Agendapunt 10. afsprakenlijst bestuurscommissie inkoop jeugd 20190606
Tekst van het document
Onderwerp
Afsprakenlijst bestuurscommissie inkoop jeugdhulp Zeeland
Plaats
Goes
Datum
6 juni 2019
Aanwezig: Bestuurders:
Zeeuwse inkooporganisatie: Programmamanager jeugd: Ondersteuning:
Mw. Van de Plasse, dhr. Alssema, dhr. Harmsen, dhr. Werkman, mw. Slenter, mw. Doorn, mw. Suij, dhr. Van den Bos, dhr. Vader, dhr. Van Halderen, dhr. Verburg, dhr. Ruissen dhr. Magnee mw. Idema dhr. Meulenberg
Nr
Onderwerp
Besluit
1.
Opening, vaststelling agenda en mededelingen
Dhr. Alssema opent de vergadering. Mw. Evertz is afwezig. De agenda wordt vastgesteld.
2.
Afsprakenlijst bestuurscommissie inkoop 9 mei 2019
De af sprakenlijst van de vergadering van 9 mei wordt ongewijzigd vastgesteld.
3.
Uitkomsten rapportage Van Montfoort betreffende de GI
Voor dit agendapunt is dhr. Stuart (procesbegeleider Intervence) aanwezig. Dhr. Alssema legt uit dat vorige week in de informele bestuurscommissie uitgebreid is gepraat over de uitkomsten van de rapportage en het ambtelijk advies. De afspraak is gemaakt om het ambtelijk advies aan te scherpen en nadrukkelijk de ambitie te benoemen om nu al (vanuit inhoud redenerend) stappen te gaan zetten. Daarnaast is afgesproken om een memo voor de gemeenteraden en een kernboodschap op te stellen. Deze stukken liggen ter bespreking voor. Voorafgaand spreekt dhr. Alssema de complimenten uit voor het in kort tijdsbestek verzetten van veel werk. Dhr. Alssema meldt vorige week en vanmorgen in klein comité overleg te hebben gehad met Dhr. Cazemier van Intervence. Uitkomst van dit overleg was dat de eerste voorkeur van Intervence uitgaat naar het onderbrengen bij de GR maar dat de voorgestelde route prima past binnen het traject dat binnen Intervence is uitgezet. Er is vanuit Intervence draagvlak en steun om dit traject gezamenlijk in te gaan. Dhr. Vader haakt hierop in geeft aan dat de opstelling en openheid van de huidige bestuurder vertrouwen geeft voor de toekomst. Dhr. Magnee geef t aan dat zijn formele rol – met de totstandkoming van de twee rapporten – is afgerond. Het is nu aan de bestuurscommissie om hierover een standpunt in te nemen.
Door middel van een ronde langs de wethouders worden de standpunten per gemeente opgehaald. Mw. Van de Plasse constateert dat Intervence een bepaalde massa nodig zal hebben om richting de toekomst
1
-
-
-
-
-
-
bestendig te kunnen zijn. Hiervoor is het van belang om duidelijkheid te hebben / krijgen over de positionering van drang. Ze geeft aan dat het van belang is om hierin stappen te gaan zetten en te komen tot een gezamenlijke visie. Pas wanneer daar duidelijkheid over is, kunnen echte vervolgstappen worden gezet. Dit wordt onderschreven. Dhr. Vader geeft aan dat door Intervence vooral de robuustheid wordt gezocht in de samenwerking met Veilig Thuis. Dhr. Van den Bos geeft aan de ambitie ‘we maken af spraken i.o.m. de partners om Intervence het hoofdaannemerschap voor de GI-taken in Zeeland op zich te laten nemen’ gelet op de beperkte onderbouwing nu nog een te grote stap is. Hier is meer informatie voor nodig. Dit wordt onderschreven. Dhr. Harmsen laat weten hierover al een eerste keer met de GI’s te hebben gesproken en dat hier in eerste instantie niet onwelwillend tegenover gestaan worden. Dit moet echter wel verder worden verkend. Af gesproken wordt dit aan te passen in de notitie (‘af spraken’ wordt vervangen door ‘onderzoeken’). Op vraag van dhr. Ruissen wordt stilgestaan bij het wel / niet benoemen van de bandbreedte voor de middelen die de komende twee jaar extra nodig zijn.
