Agendapunt 10. afsprakenlijst bestuurscommissie inkoop jeugd 20200916
Tekst van het document
Onderwerp
Afsprakenlijst bestuurscommissie inkoop jeugdhulp Zeeland
Plaats
Digitaal (Zoom)
Datum
16 september 2020
Aanwezig: Bestuurders:
Zeeuwse inkooporganisatie: Programmamanager jeugd: Ondersteuning:
Mw. Van de Plasse, dhr. De Goffau, dhr. Werkman, mw. Suij, dhr. Verburg, mw. Evertz, dhr. Ruissen, mw. Doorn, dhr. Vader, dhr. Van Leeuwen (tot 10:30 uur), dhr. Van den Bos, mw. Slenter mw. Van Dijke mw. Idema mw. Nooren
Nr.
Onderwerp
Besluit
1.
Opening
Dhr. Werkman opent de vergadering. Dhr. Maas heeft zich afgemeld.
2.
Ontwikkelingen Intervence
Dhr. Werkman geeft een toelichting over de recente ontwikkelingen rondom Intervence. Doel van deze extra vergadering van de bestuurscommissie was oorspronkelijk om te komen tot definitieve standpuntbepaling m.b.t. de scenario’s. Dit is niet haalbaar gebleken. Er wordt uitgebreid stilgestaan bij hetgeen na de vorige vergadering (3 september) is gebeurd. Huidige stand van zaken De af gelopen dagen / week zijn gebruikt om meer duidelijkheid te creëren over scenario 2. Maandagavond heeft een kennismakingsgesprek met bestuurders van JB West plaatsgevonden waarin de verwachtingen ro ndom dit scenario zijn besproken. Woensdagochtend heeft een soortgelijk gesprek plaatsgevonden met de bestuurder van Partners voor Jeugd. Door JB West is aangegeven dat er nog 4 tot 6 weken nodig is om een businesscase voor scenario 2 verder uit te werken. Ook wil JBwest niet dat hun onderzoek voor scenario 2 tegelijkertijd met PvJ plaatsvindt. Naar aanleiding van de stand va zaken rondom scenario 2 is er contact geweest tussen het ministerie van J&V (dhr. Bezem), Intervence en de kerngroep (de heren Werkman, Ruissen en Vader en de dames Idema en van Dijke). Geconcludeerd is dat het nog te vroeg is om een definitieve keuze te maken. M.b.t. de inhoud van de gesprekken met JB West en Partners voor Jeugd het volgende: - Door JB West zijn aanvullende eisen gesteld.
Aangegeven is dat zij een vijf jarig contract aan willen gaan. Daarnaast is gevraagd om een weerstandsreserve om de risico’s te beperken. Ook wordt een bedrag van 25.000 euro gevraagd als voorwaarde voor het opstellen van een businesscase. Dit betekent dat als eerst een businesscase voor Partners voor Jeugd wordt opgesteld en deze daarna pas voor JB West kan worden ontwikkeld de totale termijn 12 weken bedraagt. - Partners voor Jeugd daarentegen stelt de maatschappelijke verantwoordelijkheid en het bieden van zorg boven het zakelijke 1
belang, al leggen ook zij, net als JB west, de volledige risico’s bij de gemeenten N.a.v. bovenstaande wordt aangegeven: - Scenario 2 biedt voor de continuïteit van zorg meer zekerheid. De regie ligt hierbij dan bij 1 partij. Echter zijn er in dat geval ondanks een businesscase miljoenen nodig om de risico’s voor de overnemende partij te dekken. Deze financiën worden van de gemeenten verwacht. - Bij scenario 3 ligt de regie bij 3 GI’ s waarbij 1 GI een hoofdfunctie vervult. Dit betekent dat er een groter risico ligt voor de continuïteit van zorg en het extra van belang is om goede af spraken te maken. Standpunten per gemeente Er wordt een ronde gemaakt langs de gemeenten om de standpunten te verhelderen over: - De huidige voorkeur voor een scenario. - De vraag van Intervence m.b.t. extra bevoorschotting voor de periode tot 31 december 2020. De liquiditeitsprognose geeft aan dat er op korte termijn sprake is van een probleem rondom uitbetaling van de salarissen. Voorstel hierbij is om te voorzien in een verhoging van de bevoorschotting tot en met december 2020. Mw. van Dijke heeft in overleg met de businesscontroller uitgerekend dat dit een bedrag van ongeveer € 500.000 betreft. Als de extra bijdrage nu niet wordt voorzien dan kan Intervence in november niet aan de betalingsverplichtingen voldoen. Onderstaand een overzicht hiervan:. Goes - Dhr.
