AGEndapunt 11. Nieuwe Rijksweg 2D 's-Heer Hendrikskinderen Toelichting
Tekst van het document
Aantal
koop, huis, vrijstaand koop, huis, tussen/hoek huur, huis, sociale huur TOTAAL
7 14 9
verkeersgeneratie per verkeersgeneratie totaal woning 7,8 - 8,6 54,6 - 60,2 7,0 - 7,8 98,0 - 109,2 5,2 - 6,0 46,8 - 54,0 199,4 - 223,4
De berekende verkeersgeneratie van het plan bedraagt tussen de 199,4 en 223,4 voertuigbewegingen per etmaal. Dit voldoet aan de gemeentelijke norm voor erftoegangswegen binnen de bebouwde kom en buiten de stad Goes van maximaal 2.500 motorvoertuigen per etmaal (leefbaarheidsindicator). De ontsluiting van het gebied vindt plaats op de Jacoba van Beierenstraat ter hoogte van de oneven nummers 15 t/m 21 richting de Nieuwe Rijksweg. De Jacoba van Beierenstraat heeft een intensiteit van circa 300 motorvoertuigen per etmaal. Met de nieuwe ontwikkeling bedraagt de intensiteit circa 500 motorvoertuigen per etmaal. Dit blijft nog steeds ver beneden de norm van maximaal 2.500 motorvoertuigen per etmaal. De intensiteit ter plaatse van het wegvak tussen de N664 en de Deltaweg bedraagt 7.669 motorvoertuigen per etmaal. De ontwikkeling leidt tot een toename van slechts 3,1%. De ontwikkeling heeft daarmee geen negatieve effecten op de huidige verkeersafwikkeling van het omliggende wegennet.
Juust
33
Nieuwe Rijksweg 2D 's-Heer Hendrikskinderen
5.11
Externe veiligheid
De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen in de nabijheid van risicobronnen dienen te worden getoetst aan de genoemde regelgeving. Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Ook liggen er geen buisleidingen in of in de nabijheid van het plangebied waardoor gevaarlijke stoffen wordt vervoerd. De A58 ligt op afstand van ruim 2.200 meter. Over deze weg worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Op basis van het provinciaal beleid is geen nadere verantwoording nodig. De dichtstbij gelegen route voor het Basisnet Water ligt op een afstand van 9.000 meter. Ook hiervoor geldt dat er geen nadere verantwoording benodigd is. Op een afstand van bijna 600 meter loopt het spoortraject Sloehaven-Roosendaal West welke deel uitmaakt van het Basisnet. Over dit traject vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats.
Op basis van provinciaal beleid dient binnen een afstand van 1.500 meter vanaf het spoor waarover toxische stoffen worden vervoerd, voor ontwikkelingen een beperkte verantwoording groepsrisico plaats te vinden. Beperkte verantwoording groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Het plangebied wordt via een interne ontsluiting op de Jacoba van Beierenstraat ontsloten. Ook is het plangebied bereikbaar via de parallelweg van de N664. Daarmee is het plangebied via twee zijden voor calamiteitendiensten te bereiken. In het plangebied is voldoende ruimte voor het opstellen van een blusvoertuig (straat en openbare parkeervoorzieningen). De watergang aan de noordzijde is vanaf het openbare gebied te bereiken. Zelfredzaamheid Gelet op het type woningen dat is voorzien (vrijstaande woningen, geschakelde woningen en rijwoningen) mag ervan uitgegaan worden dat de bewoners volledig zelfredzaam zijn. Kinderen worden beschouwd als vermindert zelfredzaam, maar daarbij mag ervan uit gegaan worden dat deze door ouders/verzorgers worden geholpen in geval van calamiteiten. Dit aspect vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
5.12
Kabels en leidingen
Tussen de Jacoba van Beierenstraat en de N664 ligt een leidingenstrook. Deze strook dient vrij gehouden te worden van bebouwing. Ter plaatse van de leidingenstrook zijn parkeerplaatsen voorzien.
5.13
Milieu Effect Rapportage
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een (aanmeldnotitie) vormvrije m.e.r.-beoordeling. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. is de activiteit 'stedelijk ontwikkelingsproject' opgenomen met een
Juust
34
Nieuwe Rijksweg 2D 's-Heer Hendrikskinderen
drempelwaarde van 100 hectare of 2.000 of meer woningen. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is mede afhankelijk van de aard en omvang van het project en het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. In onderhavig plan is sprake van het toevoegen van 30 woningen op een bebouwd perceel. De gemeente Goes heeft aangegeven dat met het toevoegen van woningen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Omdat de omvang van het project onder de drempelwaarde blijft, kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe is een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling voor projecten onder de drempelwaarde aan het college voorgelegd. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (zie Bijlage 7). Er is geen sprake van significante negatieve effecten. Het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) is daardoor niet nodig.
5.14
Conclusie
Alle relevante aspecten voor de kwaliteit van de leefomgeving zijn onderzocht. Deze aspecten vormen geen belemmering voor het voorgenomen plan.
