Agendapunt 10. Gs.146-011-v2 Beheerplan kunstwerken Goes v3.0 def
Tekst van het document
Beheerplan civiele kunstwerken 2020-2024
Duurzame bruggen zijn letterlijk de verbindende factor in de openbare ruimte
COLOFON
Titel:
Beheerplan civiele kunstwerken - periode 2020-2024
Opdrachtgever: Gemeente Goes Afdeling Openbare Ruimte Opdrachtnemer Ingenieursbureau Westenberg B.V. Postbus 256 3840 AG Harderwijk Telefoon (0341) 46 70 46 E-mail mail@westenberg.net
Beleidsplan opgesteld door: Naam Dhr. J. Houmes Dhr. I.C.J. Flipse
Functie Beheerder Civiel Planschrijver
Organisatie Gemeente Goes Ingenieursbureau Westenberg B.V.
Datum: 29 oktober 2019 Versie: 3.0 Status: definitief
© 2023, Ingenieursbureau Westenberg B.V. De gegevens en resultaten uit dit rapport mogen op generlei wijze openbaar worden gemaakt, tenzij daartoe door Ingenieursbureau Westenberg B.V. voorafgaand schriftelijk toestemming is verleend. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Indien de toestemming is verkregen, moet bij het openbaar maken van de gegevens en resultaten, de titel van dit rapport en de naam van Ingenieursbureau Westenberg B.V. worden genoemd
SAMENVATTING Aanleiding en doel In de gemeente Goes wordt al jaren op een gestructureerde wijze uitvoering geven aan het beheren en onderhouden van de civieltechnische kunstwerken (bruggen, steigers, trappen, keerwanden e.d.). Periodieke inspecties zijn hier een belangrijke factor in. Het doel van inspecties is ervoor te zorgen dat er continu inzicht is in de omvang, toestand en kwaliteit van het areaal en het benodigde budget voor het instandhouden van het areaal op het gewenste kwaliteitsniveau. De inspectieresultaten vormen de basis voor het uit te voeren onderhoud. De huidige werkwijze is gekoppeld aan de door de Raad vastgestelde IBORG beheerstrategie in 2006 (integraal beheerplan openbare ruimte gemeente Goes, schoon, heel en veilig). Deze beheerstrategie is nu nader uitgewerkt en vastgelegd in een beheerplan. Dit is de essentiële schakel tussen beleid en uitvoering. Het doel van dit beheerplan is: • het bestuur te informeren over de huidige situatie (omvang en kwaliteit van het areaal, werkwijze, resultaten laatste inspecties) en de risico’s, zowel technisch als financieel • een op beleid afgestemde beheerplan met concrete doelstellingen.
• de financiële onderbouwing van het beheerplan inzichtelijk maken • de uitdagingen, trends en ontwikkelen voor de komende beheerperiode weergeven Het beheerplan gaat in op de landelijke wet- en regelgeving en de visie en ambitie van de gemeente Goes, die vastligt in onder andere de Structuurvisie#Goes2040, het Collegeprogramma 2018-2022, het Klimaatprogramma 2019-2022 en de Programmabegroting 2019. Areaal en kapitaalswaarde De gemeente Goes beheert 113 grotere kunstwerken zoals bruggen, fietstunnels en steigers en 354 kleinere kunstwerken zoals trappen, keerwanden en hekwerken. De paspoorten en onderhoudsgegevens van het areaal zijn vastgelegd in een beheersysteem. De kapitaalswaarde van het areaal is circa € 15,1 miljoen. In de gemeente Goes liggen ook kunstwerken die in eigendom en beheer zijn bij derden: Provincie Zeeland, ProRail, Waterschap Scheldestromen, Rijkswaterstaat en particulier. De gemeente voert aan enkele kunstwerken wel beheertaken uit, zoals het periodiek reinigen en onderhoud van de wegverhardingen. Het periodiek reinigen van de tunnels valt onder het exploitatiebudget civiele kunstwerken. De gemeentelijke havens zijn geen onderdeel van dit beheerplan.
Huidige onderhoudsniveau en kwaliteit De gemeente Goes hanteert momenteel een beheerstrategie, waarbij het uitvoeren van onderhoud voornamelijk gebaseerd is op het in stand houden van het areaal op een Basis onderhoudsniveau. Het Basis onderhoudsniveau is er ook op gericht het areaal zo kostenefficiënt mogelijk in stand te houden, waarbij de beheerder streeft naar een maximaal haalbare levensduur. Er worden geen concessies gedaan ten aanzien van de constructieve veiligheid en de verkeersveiligheid. Onderdeel van beheer zijn periodieke inspecties waarbij het benodigde onderhoud voor het in stand houden van de kunstwerken door een specialistisch bureau wordt geprogrammeerd in het beheersysteem. Op basis van beschikbaar budget en de prioriteit van onderhoudsmaatregelen
I
Definitie Basis onderhoudsniveau
Het kunstwerk is in een redelijke conditie. Veroudering is op gang gekomen en gebreken komen regelmatig voor, maar de veiligheid is niet in het geding. De uitstraling is voldoende, het kunstwerk is matig schoon met enig discomfort en verstoring
stelt de gemeente een onderhoudsplan met bijbehorende eisen op. De eisen worden zoveel mogelijk afgestemd op het Handboek Openbare Ruimte Goes 2016. Door deze werkwijze blijft het areaal op orde, ontstaat nauwelijks achterstallig onderhoud en wordt kapitaalvernietiging voorkomen. De huidige technische staat van het areaal is redelijk tot goed te noemen (onderhoudsniveau B). De afgelopen jaren zijn veel oude houten bruggen vervangen door bruggen van staal/composiet. Het areaal is nog relatief jong: van de grote kunstwerken zijn er maar acht van voor 1985. De constructieve veiligheid van de grote kunstwerken is inzichtelijk: er zijn constructieve beschouwingen en berekeningen gedaan. Financiën De kosten voor beheer en onderhoud van het areaal zijn, in lijn met de gemeentelijke begroting, onderverdeeld in kosten voor exploitatie, voorziening en investeringen. In de exploitatiekosten zijn ook de kosten voor klein onderhoud en graffitibestrijding opgenomen, en een reserveringspost voor calamiteiten onderhoud. In onderstaande tabel zijn samengevat de benodigde onderhoudsbudgetten voor civiele kunstwerken vanuit de voorziening in de periode 2020-2024 weergegeven (niet geïndexeerd. Subtotaal grote kunstwerken Subtotaal kleine kunstwerken Opslag 30% Totaal kunstwerkenareaal
2020 € 92.103 € 91.340 € 55.033 € 238.476
€ € € €
2021 42.780 12.640 16.626 72.046
2022 2023 € 177.128 € 91.737 € 37.675 € 51.160 € 64.441 € 42.869 € 279.244 € 185.766
2024 € 41.109 € 42.545 € 25.096 € 108.750
€ € € €
Totaal 444.857 235.360 204.065 884.282
Gemiddeld € 88.971 € 47.072 € 40.813 € 176.856
Voor het vervangen van objecten is in de periode 2020-2024 circa € 170.000 nodig. Dat is circa 15% van de totale kosten. Voor de periode 2020-2029 lopen de gemiddelde jaarkosten circa 10% op. We kunnen concluderen dat er de komende 5 jaar aanzienlijk minder budget nodig is dan op de lange termijn. Dit komt voornamelijk omdat het areaal relatief jong is en er weinig vervangingen zijn voorzien. Onderstaande grafiek geeft de investeringsprognose voor objectvervangingen weer in periodes van 10 jaar. De grafiek laat duidelijk zien dat de investering tot ongeveer 2060 elke periode verdubbelen en daarna weer sterk afnemen. Een investeringspiek is over 30-40 jaar te verwachten. Voor de vervanging van grote kunstwerken onder andere betonnen plaatbruggen, fietstunnels en betonnen fietsbruggen zal voorafgaand aan het vervangingsjaar een investering worden aangevraagd. Eerst volgend vervangingsjaar is 2031.
