CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 10. Raadsvoorstel toekomst Gi-functie Zeeland

Debatraad 25 februari 2021, gemeente GoesBij agendapunt: Intervence.2.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Agendapunt

10.

Vergadering d.d.

25 februari 2021

Datum collegebesluit 23 februari 2021 Onderwerp

Aangepast raadsvoorstel GI functie Zeeland

Registratienummer

Z20.068299 / D21.727051

Portefeuillehouder

drs. J. de Goffau

Programma

Sociaal Domein

Behandeld door

Stefan de Weerdt

1. Samenvatting Al lange tijd zijn de Zeeuwse gemeenten en Intervence in gesprek over de dienstverlening en de bekostiging van de diensten. In 2019 is daarvoor een bestuursakkoord gesloten met de Raad van Toezicht, de Zeeuwse gemeenten en het Ministerie van Justitie en Veiligheid. In dat bestuursakkoord is afgesproken dat Intervence gedurende twee jaar (2019 en 2020) een instandhoudingsbijdrage zou krijgen, waarna de organisatie de zorg binnen de gestelde kaders zelfstandig zou moeten uitvoeren. In totaal betaalden de Zeeuwse gemeenten in twee jaar een bedrag voor de instandhoudingsbijdrage van € 1.442.000 (€ 838.000 over 2019 en € 604.000 over 2020). Ook zijn in 2019 de tarieven voor de diensten van Intervence verhoogd. Een onderdeel van de afspraken in het bestuursakkoord (februari 2019) was ook dat de Zeeuwse gemeenten de GI Intervence structureel gingen bevoorschotten, op basis van toen geldende productiecijfers. De verrekening van de voorschotten met de werkelijke productie wordt dan aan het einde van elk boekjaar door de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) geregeld. Bij de verrekening van 2019 bleek dat Intervence tot en met april 2020 een bedrag van € 1.218.000 te veel bevoorschot was en dit bedrag moet terugbetalen aan de Zeeuwse gemeenten. Dit omdat de geleverde productie afweek van het bevoorschotte bedrag.

Intervence beschikt niet over voldoende eigen middelen dit terug te betalen. Voor Goes gaat het over een bedrag van € 120.000. Er is de afgelopen periode intensief over de zorgen rondom de GI Intervence gesproken met de Raad van Toezicht en de directeur-bestuurder van Intervence. Ook het Ministerie van J&V is daarbij betrokken evenals het landelijke ondersteuningsteam zorg voor de jeugd (OZJ, in de vorm van procesbegeleiding). U bent daar op verschillende momenten over geïnformeerd. In november 2020 zijn de resultaten van het scenario-onderzoek gepresenteerd in de Bestuurscommissie Jeugd. Op basis daarvan heeft de bestuurscommissie inkoop jeugd in november 2020 besloten het contract van Intervence per 31 december 2020 te beëindigen. De werkzaamheden moesten vanaf dat moment binnen een halfjaar worden overgedragen naar de die andere Zeeuwse Gi’s: Briedis, Leger des Heils en de William Schrikker Groep. Het besluit om het contract van Intervence niet te verlengen heeft voor veel media-aandacht en maatschappelijke onrust gezorgd. Op 17 december 2020 is het onderwerp ook besproken in de Tweede Kamer. Naar aanleiding daarvan heeft minister Dekker de Zeeuwse gemeenten verplicht geen onomkeerbare besluiten te nemen.

