Agendapunt 10. afsprakenlijst portefeuillehoudersoverleg jeugd 20200220
Tekst van het document
Onderwerp
Afsprakenlijst portefeuillehouderoverleg jeugd Zeeland
Plaats
Goes
Datum
20 februari 2020
Aanwezig: Bestuurders: Zeeuwse inkooporganisatie: Programmamanager jeugd: Ondersteuning:
Mw. Van de Plasse, dhr. Alssema, dhr. Harmsen, dhr. Werkman, mw. Slenter, mw. Suij, dhr. Van den Bos, dhr. Van Halderen, dhr. Verburg, mw. Evertz, dhr. Ruissen mw. Van Dijke mw. Idema dhr. Meulenberg
Nr
Onderwerp
Besluit
1.
Opening, vaststelling agenda en mededelingen
Dhr. Alssema opent de vergadering. Dhr. Vader en mw. Doorn zijn af wezig. De agenda wordt vastgesteld.
2.
Afsprakenlijsten portefeuillehoudersoverleg en bestuurscommissie 30 januari 2020
De af sprakenlijsten van het portefeuillehoudersoverleg en de bestuurscommissie inkoop van 30 januari 2020 worden zonder wijzigingen vastgesteld. N.a.v. de afsprakenlijst van het portefeuillehoudersoverleg vraagt mw. Suij naar de stand van zaken counterpart Intervence. Dhr. Alssema antwoordt dat gewerkt wordt aan een oplossing en dat het voorstel zal worden geagendeerd voor het portefeuillehoudersoverleg van 26 maart 2020.
3.
Opvolging wethouder Alssema
Dhr. Alssema meldt dat dit zijn laatste portefeuillehoudersoverleg / bestuurscommissie inkoop is. Per 1 april vertrekt hij naar de gemeente Gilze Rijen om daar het ambt van Burgemeester te gaan bekleden. Dat houdt in dat er een nieuwe voorzitter moet komen voor de jeugdhulpregio Zeeland. De voorkeur wordt uitgesproken om nu een nieuwe voorzitter te kiezen en niet te wachten op de nieuwe samenstelling van het portefeuillehoudersoverleg / bestuurscommissie inkoop. Na een korte bespreking wordt het volgende afgesproken: - Dhr. Werkman wordt voorzitter van het de jeugdzorgregio Zeeland (inclusief portefeuillehoudersoverleg jeugd / bestuurscommissie inkoop en de Task Force Jeugd / College van Inkoop). - Dhr. Vader neemt de taak van vicevoorzitter over van dhr. Werkman. - Het bestuur van het SWVO zal beslissen over de opvolging van dhr. Alssema (vanuit de Oosterschelderegio) in het College van Inkoop (dhr. Verburg heeft zitting in de Task Force Jeugd). - Mw. Idema stelt een overzicht op van de vrijgekomen vacatures m.b.t. de actielijnen in de transformatieagenda. Dit overzicht zal in het portefeuillehoudersoverleg van 26 maart worden besproken. - Mw. Van Dijke neemt het initiatief om een overdrachtsoverleg te plannen tussen dhr. Werkman, dhr. Alssema, mw. Idema en mw. Van Dijke.
1
4.
Contourennotitie Vaart in Veiligheid
Voor dit agendapunt is mw. Frankhuizen van bureau DwarsDoen aanwezig (projectleiding Vaart in Veiligheid). In het portefeuillehoudersoverleg van 30 januari jl. is uitgebreid gesproken over het traject Vaart in Veiligheid. Tijdens dit overleg is onder andere het volgende afgesproken: 1. De projectopdracht wordt aangescherpt waarbij de nadrukkelijke prioriteit komt te liggen op het verkorten van de veiligheidsketen (lees: het in elkaar schuiven van de organisaties die hierin werkzaam zijn). Het traject Vaart in Veiligheid is de stip op de horizon waar gefaseerd naar toegewerkt zal worden, met go en no go momenten. 2. Het is van belang om ervoor te zorgen dat er middelen vanuit het ministerie beschikbaar komen voor de uitvoering van het plan (het ijzer is heet, het moet nu gesmeed worden). Eerste prioriteit is dan ook om een plan te schrijven op basis waarvan de ministers kunnen instemmen. Dit contourenplan moet er uiterlijk februari liggen zodat de ministers kunnen worden uitgenodigd om te ondertekenen. Het concept-contourenplan is conform afspraak op 14 februari jl. opgeleverd en afgelopen dinsdag 18 februari ambtelijk besproken. Op basis van dit overleg zijn een aantal aandachtpunten geformuleerd. Door middel van een korte PowerPointpresentatie worden deze punten toegelicht. Uitgangspunt hierbij is dat het contourenplan is opgesteld n.a.v. de analyse van bureau DwarsDoen.
