CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 10. afsprakenlijst portefeuillehoudersoverleg jeugd 20200508

Debatraad 25 februari 2021, gemeente GoesBij agendapunt: Intervence.1.989 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp

Afsprakenlijst extra portefeuillehouderoverleg jeugd Zeeland

Plaats

Middelburg

Datum

8 mei 2020

Aanwezig: Bestuurders: Zeeuwse inkooporganisatie: Programmamanager jeugd: Ondersteuning:

Mw. Van de Plasse, dhr. De Goffau, dhr. Van Leeuwen, dhr. Werkman, mw. Slenter, dhr. Vervaet, dhr. Van den Bos, dhr. Verburg, mw. Evertz, dhr. Ruissen, dhr. Vader, mw. Doorn mw. Van Dijke mw. Idema dhr. Meulenberg

Nr

Onderwerp

Besluit

1.

Opening, vaststelling agenda en mededelingen

De heer Werkman opent de vergadering. De heer Maas is af wezig. Mevrouw Suij wordt vervangen door de heer Vervaet.

2.

Plan van aanpak Intervence

De heer Werkman geeft aan dat in de bestuurscommissie van 22 april jl. uitgebreid is gesproken over de situatie Intervence. Dit naar aanleiding van plan van aanpak dat door Intervence is ingediend. Op 14 april is hier bestuurlijk met Intervence over gesproken. De overall conclusie die getrokken is, is dat het plan zoals dat er nu ligt financieel onacceptabel is voor de gemeenten en dat daarmee ook niet ingestemd kan worden. Met Intervence is afgesproken dat er een herziend verbeterplan moet worden opgesteld dat past binnen de financiële kaders, uitgaande van de tariefstelling 2020. Daarnaast moet worden gekomen tot een afbouw van de instandhoudingsbijdrage en moet er inzicht komen in de teveel ontvangen bevoorschotting. In de bestuurscommissie is vervolgens afgesproken om dit plan af te wachten en een extra portefeuillehoudersoverleg in te plannen om het hierover te hebben en een nader standpunt in te nemen over het vervolg. Tevens is afgesproken om een memo op te stellen voor de gemeenteraden. De bijhorende stukken zijn gistermiddag via de mail verzonden. Gelet op de korte tijdspanne wordt voorgesteld om een uitgebreide toelichting te geven en vooral stil te staan bij de algemene situatie van Intervence (de oplegnotitie) en de memo voor de gemeenteraden.

De heer Werkman legt uit dat woensdagavond (6 mei) het bestuurlijk overleg heeft plaatsgevonden met de directeurbestuurder en Raad van Toezicht van Intervence over het herziene plan van aanpak. Vanuit de gemeenten waren de heren Werkman, Vader en Ruissen en de dames Idema en Van Dijke hierbij aanwezig. Intervence heeft in dat overleg aan gegeven te willen werken aan een meerjarenplan en verzocht om tot eind juni de gelegenheid te krijgen om hieraan te werken. Belangrijke punten voor Intervence om daarin op te nemen zijn: Het aanpakken c.q. veranderen van de organisatiecultuur Terugdringen van het ziekteverzuim (met 75%) Af name van het verloop van persoon (met 50%) De directeur-bestuurder van Intervence heeft aangegeven daar dagelijks aan te werken maar dat het niet lukt om op korte

1

termijn verandering in aan te brengen. Vandaar het verzoek om extra tijd voor het opstellen van een meerjarenplan. In het bestuurlijk overleg is vanuit gemeentekant nadrukkelijk aangegeven dat het aan Intervence is om te bepalen of ze nog perspectief zien voor de toekomst. Of met andere woorden: is de organisatie nog levensvatbaar? Dit onder de eerder vastgestelde voorwaarden dat: De f inanciering PxQ is. Vastgehouden wordt aan de huidige tarieven. De instandhoudingsbijdrage per 2021 vervalt. De drangcasussen bij de gemeenten worden ondergebracht (en dus bij Intervence wegvallen). Intervence voldoende ‘body’ moet hebben om schommelingen in de productie op te kunnen vangen. Op basis van cijfers van CBS en NJI zal het volume worden bepaald. Het bedrag dat middels de bevoorschotting teveel is ontvangen moet worden terugbetaald (€ 1,2 miljoen). Af gesproken is dat deze punten onderdeel uit moeten maken van het meerjarenplan en dat dit plan eerst kritisch moet worden beoordeeld door de RvT en dat zij daar zelf een standpunt over innemen. De heer Ruissen voegt toe dat nadrukkelijk is gesteld dat het probleem bij Intervence ligt en dat zij moeten zorgen voor een oplossing. De gemeentelijke vertegenwoordigers hebben aangegeven het verzoek om ruimte te krijgen voor het opstellen van een meerjarenplan eerst te willen bespreken in het portefeuillehoudersoverleg.