Investeringen voor objectvervanging in € mln 4,5 4 3,5 3 2,5 2 1,5 1 0,5 0
II
Uitdagingen, trends en ontwikkelingen Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een dynamisch proces. De gemeente Goes is sterk in ontwikkeling met behoorlijk wat nieuwbouw. De nieuwe fietstunnel onder de Rinngbaan-west en bij het Tiendenplein zijn daar een goed voorbeeld van maar ook de bouw van circa 15 civiele objecten in de nieuwbouwwijk Mannee. In de perspectiefbrief en begroting voor 2020 zijn voor deze areaaluitbreiding middelen aangevraagd voor het beheer en onderhoud van de nieuwe te beheren objecten. Bij de inspectieronde van 2020 worden de gegevens van deze objecten in het beheersysteem opgenomen. De nieuwe spoortunnel wordt in het onderhoudsprogramma opgenomen na oplevering aan de beheer afdeling. Voor de eerste vijf jaar zal het onderhoud worden gedragen door het project. Hiervoor wordt een dotatie aan de voorziening civiele kunstwerken gedaan. Op het gebied van duurzaamheid wil Goes voorop lopen in Zeeland. Goes is organisatie breed bezig met het uitwerken van het ‘Klimaatprogramma 2019-2022’.
Twee van de vijf speerpunten in het programma zijn van toepassing op assetmanagement van de civiele kunstwerken: • een duurzamer bebouwde omgeving • kansen voor een circulaire economie voor meer hergebruik van waardevolle materialen Wat dat laatste punt betreft wil de gemeente bijvoorbeeld herbruikbare houten onderdelen van de veersteiger in Wolphaartsdijk hergebruiken voor de bouw van de nieuwe steiger. De gemeente wil het onderhoud aan de kunstwerken nog beter afstemmen op andere beheerdisciplines (water, wegen, groen, riolering). Dit bereiken we door het beheer zoveel mogelijk af te stemmen met de betrokken coördinatoren en waar mogelijke andere stakeholders.
III
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ........................................................................................................................... I 1.
INLEIDING ............................................................................................................................. 1 1.1 1.2 1.3 1.4
2.
WETTELIJKE KADERS EN REGELGEVING ......................................................................... 3 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
3.
WEGENWET ....................................................................................................................... 3 WONINGWET ..................................................................................................................... 3 BOUWBESLUIT ................................................................................................................... 3 BURGERLIJK WETBOEK ....................................................................................................... 3 BESLUIT BEGROTING EN VERANTWOORDING ......................................................................... 4 OVERIGE WETGEVING ......................................................................................................... 4 OMGEVINGSWET ................................................................................................................ 4
HUIDIGE SITUATIE ................................................................................................................ 5 3.1 3.2 3.3 3.4
4.
AANLEIDING EN DOEL .......................................................................................................... 1 SCOPE EN AFBAKENING ...................................................................................................... 1 WERKWIJZE ....................................................................................................................... 1 LEESWIJZER ...................................................................................................................... 2
OMVANG AREAAL ............................................................................................................... 5 KUNSTWERKEN DERDEN ..................................................................................................... 6 HUIDIG ONDERHOUDSNIVEAU ............................................................................................... 6 HUIDIGE ONDERHOUDSTOESTAND ........................................................................................ 7
BEHEERSTRATEGIE............................................................................................................. 9 4.1 WERKPROCES ................................................................................................................... 9 4.2 BORGEN VAN DE VEILIGHEID .............................................................................................. 10 4.3 BORGEN VAN HET FUNCTIONEREN ...................................................................................... 11 4.4 UITVOERING GEVEN AAN GEMEENTELIJK BELEID ................................................................... 11 4.4.1 Duurzaamheid ........................................................................................................ 11 4.4.2 Leefbaarheid en burgerparticipatie .......................................................................... 12 4.4.3 Zorgvuldig financieel beheer ................................................................................... 12
5.
UITDAGINGEN KOMENDE BEHEERPERIODE ................................................................... 13
6.
FINANCIËN .......................................................................................................................... 14 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4
Budgetraming periode 2020-2024 ........................................................................... 14 Relatie budgetraming tov beschikbare voorziening .................................................. 15 Meerjarenkostenoverzicht 2020-2029 ...................................................................... 15 Lange termijnkosten ................................................................................................ 16
BIJLAGE 1 MEERJARENOVERZICHT PER VAK DISCIPLINE 2020-2029 ................................. 17 BIJLAGE II BEREKENING GEMIDDELDE JAARKOSTEN EXPLOITATIE EN INVESTERINGEN VOOR VIJF ONDERHOUDSNIVEAUS ........................................................................................ 18 BIJLAGE III MAATREGELENPAKKET ....................................................................................... 20 BIJLAGE IV AREAALLIJST KUNSTWERKEN ........................................................................... 23 BIJLAGE V OVERZICHT TE VERVANGEN KUNSTWERKEN KOSTEN VIA INVESTERING ..... 24
IV
1. INLEIDING De gemeente Goes is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en daarmee ook de civieltechnische kunstwerken binnen de gemeente. In het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van beheerders van openbare voorzieningen geregeld. De centrale gedachte is dat de beheerder verantwoordelijk is voor het uitvoeren van voldoende onderhoud. Deze ‘zorgplicht’ staat in de Wegenwet. Bij geschillen moet een beheerder aantonen dat hij voldoende zorg heeft gepleegd, zoals het uitvoeren van periodieke inspecties en onderhoud. In 2006 zijn met de Raad afspraken gemaakt over de uitvoering van het onderhoud. Onderhouds niveaus zijn bepaald in het IBORG-plan (integraal beheer openbare ruimte Goes). Vanuit dit strategisch plan is dit beheerplan voor de civieltechnische kunstwerken tot stand gekomen. Civieltechnische kunstwerken zijn technische constructies zoals bruggen, tunnels en duikers die een kruising van (water)wegen onderling of met natuurlijke barrières mogelijk maken. In de gemeente Goes zijn dit de 113 grotere kunstwerken. Daarnaast zijn er 354 kleinere kunstwerken zoals trappen, keerwanden en hekwerken. In de gemeente Goes liggen ook kunstwerken van derden, waaronder de Provincie Zeeland en het Waterschap Scheldestromen. De gemeente Goes voert bij een aantal objecten beheertaken uit, zoals periodiek reinigen en asfaltonderhoud.
