Agendapunt 10. Toelichting
Tekst van het document
57
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Voor woningen met een gecumuleerde geluidbelasting boven de 53 dB voor wegverkeer exclusief correctie ex artikel 110g Wgh, dient met behulp van een gevelgeluidweringsonderzoek te worden onderzocht of deze woningen aan een binnenniveau van 33 dB kunnen voldoen. Invoergegevens geluidmodel Voor de berekening van de geluidbelasting is het geluidmodel gebruikt dat is opgesteld voor de akoestische rapportage Fasering Aria Goes, wegverkeerslawaai, van 3 oktober 2018. De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma Geomilieu versie 5.21. Het geluidmodel is naar aanleiding van dit vervolgonderzoek nogmaals gecheckt op de invoergegevens. Met betrekking tot verkeersintensiteiten zijn dezelfde verkeersintensiteiten aangehouden als in het rapport van 3 oktober 2018. Het betreft hierbij de geprognosticeerde verkeersintensiteiten van 2030. Voor de A58 geldt dat dit nog steeds de meest recente gegevens zijn volgens het Geluidregister van Rijkswaterstaat. De omgeving van de nieuw te realiseren bebouwing wordt gekenmerkt als akoestisch zacht (bodemfactor 1). Wegen en wateroppervlakken zijn ingevoerd als hard bodemgebied (bodemfactor 0). De hoogteverschillen rondom taluds en viaducten van de rijksweg zijn opgenomen in het rekenmodel. De gegevens hiervoor zijn afkomstig uit het geluidregister. De gebouwen zijn in de berekeningen zowel afschermend als reflecterend meegenomen.
Op de nieuwbouwwoningen zijn in het geluidmodel toetspunten op de gevels gelegd. Voor de berekeningen is uitgegaan van een waarneemhoogte van 1,5 meter (begane grond), 4,5 meter (eerste verdieping) en 7,5 meter (tweede verdieping). Voor elke volgende verdieping is de waarneemhoogte met 3 meter verhoogd. Resultaten Hieronder worden per gezoneerde weg worden de rekenresultaten weergeven. De rekenresultaten worden weergegeven inclusief aftrek ex artikel 110g uit de Wet geluidhinder. Een volledig overzicht van de berekeningsresultaten voor het wegverkeerslawaai is per weg opgenomen in de bijlage.
Nansenbaan Op één geveldeel binnen de geluidzone van de Nansenbaan wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. Tabel 2 toont de tien hoogst berekende geluidwaardes. De overschrijdingen vinden enkel plaats op toetspunt 118, op verschillende hoogtes. Dit toetspunt bevindt zich op de zuidelijke gevel van het rode gebouw dat wordt weergeven op afbeelding 4 Op toetspunt 118a_A is de geluidbelasting 50 dB inclusief 5 dB aftrek ex artikel 110g Wgh.
58
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Figuur 25: De toetspunten 118 en 118a (blauwe pijl) op de zuidelijke gevel van het rode gebouw met een geluidbelasting van 50 dB
N669 Binnen de zone van de N669 wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden aan de oostelijke gevels van twee zorgeenheden in het gebied Wals. Afbeelding 5 toont waar de overschrijdingen plaatsvinden. Tabel 3 toont de tien hoogst berekende geluidbelastingen op de gevels. De hoogst berekende geluibelasting is 57 dB inclusief 5 dB aftrek ex artikel 110g Wgh.
59
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Figuur 26: Overschrijding van de geluidbelasting als gevolg van de N669 (oranje gebouwen). De blauwe toetspunten geven weer waar overschrijding van de voorkeursgrenswaarde plaatsvindt
Rijksweg A58 Op meerdere toetspunten vindt een overschrijding plaats van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Afbeelding 6 geeft weer op welke toetspunten de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. De meeste overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde vinden plaats op de gevels van de gebouwen in de gebieden Salsa, Paso Doble, Rumba en Veleta. Er vinden ook overschrijdingen plaats op de gebouwen in Wals, Samba, Tango en QuickStep. Alle overschrijdingen zijn terug te vinden in de bijlage. Tabel 4 toont de tien hoogst berekende geluidbelasting op de gevels. De rood onderstreepte waardes geven de geluidbelastingen weer die hoger zijn dan de maximaal toegestane geluidbelasting van de 53 dB. De hoogst berekende geluidbelasting inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh is 57 dB. De maximale toegestane geluidbelasting wordt hiermee overschreden. Deze overschrijding vindt plaats op één geveldeel, namelijk toetspunt 118 en 118a. Dit geveldeel was reeds in afbeelding 4 aangeduid met een blauwe pijl. Voor dit gedeelte zijn in principe geen geluidgevoelige bestemmingen toegestaan.