De Goffau spreekt de voorkeur uit voor scenario 3 en stemt in met de extra bevoorschotting gezien dit noodzakelijk is. Tholen - Dhr. van Leeuwen stemt in met de voorkeur voor scenario 3 en de extra bevoorschotting. - Hij vraagt aandacht voor het belang van de cliënten en vult aan het belangrijk te vinden om alle feiten goed op tafel te krijgen om een gedegen keuze te kunnen maken. Tegelijkertijd vindt hij het van belang om druk op het proces te houden. Middelburg - Mw. Doorn is ook voorstander van scenario 3 en stemt in met de verhoogde bevoorschotting. - Ze stelt dat dit traject geld kost onafhankelijk welke keuze wordt gemaakt. - Ze verzoekt om een memo waarmee de gemeenteraden geïnf ormeerd worden over de huidige stand van zaken. Dit wordt breed onderschreven. - Ze geef t aan dat Intervence een zelfstandige organisatie is, het is mede aan hen om een keuze te maken tussen scenario 2 en 3. Dhr. Werkman vult aan dat de RvT en het bestuur van Intervence inderdaad een keuze zullen maken. Uiteindelijk is het wel aan de Bestuurscommissie om een standpunt in te nemen en dit ter besluitvorming voor te leggen aan de 2
colleges. Intervence kan dan aangeven dat de gekozen optie niet hun voorkeur heeft. Kapelle - Mw. Evertz heef t ook een voorkeur voor scenario 3 en stemt in met de verhoogde bevoorschotting gezien dit noodzakelijk is. - Aanvullend geeft ze aan behoefte te hebben aan een matrix met een duidelijke weergave van de risico’s die aan de verschillende scenario’s kleven. Dit om een gedegen keuze te kunnen maken. - Daarnaast doet ze de suggestie om het gesprek aan te gaan met de Jeugdautoriteit. Op dit moment wordt de financiering vanuit de gemeenten voorzien. Mw. Evertz wil graag onderzoeken wat de mogelijkheden zijn vanuit het Rijk om f inancieel bij te springen gelet op het feit dat dit een liquiditeitsprobleem bij Intervence betreft. Mw. Idema licht toe dat de Jeugdautoriteit vanaf het begin van het proces betrokken is, echter kan er enkel sprake zijn van een lening. Wanneer Intervence dit aangaat betekent dit een verslechtering van de financiële situatie. Dhr. Werkman zegt toe nogmaals bij het ministerie na te gaan of hier mogelijkheden voor zijn. Vooralsnog is er geen bereidheid getoond om middelen aan te dragen. Noord-Beveland - Mw. Slenter zegt dat scenario 3 de beste keuze lijkt. - Ze heef t ook behoefte aan een helder overzicht met de vooren nadelen.