1.1 Aanleiding en doel De civiele kunstwerken in de gemeente Goes worden periodiek geïnspecteerd. De laatste inspectie is in 2015 en 2017 uitgevoerd. Op basis van deze driejaarlijkse inspecties wordt het benodigde onderhoud voor het in stand houden van de kunstwerken geprogrammeerd in het beheersysteem. Op basis van beschikbaar budget en de prioriteit van onderhoudsmaatregelen stelt de gemeente een onderhoudsplan met bijbehorende eisen op. De huidige werkwijze is echter niet gekoppeld aan een door het college goedgekeurde beheerstrategie. Er is nog geen beheerplan. Het voornaamste doel is dan ook het opstellen van een op beleid afgestemd beheerplan met concrete doelstellingen en ambities en dit voor te leggen aan het College. 1.2 Scope en afbakening De gegevens in dit beheerplan zijn gebaseerd op de beheergegevens van de gemeente Goes en de resultaten van recente inspecties en nader onderzoeken. Hiermee zijn de kwantiteit, de kwaliteit en de planning en onderhoudsbegroting bepaald. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing op dit beheerplan: • • •
Het beheerplan gaat over de grote en kleine civieltechnische kunstwerken in eigendom en beheer van de gemeente Goes. De gemeentelijke havens en onderhoudswerkzaamheden aan kunstwerken van derden zijn buiten beschouwing gelaten; De weergave van inspectieresultaten, risico’s en de daaraan gerelateerde kostenoverzichten zijn gebaseerd op inspectieresultaten van 2015 en 2017; Alle berekende kosten zijn conform prijspeil 2019;
Om het uitvoeringsprogramma voor de komende jaren te maken, wordt een periode tot en met 2024 overzien met een financiële doorkijk naar 2029. 1.3 Werkwijze Dit beheerplan is in nauwe samenwerking met de beheerder van de kunstwerken opgesteld. Om te komen tot dit beheerplan voor de civiele kunstwerken zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: Analyse inspectieresultaten en risico’s In 2015 heeft Ingenieursbureau Westenberg B.V. een inspectie uitgevoerd aan de grote kunstwerken (bruggen, tunnels en steigers). Gelijktijdig met de inspectie zijn deze objecten constructief bekeken en is met behulp van een constructief rekenmodel een risicoklasse bepaald. In 2017 zijn alle andere
1
kunstwerken geïnspecteerd. De belangrijkste bevindingen en risico’s worden in hoofdstuk 3 toegelicht.
Opstellen meerjarenoverzichten Op basis van de inspectieresultaten zijn de onderhoudsmaatregelen voor het in stand houden van de kunstwerken vastgelegd in het beheersysteem. Deze gegevens vormen de basis voor de financiële paragraaf van dit beheerplan. Daarnaast is een financiële doorrekening gemaakt op basis van kosten kentallen. Voor vijf beheerscenario’s zijn de instandhoudingskosten doorgerekend en vergeleken met de kosten van de huidige beheerstrategie van de gemeente Goes. Mede op basis hiervan zijn financiële risico’s en verbeterpunten in kaart gebracht. Bureaustudie beleidsstukken gemeente Goes Voor dit beheerplan relevante gegevens en (beleids)kaders uit de Structuurvisie#Goes2040, het Collegeprogramma 2018-2022, het Klimaatprogramma 2019-2022, de Programmabegroting 2019 en het Handboek Openbare Ruimte Goes 2016 zijn benoemd in dit beheerplan. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de wettelijke kaders en regelgeving toegelicht. De huidige situatie, risico’s en werkwijze beheer zijn samengevat in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt de nieuwe beheerstrategie uiteengezet. Hoofdstuk 5 gaat in op de uitdagingen, trends en ontwikkelingen voor de komende beheerperiode, inclusief een doorkijk voor de lange termijn. Hoofdstuk 6 bevat de financiële paragraaf.
Ter onderbouwing van dit beheerplan zijn de resultaten van de inspectie vastgelegd in bijlagen: • Bijlage I : Meer jaren kostenoverzicht per vakdiscipline 2020-2029 • Bijlage II : Instandhoudingskosten lange termijn op basis van kentallen • Bijlage III : Overzicht periodieke maatregelen • Bijlage IV : Overzichtslijst areaal • Bijlage V : Kosten te vervangen kunstwerken via investering
2
2. WETTELIJKE KADERS EN REGELGEVING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de belangrijkste wet- en regelgeving voor beheer en onderhoud van civieltechnische kunstwerken. Het gemeentelijk beleid word behandeld in hoofdstuk 4. 2.1 Wegenwet Het wettelijk kader voor het onderhouden van civiele kunstwerken is vastgelegd in de Wegenwet van 1930 en in de Woningwet van 2015. De Wegenwet geldt niet alleen voor (vaar)wegen, maar ook voor bruggen. We zijn verplicht alle binnen onze grens vallende openbare wegen, zover niet in beheer bij gemeenten, het Rijk en overige beheerders, in een goede staat te onderhouden. Hierbij wordt niet duidelijk gemaakt wat onder de term “in een goede staat” verstaan wordt. Het moet echter minimaal geschikt zijn voor het gestelde doel. Er is dus duidelijk sprake van een zorgplicht zonder een vastgelegd kwaliteitsniveau. De gemeente heeft dus enige vorm van vrijheid voor invulling van het kwaliteitsniveau waarop wordt onderhouden. 2.2 Woningwet De Woningwet van 2015 geldt ook voor kunstwerken. Een civiel kunstwerk is een bouwwerk, geen gebouw zijnde. Het uitgangspunt van de Woningwet is bouwwerken zodanig te bouwen dat er geen gevaar voor de gezondheid en de veiligheid ontstaat. Een civiel kunstwerk moet voldoen aan de voorschriften. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Bouwbesluit.
2.3 Bouwbesluit Het Bouwbesluit 2012 is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die valt onder de Woningwet. Dit besluit bevat een groot aantal voorschriften voor zowel gebouwen als bouwwerken geen gebouw zijnde, op het terrein van: • Veiligheid; • Gezondheid; • Bruikbaarheid; • Energiezuinigheid; • Milieu. Het Bouwbesluit wordt elke 6 jaar geactualiseerd. De laatste wijziging dateert van 1 april 2012. In 2018 is het Bouwbesluit niet volledig geactualiseerd vanwege de komst van de Omgevingswet in 2021. Bij het Bouwbesluit hoort de Regeling Bouwbesluit 2012. Deze zorgt voor volledige afstemming tussen het Bouwbesluit en de onderliggende normen, CE-markeringen en kwaliteitsverklaringen. 2.4 Burgerlijk Wetboek Een kunstwerk moet veilig zijn voor de gebruikers. Als dit niet het geval is kan de beheerder aansprakelijk worden gesteld voor: • •
Gebreken aan het kunstwerk (het kunstwerk voldoet niet aan de eisen, die men er onder de gegeven omstandigheden aan mag stellen); Gebreken op het kunstwerk (voorwerpen of substanties zijn aanwezig, die niet op het kunstwerk thuis horen en die leiden tot gevaarlijke situaties).
Hierop zijn uit het Burgerlijk Wetboek (BW) de volgende artikelen van toepassing: • •
Artikel 174, boek 6, BW (artikel 6:174 BW) gebreken aan het kunstwerk (weg) zelf; Artikel 162, boek 6, BW (artikel 6:162 BW) gebreken op het kunstwerk (weg).
In artikel 6:174 BW is sinds 1992 de aansprakelijkheid van de wegbeheerders geregeld. Het andere artikel 6:162 BW regelt de onrechtmatige daad in algemene zin.
3
Het beoordelen van bestaande constructies kan nodig zijn om zeker te stellen dat zij voldoen aan de betrouwbaarheidseisen volgens het Bouwbesluit. Wanneer er iets gebeurt met een brug en vervolgens blijkt dat de beheerder niet op de hoogte is van de toelaatbare draagkracht kan de rechter besluiten dat de gemeente in gebreke is gebleven. In het kader van de zorgplicht is het daarom belangrijk de constructieve risico’s inzichtelijk te hebben. 2.5 Besluit Begroting en Verantwoording Het Besluit Begroting van Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) vanuit de Gemeentewet van 2003. Het vormt een aanvulling op de verdere uitwerking van de boekhoudkundige regelgeving van de gemeente. In artikel 12 schrijft de BBV voor dat de gemeente inzicht moet geven hoe zij omgaat met haar kapitaalgoederen. In ieder geval voor wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Gezien de Wegenwet van 1930 en de Woningwet 2015 geldt dat ook voor civiele kunstwerken. Naast bovenstaande is de toezichthoudende taak van het Rijk op de provincies van belang. Het ministerie van BZ ziet er op toe dat de gemeenten en provincies hun kapitaalgoederen op een adequate wijze onderhouden.
