CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

AGendapunt 10. afsprakenlijst bestuurscommissie inkoop jeugd 20201126

Debatraad 25 februari 2021, gemeente GoesBij agendapunt: Intervence.2.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp

Afsprakenlijst bestuurscommissie inkoop jeugdhulp Zeeland

Plaats

Stadskantoor gemeente Goes

Datum

26 november 2020

Aanwezig: Bestuurders: Zeeuwse inkooporganisatie: Programmamanager jeugd: Ondersteuning:

Mw. Van de Plasse, dhr. De Goffau, dhr. Werkman, mw. Suij, dhr. Verburg, mw. Evertz, dhr. Ruissen, mw. Doorn, dhr. Maas, dhr. Van Leeuwen, mw. Slenter mw. Van Dijke mw. Idema dhr. Meulenberg

Nr

Onderwerp

Besluit

1.

Opening, vaststelling agenda en mededelingen

Dhr. Werkman opent de vergadering. De agenda wordt vastgesteld. Afgesproken wordt te starten met agendapunt 5 ‘toekomst GI-f unctie in Zeeland’.

2.

Afsprakenlijst bestuurscommissie inkoop 8 oktober

Af gesproken wordt via de mail te vragen om de afsprakenlijst vast te stellen.

3.

Vaststellen tarieven 2021 inclusief OVA

Af gesproken wordt via de mail te vragen om in te stemmen met het vaststellen van de tarieven 2021 inclusief OVA.

4.

Gunning perceel 4

Conf orm voorstel wordt door de bestuurscommissie besloten om in te stemmen met: Perceel 4.1 (J-GGZ) te gunnen aan Emergis en het gunningsbesluit op 27 november aan hen kenbaar te maken. Perceel 4.2 (Jeugd & Opvoeding) te gunnen aan Juvent en het gunningsbesluit op 27 november aan hen kenbaar te maken. De overeenkomsten (ingaande per 1 april 2021) ter ondertekening aan partijen voor te leggen nadat de uitgevraagde bewijsmiddelen zijn goedgekeurd.

5.

Toekomst GI-functie in Zeeland

Voor dit agendapunt schuiven dhr. Vader en mw. Smit (ter vervanging van mw. Schot) telefonisch aan. Dhr. Werkman geeft een korte toelichting m.b.t. de belangrijkste ontwikkelingen de afgelopen week. Vorige week woensdag 18 november zijn de portefeuillehouders bijgepraat over de belangrijkste ontwikkelingen en is de mogelijkheid geboden om vragen te stellen / standpunten met elkaar uit te wisselen. Af gelopen dinsdag 24 november is een extra transf ormatieoverleg jeugd gehouden ter voorbereiding op deze bestuurscommissie. De heren Vader, Ruissen en Werkman waren aangesloten. De beleidsmedewerkers zijn in de gelegenheid gesteld om verduidelijkende vragen te stellen. Het beknopte advies van de landsadvocaat is dinsdag ontvangen en nagezonden.

1

-

Het advies van de jeugdautoriteit m.b.t. de situatie van de drie GI’s is (nog) niet ontvangen. Dhr. Werkman geeft aan dat hij gisteravond nog contact heeft gehad met dhr. Bezem van het ministerie van J&V over de financiële situatie van Briedis in relatie tot het eigen vermogen. Mw. Van Dijke legt in aanvulling hierop uit dat Briedis een jonge organisatie is met een negatief eigen vermogen van € 700.000 op een omzet van € 1 miljoen. De verwachting is dat ze door een aantal aanvullende realiserende maatregelen dit terug kunnen draaien naar 0 of een klein positief eigen vermogen. Dit is echter niet zeker en vormt daarmee een risico. Door in scenario 3 de casussen te verdelen over 3 GI’s wordt er wel voor gezorgd dat dit risico wordt ingeperkt. Mw. Idema meldt dat in het transformatieoverleg is gevraagd om een overzicht met de punten waar besluitvorming over wordt gevraagd. Dit overzicht is gistermiddag nagezonden. Er wordt een ronde gemaakt langs de gemeenten om de standpunten op te halen. Onderstaand een overzicht hiervan: Noord-Beveland Mw. Slenter constateert dat ongeveer 2 jaar geleden is gestart met dit traject en dat er sindsdien veel stukken en adviezen zijn opgeleverd. Ze constateert dat dit haar niet heeft overtuigd dat de toekomst er rooskleuriger uit gaat zien dan nu het geval is.

