CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 11. Bijlagen bij toelichting

Beeldvormende raad 22 februari 2024, gemeente GoesBij agendapunt: Bestemmingsplan Bebouwde kom 's-Heer Hendrikskinderen3.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1

Adviesgroep AVIV BV Wethouder Beversstraat 185 7543 BK Enschede

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Project Datum

214541 17 mei 2021

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Project

214541

Datum

17 mei 2021

Auteur Review

B.A. Overvelde BSc BEd S.J.M. van Veldhoven mSc

Versie nr.

1

Opdrachtgever

Gemeente Goes M.A. de Ruijterlaan 2 4461 GE Goes

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 Risicobenadering ____________________________________________ 5 Besluit externe veiligheid transportroutes _________________________ 5 3 Uitgangspunten risicoberekeningen _______________________________ 9 Ligging plangebied en risicobronnen _____________________________ 9 Weg en spoor _____________________________________________ 10 Bebouwing ________________________________________________ 12 4 Resultaten weg _______________________________________________ 13 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 13 Groepsrisico_______________________________________________ 13 Plasbrandaandachtsgebied ___________________________________ 15 5 Resultaten spoor ______________________________________________ 16 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 16 Groepsrisico_______________________________________________ 16 Plasbrandaandachtsgebied ___________________________________ 18 6 Conclusies ___________________________________________________ 19 Weg _____________________________________________________ 19 Spoor ____________________________________________________ 19 Referenties _____________________________________________________ 20 Bijlage 1.

Gegevens bebouwing ____________________________________ 21

3

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

1 Inleiding De gemeente Goes is voornemens een bestemmingsplan vast te stellen voor ’s-Heer Hendrikskinderen. De locatie ligt binnen het invloedsgebied van een spoorroute en een wegroute waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Voor een goede ruimtelijke onderbouwing dienen de risico’s betreffende externe veiligheid in kaart te worden gebracht. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen aan weg en spoor gepresenteerd.

4

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

2 Normstelling externe veiligheid Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.

Besluit externe veiligheid transportroutes Het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is een risiconormering vastgesteld. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de regels opgenomen voor de ruimtelijke ordening [2]. Voor infrabesluiten zijn de regels vastgelegd in de Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten (de Beleidsregels) [3]. Op 1 april 2015 is het Basisnet volledig in werking getreden. Het basisnet bestaat uit een aangewezen aantal routes (wegen, spoorwegen en vaarwegen) waarop het mogelijk moet zijn en blijven om gevaarlijke stoffen te vervoeren. Het doel van het Basisnet is het vastleggen en waarborgen van een duurzame balans tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, de ruimtelijke omgeving en de veiligheid van mensen die wonen en werken langs de route. Het Basisnet stelt grenzen aan het risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, vaarwegen en spoorlijnen alsmede aan ruimtelijke ontwikkelingen langs die wegen, vaarwegen en spoorlijnen. Voor elke weg, spoorlijn en vaarweg die deel uitmaakt van het Basisnet, is vastgesteld hoeveel risico het vervoer van gevaarlijke stoffen over die weg, spoorlijn of vaarweg maximaal mag veroorzaken.

De basisnetroutes en deze zogenoemde “risicoplafonds” zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet [4].

5

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Het PR leent zich daarmee goed voor het vaststellen van een veiligheidszone tussen een route en kwetsbare bestemmingen zoals woonwijken. In tabel 1 wordt weergegeven welke normen voor het plaatsgebonden risico van toepassing zijn. Type object

Omgevingsbesluit

Kwetsbare objecten

Grenswaarde PR 10-6

Beperkt kwetsbare objecten

Richtwaarde PR 10-6

Tabel 1.

Normen plaatsgebonden risico

De grenswaarde moet te allen tijde in acht worden genomen, het bevoegd gezag mag niet van de grenswaarde afwijken. Voor de richtwaarde geldt dat uitsluitend in geval van zwaarwegende belangen (zoals economische) daarvan mag worden afgeweken. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes dienen de afstanden rechtstreeks getoetst te worden aan de risicoplafonds zoals die zijn vastgesteld in de Regeling Basisnet [4]. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van andere dan de basisnetroutes dienen de afstanden getoetst te worden aan de berekende 10-6 contour van het plaatsgebonden risico. In veel gevallen is een risicoberekening niet nodig en kan worden volstaan met het toepassen van de vuistregels uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (Hart) [5]. Groepsrisico Indien een plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, wordt in de toelichting bij het bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning in elk geval ingegaan op:  

De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die transportroute, en Voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die transportroute een ramp voordoet.