- Ze stemt in met de extra bevoorschotting maar pleit hierbij wel voor een duidelijke uitleg richting de colleges en de gemeenteraden. Mw. van Dijke licht toe dat het teveel ontvangen voorschot van Intervence zorgt voor een extra negatief resultaat voor de gemeenten als ze op papier f ailliet gaan. Af gesproken wordt dit punt op te nemen in de memo. Borsele - Mw. van de Plasse sluit zich aan bij bovenstaande standpunten. - Ze geef t aan ook behoefte te hebben aan een matrix om een goede afweging en keuze voor scenario 2 of 3 te kunnen maken. - Ze vraagt aandacht voor het feit dat ook scenario 3 zeker niet risicoloos is. Vanuit de toegangen komen geluiden dat het werken met Intervence niet het probleem is, het gaat over het f inancieringsvraagstuk. Een ervaring opbouwen met andere GI’s kost ook tijd en vervolgens moet nog blijken hoe zaken rondom borging, kwaliteit en continuïteit geregeld kunnen worden. Zekerheid voor de toekomst is er niet. Terneuzen - Mw. Suij onderschrijft bovenstaande en spreekt een voorkeur uit voor scenario 3. Aanvullende financiering is noodzakelijk en goede communicatie richting de raden is voor haar belangrijk. - Ze onderstreept het belang van het maken van haast in het proces m.b.t. onderzoek voor scenario 2. Hoe langer
3
def initieve besluitvorming wordt uitgesteld, hoe groter de risico’s worden. Reimerswaal - Dhr. Verburg spreekt de voorkeur voor scenario 3 uit en stemt in met de verhoogde bevoorschotting. - Hij vraagt aandacht voor de extra kosten die komen kijken bij het tot 1 juli 2021 in de lucht houden van Intervence. - M.b.t. de kwaliteit van de diverse GI’ s is zijn ervaring dat deze verschillend wordt ervaren per toegang. Schouwen-Duiveland - Dhr. van den Bos spreekt uit blij te zijn dat er nu hard gewerkt wordt om tot een oplossing te komen. Op dit moment heeft hij nog geen keuze kunnen maken tussen scenario 2 en 3. - Hij vindt een matrix ook belangrijk, zeker gelet op zijn opvolger vanaf 1 oktober 2020. Daarnaast vindt hij het ook van belang om de colleges en raden te informeren. Hulst -
Dhr. Ruissen sluit zich aan bij voorgaande. Hij geef t aan goed te begrijpen dat de keuze tussen scenario 2 en 3 lastig is. Vanuit de kerngroep is zijn visie dat scenario 3 de beste keuze is. Dit gelet op de hoge kosten die ook volgens o.a. Partners in Jeugd komen kijken bij de keuze voor optie 2.
Vlissingen - Dhr. Vader vindt ook dat scenario 3 de beste keuze is en stemt in met de bevoorschotting. - Hij vult aan dat Partners voor Jeugd heeft aangegeven af te willen van de automatiseringsslagen die door Intervence worden gemaakt. Daarnaast is er budget nodig voor o.a. het inwerken van professionals. De minimum kosten komen naar schatting neer op 2 miljoen euro extra. Voor JB West komt dit bedrag op ongeveer 3 miljoen extra gelet op o.a. de vraag om een extra weerstandsvermogen. Conclusie - Unaniem wordt geconcludeerd dat op basis van de gesprekken met JB West en Partners voor Jeugd scenario 3 nog steeds de beste keuze lijkt. - De bestuurscommissie stemt in met de verhoogde bevoorschotting tot en met december 2020. Af spraken - De kerngroep gaat weer in gesprek met Mw. Kamermans en dhr. Bezem en neemt de uitgesproken voorkeur voor scenario 3 hierin mee. - De eerder opgestelde matrix wordt aangevuld door de dames Idema en van Dijke en per scenario worden de risico’s in beeld gebracht. Gestreefd wordt om de matrix eind deze week gereed te hebben. - Tevens wordt door de dames Idema en van Dijke een memo voor de gemeenteraden opgesteld met informatie over de volgende punten: 1. De stand van zaken in het proces
4
-
2. Ophoging van de bevoorschotting tot en met december/ Dit met als reden dat er volgend jaar geen contract meer is met Intervence. Gestreef d wordt om de memo uiterlijk begin volgende week gereed te hebben. Afgesproken wordt om deze memo weer gelijktijdig te versturen naar de raden. De bestuurders worden per mail op de hoogte gehouden van de vervolgstappen. Bij belangrijke momenten wordt gekeken of er een volgend overleg (digitaal of fysiek) nodig is.
3.
Overige zaken
Hier wordt geen gebruik van gemaakt.
4.
Sluiting
-
5.
Actiepuntenlijst
1. 2. 3.
Vertellen insteek Bestuurscommissie aan mw. Kamermans en het Ministerie van J&V (dhr. Werkman) Aanvullen matrix met risico’s (Mw. van Dijke en mw. Idema) Opstellen memo t.b.v. de colleges en gemeenteraadsleden (Mw. van Dijke en mw. Idema)
5