Ze constateert tevens dat Invervence de handschoen zelf niet goed heeft opgepakt maar dat er ook dingen wel goed zijn opgepakt (o.a. het creëren van rust in de organisatie). Tevens zien de cijf ers van de andere GI’s er ook niet heel geruststellend uit. Ze pleit er dan ook voor om nog een ultieme poging te ondernemen en Intervence de mogelijkheid te bieden om met een alternatief plan te komen. Een periode van 2 maanden om onderzoek te doen acht ze hierin reëel. Dhr. Werkman haakt hierop in en stelt dat de afgelopen periode heel veel gesprekken met Intervence zijn gevoerd en dat er genoeg momenten zijn geweest voor Intervence om dit op te pakken. Deze kans hebben ze bij herhaling niet gepakt. Komt bij dat Intervence zonder instandhoudingsbijdrage niet levensvatbaar is. En dit heeft tot gevolg (en dat is juridisch door zowel de landsadvocaat als de advocaat van de inkooporganisatie bevestigd) dat deze bijdrage ook aan de andere GI’s beschikbaar moet worden gesteld. Dit komt neer op een structurele bijdrage van € 2,5 miljoen op jaarbasis. Af gesproken wordt om dit nadrukkelijker in de stukken op te nemen. Reimerswaal Dhr. Verburg geeft aan dat hij kiest voor scenario 3. Als argumentatie benoemt hij de hoge structurele kosten bij scenario 1 t.o.v. de incidentele kosten bij scenario 3 en de goede ervaringen vanuit de toegang met de andere drie GI’s.

Hij constateert wel dat voor de extra kosten een besluit van de gemeenteraad nodig is. Hij vraagt dan ook nadrukkelijk aandacht voor een goede onderbouwing en communicatie richting de gemeenteraden en uitspraak over het feit wanneer b.v. één van de gemeenteraden niet instemt.

2

Mw. Idema legt uit dat er een communicatiekalender is opgesteld. Uitgangspunt is om de colleges van B&W a.s. dinsdag 1 december mondeling te informeren en vervolgens een memo (via de griffiers) naar de gemeenteraden te sturen. In een eerdere bestuurscommissie is al gevraagd om voor volgend jaar rekening te houden met extra kosten voor dit traject. Dhr. Werkman constateert dat iedere gemeente naar de raad moet op de extra middelen beschikbaar te stellen (dit geldt voor beide scenario’s). Dhr. Van Leeuwen legt uit dat dit voor Tholen misschien anders kan zijn, gelet op de positieve Q3 cijfers. Dhr. Maas schetst het reële scenario dat de raden ook iets van de inhoud gaan vinden. Daar moet ook adequaat mee omgegaan worden. Dhr. Werkman onderschrijft dit en doet de handreiking om bij de individuele raden aan te schuiven wanneer dit wenselijk is. Mw. Van de Plasse doet de suggestie om regionale sessies voor de raden te organiseren om ze te informeren over het proces en de inhoud, ter voorbereiding op de lokale behandelingen. Dhr. Ruissen benadrukt dat dit moet zijn op basis van een besluit van de bestuurscommissie en de colleges. Dit wordt onderschreven. Middelburg Mw. Doorn geeft aan het een moeilijke beslissing te vinden maar te willen gaan voor scenario 3b. Ze constateert dat Intervence de kansen die er zijn voor 1b niet heeft gepakt.

Tevens heef t de gemeenteraad van Middelburg uitgesproken dat gestopt moet worden met de instandhoudingsbijdrage voor Intervence. Ze vindt het daarom belangrijk om een knoop door te hakken en dit goed uit te leggen / te beargumenteren. Borsele Mw. Van de Plasse spreekt haar complimenten uit voor het werk dat door de bestuurlijke en ambtelijke kopgroep is geleverd de af gelopen periode. Ze geeft aan dat de keuze haar niet makkelijk valt. De ervaringen lokaal met Intervence zijn goed en de matrix laat geen overtuigend bewijs zien waarom een ander scenario beter zou zijn. Tevens leidt de keuze tot scenario 3 tot veel maatschappelijke onrust. Aan de andere kant beseft ze ook dat Intervence onvoldoende heeft gedaan om met alternatieven te komen en dat de structurele kosten voor scenario 1b hoog zijn. Dit alles overwegende geeft ze aan te kiezen voor scenario 3. Dhr. Werkman geeft aan dat niet alleen de financiën van Intervence aanleiding waren voor dit traject. Er was / is ook sprake van een hoog personeelsverzuim, verloop, en een zorgelijke organisatiecultuur. Mw. Idema vult aan dat de medewerkers gekoppeld blijven aan de casussen en daarmee aan de gemeenten. De goede ervaringen hoeven daarmee niet teniet gedaan te worden. Tevens heeft Briedis vanaf het begin aangegeven bereid te zijn om medewerkers in dienst te nemen. Daarbij krijgen ze de keus ZZP of in vaste d ienst. Goes Dhr.