Als het groepsrisico door een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een transportroute meer dan 10% toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie en groter is dan 10% van de oriëntatiewaarde dient het groepsrisico te worden verantwoord. Dit wordt ook wel aangeduid als de verantwoordingsplicht groepsrisico. In de motivering bij het betrokken besluit moeten ten minste de volgende gegevens worden opgenomen:

6

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

1°. de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan of besluit wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen of een omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten zijn, en 2°. de als gevolg van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft; het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan of de vergunning wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde; de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan of de vergunning zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de vooren nadelen daarvan.

Oriëntatiewaarde

Figuur 1.

Voorbeeld groepsrisico transportroute

Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde activiteit, kortom de kans op een ramp. Het aantal personen dat in de omgeving van de route verblijft, bepaalt mede de hoogte van het GR. Het GR wordt weergegeven in een zogenaamde fN-curve, op de verticale as staat de cumulatieve kans per jaar f op een ongeval met N of meer slachtoffers en op de horizontale as het aantal slachtoffers. Figuur 1 geeft een voorbeeld.

7

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Het groepsrisico wordt bepaald per kilometer route en vergeleken met de oriëntatiewaarde. Deze waarde helpt het bevoegd gezag bij de afweging of de kans op een ramp opweegt tegen het maatschappelijk voordeel van het voorgenomen besluit. Het begrip oriëntatiewaarde houdt in dat het bevoegd gezag gemotiveerd kan besluiten een hogere kans op een ramp te accepteren.

8

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

3 Uitgangspunten risicoberekeningen Ligging plangebied en risicobronnen Figuur 2 toont de ligging van het plangebied en de risicobronnen in de omgeving. De relevante risicobronnen zijn de spoorlijn Sloehaven – Roosendaal West en de N256, die over gaat in de A256. De wijze waarop deze risicobronnen worden behandeld en de daarbij gehanteerde uitgangspunten worden in dit hoofdstuk beschreven.

Figuur 2.

Plangebied met risicobronnen

9

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Weg en spoor RBM Het risico van het transport over weg en spoor wordt berekend met het risicoberekeningsprogramma RBM II, versie 2.3 [6]. De berekening wordt uitgevoerd conform de Handleiding risicoanalyse transport [5]. Voor de berekening zijn de volgende gegevens nodig:  

De transportintensiteit gevaarlijke stoffen. Trajecteigenschappen zoals de uitstromingsfrequentie, de kans per voertuigkilometer dat een tankauto of spoorketelwagen met gevaarlijke stoffen betrokken raakt bij een ongeval zodanig dat er uitstroming van de stof optreedt. Het aantal personen dat langs de route blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval. De bevolkingsdichtheden worden aangegeven in vlakken met een uniforme dichtheid per vlak. Per vlak kan het veronderstelde aantal personen in de dag- en de nachtsituatie opgegeven worden. De meteorologische gegevens: hiervoor is weerstation Vlissingen gebruikt.

Trajecteigenschappen en transportintensiteit Weg Het plangebied ligt op 180 meter ten westen van de N256/A256. Zowel de N256 als de A256 zijn niet opgenomen in het basisnet. Voor de N256 wordt de standaard uitstroomfrequentie van een weg buiten de bebouwde kom gebruikt, te weten 3.6 10-7 per voertuigkilometer [5]. Voor de A256 wordt de standaard uitstroomfrequentie voor een snelweg gebruikt, te weten 8.3 10-8 per voertuigkilometer [5]. Voor de wegbreedte is uitgegaan van de standaardafstand van 10 m (N256) en 25 m (A256) tussen de buitenste kantstrepen van de buitenste rijstroken. Voor de transportintensiteit van de trajecten wordt uitgegaan van de gegevens die door de opdrachtgever zijn aangeleverd. Aangenomen wordt dat de transportintensiteit op het aansluitende deel van de A256 gelijk is aan dat op de N256. De transportintensiteit is weergegeven in tabel 2. Standaard wordt aangenomen dat 61% van het transport overdag plaatsvindt tussen 8:00 en 18:30 uur en alleen gedurende de werkweek. Voor de berekening van het groepsrisico wordt de bevolking geïnventariseerd binnen 880 m van de weg. Dit is het invloedsgebied van stofcategorie LT2.

10

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Stofcategorie

Transportintensiteit [1/jaar]

LF1

1.227

LF2

704

GF3

393

LT2

172

Tabel 2.

