CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 10. Programmajaarrekening 2021 def

Beeldvormende raad 23 juni 2022, gemeente GoesBij agendapunt: Jaarstukken 2021, Accountantsverslag en Over- en onderschrijding investeringskredieten37.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Ook zijn er voorstellingen van de muziekkoning in de Mythe om jeugd kennis te laten maken met 24 muziekinstrumenten van een symfonie-orkest (tevens bedoeld als een lichtpunt in Coronatijd).

√

4.3.2.2 Het inrichten van nieuwe processen voor statushouders om succesvol te kunnen integreren Op 1 januari 2022 gaat de nieuwe Wet Inburgering van start. Doel van de nieuwe wet is dat nieuwkomers zo snel mogelijk meedoen in Nederland. En dat ze daarnaast zo snel mogelijk werk vinden. De nieuwe processen onder de nieuwe Wet Inburgering helpen hierbij. Afgelopen jaar stond in het teken van voorbereiding van deze nieuwe wet.

√

4.3.2.3 Actief de hulpkaart aanbieden aan mensen met verward gedrag en ondersteunen bij invullen. Ook inzet wijkpersoon met focus op verward gedrag, waar bewoners terecht kunnen met vragen of voor ondersteuning. Zodat personen minder snel in een crisis belanden. De pilot hulpkaart was in 2021 een succes. 73 kaarten zijn gemaakt. De verwachting was 35. In 2022 gaan we door met de pilot. De pilot wijkwerker verward gedrag is afgerond. De evaluatie was heel positief. In 2022 rollen we de functie verder uit over de hele gemeente Goes.

√

4.3.2.4 Op minimaal 5 basisscholen en kinderopvanglocaties zijn er inloopspreekuren ingericht Op bijna alle basisscholen zijn er inloopspreekuren ingericht met medewerkers van GGD, SMWO en het CJG. Daar waar de kinderopvang in de scholen is gesitueerd wordt deze ook betrokken bij de inloopspreekuren. Evaluatie volgt in eerste half jaar 2022.

√

4.3.2.5 Uitbreiden Praktijk Ondersteuner Huisartsen (POH Jeugd en gezin) De POH Jeugd en gezin is uitgebreid en inmiddels doen er vijf huisartsenpraktijken mee. Evaluatie volgt in het eerste half jaar 2022.

√

4.3.2.6 Via Welzijn op Recept worden inwoners met psychosociale klachten gekoppeld aan activiteiten uit het reguliere basisaanbod Met de middelen uit het Preventieakkoord is een start gemaakt met de doorontwikkeling (en uitrol) van welzijn op recept. Er zijn extra welzijnscoaches aangesteld. Er zijn 3 (van de 7) huisartsenpraktijken die werken met welzijn op recept. De Hogeschool Zeeland gaat (in 2022) de effectiviteit van welzijn op recept in kaart brengen.

≈

4.3.2.7 Alle gemeentelijke gebouwen zijn toegankelijk en voldoen aan de eisen van het Nederlandse Keurmerk voor Toegankelijkheid De werkzaamheden aan de gemeentelijke gebouwen zijn afgerond. De aanleg van (extra) gehandicaptenparkeerplaatsen volgt op korte termijn. Daarna worden de gebouwen gekeurd.

HD 4.4: Inwoners van Goes participeren naar vermogen 4.4.1 Speerpunt: Realiseren aanpak arbeidsbeperkten (beschut werken, arbeidsmatige dagbesteding) √ 4.4.1.1 Uitvoering geven aan het Goese koersdocument participatiewet. Een plan van aanpak voor 2022 is samen met de andere Bevelandse gemeenten en afdeling WIZ gemaakt. De eerste stappen zijn gezet. Om te beginnen is een voorstel geschreven om in 2022 te starten met een Participatielab. Dit is een combinatie van werken en leren met intensieve begeleiding.

≈

4.4.1.2 De nieuwe bouwsteen arbeidsmatige dagbesteding wordt nader vormgegeven in de praktijk

31 In 2021 zijn verschillende vormen van arbeidsmatige dagbesteding ingezet door onze klantmanagers. Zoals bijvoorbeeld bij de leerwerklocatie De Opstap binnen de Randhof in Goes. In 2022 praten we met SWVO verder over het vormgeven van een bouwsteen. 4.4.2 Speerpunt: Herijking re-integratie instrumentarium √ 4.4.2.1 Voorstel maken op welke manier er beter aansluiting kan komen tussen de ondersteuningsbehoefte van complexer wordende doelgroep en het huidige aanbod van het wijkbedrijf Goes Zuid, de Betho en BTO Een enquête is uitgezet onder de klantmanagers van afdeling WIZ. We hebben gevraagd naar de ondersteuningsbehoefte van de klanten en wat er goed gaat en mist. We hebben de resultaten bekeken. De eerste stap is nu het starten van een Participatielab in 2022. Hiervoor is een voorstel geschreven. We bekijken de resultaten van de enquête opnieuw in februari 2022. Dan zien we waar we nog meer op kunnen inzetten.

≈

4.4.2.2 Onderzoek naar de mogelijkheden om meer reguliere werkgevers in te zetten bij de re-integratie van mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dit is onderdeel van het concept Participatielab. Bij een Participatielab worden veel reguliere werkgevers betrokken uit de praktijk bij re-integratie. In 2021 is een voorstel geschreven om met een Participatielab te starten in 2022.

4.4.3 Speerpunt: Voorbereiding en start nieuwe wet inburgering √ 4.4.3.1 Statushouders die nog verplicht moeten inburgeren voor de start van de nieuwe wet (januari 2022) worden zo snel mogelijk begeleid naar een succesvolle inburgering De statushouders zijn in 2021 goed geholpen om voor de start van de nieuwe Wet Inburgering in 2022 hun inburgeringstraject af te ronden. De statushouders die nog niet klaar zijn in 2022 helpen we ook in 2022 om het af te ronden.

√

4.4.3.2 Uitvoering geven op lokaal niveau aan Zeeuws-brede adviezen voortkomend uit de kerngroep VOI (Veranderopgave Inburgering) om op tijd alle processen te hebben ingericht voordat de nieuwe wet in werking treedt. De nieuwe wet is gestart op 1 januari. Alles is gereed.

4.4.4 Speerpunt: Aanpak taalachterstanden √ 4.4.4.1 Inburgeringsplichtigen worden door de gemeente geregisseerd bij het leren van de Nederlandse taal. Onderdeel van de nieuwe Wet Inburgering per 1 januari 2022 is het zo goed mogelijk aanleren van de Nederlandse taal. In het licht van die nieuwe wet zijn we hier in 2021 al extra mee gestart. Samen met Vluchtelingenwerk, de Bibliotheek, SMWO en andere partners. We gaan hiermee door onder de nieuwe wet in 2022.

-

4.4.4.2 Realiseren van het project ‘taalvisite’ in combinatie met Tas vol Taal. In samenwerking met bibliotheek, Auris en SMWO zou dit opgepakt worden. Helaas hebben we de subsidie niet verkregen. De aanvraag is uitgeloot en daarmee niet beoordeeld. Hiermee kan dit traject niet uitgevoerd worden.

√

4.4.4.3 Inzetten op het vergroten van het bereik van de laaggeletterde autochtone Nederlanders Er wordt ingezet op het vergroten van het bereik van laaggeletterde autochtone Nederlanders. Deze doelgroep is lastig te bereiken. Door het SMWO is, in samenwerking met Taalhuis, een meerjarenplan aanpak laaggeletterdheid voor de Oosterschelderegio opgesteld. In het plan is te lezen welke acties de afgelopen tijd in de regio zijn ondernomen om (autochtone) laaggeletterden te ondersteunen. Daarnaast is omschreven wat de doelen voor 2022 tot en met 2024 zijn en hoe deze vormgegeven gaat worden. Het plan is inmiddels vastgesteld.

≈

4.4.4.4 Er wordt een jaarlijkse monitor opgeleverd voor het toetsen van de behaalde doelen die geformuleerd zijn in het regioplan aanpak laaggeletterdheid De Zeeuwse werkgroep educatie is eind december 2021 gestart met de ontwikkeling van een monitor. Een eerste stap is om in kaart te brengen welke instrumentaria voor kwaliteit en monitoring geschikt zijn voor Zeeland en haar drie subregio’s. Op basis van een kort onderzoek bij betrokken instellingen en uitvoerders wordt in het tweede kwartaal van 2022 een keuze gemaakt uit een van de landelijk beschikbare monitoringstools.

