bedrijfsmatige activiteiten zijn definitief beëindigd; b. de bodemkwaliteit is zodanig of wordt zodanig gemaakt dat woonbebouwing kan worden toegestaan; c. voldaan wordt aan de normen met betrekking tot de Wet geluidhinder; d. voldaan wordt aan de normen met betrekking tot externe veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken worden niet onevenredig aangetast; f. de samenstelling van de woningvoorraad in de kern wordt niet onevenredig verstoord; g. de te realiseren woning(en) past/passen binnen geldende gemeentelijke woningbouwplanning. 3.7.2 Voorwaarden Bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 3.7.1 dient een stedenbouwkundige te worden gehoord met betrekking tot de vraag of aan de in de dat artikel genoemde criteria voor het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is voldaan. 3.7.3 Procedureregel Bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 3.7.1 zijn de algemene procedureregels van artikel 24 van toepassing.
13
Artikel 4 Gemengd 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten voor zover deze voorkomen in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. detailhandel, met dien verstande dat per bouwperceel het totale verkoopvloeroppervlak niet meer mag bedragen dan 250 m²; c. dienstverlening; d. maatschappelijke activiteiten; e. kantoren, met dien verstande dat het bruto vloeroppervlak niet meer mag bedragen dan 200 m²; f. de huisvesting van personen in een woning; g. aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; h. parkeervoorzieningen, tuinen, erven, paden, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 4.2 Bouwregels Op de gronden mogen, met in achtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b.
ter plaatse van de aanduiding 'erf' mogen uitsluitend bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, behorende bij het hoofdgebouw op hetzelfde bouwperceel; c. op gronden buiten het bouwvlak en zonder aanduiding 'erf' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd; d. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen op gronden binnen het bouwvlak bedraagt op ieder bouwperceel maximaal het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het maatvoeringsvlak; e. indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, bedraagt de bebouwde oppervlakte van de gronden binnen het bouwvlak maximaal 100%; f. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen op gronden ter plaatse van de aanduiding 'erf' bedraagt op ieder bouwperceel maximaal 50% met een maximum van 250 m². 4.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw bedragen maximaal de op de verbeelding aangegeven maat; b. de voorgevel van een hoofdgebouw is georiënteerd op de op de verbeelding aangegeven gevellijn, daar waar een dergelijke lijn is aangegeven. 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a.
de goot- en bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bedragen maximaal 3,2 meter respectievelijk 5 meter; b. de afstand tussen een bijbehorend bouwwerk en (het verlengde van) de voorgevel van een hoofdgebouw bedraagt minimaal 3 meter. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevelrooilijn en de openbare weg bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen elders bedraagt maximaal 2 meter; 14
c. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 8 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter. 4.3
Nadere eisen
4.3.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.3.2 Voorwaarden De in artikel 4.3.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gronden in verband met calamiteiten. 4.4
Afwijken van de bouwregels
4.4.1 Hoofdgebouwen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 4.2.2 sub a, mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden. 4.4.2 Bijbehorende bouwwerken Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 4.2.3 sub a voor een goot- en bouwhoogte die maximaal de op de verbeelding aangegeven maat bedragen, mits het bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd binnen het bouwvlak; b. artikel 4.2.3 sub b voor een kortere afstand tot op de voorgevelrooilijn. 4.4.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 4.2.4 sub c tot een hoogte van maximaal 10 meter; b. artikel 4.2.4 sub d tot een hoogte van maximaal 10 meter. 4.4.4 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in de artikelen 4.4.1, 4.4.2 en 4.4.3 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 4.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. detailhandel in volumineuze goederen; b.
detailhandel in en opslag van brand- en explosiegevaarlijke stoffen; c. het gebruik van achtererven als terras en/of speeltuin en voor opslag; d. het gebruik van de verdieping(en) van gebouwen voor bedrijfsmatige activiteiten, detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke activiteiten en kantoren. 4.6
Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1 Afwijken gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 4.1 sub a voor de uitoefening van een bedrijfsactiviteit die voorkomt in een hogere categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, mits deze activiteit naar haar aard en invloed op de 15
omgeving kan worden gelijkgesteld met een krachtens artikel 4.1 sub a ter plaatse toegelaten categorie bedrijfsactiviteiten; b. artikel 4.1 sub a voor de uitoefening van een bedrijfsactiviteit die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten is genoemd, mits deze activiteit naar haar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met een krachtens artikel 4.1 sub a ter plaatse toegelaten categorie bedrijfsactiviteiten; c. artikel 4.5 sub c voor het gebruik van achtererven als terras en/of speeltuin en voor opslag; d. artikel 4.5 sub d voor het vestigen van een andere functie dan wonen op de eerste verdieping, mits: <0000> het uit een oogpunt van volkshuisvesting aanvaardbaar is om de woonfunctie van het betreffende deel van het gebouw op te heffen; <0000> de functie op de verdieping een verruiming betreft van het oppervlak van de functie ter plekke op de begane grond. 4.6.2 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 4.6.1 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; c.