Na een korte discussie wordt afgesproken om op te nemen dat er extra middelen nodig gaan zijn (voor welk scenario ook gekozen gaat worden) maar nog geen concrete bedragen te noemen (daarvoor is het nog te prematuur). Tevens op vraag van dhr. Ruissen zal duidelijk worden uitgelegd hoe de twee rapporten van VanMonfoort zich tot elkaar verhouden. Dhr. Verburg en mw. Doorn geven aan akkoord te gaan met het voorstel. Mw. Van de Plasse geeft aan dat haar voorkeur ernaar uit gaan om nu al een keuze te maken. Ze kan echter leven met het voorstel zoals dat nu voorligt, mits de vaart erin wordt gehouden en dat snel gekomen wordt tot concrete resultaten. Tevens constateert ze dat de bestuurdersfunctie – door invulling op interim basis – kwetsbaar is. Dhr. Van Halderen geeft aan blij te zijn met het nieuwe perspectief dat nu wordt geschetst. De voorgestelde richting kan hij dan ook onderschrijven. Dhr. Vader geeft aan het perspectief te delen, met de focus op de inhoud in plaats van de vorm. Hij geeft aan wel behoefte te hebben aan het voeren van de fundamentele discussie ‘zijn we er van als gemeente of niet?’, oftewel trekken we de jeugdbescherming naar ons toe of houden we die op afstand. Hij pleit ervoor om deze discussie op korte termijn te gaan voeren. Mw. Suij geeft aan de standpunten van de heren Vader en Van Halderen te onderschrijven.
Ze is van mening dat de tijd moet worden genomen om goed te kijken wat het meest passend is. Ze pleit er voor niet alleen te kijken naar Intervence maar dit breder te pakken (ook richting de andere GI’s). Tevens vraagt ze om de colleges en raden goed in dit proces mee te blijven nemen, zeker wanneer het gaat om het beschikbaar stellen van extra middelen. Dhr. Werkman is van mening dat zorgvuldigheid voor tijd moet gaan. Dit houdt in dat hij het advies onderschrijft. Hij onderschrijft tevens het pleidooi van dhr. Vader om te
2
-
-
-
komen tot een fundamentele discussie over de rol en de positie van de GI. Hij is tevens van mening dat in het voorstel nu al teveel een voorschot wordt gedaan op een mogelijke vorm. Hij vraagt om dit meer in algemene zin te f ormuleren. Mw. Slenter geeft aan het perspectief te onderschrijven. Doel is om toe te werken aan een toekomstbestendige organisatie, maar wel redenerend vanuit de inhoud. Ze is van mening dat snel stappen moeten worden gezet, maar dat dit niet ten koste moet gaan van de kwaliteit. Dhr. Harmsen geeft aan positief terug te kijken op het proces dat de afgelopen maanden is gelopen. Hij pleit ervoor om voldoende afstand te houden maar wel de vaart erin te houden. De pilot verkorten veiligheidsketen zal een belangrijk traject gaan worden, waarbij breder wordt gekeken dan alleen Intervence. Dhr. Alssema sluit zich aan bij de woorden van dhr. Harmsen over het gelopen proces en dat nu aan de slag kan worden gegaan met het toegroeien naar een betere samenwerking in de keten. Hij geeft aan blij te zijn om dit als gemeenten in gezamenlijkheid op te kunnen pakken.