Juust
35
Nieuwe Rijksweg 2D 's-Heer Hendrikskinderen
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische vormgeving
Planvorm
De plangrens volgt de betreffende perceelsgrenzen (kadastrale begrenzing). Er zijn twee bestemmingen opgenomen: de bestemming 'Wonen' en 'Verkeer'. Er is gekozen voor een globale planmethodiek. Binnen de woonbestemming zijn daarom ruime bouwvlakken opgenomen die gelijk lopen met de bestemmingsgrens. De voorgevels van de woningen dienen georiënteerd te worden op de voorgevellijn. Daarnaast is het aantal woningen, type woningen en de goot- en bouwhoogtes vastgelegd.
6.2
Toelichting op de bestemmingen
In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk,. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet. Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting. Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen weer.
Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status. De plangrens op de verbeelding in het onderhavige plan volgt de perceelgrenzen en de huidige bestemming 'Bedrijf' en 'Detailhandel'. Op de verbeelding zijn de bestemming 'Verkeer' en 'Wonen' opgenomen. Tevens zijn er maatvoeringen opgenomen. Dit betreft de goot- en bouwhoogte en het maximum aantal woningen. Daarnaast zijn de bouwaanduidingen 'vrijstaand' en 'aaneengebouwd' opgenomen. Ook is binnen één bouwvlak de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - sociale huur' opgenomen. Binnen de bestemming 'Wonen' is ook een gevellijn opgenomen ten behoeve van de gewenste oriëntatie van de voorgevels van de woningen. Regels Algemeen De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken.
De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: - Hoofdstuk 1 Inleidende regels - Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels - Hoofdstuk 3 Algemene regels - Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Juust
36
Nieuwe Rijksweg 2D 's-Heer Hendrikskinderen
Inleidende regels Begripsbepalingen en Wijze van meten De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten. Bestemmingsregels Artikel Verkeer De bestemming verkeer geldt ter plaatse van straten en paden. Daarnaast is de bestemming verkeer bedoeld voor bij verkeer horende voorzieningen zoals pleinen, parkeervoorzieningen, groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, sport- en speelvoorzieningen, straatmeubilair, geluidwerende voorzieningen, afvalverzamelvoorzieningen en voorwerken van beeldende kunst en gedenktekens. Artikel Wonen De bestemming 'Wonen' is opgenomen ter plaatse van de geplande woningen. De bestemming is verdeeld in drie vlakken. Ter plaatse van de geplande sociale huurwoningen is de functieaanduiding 'specifiek vorm van wonen - sociale huur' opgenomen. Hieraan is een regeling gekoppeld die waarborgt dat ter plaatse sociale huurwoningen worden gebouwd en in stand worden gehouden. Een sociale huurwoning betreft een huurwoning met een aanvangshuisprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a van de Wet op de huurtoeslag.
Per bouwvlak mogen de op de verbeelding aangegeven aantal woningen worden gebouwd. Op de bouwpercelen aan de oostzijde van het plangebied mogen vrijstaande woningen worden gebouwd, op de andere percelen enkel aaneengebouwde woningen. De goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk maximaal 6 en 10 meter. Aan de westkant van het plangebied is een hoogte-accent mogelijk in de vorm van een plat dak tot een bouwhoogte van 10 meter. Het voornemen is om een deel van de woningen te voorzien van een lessenaarsdak. Bij een dergelijk dak is er slechts aan één zijde sprake van een goothoogte. Voor de bovenzijde van de lessenaarsdak geldt de hoogte van de toegestane bouwhoogte. Artikel Waarde - Archeologie 1 De gronden die zijn aangewezen als archeologisch waardevol gebied hebben de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1'. Deze gronden zijn primair bestemd voor het behoud van het ter plaatse aanwezige archeologisch waardevol gebied en van de ter plaatse aanwezige vindplaatsen, niet zijnde beschermd van rijkswege. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijv. ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen.
Algemene bouwregels Dit artikel bevat een aantal algemene bepalingen ten aanzien van het overschrijden van de bouwgrenzen van verschillende bij gebouwen horende elementen zoals galerijen, balkons, liftkokers, afdaken en erkers mits de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt. Daarnaast zijn in dit artikel regels ten aanzien van parkeergelegenheid laad - en losruimte opgenomen. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken. Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken van de maximum toegestane bouwhoogte en voor het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bouwgrenzen voor zover dit voor een praktische uitvoering van het plan noodzakelijk is.
Juust
37
Nieuwe Rijksweg 2D 's-Heer Hendrikskinderen
Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden, zoals het overschrijden van bestemmingsgrenzen. Algemene procedureregels Dit artikel bevat algemene procedureregels voor het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 9. Overgang- en slotregels In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.