2.6 Overige wetgeving Bij het beheer en onderhoud van de gemeentelijke infrastructuur zijn met betrekking tot kunstwerken ook de wetten en verordeningen genoemd in tabel 1 van toepassing: Omschrijving Wegenverkeerswet Wet Geluidhinder Arbeidsomstandighedenwet (ARBO) Wet Milieubeheer Klimaatwet Keur Waterschap Flora- en Faunawet Waterwet Boswet Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht
Voorbeeld raakvlak Doorrijdhoogte tunnels en onderdoorgangen. Bebording bij (as)lastbeperking Inrichting c.q. ontwerp van verharding op kunstwerk Inrichting installatie en bediening beweegbare brug Ontwerp olie-opvangbakken Duurzaamheidseisen opnemen in inkoopvoorwaarden, contracten, en bestekken Eisen aan doorvaarhoogte/-breedte van bruggen en duikers Begroeiing metselwerk met beschermde plantensoorten, faunapassages Vervangen conservering stalen brug Bomen kappen bij nieuwbouw / renovatie Aanvraag vergunning bouwwerkzaamheden
Tabel 1: Overzicht bestaande wet- en regelgeving gerelateerd aan vaste en beweegbare kunstwerken
2.7 Omgevingswet De Omgevingswet bundelt en moderniseert in één wet alle wetgeving en de regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Het gaat om de balans tussen beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving met het oog op een duurzame ontwikkeling. Vanaf 2021 treedt de wet in werking. De Omgevingswet bepaalt dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties moeten kunnen deelnemen aan beleiden besluitvormingsprocessen. De Omgevingswet vraagt om een andere manier van werken. De gemeente Goes is momenteel bezig met het opstellen van een omgevingsvisie. De praktische invulling daarvan voor de civieltechnische kunstwerken zal in de komende beheerperiode vorm krijgen.
4
3. HUIDIGE SITUATIE In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de huidige leeftijd van het kunstwerkenareaal, de staat van de kunstwerken en de resultaten van de meest recente inspecties. 3.1 Omvang areaal Anno 2019 beheert de gemeente Goes 113 grotere kunstwerken zoals bruggen, fietstunnels en steigers en 354 kleinere kunstwerken zoals trappen, keerwanden en hekwerken. In tabel 2 is de onderverdeling naar type aangegeven. In bijlage IV is een overzichtslijst opgenomen met de gegevens (functies, lengte, breedte, bouwjaar etc.) van de kunstwerken. Vanaf 2020 zal het areaal uitbreiden met vijftien bruggen in Mannee en het beheer van de nieuwe onderdoorgang bij het spoor te Goes. Objecttype 22 - Brug hout 25 - Brug beton 26 - Brug staal 49 - Duiker(brug) 20 - Tunnel 31 - Vlonder/steiger 28 - Geluidswerende constructie 32 - Hekwerk 36 - Keermuur 39 - Keerwand 42 - Muur 44 - Muur met zitbank 46 - Pergola 48 - Plantenbak 53 - Poortdeur 56 - Railing 58 - Schutting 00 - Paaltjes 18 - Zitelement 21 - Boombank 63 - Trap 65 - Vijverrand 50 - Diversen
Eindtotaal
Aantal 8 10 57 19 10 8 2 96 24 45 25 6 1 47 2 17 3 8 3 1 68 1 6
467
Tabel 2: overzicht areaal naar type
Alleen van de grote kunstwerken is het bouwjaar van alle objecten opgenomen in het beheersysteem. Bij de kleine kunstwerken ontbreken teveel gegevens om een objectief beeld weer te geven. In grafiek 1 is de leeftijdsopbouw van de grote kunstwerken weergegeven. We kunnen concluderen dat het areaal relatief jong is. Slechts 15 van de 113 kunstwerken is ouder dan 30 jaar.
5
Grafiek 1: leeftijd areaal grote kunstwerken
3.2 Kunstwerken derden In de gemeente Goes liggen ook kunstwerken die in eigendom en beheer zijn bij derden: Provincie Zeeland, ProRail, Waterschap Scheldestromen, Rijkswaterstaat en particulier. De gemeente voert aan enkele van deze kunstwerken specifieke beheertaken uit zoals bijvoorbeeld het periodiek reinigen. 3.3 Huidig onderhoudsniveau De gemeente Goes hanteert momenteel een Basis onderhoudsniveau. Het soort onderhoud en de frequentie van dit onderhoud is erop gericht het areaal zo kostenefficiënt mogelijk in stand te houden, waarbij we streven naar een maximaal haalbare levensduur. Er worden geen concessie gedaan ten aanzien van de constructieve veiligheid en de verkeersveiligheid. Wanneer we de Basiskwaliteit vertalen naar de conditiescores uit de NEN 2767 dan sluit conditiescore 3 – redelijke conditie hier het beste op aan. Conditiescore 3 is als volgt gedefinieerd: Conditiescore 3 conform de NEN 2767: Het verouderingsproces is plaatselijk op gang gekomen. Bouwdelen vertonen plaatselijk gebreken aan afwerklagen, materialen en componenten. Het functioneren van de installaties kan een enkele keer worden verstoord zonder dat het bedrijfsproces wordt geschaad. Gebreken, in de vorm van verwering enz., kunnen plaatselijk tot regelmatig voorkomen. Regelmatig kunnen goed uitgevoerde en duurzame reparaties worden vastgesteld.
Ook kunnen plaatselijk reparaties met minder geschikte middelen zijn uitgevoerd. Een bouwdeel kan in zijn geheel een zichtbare veroudering vertonen. Ten aanzien van het totale beeld van de gebreken wordt de technische staat als redelijk gekwalificeerd. De kwaliteit van de toegepaste materialen en/of de basiskwaliteit, detaillering en uitvoering kunnen hierin een rol van betekenis spelen.
6
Het Basis onderhoudsniveau is vertaald naar cyclische onderhoudsmaatregelen, waarbij de frequentie van uitvoering en prioritering is afgestemd op het gewenste onderhoudsniveau. Zie nevenstaande figuur (Basisniveau = niveau 3). Wanneer de conditie van (een onderdeel van) een kunstwerk niet meer aan het gewenste niveau kan voldoen, wordt onderhoud ingepland. Tijdens inspecties wordt het ingrijpmoment bepaald en vastgelegd in het beheersysteem. Met deze werkwijze heeft de gemeente continu inzicht in het benodigde onderhoud en de bijbehorende financiële middelen. 3.4 Huidige onderhoudstoestand Tijdens de inspecties van 2015 en 2017 zijn de vaste gegevens (type, functie, afmetingen etc.) van de kunstwerken uit het beheersysteem gecontroleerd. Vervolgens is een inventarisatie gemaakt van risico’s, schades en van het benodigde periodieke onderhoud. In het onderstaande overzicht zijn met foto’s enkele veel voorkomende of risicovolle schades weergegeven. Het betreft vooral houten objecten, omdat hout een materiaal is dat over het algemeen eerder aangetast wordt of degradeert dan de meeste andere materialen (beton, staal, composiet). Hout is daarentegen wel weer minder milieubelastend dan andere materialen en past soms ook beter in het landschap. Kiest de gemeente toch voor hout, dan is het belangrijk om rekening te houten met een duurzame houtsoort en een goede detaillering.