Daarnaast is als voorwaarde gesteld dat het plan van aanpak voor de overdracht van Intervence-cliënten naar de andere drie Gi’s eerst aan de Jeugdautoriteit en Inspectie ter goedkeuring moest worden voorgelegd. In dat plan van aanpak moest ook een terugvaloptie zitten, voor het geval het plan zou worden afgekeurd. Op 17 februari 2021 is bekend geworden dat er geen goedkeuring van de Inspectie en de Jeugdautoriteit is verkregen (zie bijlage). Het aanvankelijke plan voor het overdragen van de werkzaamheden naar de drie andere Zeeuwse Gi’s is daarmee van tafel. De Zeeuwse gemeenten zijn nu verplicht om de terugvaloptie – namelijk overname van Intervence door Jeugdbescherming West –

Z033A16CB62

Agendapunt Pagina 2

te gaan onderzoeken. Intervence zal in de tussentijd in stand moeten blijven. Hierover zijn eerder ook afspraken gemaakt via een overbruggingscontract. De kosten voor het in stand houden van Intervence en het overdragen van de cliënten naar andere Zeeuwse Gi’s zijn eerder geraamd op 3.2 miljoen voor de Zeeuwse gemeenten. Dat betekent een bijdrage van € 321.890 voor Goes. De kosten voor overname door JB West zijn nog niet bekend. Desondanks wordt geadviseerd de gevraagde incidentele bijdrage van € 321.890 wel beschikbaar te stellen. Hiervan is € 196.578 (Zeeuws: € 2.000.000) bedoeld voor Intervence om de vaste lasten te kunnen blijven betalen en in stand te blijven. Het overige deel € 125.312 (Zeeuws: € 1.275.000) is bedoeld voor de kosten die de overnemende drie Gi’s zouden maken. Het voorstel is dit deel net als de andere 12 Zeeuwse gemeenten wel beschikbaar te stellen maar dan voor een eventuele andere overnamekandidaat en de kosten die gemaakt worden voor het onderzoek hiernaar. De uitkomsten van het onderzoek komen naar verwachting binnen 8 weken beschikbaar. Daarna zal u hier opnieuw over worden geadviseerd. 2. Inleiding Begin 2020 is geconstateerd dat de financiële situatie bij Intervence dermate zorgwekkend was, dat besloten is tot een scenario onderzoek naar de uitvoering van de GI-functie in Zeeland in relatie tot de rol die Intervence daarin kan hebben.

Dit met als doel om op basis van de juiste feiten een beslissing te kunnen nemen door de 13 Zeeuwse gemeenten over de contractering van Intervence vanaf 2021. Het betreft de volgende scenario’s: 1. Intervence wordt gecontracteerd vanaf 2021 inzake GI-functies voor de Zeeuwse gemeenten. Intervence voert als zelfstandige GI deze werkzaamheden uit. Dit vindt plaats aan de hand van een helder meerjarig bedrijfsplan voor Intervence en duidelijke zakelijke afspraken tussen Intervence en de Zeeuwse gemeenten 2. Intervence wordt overgenomen door een andere partij, waarna Intervence (als dochter of werkmaatschappij van een nieuwe eigenaar) de GI-werkzaamheden gaat uitvoeren voor de Zeeuwse gemeenten. Dit vindt plaats aan de hand van een meerjarig bedrijfsplan voor Intervence en duidelijke zakelijke afspraken tussen de eigenaar van Intervence en de Zeeuwse gemeenten 3. De werkzaamheden van Intervence in Zeeland worden (eventueel stapsgewijs) afgebouwd, waarna de organisatie stopt. De werkzaamheden worden vanaf 2021 uitgevoerd door een andere GI. Onderstaand een korte beschrijving van de resultaten van het scenario-onderzoek voor de GIfunctie in Zeeland: 1. Scenario 1 Hierover heeft de Raad van Toezicht van Intervence geconcludeerd dat scenario 1 geen reële optie is.