60
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Een oplossing zou zijn om deze gevel doof (gevel zonder te openen delen) uit te voeren, of voor dit gedeelte geen geluidgevoelige functies te bestemmen.
Figuur 27: Overschrijding van de geluidbelasting als gevolg van de A58. De blauwe toetspunten geven weer waar de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde plaatsvindt
Gecumuleerde geluidbelasting Tabel 5 toont de tien hoogste gecumuleerde geluidbelastingen. De hoogst berekende gecumuleerde geluidbelasting is 62 dB exclusief aftrek ex artikel 110g Wgh.
61
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Optimalisatie stedenbouwkundig ontwerp Gevraagd is om te beschouwen of het voorliggend stedenbouwkundig ontwerp voor het aspect geluid geoptimaliseerd kan worden. Als er naar de resultaten gekeken wordt, vinden de overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde plaats in de gebieden Salsa, Paso Doble, Rumba, Veleta, Wals, Samba, Tango en Quickstep. In deze gebieden zijn woongebouwen en zorgeenheden geprojecteerd. Overschrijding van de maximale toegestane waarde vindt plaats op de zuidelijke gevel van het gebouw geprojecteerd in Salsa. Voor de twee gebouwen geprojecteerd in Wals geldt dat ze ook fungeren als afscherming voor de tweedelijns bebouwing. Wat dat betreft is het stedenbouwkundig ontwerp al slim ingedeeld. Het is haast onmogelijk om het gebied zonder overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde in te delen. Daarbij is het slim om, zoals nu gedaan, de hogere gebouwen aan de rand te projecteren, zodat ze als afscherming fungeren voor de achterliggende bebouwing. Vanwege de hoogte van de gebouwen is het lastig om met afschermende voorzieningen (schermen) de geluidbelastingen op de twee woongebouwen in Wals te reduceren. Eventuele bronmaatregelen in de vorm van stiller asfalt kan afgewogen worden, maar zal niet leiden tot een reductie tot onder de voorkeursgrenswaarde. Een hogere waarde voor deze woningen lijkt daarmee onafwendbaar.
Het ontwerp moet dusdanig zijn dat de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit. Voor het woongebouw in Salsa geldt dat de maximaal toelaatbare waarde wordt overschreden. De overschrijding vindt alleen plaats op het meest zuidelijk deel van het gebouw. Indicatief is geïnventariseerd dat indien de zuidelijke gevel rond de 100 meter noordelijker wordt geprojecteerd de overschrijding kan worden weggenomen. Ook voor dit gebouw geldt dat gezien de hoogte ervan, afschermende maatregelen moeilijk realiseerbaar zijn. Bronmaatregelen kunnen alleen in overleg met Rijkswaterstaat worden gerealiseerd, maar op het wegdek is het al het stillere wegdektype ZOAB gelegen. Bronmaatregelen lijken daarmee niet doelmatig. Indien door optimalisatie van het stedenbouwkundig ontwerp de overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidbelasting niet kan worden weggenomen, dan is inpassing van geluidgevoelige functies in de zuidelijke punt van het gebouw alleen mogelijk met toepassing van een dove gevel. Samengevat komt het boevnstaande op het volgende neer: 1. Er zijn drie geluidsbronnen waar rekening mee moet worden gehouden: de Nansenbaan, de N669 en de A58. Ieder van deze bronnen moet afzonderlijk worden beoordeeld in het kader van de Wet Geluidhinder
62
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
2. Alle drie de bronnen zorgen op een aantal plekken voor overschrijding van de voorkeurgrenswaarde. Er zal voor deze overschrijdingen een procedure hogere waarde moeten worden gevolgd. Inschatting van Antea is dat de overschrijding dusdanig klein is, dat dit voor bevoegd gezag niet tot bezwaren voor goedkeuring hoeft te leiden. 3. Alleen de A58 zorgt voor overschrijding van de maximaal toegestane waarde van 53dB op één punt; de meest zuidelijke punt van het appartementengebouw. De overschrijding doet zich voor vanaf de derde bouwlaag en hoger. 4. Om toch te voldoen aan wet- en regelgeving zal hier plaatselijk een dove gevel moeten worden gecreëerd. Dit kan door middel van het realiseren van een gevel met niet te openen delen. Ook kan een beglaasde buitenruimte fungeren als geluidwering. Bij de aanvraag omgevingsvergunning zal moeten worden aangetoond dat het geluidsniveau in de woningen niet hoger zal zijn dan 33dB. Hierbij moet worden uitgegaan van de gecumuleerde geluidsbelasting van de drie aanwezige bronnen. De hoogste gecumuleerde geluidsbelasting in het plan bedraagt 62dB. Er moet dus maximaal 62-33=29dB gereduceerd worden. Een gevel in de huidige bouw reduceert circa 25 dB. De resterende 4dB kunnen door bijvoorbeeld mechanische ventilatie of het toepassen van triple glas worden bereikt. 4.7
Luchtkwaliteit Wet Luchtkwaliteit Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De verontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen, zoals het gemotoriseerde verkeer, industriële en agrarische inrichtingen en achtergrondconcentraties van verontreinigende stoffen. Om een voldoende kwaliteit van de buitenlucht in de leefomgeving te waarborgen zijn: - Regels opgesteld die de uitstoot van verontreinigende stoffen door de industriële en agrarische inrichtingen en het gemotoriseerde verkeer beperken. - Grenswaarden opgesteld waaraan de kwaliteit van de buitenlucht moet voldoen. Vooral de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn vaak beperkend bij het ontwikkelen en realiseren van ruimtelijke plannen. Uitgangspunt is dat een project niet leidt tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen. Als er wel sprake is van een overschrijding, dan mag een project de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechteren. De normen voor luchtkwaliteit staan in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2 luchtkwaliteitseisen.