Ook het toepassen van dichte slijtlagen is niet aan te bevelen. Het is beter zogenaamde gripstrips toe te passen, zodat vocht vanaf de bovenzijde kan verdampen.
Houten bruggen Singel Goes Deze 3 houten bruggen zijn van de gemeente Goes. In 2015 is al geconstateerd dat diverse houten onderdelen aangetast zijn door houtrot. Op de foto is duidelijk te zien dat de houten dekplanken aan het afbrokkelen zijn. In september 2019 is een technisch nader onderzoek uitgevoerd met behulp van houtweerstandsmetingen om de technische staat en restlevensduur van de drie bruggen vast te stellen.
7
In 2013 zijn de houten dekplanken van de houten voetgangersbrug aan de Danielsweg vervangen en zijn de meeste aangetaste delen van de liggers hersteld met epoxy-compound. Op diverse locaties is echter nog lichte aantasting aanwezig. Bij de komende inspectieronde wordt bepaald of de liggers nog voldoende sterkte hebben of vervangen moeten worden.
De houten dekplanken van twee houten trappen in de Hollandse Hoeve zijn in matige staat. Doordat de houten delen deels in de grond liggen en deels overgroeid zijn door gras treedt versnelde houtaantasting op. Een aantal treden zijn al vervangen. Bovendien zijn de traptreden glad door mosaanslag en het ontbreken van een slijtlaag. Voor de veiligheid van de gebruikers en verbeteren van de levensduur zou een andere type constructie hier beter passen.
Constructieve veiligheid In 2015 is een constructieve risicoscan uitgevoerd aan alle bruggen en steigers in de gemeente Goes waarvan de draagkracht niet eerder bepaald is. Dit waren in totaal 58 kunstwerken. Een constructieve risicoscan is een methode om op basis van een risicoscore (score 1 t/m 5 waarbij 1 het hoogste risico betreft) te prioriteren welke kunstwerken doorgerekend moeten worden. De resultaten zijn opgenomen in de rapportage met kenmerk Gs.130-011 d.d. 15 december 2015. Op basis van de resultaten is bij twee bruggen, 037 ‘Koos Vorrinkstraat’ en 046 ‘Monnetstede’, een nader technisch onderzoek uitgevoerd om een uitspraak te doen over de constructieve veiligheid van deze objecten. Naar aanleiding van het onderzoek zijn de geadviseerde herstelmaatregelen uitgevoerd. Daarnaast is bij brug 093 in de Noordhoek een vaste paal aangebracht zodat er geen onbedoelde belasting meer op de brug kan komen. Bij alle andere objecten is geen of een laag constructief risico vastgesteld en zijn geen maatregelen en onderzoeken nodig.
8
4. BEHEERSTRATEGIE In dit hoofdstuk lichten we de beheerstrategie en uitdagingen voor de komende beheerperiode toe. Uitgangspunten voor het beheer van de kunstwerken van gemeente Goes zijn: 1. 2. 3. 4.
Werkproces Borgen van de veiligheid; Borgen van het functioneren; Uitvoering geven aan gemeentelijke beleid. a. Financieel beleid b. Duurzaamheid c. Leefbaarheid en burgerparticipatie
4.1 Werkproces Het beheer van de civiele kunstwerken is een gecoördineerde activiteit met als doel om zo veel mogelijk waarde te realiseren uit de kunstwerken voor de organisatie, de Gemeente Goes. In dit beheerplan is gezocht naar een optimum aan prestaties, kosten en risico’s voor het beheer en onderhoud van de kunstwerken die in beheer en onderhoud zijn bij gemeente Goes. Hiervoor wordt onder meer gebruik gemaakt van het door de Raad vastgestelde beeldkwaliteitsplan IBORG (integraal beheer openbare Ruimte Goes). Daarnaast word door middel van een beheerssysteem dat word gevoed door drie jaarlijkse inspecties een basis onderhoudsplanning gegenereerd. Deze planning dient als basis voor de uit te voeren onderhoudswerkzaamheden. Om een optimum te bereiken op het gebied van prestaties, kosten en risico’s wordt in het beheer en onderhoudsproces vervolgens gewerkt volgens de systematische aanpak van Assetmanagement. Dit werkt op 3 organisatie niveaus (strategisch, tactisch en operationeel niveau). Dit beheerplan beschrijft de tactische en operationele kant van het beheer. Het beheer doorloopt onderstaand werkproces en volgt de Plan-Do-Check-Act cyclus om optimale onderhoudsprestaties te borgen en waar nodig op inzichtelijke wijze bij te sturen.
*Afbeelding Assetmanagement, bron TU- Delft
9
4.2 Borgen van de veiligheid Civieltechnische kunstwerken vormen een onderdeel van de openbare ruimte. Traditioneel is beheer gebaseerd op het in stand houden van kunstwerken tegen aanvaardbare kosten en met inachtneming van de wettelijke aansprakelijkheid van de beheerder in het kader van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek. Veiligheid in de openbare ruimte betreft: • Constructieve veiligheid: De draagkracht van een constructie voldoet niet aan de huidige normen • Gebruiksveiligheid. De gebruiksveiligheid is bijvoorbeeld is het geding als de leuninghoogte onvoldoende is of er struikelgevaar is door verzakte aansluitingen • Sociale veiligheid: gebruikers voelen zich onveilig, bijvoorbeeld door onvoldoende verlichting in tunnels of (aanstootgevende) graffiti of beplakking op of rond een kunstwerk In de Woningwet en het Bouwbesluit staan de minimale eisen waaraan een kunstwerk moet voldoen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande bouw en nieuwbouw. Oudere kunstwerken zijn ontworpen op basis van oudere normen die niet meer voldoen aan de huidige eisen voor verkeersbelasting en -intensiteit. De Woningwet stelt dat constructies moeten voldoen aan de door het Bouwbesluit 2012 aangewezen normen en voorschriften; dit betreft de Eurocode (NEN-EN 1990) serie voor nieuwbouw en de NEN 8700 serie voor bestaande bouw.
De gemeente heeft voldoende inzicht in de constructieve sterkte van de kunstwerken. De belangrijkste verkeersbruggen zijn doorgerekend en van de overige bruggen en steigers is de constructieve risicoklasse bepaald (zie paragraaf 3.4). Bij de bruggen waar een lastbeperking nodig is, zoals bij de brug Oostmolenweg, heeft de gemeente die ingesteld. De gebruiksveiligheid borgt de gemeente door het periodiek laten inspecteren van het areaal en het tijdig uitvoeren van herstel en onderhoud. Bij klachten en calamiteiten waar direct ingrijpen nodig is, zorgt het gemeentelijke Aannemingsbedrijf voor een snelle oplossing. De sociale veiligheid blijft op peil door graffitibeleid, periodiek reinigen en controle verlichting. Het graffitibeleid voorziet in het tijdig signaleren en binnen vooraf gestelde termijnen de graffiti te verwijderen. In fietstunnels zonder wandtegels wordt periodiek in opdracht graffiti aangebracht door een artiest.
