CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 11. Bestemmingsplan Westerschans fase 2 ontwerp

Debatraad 11 november 2021, gemeente GoesBij agendapunt: Bestemmingsplan Westerschans fase 2.20.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

13 Resp. Weerts 2003; Weerts & Busschers 2003.

35

ARTEFACT! RAPPORT 345

GOES – DE WESTERSCHANS

Afbeelding 16 Resultaten booronderzoek.

36

ARTEFACT! RAPPORT 345

4

Conclusie en Advies

4.1

Conclusie

GOES – DE WESTERSCHANS

Het doel van het inventariserend veldonderzoek was om de opgestelde archeologische verwachting middels verkennende boringen te toetsen. Voorafgaand aan het veldonderzoek werd op basis van de beschikbare gegevens van de geologische situatie verwacht dat de meest westelijke boringen (boringen 1,2 en 3) niet meer op de getijdengeul zouden liggen, maar in het naastgelegen komgebied (klei-op-veen). Dit bleek onjuist. Hoewel in boring 1 (als enige boring) weliswaar veen werd aangetroffen, wordt het veenpakket ingesneden door een zandige en goed ontwikkelde getijdengeul. De getijdengeul (getij-inversierug) loopt dus minimaal 100 m verder door naar het westen dan eerder verondersteld op basis van de beschikbare informatie over de bodemopbouw op deze locatie. In de meest oostelijke boringen (langs het kanaal) bestaat de ondergrond uit slappe verlandingsafzettingen, al dan niet overgaand naar zandige geulafzettingen. Dit betekent dat het gehele plangebied op de voormalige getijdengeul ligt. De kans op het aantreffen van vindplaatsen ouder dan de Middeleeuwen wordt laag geacht gezien de aard van de aangetroffen afzettingen. Het Laagpakket van Wormer werd vanwege de grote diepteligging niet aangeboord. De verwachting voor dit niveau, voor het Neolithicum, blijft echter onveranderd laag.

De verwachting op het aantreffen van vindplaatsen uit de Bronstijd, IJzertijd of Romeinse Tijd komt, gezien de sterke erosie van het Hollandveen Laagpakket te vervallen, uitgezonderd het uiterste zuidwesten van het plangebied (boring 1) waar voor de onderzijde van dit laagpakket een lage verwachting voor de Bronstijd blijft gelden. De aard van de aangetroffen afzettingen (Laagpakket van Walcheren), afkomstig van een dan nog actief en verlandende kreek, en het ontbreken van enige (bodem)horizonten maken dat de verwachting voor de Vroege Middeleeuwen bij te stellen naar laag. Voor de Late Middeleeuwen (zie §2.2.5, Fase 1 en 2) geldt dat op de intacte top van de geulafzettingen en de verlandingsafzettingen (inversierug, Laagpakket van Walcheren), nog een middelhoge verwachting blijft gelden, gelet op de ligging in de nabijheid van de oudste nederzetting van Goes. Dit is het geval in boringen 1, 2, 3, 9, 12, 14, 16, 23, 25 en 28. In boring 1, 2, 3, 14, 16 en 23 gaat het om geulafzettingen waarvan de intacte top aangetroffen is tussen 0,59 m +NAP en 1,08 m – NAP. Nergens liggen deze afzettingen hoger dan 1,60 m –mv. De intacte verlandingsafzettingen (boring 9, 12, 25 en 28) liggen aanmerkelijk hoger; de top is waargenomen tussen 1,39 en 1,08 m +NAP (0,70 – 1,90 m –mv). In algemene zin is de bodem in het plangebied sterk verstoord (zie tabel 1 en afbeelding 16).

De helft van de boringen is gestuit op ondoordringbaar puin en/of grind dat afkomstig is van recent gesloopte bebouwing en verharding. In het deel net ten noorden van de Ringbaan West is de afgelopen decennia grondig gesaneerd, waarbij de bodem plaatselijk tot 3,20 m –NAP is afgegraven. Boring 16 is geplaatst op de locatie van een gesloopt bedrijfspand direct ten noorden van de gesaneerde zone. Hier ligt het maaiveld circa 1 m lager en is de ondergrond tot een diepte van 1,00 m –NAP (1,40 m – mv) verstoord. In veel boringen reikt het verstoorde pakket tot in de natuurlijke geulafzettingen. In enkele boringen