Luchtkwaliteitsnormen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als aannemelijk is dat aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden wordt voldaan: - Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. - Een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. - Een project draagt slechts in ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. - Een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.
63
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
NIBM In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: - een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (= 1,2 μg/m³); - een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m2 bvo bij één ontsluitingsweg. Met de onderhavige ontwikkeling wordt Aria geactualiseerd. Ten opzichte van het oorspronkelijke plan worden niet meer woningen mogelijk gemaakt. Daarnaast worden in het totale plan Aria maximaal 450 woningen gerealiseerd. Hiermee voldoet het aan voorwaarde 2 zoals hierboven beschreven. Op basis van de rekentool NIBM kan de volgende conclusie worden weergegeven:
Conclusie Het bestemmingsplan draagt niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging. Derhalve vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering. 4.8
Externe veiligheid Algemeen Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (bijvoorbeeld een chemische fabriek of lpg-vulpunt) en de transport bronnen (bijvoorbeeld route gevaarlijke stoffen of buisleidingen). Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de kans op een dodelijk ongeval binnen een bepaald gebied. Het groepsrisico heeft een
64
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten.
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico van 10-6 als grenswaarde.
Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers. Aan de kans op een ramp met 100 doden wordt dan ook een grens gesteld, die een factor honderd lager ligt dan voor een ramp met 10 doden. In het Bevi wordt verder een verantwoordingsplicht (door de overheid) voor het groepsrisico rond inrichtingen wettelijk geregeld (art. 13). De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico’s acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico’s te verkleinen. Risicovolle inrichtingen Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen zijn gelegen is de professionele risicokaart en het inrichtingenbestand van de gemeente Goes geraadpleegd.
Binnen het besluitgebied komen geen bestaande risicovolle inrichtingen voor, daarnaast worden er geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt.
Conclusie stationaire risicobronnen In de omgeving van de kavel zijn er geen Bevi inrichtingen gelegen die zodanig risicovol zijn voor de populatie binnen het bestemmingsplan, dat deze op basis van het Bevi beschreven dienen te worden. Transport routes Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of over het water. De concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Met het inwerking treden van het BEVT vervalt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water.
Rijksweg A58 Ten zuiden van het plangebied ligt de Rijksweg A58 op 450 meter van het plangebied. Over dit traject worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Dit traject maakt onderdeel uit van het Basisnet
65
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
weg. Bij nieuwe ontwikkelingen langs rijkswegen (binnen 200 m) met een sterke toename in het aantal personen is een berekening noodzakelijk van de hoogte van het GR. Indien blijkt dat het groepsrisico toeneemt ten gevolge van de ontwikkeling, dan is een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Het plangebied ligt buiten de 10-6 en 10-7 contour van de A58. Verder maakt het onderhavig bestemmingsplan, ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan, geen nieuwe (beperkt)kwetsbare objecten mogelijk. Derhalve wordt voor onderhavig bestemmingsplan geen berekening van het groepsrisico noodzakelijk geacht. Het plangebied ligt evenwel binnen het invloedgebied van de A58 voor wat betreft het scenario van een toxische gaswolk. Er moet een beperkte verantwoording GR worden opgesteld.
Provinciale weg N256 Het plangebied ligt op 1600 meter van de N256. De beleidsvisie externe veiligheid Zeeland stelt in bijlage 4: (… )Voor de verantwoording in het kader van RO besluiten wordt uitgegaan van de 1% letaliteitsafstand D5 als deze groter is dan 1500 meter. Als de D5 kleiner is dan 1500 meter wordt de 1% letaliteitsafstand F1,5 gebruikt met een maximum van 1500 meter. In Zeeland zal bovenstaande benadering ook gevolgd worden (…) Het plangebied heeft geen significante invloed op het groepsrisico van de N256.