HD 4.5: Inwoners van Goes kunnen zich financieel redden 4.5.1 Speerpunt: Speerpunt: Bestrijding van armoede; in het bijzonder bij kwetsbare doelgroepen als kinderen, ouderen en gezinnen met multi-problematiek. √ 4.5.1.1 De communicatie aan laten sluiten op de leefwereld van de doelgroep Brieven aan onze inwoners worden zo veel mogelijk geschreven op B1 niveau. We maken vaker gebruik van beeld om teksten te ondersteunen en/of te verduidelijken. Ook worden toegankelijke PDF-bestanden gebruikt, zodat deze door een voorleeshulp gelezen kunnen worden. Dit blijft ook de komende jaren een vast onderdeel van onze werkwijze.

≈

4.5.1.2 Professionals worden getraind om laaggeletterdheid en Licht Verstandelijke Beperking (LVB) te herkennen

32 De toegangen CJG en afdeling WIZ krijgen in de 1e helft van 2022 een training. Dit is in 2021 vanwege Corona niet gelukt. Afdeling WIZ heeft met de Landelijke Federatie Belangenverenigingen Onderling Sterk (LFB) afgesproken dat LFB gaat meelezen op de communicatiemiddelen van de afdeling WIZ. Daarnaast heeft schuldhulpverlening een plek gekregen in het regionaal beleidsplan aanpak laaggeletterdheid. LFB is de landelijke koepel die aandacht heeft voor mensen die een licht verstandelijke beperking hebben (LVB).

√

4.5.1.3 Alle regelingen voor kinderen zijn ondergebracht op één plek De regelingen voor kinderen zijn ondergebracht in het digitale loket ‘samenvoorallekinderen’.

≈

4.5.1.4 We gaan actief op zoek naar de ‘verborgen armoede’ groep In 2022 wordt een minima-effectonderzoek gedaan. In dit onderzoek wordt onderzocht wat het bereik is van de huidige regelingen en worden aanbevelingen gedaan om het bereik te vergroten. Wel is in 2021 door SER uitvoerig landelijk onderzoek gedaan naar de verborgen armoede groep. De resultaten staan in het rapport ‘Werken zonder armoede’.

HD 4.6: Goes heeft "Grip op het Sociaal Domein" 4.6.1 Speerpunt: Voorbereiden nieuwe decentralisatie Beschermd Wonen (BW) en maatschappelijke opvang √ 4.6.1.1 Analyse en advies ten aanzien van de consequenties van het Objectief verdeelmodel BW in relatie tot het solidariteitsprincipe in de regio Analyse is in 2021 opgepakt. In de regiovisie die in het eerste kwartaal van 2022 voorligt bij de raad wordt uitgegaan van het objectief verdeelmodel BW.

√

4.6.1.2 Uitvoering geven aan de opgaven uit de versnellingsagenda ‘Opvang en bescherming in Zeeland Op basis van de versnellingsagenda is de regiovisie opgesteld. Deze regiovisie is gereed. In 2022 zal verder gewerkt worden aan de uitvoeringsagenda.

4.6.2 Speerpunt: Voorbereiden nieuwe herverdeling Sociaal Domein en Gemeentefonds Klassiek ≈ 4.6.2.1 Op basis van de gegevens van de decembercirculaire 2020 en de meicirculaire 2021 volgt er een advies over de financiële consequenties ten gevolge van de herverdeling van beide rijksuitkeringen De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft advies uitgebracht over het eerste model van april 2021 en aansluitend over het gewijzigde herverdeelmodel van juli 2021. Er is nog steeds geen akkoord om het verdeelmodel 2.0 in te voeren. In januari 2022 hebben de leden tijdens een extra Algemene Leden Vergadering van de Vereniging Nederlandse Gemeenten besloten niet akkoord te gaan met het voorgestelde verdeelmodel. Dit krijgt nu in 2022 verdere uitwerking. 4.6.3 Speerpunt: Meer grip op de toegang tot zorg (WIZ en CJG) √ 4.6.3.1 Start pilot integrale intake om uitvoering te geven aan het besluit: ‘Eén toegang werk, inkomen en zorg van 0 tot 100 jaar’ De focus is gelegd op het verbeteren van de aanpak voor inwoners met complexe problematiek. Hiertoe is in de 2e helft van 2021 de doorbraakaanpak geïmplementeerd; een succesvolle aanpak om vastgelopen casussen met complexe en meervoudige problematiek effectief, efficiënt en duurzaam aan te pakken. Naast het leertraject voor uitvoerend medewerkers is tevens ingezet op draagvlak en commitment bij het management.

Niet alleen bij het CJG, WIZ, maar ook de andere samenwerkingspartners in de gebiedsgerichte teams. Tevens zijn de voorbereidingen voor de welzijnsroute gestart; een centrale ingang waar inwoners met hun ondersteuningsvragen (op welzijn, jeugd, participatiewet of Wmo) terecht kunnen.

√

4.6.3.2 De adviezen uit het onderzoek ‘grip op de Wet Maatschappelijke Opvang (WMO)’ (dat in SWVO-verband wordt uitgevoerd) worden in samenhang met de nadere analyse vanuit het actieplan begeleiding en de al ingezette acties geïmplementeerd De zes maatregelen Grip op de WMO Oosterschelderegio zijn grotendeels uitgewerkt in plannen van aanpak. Alleen voor maatregel 1 volgt nog een plan van aanpak (gericht op voorliggende voorzieningen). Eind 2021 is gestart met de implementatie van de maatregelen. In november 2021 zijn er een tweetal raadsbijeenkomsten geweest om een update te geven rondom de voortgang van het project.

4.6.4 Speerpunt: Voorbereiding nieuw woonplaatsbeginsel Jeugdwet √ 4.6.4.1 In samenwerking met de inkooporganisatie jeugdhulp Zeeland en het CJG Goes worden de financiële gevolgen vooraf aan de invoering in beeld gebracht. Per 1 januari 2022 is het nieuwe woonplaatsbeginsel van kracht. In samenwerking met de inkooporganisatie is een overzicht gemaakt van de verschuivingen van het aantal jeugdigen in jeugdhulp door invoering van het woonplaatsbeginsel. Pas in 2022 zullen we de werkelijke financiële consequenties in beeld kunnen brengen.

√

4.6.4.2 De werkwijze van het nieuwe woonplaatsbeginsel wordt verwerkt in het intakeproces van het CJG Goes De werkwijze is verwerkt.

4.6.5 Speerpunt: In beeld brengen van de ‘beste koop’ en toepassing regelen in de toegangen. (‘Beste koop’ is efficiënte ondersteuning tegen zo economisch mogelijk tarief) ≈ 4.6.5.1 Klantmanagers en jeugdconsulenten kunnen bij de toewijzing van zorg en ondersteuning gebruik maken

33 van een instrument die inzicht geeft in de ‘best mogelijke koop’. Op basis daarvan wordt in overleg met de inwoner een zorgaanbieder toegewezen Het instrument is in ontwikkeling en moet nog gevuld worden met gegevens. Er moet voldoende data aanwezig zijn om het instrument tool goed te kunnen gaan inzetten. 4.6.6 Speerpunt: borgen van ‘normalisatiegedachte’ (‘zo min mogelijk problematiseren en medicaliseren’) ≈ 4.6.6.1 Striktere toepassing van het criterium gebruikelijke zorg door de toegangen CJG en afdeling WIZ. We gaan hiervoor enerzijds communiceren met de inwoners en anderzijds in gesprek met de toegangen om te onderzoeken welke ruimte de wetgeving biedt en hierop de criteria aan te scherpen Zowel bij GR de Bevelanden (WMO) als bij het CJG (Jeugd) vinden gesprekken plaats wat we verstaan onder normalisatie. Indien mogelijk wordt dit ook verwerkt in werkinstructies en eventueel in beleidsregels. Door het vaststellen van de beleidsregels WMO en CJG in 2021 is al een eerste slag hierop gemaakt. Het laten landen van de normalisatiegedachte in- en vooral ook extern heeft tijd nodig. De externe communicatie zal in 2022 gaan plaatsvinden.

√

4.6.6.2 De verordening en nadere regels actualiseren (Jeugd) De verordening en nadere regels Jeugdhulp zijn geactualiseerd

4.6.7 Speerpunt: afschalen van de maatwerkvoorziening naar voorliggende- en basisvoorzieningen aan de hand van data-analyses (op maat, over de wetten heen en indien wenselijk gebiedsgericht) √ 4.6.7.1 Eerste gebiedsanalyses worden gebruikt bij het maken van beleidskeuzes en voor het bepalen van de manier waarop zorg gefinancierd wordt De eerste analyses zijn in 2021 gemaakt en zijn gebruikt door gemeenteambtenaren en medewerkers van SMWO. De analyses zijn positief ontvangen. In 2022 gaan we hiermee door.

