Agendapunt 10b. Raadsvoorstel heroverweging lokale lasten nummer 939835 1
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering Agendapunt Zaaknummer Onderwerp
: : : :
10 november 2022
Portefeuillehouder Programma Opgesteld door: Afdeling
: :
S. Meulblok / S. Meulblok
:
Z22.130203 / D22.939835 Raadsvoorstel heroverweging lokale lasten
Mark de Schipper Concern
Gevraagd besluit In te stemmen met de heroverweging lokale lasten 2023, conform scenario 3 In te stemmen met de begrotingswijziging 2-2023 heroverweging lokale lasten Juridische grondslag Diverse artikelen in de gemeentewet. Aanleiding De begroting 2023 vormt het kader voor de belastingverordeningen 2023 die we in december van dit jaar ter besluitvorming gaan voorleggen aan de gemeenteraad. Op basis van bestaand beleid en nieuwe ontwikkelingen zoals het gemeentelijk rioleringsplan worden er aanvullende lastenverzwaringen doorgevoerd. Deze maken onderdeel uit van de meerjarenbegroting 2023. We zien dat de koopkracht van de inwoners onder druk staat. Naast de gemeentelijke lasten zien we ook ander lasten stijgen voor de inwoners door inflatie, stijgende energieprijzen en dergelijke. We kijken hierom kritisch naar de mogelijkheid om de lastenverzwaring voor de inwoners te beperken. Resultaat Het resultaat van het besluit is een aanpassing op begroting 2023. Argumenten De septembercirculaire heeft een positief effect op de meerjarenbegroting 2023. We stellen voor om dit te betrekken bij de heroverweging van de lokale lasten. In onderstaande tabel wordt het effect van de septembercirculaire op de begrotingssaldi weergegeven. Jaar
2023 2024 2025 2026
Netto mutatie septembercirculaire € 434.000 € 434.000 € 666.000 € 2.607.000
Saldo begroting 2023 € 373.000 € 2.309.000 € 4.338.000 € 68.000
Nieuw begroting saldo € 807.000 € 2.743.000 € 5.004.000 € 2.675.000
In de begroting 2023 laten de kengetallen zien dat de financiële houdbaarheid van onze gemeente onder druk staat. Dit zien we vooral terug in het laatste jaar van de meerjarenbegroting, 2026. Met een solvabiliteit van iets boven de 20%, een stijgende schuldquote en beperkte structurele begrotingsruimte is voorzichtigheid geboden. Daar staat tegenover dat de septembercirculaire ons, zeker meerjarig, wat financiële ruimte biedt. Deze extra ruimte is het grootst in 2026, het jaar waarin de begroting het kleinste positieve saldo laat zien. We stellen voor op basis van het bovenstaande nieuwe meerjaren perspectief de lokale lastenverzwaring te heroverwegen. De lastenverzwaring zoals die nu in de meerjarenbegroting 2023 is opgenomen bestaat uit meerdere onderdelen. We gaan kort in op de verschillende oorzaken: 1. Indexering 4,8% Uitgangspunt van begroting 2023 is een indexering van 4,8%. Deze passen we toe in de belastingen/heffingen die voor de inwoners de lokale lasten vormen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing
Agendapunt Pagina 2
2. Verhoging onroerendezaakbelasting € 500.000. In de begroting 2022 is een extra indexering van 5% onroerende zaakbelasting, boven op de gebruikelijke indexering, opgenomen voor het jaar 2023. Dit besluit wordt onderdeel van de tariefstelling onroerendezaakbelasting voor het komende jaar en zorgt daarmee voor een extra lastenverzwaring. 3. Verhoging afvalstoffenheffing € 290.000 Bij de behandeling van de begroting 2022 zaten we in de vergelijkbare situatie als dit jaar. Ook toen liet de septembercirculaire aanvullende financiële ruimte zien. Ook toen zijn de lokale lasten heroverwogen. In die heroverweging is ervoor gekozen om een lastenverzwaring van de afvalstoffenheffing van € 290.000 niet door te voeren. Deze lastenverzwaring bestond uit een hogere toerekening overhead en het toerekenen van de btw aan de afvalstoffenheffing (conform rioolheffing). Omdat er toen voor is gekozen dit eenmalig te doen, wordt de € 290.000 in 2023 wel onderdeel van de afvalstoffenheffing. 4. Gemeentelijk rioleringsplan Het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is recent ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd. Vanuit het GRP is scenario 1B in de begroting doorgevoerd. Dit scenario is een lastenverzwaring, gecombineerd met de indexering 2023, van ongeveer 28% voor de inwoners en bedrijven.
Voorstel heroverweging lastenverzwaring Een aantal van bovenstaande lastenverzwaringen komen voort uit bestaand beleid zoals we dat al jaren toepassen. De indexering van 4,8% en het werken met kostendekkende heffingen zijn daar voorbeelden van. We stellen voor om deze beleidsuitgangspunten te handhaven. We adviseren om bij de heroverweging lokale lasten de geraamde stijging van 5%, ongeveer € 500.000 structureel niet door te voeren in de tarieven onroerendezaakbelasting. Uitgangspunt bij de stijging van 5% was om dit toe te passen op zowel de tarieven voor woningen alsook die van niet-woningen. In het volgende onderdeel geven we drie scenario's weer op welke wijze we de geraamde stijging van de onroerendezaakbelasting van € 500.000 kunnen aanpassen. We stellen voor om dit te verwerken in de eerste begrotingswijziging 2023 en deze gelijk met de begroting 2023 en septembercirculaire 2022 aan te behandelen. De begrotingswijziging is als bijlage bij dit raadsvoorstel gevoegd. Ook is een bijlage een indicatie gegeven wat de heroverweging betekent voor de lokale lasten van een huishouden met een woning met een gemiddelde WOZ-waarde en een bedrijf met een WOZ-waarde van € 500.000. De precieze effecten kunnen iets afwijken maar die volgen uit de belastingverordeningen 2023 die we in december aan de raad voorleggen. Hierin worden de laatste cijfers vanuit Sabewa Zeeland verwerkt.