De heer Werkman spreekt de verwachting uit dat Intervence nog zeker 1,5 a 2 jaar de tijd nodig zal hebben om de drie resultaten (organisatiecultuur, verloop en ziekteverzuim) te realiseren (mocht dat al lukken). Daarnaast is gemeld dat vanuit de gemeenten hoe dan ook aan de slag zal worden gegaan met het opstellen van een plan B (zowel inhoudelijk als financieel). De inkooporganisatie neemt hiervoor het initiatief. Op basis van bovenstaande wordt geconstateerd dat de cruciale vraag gaat zijn of er voldoende vertrouwen is vanuit de gemeenten richting Intervence. Of dat de fundering van het meerjarenplan is gebaseerd op wishfullthinking (verkeerde uitgangspunten). En is het daarmee wenselijk om Intervence te vragen om dit plan op te leveren (of wordt valse hoop geboden)? Mevrouw Evertz constateert dat de productie de af gelopen jaren is gedaald en dat de kosten toenemen. Het gat in de begroting wordt alleen maar groter en het is niet realistisch (ook gelet op de landelijke ontwikkeling dat dwangcasussen alleen nog maar af zullen nemen) dat dit op korte / middellange termijn kan worden gekeerd. Dit wordt onderschreven. De heer Vader concludeert nogmaals dat Intervence op basis van de huidige cijfers failliet is. Dat beeld wordt ook geschetst in de opgestelde scenario’s (maar dan is het meer een kwestie van het f aillissement verder in de tijd vooruit schuiven).

Er wordt een ronde gemaakt langs de wethouders om standpunten op te halen. Het volgende wordt in algemene zin aangegeven: De heer Vader: Heef t geen vertrouwen dat Intervence in staat zal zijn om het tij te keren.

2

-

-

De uitgangspunten voor het meerjarenplan zijn verkeerd. Gebaseerd op hoop en niet op realisme. Wil het bestuursakkoord niet verlengen. En in het verlengde daarvan wil hij juridisch uitgezocht zien wat de status van het bestuursakkoord is en welke consequenties mogelijke uittreding heeft. Hij is tevens niet bereid om het akkoord om te vormen naar procesafspraken. Behandel Intervence als contractpartij en daarmee zakelijk. Moet een f ormeel standpunt worden ingenomen over de terugbetaling van de teveel betaalde middelen door de gemeenten. Niet committeren aan verbeterplan Intervence (dat uiterlijk 15 mei bij de VNG moet worden ingediend). Het is aan Intervence zelf om een standpunt in te nemen over de kansen voor een toekomstbestendige organisatie.

De heer Ruissen: Het probleem ligt bij Intervence; het is geen gezamenlijke verantwoordelijkheid. Daarom geen verlenging van het bestuursakkoord. Wel bereid om afspraken te maken over het proces. Mevrouw Evertz: Uit verbeterplan niet op te maken hoe Intervence de kosten wil gaan beheersen. Weinig vertrouwen dat het meerjarenplan soelaas gaat bieden. Per direct stappen zetten om te komen tot plan B. Aandacht hebben voor de kinderen en gezinnen waar het om draait. De heer Verburg: Is het juridisch mogelijk om het bestuursakkoord met Intervence op te zeggen. En zo ja hoe zit het met de aansprakelijkheid? Dit moet uitgezocht worden. Mevrouw Van de Plasse: Het traject met Intervence loopt al een aantal jaar en heeft nog niet tot echte verbeteringen geleid. Welk houvast er om te veronderstellen dat het nu wel lukt. Dit is een groot risico. Blij dat de drangcasussen bij de gemeenten worden ondergebracht. Geloof niet in het scenario dat het meerjarenplan de beoogde verandering gaat brengen. Nu de tijd rijp om als bestuurders richting te bepalen. De heer van Leeuwen: In f ormele zin Intervence laten weten dat dit de laatste kans is (het geven van een gele kaart). Nu formeel niks in handen. Intervence verzoeken meerjarenplan op te stellen en zelf tijd creëren om plan B op te stellen. Goed nadenken over de vervolgstrategie en de communicatie. Heilige huisjes niet sparen.

De heer De Goffau: Sluit aan bij de woorden van de heer Van Leeuwen.

3

-

Vraagt om een week extra tijd om tot een gedegen besluit te komen. Nu onvoldoende ruimte voor ambtelijke bespreking en vervolgens standpuntbepaling vanuit Goes. Hij geef t de ambtelijke opmerkingen mee aan mevrouw Idema.