≈

4.6.7.2 Er ligt een eerste analyse en prioritering welke maatwerkvoorziening het beste omgevormd kan worden naar een voorliggende en/of basisvoorziening De uitvoering hiervan is gekoppeld aan maatregel 1 vanuit Grip op de WMO. Dit plan van aanpak wordt in het eerste kwartaal van 2022 opgeleverd

4.6.8 Speerpunt: harmonisatie van werkwijzen Zeeuwse gemeenten om de administratieve druk bij ouders en zorgaanbieders te verminderen √ 4.6.8.1 Voor de jeugdzorg is een Zeeuwse verordening en nadere regels beschikbaar De Goese verordening en nadere regels zijn gebaseerd op een Zeeuws model. In de Oosterschelderegio is dit gezamenlijk afgestemd en vastgesteld.

√

4.6.8.2 De ontwikkeling van een integrale intake De focus is gelegd op het verbeteren van de aanpak voor inwoners met complexe problematiek. Hiertoe is in de 2e helft van 2021 de doorbraakaanpak geïmplementeerd; een succesvolle aanpak om vastgelopen casussen met complexe en meervoudige problematiek effectief, efficiënt en duurzaam aan te pakken. Naast het leertraject voor uitvoerend medewerkers is tevens ingezet op draagvlak en commitment bij het management bij het CJG, WIZ, maar ook de andere samenwerkingspartners in de gebiedsgerichte teams.

√

4.6.8.3 Voor de zwaarste casuïstiek in de jeugdzorg is een Zeeuws expertiseteam opgezet In Zeeland kennen we het regionaal expertise team (RET). Zij zijn een klankbord voor complexe en zware casuïstiek in de jeugdzorg. Wanneer het ook het RET te boven gaat, kunnen zij eventueel een beroep doen op een bovenregionaal team.

4.6.9 Speerpunt: vanuit onze taak als centrumgemeente voor de Arbeidsmarktregio Zeeland (AMR) wordt invulling gegeven aan de overstijgende Zeeuwse rol om de infrastructuur van economie en arbeidsmarkt in Zeeland, in de post-Corona tijd, zo adequaat mogelijk te laten reageren √ 4.6.9.1 Het vertalen en implementeren van de gewenste acties vanuit de AMR Onder regie van de arbeidsmarktregio Zeeland is, in lijn met het verzoek vanuit de Rijksoverheid, een Zeeuws mobiliteitsteam opgericht dat mensen van werk-naar-werk begeleidt wanneer zij werkloos dreigen te raken als gevolg van de coronamaatregelen. Dit is een samenwerking tussen de Zeeuwse gemeenten, UWV, Vakbonden, Onderwijs en VNO-NCW.

34 Bijdrage verbonden partijen aan doelstellingen gemeente: Verbonden partij

Speerpunt/reguliere taak

GR samenwerking de Bevelanden

Werk, inkomen en zorg

GR de Betho

Bijdrage aan doelstelling programma

HD 1 Fysiek gezond HD 5 Financieel gezond HD 6 Financieel gezond HD 2. Zelfstandig

Uitvoering participatiewet en re-integratietrajecten en Wsw SWVO Inkoop en contractbeheer Wmo en HD 2 Zelfstandig beleidsadvisering Wmo en educatie. Uitvoering HD 3 Netwerk leerlingenvervoer. HD 4 Meedoen CZW Provinciale beleidsvoorbereiding en uitvoering met HD 1 Fysiek gezond name maatschappelijke opvang, beschermd HD 2 Zelfstandig wonen, veilige opvang, huiselijk geweld, alcohol en HD 3 Netwerk drugs, Anti discriminatie HD 4 Meedoen GR GGD Zeeland Inkoop en contractbeheer Jeugdzorg en de HD 1 Fysiek gezond administratieve backoffice. HD 2 Zelfstandig Bewaakt, beschermt en bevordert de gezondheid van de Zeeuwse bevolking. Uitvoering van meldcode ‘veilig thuis’ (huiselijk geweld en kindermishandeling) * Voor meer informatie over de genoemde verbonden partijen wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen.

Relevante beleidsdocumenten: Beleidsnota

Jeugd & Onderwijsbeleid 2022 – 2025 Regiovisie Beschermd Wonen Lokaal uitvoeringsplan Armoede en Schulden 2021 - 2022 Plan van aanpak alcohol en drugs Programmaplan transformatie Goes 2019-2020. (Goes voor elkaar) Focusplan Goes kader, gericht op versnelling van de transformatie Focusuitvoeringsagenda Kadernota Armoede en Schulden (Bevelands) Koersdocument Participatie Gezondheidsnota 2018-2021 Regionale kadernota Gezondheid 2022-2025 Preventie-akkoord

Vastgesteld door

Raad Raad Raad Raad Raad Raad Raad Raad Raad Raad Raad College

Vaststellings datum

p.m. 2022 p.m. 2022 09-11- 2021 23-09-2021 23-5-2019 26-11-2020 22-07-2021 17-12-2020 19-12-2019 21-12-2017 p.p. 2022 23-11-2021

35

Indicatoren: Jeugdcriminaliteit (BBV)

1.200

1.107

1.092

1.096

4%

1.159

% tot 18 jarigen

Per 1.000 inwoners 15-64 jaar

Relatief verzuim (BBV)

800

400

0

2017

2018 Goes

2019 Zeeland

2020

2021

3% 2%

0%

4%

0%

5%

2017

2018

2019

2020

Goes

Zeeland

2021

Nederland

Type indicator: BBV Bron: Verwey Jonker instituut (rapp. Kinderen in Tel), Opdrachtgever 'Defence for Info: Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen.

2%

1%

1%

0%

2017

2018 Goes

2019 Zeeland

1%

2020

69,3% 68,3%

67,7%

68% 66% 64% 62%

2017

2018 Goes

2019 Zeeland

2020

2021

Nederland

400

200

0

309

2017

302

2018 Goes

Nederland

381

2019 Zeeland

381

2020

338

2021

Nederland

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Het aantal personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners 18jr e.o.

Jongeren met jeugdhulp (BBV)

Lopende re-integratievoorzieningen (BBV) 18%

600

484

% alle jongeren tot 18 jaar

Aantal per 10.000 inwoners 15-64 jaar

69,4%

70%

600

2021

Type indicator: BBV Bron: Verwey Jonker instituut (rapp. Kinderen in Tel), Opdrachtgever 'Defence for Info: Het percentage werkeloze jongeren (16-22 jaar)

473

450

302

300

263

150 0

2021

Personen met een bijstandsuitkering (BBV) Aantal per 10.000 inwoners

% 16-22 jarigen

2%

2020 Nederland

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking.

% jeugdwerkloosheid (BBV) 3%

2%

2019 Zeeland

Type indicator: BBV Bron: Verwey Jonker instituut (rapp. Kinderen in Tel), Opdrachtgever 'Defence for Info: Het percentage jongeren (12-21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen.

% werkzame beroepsbevolking t.o.v. beroepsbevolking

% kinderen tot 18 jaar

6%

5%

2018

1,0%

Netto arbeidsparticipatie (BBV)

8%

5%

1,0%

Goes

Kinderen om uitkeringsgezin (BBV)

5%

1,0%

2017

Nederland

Type indicator: BBV Bron: LISA Info: Het aantal banen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 - 64 jaar. Op waarstaatjegemeente.nl is de doelgroep cf staatscourant (15-64 jaar)opgenomen. Tot 2018 was de doelgroep 15-74 jaar beschikbaar,v.a. jaarrek. 2019 15-64

2%

1,0%

1%

2017

2018 Goes

2019 Zeeland

2020

2021

Nederland

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Het aantal reïntegratievoorzieningen per 10.000 inwoners in de leeftijd van 1564 jaar

15% 12%

12,1%

13,4%

14,5%

14,4% 12,4%

9% 6% 3% 0%

2017

2018 Goes

2019 Zeeland

2020

2021

Nederland

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp t.o.v. alle jongeren tot 18 jaar

36 Jongeren met jeugdreclassering (BBV)

% van jongeren tot 18 jaar

2%

1,5%

2%

1,8%

1,7%

1,6%

1,3%

1% 1% 0%

2017

2018

2019

Goes

Zeeland

2020

2021

% van alle jongeren 12-23 jaar

Jongeren met jeugdbescherming (BBV) 3%

0,5% 0,4% 0,4% 0,3%

0,1% 0,1% 0,0%

1.100

2018

2019 Zeeland

2020

1.020

2021

Nederland

Type indicator: BBV Bron: CBS - monitor sociaal domein Info: Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo.