Dit omdat het onderzoek dat is opgesteld samen met adviesbureau EHdK, het niet haalbaar blijkt om de organisatie Intervence te laten voortbestaan op basis van de gestelde kaders (PxQ en zonder instandhoudingsbijdrage) en er geen break-even moment te noemen is. Er zijn te weinig casussen voor Intervence en daarmee is Intervence als zelfstandige organisatie niet levensvatbaar. Wanneer er wel gekozen zou worden voor scenario 1 betekent dit dat de instandhoudingsbijdrage voor Intervence (die nodig is om Intervence dan in stand te houden) ook betaald zou moeten worden aan de andere gecontracteerde GI’s (i.v.m. de Europese aanbestedingsregels). Dit zou betekenen dat de tarieven voor de GI’s met 25% omhoog zouden moeten, met een toename van zo’n € 2 miljoen structureel. 2. Scenario 2 Er is in het proces aan 6 GI’s gevraagd of zij mogelijkheden zagen voor overname. Voor scenario 2 heeft één landelijke GI op verzoek van de gemeenten een onderzoek gedaan, met als doel onderzoeken of het haalbaar was om Intervence in te lijven binnen deze organisatie. Op basis van de businesscase heeft betreffende GI zelf besloten geen aanbod aan de Zeeuwse gemeenten en Intervence te doen voor overname van de organisatie Intervence. Men vond de risico’s ook te groot voor de eigen organisatie.

Een andere GI heeft, voorafgaand aan het onderzoek een aantal zekerheden gevraagd die voor gemeenten een te hoge drempel opwierpen. De betreffende GI vroeg bijvoorbeeld een

Agendapunt Pagina 3

garantie vooraf voor het uitvoeren van het onderzoek en een garantie van een hoog bedrag voor eventuele overname. Dit betekent dat op dat moment ook scenario 2 niet uitvoerbaar bleek. 3. Scenario 3 Voor scenario 3 hebben de drie andere in Zeeland al gecontracteerde GI’s aangegeven dat zij bereid zijn om casussen van Intervence over te nemen en de medewerkers uit het primaire proces van Intervence de kans te willen geven bij hen in dienst te komen. Met dit scenario is de continuïteit van de zorg zoveel mogelijk gegarandeerd. De risico’s voor de Zeeuwse gemeenten zijn minder groot en ook contractueel zijn er minder risico’s. Bij keuze voor uitrol van dit scenario zijn er na afronding geen vier, maar drie GI’s in Zeeland werkzaam, waarmee het aantal casussen onder minder GI’s verdeeld worden. Uit het scenario-onderzoek is geconcludeerd dat Intervence de zorg niet binnen de gestelde financiële kaders kan organiseren (scenario 1) en er ook geen overnamepartner voor Intervence is gevonden (scenario 2). Uiteindelijk bleef op basis daarvan alleen scenario 3 over: de werkzaamheden van Intervence in Zeeland worden afgebouwd, waarna de organisatie stopt.

Met de recente afkeuring van het plan van aanpak door de Jeugdautoriteit en de Inspectie heeft minister Dekker de Zeeuwse gemeenten verzocht alsnog scenario 2 verder te uit te werken en hierover in gesprek de gaan met Jeugdbescherming West (zie bijlagen). De uitwerking van scenario 2 zal nog ongeveer 8 weken in beslag nemen. Dan zullen ook de kosten verder in beeld worden gebracht. De verwachting is dat deze aanzienlijk hoger liggen dan bij scenario 3. De Zeeuwse gemeenten hebben daarom al aangegeven dat er hiervoor extra financiële ondersteuning van het Rijk nodig is. 3. Inhoud De afkeuring van het plan van aanpak voor scenario 3 betekent zoals hierboven omschreven dat de Zeeuwse gemeenten met JB West in gesprek moeten gaan voor het uitwerken van scenario 2 (overname van Intervence door een andere Gi). In de tussentijd zijn de gemeenten verplicht de Gi Intervence in stand te houden en de kwaliteit voor cliënten en medewerkers te waarborgen. Daarvoor is het noodzakelijk alsnog extra budget voor Intervence beschikbaar te stellen. In het belang van de cliënten en medewerkers is het scenario van faillissement daarmee ook niet meer aan de orde. 4. Financiën Er zijn, zoals beschreven, bij Intervence zelf onvoldoende financiële middelen om het proces van uitvoering van de verschillende scenario’s vorm te geven.