een milieudeskundige is gehoord met betrekking tot de vraag of aan de in dat artikel genoemde criteria voor het toepassen van de afwijkingsbevoegdheid is voldaan.
16
Artikel 5 Groen 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. plantsoenen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, beplanting, parken, bermstroken en bermsloten; b. waterpartijen, watergangen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; c. (voet- en fiets)paden, bruggen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, nutsvoorzieningen en geluidwerende voorzieningen; d. voorwerpen van beeldende kunst en gedenktekens. 5.2 Bouwregels Op de gronden mogen, met in achtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. niet voor bewoning bestemde gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de oppervlakte van een gebouw bedraagt maximaal 15 m²; b. de bouwhoogte van een gebouw bedraagt maximaal 3,5 meter. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten bedraagt maximaal 8 meter; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 4 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter. 5.3
Nadere eisen
5.3.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van gebouwen ten opzichte van de perceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.3.2 Voorwaarden De in artikel 5.3.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gronden in verband met calamiteiten. 5.4
Afwijken van de bouwregels
5.4.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 5.2.2 sub a tot een hoogte van maximaal 15 meter; b. artikel 5.2.2 sub c tot een hoogte van maximaal 5 meter. 5.4.2 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 5.4.1 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. de landschappelijke, natuurwetenschappelijke en/of cultuurhistorische waarden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
17
5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Afwijken gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 5.1 voor het realiseren van jongerenontmoetingsplaatsen; b. artikel 5.1 voor het gebruiken van maximaal 10% van het bestemmingsvlak voor parkeervoorzieningen. 5.5.2 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 5.5.1 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. de landschappelijke, natuurwetenschappelijke en/of cultuurhistorische waarden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
18
Artikel 6 Horeca 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horecabedrijven die voorkomen in de categorieën 1 tot en met 5 van de Staat van Horeca-activiteiten; b. de huisvesting van personen in een woning; c. aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; d. parkeervoorzieningen, tuinen, erven, paden, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 6.2 Bouwregels Op de gronden mogen, met in achtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'erf' mogen uitsluitend bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, behorende bij het hoofdgebouw op hetzelfde bouwperceel; c. op gronden buiten het bouwvlak en zonder aanduiding 'erf' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd; d.
de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen op ieder bouwperceel bedraagt maximaal het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het maatvoeringsvlak; e. indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, bedraagt de bebouwde oppervlakte van de gronden binnen het bouwvlak maximaal 100%; f. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen op gronden ter plaatse van de aanduiding 'erf' bedraagt op ieder bouwperceel maximaal 50% met een maximum van 250 m². 6.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw bedragen maximaal de op de verbeelding aangegeven maat; b. de voorgevel van een hoofdgebouw is georiënteerd op de op de verbeelding aangegeven gevellijn, daar waar een dergelijke lijn is aangegeven. 6.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de goot- en bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bedragen maximaal 3,2 meter respectievelijk 5 meter; b. de afstand tussen een bijbehorend bouwwerk en (het verlengde van) de voorgevel van een hoofdgebouw bedraagt minimaal 3 meter. 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevelrooilijn en de openbare weg bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen elders bedraagt maximaal 2 meter; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 8 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter. 6.3
Nadere eisen
19
6.3.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.3.2 Voorwaarden De in artikel 6.3.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gronden in verband met calamiteiten. 6.4
Afwijken van de bouwregels
6.4.1 Hoofdgebouwen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 6.2.2 sub a, mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden. 6.4.2 Bijbehorende bouwwerken Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 6.2.3 sub a voor een goot- en bouwhoogte die maximaal de op de verbeelding aangegeven maat bedragen, mits het bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd binnen het bouwvlak; b. artikel 6.2.3 sub b voor een kortere afstand tot op de voorgevelrooilijn. 6.4.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 6.2.4 sub c tot een hoogte van maximaal 10 meter; b. artikel 6.2.4 sub d tot een hoogte van maximaal 10 meter. 6.4.4 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in de artikelen 6.4.1, 6.4.2 en 6.4.3 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 6.5
Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1 Afwijken gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 6.1 voor een horeca-activiteit die voorkomt in een hogere categorie van de Staat van Horeca-activiteiten, mits deze activiteit naar haar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de krachtens artikel 6.1 ter plaatse toegelaten categorie horeca-activiteiten; b. artikel 6.1 voor een horeca-activiteit die niet in de Staat van Horeca-activiteiten is genoemd, mits deze activiteit naar haar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de krachtens artikel 6.1 ter plaatse toegelaten categorie horeca-activiteiten; 6.5.2 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6.5.1 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; c. een milieudeskundige is gehoord met betrekking tot de vraag of aan de in dat artikel genoemde criteria voor het toepassen van de afwijkingsbevoegdheid is voldaan. 20
Artikel 7 Maatschappelijk 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke activiteiten; b. detailhandel en horeca als ondergeschikte nevenactiviteit bij de ter plaatse uitgeoefende activiteiten; c. parkeervoorzieningen, tuinen, erven, paden, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 7.2 Bouwregels Op de gronden mogen, met in achtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'erf' mogen uitsluitend bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, behorende bij het hoofdgebouw op hetzelfde bouwperceel; c. op gronden buiten het bouwvlak en zonder aanduiding 'erf' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd; d.
de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen op ieder bouwperceel bedraagt maximaal het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het maatvoeringsvlak; e. indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, bedraagt de bebouwde oppervlakte van de gronden binnen het bouwvlak maximaal 100%; f. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen op gronden ter plaatse van de aanduiding 'erf' bedraagt op ieder bouwperceel maximaal 50% met een maximum van 250 m². 7.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw bedragen maximaal de op de verbeelding aangegeven maat; b. de voorgevel van een hoofdgebouw is georiënteerd op de op de verbeelding aangegeven gevellijn, daar waar een dergelijke lijn is aangegeven. 7.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de goot- en bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bedragen maximaal 3,2 meter respectievelijk 5 meter; b. de afstand tussen een bijbehorend bouwwerk en (het verlengde van) de voorgevel van een hoofdgebouw bedraagt minimaal 3 meter. 7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevelrooilijn en de openbare weg bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen elders bedraagt maximaal 2 meter; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 8 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter. 7.3
Nadere eisen
7.3.1
Nadere eisen 21
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.3.2 Voorwaarden De in artikel 7.3.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gronden in verband met calamiteiten. 7.4
Afwijken van de bouwregels
7.4.1 Hoofdgebouwen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 7.2.2 sub a, mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden. 7.4.2 Bijbehorende bouwwerken Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 7.2.3 sub a voor een goot- en bouwhoogte die maximaal de op de verbeelding aangegeven maat bedragen, mits het bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd binnen het bouwvlak; b. artikel 7.2.3 sub b voor een kortere afstand tot op de voorgevelrooilijn. 7.4.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 7.2.4 sub c tot een hoogte van maximaal 10 meter; b. artikel 7.2.4 sub d tot een hoogte van maximaal 10 meter. 7.4.4 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in de artikelen 7.4.1, 7.4.2 en 7.4.3 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
22
Artikel 8 Recreatie 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin': uitsluitend volkstuinen; b. wegen, paden, parkeervoorzieningen, water, groenvoorzieningen, tuinen, erven, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, andere voorzieningen ten dienste van de bestemming en nutsvoorzieningen. 8.2 Bouwregels Op de gronden mogen, met in achtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. niet voor bewoning bestemde gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 8.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, bedraagt de bebouwde oppervlakte van de gronden binnen het bouwvlak maximaal 100%; c. het bepaalde onder a geldt niet voor het bouwen van een materiaalberging of kas; d. per volkstuin mogen maximaal één materiaalberging en maximaal één kas worden gebouwd. 8.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen, gelden de volgende bepalingen: a. de goot- en bouwhoogte van een gebouw bedragen maximaal de op de verbeelding aangegeven maat; b. de bouwhoogte van een materiaalberging of kas bedraagt maximaal 2,5 meter; c.
de oppervlakte van een materiaalberging of kas bedraagt maximaal 6 m². 8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevelrooilijn en de openbare weg bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen elders bedraagt maximaal 2 meter; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 8 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter. 8.3
Nadere eisen
8.3.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van gebouwen ten opzichte van de perceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 8.3.2 Voorwaarden De in artikel 8.3.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gronden in verband met calamiteiten. 8.4
Afwijken van de bouwregels
8.4.1 Gebouwen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: 23
a. artikel 8.2.2 sub a, mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden. 8.4.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 8.2.3 sub c tot een hoogte van maximaal 10 meter; b. artikel 8.2.3 sub d tot een hoogte van maximaal 10 meter. 8.4.3 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in de artikelen 8.4.1 en 8.4.2 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 8.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. overnachten.