Social cohesie (Goese indicator) tbv Integraal veiligheidsbeleid

7,0

Score

6,5 6,0 5,5 5,0

6,4

2015 Goes

6,3

6,1 2017 Zeeland

2019 Nederland

2020

2021

Nederland

Verwijzigingen Halt (12-17 jaar) (BBV)

600

Goes

2019 Zeeland

30

800

2017

2018

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Het percentage jongeren (12-23 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel t.o.v. alle jongeren (12-23 jaar)

6,4

2021 Stedelijkheidsklasse Matig stedelijk

Type indicator: Goese indicator Bron: CBS, Veiligheidsmonitor, omloopsnelheid 'onevenjaren', score van 0 tot 10 Bevolkingsonderzoek naar leefbaarheid en veiligheid, onder inwoners, van 15 jaar en ouder ( in de oneven jaren) https://www.cbs.nl/nl-nl/maatschappij/veiligheid-enrecht/veiligheidsmonitor/publicaties/rapportages Info: Mensen gaan op een prettige manier met elkaar om, mensen kennen elkaar nauwelijks, gezellige buurt samen dingen doen, voel me thuis in deze buurt, contact met buurtbewoners, tevreden over bevolkingssamenstelling. Deze indicator is toegevoegd tbv 'integraal veiligheidsbeleid'.

Aantal per 1.000 jongeren

Aantal per 10.000 inwoners

1.100

1.000

400

2017

Goes

1.400

1.060

0,2%

0,2%

Cliënten met een maatwerkarrangement WMO (BBV) 1.040

0,2%

0,2%

Nederland

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel t.o.v. alle jongeren tot 18 jaar

1.200

0,3%

0,3%

25

24

24

21

20 15 10

14

5 0

2017

2018 Goes

2019 Zeeland

2020 Nederland

Type indicator: BBV Bron: Bureau Halt Info: Verwijzingen Halt per 1.000 inwoners van 12-17 jaar

2021

37

Wat heeft het gekost? Programma 4 Sociaal domein

Bedragen x € 1.000

LASTEN Begroot 5.120

Werkelijk 4.422

BATEN Verschil 698

Begroot 33

Werkelijk 35

Verschil 3

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

6.2

Wijkteams

1.280

1.217

62

33

41

7

6.3

Inkomensregelingen

19.698

15.079

4.619

14.233

10.453

-3.780

6.4

Begeleide participatie

9.780

9.381

399

3.360

3.538

178

6.5

Arbeidsparticipatie

3.341

2.373

968

382

-667

-1.049

6.6

Maatwerkvoorzieningen (WMO)

3.942

3.545

397

515

604

89

6.71

Maatwerkdienstverlening 18+

12.400

11.596

804

0

11

11

6.72

Maatwerkdienstverlening 18-

12.392

10.162

2.229

0

12

12

6.81

Geëscaleerde zorg 18+

159

158

1

0

0

0

6.82

Geëscaleerde zorg 18-

3.497

3.453

45

0

0

0

7.1

Volksgezondheid

1.650 73.258

1.609 62.997

41 10.262

8 18.564

0 14.027

-8 -4.537

Afwijking t.o.v. actuele begroting

5.725 STORTINGEN

Mutaties in reserves Resultaat na bestemming

Begroot 5.974

Werkelijk 11.669

ONTTREKKINGEN Verschil -5.695

Begroot 6.917

Werkelijk 6.886

Verschil -32 -5.727 -2

38

39

Programma 5 Milieu Missie Bewust duurzaam! In Goes nemen we onze verantwoordelijkheid voor een duurzame en toekomstbestendige woon-, leef-, en werkomgeving. We ambiëren hierbij een plek in de Zeeuwse voorhoede. Het stimuleren van een gemeenschappelijke duurzame mentaliteit kan niet zonder dat we zelf zoveel mogelijk het goede voorbeeld geven.

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? HD 5.1: Inwoners bieden steeds minder restafval aan. Ons doel is maximaal 100 kilo restafval per inwoner per jaar. Daarbij zien we afval zoveel mogelijk als grondstof. 5.1.1 Speerpunt: Verder omlaag brengen van de kilo’s restafval, tot 100 kilo per inwoner. Het restafval dat op de milieustraat terecht komt, rekenen we daarin mee. 5.1.1.1 We gaan verder met het uitvoeren van onze plannen voor afval. Zo gaan we het restafval minder vaak ophalen. En waar nodig verbeteren we onze service. Bijvoorbeeld door het GFT-afval elke week op te halen in de zomermaanden. We hebben vertraging bij het bereiken van ons doel, onder meer door corona. Daarom hebben we in 2021 met inwoners overleg gehad, over mogelijke veranderingen in de inzameling van het restafval. Daarnaast hebben we vanaf 2022 de financiële prikkel om afval beter te scheiden, groter gemaakt. We verwachten niet dat we ons doel van 100 kilo restafval per inwoner per jaar in 2022 al gaan halen. We zien dit ook landelijk. Daarom geeft de Rijksoverheid in 2022 duidelijkheid over een mogelijke aanpassing van de doelstelling.

≈

5.1.1. We willen ook dat inwoners minder grof huishoudelijk afval naar de milieustraten brengen. Daarvoor gaan we plannen (beleid) maken met andere Zeeuwse gemeenten, in O.L.A.Z.- verband. In O.L.A.Z.-verband hebben we onderzoek gedaan naar de toegangscontrole op de milieustraat. Met de resultaten gaan we in 2022 verder aan de slag.

5.1.2 Speerpunt: Zorgen dat de kwaliteit van recyclebare afvalstromen goed blijft √ 5.1.2.1 We houden de kwaliteit van het PMD-afval (plastic, metalen, drankkartons) in de gaten. Dit doen we via steekproeven op de overslaglocaties (plaatsen waar het PMD-afval verzameld wordt). Als dat nodig is, laten we onze boa’s of afvalcoaches controles uitvoeren. De kwaliteit van het PMD-afval wordt gecontroleerd op de overslagplaats. In 2021 is er geen PMD-afval afgekeurd. 5.1.3 Speerpunt: Scholen en verenigingen aanmoedigen om hun afval beter te scheiden √ 5.1.3.1 We ondersteunen scholen en verenigingen bij het apart inzamelen van petflesjes en blikjes. Bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van speciale afvalbakken op school of in de kantine. Door de landelijk invoering van statiegeld voor petflesjes en blikjes, is deze maatregel niet meer nodig. HD 5.2: Op sommige plekken in de gemeente ligt veel zwerfvuil, bijvoorbeeld rond scholen. Deze plekken hebben onze speciale aandacht. Via ‘slimme’ oplossingen pakken we dit probleem aan. 5.2.1 Speerpunt: We plaatsen afvalbakken (inzamelvoorzieningen) op plekken met veel zwerfvuil, die passen bij de gebruikers. We kijken daarbij naar de adviezen en ervaringen van Nederland Schoon. √ 5.2.1.1 Het plaatsen van een ‘Afval-Bank’ bij het Pontes Goese Lyceum.

√

5.2.1.2 Het plaatsen van een ‘Pratende Prullenbak’ bij Sportpark Het Schenge.

√

5.2.1.3 De bestaande ‘blikvangers’ meer opvallend maken met stickers en/of borden

HD 5.3: Werken aan een circulaire economie (een economie waarbij grondstoffen opnieuw gebruikt worden) 5.3.1 Speerpunt: Grondstoffen worden opnieuw gebruikt en er gaan minder grondstoffen verloren. √ 5.3.1.1 Meer circulaire activiteiten op de milieustraat Goes. We denken dan aan een kringloop van nog bruikbare spullen, stoffen en materialen. En aan het gebruik van duurzame brandstof voor de vuilniswagens van de milieustraat. Op dit moment (voorjaar 2022) zijn we deze activiteiten aan het voorbereiden. Dit doen we in samenwerking met het O.L.A.Z. en de ZRD. We hebben subsidie gekregen om te onderzoeken of een ‘milieustraat plus’ (een extra duurzame milieustraat) op Bedrijvenpark Deltaweg haalbaar is. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in 2022.

40

√

5.3.1.2 We volgen en onderzoeken het gebruik van vernieuwende duurzame materialen We hebben voor 9 bouw- en verkeersplannen onderzoek gedaan naar duurzaamheidskansen. Dit betekent dat we hebben gekeken naar de mogelijkheden voor gebruik van duurzame materialen. Dit hebben we gedaan met de SDG Inkoop Strategie (Sustainable Development Goals). Hiervan is een verslag gemaakt (eindrapportage).

≈

5.3.1.3 We moedigen het gebruik aan van duurzame materialen bij het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Ook geven we hier advies over. Bij 9 bouw- en verkeersplannen zijn onze adviezen meegenomen bij de keuze (inkoop) van materialen. Bij een aantal andere plannen zijn we hier nog mee bezig, of starten we dit nog.

HD 5.4: Een schone en veilige omgeving, met een minimale overlast door geluid, trilling, stank en klimaatveranderingen 5.4.1 Speerpunt: Aanpassen aan de verandering van het klimaat (klimaatadaptatie) ≈ 5.4.1.1 Het maken van een plan voor klimaatadaptatie: de “Klimaatadaptatiestrategie”. De Klimaatadaptatiestrategie Zeeland is vastgesteld. Op basis daarvan maken we het plaatselijke ‘uitvoeringsplan klimaatadaptatie’ voor Goes. Daarin staat hoe we ons gaan voorbereiden op verandering van het klimaat en wat we gaan doen. Midden 2022 neemt de gemeenteraad hierover een besluit.