37

ARTEFACT! RAPPORT 345

GOES – DE WESTERSCHANS

bevinden zich onder het verstoorde pakket antropogene lagen (d.w.z. geen [sub]recente verstoringen). In boringen 11, 17 en 21 zijn lagen zelas aangetroffen op een diepte vanaf 1,45 m +NAP. Hier waren in de periode 1400-1585 zoutketen gelegen die deel uitmaakten van de nijverheidszone Westzelke (zie §2.5.5, Fase 4). De hier aangetroffen zelas kan daarmee verband houden met hier gelegen zoutketen. Dit betekent dat in deze zone voor de periode 1400-1585 een hoge verwachting geldt. Ter plaatse van boring 21 lag in de periode 1800-1950 (zie §2.5.5, Fase 5) een meestoof. In deze boring is op een diepte van 0,82 m –NAP (2,60 m –mv) een donkerrode baksteen aangeboord; mogelijk betreft het een vloertje behorend tot dit gebouw. In de zone rond boring 21 geldt zodoende een hoge verwachting voor de periode 1800-1950. Direct langs het kanaal zijn in boringen 9, 12 en 25 in de voormalige geulafzettingen trajecten met puinfragmentjes, verbrande klei en/of houtskool. Mogelijk betreft het afval(dumps) dat samenhangt met de aanwezige (pre-)industriële/ambachtelijke activiteiten die in de directe omgeving plaatsvonden (zoutketen, meekrapstoven, e.d.). In deze zone geldt voor de periode 1400-1585 daarom een hoge verwachting.

Ten zuiden van de Ringbaan West zijn in boring 1, 2 en 3 onder de recent verstoorde bovenlaag , op een diepte vanaf 0,92 m +NAP (0,70 –mv) oudere opgebrachte/verstoorde pakketten waargenomen. Waarschijnlijk betreft het aan de vestingwerken te relateren lagen. Gelet op de locatie van deze boringen buiten de omwalling kan het ook gaan om grond na de opheffing van de vestingwerken (slechten van wallen en/of egalisaties) hier is terechtgekomen. Boringen 4 en 5 laten een diepreikende, gedempte geulvulling zien in de boorprofielen, waarmee de ligging van de voormalige vestinggracht bevestigd is.

4.2

Advies

In het middels het booronderzoek bijgestelde verwachtingsmodel en de bovenstaande conclusie, is het archeologische potentieel van het plangebied uiteengezet. De aanleiding tot het onderzoek is het voornemen om binnen het plangebied vier woongebouwen te realiseren, bestaande uit fase 1a, 1b en 2. Gelet op het gedifferentieerde beeld van het plangebied voor wat betreft de archeologische verwachting, de waargenomen bodemverstoringen en het reliëf in het maaiveld als gevolg van recente sloopwerk en saneringen, is het advies toegespitst per bouwfase binnen het projectplan en de aanleg van infrastructuur, zoals opgenomen in Bijlage 1. Het hieronder besproken advies per bouwfase van het plangebied is weergegeven op afbeelding 17. Voor het plangebieddeel ten zuiden van de Ringbaan West, waar aanleg van infrastructuur is voorzien, geldt dat hier uitsluitend nog een middelhoge verwachting aanwezig is voor de Late Middeleeuwen op het niveau van intacte geulafzettingen, die zijn aangetroffen in het uiterste zuidwestelijk deel (boring 1, 2 en 3, afbeelding 16) op een diepte vanaf 1,65 m –mv (0,55 m –NAP) en dieper. De verwachting is dat voor de aanleg/verbreding van de weg hier niet dieper dan ca. 1 m –mv zal worden gegraven. Dit betekent dat in dit plangebieddeel geen potentiële vindplaatsen bedreigd zullen worden en dat archeologisch vervolgonderzoek hier niet noodzakelijk wordt geacht.

