Agendapunt 10. Reactie brief FNV 8-12-2020
Tekst van het document
Aan: FNV Zorg & Welzijn T.a.v. mw. J. Koppen (bestuurder) en dhr. Z. Boufangacha Per mail verstuurd aan marja.steijvers@fnv.nl cc. Minister voor Rechtsbescherming, dhr. S. Dekker cc. St. Intervence, mw. S. Kamermans Datum: 8 december 2020 Betreft: Reactie Zeeuwse gemeenten op de brief van 3 december 2020 met als kenmerk 20200312 Geachte mw. Koppen en dhr. Boufangacha, Met deze brief reageer ik, als voorzitter van de bestuurscommissie inkoop jeugdhulp Zeeland, namens de 13 Zeeuwse gemeenten op uw brief met als onderwerp “Ultimatum Intervence”. In uw brief gaat u kort gezegd in op de relatie tussen de gemeenten en u, de personele gevolgen en de continuering van de zorg. In deze brief reageren wij op deze drie elementen. Continuering van zorg Allereerst gaan wij in op uw laatste punt, de continuering van de zorg. Wij zetten de continuïteit van de zorg voor jongeren namelijk voorop. Stabiele en betrouwbare partners zijn hierin essentieel. De problemen bij Intervence spelen echter al meerdere jaren en ook uit het scenario-onderzoek is gebleken dat Intervence geen structurele stabiele partner is. Aanleiding voor de bestuurscommissie om te beslissen dat het contract met Intervence niet wordt verlengd en dus eindigt per 31 december 2020. In uw brief verwijst u naar artikel 2.13 van de Jeugdwet.
U geeft aan dat het de verantwoordelijkheid is van de gemeenten om de relatie tussen de zorgverlener en kind in stand te houden. De verantwoordelijkheid van de gemeenten is echter om toe te zien dat de instellingen zich inspannen om de overname van personeel en het voortzetten van bestaande hulpverleningsrelaties te bewerkstelligen. De instellingen hebben een inspanningsverplichting en de gemeenten zien erop toe dat de instellingen zich inspannen. Aan dat toezicht hebben de gemeenten ruimschoots uitvoering gegeven, o.a. door het feitelijk onderzoek naar verschillende scenario’s om de GI-functie uit te voeren. Ook gedurende de overdrachtsperiode voeren de gemeenten dit toezicht uit. Daarom zijn wij ook vertegenwoordigd in de stuurgroep en de projectgroep, die de overdracht onder begeleiding van een onafhankelijk procesbegeleider coördineert. Wij zullen erop toezien dat de instellingen zich zoveel mogelijk inspannen om te zorgen voor de continuering van de zorg, het voortzetten van bestaande hulpverleningsrelatie en de overname van personeel. Ook op het benodigde plan van aanpak houden wij toezicht.
Relatie gemeenten-FNV Vervolgens gaan wij in op het onderdeel in uw brief waarin u aangeeft dat een reactie onzerzijds op uw mondelinge verzoek van 30 september jl. is uitgebleven. Als opdrachtgever van Intervence zien wij een andere rol voor ons in dit proces dan u in uw brief beschrijft. Wij zijn immers niet de werkgever. Wij hebben u onze visie op de rolverdeling ook weergegeven tijdens het gesprek van 30 september jl., waar ook de directeur van de inkooporganisatie mw. C. van Dijke bij aanwezig was. Wanneer dit in dit gesprek naar uw mening niet duidelijk verwoord is, betreuren we dit en bieden we daarvoor onze excuses aan. Personele gevolgen Ten slotte verwijst u in uw brief naar de personele gevolgen. U geeft aan dat er geen garanties zijn gegeven over de personele gevolgen. Het is de verantwoordelijkheid van de directie/bestuur van Intervence om haar personeel adequaat en juist in te lichten. Naar aanleiding van uw brief constateren wij dat er onduidelijkheid bestaat t.a.v. het personeel. Wij verschaffen u op dit punt graag duidelijkheid. Het proces van het scenario-onderzoek is samen met ministerie van Justitie en Veiligheid, Intervence en de Zeeuwse gemeenten gevoerd. Wij begrijpen dat de uitslag van het onderzoek voor cliënten en medewerkers hard is aangekomen. We willen duidelijk stellen dat de financiering van St. Intervence per 1 januari 2021 niet stopt.
Dit betreft een feitelijke onjuistheid. In de gesprekken met de directeur bestuurder en de Raad van Toezicht van Intervence is er vanuit onze kant altijd duidelijk gecommuniceerd dat er, na het einde van het contract, een overgangsperiode komt waarin Intervence tot het moment dat alle maatregelen zijn overgenomen, nog verantwoordelijk is voor de uitvoering van die maatregelen en wij derhalve voor de financiering. Dit is overigens ook zo in de wet én contractueel vastgelegd. Tijdens die overgangsperiode van vermoedelijk zes tot negen maanden, garanderen wij als Zeeuwse gemeenten ervoor te zorgen dat Intervence noodzakelijke uitgaven zoals het betalen van salarissen kan blijven doen. Intervence blijft dan dus betaald worden voor de zorg die zij verricht. Concreet betekent dit dat iedereen die in die overgangsperiode bij Intervence in dienst is of blijft, salaris blijft ontvangen tot deze overgangsperiode is afgerond.. Als gevolg van onze uitleg op de door u in uw brief aangehaalde punten, zien wij geen reden om de door u gestelde eisen in te willigen. Wij hopen dat met deze brief de ongerustheid bij de medewerkers kan worden verminderd. Met vriendelijke groet, namens de 13 colleges van B&W van de Zeeuwse gemeenten,
J. Werkman Voorzitter Jeugdregio Zeeland