Gemeentelijke wegen Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van een gemeentelijke weg welke is aangewezen als transportroute gevaarlijke stoffen.
Spoorwegen Ten Noorden van het plangebied is op 1.200 meter de spoorlijn Vlissingen-Bergen op Zoom gelegen. Over dit traject worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Dit traject maakt onderdeel uit van het Basisnet Spoor. Bij nieuwe ontwikkelingen langs het spoor (binnen 200 m) met een sterke toename in het aantal personen is een berekening noodzakelijk van de hoogte van het GR. Indien blijkt dat het groepsrisico toeneemt ten gevolge van de ontwikkeling, dan is een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Het plangebied ligt ver buiten de 10-6 contour van het spoor. Verder maakt onderhavig bestemmingsplan, ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan, geen nieuwe (beperkt)kwetsbare objecten mogelijk. Derhalve wordt voor onderhavig bestemmingsplan geen berekening van het groepsrisico noodzakelijk geacht. Het plangebied ligt binnen het invloedgebied van het scenario met een toxische gaswolk. Er moet een beperkte verantwoording GR worden opgesteld.
Vaarwegen Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van vaarwegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
66
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Buisleidingen Binnen bestemmingsplan Aria te Goes bestaan plannen voor de ontwikkeling van grondgebonden (senioren)woningen, appartementen en woongroepen voor gehandicapten en ouderen (niet zelfredzaam). Binnen het plangebied liggen twee hogedruk aardgasleidingen van Gasunie. Inzicht in de externe veiligheidsrisico’s is daarom nodig. Voor een goede ruimtelijke onderbouwing is inzicht in de externe veiligheidsrisico’s nodig. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen gepresenteerd. Door Aviv is medio mei 2020 een externveiligheidsonderzoek uitgevoerd naar de voormelde gasleidingen.
Plaatsgebonden risico De berekeningen hebben ter plaatse van het plangebied niet geleid tot een PR 10-6-contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling.
Groepsrisico Het groepsrisico van de beschouwde aardgasleidingen is in zowel de huidige als toekomstige situatie lager dan 10% van de oriëntatiewaarde. Volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De onderdelen waaruit deze verantwoording dient te bestaan, worden beschreven in paragraaf 2.2.2 van het AVIV rapport.
Belemmeringenstrook Binnen de belemmeringenstrook zijn geen gebouwen geprojecteerd.
Omgevingsveiligheid Meerdere gebouwen liggen binnen het aandachtsgebied. Het betreft de woningen met de nrs. 25 t/m 30 en 19 t/m 25 en 12 t/m 18, vergelijk figuur 28. Enkele daarvan bevinden zich bovendien binnen het voorschriftengebied Het betreft de woningen 25 t/m 30, vergelijk figuur 28. Hierdoor zijn naast omgevingsmaatregelen ook maatregelen aan deze gebouwen noodzakelijk.
Conclusie Transport De enige relevante transport-risicobron is de Rijksweg A58. Met betrekking tot het bovenstaande is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Zeeland. De adviezen van de veiligheidsregio zullen worden verwerkt in deze paragraaf. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan. Het plangebied ligt buiten de 10-6 en 10-7 contour van de A58. Tevens ligt het ver buiten de 10-6 contour van het spoor. Verder maakt onderhavig bestemmingsplan, ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan, geen nieuwe (beperkt)kwetsbare objecten mogelijk. Derhalve wordt voor onderhavig bestemmingsplan geen berekening van het groepsrisico noodzakelijk geacht. Ten noorden van het plangebied, op circa 1.400 meter afstand, is het spoortraject SloehavenRoosendaal West gelegen (bron: Professionele risicokaart). Ten zuiden van het plangebied, op circa 500 meter afstand is de Rijksweg A58 gelegen. Over deze trajecten worden gevaarlijke
67
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
stoffen vervoerd. De trajecten beschikken niet over een PR10-6 contour (0 meter). De ontwikkeling ligt wel binnen de invloedsgebieden (1500 meter, Advieskader Omgevingsveiligheid Zeeland) van het spoor en de weg. Volgens het Bevt (zie artikel 7) moet in dat geval wel worden ingegaan op de gevolgen van het voorgenomen besluit voor de bestrijdbaarheid bij een ramp en de zelfredzaamheid van de bevolking.
Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid wil zeggen dat de hulpverleningsdiensten met de beschikbare voertuigen binnen de gestelde opkomsttijd ter plaatse zijn en de calamiteit ook kunnen beperken en bestrijden. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de bereikbaarheid en de beschikbare bluswatervoorzieningen. Het plangebied is goed bereikbaar door de brandweer waardoor in geval van werkzaamheden of calamiteiten het plangebied bereikbaar is. Er is minimaal één ontsluiting op het perceel aanwezig.