10
4.3 Borgen van het functioneren De kunstwerken in Goes worden al ruim 10 jaar beheert op basis van preventief, toestandsafhankelijk onderhoud. Periodieke inspecties vormen de basis voor de uit te voeren werkzaamheden en benodigd nader onderzoek op de korte termijn en de financiële begroting voor de middellange termijn. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een dynamisch proces. De gemeente heeft een beheersysteem waarin de vaste gegevens van het areaal (aantal, type, functie, bouwjaar, afmetingen e.d.) en onderhoudsplanningen zijn vastgelegd. Het up-to-date houden van het beheersysteem is belangrijk. Op basis van periodieke inspecties en terugkoppeling vanuit de uitvoering wordt hier invulling aan gegeven. Bij overdracht van nieuwe objecten aan beheer vindt een nulopname plaats. Hierbij worden paspoortgegevens en een instandhoudingsplan per kunstwerk aan het beheersysteem toegevoegd. Binnenkort worden circa 15 bruggen in de wijk Mannee opgeleverd. Deze bruggen worden in 2020 aan het beheersysteem toegevoegd. In de perspectiefbrief is een bedrag aangevraagd voor het beheer en onderhoud van deze kunstwerken. Zoals in paragraaf 3.4 is aangegeven hanteert de gemeente Goes momenteel een Basis onderhoudsniveau.
Het soort onderhoud en de frequentie van dit onderhoud is erop gericht het areaal zo kostenefficiënt mogelijk in stand te houden, waarbij Goes streeft naar een optimum tussen prestaties, risico’s en kosten. Er worden geen concessies gedaan ten aanzien van de constructieve veiligheid en de verkeersveiligheid. 4.4 Uitvoering geven aan gemeentelijk beleid Goes heeft het beleid voor beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken niet specifiek beschreven. Wel zijn er raakvlakken met meer algemene beleidsuitgangspunten en ambities uit ander beleidsstukken zoals de Structuurvisie#Goes2040, het Collegeprogramma 2018-2022, het Klimaatprogramma 2019-2022, de Programmabegroting 2019 en het Handboek Openbare Ruimte Goes 2016. Waar het voor dit beheerplan van belang is, leggen we de relatie met deze stukken. 4.4.1 Duurzaamheid Goes wil in Zeeland koploper zijn met duurzaamheid. In het Collegeprogramma en het Klimaatprogramma zijn de duurzaamheidsambities van Goes beschreven. Goes wil hier samen met de inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen vorm aan geven. Goes wil een goed evenwicht tussen ondernemerschap, milieukwaliteit en leefbaarheid. Bij nieuwe ruimtelijke projecten en nieuw te vormen beleid wordt duurzaamheid als integraal onderdeel meegenomen. Bij duurzame ontwikkeling is sprake van een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen.
Alle ontwikkelingen die op technologisch, economisch, ecologisch, politiek of sociaal vlak bijdragen aan een gezonde aarde met welvarende bewoners en goed functionerende ecosystemen zijn duurzaam. De civiele kunstwerken in Goes zijn in de toekomst gemaakt van duurzame materialen, bevorderen de leefbaarheid. Er lopen al diverse projecten die zorgen dat hier concreet invulling aan wordt gegeven. De Aanpak Duurzaam GWW1 is een praktische werkwijze om duurzaamheid in GWW-projecten een plaats te geven. 1
Zie: https://www.duurzaamgww.nl/de-aanpak/
11
4.4.2 Leefbaarheid en burgerparticipatie De burger is gebruiker van de openbare ruimte en het beheer van kunstwerken moet ook een bijdrage leveren aan de tevredenheid van de burger en de belevingswaarde van die openbare ruimte. Bij traditionele beheer spelen vooral technische aspecten en veiligheid een rol. Tegenwoordig spelen duurzaamheid, leefbaarheid en burgerparticipatie ook een prominente rol. Het thema leefbaarheid heeft betrekking op de herkenbaarheid, de sfeer of het benadrukken van het bijzonder karakter van de openbare ruimte. Het uiteindelijke doel is dat de burger zich ‘lekker’ en veilig voelt wanneer hij of zij zich in de openbare ruimte begeeft. Het thema leefbaarheid heeft raakvlakken met drie van de zes ambities uit de Strategische Visie 2010-2020, waaronder het ontwikkelen van toerisme en recreatie en zorgen voor prima wonen en werken in Goes. Het bijzondere karakter van een ruimte kan met behulp van bijvoorbeeld bruggen tot uitdrukking worden gebracht. De nieuwe bruggen in Mannee zijn hier een mooi voorbeeld van. 4.4.3 Zorgvuldig financieel beheer Voorkomen kapitaalvernietiging Kapitaalvernietiging wordt voorkomen door tijdig de juiste onderhoudsmaatregelen toe te passen. Kapitaalvernietiging ontstaat doordat in verband met onvoldoende budget noodzakelijke onderhoudsmaatregelen op de lange baan worden geschoven.
Daarmee lopen de kosten van de maatregelen over het algemeen sterk op. De gemeente Goes heeft het beleid de onderhoudsmaatregelen die uit periodieke inspecties naar voren komen direct te prioriteren en te vertalen naar een jaarplan onderhoud. Dit onderhoud wordt in het jaar na de inspectie aanbesteed en uitgevoerd. Deze werkwijze die in hoofdlijnen al ruim 10 jaar wordt toegepast heeft ertoe geleid dat het areaal goed op orde is en er nu nauwelijks tot geen kapitaalsvernietiging plaatsvindt. Afschrijvingstermijnen investeringen Financiering van een vervanging van een civiel kunstwerk vindt conform de BBV plaats met een kapitaalinvestering. De Raad moet deze goedkeuren. Investeringen worden over een bepaalde looptijd lineair afgeschreven. Deze afschrijving plus de rente vormt de jaarlijkse kapitaallast. Deze kapitaallast vinden we terug in de meerjarenbegroting. De afschrijvingsperiode van een investering wordt bepaald door de verwachte, minimale technische levensduur. Daarnaast word afgeschreven volgens de, in de vastgestelde nota waardering en afschrijving, genoemde afschrijvingstermijn. Stalen en betonnen kunstwerken zijn voor een langere termijn ontworpen. Kunstwerken waarvoor een investering zal worden aangevraagd zijn bijvoorbeeld betonbruggen, duikerbruggen en fietstunnels Eerst verwachte vervanging staat gepland in 2030.
In de praktijk gaan ze dan ook langer mee dan de gestelde 40 jaar. Van composiet is de levensduur vaak nog niet in de praktijk getoetst maar door de meeste producenten en leveranciers wordt gesproken over 50-60 jaar. In het beheersysteem zijn de afschrijvingstermijnen in tabel 3 gehanteerd. Brugtype Afschrijvingstermijn Houten brug 40 jaar Stalen en composiet brug 60 jaar Betonnen brug 80 jaar Tabel 3: afschrijvingstermijn investering per type kunstwerk
12
5. UITDAGINGEN KOMENDE BEHEERPERIODE De gemeente Goes wil nog beter integraal en duurzaam werken, dit door het beheer zoveel mogelijk af te stemmen met de betrokken coördinatoren en waar mogelijke andere stakeholders. Duurzaamheid is hierbij een speerpunt, waar mogelijk passen we duurzame materialen toe. De Omgevingswet en het thema duurzaamheid een steeds prominentere rol bij het inrichten en onderhouden van de openbare ruimte. De Omgevingswet vraagt om een werkwijze waarbij samenwerking met alle betrokken partijen voorop staat. Kernbegrippen zijn: regionaal samenwerken, integraal werken en burgerparticipatie. De gemeente Goes streeft daarbij naar een goed evenwicht tussen ondernemerschap, milieukwaliteit en leefbaarheid. Bij nieuwe ruimtelijke projecten en nieuw te vormen beleid wordt duurzaamheid als integraal onderdeel meegenomen. De civiele kunstwerken in Goes zijn in de toekomst gemaakt van duurzame materialen, bevorderen de leefbaarheid en worden samen met de inwoners onderhouden.