Met inachtneming van bovengenoemde opmerkingen wordt ingestemd met: De gewenste richting / ambitie plus de uitwerking van het stappenplan n.a.v. het onderzoeksrapport van bureau VanMontfoort ‘aanvullend onderzoek naar een duurzaam aanbod van GI-taken in Zeeland’ De benodigde initiële instandhoudingsbijdrage voor Intervence op basis van het advies van de Inkooporganisatie. De GI f unctie niet mee te nemen in de aanbestedingsronde 2020 maar – in af wachting van dit proces – de huidige contracten met de GI’s te verlengen t/m 31 december 2020. Memo voor de gemeenteraden Af gesproken wordt: De memo aan te passen op basis van bovenstaande discussie / afspraken. De memo vanmiddag via de colleges aan de gemeenteraden beschikbaar te stellen. Kernboodschap Af gesproken wordt: De ambitie voor het versterken van de veiligheidsketen nadrukkelijker en steviger te benoemen. De kernboodschap aan te passen op leesbaarheid en essentie. Geen bedragen / bandbreedte te benoemen maar wel aan te geven dat dit traject vermoedelijk gaat leiden tot meerkosten voor 2019 en 2020. Aanvullend wordt afgesproken: Op korte termijn in klein comité (dhr. Alssema, dhr. Vader en dhr. Harmsen) in overleg te gaan met de Raad van Toezicht van Intervence met als doel om terug te blikken op het proces en stil te staan bij het vervolg. Dat dhr.
Alssema de directeuren van Intervence, Veilig Thuis en GGD inf ormeert over de standpuntbepaling in de
3
bestuurscommissie. Dhr. Harmsen zal de bestuurders van de overige GI’s en Raad voor Kinderbescherming inf ormeren. 4.
Berichtgeving rondom Emergis
Dhr. Alssema geeft een korte uitleg over de berichtgeving de laatste weken rondom Emergis. Dit heeft te maken met het inspectierapport, de harde conclusies die hierin getrokken zijn, en het f eit dat de gemeenten hier niet formeel van op de hoogte zijn gesteld. In het College van Inkoop van 29 mei jl. is hierover gesproken en de afspraak is gemaakt dat dhr. Alssema contact opneemt met het college van bestuur van Emergis en dat (vooralsnog) wordt afgezien van het sturen van een formele brief . Dhr. Alssema legt uit dat dit nog niet is gelukt. Hij zal dit op korte termijn alsnog doen en de uitkomsten via de mail communiceren. Wanneer er naar aanleiding hiervan behoefte is om hierover door te praten, dan komt het op de agenda van de volgende bestuurscommissie. Dhr. Magnee geeft aan op 17 juni een reservering in de agenda te hebben staan voor overleg met P. Custers. Het doel / onderwerp is (nog) niet bekend; hierover wordt 11 juni meer bekend.
5.
Advies bevoorschotting Intervence na 1 juni 2019
Dhr. Magnee legt uit dat op 1 februari 2019 de Zeeuwse gemeenten, stichting Intervence en het Ministerie van Justitie en Veiligheid een bestuursakkoord hebben gesloten om de continuïteit van de jeugdbeschermingstaken in Zeeland te waarborgen. Dit bestuursakkoord is ter instemming voorgelegd aan de af zonderlijke colleges. Die hebben daar reeds in meerderheid mee ingestemd (een aantal gemeenten moeten dit nog doen; hier is ambtelijk nadrukkelijk aandacht voor gevraagd). Onderdeel van dit bestuursakkoord is de toekenning van een instandhoudingsbijdrage voor heel 2019 ad. € 680.000. Dit bedrag is in twaalf maandelijkse termijn verwerkt in de bevoorschotting van Intervence, vooralsnog tot 1 juni 2019 in af wachting van de uitkomsten van het onderzoek door bureau van Montfoort. Vastgesteld is dat het advies niet direct geïmplementeerd kan worden met als gevolg dat per 1 juni 2019 niet meteen een positief financieel effect kan worden gerealiseerd. Intervence heeft daarom verzocht om de bevoorschotting op basis van de gemaakte afspraken voort te zetten tot 31 december 2019. Na afstemming met de secretaris van de gemeente Schouwen-Duiveland is geconcludeerd dat de bestuurscommissie hierover kan besluiten; de instandhoudingsbijdrage is onderdeel van het bestuursakkoord. Dhr.
