CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 10. afsprakenlijst bestuurscommissie inkoop jeugd 20200527

Debatraad 25 februari 2021, gemeente GoesBij agendapunt: Intervence.1.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp

Afsprakenlijst bestuurscommissie inkoop jeugdhulp Zeeland

Plaats

Conference call (Zoom)

Datum

27 mei 2020

Aanwezig: Bestuurders: Zeeuwse inkooporganisatie: Programmamanager jeugd: Ondersteuning:

Mw. Van de Plasse, dhr. De Goffau, dhr. Van Leeuwen, dhr. Werkman, mw. Slenter, mw. Suij, dhr. Van den Bos, dhr. Verburg, mw. Evertz, dhr. Ruissen, mw. Doorn mw. Van Dijke mw. Idema dhr. Meulenberg

Nr

Onderwerp

Besluit

1.

Opening, vaststelling agenda en mededelingen

Dhr. Werkman opent de vergadering. De heren Vader en Maas zijn af wezig. De agenda wordt vastgesteld.

2.

Afsprakenlijsten

De af sprakenlijsten van de bestuurscommissie van 22 april 2020 en het extra portefeuillehoudersoverleg / bestuurscommissie inkoop van 8 mei 2020 worden zonder wijzigingen vastgesteld. Naar aanleiding van: Mw. Van Dijke zegt toe de aanvullende memo bij d e eerste kwartaalrapportage op korte termijn aan te leveren. Mw. Van Dijke meldt dat Juvent is aangesloten op het berichtenverkeer. In de kwartaalrapportage staan ze apart genoemd omdat ze de grootste Zeeuwse aanbieder zijn. Emergis is hier druk mee bezig en heeft 2019 inmiddels op orde. Intervence heeft op dit moment andere problemen (zie agendapunt 4). Dhr. Van den Bos heeft de vorige keer gevraagd naar de verbinding van de ‘Open House zorg’ met de gemeentelijke loketten en het goed monitoren of dit aanbod voldoende is. Mw. Van Dijke legt uit dat dit is geborgd en dat de gemeenten hierbij in de lead zijn (er is grip en beeld). Dhr. De Goffau vraagt of inzichtelijk is hoeveel zorgaanbieders een beroep hebben gedaan op de Corona noodmaatregelingen van het Rijk. Mw. Van Dijke antwoordt dat deze aantallen – op basis van de huidige gegevens – gering zijn. Hoe zich dat richting de toekomst gaat ontwikkelen is op dit moment nog koffiedik kijken. Tevens wordt goed gemonitord welke extra kosten worden gemaakt in het kader van de Corona-aanpak. Dhr.

Van den Bos legt uit dat op landelijk niveau door het Rijk en de VNG hierover druk wordt onderhandeld. Via de taakgroep sociaal domein wordt dit in de gaten gehouden. Tevens is via de taakgroep een f ormat opgesteld voor de lokale toegangen om dit bij te kunnen houden.

3.

Advies inkooptraject perceel 4

Mw. Van Dijke legt uit dat al eerder is aangekondigd om perceel 4 vanaf 2021 op te knippen in een GGZ deel (inclusief wet verplichte GGZ) en een deel opvoedondersteuning. Juridisch is

1

uitgezocht wat mogelijk is en dit is vastgelegd in bijgevoegd voorstel. Het volgende wordt aangegeven: Mw. Suij vraagt aandacht voor de extra administratieve lasten bij de gemeenten wegens het feit dat beschikkingen opnieuw moeten worden afgegeven. Dhr. De Goffau vindt de samenwerking met Emergis een aandachtspunt. Met samenwerkingsverband ‘de Brug’ is dit ook niet gelukt. Mw. Van Dijke onderschrijft dit en geeft aan dat met dit voorstel (de knip) is beoogd om dit te tackelen. Mw. Doorn vraagt of de monopolie positie van Emergis m.b.t. GGZ / wet verplichte GGZ invloed heeft op de prijsstelling. Mw. Van Dijke antwoordt bevestigend, echter in de aanbestedingsstukken is opgenomen dat de GGZ door een Zeeuwse aanbieder moet worden uitgevoerd. Dit vraagt om een strak onderhandelingsproces vanuit de IJZ. Aangegeven wordt of dit wenselijk is, vooral ook gelet op de f inanciële situatie bij gemeenten. Is er een mogelijkheid om dit aan te passen? Afgesproken wordt dat mw. Van Dijke dit juridisch zal checken en indien mogelijk dit zal toevoegen aan het voorstel. De bestuurscommissie zal hierover worden teruggekoppeld. In algemene zin wordt gesteld dat deze f inanciële bewustwording standaard moet worden meegenomen in het opstellen van dergelijke voorstellen. Met inachtneming van bovengenoemde opmerkingen wordt ingestemd met het voorstel. 4.