Het is daarbij belangrijk om te kijken naar overeenstemming en niet naar het overtuigen van elkaar. Er moet aandacht zijn voor de bestuurlijke complexe omgeving waar wethouders en ambtenaren in terecht komen, waarbij uit wordt gegaan van de overstijgende visie (de stip op de horizon). De volgende vijf punten zijn ambtelijk aangegeven: 1. Start niet vandaag, maar liefst gisteren waar het de samenwerking tussen Veilig Thuis (VT), Gecertificeerde Instelling (GI) en Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) betref t. 2. Start met een nieuwe werkwijze en voer deze in voor 1 juni 2020 in de vorm van minimaal drie pilots verdeeld over Zeeland, waarin ouders/jongeren, gemeenten, VT, RvdK, GI’s betrokken zijn. Doel van de pilots is om te leren hoe het proces moet lopen om te komen tot een nieuwe werkwijze in de lokale structuur (Toegang/wijkteam/etc.). Het plan van aanpak hiervoor wordt door DwarsDoen in samenwerking met betreffende gemeenten opgesteld. Uitgaande van harmonisatie van toegangsprocessen en de ervaring van de pilots kan iedere gemeenten het dan passend bij de eigen steunstructuur inrichten. 3. Leer gedurende de pilotperiode waar de scheidslijn ligt tussen een enkelvoudige oplossing en een systemische benadering. Maak duidelijk wanneer wie en welke prof essional aan zet is. 4.
Breng in de pilots in beeld wat het naar voren halen van specialismen in combinatie met het systemisch werken oplevert (kwalitatief bij de gezinnen en de professionals, kwantitatief/financieel voor de gemeenten). 5. Op basis van bovenstaande wordt dan besloten hoe de inrichting van de governance wordt geregeld, ook passend
2
bij het onderzoek en advies naar de governance van de Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein. Over bovenstaande wordt uitgebreid van gedachten gewisseld, waarbij o.a. het volgende wordt aangegeven. Dhr. Ruissen is van mening dat de focus moet komen te liggen op het verkorten / reorganiseren van de veiligheidsketen (en vooralsnog niet de volledige jeugdzorg). Dhr. Van den Bos onderschrijft het ambtelijke advies om klein (door middel van pilots) te gaan starten. Mw. Van de Plasse vraagt of de voorgestelde planning realistisch is. Binnen korte periode moet er veel gebeuren, waarbij het van belang is om de relevante partijen (inclusief colleges en raden) goed mee te nemen. Dhr. Werkman vraagt aandacht voor het traject richting het ministerie. Het is van belang dat er een oplossing wordt aangedragen op basis waarvan middelen beschikbaar kunnen worden gesteld. Mw. Idema en mw. Frankhuizen geven aan dat de kosten tot juni gedekt zijn, maar dat extra middelen nodig zijn om de benodigde stappen te kunnen zetten. Vanuit de ministeries is herhaaldelijk aangegeven dat ze vooral geïnteresseerd zijn in de brede aanpak die in Zeeland wordt ontwikkeld. Een expliciete toezegging over het beschikbaar stellen van financiële middelen is echter nog niet gegeven. Mw. Idema verwacht dat het hebben van een concreet plan helpend zal zijn om hierover een uitspraak te krijgen. Mw.
Suij vraagt naar de praktische realiseerbaarheid van de drie pilots en vervolgens de verbreding naar de andere gemeenten. Het moet namelijk een oplossing bieden voor alle gemeenten (en op korte termijn). Mw. Van de Plasse sluit daarbij aan; ze spreekt de voorkeur uit om te focussen op de veiligheidsketen en daar vaart in aan te brengen (conf orm afspraak in het portefeuillehoudersoverleg van 30 januari jl.). Dhr. Harmsen vraagt zich af of de verwachtingen wat het traject moet opleveren congruent zijn. Mw. Evertz is van mening dat door middel van Vaart in Veiligheid de jeugdbescherming goed georganiseerd wordt en dat er een antwoord komt of de oplopende kosten en de toenemende tekorten. Dhr. Ruissen geeft aan dat het vraagstuk Intervence op korte termijn moet worden opgelost (voorkomen moet worden dat de komende jaren structureel instandhoudingsbijdragen moeten worden verstrekt). Dhr. Harmsen vraagt of het reëel is om te veronderstellen dat door het verkorten van de veiligheidsketen de – in de notitie – genoemde besparingen worden gerealiseerd en of deze besparingen ook ten goede komen van de gemeenten. Mw. Frankhuizen legt uit dat de besparing kan worden gerealiseerd wanneer naar de volledige keten wordt gekeken. Voor dhr. Van Halderen is de relatie verkorten van de veiligheidsketen en de lokale toegang onvoldoende helder. Mw.