24
Artikel 9 Sport 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van sportactiviteiten; b. sport- en speelvelden; c. horeca als ondergeschikte nevenactiviteit bij de ter plaatse uitgeoefende activiteiten; d. wegen, paden, parkeervoorzieningen, water, groenvoorzieningen, tuinen, erven, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, andere voorzieningen ten dienste van de bestemming en nutsvoorzieningen. 9.2 Bouwregels Op de gronden mogen, met in achtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. niet voor bewoning bestemde gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 9.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen op ieder bouwperceel bedraagt maximaal het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het maatvoeringsvlak; c. indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak. 9.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goot- en bouwhoogte van een gebouw bedragen maximaal de op de verbeelding aangegeven maat.
9.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter; b. de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten bedraagt maximaal 15 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 4 meter. 9.3
Nadere eisen
9.3.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van gebouwen ten opzichte van de perceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 9.3.2 Voorwaarden De in artikel 9.3.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gronden in verband met calamiteiten. 9.4
Afwijken van de bouwregels
9.4.1 Gebouwen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 9.2.2 sub a, mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden.
25
9.4.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 9.2.3 sub c tot een hoogte van maximaal 10 meter. 9.4.3 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in de artikelen 9.4.1 en 9.4.2 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
26
Artikel 10 Tuin 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen, behorende bij de op hetzelfde of het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouwen; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - schuur': tevens de opslag en berging van goederen en stoffen, de stalling van vervoermiddelen en/of het hobbymatig houden van dieren; c. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. 10.2 Bouwregels Op de gronden mogen, met in achtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. niet voor bewoning bestemde gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 10.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen op ieder bouwperceel bedraagt maximaal het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het maatvoeringsvlak; c. indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak. 10.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goot- en bouwhoogte van een gebouw bedragen maximaal de op de verbeelding aangegeven maat.
10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevelrooilijn en de openbare weg bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen elders bedraagt maximaal 2 meter; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 8 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter. 10.3
Nadere eisen
10.3.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van gebouwen ten opzichte van de perceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 10.3.2 Voorwaarden De in artikel 10.3.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gronden in verband met calamiteiten. 10.4
Afwijken van de bouwregels
10.4.1 Gebouwen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in:
27
a. artikel 10.2.2 sub a, mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden. 10.4.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 10.2.3 sub c tot een hoogte van maximaal 10 meter; b. artikel 10.2.3 sub d tot een hoogte van maximaal 10 meter. 10.4.3 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in de artikelen 10.4.1 en 10.4.2 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 10.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen en kampeermiddelen; b. het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen; c. het gebruik van gronden voor reclamedoeleinden.
28
Artikel 11 Verkeer 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, bruggen, straten en paden; b. ter plaatse van de aanduiding 'garage': uitsluitend garageboxen bedoeld voor de stalling van vervoermiddelen dan wel als huishoudelijke berg- en werkruimte;; c. bij deze doeleinden behorende voorzieningen zoals pleinen, terrassen, markten, standplaatsen, parkeervoorzieningen, groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, sport- en speelvoorzieningen, jongerenontmoetingsplaatsen, straatmeubilair, geluidwerende voorzieningen, kiosken, afvalverzamelvoorzieningen, reclame-uitingen, voorwerpen van beeldende kunst en gedenktekens. 11.2 Bouwregels Op de gronden mogen, met in achtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. niet voor bewoning bestemde gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 11.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen op ieder bouwperceel bedraagt maximaal het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het maatvoeringsvlak; c.
indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak; d. het bepaalde onder a geldt niet voor gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen met een oppervlakte van maximaal 15 m². 11.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goot- en bouwhoogte van een gebouw bedragen maximaal 3,5 meter, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven; b. ter plaatse van de aanduiding 'garage' bedraagt de breedte van een garagebox maximaal 3,5 meter. 11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten bedraagt maximaal 8 meter; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 4 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter. 11.3