Intervence heeft een negatief eigen vermogen en dat maakt de kans op terugvordering van de te veel bevoorschotte bedragen zeer klein. Dit is voor Goes een extra financieel risico van € 120.000 waar rekening mee gehouden moet worden (dit bedrag is eerder te veel bevoorschot). Intervence zal in de komende periode betaald moeten worden op basis van het eerder met hen overeengekomen overbruggingscontract (december 2020). Zolang er geen scenario is wat op goedkeuring van de inspectie kan rekenen, blijft deze tijdelijke situatie in stand. Eerder is berekend dat de kosten voor het aanvankelijke scenario (3) zo’n € 3.275.000 zouden bedragen. Dit is enerzijds voor het in stand houden van Intervence en anderzijds voor de kosten die gemaakt worden door de overnemende partijen. Omdat er nog steeds sprake is van een instandhouding van Intervence en er kosten worden gemaakt voor en door een overnemende partij wordt voorgesteld de Goese bijdrage van € 321.890 alsnog beschikbaar te stellen. Daarmee wordt aangesloten bij de besluitvorming in de andere Zeeuwse gemeenten. De Goese bijdrage is als volgt verdeeld: - € 196.578 voor instandhouding van Intervence via een achtergestelde lening. - € 125.312 voor de kosten voor een eventuele overnamekandidaat. In de bekostiging van Intervence hebben we de keuzemogelijkheden van: • Lening • Achtergestelde lening

Agendapunt Pagina 4

• Subsidie In deze afweging moet worden meegenomen dat het verstrekken van een lening kan leiden tot het benadelen van bestaande crediteuren, waardoor Intervence in de positie kan komen te besluiten tot het direct aanvragen van een faillissement. Dat kan een verhoogd risico geven voor de continuïteit van zorg. Een achtergestelde lening is een krediet waarbij de verlener in het geval van faillissement van de lener wordt achtergesteld in zijn positie als schuldeiser: de achtergestelde schuldeiser komt in een faillissement in de volgorde van schuldeisers dus achter de concurrente ('gewone') schuldeisers zoals de werknemers en de banken. Door deze voorwaarden loopt de schuldeiser een hoger risico dat hij een deel van zijn verstrekte krediet niet terugbetaald krijgt. Een subsidie toekennen zou een langer traject met een openstelling voor meerdere partijen betekenen. Op basis van bovenstaande en ondanks dat het risico groot is dat de gemeenten de middelen niet terug kunnen krijgen, wordt geadviseerd Intervence te financieren middels een achtergestelde lening. 5. Communicatie De communicatie verloopt via de gemeente Sluis als coördinerende gemeente. Dit omdat zij ook de voorzitter van de jeugdhulpregio Zeeland leveren, wethouder Jack Werkman. Gezamenlijk is er door de Zeeuwse gemeenten met de betrokken partijen een communicatieplan opgesteld voor zowel cliënten alsook personeel.

Aanvullend daarop kunnen cliënten contact opnemen met het CJG Goes over het verdere proces.

Bij dit raadsvoorstel mee te zenden stukken: 1. Matrix kansen en bedreigingen 2. Matrix vergelijking scenario’s 3. Zeeuwse oplegger besluitvorming intervence 4. Advies landsadvocaat 5. Overzicht kosten per gemeente 6. Memo raden situatie Intervence 8 december 2020 7. Feitenoverzicht Intervence 8. Reactie inkooporganisatie jeugd op feitenoverzicht Intervence 9. Brief OZJ: terugkoppeling overleg Inspectie en Jeugdautoriteit 10. Memo gemeenteraden nav besluitvorming colleges 15 december 2020 11. Memo gemeenteraden nav kamerbrief oordeel inspectie en JA, 17 februari 12. Oordeel Jeugdautoriteit (JA) op plan van aanpak 13. Oordeel Inspectie op plan van aanpak 14. Kamerbrief Oordeel inspectie Intervence Ter inzage te leggen stukken 1. 2. Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Goes,

mr. H.E. Schild Secretaris

drs. M. Mulder MSc. Burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9759421/2