√

5.4.1.2 We nemen maatregelen tegen wateroverlast in de gemeente. Dit doen we volgens de Meerjarenonderhoudsplanning riolering. Ook de planning voor het onderhoud van wegen en groen nemen we daarbij mee. Op de meest dringende plekken hebben we maatregelen genomen om wateroverlast te voorkomen. Daarnaast nemen we dit punt standaard mee bij het plannen en voorbereiden van onderhoud aan riolering, wegen en groen.

≈

5.4.1.3 Standaard aandacht voor klimaatadaptatie (zoals het voorkomen van wateroverlast en droogte) in alle ontwerpen en uitvoeringsplannen. Van binnen en buiten onze organisatie. Dit door alle ontwerpen en uitvoeringsplannen hier standaard op te beoordelen. We zijn hiermee bezig. Maar er liggen nog geen duidelijke afspraken over klimaatadaptatie als standaard punt van aandacht. We nemen dit mee in het ‘uitvoeringsplan klimaatadaptatie’.

5.4.2 Speerpunt: Verbeteren van de kwaliteit van water en waterbodem 5.4.2.1 De slechte kwaliteit van de waterbodem in de Vesten veroorzaakt vissterfte. Daarom willen we de kwaliteit van de waterbodem hier verbeteren, door te baggeren. Het baggeren van de Vesten is een project van de gemeente Goes en het Waterschap Scheldestromen samen. We hebben voorbereidende gesprekken gevoerd met het waterschap. Het baggeren staat gepland voor 20242025. HD 5.5: Werken aan steeds minder uitstoot van CO2 5.5.1 Speerpunt: Steeds minder uitstoot van CO2 in onze gemeente √ 5.5.1.1 Uitvoeren van het onderwijsprogramma ‘Klimaat’ (programma uit 2020). We hebben de acties uit dit programma uitgevoerd in samenwerking met de regio, binnen de Zeeuwse RES (Regionale Energie Strategie).

√

5.5.1.2 Een BREEAM- keurmerk voor Bedrijvenpark Deltaweg. BREEAM is een keurmerk voor een duurzaam gebouwde omgeving. Voor een omgeving met zo min mogelijk invloed op het milieu. In oktober 2021 heeft Bedrijvenpark Deltaweg het ‘BREEAM Gebied certificaat 3 sterren’ gekregen.

≈

5.5.1.3 We onderzoeken hoe we de wijken en dorpen in Goes aardgasvrij kunnen maken. En we maken daar een plan voor. Dit heet warmtetransitie. Het plan voor warmtetransitie is klaar in 2021. Dit is verplicht volgens de wet. In de eerste drie maanden van 2022 gaan we het plan voor warmtetransitieplan ter vaststelling aanbieden aan de gemeenteraad

√

5.5.1.4 Onderzoeken of we een waterstoftankstation kunnen plaatsen op Bedrijvenpark Deltaweg. We willen een zero-emissie tankstation (met waterstof) plaatsen op Bedrijvenpark Deltaweg. In 2021 hebben we onderzocht of dit mogelijk is. Ook hebben we hierover gesprekken gevoerd met ondernemers. Daaruit bleek dat ondernemers enthousiast zijn over dit idee. We zoeken nu een ondernemer die het plan verder gaat voorbereiden. En die het zero-emissie tankstation in bedrijf gaat nemen. In de eerste drie maanden van 2022 willen we de gemeenteraad vragen om een krediet (lening) voor dit plan beschikbaar te stellen. Voor de kosten hebben we een budget aangevraagd bij de Zeeuwse RES (Regionale Energie Strategie).

-

5.5.1.5 Deelname aan het Project TERTS (Transitie in Energie via een Regierol t.o.v. de Tertiaire Sector). Als gemeente doen we mee aan het Europese project TERTS. Met dit project willen we Zeeuwse MKB-bedrijven helpen bij de overstap naar duurzame energie. Dit project heeft veel last gehad van de coronacrisis. Voor de

41 energiescans was weinig interesse. Er zijn maar 8 scans uitgevoerd. Ook is er weinig interesse voor een vernieuwende pilot (proefproject). MKB-bedrijven vinden op dit moment andere zaken belangrijker. Het project is verlengd tot eind maart 2022. Tot die tijd proberen we de rest van de energiescans uit te voeren.

√

5.5.1.6 Regionale Energie Strategie Het college van B&W heeft de RES vastgesteld. In de RES staat hoe we als gemeente, samen met de regio, de overstap gaan maken naar meer duurzame vormen van energie.

5.5.2 Speerpunt: Een CO2-neutrale gemeentelijke organisatie ≈ 5.5.2.1 Een nieuw plan voor het duurzaam maken van alle gemeentelijke gebouwen. In 2021 hebben we aantal besluiten genomen. Op basis van een financiële rekensom, hebben we besloten het vastgestelde doel uit het klimaatprogramma (voor duurzame gemeentelijke gebouwen) te vervangen. In de eerste drie maanden van 2022 komen we met een nieuw doel, dat beter past bij onze gemeente. We hebben inwoners hierover mee laten denken en praten. Verder hebben we besloten om af te wachten hoe de rijksoverheid de kosten van onderwijsgebouwen (scholen) gaat vergoeden. De VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) maakt zich hier hard voor. Ook hebben we besloten goed te kijken naar de participatieaanpak. Met andere woorden: hoe we onze inwoners het best mee kunnen laten denken en praten over onze plannen. In de eerste drie maanden van 2022 komen we met een nieuw doel voor het duurzaam maken van gemeentelijke gebouwen. En met een plan hoe we dit gaan betalen. Later in het jaar volgt een programma voor het uitvoeren van de plannen, voor vier jaar.

≈

5.5.2.2 Uitvoeren van het plan van aanpak ‘Energiebesparing gemaalbesturing’. Op de Bevelanden en Tholen werken we samen nauw samen bij het beheer (laten draaien) van onze rioolgemalen. Daarbij houden we steeds rekening met onverwachte situaties. En we spelen daar op tijd en slim op in. Aandacht voor energiebesparing en duurzaam werken zijn belangrijke voorwaarden.

≈

5.5.2.3 Duurzaam maken van ’t Soepuus en Historisch Museum De Bevelanden. We zijn druk bezig met het opknappen van ’t Soepuus. De kap van dit gebouw hebben we ondertussen geïsoleerd. Zo besparen we energie. Omdat ‘t Soepuus een monument is, kijken we wat technisch haalbaar is aan duurzame maatregelen. En we zorgen dat zoveel mogelijk oude waarden in het gebouw bewaard blijven. Voor de restauratie van Historisch Museum De Bevelanden ligt een plan klaar. Dit plan kunnen we nu nog niet uitvoeren. Eerst moet een besluit genomen worden over de toekomst van het museum. Ook moeten we kijken hoe dit gebouw past binnen onze opdracht om alle gemeentelijke gebouwen duurzaam te maken. Net als ’t Soepuus, is dit gebouw een rijksmonument. Daarom vraagt ook dit pand extra zorg bij het uitvoeren van duurzame maatregelen.

≈

5.5.2.4 Onderzoeken of het haalbaar is om waterstof te gebruiken als brandstof voor de gemeentelijke vracht- en vuilniswagens. Goes doet mee aan het project Zero-Emissie Transport Zeeland. Ook heeft de Nederlandse Vereniging van Reinigings Directeuren (NVRD) het project Frontrunners H2 Collectief Afvalinzamelvoertuigen gestart. Het doel van beide projecten is om het vrijkomen van schadelijke gassen door gemeentelijke vracht- en vuilniswagens, terug te brengen naar nul. 40 organisaties hebben interesse om mee te doen, waaronder Goes. We onderzoeken hoe we dit samen kunnen aanpakken. We kijken daarbij vooral of we samen kunnen optrekken bij het vervangen van oude vrachtwagens en vuilniswagens. Zo kunnen we de technische ontwikkelingen binnen de auto-industrie versnellen.

√

5.5.2.5 Waar mogelijk vervangen we dienstauto’s die aan vervanging toe zijn, door elektrische auto’s. Vorig jaar hebben we 5 nieuwe elektrische auto’s in gebruik genomen.

√

5.5.2.6 Doorgaan met het vervangen van standaard lampen in de openbare verlichting door LED-verlichting Vervangingsplan lampen, armaturen en masten is uitgevoerd. Toepassen van LED-verlichting was hierbij de norm.