Mevrouw van Dijke: Een aantal zaken ter toelichting: Er zitten vaak meerdere gezinsmanagers op één casus. Dit maakt dat de kosten hoog zijn. Briedis heeft in 2019 ruim 80 casussen van Intervence overgenomen (wegens niet kunnen leveren). Wanneer af gesproken wordt om Intervence toe te staan de bevoorschotting later terug te betalen, dan moet dit worden omgezet in een lening. De vraag of dit wenselijk is. Ook Briedis heeft inmiddels gevraagd om de terugbetaling op te schorten. Mevrouw Idema: Het ministerie van V&J was een belangrijke partner in de totstandkoming van het bestuursakkoord. Het is van belang om ze op korte termijn te informeren. Afgesproken wordt dat de heer Werkman (bestuurlijk) en mw. Idema (ambtelijk) dit oppakken. De heer Van den Bos: Het gaat niet om het instandhouding van de organisatie maar het geleverd krijgen van goede producten tegen een acceptabele prijs. Het moet politiek / bestuurlijk uitlegbaar zijn. Hij pleit voor een duidelijke termijn wanneer Intervence zaken op orde moet hebben. Het opstellen van sec een plan is niet de oplossing. De heer Vervaet Heef t nog geen ambtelijk advies gekregen. Hij vindt het zorgelijk dat ‘hoe’ niet in het verbeterplan is benoemd. Mevrouw Slenter: Vraagt om meer tijd om de stukken te lezen en te laten voorzien van ambtelijk advies. Heef t onvoldoende vertrouwen dat Intervence over drie maanden adequate oplossingen heeft.

Mw. Doorn: Geen vertrouwen in het verbeterplan. Per direct starten met het opstellen van plan B. Niet te lang meer wachten met informeren van gemeenteraden. Enkele raadsleden hebben al signalen opgepikt en vragen over gesteld. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het merendeel van de portefeuillehouders onvoldoende vertrouwen heef t dat Intervence in het meerjarenplan met adequate oplossingen gaat komen. Vandaar dat per direct moet worden gestart met het opstellen en ontwikkelingen van Plan B. Hierin moeten nadrukkelijk ook de financiële en juridische consequenties worden opgenomen. Afgesproken wordt om

4

volgende week te besluiten hoe om te gaan met het verzoek van Intervence om de gelegenheid te krijgen voor het opstellen van een meerjarenplan. De komende dagen kunnen worden gebruikt om de memo aan de gemeenteraden en de oplegger aan te passen en de stukken ambtelijk en bestuurlijk door te spreken. Daarnaast wordt voorgesteld om geen commitment uit te spreken over het verbeterplan dat op 15 mei via Intervence aan de VNG wordt toegezonden. 3.

Afspraken

De volgende afspraken worden gemaakt: De oplegnotitie wordt aangescherpt op basis van hetgeen besproken is en de aanvullende vragen die zijn gesteld. De aangepaste memo wordt voorgelegd aan de portefeuillehouders met de vraag om uiterlijk woensdagmiddag 13 mei om 17.00 uur te reageren. De memo voor de gemeenteraden wordt aangescherpt en uiterlijk maandag 12.00 uur naar de wethouders toegestuurd. De vraag om deze in de colleges van dinsdagmorgen 12 mei te bespreken (door middel van het ‘onder de arm meenemen’ en per omgaande aan de heer Meulenberg door te geven dat deze akkoord is. Vervolgens kan dinsdagmiddag 17.00 uur de memo aan de griffiers beschikbaar worden gesteld. Verzocht zal worden om vertrouwelijk met de informatie om te gaan. Tevens wordt af gesproken om in de memo te benoemen dat de heer Werkman beschikbaar is voor het beantwoorden van vragen. Tevens zal de communicatiemedewerker van de gemeente Sluis bij het traject worden betrokken. Op korte termijn een brief te sturen naar Intervence met het verzoek om het teveel ontvangen bedrag (€ 1,2 miljoen) terug te bepalen. De reactie van Intervence zal vervolgens in de bestuurscommissie worden besproken. Per direct starten met het opstellen van plan B (actie inkooporganisatie). Aanstaande maandag 11 mei om 14.00 uur worden de stukken besproken in het transformatieoverleg jeugd.

De heer Werkman is bereid om (digitaal) aan te sluiten en tekst en uitleg te geven over het proces dat is gevolgd en de stukken die nu voorliggen.

4.

Overige zaken / rondvraag

Stand van zaken Vaart in Veiligheid De heer Ruissen legt uit dat gewerkt wordt aan het plan van aanpak. In de achterliggende periode heeft hij gemerkt dat een aantal partijen het gevoel hadden onvoldoende betrokken te zijn. Er wordt aan gewerkt om dat te repareren. Tevens zal hij aansluiten bij een overleg met de projectgroep om de klokken gelijk te zetten. Bij vragen kan contact met hem opgenomen worden.

5.

Sluiting

-

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9759456/1