Frankhuizen legt uit dat het van belang is om aan de voorkant (de toegang) snel te signaleren en een passende aanpak in te zetten ter voorkoming dat later duurdere hulp inzet moet worden.
3
-
-
-
-
-
Door een aantal wethouders wordt gevraagd hoe de werkwijze er in de praktijk uit gaat zien. Mw. Frankhuizen legt uit dat rollen en verantwoordelijkheden vanuit de veiligheidsketen (GI en VT) toegevoegd worden aan de lokale toegang. Doel is om binnen de toegangen systemisch te gaan werken en werkprocessen te harmoniseren. Door middel van de pilots zal dit uitgetest gaan worden. Dhr. Harmsen benadrukt dat het traject niet in beton gegoten is. Het is een dynamisch proces dat lopende de tijd kan worden aangepast / gewijzigd. Mw. Van de Plasse legt uit dat er in Borsele een pilot loopt waarbij medewerkers vanuit Intervence zitting hebben in de toegang. De pilot loopt naar tevredenheid en de betrokken medewerkers zijn positief. Ze vraagt om gebruik te maken van deze ervaringen (en te voorkomen dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden). Dhr. Van den Bos vraagt wat dit traject betekent voor Intervence en dan met name de financiële positie. Mw. Frankhuizen geef t aan dat het niet realistisch is om aan te nemen dat er eind van dit jaar een oplossing is voor de problemen waar Intervence (en ook Veilig Thuis) nu mee te maken hebben. Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met een instandhoudingsbijdrage ook voor volgend jaar. Mw.
Suij constateert dat dit afwijkt van hetgeen zij richting haar gemeenteraad heeft gecommuniceerd, namelijk dat er dit jaar een besluit wordt genomen over de structurele oplossing voor Intervence en daarmee geen extra bijdragen meer nodig zijn. Mocht dit anders zijn, dan is het van belang om de raden hierover volledig te informeren en een duidelijk toekomstperspectief neer te leggen (het managen van verwachtingen). Benadrukt wordt dat in juni hierover een besluit genomen moet worden. Tevens wordt gevraagd om nu alvast rekening te houden met een plan B voor het geval het ministerie besluit om niet financieel bij te dragen. Dhr. Van den Bos stelt voor om een voorstel om te stellen voor het ministerie waarin de twee aspecten zijn opgenomen, namelijk het komen tot een oplossing voor het verkorten van de veiligheidsketen (in ieder geval VT en Intervence) en het gef aseerd toewerken naar de stip op de horizon. Oftewel een korte en een lange termijn oplossing. Gelet op het feit dat het ministerie wacht op Zeeland is het van belang om dit voorstel op korte termijn op te stellen. Dit wordt breed onderschreven. Mw. Frankhuizen legt uit dat de komende weken de betrokken partners (Intervence, Veilig Thuis e.d.) worden geconsulteerd.
Met inachtneming van bovengenoemde opmerkingen wordt af gesproken: Op korte termijn een plan van aanpak op te stellen uitgaande van de vijf punten die door het ambtelijk overleg zijn aangedragen (zie hierboven). Dit plan bestaat uit een oplossing voor de korte termijn (verkorting veiligheidsketen, in ieder geval integratie Intervence en VT) en de lange(re) termijn (gef aseerd toewerken naar de stip op de horizon). In dit plan worden in ieder geval een financiële paragraaf en een concrete planning opgenomen.
4
-
-
-
5.
Bijeenkomst grip op financiën jeugdhulp
Dit plan van aanpak te agenderen voor het portefeuillehoudersoverleg van 26 maart a.s. (harde deadline, met als voorwaarde dat het ambtelijk goed wordt doorgesproken). Mw. Frankhuizen stemt de planning ambtelijk af. Dit plan van aanpak kan vervolgens (na instemming door het portefeuillehoudersoverleg) worden gecommuniceerd naar de ministeries. De Zeeuwse lobbyisten te betrekken bij bovenstaande. Dhr. Van de Bos neemt hiervoor het initiatief. Mw. Idema geeft aan vanmiddag ambtelijk contact te hebben met het ministerie. Kennis te nemen van het contourenplan Vaart in Veiligheid en dit plan (gelet op bovenstaande) niet verder te communiceren naar colleges, raden en ministeries. Raadsbijeenkomsten te organiseren om de gemeenteraden hierover bij te praten. De voorkeur wordt uitgesproken om dit subregionaal te organiseren (Walcheren, Oosterscheldregio, Zeeuws-Vlaanderen).