5.5.3 Speerpunt: Woningen duurzaam maken ≈ 5.5.3.1 Er zijn verschillende mogelijkheden om woningen duurzaam te maken. We willen deze mogelijkheden bekend maken bij de inwoners. Via de campagne ‘Alle B-tjes helpen’ en de rubriek in Samenspel laten we inwoners zien wat mogelijk is op het gebied van duurzaam wonen. Ook in het Bespaarhuis krijgen inwoners informatie over de verschillende mogelijkheden voor duurzaam wonen en leven. Bijdrage verbonden partijen aan doelstellingen gemeente: Organisatie

Speerpunt/taak

RUD

Vergunningen

Bijdrage aan doel programma

HD 3. Schoon en veilig en HD 4 Uitstoot

42 OLAZ

Verwerken/recyclen afvalstromen, in stand houden HD 1. Restafval milieustraat. Samenwerken bij onderzoeken voor beleidsdoelen, uniformiteit in inzamelsystemen/software SAZ Afvalwater HD 3. Schoon en veilig * Voor meer informatie over de genoemde verbonden partijen wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen.

Relevante beleidsdocumenten: Beleidsnota

Vastgesteld door

Verordening aansluitrecht gemeentelijke riolering Afvalstoffen verordening 2019 Klimaatprogramma 2019-2022 Regeling medisch afval Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2016 Elektrische openbare laadinfrastructuur Afvalbeleidsplan gemeente Goes "Van Afval naar Grondstof" Waterbergingsfonds Gemeente Goes. Zeeuws Energie Akkoord Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2013-2020

Raad Raad Raad B&W B&W Raad Raad B&W B&W Raad

Vastgesteld op datum

20-12-2018 20-12-2018 20-12-2018 22-11-2018 10-7-2018 10-4-2018 6-7-2017 21-2-2017 1-2-2017 25-10-2012

Indicatoren: Hernieuwbare elektriciteit (BBV) 50% 40%

Kilogram per inwoner

Omvang huishoudelijk restafval (BBV)

30%

250

20%

200

10%

150 100

0%

205

191

0

100 2017

2018 Goes

2017

2018

Goes (mediaan)

50

2019 Zeeland

2020

9,4%

7,9%

4,0%

2019 Zeeland (mediaan)

2020

2021

Nederland (mediaan)

Type indicator: BBV Bron: Het percentage duurzaamopgewekte energie binnen de gemeente grenzen in Info: Het percentage duurzaamopgewekte energie binnen de gemeente grenzen in verhouding met het totaal verbruikte energie binnen de gemeente grenzen. Er wordt hier gewerkt met een mediaan, 50% van de gemeenten zitten boven deze waarde en 50% van de gemeenten zitten hier onder. De reden om niet met een gemiddelde te werken is dat er een kleine groep gemeenten is met zéér grote 'uitschieters' naar boven. Hierdoor wordt een gemiddelde zeer sterk beïnvloed en geeft dit een vertekend beeld.

2021

Nederland

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Niet gescheiden ingezameld huishoudelijk afval.

Wat heeft het gekost? Programma 5 Milieu

Bedragen x € 1.000

LASTEN

BATEN

Begroot 2.933

Werkelijk 3.055

Verschil -122

Begroot 4.058

Werkelijk 4.249

Verschil 191

Afval

4.228

4.128

100

4.698

4.836

138

Milieubeheer

4.534

3.995

539

1.158

1.391

233

Begraafplaatsen en crematoria

451 12.147

470 11.650

-19 497

445 10.360

489 10.966

44 606

7.2

Riolering

7.3 7.4 7.5

Afwijking t.o.v. actuele begroting

1.103 STORTINGEN

Mutaties in reserves Resultaat na bestemming

Begroot 119

Werkelijk 119

ONTTREKKINGEN Verschil 0

Begroot 1.852

Werkelijk 1.098

Verschil -755 -755 349

43

Overzicht algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000) Rekening

Primair

Mutaties

Begroting

Rekening

2020

2021

2021

2021

2021

Treasury

138

154

0

154

230

OZB woningen

627

608

-11

597

611

OZB niet-woningen

0

0

0

0

1

Belastingen overig

0

0

0

0

0

Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds

0

0

0

0

0

498

1.459

-173

1.286

603

1.262

2.221

-184

2.037

1.445

Lasten

Overige baten en lasten Totaal lasten Baten Treasury

1.234

939

22

961

959

OZB woningen

6.010

6.057

100

6.157

6.307

OZB niet-woningen

4.697

4.641

0

4.641

4.852

Belastingen overig

372

1.504

-757

747

704

73.800

70.628

7.417

78.045

78.940

Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds Overige baten en lasten

490

0

99

99

125

Totaal baten

86.603

83.769

6.881

90.651

91.888

Saldo algemene dekkingsmiddelen

85.340

81.548

7.065

88.614

90.443

44

Overzicht overhead (bedragen x € 1.000) Rekening

Primair

Mutaties

Begroting

Rekening

2020

2021

2021

2021

2021

6.002.0.1 - Bestuursondersteuning burg. en secretariaat

912

717

35

752

735

6.002.3.1 - Communicatie

720

123

58

181

166

6.002.3.2 - Representatie

167

133

-5

128

137

6.002.3.5 - Klantcontactcentrum

18

36

31

68

56

6.002.4.0 - Archief

480

0

0

0

0

11.919

9.097

1.092

10.188

10.615

Lasten

6.040.0.0 - Overhead 6.100.0.9 - Uren programma 1

0

1.558

0

1.558

1.733

14.217

11.663

1.210

12.873

13.442

6.002.0.1 - Bestuursondersteuning burg. en secretariaat

7

0

0

0

0

6.002.3.1 - Communicatie

0

0

23

23

23

6.002.3.2 - Representatie

30

57

0

57

44

6.002.4.0 - Archief

20

0

0

0

0

6.040.0.0 - Overhead

2.378

2.477

61

2.537

2.401

Totaal baten

2.435

2.534

83

2.617

2.468

Saldo overhead

11.782

9.129

1.127

10.256

10.974

Totaal lasten Baten

45

Overzicht VPB (bedragen x € 1.000) Rekening

Primair

Mutaties

Begroting

Rekening

2020

2021

2021

2021

2021

6.200.0.9 - Uren programma 2

0

2

0

2

3

6.942.0.1 - Lasten vennootschapsbelasting

-4

0

0

0

-10

Saldo VPB

-4

2

0

2

-7

Lasten

46

3. Paragrafen

www.goes.nl

48

49

Paragraaf Lokale heffingen Inleiding Op grond van artikel 10 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), geven we inzicht in: het beleid ten aanzien van de lokale heffingen de realisatie opbrengst belastingen en heffingen een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen een aanduiding van de lokale lastendruk een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid Op grond van artikel 26 van het BBV bevat de jaarrekening een paragraaf lokale heffingen waarin de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen. De lokale heffingen zijn, naast onder andere het gemeentefonds van het Rijk voor gemeente Goes, een belangrijke bron van inkomsten. De lokale heffingen zijn een 13-tal verschillende belastingen en heffingen welke via verordeningen door de gemeenteraad jaarlijks worden vastgesteld. Beleid lokale heffingen De basis voor de beleidsuitgangspunten komt uit het collegeprogramma 2018-2022. Hierin is het volgende beleidsuitgangspunt geformuleerd: “Wij hebben aandacht voor de gemeentelijke lasten van bedrijven en willen hierin onze positie op de Zeeuwse ranglijst verbeteren.” We streven voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing naar een kostendekkendheid van 100%. Voor de kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten hebben we als streven een kostendekkendheid van minimaal 90%.

Dit wordt ook in deze paragraaf toegelicht en cijfermatig weergegeven. Het beleidsuitgangspunt is gelijk gehouden aan het uitgangspunt van de afgelopen jaren. Dit betekent dat voor de lokale heffingen van gemeente Goes voor 2021 een stijging met een indexatie van 2,2% is doorgevoerd. Dit is aan u voorgelegd met de kadernota en begroting 2021. Waar op basis van eerdere beleidskeuzes hiervan is afgeweken, lichten we dit toe in deze paragraaf. Het effect van de beleidsuitgangspunten wordt in deze paragraaf indicatief weergegeven in een vergelijk met de lokale lasten van andere gemeenten in de regio. Opbrengstrealisatie belastingen en heffingen In onderstaande tabel zijn de initiële begroting, gewijzigde ramingen en de realisatiecijfers van het jaar 2021 weergegeven. De ramingen uit de initiële begroting zijn in de bestuursrapportage 2021 of op andere momenten met een separate begrotingswijziging aangepast. In 2021 zijn veel van de begrotingswijzigingen het gevolg van de coronacrisis.