Stand van zaken Intervence

Dhr. Werkman geeft aan dat de afgelopen weken veel werk is verzet met betrekking tot dit onderwerp. Dit heeft er uiteindelijk in geresulteerd dat het ministerie heeft toegezegd om de regie te willen nemen. Op vrijdagavond 15 mei is een memo verstuurd naar de wethouders met meer uitleg. De komende periode worden – onder regie van dhr. Menting – de volgende scenario’s uitgewerkt: 1. De maatregelen overdragen naar een andere GI en daarmee ontmanteling van de GI Intervence 2. Overname GI Intervence door een andere GI 3. Uitvoeren meerjaren perspectiefplan van Intervence Het tweede scenario is toegevoegd op verzoek van het ministerie. Daarnaast heeft de bestuurscommissie uitgesproken om kennis te nemen van het verbeterplan GI en deze dus niet te ondertekenen. Dit is gecommuniceerd naar het ministerie. Naar aanleiding hiervan heeft dhr. Werkman contact gehad met dhr. Bezem van het ministerie waarbij vanuit het ministerie nadrukkelijk is gesteld dat het verbeterplan een gezamenlijk plan is (en niet alleen van Intervence) en dat de minister not amused zal zijn wanneer er geen plan vanuit Zeeland wordt ingeleverd. Dhr. Werkman heeft daarop aangegeven dat de bestuurscommissie unaniem was in de beslissing om niet te ondertekenen en dat hij dit moet bespreken met de collega’s.

Daarnaast is het bijzonder om een verbeterplan te ondertekenen zonder toekomstperspectief en gelet op de situatie waar we in Zeeland op dit moment met Intervence mee te maken hebben. Dit kan niet los van elkaar worden gezien. De af gelopen dagen is intensief overleg geweest met de bestuurlijke en ambtelijke trekkers. Daarbij zijn de volgende punten besproken. 1. Het alsnog instemmen met het verbeterplan. Vanuit het ministerie is de mogelijkheid uitgesproken om het

2

2.

verbeterplan in te leveren met een oplegger waarin het standpunt van Zeeland wordt uitgelegd. Vanuit het ministerie is voorgesteld om de kosten voor het onderzoek naar de drie scenario’s (€ 64.000) evenredig te verdelen over de drie partijen (ministerie, Intervence en gemeenten). Dit houdt in dat iedere partij iets meer dan € 21.000 moet betalen.

Ad. 1. In het overleg met de bestuurlijke en ambtelijke trekkers is geconstateerd dat het verbeterplan onvoldoende hoopgevend / richtinggevend is voor de toekomst. Tevens voelt Zeeland zich wel verantwoordelijk voor de GI-functie maar niet voor de GIorganisatie. Daarom wordt geadviseerd om het verbeterplan niet te ondertekenen maar wel met een oplegger in te dienen waarin bovengenoemde punten zijn opgenomen. Dit met als reden om de relatie met het ministerie niet op de proef te stellen. Mw. Van Dijke heef t het verbeterplan juridisch laten toetsen. Dit heeft geleid tot een aantal aanscherpingen. Tevens is geconcludeerd dat de Zeeuwse gemeenten niet na 2021 vastzitten aan het plan. Ad. 2. Het bestuurlijk overleg is van mening dat de gemeenten alleen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van scenario 1 (het overdragen van de casussen naar een andere GI). In het vorige overleg ook wel ‘plan B’ genoemd. Hiervoor is de afspraak gemaakt dat dit via de IJZ uitgewerkt gaat worden. De overige twee scenario’s zijn een verantwoordelijkheid van Intervence. Het is dan ook niet redelijk om deze kosten voor een deel ten laste van de gemeenten te laten komen. Geadviseerd wordt dan ook om niet akkoord te gaan met het voorstel om de kosten evenredig te verdelen. Bovenstaande houdt in dat aan de bestuurscommissie wordt gevraagd naar de mening over de twee adviezen van het bestuurlijk overleg.