13
6. FINANCIËN In dit hoofdstuk wordt ingegaan op benodigde financiële middelen om het areaal de komende beheerperiode op het gewenste Basis onderhoudsniveau in stand te houden. Daarnaast geven we de financiële consequenties die de genoemde uitdagingen met zich meebrengen weer. 6.1.1 Budgetraming periode 2020-2024 In het onderstaande financiële overzicht zijn de budgetramingen voor de komende beheerperiode aangegeven rekening houdend met het gekozen onderhoudsniveau. Daarbij zijn de kosten weergegeven per vakdiscipline, met aparte weergave van de kosten voor de kleine en grote kunstwerken. Grote kunstwerken conserveren eenmalige acties inspecties 3 jaarlijks reinigen vervangen diverse onderdelen vervangen houten onderdelen vervangen slijtlaag/ asfalt vervangen stalen onderdelen vervangen groot onderhoud subtotaal Kleine kunstwerken conserveren reinigen E&M onderhoud inspecties 3 jaarlijks Vervangen diverse onderdelen Vervangen houten onderdelen Vervangen stalen onderdelen Vervangen/ groot onderhoud subtotaal totaal kleine en grote kunstwerken Opslag 30%
€ € € € € € € € €
€ € € € € € € € € €
2020 2021 2022 18.082 € 1.088 € 103.870 € 12.075 € 12.078 € 12.075 € € - € 5.595 € 6.690 € 5.595 € 5.395 € 325 € 11.965 € 28.800 € 19.755 € 22.840 € 9.356 € 2.844 € 19.283 € - € - € 1.500 € 12.800 € - € - € 92.103 € 42.780 € 177.128 €
2023 9.695 12.075 18.000 6.690 9.925 35.352 91.737
€ € € € € € € € €
2020 2021 2022 2023 19.105 € - € 6.925 € 9.815 € 3.510 € 3.015 € 2.010 € 4.010 € 1.000 € 8.000 € € 25.000 € 10.800 € 8.725 € 10.600 € 8.935 € 2.985 € 900 € 2.040 € 1.700 € - € - € - € - € 53.940 € - € 8.100 € 1.700 € 91.340 € 12.640 € 37.675 € 51.160 € 183.443 € 55.420 € 214.803 € 142.897 € 55.033 € 16.626 € 64.441 € 42.869 €
2024 totaal gemiddeld 2.550 € 135.285 € 27.057 12.075 € 60.378 € 12.076 € 18.000 € 3.600 5.595 € 30.165 € 6.033 4.650 € 32.260 € 6.452 4.125 € 75.520 € 15.104 12.114 € 78.949 € 15.790 - € 1.500 € 300 - € 12.800 € 2.560 41.109 € 444.857 € 88.971 2024 totaal 4.545 € 40.390 3.015 € 15.560 € 9.000 550 € 25.550 11.125 € 50.185 1.360 € 8.985 - € 21.950 € 85.690 42.545 € 235.360 83.654 € 680.217 25.096 € 204.065
gemiddeld € 8.078 € 3.112 € 1.800 € 5.110 € 10.037 € 1.797 € € 17.138 € 47.072 € 136.043 € 40.813
Totaal per jaar € 238.476 € 72.046 € 279.244 € 185.766 € 108.750 € 884.282 € 176.856 Alle genoemde bedragen en kosten in dit beheerplan zijn gebaseerd op eenheidsprijzen van GWW-kosten (zie gwwkosten.nl) en ervaringscijfers/kostenkentallen van Ingenieursbureau Westenberg B.V., exclusief BTW. Prijspeil 2019. Niet geindexeerd
Tabel 4: kostenoverzicht exploitatie en investeringen 2020-2024
In tabel 4 zijn is het kostenoverzicht voor de komende vier jaar aangegeven (niet geïndexeerd). De kosten voor het asfalteren van betonnen dekken in deze periode, voor een geraamd totaalbedrag van € 60.400, worden meegenomen in de voorziening wegen. Door deze werkzaamheden integraal op te pakken word er een aanzienlijke kostenbesparing gerealiseerd. Voor het vervangen van objecten is in de periode 2020-2024 circa € 170.000 nodig. Dat is circa 15% van de totale kosten. In de budgetraming is geen rekening gehouden met onvoorziene omstandigheden, klimatologische omstandigheden en mogelijke afwijking van de standaard levensduur van objecten. De laatste maatgevende inspectie dateert uit 2017 en is dus enigszins gedateerd. De gegevens uit deze inspectie, aangevuld met lokale kennis van het areaal, zijn gebruikt als basis voor dit beheersplan.
14
6.1.2 Relatie budgetraming tov beschikbare voorziening De kosten uit de budgetraming 2020-2024 zijn verwerkt in de voorziening “Civiele kunstwerken”. In het overzicht zijn de dotaties en kosten vanaf 2021 geïndexeerd met 2,5 % conform de richtlijn VZG. De gebudgetteerde werkzaamheden zijn vanaf 2021 ook geïndexeerd. Door de eerder omschreven keuze om het asfalteringswerkzaamheden van een aantal betonnen brugdekken integraal mee te nemen in de voorziening “Wegen” is de voorziening toereikend. Omschrijving
2019
2020
2021
2022
2023
2024
dotatie*
€ 135.769
€ 135.769
€ 176.224
€ 199.098
€ 223.005
€ 228.580
restant in voorziening
€ 169.000
€ 129.769
€ 27.062
€ 127.457
€ 36.899
€ 54.709
In voorziening per start jaar
€ 304.769
€ 265.538
€ 203.286
€ 326.554
€ 259.904
€ 283.289
jaarlijks benodigd**
€ 175.000
€ 238.476
€ 75.830
€ 289.655
€ 205.195
€ 123.188
restant na uitvoering jaarplan
€ 129.769
€ 27.062
€ 127.457
€ 36.899
€ 54.709
€ 160.101
* indexering jaarlijks 2,5% vanaf 2021 ** in 2019 is openstaand werk 2018 verrekend in jaarlijks benodigd
Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
dotatie*
€ 234.294
€ 240.152
€ 246.155
€ 252.309
€ 258.617
€ 160.101
€ 7.743
€ 89.533
€ 214.368
€ 39.690
€ 394.395
€ 247.895
€ 335.689
€ 466.677
€ 298.307
€ 386.652
€ 158.362
€ 121.321
€ 426.987
€ 209.678
€ 7.743
€ 89.533
€ 214.368
€ 39.690
€ 88.629
restant in voorziening In voorziening per start jaar
jaarlijks benodigd** restant na uitvoering jaarplan * indexering jaarlijks 2,5% vanaf 2021
** in 2019 is openstaand werk 2018 verrekend in jaarlijks benodigd
*Tabel 5:kosten in relatie tot voorziening geindexeerd
6.1.3 Meerjarenkostenoverzicht 2020-2029 In bijlage I zijn de kosten voor de periode 2020-2029 weergegeven. Deze kosten zijn niet geïndexeerd. De gemiddelde jaarkosten lopen in deze periode circa 10% op ten opzichte van de periode 2020-2024. Op basis van kostenkentallen is ook een financiële berekening gemaakt van de gemiddelde jaarkosten die voor het instandhouden van het areaal op het basisniveau (B) nodig zijn. Bijlage ll geeft de resultaten van deze berekening weer, met daarin ook een de kosten van een hoger (A) en lager (C) onderhoudsniveau. Aanpassing van de indexering volgt gezien de situatie op de markt op basis van de dan geldende index volgens de “CBS statline Grond-, Weg-, en Waterbouw (GWW) inputprijsindex 2015=100”. Het financieel effect daarvan wordt aan de raad ter goedkeuring voorgelegd bij Kadernota, Programmabegroting en/of Bestuursrapportage.