Transportintensiteit N256

Spoor De spoorlijn Sloehaven – Roosendaal West ligt op ca. 160 m ten zuiden van het plangebied. Het hier beschouwde deel van de spoorlijn betreft de deeltrajecten 11R en 11S. Gerekend is met de voorgeschreven vervoersintensiteiten conform bijlage 2 van de regeling Basisnet [4]. Deze worden getoond in tabel 3. Ook de zogenoemde warme/koude Bleveverhouding die is afgeleid uit de samenstelling van de vervoersstroom is een invoerparameter. Bij de risicoberekening wordt standaard aangenomen dat 29% van het transport overdag plaatsvindt tussen 8:00 en 18:30 uur evenredig verdeeld over de dagen van de week [5]. Een uitzondering daarop vormt het transport van chloor (stofcategorie B3) dat uitsluitend ’s nachts wordt vervoerd. Hoofdcategorie

Stofcat.

Voorbeeldstof

Aantal (deeltrajecten 11R en 11S)

Brandbaar gas

A

Propaan

10.300

Toxisch gas

B2

Ammoniak

600

B3

Chloor

Brandbare vloeistof

C3

Pentaan

2.700

0

Toxische vloeistof

D3

Acrylnitril

600

D4

Acroleïne

300

Warme/koude

A

Propaan

0.03

Bleve-verhouding

B2

Ammoniak

1.84

Tabel 3.

Vervoershoeveelheden cf. Regeling Basisnet

Beide deeltrajecten vallen in de breedtecategorie 0-24 m. De rekenbreedte is in dat geval 9 m [5]. In de risicoberekening wordt uitgegaan van de standaard uitstromingsfrequentie van 6.07 10-8 /skw-km (spoorketelwagenkilometer) voor een hoge snelheidstraject met wisseltoeslag. Voor een hoge snelheidstraject zonder wisseltoeslag wordt uitgegaan van 2.77 10-8 /skw-km. Verder geldt voor deze spoorlijn geen plasbrandaandachtsgebied (PAG). Tabel 4 toont de eigenschappen per trajectdeel.

11

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Trajectnummer

Breedtecategorie

Rekenbreedte

Wisseltoeslag

PAG

11R.1

0-24

9m

Nee

Nee

11S.1

0-24

9m

Ja

Nee

Tabel 4.

Eigenschappen per trajectdeel

Voor de berekening van het groepsrisico wordt de bevolking geïnventariseerd binnen 995 m (invloedsgebied stofcategorie B2) van het spoor. Het invloedsgebied van stofcategorie D4 is weliswaar meer dan 4 km maar bevolking buiten 995 m levert in de praktijk geen bijdrage meer aan de hoogte van het groepsrisico.

Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van weg en spoor is opgevraagd via de BAG-populatieservice [8]. In aanvulling hierop zijn gegevens van Ruimtelijkeplannen.nl geraadpleegd [7]. De gehanteerde uitgangspunten en modellering van de omgeving worden in meer detail beschreven in bijlage 1.

Overige risicobronnen Op 2 km ten zuidoosten van voor ’s-Heer Hendrikskinderen ligt de inrichting Bison International. De inrichting heeft een invloedsgebied van 2176 m. Het plan ligt buiten 1500 m (afkapgrens gifwolkscenario’s). De risicobron kan daarom verder buiten beschouwing worden gelaten.

12

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

4 Resultaten weg Plaatsgebonden risico In bijlage 1 van de regeling Basisnet zijn voor wegen behorende tot het Basisnet afstanden vastgelegd voor het zogeheten PR-plafond (de plaatsgebonden risicocontour 10-6). De N256 en A256 zijn niet opgenomen in het Basisnet. Voor het PR is gebruik gemaakt van de vuistregels uit de bijlage van de handleiding risicoanalyse transport [5]. In de vuistregels wordt onderscheid gemaakt tussen een snelweg en een weg buiten de bebouwde kom. Snelweg Voor een snelweg gelden de volgende vuistregels. Vuistregel 1: Een autosnelweg heeft geen 10-5-contour. Vuistregel 2: Wanneer het aantal GF3 transporten per jaar lager is dan 4000 heeft een autosnelweg geen PR10-6-contour. Het aantal GF3 transporten bedraagt 393 en ligt daarmee ruim onder de 4000. Dit betekent dat de A256 geen PR 10-6-contour heeft. Weg buiten bebouwde kom Voor een weg buiten de bebouwde kom gelden de volgende vuistregels. Vuistregel 1: Een weg buiten de bebouwde kom heeft geen 10-5-contour. Vuistregel 2: Wanneer het aantal GF3 transporten per jaar lager is dan 500 heeft een weg buiten de bebouwde kom geen PR10-6-contour. Het aantal GF3 transporten ligt onder de 500 en daarmee heeft de N256 geen PR 10-6contour.