Gemeentelijke belasting

Afvalstoffenheffing Binnenhavengeld Forensenbelasting Leges Lijkbezorgingrechten Marktgeld Onroerende zaakbelasting Parkeerbelasting Precariobelasting Reclamebelasting Rioolrecht Toeristenbelasting To ta a l

Primaire begroting 4.209 86 105 2.132 500 52 10.798 3.156 1.114 390 4.019 312 2 6 .8 7 3

(Bedragen x € 1.000) Wijzigingen Begroting Realisatie 2021 2021 2021 0 0 0 304 -55 0 0 -684 -757 0 0 0 -1 .1 9 1

4.209 86 105 2.436 445 52 10.798 2.472 357 390 4.019 312 2 5 .6 8 2

4.139 56 103 2.266 489 52 11.159 2.524 360 344 4.131 211 2 5 .8 3 3

Afwijking 2021 -70 -29 -2 -171 44 -1 361 51 3 -46 112 -101 151

50 Toelichting op verantwoording heffingen 2021 Afvalstoffenheffing De basis voor de afvalstoffenheffing ligt in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. Met de afvalstoffenheffing in deze paragraaf lokale heffingen geven we inzicht in de huishoudelijke afvalstoffenheffing. Het bedrijfsmatige afval is geen publiekrechtelijke taak en wordt niet in deze paragraaf behandeld. Uitgangspunt bij de begroting is een kostendekkende heffing. Wettelijk is bepaald dat voor de huishoudelijke afvalstoffenheffing de totale belastingopbrengst niet de totale lasten mag overschrijden, dus de heffing is maximaal kostendekkend. De opbrengsten van de afvalstoffenheffing in 2021 komen ongeveer € 70.000 lager uit dan de begroting. Daar staat tegenover dat de opbrengsten van de reststromen van het afval zoals glas, papier en kunststof in 2021 hoger zijn uitgevallen dan begroot. Per saldo zorgt dit tot een voordeel op het taakveld (huishoudelijk) afval ten opzichte van de begroting. In onderstaande tabel wordt van het taakveld afvalstoffenheffing, de kosten en opbrengsten van het onderdeel huishoudelijke afvalstoffen weergeven. De bedrijfsafvalstoffen worden hier buiten gehouden. Voor het onderdeel overhead vindt bij de begroting een toerekening naar rato van de omvang van het taakveld plaats. Uitgangspunt van de begroting 2021 was een kostendekkendheid van 100% binnen het taakveld en overhead.

Door met name de hogere opbrengsten van de reststromen afval komt het dekkingspercentage in 2021 uit op 102%. Dit betekent dat we in 2021 een meer dan kostendekkende heffing hebben gehad. De kostendekkendheid wordt op ramingsniveau getoetst. Dit betekent dat de cijfers vanuit de begroting 2021 leidend zijn voor het bepalen van de kostendekkendheid. De realisatiecijfers van de afvalstoffenheffing 2021 worden wel betrokken bij het opstellen van de kostenonderbouwing in de nieuwe begroting. Afva l sto ffe n h e ffi n g 2 0 2 1 Kostendekkendheid Kosten taakvelden afvalstoffenheffing Dotatie reserve Diftar Opbrengsten taakvelden afvalstoffenheffing Toe te rekenen kosten: - overhead - btw Totale kosten afvalstoffenheffing

Bedragen

4.102 119 -611

449 n.v.t. 4.059

Opbrengst afvalstoffenheffing

4.139

D e kki n g sp e rce n ta g e a fva l sto ffe n h e ffi n g

102%

Leges De legesbaten laten een lagere opbrengst zien dan begroot van € 171.000. Op basis van de realisatie 2020 hebben we in de bestuursrapportage 2021 een toevoeging van de legesopbrengsten doorgevoerd in de begroting. De grootste toevoeging aan de begroting is toen gedaan voor de omgevingsvergunningen. In de tweede helft van 2021 zien we dat deze geraamde toename niet gerealiseerd is. Binnen dit onderdeel zien we een nadeel op de opbrengsten van ongeveer € 262.000. Binnen de andere onderdelen van de legesverordening zien we diverse mutaties van kleinere omvang. Per saldo leveren deze kleinere mutaties een voordeel op van € 91.000. Lijkbezorgingsrechten In de initiële begroting 2021 was uitgegaan van een kostendekkende heffing lijkbezorgingsrechten van 100%. In de bestuursrapportage 2021 is de geraamde baten lijkbezorgingsrechten voor 2021 naar beneden bijgesteld met € 55.000. Daarmee was het de verwachting dat de kostendekkendheid fors lager uit zou gaan vallen dan eerder begroot. De opbrengsten zijn in het laatste halfjaar van 2021 toegenomen waarmee de kostendekkendheid uitkomt op 96%. Als streefwaarde van de kostendekkendheid noemen we bij de begroting het minimale percentage van 90%. In 2021 is dit met het percentage van 96% gerealiseerd. In onderstaande tabel worden de kosten en opbrengsten van de lijkbezorgingsrechten vergeleken en uitgedrukt in een dekkingspercentage.

51 L i j kb e zo rg i n g sre ch te n 2 0 2 1 Kostendekkendheid Kosten taakvelden lijkbezorgingsrechten Opbrengsten taakvelden lijkbezorgingsrechten

Bedragen

470 0

Toe te rekenen kosten: - overhead - btw Totale kosten lijkbezorgingsrechten

40 n.v.t. 510

Opbrengst lijkbezorgingsrechten

489

D e kki n g sp e rce n ta g e l i j kb e zo rg i n g sre ch te n

96%

Onroerendezaakbelasting De realisatie van de opbrengst onroerendezaakbelasting (OZB) voor woningen en niet-woningen laat zien dat er € 360.000 meer is binnengekomen dan begroot. Dit bestaat uit € 211.000 meeropbrengst OZB niet-woningen en € 150.000 meeropbrengst OZB-woningen. De basis van deze meeropbrengst zit in de raming van de WOZ-waarde bij het opstellen van de begroting 2021. Deze waarde was gebaseerd op een eerste schatting van Sabewa Zeeland. De werkelijke stijging van de WOZ is hoger uitgevallen dan waarvan in de eerste raming was uitgegaan. De stijging bestaat uit accres woningen (verbouw en bouw) die hoger ligt dan waarvan was uitgegaan. Ook de waardeontwikkeling van de bestaande woningen is hoger uitgevallen. Deze realisatiecijfers van de onroerendezaakbelasting 2021 worden wel betrokken bij het opstellen van de ramingen in de nieuwe begroting. Precariobelasting Net als in de voorgaande jaren is er nog onzekerheid over de baten precario kabels en leidingen voor gemeente Goes. Zoals eerder aangegeven loopt er een rechtszaak tussen gemeente Hulst en Enduris. Voor 2016 is hiervoor Enduris in het gelijk gesteld maar de juridische procedure loopt nog. Voorzichtigheidshalve hebben we de opbrengst over 2021 nog niet verantwoord en is de begroting in de bestuursrapportage 2021 daarmee naar beneden bijgesteld.

Zodra over de rechtszaak van gemeente Hulst meer duidelijkheid is, kunnen deze opbrengsten mogelijk wel verantwoord worden. Rioolheffing Uitgangspunt voor de rioolheffing is dat de kosten van het taakveld, niet meer dan 100% kostendekkend mogen zijn. Op basis van die berekening is er bij het vaststellen van de verordening rioolheffing 2021 voor gekozen om de tarieven met 2,2% te indexeren. We zien dat realisatie van de baten van de rioolheffing ongeveer € 112.000 hoger uitvallen dan begroot. Dit is het totaal van woningen en niet-woningen. Net als bij de OZB heeft de rioolheffing de WOZ-waarde als maatstaf. De basis van de meeropbrengst zit in de raming van de WOZ-waarde bij het opstellen van de begroting 2021. Deze waarde was gebaseerd op een eerste schatting van Sabewa Zeeland. De werkelijke stijging van de WOZ is hoger uitgevallen dan waarvan in de eerste raming was uitgegaan. In onderstaande tabel worden de kosten en opbrengsten van de rioolheffing uitgedrukt in een dekkingspercentage. Uitgangspunt van de begroting 2021 was een kostendekkendheid van 99% binnen het taakveld, toerekenbare kosten, overhead en btw. Voor 2021 komt het dekkingspercentage uit op 103%. Deze realisatiecijfers van de rioolheffing 2021 worden wel betrokken bij het opstellen van de ramingen in de nieuwe begroting.

52 R i o o l h e ffi n g 2 0 2 1 Kostendekkendheid Toerekening kosten rioolheffing Toerekening kosten rioolheffing Opbrengsten taakvelden rioolheffing

Bedragen

3.055 350 -118

Toe te rekenen kosten: - overhead - btw Totale kosten rioolheffing

296 432 4.015

Opbrengst rioolheffing

4.131

D e kki n g sp e rce n ta g e ri o o l h e ffi n g

103%

Toeristenbelasting De opbrengst toeristenbelasting 2021 laat zien dat de coronacrisis zijn effect hierop heeft gehad. De lagere bezetting in vooral het voorjaar heeft ertoe geleid dat deze opbrengsten in 2021 ongeveer € 101.000 lager uitvallen.