De Goffau legt uit dat Goes over het algemeen tevreden is over Intervence. De afgelopen periode is echter ook duidelijk geworden waarom scenario 1 geen haalbare kaart lijkt. Hij geeft aan dat hij kiest voor scenario 3 waarbij de voorkeur uitgaat naar b (liquidatie). Het gesprek met Intervence dat hij vorige

3

week heef t gehouden heeft hem alleen maar bevestigd in deze keuze. Tholen Dhr. Van Leeuwen vindt het een lastig dilemma maar constateert dat Intervence onvoldoende heeft geanticipeerd ondanks de kansen die het heeft gehad. Hetgeen op het laatste moment is aangeleverd is ‘too little too late’. Dit is verwijtbaar. Vandaar de keuze voor scenario 3 waarbij de voorkeur uitgaat naar b (liquidatie) omdat daarmee de zorg continuïteit het beste gewaarborgd wordt. Mw. Doorn geeft aan dat Intervence druk bezig is om het huidige pand te verkopen. Door de makelaar is contact opgenomen met de gemeente Middelburg om te praten over de bestemming. Terneuzen Mw. Suij stelt dat dit traject al heel lang loopt en dat Intervence de kansen niet heeft gepakt. Ze constateert daarom ook dat Intervence af scheid neemt van de gemeenten en niet andersom. De gemeenten zijn er niet de oorzaak van dat Intervence in deze positie terecht is gekomen. Met inachtneming van de argumenten die al eerder zijn genoemd sluit ze zich volledig aan bij het advies om te gaan voor scenario 3. Hulst Dhr. Ruissen geeft aan voor scenario 3 te gaan. Hij benadrukt dat een keuze voor scenario 1 zou betekenen dat de huidige tarieven met 25% naar boven zouden gaan. Dit is onwenselijk en onbetaalbaar. De keuze voor scenario 3 houdt in een eenmalige bijdrage van € 3,5 miljoen. En risico’s zijn er in beide scenario’s.

Daarnaast zijn de drie organisaties al druk bezig met de voorbereidingen mocht er voor scenario 3 gekozen worden. Dat geeft vertrouwen. Veere Dhr. Maas geeft aan met het voorstel voor scenario 3 in te stemmen. Hij constateert dat er geen optimaal scenario is en hij vindt het pijnlijk dat het niet is gelukt om een Zeeuwse GI te behouden. De keuze vraagt een strakke regie op de communicatie en de verdere uitwerking. Hij vraagt voldoende aandacht voor een zachte landing bij de andere GI’s. Tot slot legt hij uit dat de rechter beslist over een overgang van onderneming. Mw. Idema legt uit dat Intervence verantwoordelijk blijft voor de casussen tot deze zijn overdragen. Rekening wordt gehouden met een periode van 6 tot 8 maanden. Dit is mede afhankelijk van hoe snel het de rechtbank lukt om over te dragen. Kapelle Mw. Evertz geeft aan dat ze er lang over na heef t gedacht en alle voor- en nadelen heeft afgewogen. Ze constateert dat de hele jeugdbescherming onder druk staat en dat Intervence niet de mogelijkheden heeft gepakt om met alternatieven te komen. Door met drie GI’s te werken in plaats van één worden de risico’s meer gespreid en tevens is het financiële meerjarenperspectief van scenario 3 gunstiger. Met deze

4

punten in overweging genomen hebbend geeft ze aan voor scenario 3 te willen gaan. Tevens wil ze de bestuurlijke opdracht daarom koppelen om snelle stappen te maken met Vaart in Veiligheid en te komen tot een nieuwe organisatie van de veiligheidsketen. Tot slot vraagt ze aandacht voor goede communicatie naar de gemeenteraden en maakt graag gebruik van het aanbod van dhr. Werkman om in de raad van Kapelle aan te sluiten. Schouwen-Duiveland Mw. Smit geeft aan niet alles goed te hebben kunnen volgen (vanwege het f eit dat ze telefonisch is aangesloten) en eenmalig mw. Schot te vervangen. Ze geeft aan vertrouwen te hebben in het proces dat heeft plaatsgevonden en daarmee de keuze voor scenario 3. Op de vraag of de andere GI’s wel met PxQ uit de voeten kunnen, wordt door mw. Van Dijke bevestigend geantwoord. Daarmee vindt ze het belangrijk dat richting de raad goed onderbouwd wordt wat dit betekent voor de kinderen. Vlissingen en Sluis De heren Vader (via de mail) en Werkman stemmen in met de stukken die voorliggen en de keuze voor scenario 3. Op basis van de ronde langs de gemeenten wordt door dhr. Werkman geconstateerd dat iedereen geworsteld heeft met het maken van de keuze maar dat het alles overwegende wel heeft geleid tot een unanieme keuze voor scenario 3. Mw. Slenter geef t namelijk aan haar bedenkingen te hebben maar aan te sluiten bij de meerderheid.