Voor fase 1a en het daar direct ten zuiden geplande parkeerterrein en de ten westen en oosten geplande infrastructuur, geldt dat dit gebied grotendeels is gesaneerd (vm. gasfabriekterrein) en verstoord door aanleg en sloop van bedrijfspanden in recent verleden. Daarbij zijn veelal diepe (meer dan 1 m –mv) en in mindere mate ondiepe (minder dan 1 m –mv) verstoringen ontstaan. Voor dit plangebieddeel geldt dat hier voor de bouw van het wooncomplex (niet onderkelderd) en aanleg van

38

ARTEFACT! RAPPORT 345

GOES – DE WESTERSCHANS

infrastructuur max. ca. 1 m –mv verstoord zal worden. Rond boring 14 (afbeelding 16) geldt voor de hier aangetroffen intacte geulafzetting nog een middelhoge verwachting voor de Late Middeleeuwen op een diepte van 2,60 m –mv (0,60 m +NAP). Rond boringen 9, 11 en 12 geldt een hoge verwachting voor de periode 1400-1585. Dit niveau kan hier worden aangetroffen vanaf 1,90 m –mv (vanaf 1,10 m +NAP), waarbij moet worden opgemerkt dat door de saneringen die hier zijn uitgevoerd hier naar verwachting geen aansluitend intact niveau aanwezig is. Uitgaande van de hierboven genoemde diepte van de voorgenomen bodemingrepen van max. ca. 1 m –mv, is het zodoende niet aannemelijk dat bij de in dit plangebieddeel uit te voeren graafwerkzaamheden vindplaatsen bedreigd worden. Archeologisch vervolgonderzoek wordt voor fase 1a dan ook niet noodzakelijk geacht. In het centrale plangebieddeel fase 1b, zijn twee woongebouwen met daaronder een parkeergarage voorzien en ten westen daarvan een parkeerterrein en westelijk en oostelijk infrastructuur. De aanlegdiepte voor de parkeergarage is niet bekend. Voor de infrastructuur wordt ook hier uitgegaan van ingrepen tot 1 m –mv. Ook in dit plangebieddeel is de bodem verstoord door de aanleg en sloop van bedrijfsgebouwen in het verleden. Rond boring 21 geldt echter nog een hoge verwachting voor de periode 1800-1950.

Hier stond een meestoof waarvan mogelijk op een diepte van 2,60 m –mv (0,82 m –NAP) een restant is aangeboord. Eventuele resten kunnen echter ook ondieper aanwezig zijn. Zodoende wordt aanbevolen voor fase 1b om op de locatie van de graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 1 m – mv, in dit geval de aanleg van de parkeergarage, archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. In het noordelijk deel van het plangebied, fase 2, is een woongebouw voorzien waarvoor de exacte bodemingrepen nog niet bekend zijn. Aan de noord-, oost- en westzijde is infrastructuur voorzien (max. 1 m –mv). Rond boring 23, 25 en 28 geldt een middelhoge verwachting voor de intacte geul- en verlandingsafzettingen voor de Late Middeleeuwen en de periode 1400-1585 (boring 25). Dit niveau is bij het voorziene woongebouw gelegen op 1,10 m –mv (0,29 m +NAP) en ten oosten daarvan aanmerkelijk hoger: vanaf 0,70 m –mv (vanaf 1,29 m +NAP). Dit betekent dat indien hier ter plaatse van en rond de voorziene bebouwing fase 2 graafwerkzaamheden voorzien zijn die dieper reiken dan 0,30 m +NAP (plaatselijk vanaf 1,10 m –mv), archeologisch vervolgonderzoek is aanbevolen. Ten oosten daarvan, langs het havenkanaal, geldt dat indien voor hier dieper gegraven worden dan 1,30 m +NAP (plaatselijk vanaf 0,70 m –mv) archeologisch vervolgonderzoek is aanbevolen.

Voor de overige delen van fase 2 en omgeving geldt dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Bovenstaande adviezen per bouwfase gelden uitsluitend voor de genoemde dieptes van de bodemingrepen per fase. Indien eventueel in aangepaste plannen diepere ingrepen voorzien zijn, dient het advies te worden herzien. Het is wellicht mogelijk om potentiële archeologische niveaus te ontzien door voorafgaand aan bepaalde civieltechnische of bouwwerkzaamheden (bijv. voor de aanleg van infrastructuur) ophogingen aan te brengen. Indien dit van toepassing is, dient voor de potentiële archeologische niveaus de diepteligging t.o.v. NAP in acht te worden genomen, gelet op het reliëf in het maaiveld binnen het plangebied. Conform de AMZ-cyclus (Archeologische MonumentenZorg) dient een vervolgonderzoek in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) te worden uitgevoerd. Dergelijk onderzoek is gericht op het vaststellen van de daadwerkelijke aanwezigheid, de aard en de waarde van vindplaatsen. Indien graafwerkzaamheden een beperkte oppervlakte hebben, kan gekozen worden voor het archeologisch begeleiden van de werken. Het is echter aan het bevoegd