15
Daarnaast is In bijlage II is een overzicht weergegeven van de financiële doorrekening op basis van kentallen voor alle vijf onderhoudsniveaus. In bijlage III zijn de onderhoudsmaatregelen met frequenties per onderhoudsniveau, prioriteit en eenheidsprijs weergegeven. Hier zijn de financiële gegevens in dit beheerplan op gebaseerd. Het opslagpercentage van 30% waar in dit beheerplan mee gerekend is, is als volgt opgebouwd: • VAT (Voorbereiding, Administratie, Toezicht): 10% • Inzet materieel, verkeersmaatregelen, milieumaatregelen, vergunningen, verzekeringen etc.: 10% • Algemene kosten, winst en risico: 10% We kunnen concluderen dat er de komende 5 jaar aanzienlijk minder budget nodig is dan op de lange termijn. Dit komt voornamelijk omdat het areaal relatief jong is (zie paragraaf 3.1 en bijlage IV) en er weinig vervangingen zijn voorzien. In grafiek 2 zijn de geprognotiseerde investeringen voor objectvervangingen in periodes van 10 jaar weergegeven.
Investeringen voor objectvervanging in € mln 4,5 4 3,5 3 2,5 2 1,5 1 0,5 0
Grafiek 2: investeringen voor objectvervangingen per periode van 10 jaar
6.1.4 Lange termijnkosten Vanaf 2031 zijn er diverse vervangingen van grote kunstwerken opgenomen. Voor deze vervangingen zal voorafgaand aan het planjaar van de vervanging een investeringskrediet worden aangevraagd. In bijlage V zijn de grote kunstwerken waarvoor een investering zal worden aangevraagd opgenomen. We benadrukken dat het planjaar van uitvoeren en de kosten van onderhoud onnauwkeuriger worden des te verder dit in de toekomst gepland staat. Dit in verband met onzekerheden in onder meer de gebruikersintensiteit en afwijkende materiaalkwaliteiten en -kosten. Om grip op de situatie te houden is het beleid van de gemeente het areaal elke drie jaar te laten inspecteren waarbij de gegevens in het beheersysteem telkens geactualiseerd worden.
16
€ € € € € € € € € €
2024 2.550 12.075 5.595 4.650 4.125 12.114 41.109
2025 € 39.905 € 12.075 € 300 € 6.690 € 9.035 € 22.030 € 35.243 € 1.998 € 30.320 € 157.596 € € € € € € € € € €
2026 3.335 12.075 8.400 5.595 1.125 1.415 3.000 34.945 € € € € € € € € € €
2027 12.000 12.075 8.850 6.690 3.235 13.600 4.010 60.460 € € € € € € € € € €
2028 10.835 12.075 5.595 11.475 1.200 15.553 500 57.233 € € € € € € € € € €
2029 4.840 12.075 10.950 6.690 5.675 3.000 21.000 64.230 € € € € € € € € € € 206.200 120.753 46.500 61.425 62.805 115.350 156.170 3.998 46.120 819.321
gemiddeld € 20.620 € 12.075 € 4.650 € 6.143 € 6.281 € 11.535 € 15.617 € 400 € 4.612 € 81.932
17
- Kosten zijn niet geindexeerd
- Inzet materieel , verkeersmaatregelen, milieumaatregelen, vergunningen, verzekeringen etc: 5%
- Algemene kosten, winst en risico: 10%
- VAT (voorbereiding, administratie, toezicht) 15%
* Opslagpercentage 30% is opgebouwd uit:
2024 4.545 3.015 550 11.125 1.360 21.950 42.545 83.654 25.096
2025 € 4.740 € € 2.010 € € - € € - € € 83.410 € € 3.000 € € 6.450 € € 24.100 € € 123.710 € € 281.306 € € 84.392 € 3.510 17.750 12.520 8.500 42.280 77.225 23.168
€ € € € € € € € € € €
2027 1.200 3.015 1.500 10.915 16.630 77.090 23.127
2028 totaal € 20.425 € 14.275 € 81.030 € 2.010 € 3.510 € 29.615 € 8.000 € - € 17.000 € 500 € 18.700 € 64.000 € 9.115 € 8.725 € 174.870 € - € - € 11.985 € - € - € 6.450 € 165.760 € 16.050 € 300.100 € 205.810 € 61.260 € 685.050 € 263.043 € 125.490 € 1.504.371 € 78.913 € 37.647 € 451.311
gemiddeld € 8.103 € 2.962 € 1.700 € 6.400 € 17.487 € 1.199 € 645 € 30.010 € 68.505 € 150.437 € 45.131
€ 238.476 € 72.046 € 279.244 € 185.766 € 108.750 € 365.698 € 100.393 € 100.217 € 341.956 € 163.137 € 1.955.682 € 195.568
2023 9.695 12.075 18.000 6.690 9.925 35.352 91.737
Totaal per jaar
€ € € € € € € € € €
2020 2021 2022 2023 € 19.105 € - € 6.925 € 9.815 € € 3.510 € 3.015 € 2.010 € 4.010 € € 1.000 € - € 8.000 € - € € - € € 25.000 € € 10.800 € 8.725 € 10.600 € 8.935 € € 2.985 € 900 € 2.040 € 1.700 € € - € - € - € - € € 53.940 € - € 8.100 € 1.700 € € 91.340 € 12.640 € 37.675 € 51.160 € € 183.443 € 55.420 € 214.803 € 142.897 € € 55.033 € 16.626 € 64.441 € 42.869 €
2021 2022 € 1.088 € 103.870 € 12.078 € 12.075 € - € € 6.690 € 5.595 € 325 € 11.965 € 19.755 € 22.840 € 2.844 € 19.283 € - € 1.500 € - € € 42.780 € 177.128
Kleine kunstwerken conserveren reinigen E&M onderhoud inspecties 3 jaarlijks Vervangen diverse onderdelen Vervangen houten onderdelen Vervangen stalen onderdelen Vervangen/ groot onderhoud subtotaal totaal kleine en grote kunstwerken Opslag 30%
2020 18.082 12.075 5.595 5.395 28.800 9.356 12.800 92.103
€ € € € € € € € € €
Grote kunstwerken conserveren eenmalige acties inspecties 3 jaarlijks reinigen vervangen diverse onderdelen vervangen houten onderdelen vervangen slijtlaag/ asfalt vervangen stalen onderdelen vervangen groot onderhoud subtotaal
Bijlage 1: Meerjaren kostenoverzicht 2020-2029
BIJLAGE 1 MEERJARENOVERZICHT PER VAK DISCIPLINE 2020-2029
BIJLAGE II BEREKENING GEMIDDELDE JAARKOSTEN EXPLOITATIE EN INVESTERINGEN VOOR VIJF ONDERHOUDSNIVEAUS
18
19
BIJLAGE III MAATREGELENPAKKET
20
21
22
BIJLAGE IV AREAALLIJST KUNSTWERKEN Bijlage is los toegevoegd.
23
BIJLAGE V OVERZICHT TE VERVANGEN KUNSTWERKEN KOSTEN VIA INVESTERING
24
25
26
27
28
29