Drie scenario's verlaging raming onroerendezaakbelasting van € 500.000 voor woningen In de bijlage bij dit raadsvoorstel wordt het effect per scenario voor een woning eigenaar met een gemiddelde WOZ-waarde ter indicatie weergegeven. Zonder de heroverweging van de lokale lasten is het effect voor een eigenaar met een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in totaal een stijging van ongeveer 14,1%. Dit is het totaal van de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de onroerendezaakbelasting. Voor dit voorstel geven we inzicht op hoofdlijnen van de effecten. De exacte effecten kunnen we weergegeven bij het opstellen van de belastingverordeningen eind van dit jaar. Scenario 1: Uitgangspunt bij de stijging van de onroerendezaakbelasting van € 500.000 was een gelijke verdeling over de woningen en de niet-woningen. Dat zou betekenen dan voor beide categorieën een bedrag van ongeveer € 250.000 in mindering gebracht wordt op de heffing. Dat betekent dat de onroerendezaakbelasting voor woning eigenaren met ongeveer 5% afneemt. Voor de lokale lasten is het effect voor een eigenaar met een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in totaal een stijging van bijna 11,7%. Scenario 2: Het deel van de stijging van niet-woningen blijft gehandhaafd, dat is dus ongeveer € 250.000. Op de onroerendezaakbelasting van de woningen wordt € 500.000 in mindering gebracht.
Dat betekent dat de onroerendezaakbelasting voor woning eigenaren met ongeveer 10% afneemt. Voor de lokale lasten is het effect voor een eigenaar met een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in totaal een stijging van ongeveer 9,4%.
Agendapunt Pagina 3
Scenario 3 (voorkeursscenario): Dit scenario is grotendeels gelijk aan scenario 2. Op de onroerendezaakbelasting van de woningen wordt € 500.000 in mindering gebracht. Dat betekent dat de onroerendezaakbelasting voor woning eigenaren met ongeveer 10% afneemt. Voor de lokale lasten is het effect voor een eigenaar met een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in totaal een stijging van ongeveer 9,4%. Voor de stijging van de onroerendezaakbelasting maken we een verdeling over het gebruikersdeel en het eigenarendeel van de onroerendezaakbelasting. In dit scenario stellen we voor de stijging die nu in de begroting 2023 zit enkel door te voeren voor het eigenarendeel onroerendezaakbelasting nietwoningen. Dat betekent dat van de beoogde stijging van € 250.000 onroerendezaakbelasting nietwoningen enkel ongeveer € 125.000 wordt doorgevoerd in het eigenarendeel niet woningen. In totaal komt de lastenverlichting in de onroerendezaakbelasting uit op € 125.000. Overwegingen voor scenario 3 We zien dat de vier lastenverzwaringen zoals benoemd eerder in dit raadsvoorstel alle vier bij de inwoners van gemeente Goes terecht gaan komen. De niet-woningen worden niet geraakt door de derde lastenverzwaring, de verhoging afvalstoffenheffing van € 290.000. Dit maakt onder andere dat we adviseren om de mogelijkheid voor lastenverlichting vooral voor de inwoners in te zetten.
De huurder van onroerend goed (zijnde niet-woning) wordt dus niet rechtstreeks geraakt door een verhoging van de hogere onroerendezaakbelasting 2023. Kanttekeningen Door de septembercirculaire is de financiële druk op het jaar 2026 wat verlicht. Ook meerjarig ontstaat er nu meer financiële ruimte. Een kanttekening is dat met dit voorstel wordt financiële ruimte van het eerste begrotingsjaar 2023 nagenoeg volledig ingezet. Financiën In onderstaande tabel wordt de saldi van de meerjarenbegroting, gecorrigeerd met de septembercirculaire 2022 weergegeven en wordt het effect van de heroverweging lokale lasten op de begrotingssaldi weergegeven. In alle drie scenario's gaan we uit van een bedrag van € 500.000 onroerendezaakbelasting woningen dat op een of andere wijze niet wordt opgenomen in de begroting. Daarnaast wordt in het voorkeursscenario 3 ook het gebruikersdeel onroerendezaakbelasting voor niet-woningen met ongeveer € 125.000 verlaagd. Samen betekent dit een verlaging van € 625.000 Het effect op het begrotingssaldo staat weergegeven in onderstaande tabel. Jaar
2023 2024 2025 2026
Saldo begroting 2023 € 373.000 € 2.309.000 € 4.338.000 € 68.000
Gecorrigeerd begrotingssaldo na sept. circ. € 807.000 € 2.743.000 € 5.004.000 € 2.675.000
2e begrotingswijziging € 625.000 € 625.000 € 625.000 € 625.000
Nieuw begrotingssaldo € 182.000 € 2.118.000 € 4.379.000 € 2.050.000
Na verwerking van de septembercirculaire 2022 en dit voorstel heroverweging lokale lasten, laat de meerjarenbegroting in elk jaar nog steeds een positief begrotingssaldo zien. Duurzaamheid N.v.t. Communicatie & Participatie De communicatie richting de inwoners over dit onderwerp, loopt via de publicatie van de belastingverordeningen.
Uitvoering
Agendapunt Pagina 4
Na besluitvorming wordt de 2e begrotingswijziging van begroting 2023 verwerkt. Deze besluitvorming vormt het kader voor het opstellen van de verordening onroerendezaakbelasting. Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Goes,
mr. H.E. Schild Secretaris
drs. M. Mulder MSc. Burgemeester