39

ARTEFACT! RAPPORT 345

GOES – DE WESTERSCHANS

gezag een besluit te nemen over het al dan niet uitvoeren van vervolgonderzoek en de vorm daarvan. Het is echter niet uit te sluiten dat voor die ingrepen waarbij geen vervolgonderzoek aanbevolen is desondanks toch relevante archeologische vindplaatsen in de bodem verborgen zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de toekomstige graafwerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet (2016). Om er voor te zorgen dat aan deze wettelijke plicht wordt voldaan bij het eventueel aantreffen van sporen en/of vondsten tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, wordt verzocht om navolgende tekst in het uitvoeringsbestek op te nemen: Archeologie Ondanks dat er bij het vooronderzoek geen behoudenswaardige archeologische waarden werden aangetroffen, is niettemin de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf- en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten.

Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de werkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten direct te melden bij de bevoegde overheid.

40

GOES – DE WESTERSCHANS

ARTEFACT! RAPPORT 345

Fase 2

Fase 1b

Fase 1a

Afbeelding 17 De bouwfasen 1a, 1b en 2 binnen het plangebied, waar op basis van de voorziene bodemingrepen archeologisch vervolgonderzoek wordt aanbevolen. Bron ondergrond: Kadaster, GBKN 2010.

41

ARTEFACT! RAPPORT 345

GOES – DE WESTERSCHANS

Bronnen Literatuur Boshoven, A., 2017. Verkennend bodemonderzoek Westerschans te Goes. Rapport T&PBD7666R003F0.1. Royal Haskoning DHV, Rotterdam. Horst, L.J. ter & J.A. van der Born, 2002. Evaluatierapport Grondsanering voormalige gasfabriek aan de Westhavendijk/Ringbaan West te Goes. Projectnummer 15251-106028. Oranjewoud, Goes. D’hondt F.G.R., 2016. Archeologisch Bureauonderzoek Goes. De historische stadskern, de voorstad en het havengebied, Artefact! Rapport 183, Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed, Zaamslag. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), 2016: versie 4.0, Stichting Infrastructuur en Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Provinciaal Blad van Zeeland, nr. 2704, 22 oktober 2014. Provincie Zeeland, 2e Rectificatie aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2014. Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 14 oktober 2014, houdende wijziging regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland. Provinciaal Blad van Zeeland 2017 nr. 605, 15 februari 2017. Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017.

Websites Bestemmingsplan Havengebied Goes: geraadpleegd op http://www.ruimtelijkeplannen.nl Geoloket Provincie Zeeland en Cultuurhistorische Hoofdstructuur: https://www.zeeland.nl/kaartenen-cijfers/kaarten

43

GOES – DE WESTERSCHANS

ARTEFACT! RAPPORT 345

Verklarende Woordenlijst Afkortingen –mv

beneden maaiveld

KNA

Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie

n. Chr.

na Christus

NAP

Nieuw Amsterdams Peil

v. Chr.

voor Christus

Woordenlijst Antropogeen

door menselijk handelen

Archis

het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Dit bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen, daterend van de Prehistorie tot de Nieuwe Tijd

Erosie

verzamelnaam voor processen die het aardoppervlak aantasten en los materiaal afvoeren. Dit vindt voornamelijk plaats door wind, ijs en stromend water

Geul

rivier- of kreekbedding

Holoceen

geologisch tijdvak, vroeger Alluvium genoemd, binnen het Quartair, van ongeveer 10.000 jaar geleden tot nu, met daarin o.a. het Mesolithicum, Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd, de Romeinse tijd en de historische tijd

In situ

bewaard gebleven op de oorspronkelijke plaats. Dit met name met betrekking tot onverstoorde archeologische sporen en vondsten

Moernering

veenafgraving, hoofdzakelijk ten behoeve van zoutwinning en de winning van brandstof (turf)

OM-nummer

Onderzoeksmeldingsnummer, het landelijk registratienummer ten behoeve van archeologisch onderzoek, uitgegeven door het Archeologisch Informatiesysteem (Archis)

Sediment

afzetting gevormd door bezinksel of neerslag

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10723189/1