Beheersbaarheid De gemeentelijke brandweer oefent volgens een oefenschema overeenkomstig de landelijke richtlijnen ‘leidraad oefenen’. In deze leidraad is ook het oefenen in geval van bijzondere risico’s een onderdeel. De brandweer is dus voldoende geoefend in het bestrijden van dergelijke situaties. De beheersbaarheid richt zich voor wat betreft externe veiligheid op de locatie waar de calamiteit plaatsvindt, dus bij de risicobronnen zelf. De risicobronnen bevinden zich buiten het plangebied. De beheersbaarheid bij de bron is hiermee niet relevant.
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin de aanwezigen (bewoners, werkenden bezoekers) zich op eigen kracht in veiligheid kunnen brengen. Aspecten die de zelfredzaamheid beïnvloeden zijn: - Preventieve voorlichting/communicatie in de richting van gebruikers; - De planning van functies met gebruikers met een hoge dan wel een verminderde zelfredzaamheid; - Infrastructurele voorzieningen om de gevarenzone te ontvluchten, vluchtrichtingen e.d., - Maatregelen voor het alarmeren en informeren van gebruikers; - Indien wenselijk en reëel mogelijkheden om bouwwerken via maatregelen beter te beveiligen, zoals de ventilatie van gebouwen af te sluiten, beter glas, nooduitgangen, etc.. De Veiligheidsregio wordt in het kader van de vooroverlegreacties gevraagd te reageren op dit plan. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. 4.9
Overige belemmeringen In paragraaf 4.8 is ingegaan op (grote) planologische relevante buisleidingen. Bij de bouwwerkzaamheden zal rekening moeten worden gehouden met eventueel overige aanwezige kabels en leidingen.
68
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Figuur 28: Omgevingsveiligheid
69
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
70
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
5
JURIDISCHE ASPECTEN
5.1
Algemene opzet Inleiding In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische opzet van het bestemmingsplan als uitwerking van het wettelijke kader en het beleidskader in het juridische gedeelte van het bestemmingsplan, namelijk de verbeelding en regels. Het bestemmingsplan ‘Aria, gedeelte K’ bestaat uit de volgende onderdelen:
De regels Deze regels bevatten de bouw- en gebruiksregels binnen de verschillende bestemmingen. Daarnaast zijn bevoegdheden opgenomen om door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan en zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen om het plan de benodigde flexibiliteit te geven.
De verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen en de waarden (zoals archeologische waarden) opgenomen die kenmerkend zijn voor het gebied. Voor de categorieën waarbij bebouwing voorkomt, zijn op de verbeelding tevens bouwvlakken en eventueel aanduidingen opgenomen over bijvoorbeeld de maximaal te bebouwen oppervlakte. In de desbetreffende regels wordt daarnaar verwezen. De verbeelding en de regels zijn niet los van elkaar te zien. Bij strijd gaan de regels voor op de verbeelding. De opzet van het plan Het bestemmingsplan is een juridisch plan dat bindend is voor de burgers en voor de overheid. In het plan zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen en tevens zijn er mogelijkheden opgenomen om door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan. Deze verschillende regelingen bieden ruimte voor bepaalde ontwikkelingen, maar er kunnen geen directe rechten en/of plichten aan worden ontleend. Er zal altijd een belangenafweging plaatsvinden. Daarnaast geldt voor de wijzigingen een uitgestelde exploitatieplanplicht. 5.2
Verbeelding Bestemmingen Op de verbeelding zijn de diverse bestemmingen te onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies) en de aan een gebied toegekende waarde. De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Aanduidingen We onderscheiden, bouwaanduidingen en maatvoeringsaanduidingen. Er zijn bouwaanduidingen op de verbeelding aangegeven. Deze aanduidingen geven bijvoorbeeld aan waar een hoofdgebouw kan worden gebouwd. De maatvoeringsaanduidingen die op de verbeelding zijn weergegeven, geven de verschillende maten aan met betrekking tot bouw- en goothoogte.
71
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
5.3
Regels De systematiek van de regels De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 'Inleidende Regels' gaat in op de begripsomschrijvingen en de wijze van meten. Hoofdstuk 2 'Bestemmingsregels’ gaat in op de bestemmingen. Hierin wordt een regeling gegeven voor de functies die in het plangebied zijn toegestaan. Bepaald is welke vormen van gebruik en bouwwerken rechtstreeks (dus zonder voorafgaande wijziging, afwijking van het bestemmingsplan of omgevingsvergunning) zijn toegestaan. In hoofdstuk 3 zijn de algemene regels weergegeven die voor alle bestemmingen gelden (anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels etcetera). In hoofdstuk 4 zijn de overgangs- en slotbepalingen opgenomen. Hierna worden de hoofdstukken nader toegelicht.