Juust
38
Nieuwe Rijksweg 2D 's-Heer Hendrikskinderen
Hoofdstuk 7 7.1
Handhaving
Inleiding
De gemeenteraad heeft tot taak bestemmingsplannen vast te stellen voor het grondgebied van de gemeente. In elk bestemmingsplan wordt het door de gemeente gewenste ruimtelijke beleid voor een bepaald gebied vertaald. Een nieuw bestemmingsplan legt de bestaande ruimtelijke kaders vast en bepaalt de grenzen waarbinnen planologische ontwikkelingen mogelijk zijn. Het biedt de gemeente een actueel beleidsmatig en juridisch toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven in een specifiek gebied. Om de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde leefomgeving te behouden en te verbeteren, is het noodzakelijk dat na het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan ook zorg gedragen wordt voor de handhaving daarvan. Het uitblijven van handhavend optreden tegen de overtreding van regels die in een bestemmingsplan worden gesteld aan de bebouwing en inrichting van gronden, leidt tot rechtsongelijkheid en vermindert het vertrouwen van de burger in het gemeentebestuur.
7.2
Handhaving bestemmingsplannen
Onder handhaving wordt verstaan het nemen van maatregelen om de naleving van wettelijke voorschriften te bevorderen. Handhaving betreft dus niet alleen het daadwerkelijk repressief optreden tegen overtreders met behulp van sanctiemiddelen. Daaraan voorafgaand is het gewenst dat er heldere en hanteerbare regels zijn, het verschaffen van inzicht in die regels - zodat een ieder het vanzelfsprekend acht zich aan de gestelde norm te houden - en het houden van toezicht op de naleving ervan. Een eerste vereiste voor een goede handhaving is derhalve een bestemmingsplan met handhaafbare regels. Dat wil zeggen regels die zodanig zijn opgesteld dat deze in de toetsingspraktijk goed hanteerbaar zijn. Voorlichting en preventief optreden vormen de basis voor een effectief handhavingsbeleid. Een goede informatievoorziening draagt bij aan een verbetering van de naleving van bestemmingsplannen. Hoewel sanctionering in de meest optimale situatie niet nodig zou moeten zijn, zullen zich in de praktijk altijd gevallen voordoen waarin achteraf opgetreden moet worden tegen illegale situaties. In veel gevallen besluit het college van burgemeester en wethouders een overtreding gedwongen te laten beëindigen en daartoe zonodig wettelijke dwangmiddelen te gebruiken, zoals het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom.
7.3
Handhavingsbeleid
De doelstelling van handhaving is het bereiken van goede naleving van wettelijke regels. Handhaving is een beginselplicht, welke door middel van het voeren van een transparant beleid ingezet moet worden als instrument voor de naleving van de regels, om hiermee een leefbare en veilige woonomgeving te garanderen voor de inwoners van de gemeente. Het bureau Toezicht en Handhaving van de afdeling Vergunningen en Handhaving is, namens het college, belast met het toezicht op de naleving van onder meer de ruimtelijke regelgeving. Deze taak wordt zo veel mogelijk consistent en stelselmatig uitgevoerd, zodat aan de beginselen van behoorlijk bestuur zoals rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en zorgvuldigheid kan worden voldaan. Daarvoor is het nodig handhavingsbeleid vast te stellen. Het handhavingsbeleid is, zoals vele andersoortige beleidsvelden, altijd in beweging. Met behulp van monitoring wordt periodiek geëvalueerd en wordt zonodig het beleid bijgesteld. Het Goese handhavingsbeleid kent een planning&control-cyclus van 4 jaar, waarbij jaarlijks een handhavingsuitvoeringsprogramma wordt vastgesteld. In juni van 2008 heeft het gemeentebestuur van Goes het meest recente handhavingsbeleid, de nota integraal handhavingsbeleid 2008-2012, vastgesteld. Het vastgestelde handhavingsbeleid is erop gericht om zo veel mogelijk integraal te handhaven.
Juust
39
Nieuwe Rijksweg 2D 's-Heer Hendrikskinderen
7.4
Opleggen sancties
Wanneer een overtreding niet vrijwillig wordt beëindigd, wordt doorgaans gekozen voor het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom om een overtreder te dwingen een illegale situatie te beëindigen. Deze bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen hebben een reparatoir karakter en zijn met vele juridische waarborgen omkleed.
Juust
40
Nieuwe Rijksweg 2D 's-Heer Hendrikskinderen
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. In het onderhavige plan is sprake van een dergelijk bouwplan. Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. De ontwikkelkosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer, net als eventuele planschade. De ontwikkeling heeft geen negatieve financiële gevolgen voor de gemeente Goes.
Juust
41
Nieuwe Rijksweg 2D 's-Heer Hendrikskinderen
Hoofdstuk 9 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 9.1
Vooroverleg
Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan toegezonden aan de provincie, DNWG, VRZ en het waterschap.
9.2
Inspraak
De gemeente Goes heeft een inspraakverordening. Conform de verordening wordt een inspraakprocedure doorlopen. Tijdens deze terinzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld om een inspraakreactie in te dienen. Het resultaat van de inspraak is verwoord in een 'Nota inspraak en overleg'. Deze nota is als Bijlage 8 bij het bestemmingsplan gevoegd.
9.3
Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan
Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro jo afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.
Juust
42
Nieuwe Rijksweg 2D 's-Heer Hendrikskinderen
Goessestraatweg 17A, 4421 AD, Kapelle +31 (0) 85-9020222 • info@juust.nl
juust.nl