Dit houdt in dat door de bestuurscommissie unaniem wordt besloten om: 1. In te stemmen met het voorstel om het contract van de GI Intervence niet te verlengen en daarmee de contractering per 2021 stop te zetten. 2. In te stemmen met het voorstel om Intervence middels een achtergestelde lening, aanvullend op de pxq financiering, te ondersteunen om te kunnen voldoen aan de contractuele verplichtingen zoals beschreven in artikel 6.4 t/m 6.6 (contract). 3. In te stemmen met het advies om de voorkeur uit te spreken om de uitvoering van scenario 3 middels liquidatie van de stichting Intervence te laten plaatsvinden. 4. Als voorwaarde voor steun met liquidatie dan wel te stellen dat er geen sprake kan zijn van overgang van onderneming voor de in Zeeland gecontracteerde GI’s, die de casussen, inclusief gezinsmanagers, dan moeten overnemen van de stichting Intervence. 5. Als voorwaarde voor de steun met liquidatie te stellen dat een vertegenwoordiging namens gemeenten meekijkt naar de uitvoering van de plannen. 6. De colleges van B&W op dinsdag 1 december mondeling te inf ormeren over de besluitvorming van de Bestuurscommissie en de gevolgen daarvan met de uitwerking van scenario 3a of 3b. Hiervoor wordt een kernboodschap aangeleverd die gebruikt kan worden. 7.

De colleges mondeling te adviseren om op dinsdag 1 december direct na de collegevergaderingen de gemeenteraden te informeren middels de, nog aan te

5

8.

leveren, memo. De def initieve besluitvorming over de financiële gevolgen op 15 december 2020 voor te leggen aan de colleges van B&W, waarna de definitieve besluitvorming mondeling gecommuniceerd wordt door de voorzitter van de Bestuurscommissie aan de GI Intervence en daarna bevestigt wordt middels een brief van de directeur van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland.

Verdere af spraken: Er wordt een gezamenlijke reactie opgesteld m.b.t. de brieven van de cliëntenraad en de OR van Intervence. Er wordt een communicatieplan inclusief kernboodschap opgesteld dat uiterlijk maandag 30 november beschikbaar wordt gesteld. Er wordt een memo voor de gemeenteraden opgesteld. Deze wordt uiterlijk maandag 30 november beschikbaar gesteld met de vraag aan de wethouders om deze mondeling in de colleges van 1 december in te brengen. Daarnaast het verzoek om de memo dinsdagmiddag / woensdagmorgen via de griffiers aan de gemeenteraad beschikbaar te stellen. Dinsdagmiddag 1 december wordt het personeel van Intervence door mw. Kamermans op de hoogte gebracht. Dhr. Werkman sluit hier namens de gemeenten bij aan. Besluitvorming in de colleges staat gepland op 15 december a.s. Het persbericht wordt maandagmiddag 30 november onder embargo beschikbaar gesteld. Geconstateerd wordt dat bespreking in de raden op z’n vroegst in januari 2021 plaats kan vinden. Gekeken zal worden naar de mogelijkheid om de gemeenteraden voorafgaand via regionale bijeenkomsten te informeren. Het is aan de wethouders zelf om te bepalen of ze voor die tijd de raad vertrouwelijk willen informeren. 6.

Wat verder ter tafel komt

Dit punt wordt doorgeschoven naar de volgende bestuurscommissie.

6.

Overige zaken

Hier wordt geen gebruik van gemaakt.

7.

Sluiting

-

8.

Actiepuntenlijst

1. 2.

Organiseren op korte termijn van de bijeenkomst ‘grip op f inanciën jeugdhulp’ (dhr. Meulenberg) Organiseren bijeenkomst in januari voor de gemeenteraden m.b.t. GI / Intervence (mw. Idema, mw. Van Dijke, dhr. Meulenberg)

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9759450/1