1. Het niet ondertekenen van het verbeterplan maar wel met een oplegger indienen bij het ministerie. En op basis hiervan het gesprek aangaan met het ministerie / de minister over de situatie in Zeeland. 2. Het niet evenredig verdelen van de kosten voor het onderzoek ad. € 64.000. De gemeenten staan alleen aan de lat voor het onderzoek naar plan B. Door middel van een ronde langs de leden van de bestuurscommissie worden de standpunten opgehaald. Het volgende wordt daarbij geconcludeerd: Unaniem wordt besloten – conform voorstel – om het verbeterplan niet te ondertekenen. Het verbeterplan via een aparte oplegger uiterlijk vrijdag in te dienen bij het ministerie waarin nadrukkelijk wordt opgenomen dat Zeeland verantwoordelijk is voor de GIf unctie (en niet voor de organisatie) en dat het huidig verbeterplan onvoldoende hoop en richting geeft voor de toekomst. Afgesproken wordt de oplegger vooraf ter consultatie voor te leggen aan de leden van de bestuurscommissie met de vraag per omgaande te reageren.

3

-

Unaniem wordt besloten om niet akkoord te gaan met het voorstel om de kosten voor het uitwerken van de scenario’s evenredig te verdelen over de drie partijen. De gemeenten staan alleen aan de lat voor de uitwerking van plan B.

Aanvullend wordt het volgende aangegeven: Breed wordt gedeeld dat het vraagstuk ingewikkeld is en dat het moeilijk is om in dergelijke korte termijn tot standpuntbepaling te komen. Wel is er begrip voor de situatie van de bestuurlijke trekkers en wordt waardering uitgesproken voor het werk dat de afgelopen periode is verzet. Tevens wordt bedankt voor de heldere en snelle communicatie van de afgelopen weken. Conf orm eerdere afspraak wordt nogmaals aangegeven dat per direct moet worden gestart met het uitwerken van plan B. Verzocht wordt om de financiële consequenties van dit plan in beeld te brengen. Mw. Van Dijke zegt dit toe. Dhr. Van den Bos is van mening dat de positie van de gemeenten richting Intervence helder moet zijn. Namelijk die van opdrachtgever en niet voor de instandhouding van de organisatie. Dit moet duidelijk worden gecommuniceerd naar het ministerie, waarbij ze onderdeel gaan uitmaken van probleem. Tevens moet er wel ruimte zijn voor de bestuurlijke trekkers om te kunnen acteren in de overleggen met het ministerie. Dit wordt breed onderschreven en gesteund. Mw. Van de Plasse wil voorkomen dat er onder tijdsdruk beslissingen worden genomen die een negatieve uitwerking voor de toekomst kunnen hebben. Dit wordt breed onderschreven. Tevens wil ze ervoor waken dat het beeld gaat ontstaan dat met het overbrengen van casussen naar een andere GI alles is opgelost.

Het inf ormeren van de gemeenteraden is een belangrijk aandachtspunt. Afgesproken wordt om na a.s. vrijdag een memo op te stellen om de raden nader te informeren. Gevraagd wordt naar de rol van dhr. Menting. Afgesproken wordt om dit a.s. vrijdag te bespreken in het bestuurlijk overleg tussen ministerie, gemeenten en Intervence. 5.

Overige zaken

Mw. Suij legt uit dat Follow the Money onderzoek heeft gedaan naar f rauduleuze praktijken van sommige zorgaanbieders. Ze vraagt of hier in Zeeland ook aandacht aan wordt besteed / kritisch naar wordt gekeken. Mw. Van Dijke beaamt dit.

6.

Sluiting

-

7.

Actiepuntenlijst

1. 2. 3.

Opstellen memo op basis van de 1e kwartaalrapportage 2020 (mw. Van Dijke). Opstellen oplegger verbeterplan Intervence (mw. Idema, mw. Van Dijke). Opstellen vervolgmemo Intervence voor de gemeenteraden (mw. Idema en mw. Van Dijke).

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9759436/1