Door de portefeuillehouders is de wens uitgesproken om bestuurlijk te praten over de mogelijkheden om meer grip op de f inanciën jeugdhulp te krijgen. Belangrijke items hierbij zijn: wat zijn de knoppen om aan te draaien, welke goede voorbeelden / tips zijn er, wat kunnen we van elkaar leren. In de bijeenkomst wordt stilgestaan bij de inkoop, de monitor grip op jeugd (opgezet door bureau Van Dam en Oosterbaan), de toegang, de f inanciële maatregelen die genomen kunnen worden en de inzet van het transf ormatiefonds. Onderstaand de belangrijkste punten en conclusies die getrokken zijn. Inkoop en financiële monitor grip op jeugd Mw. Van Dijke en de heren Kadijk en Meuffels (Van Dam & Oosterbaan) geven aan dat het verzamelen van (kwalitatief) goede data essentieel is om te gaan sturen op de financiën en de beleidsmatige effecten van interventies. In Zeeland wordt hard gewerkt aan het opstellen van de monitor ‘grip op jeugd’ om dit inzichtelijk te maken. Benadrukt wordt het belang om deze data te analyseren en te vertalen in concrete acties. Naar aanleiding van de vraag aan welke data behoefte is, wordt het volgende aangegeven: Inzichtelijk hebben waarom er zoveel geld aan de zorg wordt besteed (het moet maatschappelijk uitlegbaar zijn). Cijf ers die iets zeggen over de effecten van de ingezette transf ormaties (de beweging die in gang wordt gezet).
Waarom er een vraag is naar een bepaald product (als voorbeeld worden knuffelsessies genoemd)? Hoe kan het budget omlaag en de kwaliteit omhoog? Af gesproken wordt dit mee te nemen in de verdere uitwerking van de monitor / het dashboard. Toegang Dhr. Bertram (gemeente Hulst) geeft een toelichting hoe de toegang in zijn gemeente is georganiseerd. Hij pleit ervoor om meer kostenbewustzijn te creëren binnen de toegang, het komen tot heldere opdrachtformuleringen, het monitoren van ef f ecten / resultaten en het Zeeuwsbreed van elkaar leren. De ambitie om hier Zeeuwsbreed mee aan de slag te gaan worden gedeeld. Afgesproken wordt dit ambtelijk verder uit te werken en
5
via concrete voorstelen voor te leggen aan het portefeuillehoudersoverleg. Financiële maatregelen Dhr. De Weerdt (gemeente Goes) en dhr. De Klerk (gemeente Vlissingen) presenteren een aantal praktische maatregelen om meer grip te krijgen op de financiën. Voorbeelden die worden genoemd zijn: zorgen voor de beste ‘koop’, inkadering door middel van verordening en beleidsregels en het opzetten van een ‘rommelpotje’ op basis waarvan maatwerk geleverd kan worden (out of the box denken). De ambitie om hier Zeeuwsbreed mee aan de slag te gaan wordt gedeeld. Af gesproken wordt dit ambtelijk verder uit te werken en via concrete voorstelen voor te leggen aan het portefeuillehoudersoverleg. Transf ormatiefonds Mw. Idema legt uit dat bestuurlijk is afgesproken om de huidige criteria van het transformatiefonds te evalueren en te bezien of deze passend zijn bij de transformatie / vernieuwing die wordt beoogd. Op basis daarvan zijn vier mogelijkheden geschetst die worden besproken. Dhr. Alssema is van mening dat de voorstellen een bijdrage moeten leveren aan het vernieuwende karakter, waarbij gekeken wordt naar het maatschappelijke en financiële rendement dat wordt beoogd. Dit houdt in dat de huidige voorwaarden daarop aangepast moeten worden. Dhr.