5.3.1
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Dit hoofdstuk bevat artikelen, die van belang zijn voor een juiste toepassing van deze regels. Begrippen Deze geven een nadere uitleg van een aantal in de regels gehanteerde begrippen. Hierdoor wordt de eenduidigheid en daarmee de rechtszekerheid vergroot. Wijze van meten Dit artikel bevat bepalingen die aangeven op welke wijze bepaalde zaken, zoals oppervlakte en inhoud van gebouwen, dienen te worden gemeten.
5.3.2
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Opbouw bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat regels waarin bepalingen zijn opgenomen betreffende de bestemmingen en de aanduidingen. Bij de opzet van deze regels is een alfabetische volgorde gehanteerd alsmede een standaardvolgorde zoals opgenomen in SVBP2012. Bestemmingsomschrijving In dit onderdeel wordt de materiële inhoud van de bestemming aangegeven. Dit houdt in: de functies die binnen de bestemming ‘bij recht’ zijn toegestaan. De bestemmingsomschrijving vormt de eerste ‘toetssteen’ voor gebruiksvormen en ook voor bouwactiviteiten (past het beoogde gebruik van het gebouw in de bestemming). Beide zijn slechts toegestaan, voor zover zij zullen plaatsvinden binnen de opgenomen omschrijving. Bouwregels Dit onderdeel geeft aan welke bouwwerken mogen worden opgericht. Voorop staat dat slechts mag worden gebouwd ten behoeve van de voor de bestemming aangegeven bestemmingsomschrijving. Afwijken van de bouwregels De bevoegdheid tot afwijken van de bouwregels is in dit deel van de regels opgenomen. Specifieke gebruiksregels
72
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
In dit onderdeel wordt ten opzichte van de bestemmingsomschrijving, specifiek bepaald welke functies al dan niet specifiek zijn toegestaan. Deze bepaling vormt een aanvulling op de Bestemmingsomschrijving.
Afwijken van de gebruiksregels In dit deel van de regels is de bevoegdheid tot afwijken van de bestemmingsomschrijving en van de specifieke gebruiksregels opgenomen.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Voor zover nodig zijn hierin de regels opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, voorzien van uitzonderingsregels en criteria.
Wijzigingsregels Enkele bestemmingen of locaties binnen een bestemming kunnen worden gewijzigd wat betreft gebruik of bouwmogelijkheden. De bevoegdheden staan in dit deel vermeld.
Artikel 3 Gemengd Binnen deze bestemming valt de zone langs de ’s-Gravenpolderseweg. Hier zijn kleinschalige bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, toegestaan. Naast bedrijven zijn hier ook maatschappelijke functies mogelijk zoals een kerk en een medisch centrum. Geluidsgevoelige functies (zoals woningbouw) zijn hier uitgesloten. Artikel 4 Groen De zone langs de ’s Gravenpolderseweg en de zone ter hoogte van de gasleiding zijn bestemd tot ‘groen’ evenals de drie binnengebieden welke de groene dragers zijn van het gebied. Binnen deze bestemming zijn niet alleen groenvoorzieningen mogelijk maar ook bijv. water en straatmeubilair. Binnen de bestemming ‘Groen’ mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen worden opgericht. De bouwregels zijn met name gericht op de toegestane maximale hoogtematen. De oppervlakte van gebouwen mag niet meer dan 15 m² bedragen. Artikel 5 Horeca De bestemming ‘Horeca’ is opgenomen ten behoeve van de realisatie van Hotel Hof Welgelegen. De bouwhoogte en goothoogte voor de bestaande boerderij is apart opgenomen. Dit is ook gebeurd voor de beoogde 3 nieuwe schuurachtige gebouwen ten behoeve van de hotelappartementen. De ontsluiting van het hotel, alsmede ten behoeve van Pykeswegje 1 hebben de bestemming ‘Verkeer’ gekregen. De bestemming ‘Horeca’ mag niet voor meer dan 25% worden bebouwd.