Vader geeft aan dat dit voorstel – voor wat betreft Vlissingen – nog langs de toezichthouder moet (gelet op de art. 12 status). De bestuurscommissie besluit om: 1. In te stemmen met het voortzetten van de bevoorschotting van Intervence op basis van de afspraken in het bestuursakkoord. 2. Deze bevoorschotting – voor wat betreft de instandhoudingsbijdrage naast de reguliere productiebekostiging – te voldoen uit de € 680.000 die reeds beschikbaar is gesteld door de gemeenten.
4
6.
Overige zaken
Stand van zaken Juzt Dhr. Alssema geeft een korte toelichting m.b.t. de stand van zaken. De consequenties voor Zeeland zijn relatief beperkt. Het betref t ongeveer 30 kinderen / jongeren waarvoor een apart plan wordt gemaakt. Voor Noord-Beveland is dit anders, gelet op de aanwezigheid van de Vliethoeve. Hiervoor lopen aparte gesprekken met een partij die interesse heeft om de Vliethoeve (en de cliënten) over te nemen. De regie voor dit proces ligt bij de Brabantse gemeenten. Er is een plan van aanpak opgesteld dat momenteel wordt besproken met het ministerie. Mw. Suij meldt dat de gemeenteraad van Terneuzen een aantal vragen heef t gesteld over dit traject. In samenwerking met de inkooporganisatie en de beleidsmedewerker van Terneuzen zijn deze vragen beantwoord. Dhr. Magnee benadrukt dat Zeeland een afwachtende rol heef t ingenomen (gelet op relatief beperkte implicaties) maar wel nauw – op verschillende niveaus – betrokken is geweest (en nog steeds). Dhr. Alssema is bestuurlijk contactpersoon. Indien noodzakelijk / gewenst zal hij de bestuurscommissie inf ormeren over de voortgang. Mw. Slenter zal – gelet op de Vliethoeve – intensiever worden meegenomen. Begroting inkooporganisatie Dhr. Van den Bos constateert dat de begroting van de inkooporganisatie niet is besproken in de bestuurscommissie. Dhr.
Magnee beaamt dat; de operationele begroting is alleen in het college van inkoop besproken. Afgesproken wordt om in het vervolg ook de bestuurscommissie hierin te betrekken. Werkbezoek SGP Dhr. Alssema meldt dat de Zeeuwse SGP fracties vorige week zijn bijgepraat over de ontwikkelingen in het jeugdhulpdomein. Wanneer andere f racties hier ook behoefte aan hebben, dan kan daar aan tegemoet gekomen worden. Aanbesteding jeugdhulp 2020 e.v. Dhr. Magnee meldt dat de aanbesteding afgelopen donderdag is gepubliceerd. Voor procesmatige vragen kan verwezen worden naar de inkooporganisatie. Dhr. Van den Bos constateert dat de definitieve versie van de strategie niet meer op de agenda de bestuurscommissie heeft gestaan. Af gesproken wordt de volgende keer terug te komen om de uitkomsten. Jaarrekening 2018 Dhr. Magnee meldt dat de jaarrekening 2018 gereed is. Hij vraagt extra aandacht voor de bijdrage vanuit het transf ormatiefonds. Dit bedrag is in 2018 niet ingezet en daarom als bestemmingsreserve opgenomen in de jaarrekening. Dit is opgenomen als positief resultaat bij de inkooporganisatie maar is bedoeld voor de Task Force Jeugd. Dit houdt in dat het bedrag niet terug zal vloeien naar de gemeenten. Opvolging dhr. Magnee Aangegeven wordt dat op 20 juni a.s. de tweede ronde van de
5
gesprekken plaatsvindt.
7.
Sluiting
-
6