Van Halderen voegt daaraan toe om daarbij ook een nauwe relatie te leggen met de vernieuwing die in het kader van Vaart in Veiligheid wordt ingezet. Mw. Suij vindt het van belang dat de gemeenten hierbij de regie in handen houden. Met inachtneming van bovengenoemde opmerkingen wordt af gesproken: De voorwaarden voor het transformatiefonds aan te passen waarbij voornamelijk getoetst gaat worden op het vernieuwende karakter van de voorstellen en het maatschappelijke en financiële rendement. Het kernteam te verzoeken dit verder uit te werken zodat het voorstel kan worden geagendeerd voor het portefeuillehoudersoverleg van 26 maart a.s. Geconcludeerd wordt dat het zinvol was om een eerste keer te praten over het grip krijgen op de financiën. Afgesproken wordt dit periodiek te herhalen en voor nu aan de slag te gaan met de voorgestelde maatregelen en suggesties. 6.
Overige zaken / rondvraag
-
Notitie aanwijzing William Schrikker Stichting Mw. Suij vraagt naar de taken en verantwoordelijkheden van de inkooporganisatie t.o.v. de gemeenten en in het bijzonder welke bestuurlijke risico’s gelopen worden. Dhr. Alssema legt uit dat de inkooporganisatie de contracten af sluit namens de gemeenten. Eén van de taken is dat de inkooporganisatie toetst of de contractafspraken worden nagekomen. Indien dit niet het geval is, wordt gerapporteerd aan de gemeenten en ligt daar de uiteindelijke verantwoordelijkheid. Met betrekking tot WSS wordt geconstateerd dat de aanwijzingen adequaat opgepakt waardoor er (op dit moment) geen bestuurlijke risico’s zijn.
6
De notitie wordt voor kennisgeving aangenomen. -
WvGGZ / contracteren acute zorg Dhr. Ruissen geeft aan dat vanuit de stuurgroep WvGGZ vragen zijn gesteld over de contractering van de acute zorg. Mw. Van Dijke legt uit dat ze vanavond overleg heeft met de Brug om helder te krijgen of deze partij dit kan leveren. De uitkomsten van dit overleg worden afgewacht.
-
Expertteam Dhr. Harmsen geeft aan dat hij is geconfronteerd met twee kinderen die niet plaatsbaar waren waarbij het expertteam was betrokken. Het vindt het kwalijk dat we het in Nederland niet voor elkaar krijgen om voor ieder kind een passende voorziening te vinden. Hij heeft de Thoolse raadsleden gevraagd om dit signaal neer te leggen bij de Tweede Kamer f racties. De zorgen van dhr. Harmsen worden breed gedeeld. Afgesproken wordt om te inventariseren of dit in Zeeland vaker voorkomt (aantallen en reden). Aan dhr. Werkman wordt gevraagd om dit in BJ42 verband te bespreken en te bezien of hier vanuit de jeugdhulpregio’s samen in opgetrokken kan worden. Tevens zal worden bezien of de kracht van het expertteam kan worden verhoogd en of ze meer kostenbewust gemaakt kunnen worden.
-
Plan van aanpak Intervence Mw. Van de Plasse geeft aan dat dhr. Cazemier en de nieuwe regiomanager Intervence deze week langs zijn geweest in de gemeente Borsele. Ze geeft aan geschrokken te zijn van de boodschap die vanuit Intervence werd gegeven. Dhr. Alssema antwoordt dat vanmorgen bestuurlijk overleg is geweest over het plan van aanpak (dat is opgesteld op basis van de foto’s die van alle landelijke GI’s zijn gemaakt). Het plan roept nog dusdanig veel vragen op dat Intervence is gevraagd hier nogmaals naar te kijken. Wanneer het stuk rijp is om te bespreken, zal het worden geagendeerd voor het portefeuillehoudersoverleg.
-
Af scheid dhr. Alssema Dhr. Alssema geeft aan trots te zijn op de stappen die er in Zeeland op het gebied van de jeugdhulp zijn gemaakt, ondanks de grote opgaven waarvoor we hebben gestaan en nog steeds staan. Hij dankt iedereen voor de prettige en constructieve samenwerking.
7.
Sluiting
-
8.
Actiepuntenlijst
1. 2. 3. 4.
Opstellen voorstel counterpart Intervence (mw. Idema). Plannen overdrachtsoverleg te plannen tussen dhr. Werkman, dhr. Alssema, mw. Idema en mw. Van Dijke (mw. Van Dijke). Opstellen Plan van Aanpak Vaart in Veiligheid en agenderen voor het portefeuillehoudersoverleg van 26 maart a.s. (bureau DwarsDoen). Plannen en organiseren subregionale raadsbijeenkomsten in het kader van Vaart in Veiligheid (mw. Idema, bureau DwarsDoen). 7
5.
Opstellen voorstel aanpassen voorwaarden transf ormatiefonds en agenderen voor het portefeuillehoudersoverleg van 26 maart a.s. (mw. Idema, kernteam).
8