Hierin is tevens de boerderij in opgenomen. Binnen de bestemming ‘Horeca’ zijn, naast de aldaar geldende bestemming ‘Verkeer’ ook de parkeerplaatsen gereguleerd. Artikel 6 Verkeer Deze bestemming betreft de wegen, straten en paden en de woonstraten langs het plangebied. Niet voor bewoning bestemde gebouwen en andere bouwwerken zijn ook toegestaan. De bouwregels zijn voornamelijk gericht op de maximaal toegestane hoogtematen. Artikel 7 Wonen Op de gronden met de bestemming Wonen zijn diverse typen woningen toegestaan, m.u.v. gestapelde woningen. Op de verbeelding zijn hiervoor een aantal specifieke bouwaanduidingen opgenomen. De goothoogten en maximale bouwhoogten van deze woningen zijn aangegeven op de verbeelding. Tevens zijn op de gronden bijbehorende bouwwerken met een goothoogte
73
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
van 3.20 meter hoog en een totale hoogte van 5.00 meter toegestaan, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde van 2.00 meter hoog. Bouwwerken geen gebouwen zijnde die voor de gevellijn worden gebouwd mogen maximaal 1.00 meter hoog zijn. Artikel 8 Leiding -Gas Binnen het plangebied zijn twee gastransportleidingen gelegen. Voor deze leidingen is een passende bestemming opgenomen. Er is sprake van een dubbelbestemming. Naast de leiding valt ook de beschermingszone van deze leiding binnen de bestemming. In deze bestemming is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee bij verwijdering van de leiding de bestemming van de verbeelding kan worden gehaald. Artikel 9 Waarde – Archeologie – 1 De gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 1’ zijn mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden van de gronden. Bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemmingen mogen onder voorwaarden vernieuwd of veranderd worden. Ter bescherming van de archeologische waarden dient de aanvrager voor het bouwen van een bouwwerk een archeologisch rapport te overleggen indien de oppervlakte groter is dan 50 m² en dieper is dan 40 cm. Artikel 10 Waarde – Archeologie – 2 De gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 1’ zijn mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden van de gronden.
Bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemmingen mogen onder voorwaarden vernieuwd of veranderd worden. Ter bescherming van de archeologische waarden dient de aanvrager voor het bouwen van een bouwwerk een archeologisch rapport te overleggen indien de oppervlakte groter is dan 250 m² en dieper is dan 40 cm. 5.3.3
HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Dit hoofdstuk bevat een aantal bepalingen (artikelen 11 t/m 17) die op de bestemmingen als bedoeld in hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het betreffen de volgende bepalingen. Anti-dubbeltelregel Hiermee wordt voorkomen dat gronden oneigenlijk worden gebruikt voor het optimaliseren van bouwmogelijkheden. Algemene bouwregels Bestaande maten (uitgezonderd van de overgangsregels), overschrijding van bouwgrenzen, percentages. Met de regels inzake bestaande maten wordt voorkomen dat (ondergeschikte) afwijkingen onder het overgangsrecht komen te vallen. Algemene gebruiksregels Conform de Nota parkeernormen van de gemeente Goes dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid in het plangebied. Algemene aanduidingsregels Binnen de algemene aanduidingsregels is de geluidzone voor de weg opgenomen. Algemene afwijkingsregels Voor geringe afwijkingen kan op grond van dit artikel afgeweken worden van de hoofdregels met betrekking tot plaats, richting, of afmetingen van bestemmingsgrenzen. Algemene wijzigingsbevoegdheid
74
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Algemene ‘procedureregel Dit artikel bevat de procedureregels welke gelden bij de voorbereiding van een besluit tot het afwijken
5.3.4
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 18 Overgangsregels De overgangsregels hebben tot doel de rechtstoestand te begeleiden van bouwwerken die gebouwd zijn of kunnen worden gebouwd en die afwijken van de bebouwingsbepalingen van het plan. Tevens is bepaald dat het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van het rechtskracht verkrijgen van het plan (rechtens) afwijkt van de in het onderhavige plan gegeven bestemming, kan worden voortgezet. Deze regels zijn opgenomen in het Bro en zijn op voorgeschreven wijze overgenomen. Artikel 19 Slotregel Dit artikel geeft ten slotte aan dat de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald als het bestemmingsplan ‘Aria-Zuid’.
75
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
76
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
6
ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van de wet is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. De bouw van een of meerdere hoofdgebouwen is in het betreffende artikel van het Bro opgenomen. Een exploitatieplan dient tegelijkertijd met een bestemmingsplan te worden vastgesteld. In de Wro is tevens opgenomen, dat kan worden afgeweken van de verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. Dit is onder andere het geval indien de gemeente en de initiatiefnemer en/of de ontwikkelende partij een privaatrechtelijke overeenkomst hebben gesloten over de verdeling van kosten bij de grondexploitatie. De beoogde ontwikkeling in het deelgebied ‘Aria-Zuid’ van de wijk Aria is een particulier initiatief. De gronden ter plaatse van de ontwikkelingslocatie zijn in bezit van de initiatiefnemer.
Bij onderhavige ontwikkeling is een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Goes en de initiatiefnemer ofwel de ontwikkelende partij gesloten, waardoor het niet noodzakelijk is een exploitatieplan op te stellen. Conform artikel 3.1.6, sub f van het Bro heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkeling wordt uit eigen middelen betaald. Er is gebleken dat het plan economisch uitvoerbaar is.
6.2
Maatschappelijke toetsing
6.2.1
PROCEDURE De gemeente Goes betrekt de bevolking bij de voorbereiding van plannen op ruimtelijk gebied. Het ontwerp van het bestemmingsplan zal in verband daarmee gedurende zes weken in het stadskantoor ter inzage worden gelegd en zal worden gepubliceerd op de gemeentelijke website en ruimtelijkeplannen.nl, zodat het plan digitaal raadpleegbaar is.