Groepsrisico Tabel 5 toont de hoogte van het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Er is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor kleiner dan 0.01 betekent bijvoorbeeld dat het groepsrisico meer dan 100 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Situatie

Factor t.o.v. OW

N256/A256

<0.01

Tabel 5.

Groepsrisico N256/A256 als factor t.o.v. de oriëntatiewaarde (OW)

13

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Uit tabel 5 blijkt dat het groepsrisico voor de N256/A256 kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Het Bevt schrijft voor dat wanneer het groepsrisico onder 10% van de oriëntatiewaarde is, een verdere verantwoording van het groepsrisico niet noodzakelijk is (artikel 8, [2]). Volstaan kan worden met het ingaan op zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid (artikel 7, [2]). Figuur 3 toont de groepsrisicocurve van de N256/A256. Figuur 4 vat het berekeningsresultaat op een andere wijze samen. Het gedeelte van het traject dat het kilometervak met het maximale groepsrisico omvat, is weergegeven met een lichtblauwe kleur. Geel gemarkeerd is het ongevalspunt dat de grootste bijdrage levert aan het groepsrisico. Het plangebied is zwart omcirkeld.

Figuur 3.

Groepsrisico N256/A256 Oriëntatiewaarde Berekend GR

14

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Figuur 4.

Geografische weergave van het groepsrisico van de N256/A256 Deel van het traject dat het kilometervak met het hoogste groepsrisico omvat Ongevalspunt met de grootste bijdrage aan het groepsrisico van dit kilometervak Deel van het traject met groepsrisico 0.1 < GR < 1 keer de oriëntatiewaarde

Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied tot 30 m van de weg waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. De 30 m voor het PAG wordt gemeten vanaf de buitenste kantstrepen. Volgens artikel 10, eerste lid, onder a, van het besluit externe veiligheid transportroutes is er bij een weg die niet is aangewezen als onderdeel van het basisnet geen sprake van een PAG. De N256 en de A256 zijn geen onderdeel van het basisnet en daarmee is er geen sprake van een PAG.

15

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

5 Resultaten spoor Plaatsgebonden risico In bijlage 2 van de regeling Basisnet zijn voor spoorwegen afstanden vastgelegd voor de zogeheten veiligheidszone (de 10-6 plaatsgebonden risicocontour) [4]. Voor de hier beschouwde trajectdelen van de spoorlijn Sloehaven – Roosendaal West zijn deze afstanden opgenomen in tabel 6. Een afstand van 0 m betekent dat het plaatsgebonden risico (PR) vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op het midden van de spoorbundel niet meer mag bedragen dan 10 -6 per jaar. Het plangebied ligt op ca. 160 m van het midden van de spoorbundel. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling. PR 10-6

Trajectnr 11R.1

0m

11S.1

0m

Tabel 6.

PR10-6 afstanden

Groepsrisico Tabel 7 toont de hoogte van het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde voor de huidige en de toekomstige situatie. Er is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor 1.39 betekent dat het groepsrisico 1.39 keer groter is dan de oriëntatiewaarde. Figuur 5 toont de groepsrisicocurves.

Situatie

Factor t.o.v. OW

Spoor

1.39

Tabel 7.

Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)

Het groepsrisico is groter dan de oriëntatiewaarde. Het Bevt schrijft voor dat wanneer het groepsrisico groter is dan de oriëntatiewaarde een volledige verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is [2].

16

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Figuur 5.

Groepsrisico spoor Oriëntatiewaarde Huidige situatie

Figuur 6 vat het berekeningsresultaat op een andere wijze samen. Geel gemarkeerd zijn de ongevalspunten die de grootste bijdrage leveren aan het groepsrisico in de toekomstige situatie.

Figuur 6.

Geografische weergave groepsrisico toekomstige situatie Deel van het traject dat het kilometervak met het hoogste groepsrisico omvat Ongevalspunt met de grootste bijdrage aan het groepsrisico van dit kilometervak Deel van het traject met een groepsrisico groter de oriëntatiewaarde Deel van het traject met een groepsrisico kleiner dan de oriëntatiewaarde maar groter dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde Deel van het traject met een groepsrisico kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde

17

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied tot 30 m van het spoor waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. De 30 m voor het PAG wordt gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf van het buitenste doorgaande spoor. Voor de spoorlijn Sloehaven – Roosendaal West is geen PAG voorgeschreven.