Lokale lastendruk De lokale belastingdruk bestaat uit de onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en het rioolrecht. Voor het bepalen van de lokale lastendruk 2021 baseren we ons op de informatie van Coelo. In onderstaande tabel op basis van de berekening van Coelo is de ontwikkeling van de woonlasten van de afgelopen vijf jaar weergegeven. In onderstaande tabel wordt de belastingdruk van gemeente Goes vergeleken met die van de dertien Zeeuwse gemeenten. Om dit objectief te kunnen weergeven, baseren we ons op de informatie die Coelo jaarlijks verzameld (bron: www.coelo.nl). De onderstaande tabellen geven de lokale lastendruk per standaard gezinshuishouden weer en de lastendruk voor eenpersoonshuishoudens.

Woonlasten woningen meerpersoonshuishouden Gemeente Veere Tholen Noord-Beveland Goes Terneuzen Sluis Kapelle Borsele Reimerswaal Hulst Vlissingen Middelburg Schouwen-Duiveland Gemiddeld Zeeland

Lasten 2021 € € € € € € € € € € € € € €

728 736 747 767 785 796 819 827 837 849 855 860 941 811

Woonlasten woningen eenpersoonshuishouden Gemeente Tholen Veere Reimerswaal Noord-Beveland Kapelle Borsele Goes Sluis Terneuzen Hulst Middelburg Schouwen-Duiveland Vlissingen Gemiddeld Zeeland

Lasten 2021 € € € € € € € € € € € € € €

649 670 674 688 694 694 695 719 737 752 786 845 855 728

In de onderstaande tabel wordt de lokale belastingdruk voor bedrijven weergegeven. Hoewel Coelo dit niet berekent, kunnen we op basis van de informatie van Coelo en de verordeningen van de verschillende gemeenten wel een vergelijk laten zien. Om de lasten tussen de verschillende gemeenten te kunnen bepalen, gaan we uit van een bedrijf met een WOZ-waarde van € 500.000 en een waterverbruik van 500m³. In de berekening wordt de onroerendezaakbelasting en de rioolheffing meegenomen. De afvalstoffenheffing is voor bedrijven, in tegenstelling tot woningen, geen publiekrechtelijke heffing en is dus niet meegenomen in onderstaande tabel.

53

Lasten bedrijven Gemeente

Lasten 2021

Noord-Beveland Veere Reimerswaal Hulst Borsele Sluis Kapelle Goes Schouwen-Duiveland Tholen Terneuzen Middelburg Vlissingen

€ € € € € € € € € € € € €

1.612 1.616 2.104 2.625 2.661 2.716 2.790 2.797 2.893 2.931 3.180 3.736 4.056

Gemiddeld Zeeland

€

2.747

Kwijtscheldingsbeleid De gemeente hanteert het uitgangspunt dat alle inwoners met een inkomen op 100% van de bijstandsnorm in aanmerking moeten kunnen komen voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing en het rioolrecht, tenzij sprake is van een vermogen dat groter is dan het wettelijke normbedrag. De uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid wordt gedaan door Sabewa Zeeland. In onderstaande tabel wordt de verleende kwijtschelding van 2021 en de voorgaande jaren weergegeven.

Jaar 2019 € 2020 € 2021 €

Bedrag 197.000 242.000 247.000

54

Paragraaf Financiering Inleiding Het doel van deze paragraaf is de raad te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s over 2021. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Artikel 13 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) legt vast welke informatie de financieringsparagraaf in ieder geval dient te bevatten. Conform de vereisten voortvloeiende uit de wet financiering decentrale overheden (wet Fido) is er door het college een treasurybesluit vastgesteld. Hierin staan de regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten, alsmede de administratieve organisatie van de financieringsfunctie opgenomen. Renterisicobeheersing Renterisico’s worden beperkt door: • een actuele rentevisie te hanteren; • middel van een actuele liquiditeitsprognose; • te toetsen aan de kasgeldlimiet, beheersingsinstrument korte schuld; • te toetsen aan de renterisiconorm, beheersingsinstrument lange schuld. Renteontwikkelingen Voor de renteontwikkeling die we in 2021 hebben gezien, is het beleid van de ECB leidend.

Ook in 2021 heeft de ECB een ruim monetair beleid gevoerd. Hiermee zette ze de koers die jaren geleden is ingezet voort. Door de aanhoudende coronacrisis is het monetaire beleid verder verruimd en het stimuleringspakket, het pandemic emergency purchase programme (PEPP) begin 2021 nogmaals verhoogd naar in totaal €1.850 miljard. Naast deze stimuleringsmaatregel bleef het reguliere opkoopprogramma van € 20 miljard per maand bestaan. Deze maatregelen zorgden voor een toename van de geldhoeveelheid, wat gepaard ging met laagblijvende rentestanden met als doel het stimuleren van het economisch herstel. In het eerste kwartaal van 2021 waren de eerste tekenen zichtbaar van het afzwakken van de coronacrisis. Landen gingen steeds meer versoepelen en de economie kwam op veel plaatsen weer langzaam op gang. Dit zette zich verder door richting de zomer, waarbij de coronamaatregelen en het aantal besmettingen afnamen. In die periode kwamen de eerste berichten van toenemende inflatie, die hoger waren dan de doelstellingen van de ECB. De ECB ging er op dat moment van uit dat deze inflatie tijdelijk van aard is en zette het ruime beleid onverminderd voort. Gedurende de zomer ebde de coronacrisis steeds verder weg en bleef de inflatie stijgen.

In het najaar werd duidelijk dat de hoge inflatie waarschijnlijk niet tijdelijk is de ECB kondigde aan het PEPP-programma te zullen verminderen om de inflatie af te zwakken. Eind 2021 prijsde de markt verdere verkrapping van het monetaire beleid, ook die naar verwachting pas in 2022 wordt doorgevoerd in. Hierdoor was een stijging zichtbaar in de rentestand. Enerzijds is de ECB bij de snelle verkrapping bang voor te snelle economische negatieve gevolgen. Anderzijds moet worden opgepast voor oververhitting van de economie wat leidt tot een nog hogere inflatie.

55 In de onderstaande tabel is het verloop van de korte rente (referentierente: 3-maands Euribor) en de lange rente (referentierente: 10-jaars IRS) van 2021 weergegeven.

De korte rente (3-maands Euribor) vertoont een vlak verloop om en nabij de -0,55%. Dit komt doordat de korte rente erg nauw samenhangt met de depositorente die door de ECB wordt bepaald. De depositorente is de rente die banken moeten betalen aan de ECB wanneer ze daar geld stallen. Voor geheel 2021 is deze rente door de ECB vastgesteld op 0,50%. Het verloop van de lange rente (10-jaars IRS) laat meer fluctuaties zien. Begin 2021 zijn de verschillende stimuleringsmaatregelen verruimd of in de bestaande vorm hervat. Door de enorme geldhoeveelheid die hiermee beschikbaar is gekomen daalde de rente verder, waarmee het doel van de ECB werd bereikt. Door het afzwakken van de coronacrisis werd halverwege het jaar het ‘normale’ leven in grote delen van Europa steeds meer hervat. Het afnemen van de coronamaatregelen, een toename van de inflatie en de voornemens in de toekomst het PEPPprogramma langzaam af te bouwen zorgden voor een sprong in de rentestand medio 2021. Verdere verkrapping van het monetaire beleid zorgde voor het continueren van deze sprong. Intern liquiditeitsbeheer Met het interne liquiditeitsbeheer streven we naar het beheersen van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenstromen. Als gevolg van onvoorziene wijzigingen kunnen de financieringslasten hoger uitvallen. Hierbij is een goede inschatting bij het opstellen van de begroting belangrijk.

Daarnaast wordt gedurende het jaar de actuele liquiditeitspositie en -behoefte nauwlettend in de gaten gehouden. Voorop staat dat de gemeente altijd aan haar betalingsverplichtingen moet voldoen. Hiervoor moeten steeds voldoende geldmiddelen op zowel de korte als de lange termijn beschikbaar zijn. Kasgeldlimiet Ter beperking van renterisico’s op de korte schuld dienen de gemeenten te voldoen aan de kasgeldlimiet. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag bedragen. De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rente typische looptijd korter dan één jaar en de schuld in rekeningcourant en is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. De ontwikkeling van de netto vlottende schuld ten opzichte van de kasgeldlimiet in 2021 is in het volgende overzicht weergegeven. Kasgeldlimiet en financieringstekort Totaal jaarbegroting (baten)

1e kwartaal 2021

(Bedragen x € 1.000) 2e kwartaal 3e kwartaal 2021 2021

4e kwartaal 2021

129.002

129.002

129.002

129.002

Percentage

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

Kasgeldlimiet

10.965

10.965

10.965

10.965

14.996

9.304

15.309

9.448

25.961

20.269

26.274

20.143

Gemiddelde netto vlottende schuld (-) of gemiddeld overschot vlottende middelen (+) Ruimte (+) / overschrijding (-)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11586868/1