6.2.2
OVERLEG Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Bro dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg gepleegd te worden met de wettelijk verplichte organisaties. Het plan is toegestuurd aan de volgende instanties: Provincie Zeeland; Waterschap Scheldestromen Veiligheidsregio Zeeland; Gasunie.
77
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
78
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
7
HANDHAVING
7.1
Inleiding
De gemeenteraad heeft tot taak bestemmingsplannen vast te stellen voor het grondgebied van de gemeente. In elk bestemmingsplan wordt het door de gemeente gewenste ruimtelijke beleid voor een bepaald gebied vertaald. Een nieuw bestemmingsplan legt de bestaande ruimtelijke kaders vast en bepaalt de grenzen waarbinnen planologische ontwikkelingen mogelijk zijn. Het biedt de gemeente een actueel beleidsmatig en juridisch toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven in een specifiek gebied. Om de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde leefomgeving te behouden en te verbeteren, is het noodzakelijk dat na het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan ook zorggedragen wordt voor de handhaving daarvan. Het uitblijven van handhavend optreden tegen de overtreding van regels die in een bestemmingsplan worden gesteld aan de bebouwing en inrichting van gronden, leidt tot rechtsongelijkheid en vermindert het vertrouwen van de burger in het gemeentebestuur.
7.2
Handhaving bestemmingsplannen
Onder handhaving wordt verstaan het nemen van maatregelen om de naleving van wettelijke voorschriften te bevorderen. Handhaving betreft dus niet alleen het daadwerkelijk repressief optreden tegen overtreders met behulp van sanctiemiddelen. Daaraan voorafgaand is het gewenst dat er heldere en hanteerbare regels zijn, het verschaffen van inzicht in die regels zodat een ieder het vanzelfsprekend acht zich aan de gestelde norm te houden - en het houden van toezicht op de naleving ervan. Een eerste vereiste voor een goede handhaving is derhalve een bestemmingsplan met handhaafbare regels. Dat wil zeggen regels die zodanig zijn opgesteld dat deze in de toetsingspraktijk goed hanteerbaar zijn. Voorlichting en preventief optreden vormen de basis voor een effectief handhavingsbeleid. Een goede informatievoorziening draagt bij aan een verbetering van de naleving van bestemmingsplannen. Hoewel sanctionering in de meest optimale situatie niet nodig zou moeten zijn, zullen zich in de praktijk altijd gevallen voordoen waarin achteraf opgetreden moet worden tegen illegale situaties. In veel gevallen besluit het college van burgemeester en wethouders een overtreding gedwongen te laten beëindigen en daartoe zo nodig wettelijke dwangmiddelen te gebruiken, zoals het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom.
7.3
Handhavingsbeleid
De doelstelling van handhaving is het bereiken van goede naleving van wettelijke regels. Handhaving is een beginselplicht, welke door middel van het voeren van een transparant beleid ingezet moet worden als instrument voor de naleving van de regels, om hiermee een leefbare en veilige woonomgeving te garanderen voor de inwoners van de gemeente. Het bureau Toezicht en Handhaving van de afdeling Vergunningen en Handhaving is, namens het college, belast met het toezicht op de naleving van onder meer de ruimtelijke regelgeving. Deze taak
79
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
wordt zo veel mogelijk consistent en stelselmatig uitgevoerd, zodat aan de beginselen van behoorlijk bestuur zoals rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en zorgvuldigheid kan worden voldaan. Daarvoor is het nodig handhavingsbeleid vast te stellen. Het handhavingsbeleid is, zoals vele andersoortige beleidsvelden, altijd in beweging. Met behulp van monitoring wordt periodiek geëvalueerd en wordt zonodig het beleid bijgesteld. Het Goese handhavingsbeleid kent een planning & control- cyclus van 4 jaar, waarbij jaarlijks een handhavingsuitvoeringsprogramma wordt vastgesteld. In
juni van 2008 heeft het gemeentebestuur van Goes het meest recente handhavingsbeleid, de nota integraal handhavingsbeleid 2008-2012, vastgesteld. De beginselen van deze nota zijn nader uitgewerkt in de Uitvoeringsnota handhaving 2008-2012. Het vastgestelde handhavingsbeleid is erop gericht om zo veel mogelijk integraal te handhaven. 7.4
Opleggen sancties
Wanneer een overtreding niet vrijwillig wordt beëindigd, wordt doorgaans gekozen voor het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom om een overtreder te dwingen een illegale situatie te beëindigen. Deze bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen hebben een reparatoir karakter en zijn met vele juridische waarborgen omkleed
80