18

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

6 Conclusies Weg Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico Het groepsrisico is kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde. De verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege kan blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In dit advies moet worden ingegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Plasbrandaandachtsgebied Voor de N256 en de A256 geldt geen plasbrandaandachtsgebied.

Spoor Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico Het groepsrisico is groter dan de oriëntatiewaarde. Een volledige verantwoording van het groepsrisico is noodzakelijk. Plasbrandaandachtsgebied Er is geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied.

19

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Referenties 1.

Ministerie VROM

2004

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, 250

2.

Ministerie I&M

2014

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Stb. 2013, 465

3.

Ministerie I&M

2015

Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten Stct. 2014, 25839

4.

Ministerie I&M

2014

Regeling Basisnet Stct. 2014, 8242

5.

Ministerie I&M

2017

Handleiding risicoanalyse transport (Hart), versie 1.2

6.

Ministerie I&M

2014

RBM II versie 2.3

7.

Geonovum

2021

www.ruimtelijkeplannen.nl

8.

Impuls Omgevings Veiligheid

2021

BAG-Populatieservice. Versie 2021-01. http://populatieservice.demis.nl/

9.

IOV

2018

Handleiding populatieservice versie 1.0. juli 2018

20

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Bijlage 1. Gegevens bebouwing Plangebied Figuur 7 toont de invulling van het plangebied zoals aangeleverd door de opdrachtgever. De aanwezige bevolking is opgevraagd met de BAG populatieservice [8]. Er zijn enkele wijzigingen en toevoegingen doorgevoerd aan deze BAG uitvraag zodat deze in overeenstemming komt met de invulling van het plangebied. Figuur 8 toont het plangebied met de vlakken die toegevoegd zijn aan de bebouwingsgegevens. In tabel 8 staan de specifieke aantallen van de bevolkingsvlakken. Bij het sportterrein, de volkstuin en de woningen is gerekend volgens de handleiding populatieservice [9]. Voor het bedrijf (vlak 2) is gerekend met een gemiddelde personeelsdichtheid van 40 personen per hectare [5]. Het sportveld is gemodelleerd als evenement met een dichtheid van 30 pers/ha gedurende 183 dagen per jaar met 8 uur aanwezigheid per dag en 4 uur per nacht. De volkstuin is gemodelleerd als evenement met een dichtheid van 50 pers/ha gedurende 134 dagen per jaar met 8 uur aanwezigheid per dag en 4 uur per nacht.

Figuur 7.

Invulling plangebied

21

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Figuur 8.

Toegevoegde bebouwing plangebied

Nummer

Soort bebouwing

Aantal aanwezig overdag

Aantal aanwezig ’s avonds/‘s nachts

1

Sport

80

80

2

Bedrijf

25

0

3

7 Woningen

8.4

16.8

4

6 Woningen

7.2

14.4

5

3 Woningen

3.6

7.2

6

7 Woningen

8.4

16.8

7*

Volkstuin

32

32

8

10 Woningen

12

24

9

2 Woningen

2.4

4.8

* alleen van toepassing voor de spoorroute Tabel 8.

Aantal toegevoegde personen plangebied

Omgeving De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de weg en het spoor is verkregen via de BAG-Populatieservice [8]. Voor de omzetting naar de inputfile voor RBM II zijn de standaardwaardes aangehouden als drempelwaarden voor alle functies. Boven deze waarde wordt bevolking geleverd in

22

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

polygonen (vlakken), beneden deze waarde wordt bevolking verdeeld over een bevolkingsgrid met een gridgrootte van 50x50 m. Op basis van informatie op ruimtelijkeplannen.nl zijn voor de berekeningen een aantal bevolkingsvlakken toegevoegd [7]. De locatie van deze terreinen is weergegeven in figuur 9. De bijbehorende bevolkingsaantallen zijn weergegeven in tabel 9. Figuur 10 toont de BAGpandselectie.

Figuur 9.

Toegevoegde bebouwing buiten het plangebied

Nummer

Soort bebouwing

Aantal aanwezig overdag

Aantal aanwezig ’s avonds/‘s nachts

1*

Woonwagens

25.2

50.4

2

Volkstuin

54

54

3**

2 kantoorpanden

318

65

* alleen van toepassing voor de wegroute ** alleen van toepassing voor de spoorroute Tabel 9.

Aantal toegevoegde personen buiten plangebied

23

Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

Figuur 10. BAG-pandselectie

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13800692/1